CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Toelichting ontwerpbestemmingsplan 'Kapelstraat te Molenschot'

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Kapelstraat te Molenschot20.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om versnippering van in betekenende mate (IBM) projecten in meerdere NIBM-projecten te voorkomen is in het Besluit NIBM een anti-cumulatieartikel opgenomen. In de Handreiking NIBM is de toepassing van het Besluit NIBM en de Regeling NIBM toegelicht en uitgewerkt. De bijdrage van NIBM-projecten aan de luchtverontreiniging wordt binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) gecompenseerd met algemene maatregelen. NIBM-tool Voor kleinere ruimtelijke plannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het doel van deze tool is: • Eenvoudig en snel bepalen of een plan in betekende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. • Het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten.

• Het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen, dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de grens voor niet in betekende mate. Zoals in paragraaf 4.2 wordt beschreven wordt verwacht dat in de toekomstige situatie het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het plan met circa 33 per dag zal toenemen. Geconcludeerd kan worden dat met circa 33 extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde) die van en naar de locatie plaats zullen vinden, de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is, zie figuur 5.8. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2023

Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

33

Aandeel vrachtverkeer

10,0%

NO2 in μg/m3

0,04

PM10 in μg/m3

0,01

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie

1,2

De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig

Figuur 5.8: NIBM berekening

48

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

Conclusie De huidige luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het plan is dermate beperkt van aard dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Grenswaarden worden niet overschreden als gevolg van deze ontwikkeling. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. 5.4 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimumbeschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen”(Bevb). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken). Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.

In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer.

Figuur 5.9: Uitsnede risicokaart, locatie zwart omcirkeld

49

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

Conclusie Uit de risicokaart, eindrapporten over het basisnet en actuele informatie over relevante risicobronnen binnen de gemeente blijkt dat het plangebied niet ligt binnen: • het invloedsgebied van een Bevi-inrichting; • de veiligheidsafstanden van andere stationaire risicobronnen; • het invloedsgebied van een basisnet; • een toekomstig plasbrandaandachtsgebied en • het invloedsgebied van een relevante buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. De dichtsbijzijnde gasleiding ligt op ca. 1.2 kilometer afstand ten oosten van het plangebied. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.5 Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 5.6 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd en op 7 juli 2017 is de herziene m.e.r.-richtlijn in werking getreden. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r.

behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Onderhavig bestemmingsplan betreft een ontwikkelingsplan. De activiteiten die door dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt behoren niet tot de C-en D-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (D 11.2) opgenomen. Uit vaste rechtspraak volgt dat het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ruimte voor interpretatie laat.

Of sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ wordt bepaald door de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen de aard en omvang van de voorziene aanleg, wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is relevant dat uit rechtspraak inmiddels volgt dat projecten met min of meer gelijke omstandigheden van het geval niet classificeren als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Doorslaggevend voor dit oordeel is de geringe omvang en het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing. Het voorliggende plan maakt slechts een activiteit van geringe omvang (maximaal 4 vrijstaande woningen) en met een klein ruimtebeslag voor bebouwing mogelijk. Tevens is van belang of een project in bestaand bebouwd gebied is gelegen. Het plan voor de bouw van 4 woningen is gelegen in het bestaand bebouwd gebied van Molenschot, omdat ter plaatse reeds een stedelijke functie (volkstuinen) is toegestaan. Nu het plan niet voorziet in een activiteit als genoemd in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., behoeft geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.

Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing, de in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van dit bestemmingsplan geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. 50

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

6

Juridische aspecten

6.1. Het juridische plan Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden en gebouwen binnen het gebied van deze herziening. Bij de opstelling van het onderhavige bestemmingsplan is de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012) gehanteerd. Zo zijn de bestemmingen qua benaming en volgorde afgestemd op de SVBP 2012. Het bestemmingsplan is afgestemd op de Wro en het Bro. Daarnaast zijn de op grond van de Bro verplicht gestelde regels voor het overgangsrecht en de anti-dubbeltelregel conform de daarvoor gestelde standaarden in de regels opgenomen. Ook de Wro biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uit te werken. Het onderhavige bestemmingsplan is niet zeer gedetailleerd, maar wel gebaseerd op het stedenbouwkundig plan. Het bestemmingsplan biedt nog enige flexibiliteit. Voor het plangebied is de planopzet primair gericht op ontwikkeling. Één en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan. 6.2.

Beschrijving van de bestemmingen

6.2.1 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 van de regels bevat bepalingen die, net als de in hoofdstuk 3 opgenomen “Algemene regels”, algemeen gelden voor alle bestemmingen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 1 bevat de begrippen (artikel 1) en het artikel betreffende de wijze waarop bijvoorbeeld hoogtematen en oppervlaktematen moeten worden gemeten en berekend. In Hoofdstuk 3 zijn onder andere procedureregels, algemene gebruiksregels en flexibiliteitsbepalingen opgenomen. In Hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en de slotregel opgenomen. 6.2.2

Bestemmingen

Groen - Landschappelijke inpassing De voor ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het aanleggen en in stand houden van de gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, water- en waterhuiskundige voorzieningen en extensief recreatief medegebruik. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter. Voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter. Erf- en terreinafscheidingen moeten transparant zijn en geen afbreuk doen aan de landschappelijke inpassing/kwaliteitsverbetering. Wonen Op de gronden met de bestemming ‘Wonen’ zijn woningen toegestaan. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend in het bouwvlak worden gebouwd. Er zijn 4 bouwvlakken opgenomen. Er mag maximaal 1 vrijstaande woning per bouwvlak worden gerealiseerd. Maximale goot- en bouwhoogtes zijn op de verbeelding aangegeven en bedragen 4,5 meter en 9 meter. Er is binnen de bestemming ‘Wonen’ een aanduiding opgenomen om aan te geven waar aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen mogen worden gerealiseerd.

Tot een met de bestemming Wonen strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in bijlage 1 opgenomen landschapsinrichtingsplan. Waarde - Archeologie Voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische hoge (verwachtings) waarden is de dubbelbestemming ’Waarde – Archeologie’ opgenomen.

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

51

6.2.3

Algemene regels en slotbepaling

Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In dit artikel zijn de algemeen geldende regels opgenomen ten aanzien van de maten van bestaande bebouwing. Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn de algemeen geldende regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik. Algemene aanduidingsregels luchtvaartverkeerszone - 11 Ter plaatse van de aanduiding ‘luchtvaartverkeerszone - 11’ geldt dat ten behoeve van het obstakelvrij (start- en landings)vlak met zijkanten, de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van de hoogtematen van 56 m en 115 m boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van de in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. milieuzone - geluidsgevoelige functie - 2 (35-45 Ke-lijn) Ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - geluidsgevoelige functie -2’ is het niet toegestaan woningen toe te voegen. Burgemeester en wethouders kunnen hier van afwijken met dien verstande dat uitsluitend woningbouw kan worden toegestaan indien er sprake is van een grondgebonden karakter van de woning.

overige zone - beschermingswaardige bomen Op de gronden gelegen binnen de aanduiding ‘beschermingswaardige bomen’ mag, in afwijking van het bepaalde in de daar voorkomende bestemming(en), niet worden gebouwd of werken en werkzaamheden worden verricht. overige zone - ihcs -1 Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - ihcs - 1’ geldt ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings) vlak met zijkanten, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 m boven NAP. vrijwaringszone - ils - 5 Ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone - ils -5’ geldt ten behoeve van het verstoringsgebied rondom de start- en landingsbaan dat de bouwhoogte van een bouwwerk in geen enkel opzicht meer mag bedragen dan de hoogte die wordt verkregen door lineaire interpolatie van de hoogtemate van 32,6 m en 42, 6 m boven NAP. Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Deze afwijkingen betreffen het bouwen van gebouwen, het overschrijden van bebouwingsgrenzen en het afwijken van de bestemmingsgrenzen.

Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn algemene wijzigingsregels opgenomen voor het college van burgemeester en wethouders om bestemmingen te wijzigen voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemming of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag niet meer dan 20% worden vergroot. Algemene procedure regels Algemene procedureregels waarin is bepaald welke procedure doorlopen wordt bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid.

52

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

Overige Regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Indien het strijdig gebruik na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode van langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Regels van het bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot”.

53

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

7

Uitvoerbaarheid

7.1. Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan, waarin deze verdeelsleutel vast ligt. In de toelichting op elk bestemmingsplan moet aandacht worden besteed aan het exploitatieplan. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Uiteraard moet sprake zijn van kosten, die verhaalbaar zijn. Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor. In het voorliggende geval is de locatie in particulier eigendom. Er zal met de eigenaren/inititatiefnemers een anterieure overeenkomst worden gesloten.

Waarin afspraken worden gemaakt over het dekken van gemeentelijke kosten. 7.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog De initiatiefnemers hebben met omwonenden in de periode van 19 juni tot en met 30 juni 2021 een omgevingsdialoog gevoerd. Het verslag van deze omgevingsdialoog is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Ontwerp Het ontwerp bestemmingsplan zal, conform artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, voor overleg worden gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage liggen. Tijdens deze periode is eenieder in de gelegenheid een zienswijze in te dienen. Het plan zal verder de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. De resultaten van deze procedures zullen te zijner tijd in deze toelichting worden vermeld.

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

54

Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022

55

            Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12168136/1