Bijlage 3 - Toelichting ontwerpbestemmingsplan 'Kapelstraat te Molenschot'
Tekst van het document
Gemeente Gilze en Rijen
Bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” Ontwerp
Gorinchem, 4 augustus 2022 NL.IMRO.0784.BPKapelstraat-ON01
Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl
Gemeente Gilze en Rijen
Bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” Ontwerp
Toelichting
Gorinchem, 15 juni 2022 NL.IMRO.0784.BPKapelstraat-ON01
4
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
Inhoud 1
Inleiding 9 1.1 Aanleiding en doelstelling 9 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 9 1.3 Vigerend bestemmingsplan 10 1.4 Bij het plan behorende stukken 10 1.5 Leeswijzer 10 2 Beleidskader 11 2.1 Rijksbeleid 11 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) 11 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 11 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 12 2.1.4 Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving 12 2.2 Provinciaal beleid 13 2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 13 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ 14 2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 15 2.3 Regionaal beleid 16 2.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 (2013) 16 2.4 Gemeentelijk beleid 16 2.4.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen 16 2.4.2 Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 17 2.4.3 Welstandsnota Gilze Rijen 18 2.4.4 Duurzaam bouwen 19 2.4.5 Duurzaamheid en milieu 20 2.5 Conclusie 21 3
Analyse van de bestaande situatie 22 3.1 Historische ontwikkeling 22 3.2 Ruimtelijke en functionele structuur 23
4
Planontwikkeling 24 4.1 Huidige situatie 24 4.2 Toekomstige situatie 25 4.3 Landschappelijke inpassing 27
5
Onderzoek en verantwoording 30 5.1 Cultuurhistorie en Archeologie 30 5.1.1 Cultuurhistorie 30 5.1.2 Archeologie 32 5.2 Bodem 33 5.3 Milieu 34 5.3.1 Flora en Fauna 34 5.3.2 Stikstofdepositie 36 5.3.3 Waterparagraaf 37 5.3.4 Wegverkeerslawaai 41 5.3.5 Vliegverkeer 42 5.3.6 Explosieven opsporing 43 5.3.7 Bedrijven en Milieuzonering 44 5.3.8 Luchtkwaliteit 46 5.4 Externe Veiligheid 49 5.5 Kabels en leidingen 50 5.6 Vormvrije MER beoordeling 50 Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
5
6
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
6 6.1
Juridische aspecten 51 Het juridisch plan 51 6.2 Beschrijving van de bestemmingen 51 6.2.1 Inleidende bepalingen 51 6.2.2 Bestemmingen 51 6.2.3 Algemene regels en slotbepalingen 52 7
Uitvoerbaarheid 54 7.1 Economische uitvoerbaarheid 54 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 54
Overzicht van losse bijlagen Bijlagen bij de toelichting: 1. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Transect Advies b.v., projectcode: 20070057, 29 maart 2022 2. Verkennend bodemonderzoek Kapelstraat ong. te Molenschot, Tritium Advies b.v., documentkenmerk 2103/074/NL-01, versie 0, 19 april 2021 3. Quickscan flora en fauna Kapelstraat ongenummerd te Molenschot, Tritium Advies b.v., documentkenmerk: 2008/089/TA-01, versie 0, 20 april 2021 4. Berekening stikstofdepositie woonontwikkeling Kapelstraat te Molenschot, Tritium Advies b.v., Documentkenmerk: 2008/089/TA-02, 16 april 2021’ 5. Kapelstraat - Molenschot, AVG Explosieven Opsporing Nederland, kenmerk: 2156018-PVO-01, 16-04-2021 6. Samenvatting omgevingsdialoog, 30 juni 2021 7. Nota van inspraak en vooroverleg, gemeente Gilze en Rijen, 2 augustus 2022 Bijlage bij de regels: 1. Landschappelijk inpassingsplan Kapelstraat te Molenschot, 1 juni 2022
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
7
Figuur 1.1: Ligging plangebied, locatie rood omlijnd
8
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doelstelling Voorliggend bestemmingsplan betreft de planlocatie aan de noordzijde van de Kapelstraat te Molenschot. Het gaat om de percelen met kadastraal perceelnummer 2610, 2611, 2612 en 2045 in sectie H. De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” is het planinitiatief van de eigenaren om hier 4 vrijstaande woningen te realiseren. Binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Molenschot’ (vastgesteld op 29-05-2006) ligt hier de bestemming ‘Volkstuinen’ en mogen op deze locatie geen woningen gerealiseerd worden. Het doel van voorliggend bestemmingsplan is het opstellen van een eenduidige en uniforme juridische regeling voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing binnen het plangebied. Middels de regels behorend bij dit bestemmingsplan wordt de bouw van maximaal 4 vrijstaande woningen mogelijk gemaakt. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De locatie is gelegen aan de westelijke rand van de kern Molenschot. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 3.835 m2 en bestaat uit volkstuinen die verspreid zijn over 4 bestaande percelen. De oppervlakten van deze percelen zijn: - Perceel 2610: ca. 1030 m2 - Perceel 2611: ca. 1030 m2 - Perceel 2612: ca. 1030 m2 - Perceel 2045: ca. 775 m2 Aan de noord- en westzijde grenst het plangebied direct aan het buitengebied.
Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door woningen aan de Kapelstraat en in het zuiden door woningen en een enkel bedrijf.
2610
2611
2612
2045
Kapelstraat
Figuur 1.2: Ligging plangebied, locatie wit omlijnd Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
9
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan “Kern Molenschot”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 mei 2006. In het vigerend bestemmingsplan “Kern Molenschot” heeft het plangebied de bestemmingen ‘Volkstuinen’. De op de plankaart als ‘Volkstuinen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • grond waarop anders dan ten dienste van een agrarisch bedrijf, op kleine schaal voedings- en/of siergewassen worden geteeld ten genoegen van en voornamelijk voor eigen gebruik; • nutsvoorzieningen • parkeervoorzieningen • groenvoorzieningen, inclusief waterpartijen en -gangen. Indien en voor zover een volkstuin een oppervlakte heeft van minimaal 1000m2 zijn de volgende gebouwen toegestaan: • een berging met een maximaal bebouwde oppervlakte van 20m2; • een kas met een maximaal bebouwde oppervlakte van 10 m2 met dien verstande dat de bebouwingshoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter en de goothoogte niet meer dan 3 meter. Om de nieuwe woningen juridisch mogelijk te maken is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
Figuur 1.3: Plankaart vigerend bestemmingsplan ‘Kern Molenschot’, bestemming ‘Volkstuinen’, locatie in zwart omlijnd
1.4 Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerende beleid inhoudt. 1.5 Leeswijzer De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken en enkele bijlagen. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het relevante nationale, provinciale en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de historische en huidige ruimtelijke structuur en functionele structuur van het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt de planontwikkeling toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de milieuhygiënische en planologische randvoorwaarden uiteengezet. De juridische opzet van het plan wordt toegelicht in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 komt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde. 10
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
2
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in dit bestemmingsplan. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau voor zover relevant voor het plangebied gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011) • Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (2014) • Omgevingsvisie Noord-Brabant (14 december 2018) • Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant (23 maart 2021) 2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Een van de centrale uitgangspunten is de scheiding tussen beleid en normstelling. Het beleid wordt in eerste aanzet vormgegeven in een structuurvisie en is juridisch alleen nog bindend voor de rijksoverheid. Naast integraal planologisch beleid, kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent onder andere bestemmingsplannen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Dit betekent dat respectievelijk provinciale inpassingplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen daarop moeten worden afgestemd. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. In een brief van 9 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu bij de Eerste Kamercommissie aangegeven uitvoering aan de SVIR te willen geven. De SVIR vervangt de Nota Ruimte en heeft als streven “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” te maken.
In de SVIR zijn 13 nationale belangen gedefinieerd, waaronder het versterken van de mainportfuncties en het verbeteren van de rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, ruimte voor militaire terreinen en activiteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. Doorwerking in het bestemmingsplan Voor het plangebied is een nationaal belang relevant: “ruimte voor militaire terreinen en activiteiten”. Het plangebied ligt op circa twee kilometer afstand van vliegbasis Gilze Rijen. Rondom deze en andere militaire locaties zijn door het Rijk beperkingenzones aangewezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om externe veiligheidscontouren, geluidscontouren en gebieden met bouwhoogtebeperkingen. Deze zones zijn opgenomen als gebiedsaanduidingen in dit bestemmingsplan (zie paragraaf 6.2.2). De ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen de kaders die in deze gebiedsaanduidingen worden gesteld. 2.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt.
De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
11
Het begrip ‘woningbouwlocatie’, is niet nader gedefinieerd in het Bro. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie. Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Als het plan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, is die ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken. Doorwerking in het bestemmingsplan Bij het plan voor de locatie aan de Kapelstraat is, met een omvang van maximaal 4 woningen, geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee niet aan de orde. 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd.
Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in het bestemmingsplan Vanwege de nabije ligging (circa twee kilometer afstand) tot vliegbasis Gilze-Rijen is voor dit bestemmingsplan het artikel 2.6 met betrekking tot het nationale belang defensie relevant. In dit artikel worden onder andere beperkingenzones aangewezen. Het gaat dan bijvoorbeeld om externe veiligheidscontouren, geluidscontouren en gebieden met bouwhoogtebeperkingen.
Deze zones zijn opgenomen als gebiedsaanduidingen in dit bestemmingsplan (zie paragraaf 6.2.2). De ontwikkelingen die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen de kaders die in deze gebiedsaanduidingen worden gesteld. 2.1.4 Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving De Omgevingswet treedt in 2022 in werking en veel gemeenten en provincies bereiden zich voor op dit nieuwe proces van integrale belangenafweging. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. In dit kader heeft de Raad van Directeuren Publieke Gezondheid en de directie van GGD GHOR Nederland het document ‘Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving’ vastgesteld. Naast het kernwaardendocument zijn ook aparte documenten opgesteld (Woonomgeving, Mobiliteit, Gebouwen) met daarin de context en verantwoording, uitwerkingen van principes en maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de kernwaarden en dienen als inspiratiebron. Het kernwaardendocument en de bijbehorende uitwerkingen bieden handvatten aan iedereen die betrokken is bij de inrichting van de leefomgeving en publieke gezondheid een warm hart toedraagt. De stukken zijn tevens bruikbaar bij het uitwerken van ander beleid met betrekking tot de leefomgeving en/of gezondheid.
Aspecten die in de kernwaarden documenten worden besproken gaan onder ander in op: 1. Woonomgeving: • Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving; • Voor iedereen zijn er- dichtbij en toegankelijk - aantrekkelijke plekken; • De leefomgeving draagt bij aan een gezond gewicht; • Wonen en druk verkeer zijn gescheiden; • Functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, overlast gevende bedrijven staan op afstand.
12
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
2. Mobiliteit • Actief vervoer (lopen en fietsen is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard); • Tussen kernen zijn goed (e-)fiets- en OV-verbindingen. 3. Gebouwen • Het binnenklimaat is prettig en gezond; • Minimaal één zijde (gevel) van een woning is aangenaam; • Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen.
ph2014-va01
De Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving zijn niet compleet, allesomvattend of vaststaand, en zijn zo ook niet bedoeld. De meest effectieve advisering wordt namelijk behaald door mee te denken, samen te werken met andere disciplines en organisaties en bovenal maatwerk te leveren. Dit kan ook betekenen dat de kernwaarden worden aangepast in een specifieke situatie, bijvoorbeeld in landelijk of stedelijk gebied. De verschillende kernwaarden hebben daarnaast onderlinge verwantschap, het wordt aangeraden deze verwantschap ook bij de uitwerking in concrete maatregelen te onderkennen. Verder kunnen maatregelen in de fysieke ruimte en meer sociale initiatieven (organisatie van activiteiten, educatie, etc.) elkaar vaak versterken. Doorwerking in het bestemmingsplan De omgeving van het plangebied kent een groen en landelijk karakter. Met de ontwikkeling van 4 vrijstaande woningen wordt rekening gehouden met ‘De Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving’. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling zijn daarnaast verschillende milieutechnische aspecten, die invloed hebben op een gezonde leefomgeving, onderzocht. Het gaat hierbij om aspecten als bodemkwaliteit, wegverkeerslawaai, stikstofdepositie, vliegverkeer en geur- en geluidhinder van bedrijven in de omgeving. In hoofdstuk 5 zijn deze onderzoeken inclusief conclusies en eventuele maatregelen uitgebreid beschreven.
Bij het verlenen van de omgevingsvergunning zullen de nieuwe woningen getoetst worden om te bezien of er een prettig binnenklimaat gerealiseerd wordt. Geconcludeerd kan worden dat met deze beoogde ontwikkeling zowel binnen als in de directe omgeving van het plangebied sprake is van een gezonde leefomgeving. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO), waarin het beleid van de Interimstructuurvisie is doorvertaald, is vastgesteld op 1 oktober 2010 en op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant herzien en vervolgens in maart 2014 vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040).
Figuur 2.1: Uitsnede structuurvisie Noord-Brabant. Locatie rood omcirkeld. De locatie ligt in kern landelijk gebied. Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
13
De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Één van deze instrumenten is de Provinciale verordening. In de Omgevingsverordening zijn de kader stellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de Structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De provincie wil haar woningbouwopgave zoveel mogelijk binnen het bestaand stedelijk gebied opvangen.
Doorwerking in het bestemmingsplan De locatie is in de Structuurvisie Noord-Brabant aangegeven als ‘kern landelijk gebied. De Structuurvisie spreekt zich niet specifiek uit over de locatie. De locatie is gelegen aan de westzijde van de kern Molenschot en voorziet met de herontwikkeling van een bestaande locatie voor volkstuinen naar een woonlocatie in algemene zin in zorgvuldig ruimtegebruik. Hiermee sluit de ontwikkeling aan op het beleid van de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant. 2.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ De Omgevingswet, die in 2022 in werking treedt, bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’.
Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Er is één basisopgave (werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit) met als één van de vier hoofdopgaven voor 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”. Ook wil de provincie in 2050 energieneutraal zijn, en klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. De provincie wil tevens dat het stedelijk netwerk van Brabant in 2050 functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noord-West Europese metropool. Tot slot is één van de vier hoofdopgaven dat Brabant in 2050 top kennis- en innovatieregio in Europa is.
Visie op duurzame energie De provincie koppelt haar beleid aan het Rijksbeleid en nationale doelen. Nederland heeft voor 2030 een tussendoel gesteld van 49% CO2-reductie. In Noord-Brabant is deze ambitie voor 2030 overgenomen als nieuwe, minimaal te realiseren ambitie van 50%. Dit uitgangspunt is vertaald naar een eigen ambitie voor duurzame energieopwekking, besparing en beperking van CO2-uitstoot. Het doel voor 2060 is om 100% duurzame energie te gebruiken, grotendeels afkomstig uit NoordBrabant.
14
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
De doelstelling is een grote uitdaging die vraagt om een actief en gericht tweesporenbeleid van de provincie: • Verminderen van energieverbruik in de gebouwde omgeving, industrie en mobiliteit en; • Verduurzaming van energie, door grootschalig gebruik van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Een duurzame energieproductie biedt kansen voor de economische motor, sociale samenhang en het maatschappelijk rendement. Nieuwe digitale toepassingen helpen om energieopwekking en -gebruik zo efficiënt mogelijk te doen. De provincie sluit aan op de vijf nationale transitiepaden: elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, landbouw en landgebruik. Gebouwde omgeving De provincie zet zich in voor een energieneutrale gebouwde omgeving. De provincie zet zich in voor de transitie van onze woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Doorwerking in het bestemmingsplan In het plangebied worden 4 nieuwe woningen gerealiseerd. Deze nieuwe woningen worden duurzaam uitgevoerd. Het streven is energie-neutraal. De herontwikkeling sluit aan op de beleidsuitgangspunten van de omgevingsvisie waarbij de woningvoorraad wordt verduurzaamd. 2.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Denk bijvoorbeeld aan het beschermen van belangrijke waarden als het drinkwater of de natuurgebieden. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening diverse provinciale verordeningen. De omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. Op 15 april 2022 is de aangepaste Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant in werking getreden, waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. De omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening gaat tegelijk met de Omgevingswet van kracht.
In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Uitgaande van de huidige planning van de Omgevingswet wordt de definitieve omgevingsverordening eind 2022 vastgesteld en treedt deze samen met de Omgevingswet in 2023 in.
Concentratiegebied Figuur 2.2: Uitsnede Interim omgevingsverordening Provincie Noord-Brabant, locatie zwart omlijnd
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
15
Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie. In de Interim omgevingsverordening is de kern Molenschot aangegeven als ‘Concentratiegebied’. De planlocatie is grotendeels aangewezen als ‘Concentratiegebied’. De achterzijde van de percelen valt binnen het door de provincie aangewezen ‘Gemengd landelijk gebied’. Doorwerking in het bestemmingsplan Het plangebied bevindt zich aan de westzijde van de kern Molenschot en is in de provinciale Omgevingsverordening voor het grootste deel gelegen in het gebied dat is aangemerkt als ‘Concentratiegebied’. Het betreft het gedeelte aan de voorzijde, gelegen aan de Kapelstraat. Het noordelijke deel en een hele smalle strook langs de westgrens van de planlocatie maken onderdeel uit van het Gemengd landelijk gebied.
Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan voor de kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Deze landschappelijke inpassing wordt samen met een berekening verder toegelicht in paragraaf 4.3. 2.3
Regionaal beleid
2.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 (2011) De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft – met een doorkijk naar 2040 - de koers van de regio in een ruimtelijk casco. Uitgangspunt van het gemeenschappelijk optrekken binnen deze koers is, dat autonomie van de deelnemende samenwerkingspartners gerespecteerd wordt. Alleen als opgaven daarom vragen, wordt al dan niet in wisselende allianties samengewerkt om de gestelde doelen te bereiken. De volgende doelen zijn daarbij van belang: • Centraal wat moet, decentraal wat kan. • West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. • Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. • Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. • Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. • Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. • De economische structuur van West-Brabant wordt versterkt door regionale specialisaties. • Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta. • Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. • Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. Doorwerking in het bestemmingsplan De doelen uit de ruimtelijke visie West-Brabant zijn globaal van karakter.
Doordat onderhavige ontwikkeling grotendeels plaatsvindt binnen het bestaande stedelijk gebied sluit de woonontwikkeling in algemene zin aan op de gestelde doelen uit de Ruimtelijke Visie West Brabant 2030. 2.4
Gemeentelijk beleid
2.4.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft de Structuurvisie Stedelijk Gebied vastgesteld op 21 december 2015. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie ‘Wij zijn Gilze en Rijen’ als het ambitiedocumenten ‘Ambities Gilze en Rijen – Nieuwe Kansen!’. De hoofdambities en koers zijn bepaald en in de structuurvisie vastgelegd. Met het opstellen van een structuurvisie zet de gemeente een belangrijke stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. 16
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes bij toekomstige projecten en bestemmingsplannen. Daarbij heeft de gemeente de volgende hoofdkeuzes gemaakt: 1. Nieuwe hoofdzakelijkheid: ‘Een nieuwe manier van denken over wonen.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap; - Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid. 2. Sterke schakels: ‘Bereikbaar voor iedereen.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaam verkeer) van de kernen en hun specifieke functies; - Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk. 3. Levendige centra: ‘Sterke en vitale dorpsharten.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Herkenbare en levendige dorpsharten; - Goede functionerende winkelconcentratiegebieden. 4. Karakteristieke bedrijvigheid: ‘Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel.’ Dit betekent dat de gemeente kiest voor: - Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid; - Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid. Beleidsuitgangspunten Molenschot Voor Molenschot bevat de Structuurvisie de volgende uitgangspunten: Door de ligging nabij vliegbasis Gilze-Rijen is de groeiruimte van Molenschot altijd zeer beperkt geweest.
Wellicht komt hier in de toekomst enige verandering in, omdat de bouwbeperkingen mogelijk verzacht worden. Daarom kiest de gemeente er voor, om de zone ten noorden van de Veenstraat en Kapelstraat aan te wijzen als zoekzone voor de dorpsuitbreiding van Molenschot. De gemeente kiest voor een geleidelijk groei, zodat de Molenschot jaarlijks enkele woningen kan toevoegen. Op deze manier hoopt de gemeente voor een lange tijd in de (lokale) woningvraag te kunnen voorzien. Uitgangspunt is dat de directe zichtlijnen, vanaf de oude radialen naar het buitengebied toe, ook bij mogelijke nieuwbouw behouden blijven. De voorkeur voor concentrische groei is ook ingegeven vanuit de wens om de ligging van Molenschot middenin het buitengebied te bewaken. De gemeente wil voorkomen dat Molenschot, door het verdichten van de lintbebouwing, vastgroeit aan de recreatie- en campinggebieden rondom het dorp. De gebieden rondom Molenschot moeten landschappelijk en/of natuurlijk blijven. Daarom kiest de gemeente ervoor om een duidelijke grens te trekken tussen dorp en buitengebied, zodat het contrast tussen dorp en buitengebied behouden blijft. Dit houdt in, dat het landschappelijke karakter van de linten dat buiten het dorp ligt, behouden moet worden. Doorwerking in het bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling betreft een kleinschalige woonontwikkeling van maximaal 4 woningen.
Het betreft lintbebouwing aan de noordzijde van de Kapelstraat, een historisch lint, en sluit goed aan op de naastgelegen bebouwing. Bij het ontwerp is rekening gehouden met het landschappelijke karakter van de linten. In de huidige situatie worden zichtlijnen naar het buitengebied ter hoogte van de ontwikkelingslocatie onderbroken door bestaande haagbeplanting. Dit betekent dat de beoogde ontwikkeling een beperkte invloed heeft op de zichtlijnen richting het buitengebied. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling passend is binnen het beleid zoals beschreven in de Structuurvisie. 2.4.2 Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 De toekomstvisie geeft een beeld van de gewenste ontwikkeling van de gemeente tussen nu en 2025. De gemeente schrijft het volgende in de toekomstvisie: “Onze gemeente heeft haar inwoners veel te bieden. Het is goed wonen, werken en leven in Gilze en Rijen. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteiten te behouden en ze verder te versterken.
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
17
Ook wil de gemeente nieuwe kwaliteiten ontwikkelen. Het is daarvoor nodig dat de gemeente verbindingen legt met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en met de omringende gemeenten.” Voor 2025 heeft de gemeente de volgende ambities opgesteld: • Versterken van de positie als woongemeente in het groen tussen twee steden; • Benutten van de strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant en versterken van de positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven; • Versterken van de vitaliteit van de kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur die optimaal worden gebruikt; • Versterken van de economische draagkracht van het buitengebied en van de belevingswaarde van dat buitengebied. Doorwerking in het bestemmingsplan Door de beoogde ontwikkeling van 4 woningen zal de positie als woongemeente in het groen versterkt worden. Geconcludeerd kan worden dat wordt ingespeeld op de ambities uit de Toekomstvisie. 2.4.3 Welstandsnota Gilze Rijen Het welstandstoezicht is bedoeld om in alle openheid een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Gilze en Rijen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving.
Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in de gemeente worden getoetst. Het gaat daarbij om algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke objecten en welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken. De algemene welstandscriteria richten zich op: • De relatie tussen vorm, gebruik en constructie; • De relatie tussen bouwwerk en omgeving; • De betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; • Het evenwicht tussen helderheid en complexiteit; • Schaal en maatverhoudingen; • Materiaal, textuur, kleur en licht. Het plangebied wordt gezien als bijzonder welstandsgebied en valt binnen gebiedscategorie 10, ‘Open agrarisch gebied’. De gemeente Gilze en Rijen wil dat de planlocatie in het nieuwe welstandsbeleid onder de gebiedscategorie ‘Kleinschalige dorpslinten’ wordt opgenomen. Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering • Behouden van de aanwezige waardevolle zichtlijnen naar open landschap.
• Interpreteren van vrijstaande bebouwing in verschillende dichtheden met een overwegende open karakteristiek in de straatwanden. • Interpreteren van een positionering verspringend ten opzichte van de voorgevellijn. Massa en vorm • Behouden van de maat en schaal van bebouwing gerelateerd aan de bebouwde omgeving (m.a.w. maat en schaal binnen de marges van bestaande bebouwing). • Interpreteren van dakvorm en –richting van de bebouwing in de directe omgeving. Gevarieerde dakvorm en –richting is wenselijk. • Interpreteren van kleinschaligheid, diversiteit en beslotenheid in het gevelbeeld. Gevelkarakteristiek • Interpreteren van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving en architectonische verschil met de belendende woning. 18
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
• • •
Geen dichte gevels (muren) op voetgangersniveau. Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving is wenselijk. Respecteren van authentieke detailleringen en ornamenten. Gevarieerde gevelindeling is wenselijk.
Kleur en materiaal • Interpreteren van aardkleurig metselwerk en dakbedekking van rode of donkere dakpannen. Wit stucwerk is mogelijk. • Met de omgeving harmoniërende kleuren is wenselijk. Overige • Voor toetsing van reclame-uitingen wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van de welstandsnota. • Voor toetsing van bouwaanvragen die vallen onder de zogenaamde kleine bouwwerken wordt verwezen naar de sneltoetscriteria in de welstandsnota, dit is te vinden in hoofdstuk 7 van de welstandsnota.
Figuur 2.3: Welstands kaart Molenschot, gemeente Gilze en Rijen, planlocatie zwart omcirkeld
Doorwerking in het bestemmingsplan Het plangebied wordt gezien als bijzonder welstandsgebied en valt binnen de gebiedscategorie ‘Open agrarisch gebied’. De gemeente Gilze en Rijen wil dat dat de planlocatie in het nieuwe welstandsbeleid onder de gebiedscategorie ‘Kleinschalige dorpslinten’ zal vallen. Het welstandsbeleid in deze gebieden is gericht op behoud of herstel van waardevolle elementen en structuren, met de mogelijkheid om gericht nieuwe elementen toe te voegen ter versterking van de karakteristiek. Nieuwe ingrepen dienen daarbij extra zorgvuldig binnen de bestaande context te worden beoordeeld. Bouwplannen zullen worden getoetst aan de uitgangspunten in de welstandsnota door de welstandscommissie. 2.4.4 Duurzaam bouwen Gemeente Gilze en Rijen heeft een specifieke ambitie voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheid-, sociale, milieukundige en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet.
De doelstelling van de kwaliteitgids is dan ook: “Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk en zijn omgeving.”
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
19
Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; • Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; • Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid; • Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren; • De vier vrijstaande woningen zullen gasloos worden uitgevoerd en zo veel mogelijk energie neutraal. 2.4.5 Duurzaamheid en milieu De gemeente Gilze en Rijen wil tijdig inspelen op klimaatverandering om elke wijk, buurt en straat aantrekkelijk, leefbaar en klimaatbestendig te maken voor onze inwoners en bezoekers. Om dit te bereiken is een klimaatkaart gemaakt. Op deze kaart is te zien waar de gevolgen van klimaatverandering plaatsvinden zodat per locatie de juiste maatregelen genomen kunnen worden. Een van de belangrijkste ambities is om kansen om de klimaatadaptiviteit van locaties te verbeteren en te koppelen aan andere opgaven. Voorbeelden zijn recreatie of ondernemen in het groen of het vergroenen van de leefomgeving. Op de klimaatkaart staan verschillende klimaateenheden aangegeven.
De planlocatie maakt onderdeel uit van de klimaateenheid ‘klimaatnetwerk knooperven en buurtschappen’. Voor dit deelgebied zijn de volgende specificaties opgenomen: Eigenschappen: • Lemig relatief vruchtbare zandgrond. • Goede vochthuishouding. • Fijnmazig netwerk van groen, erven en buurtschappen. Aandachtspunten: • Toenemende verdroging. • Geluid van luchtverkeer. Kansen: • Gezond groen en landelijk woongebied. • Versterken van ecologisch netwerk.
Figuur 2.5 Uitsnede klimaatkaart Gilze en Rijen, planlocatie zwart omcirceld.
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
20
Doorwerking in het bestemmingsplan Met de ontwikkeling van maximaal vier woningen aan het lint draagt het planvoornemen bij aan de verdere ontwikkeling van Molenschot als een gezond, groen en landelijk woongebied. Gezien de ruime opzet van de kavels ligt er de kans om overtollig hemelwater op eigen terrein af te wikkelen. Daarnaast worden de bestaande bomen aan de Kapelstraat, en een deel van de bestaande beplanting op de planlocatie gehandhaafd en wordt er gewerkt met groene erfafscheidingen. Dit draagt bij aan het versterken van de fijnmazige groenstructuur van het dorp. Daarmee speelt het planvoornemen in op de kansen en de eigenschappen van Molenschot zoals aangegeven op de klimaatkaart van de gemeente Gilze en Rijen. Het is de ambitie om de woningen zoveel mogelijk met duurzame materialen en energie-neutraal te realiseren. Alle woningen zullen worden gebouwd zonder gasaansluiting. 2.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de provincie NoordBrabant en de gemeente Gilze en Rijen.
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
21
3
Analyse van de bestaande situatie
3.1 Historische ontwikkeling Door de gunstige ligging op de overgang van hoge gronden naar lage gronden wordt het landschap rondom Molenschot al van oudsher agrarisch gebruikt. De hoge gronden waren geschikt voor akkerbouw, terwijl de lager gelegen gronden gebruikt werden als hooiland. Al vroeg in de middeleeuwen ontstond dan ook de eerste nederzetting, die later uitgroeide tot het dorp Molenschot. De hoofdstructuur van het dorp Molenschot bestaat uit historische linten die samenkomen op een centraal gelegen driehoekig plein. Het plein in de kern van het dorp is waarschijnlijk ontstaan uit het grondplan van een vestiging in de vroege middeleeuwen. De historische linten van Molenschot en het plein zijn vandaag de dag nog steeds beeldbepalend voor het dorp. Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Molenschot. De Kapelstraat, Veenstraat, Broekstraat en Schoolstraat zijn historische linten die worden begeleid door afwisselende lintbebouwing en bomenrijen. Aan deze linten staat een variatie aan agrarische bedrijven, woningen en een enkel bedrijf. De woningen bestaan veelal uit één of anderhalve bouwlaag met een kap. De morfologische opbouw van het dorp bepaalt samen met de ligging in het landelijk gebied, met uitgestrekte kavels en lange vergezichten, het landelijke karakter van het dorp. Vanuit historische kaarten lijkt het plangebied tot ca.
1940 kleinschalige bebouwing te hebben gekend. Deze gebouwen beëindigden destijds de lintbebouwing aan de Kapelstraat. In de huidige situatie is het gebied onbebouwd en loopt de lintbebouwing aan de overzijde van Kapelstraat verder door richting het westen.
Figuur 3.1: Historische kaart omstreeks 1900, locatie rood omlijnd
Figuur 3.2: Topografische kaart heden, locatie rood omlijnd
22
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
3.2 Ruimtelijke en functionele structuur Het plangebied aan de Kapelstraat is gelegen aan de westzijde van de kern Molenschot. Aan de noord- en westzijde van het plangebied ligt het plan direct aan het open landelijk gebied. Aan de zuid- en oostzijde bevinden zich woningen. Dit zijn met name vrijstaande woningen en schuren/bijgebouwen van 1 of 2 bouwlagen met kap en een traditionele, agrarische uitstraling. Ook is er aan de overzijde een enkel bedrijf gevestigd. De Kapelstraat is een belangrijke invalsweg en fungeert als westelijke ontsluiting voor Molenschot. De Kapelstraat heeft een groene uitstraling met imposante bomen als laanbeplanting. Het plangebied zelf bestaat uit particuliere volkstuinen. Op de kavels zijn in de bestaande situatie twee bergingen (zie figuur 3.3) en een deel aan overige verharding aanwezig.
Figuur 3.3: Plangebied in vogelvluchtperspectief (najaar 2021) , plangebied wit omlijnd
Figuur 3.4: Westgrens plangebied, kijkrichting noorden
Figuur 3.5: Zuidrand plangebied, kijkrichting oosten
Figuur 3.6: De Kapelstraat, kijkrichting westen
Figuur 3.7: Volkstuinen, kijkrichting noorden
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
23
4
Planontwikkeling
4.1 Huidige situatie Op de locatie aan de Kapelstraat zijn nu particuliere volkstuinen gelegen. De forse bomenstructuur langs de Kapelstraat is kenmerkend voor deze groene entree van Molenschot. De locatie leent zich goed voor een kleinschalige woonontwikkeling: • De Kapelstraat is een historisch bebouwingslint. Een woonontwikkeling op deze locatie met een kleine korrel sluit goed aan op de omgeving die vooral gekenmerkt wordt door kleinschalige lintbebouwing; • De locatie is goed te ontsluiten via de Kapelstraat; • De locatie is de westelijke entree van Molenschot. In de huidige situatie oogt de locatie vrij rommelig. Een kleinschalige woonontwikkeling kan de locatie markeren als helder entreepunt van het dorp; • De locatie biedt vanwege haar omvang en ligging de mogelijkheid een open en landelijke woonomgeving te ontwikkelen die aansluit op het karakter van Molenschot.
Volkstuinen
Kapelstraat
Figuur 4.1: Huidige situatie, schaalloos, locatie wit omlijnd
24
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
4.2 Toekomstige situatie Doordat de volkstuinen op deze locatie komen te vervallen biedt dit ruimte en kansen voor een aanvulling van het dorpslint en het realiseren van een mooi vormgegeven entree voor het dorp. In het plan wordt dit bereikt door het toevoegen van 4 woningen aan de Kapelstraat. De bestaande lintbebouwing wordt daarmee voortgezet. De woningen worden georiënteerd op de Kapelstraat. Met vrijstaande woningen wordt goed aangesloten op de karakteristiek van de bestaande bebouwing aan de Kapelstraat. De breedte van de kavels is gemiddeld ca. 22 meter en de diepte ca. 45 meter. Woningen kunnen in de breedte of lengte worden ontwikkeld. Zo ontstaat een gevarieerd straatbeeld met dwarskappen en langskappen. De achterzijde van de kavels grenzen aan het buitengebied. Langs de Kapelstraat staan, op gemeentelijke grond, een aantal forse, beeldbepalende bomen. Deze bomen worden behouden en zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde worden de kavels begrensd met groene erfafscheidingen (hagen). De kavels zijn van voldoende breedte om een open bebouwingstructuur te bewerkstelligen. De woningen hebben diepe voortuinen van ca. 6 meter die bijdragen aan een ruim en groen beeld.
Figuur 4.2: Vooraanzicht vanaf de Kapelstraat, indicatief en schaalloos
Strook met landschappelijke inpassing (inclusief te handhaven beplanting)
Te handhaven fruitbomen
Te handhaven schuur
Kapelstraat
Figuur 4.3: Stedenbouwkundig plan, indicatief en schaalloos, locatie zwart omstippeld
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
25
Verkeer Bij het berekenen van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Gilze en Rijen. Daarbij geldt dat de planlocatie valt onder het gebiedstype ‘Overig’. In onderstaande tabel is het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe woonontwikkeling berekend. Verkeersgeneratie aantal woningen Verkeersgeneratie per woning totaal Koop, vrijstaand
8,2
4
32,8
Als gevolg van het plan neemt het aantal verkeersbewegingen dus met circa 33 toe. Dit aantal is beperkt en kan via de bestaande straten eenvoudig worden afgewikkeld. Parkeren In onderstaande tabel is weergegeven met welke parkeeraantallen er voor de nieuwe woningen rekening gehouden dient te worden. Bij het berekenen van de aantallen parkeerplaatsen wordt uitgegaan van het gemiddelde van de bandbreedte van parkeernormen wonen uit de Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017. De Nota parkeernormen verwijsd naar de CROW, met als uitgangspunten ‘matig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’ en dan het midden van de bandbreedte.
Koop, vrijstaand. met opp. > 90m2
Parkeernorm incl. 0,3 pp bezoekers
aantal woningen pp benodigd
2
4
8
Vanwege de ruimte opzet van de kavels kan er aan de parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning worden voldaan. De vrijstaande woningen hebben een brede oprit waarop ruimte is voor 2 parkeerplaatsen naast elkaar. Door de grotere diepte van de voortuin zijn de opritten van voldoende lengte om 2 auto’s achter elkaar te plaatsen. Dit betekent dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kunnen worden. Geconcludeerd kan worden dat er aan de behoefte van 8 parkeerplaatsen op eigen terrein kan worden voldaan. Beeldkwaliteit Het plan kent een landelijke/dorpse sfeer en beleving van wonen. Hierdoor dient het plan zich als vanzelfsprekend te voegen in de ruimtelijke karakteristiek van Molenschot, met een dorpse schaal. Om de beeldkwaliteit, mede in relatie tot de dorpse schaal, vast te leggen zijn beknopte uitgangspunten voor de beeldkwaliteit en architectuur opgesteld: • • • • •
Voorkanten van woningen worden gericht naar de Kapelstraat; De woningen hebben een kap, uitgangspunt is een zadeldak, evenwijdig of haaks op de Kapelstraat; De woningen kennen een dorpse, ingetogen architectuur. De uitstraling kan traditioneel zijn maar er kan ook worden gekozen voor een meer hedendaagse vertaling van het traditionele type; De materialisatie dient een dorpse uitstraling te hebben die past bij het karakter van Molenschot; Andere materialen kunnen worden toegepast als de architectuur daarom vraagt.
Energie en duurzaamheid Het is de ambitie om de woningen zoveel mogelijk met duurzame materialen en energie-neutraal te realiseren. Alle woningen zullen worden gebouwd zonder gasaansluiting.
26
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
Figuur 4.4: Referenties vrijstaande woningen met een landelijk/dorps karakter
4.3 Landschappelijke inpassing Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in landelijk gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze fysieke verbetering kan betrekking hebben op: • het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; • het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; • het wegnemen van verharding; • het slopen van bebouwing; • de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones. Er worden drie categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden: • Categorie 1: Dit betreft kleine afwijkingen en kleinschalige ontwikkelingen die passen binnen de bestaande bouwmogelijkheden en ontwikkelingen die op zichzelf al primair kwaliteitsverbetering van het landschap tot doel of gevolg hebben. Hier is geen kwaliteitsverbetering vereist. • Categorie 2: Hierbij gaat het om ontwikkelingen met een relatief beperkte invloed op de omgeving, die passend zijn in het buitengebied. Er is alleen landschappelijke inpassing vereist. • Categorie 3: Dit betreft ontwikkelingen waarbij sprake is van een (substantiële) invloed op het landschap.
Hierbij is zowel landschappelijke inpassing als ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist. De afspraken rondom kwaliteitsverbetering zijn vastgelegd in het Regionale afsprakenkader van de regio Hart van Brabant. Het plan wordt op basis hiervan aangemerkt als een categorie 3 ontwikkeling. Voor deze plannen wordt naast landschappelijke inpassing een berekende bijdrage gevraagd, waarbij 20% van de waardevermeerdering geïnvesteerd moet worden in kwaliteitsverbetering. Figuren 4.5 en 4.6 weergeven de berekening voor het te investeren bedrag voor de kwaliteitsverbetering van het landschap en een overzicht van de gronden waarop de berekening van toepassing is. Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
27
Bestemming Oud Volkstuin
oppervlakte
Nieuw Wonen (in gemengd landelijk gebied) Groen totaal
waarde per m2
Waarde
1.220 €
15,00 € 18.300,00
1.030 € 190 € 1.220
200,00 € 206.000,00 1,00 € 190,00 € 206.190,00
Waardevermeerdering
€ 187.890,00
20 % investering
€ 37.578,00
Figuur 4.5: Berekening investering kwaliteitsverbetering van het landschap
ca. 190 m2 ca. 1.030 m2 Voorbeeld investering Aanleggen haag Planten bomen
G
Onderhoud haag Onderhoud bomen
W
€Landelijk 4.000,00 gebied € 4.000,00 Groen - Landschappelijke inpassing (190m2) € 5.000,00 Wonen - Concentratiegebied € 5.000,00
W Wonen - Gemengd landelijk gebied (1.030m2)
Opstellen landschapsplan Figuur 4.6: Overzicht aantal m2 bestemmingen
€
1.500,00
€ 19.500,00
Op basis van het beoogde plan en de hierboven beschreven uitgangspunten zijn de huidige en nieuwe planologische situatie met elkaar vergeleken aan de hand van waardes die aan de bestemmingen toegekend worden. Hieruit blijkt dat er op de gronden die aangemerkt worden als ‘Gemengd landelijk gebied’ sprake is van een waardevermeerdering van €187.890,-. Een inspanning van 20% van dit bedrag betekent dat er €37.578,- geïnvesteerd moet worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt invulling gegeven aan de kwaliteitsverbetering door het toevoegen van landschapselementen en het wegnemen van bebouwing (schuur). Deze inspanning levert een berekende investering op van circa €46.200,-. Daarmee wordt ruim voldaan aan de berekende basisinspanning van €37.578. Het te investeren bedrag wordt in de onderstaande tabel beknopt toegelicht: Plankosten en planvoorbereiding Sloopkosten Aankoop bomen en beplanting Aanleg Inboet Onderhoud (10 jaar)
€2.500,€1.400,€10.850,€3.700,€4.000,€23.750,-
Totale investering
€46.200,-
Deze kwaliteitsverbetering is vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan dat tevens is opgenomen als bijlage bij dit bestemmingsplan. Dit landschappelijk inpassingsplan wordt verder toegelicht in de volgende paragraaf. De uitvoering en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is vastgelegd en geborgd in de regels van dit bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting.
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
28
Landschappelijk inpassingsplan De kwaliteitsverbetering van het landschap is vastgelegd in het landschapsinrichtingsplan. In de regels van dit bestemmingsplan is bepaald dat het gebruiken of laten gebruiken van de gronden met de bestemming Wonen uitsluitend is toegestaan indien de landschappelijke inpassing ,overeenkomstig het landschappelijk inpassingplan zoals opgenomen in de bijlagen, is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. Het landschapsinrichtingsplan wordt hieronder per deelgebied toegelicht; Deelgebied 1 Bestaande beukhagen(ca. 1m breed) De bestaande beukhagen op de noordwesthoek en de oostgrens van de planlocatie worden gehandhaafd. Deelgebied 2 Bestaande groenstrook De beplanting op de westgrens van de planlocatie zal worden gehandhaafd. Deze beplantingstrook bestaat uit: Krenten, Portugese laurier, Seringen, Vlinderstruik, Rodondendron, Laurier, Glansmispel en Vuurdoorn. Bij vervanging kan deze groenstrook worden aangevuld met onder andere krentenbomen, liguster, sneeuwbal. Deelgebied 3 Bestaande bomen Op de twee westelijke percelen zullen in totaal vijf bomen worden gehandhaafd. Dit zijn 4 appelbomen van circa 5 meter hoog en een den (3a) van circa 6 meter hoog.
Deelgebied 4 Nieuwe gemengde haag (plantstrook 1,5m breed) Op het meest westelijke perceel na, krijgen de percelen een gemengde haag als erfafscheiding aan de achterkant van het perceel. Deze gemengde haag is circa 48 meter lang en bestaat uit de volgende soorten: Krentenboom, wilde appel, aalbes, sleedoorn, gele kornoelje, appelbes, lijsterbes, liguster en spierstruik. Deelgebied 5 Erfafscheidingen voorzijde De percelen krijgen aan de voorzijde een erfafscheiding in de vorm van een ca. 1 -1,2m hoge groene haagbeuk. Deelgebied 6 Solitairen Op het meest westelijke perceel na, worden er op de achterzijde van de percelen 5 solitairen geplant. De soorten zijn: Judasboom, perenboom, sierkers, zoete appel en meelbes.
4 1 3 6
2
1 5
Figuur 4.6: Schets landschapsinrichtingsplan
Ontwerp bestemmingsplan “Kapelstraat te Molenschot” - 4 augustus 2022
29
5
Onderzoek en verantwoording
Ten behoeve van de ontwikkeling van het plan aan de Kapelstraat te Molenschot is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijk relevante aspecten. Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied van ca. 3830 m2. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. In dit hoofdstuk worden de betreffende rapporten beknopt samengevat. 5.1
Cultuurhistorie en Archeologie
5.1.1 Cultuurhistorie Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.