Bijlage 3 nieuw - Bestemmingsplan - toelichting en bijlagen
Tekst van het document
Nieuwstraat 20, Gilze
bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Inhoudsopgave
Toelichting
2 ld)
3
bestemmingsplan "Nieuwstraat 20, Gilze" (vastgeste
bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Toelichting
bestemmingsplan "Nieuwstraat 20, Gilze" (vastgesteld) 3
Toelichting Bestemmingsplan
Nieuwstraat 20, Gilze
Colofon
Gemeente:
Gilze en Rijen
Projectlocatie:
Nieuwstraat 20 5126 CE Gilze
Datum:
04-09-2024
Status:
Vastgesteld
IMRO-Code:
NL.IMRO.0784.Nieuwstraat20-VG01
Opgesteld door:
Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl
Projectnummer:
20284.002 / Rda / BK
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 2 van 44
Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.
Aanleiding en doel ........................................................................................... 5
1.2.
Geldend planologisch regime ............................................................................ 5
1.3.
Procedure ....................................................................................................... 5
1.4.
Leeswijzer ....................................................................................................... 6
2. Planbeschrijving............................................................................................... 7 2.1.
Bestaande situatie............................................................................................ 7
2.2.
Beoogde situatie .............................................................................................. 8
3. Beleidskader................................................................................................... 11 3.1.
Rijksbeleid...................................................................................................... 11
3.1.1. 3.1.2. 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................ 12
3.2.1. 3.2.2. 3.3.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................. 11 Ladder duurzame verstedelijking ............................................................... 11 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 12 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 13
Gemeentelijk beleid......................................................................................... 16
3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4.
Structuurvisie Stedelijk gebied ................................................................... 16 Toekomstvisie Gilze en Rijen ..................................................................... 16 Woonvisie ................................................................................................ 17 Bestemmingsplan ..................................................................................... 17
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 18 4.1.
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 18
4.2.
Waterhuishouding ........................................................................................... 18
4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.3.
Natuur ........................................................................................................... 22
4.3.1. 4.3.2. 4.4.
Waterrelevant beleid................................................................................. 19 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 21 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 21 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 22 Wet natuurbescherming ............................................................................ 23
Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 26
4.4.1. 4.4.2.
Cultuurhistorie ......................................................................................... 26 Archeologie .............................................................................................. 30
4.5.
Bodemkwaliteit ............................................................................................... 31
4.6.
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 31
4.7.
Geur .............................................................................................................. 32
4.7.1. 4.7.2. 4.8.
Omgekeerde werking ................................................................................ 32 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 32
Luchtkwaliteit ................................................................................................. 33
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 3 van 44
4.8.1. 4.8.2.
Niet in betekenende mate ......................................................................... 33 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 34
4.9.
Geluid ............................................................................................................ 36
4.10.
Verkeer en parkeren .................................................................................... 37
4.11.
Externe veiligheid ........................................................................................ 37
4.11.1. 4.11.2. 4.12.
Regelgeving ............................................................................................. 37 Toetsing aan beleid .................................................................................. 38 Technische infrastructuur ............................................................................. 39
5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 40 5.1.
Juridische achtergrond .................................................................................... 40
5.2.
Toelichting verbeelding.................................................................................... 40
5.3.
Toelichting regels............................................................................................ 40
6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 42 6.1.
Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 42
6.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 42
6.2.1. 6.2.2.
Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 42 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 42
7. Bijlagen .......................................................................................................... 43
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 4 van 44
1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Op dit moment is het betreffende gedeelte van het perceel, waar de woningen zijn beoogd, ingericht als tuin van de eigenaar van de gronden aan de Nieuwstraat 20. Aangezien het bestemmingsplan voor het aangrenzende Centrum Gilze is vastgesteld, is dit een kans om aan te sluiten bij dit plan waarin nieuwe woningen zijn voorzien rondom het plangebied. De eigenaar heeft de wens om een gedeelte van zijn perceel her te bestemmen om op deze manier drie burgerwoningen te kunnen realiseren voor de verkoop. In november 2019 heeft de gemeente reeds een positief principebesluit genomen op het verzoek om woningen te bouwen in de tuin van Nieuwstraat 20. Hierin staat dat het plan voorstelbaar is, mits een nader uitgewerkt plan past binnen de opgenomen voorwaarden. Naar aanleiding van dit positieve principebesluit is de partiële herziening van het bestemmingsplan, met inachtneming van de gestelde voorwaarden, opgestart. 1.2. Geldend planologisch regime Het vigerend planologisch regime ter plaatse van het plangebied is vervat in het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Gilze’, aldus vastgesteld d.d. 27 mei 2013.
Conform de verbeelding van het bestemmingsplan heeft het plangebied de volgende bestemming toegekend gekregen, zie Afbeelding 1: • Enkelbestemming: Centrum -1
Afbeelding 1: Uitsnede bestemmingsplan Centrumgebied Gilze, plangebied rood omkaderd
Er is geen bouwvlak opgenomen waarbinnen het mogelijk is om de woningen te realiseren. De beoogde bestemmingswijziging van een gedeelte van het perceel past niet binnen de regels van het bestemmingsplan. Ook is er geen wijzigingsbevoegdheid om de beoogde situatie te kunnen realiseren. Er is derhalve een partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. 1.3. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 5 van 44
ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan een ieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt het opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Binnen deze 6 weken kan een ieder die tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp en belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4.
Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 6 van 44
2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen het plangebied. 2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen midden in de kern van Gilze. Op circa 800 meter is, in oostelijke richting, de N260 van Tilburg naar Baarle-Nassau gelegen (zie Afbeelding 2). Op ongeveer 900 meter is, in noordelijke richting, de A58 van Breda naar Tilburg gelegen. Het plangebied is omringd door woningen, kleinschalige bedrijven en voorzieningen zoals detailhandel en een park. Het plan is gelegen naast het nieuwe dorpshart van Gilze met een supermarkt, detailhandel, woningen, parkeervoorzieningen, een plein en openbaar groen.
Afbeelding 2: Ligging plangebied (rood omcirkeld) in de omgeving Het plangebied betreft een gedeelte van het perceel bekend als gemeente Gilze-Rijen sectie L – nummer 2605 (zie Afbeelding 3). Op dit perceel is de woning en bijbehorende tuin van de eigenaar gelegen.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 7 van 44
Afbeelding 3: Plangebied
2.2. Beoogde situatie De eigenaar van de gronden wenst drie woningen op zijn perceel te realiseren voor de verkoop. Rondom het plangebied is een nieuw centrumplan bijna opgeleverd en het is een kans om dit plan er op aan te laten sluiten. Om deze realisatie mogelijk te maken, wenst de eigenaar het plangebied te herbestemmen naar de bestemming ‘Centrum – 3’ om de woningen te mogen realiseren. Op Afbeelding 5 en Bijlage 1 bij deze toelichting is het stedenbouwkundige inpassingsplan opgenomen. Voor de eigenaar van de gronden blijft er een volwaardige tuin over. Als Bijlage 2 bij deze toelichting is het landschappelijk inpassingsplan opgenomen. De stedenbouwkundige inpassing van het initiatief aan de Nieuwstraat 20 te Gilze is afgestemd op het inrichtingsplan van het Centrumplan van de gemeente Gilze-Rijen en de bestaande omgeving, zie Afbeelding 5. Met het Centrumplan is een nieuw dorpshart voor Gilze gerealiseerd met een supermarkt (‘Carréhof’), detailhandel, woningen, parkeervoorzieningen, een plein en openbaar groen. In het ‘Langehof’ zijn enkele drie-onder-éénkapwoningen gebouwd. Het ‘Carréhof’ en en ‘Langehof’ zijn tevens schetsmatig op Afbeelding 5 opgenomen. In dit plan worden daarom ook drie-onder-éénkapwoningen voorgesteld met ongeveer dezelfde massa’s, vormgeving en beeldkwaliteit. Door de toevoeging van deze woningen ontstaat een volwaardige straatwand.
Parkeren wordt volledig op eigen terrein van dit plangebied opgelost. Een inrit voor het parkeren is enkel aan de oostzijde mogelijk omdat enkel dat deel van het plangebied kan worden bereikt met de auto. De rest van de perceelsbreedte valt binnen het voetgangersgebied van het Centrumplan. Zo sluit het ontwerp aan op de (toekomstige) omgeving en de opgenomen voorwaarden van het eerdere principebesluit. De oppervlaktes van de percelen zullen circa 280, 150 en 410 m² (dit zijn globale oppervlaktes op basis van de schets) worden. De woningen zelf zijn van gelijke omvang. Voor de goot- en bouwhoogtes is aangesloten bij de minimale en maximale hoogtes bij de drie-onder-éénkapwoningen in het ‘Langehof’. Bestaande bomen worden zoveel mogelijk gehandhaafd om het plangebied landschappelijk in te passen. De beeldkwaliteit zal worden uitgevoerd conform de welstandsnota en er zal worden
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 8 van 44
aangesloten bij het beeldkwaliteitsplan behorende bij het bestemmingsplan ‘Centrumplan Gilze – Centrumdeel’. Met het Centrumplan is een nieuw dorpshart voor Gilze gerealiseerd met een supermarkt (Carréhof), detailhandel, woningen, parkeervoorzieningen, een plein en openbaar groen. In het ‘Langehof’ zijn enkele drie-onder-éénkapwoningen gerealiseerd. Hieronder staan de architectonische
uitgangspunten en het materiaalgebruik voor het naastgelegen ‘Langehof’ uiteengezet: Onderstaande afbeelding weergeeft een schetsontwerp van de beoogde woningen aan ‘Langehof’:
Afbeelding 4: Ontwerp drie-onder-éénkapwoningen op de naastgelegen gronden ‘Langehof’
Zoals hierboven omschreven zullen de beoogde woningen aansluiten bij de architectonische uitgangspunten en het materiaalgebruik, van de omliggende woningen. Bovendien zullen de erfafscheiding grenzend aan het openbare gebied mee worden ontworpen en ingepast in het ‘Centrumplan Gilze – Centrumdeel’. In het kader van de omgevingsvergunning die voor de activiteit bouwen dient te worden aangevraagd zal hiervoor een schetsplan worden aangeleverd en zal er in overleg worden gegaan met de welstandscommissie.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 9 van 44
Afbeelding 5: Beoogde situatie binnen de omgeving
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 10 van 44
3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1. Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio's; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een sterke en gezonde regio. Het realiseren van 3 woningen zorgt voor het terugdringen van het woningtekort, waar in de regio sprake van is. Derhalve wordt bijgedragen aan het versterken van de regio en past de ontwikkeling daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Uit de toetsing in hoofdstuk 3 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling past binnen de kenmerken en uitgangspunten van het gebied.
Uit de toetsing in hoofdstuk 4 van deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten zal hebben op de waarden in de omgeving. Hieruit blijkt dat bij de beoogde ontwikkeling de belangen van de NOVI goed afgewogen zijn.
3.1.2. Ladder duurzame verstedelijking
In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. Voor woningbouw vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Het initiatief betreft het realiseren van 3 nieuwe woningen. Dit heeft derhalve geen betrekking op een
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 11 van 44
stedelijke ontwikkeling die voorziet in een regionale behoefte. Toepassing van de ladder is daarom niet nodig. 3.2. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
3.2.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant
De provincie Noord-Brabant heeft op 14 december 2018 de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘Werken aan de slimme netwerkstad’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is:
‘Het stedelijk netwerk van Brabant functioneert als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen als onderdeel van de Noordwest-Europese metropool. Brabant kenmerkt zich door een sterke sociale cohesie, een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem en een uitstekende (digitale) infrastructuur.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is:
‘Brabantse partijen werken aan de transformatie van het bestaand bebouwd gebied van Brabant. Ondersteund door de digitale ontwikkelingen zijn er belangrijke stappen gezet in de richting van een excellent en duurzaam woon-, leef- en vestigingsklimaat met een comfortabel, betrouwbaar en multimodaal verkeers- en vervoersysteem. Bewoners uit alle geledingen van de bevolking voelen zich verbonden met hun omgeving en met elkaar doordat zij meedenken en meedoen aan de veranderingen in hun omgeving.’ Brabant doet het goed. Om top kennis- en innovatieregio te blijven en deze positie te versterken is het nodig dat Brabant zich sterker inzet voor een toekomstbestendig woon-, leef- en vestigingsklimaat met een robuust mobiliteitssysteem. Binnen het netwerk zullen de verschillen toenemen. In en rond de grote steden is er een relatief hoge dynamiek: de economie en de bevolking van de stedelijke regio’s groeit. Andere delen van Brabant, met name de grensregio’s, krijgen te maken met krimp. De verschillen vragen om maatwerk: enerzijds zorgdragen voor de vitaliteit van krimpgebieden en de aanhaking hiervan op het centrale stedelijke netwerk en anderzijds het ondersteunen en versterken van het centrale stedelijke netwerk. Daarnaast is het van belang de laagdynamische gebieden die rust, ruimte, cultuurhistorie en natuur bieden te koesteren.
Om de doelen te bereiken wordt ingezet op een samenhangende ruimtelijke koers waarin stad, land en mobiliteit met elkaar worden verbonden. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De komende 10 jaar ligt er namelijk nog een forse woningbouwopgave, maar daarna loopt deze in omvang af. Dit betekent dat er de komende 10 jaar interessante kansen liggen om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 12 van 44
De kern Gilze is aan te wijzen als een relatief hoog dynamisch gebied. Het initiatief past bij het versterken van het centrale stedelijke netwerk en de beoogde ontwikkeling past bij de concrete marktvraag naar woningbouw. Er kan dus geconcludeerd worden dat het initiatief past binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.
3.2.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin de planlocatie ligt.
In dit geval ligt de planlocatie in de werkingsgebieden ‘Stedelijk gebied’ en ‘Stalderingsgebied’, zie Afbeelding 6. Artikel 3.42 bevat de voorwaarden voor de ontwikkeling van woonfuncties binnen stedelijk gebied. Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op een hokdierhouderij. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing.
Afbeelding 6: Uitsnede kaart Iov Noord-Brabant, plangebied met plusteken weergegeven
Aan de relevante artikelen zal hierna worden getoetst. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 13 van 44
Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikelen 3.6 t/m 3.8. Omdat er geen sprake is van een ontwikkeling in het landelijk gebied hoeft er geen sprake te zijn van kwaliteitsverbetering, zoals gesteld in artikel 3.9 van de Iov. Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. In de beoogde situatie wordt gebruik gemaakt van een bestaand ruimtebeslag, aangezien het plangebied is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’. Uit paragraaf 3.1.2 van deze toelichting blijkt dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Tot slot zullen alle gebouwen geconcentreerd worden binnen een nieuw bouwperceel. Er wordt derhalve voldaan aan artikel 3.6 van de Iov.
Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Uit deze toetsing blijkt dat de beoogde ontwikkeling in het heden en in de toekomst geen beperkingen zal opleveren voor de omgeving.
Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door nieuwe woningen te realiseren op een inbreidingslocatie. Het plan voorziet in de vraag naar kleinere en betaalbare woningen, een sociaal en economisch aspect dat bij de ontwikkeling is betrokken. Tot slot is het bestaande groen geïnventariseerd en wordt het groen waar mogelijk ingepast in het plan. Duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 3.42) Artikel 3.42 bevat de voorwaarden voor de ontwikkeling van woonfuncties binnen Stedelijk gebied. Er is getoetst aan de gestelde voorwaarden uit artikel 3.42 van de Iov:
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 14 van 44
Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Op basis van artikel 5.4 van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant maakt de gemeente Gilze en Rijen regionale woningbouwafspraken. De basis voor deze afspraken zijn de bevolkings- en woningbehoefteprognoses van de Provincie Noord-Brabant. Op basis van deze woningvoorraadbehoefte per gemeente geldt voor Gilze en Rijen een gewenste toename van de woningvoorraad met 1.190 woningen. De gemeente constateert dat zij de afgelopen jaren minder gebouwd heeft dan op basis van de eerdere provinciale prognose berekend was. Om alsnog te voorzien in de uitgestelde woningbehoefte zal er een inhaalslag nodig zijn. De bouw van 3 woningen draagt bij aan deze inhaalslag. In lid 2 van artikel 3.42 van de Iov zijn voorwaarden opgenomen waaraan een duurzame stedelijke ontwikkeling dient te voldoen. Aan deze voorwaarden wordt hieronder getoetst:
Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving;
De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats op een inbreidingslocatie in het stedelijk gebied van Gilze. Door het toevoegen van drie burgerwoningen op deze locatie wordt de omgevingskwaliteit bevorderd en wordt optimaal invulling gegeven aan de mogelijkheden voor deze locatie binnen een veilige en gezonde leefomgeving.
b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden;
Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied. Bij de beoogde ontwikkeling is sprake van het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik door de mogelijkheden binnen de bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten.
c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;
Voor de nieuw te bouwen woningen geldt sinds 1 juli 2018 een aardgasverbod. Dit betekent dat de woningen niet op het aardgas mogen worden aangesloten. De woningen zullen derhalve worden voorzien van toekomstbestendige energievoorzieningen.
d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water;
De woningen worden op een duurzame wijze ontwikkeld met duurzame materialen en zal er op eigen terrein voldoende ruimte zijn voor de opvang van water (zie paragraaf 4.2.3). De kap van de bomen wordt tevens gecompenseerd, waardoor er omtrent hittestress geen onevenredige negatieve effecten zullen ontstaan.
e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit;
Door het ontwikkelen van de woningen in het centrum van Gilze zijn alle dagelijkse voorzieningen per fiets of te voet bereikbaar. Daarnaast kunnen eventueel laadpalen voor elektrische auto’s op eigen terrein worden gerealiseerd. Hierdoor wordt invulling gegeven aan duurzame mobiliteit en een gezonde leefomgeving.
f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
De voorgenomen ontwikkeling staat een duurzame, concurrerende economie niet in de weg. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 15 van 44
Conclusie Gelet op bovenstaande voldoet de ontwikkeling aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie, de gemeentelijke toekomstvisie, de woonvisie en het bestemmingsplan.
3.3.1. Structuurvisie Stedelijk gebied
De laatste actualisatie van de structuurvisie ‘Structuurvisie Stedelijk Gebied’ is op 17 juni 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze structuurvisie is een stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities van de gemeente Gilze en Rijen. Het is een toekomstvisie en ambitiedocument voor het ruimtelijke domein. In dit document is het plangebied aangeduid als ‘Inbreidingslocatie Achter de Hoven’ (zie Afbeelding 7). Hierover staat in het document dat het Centrumplan onderdeel is van deze inbreidingslocatie. Verder staat niet uitgelegd hoe deze inbreidingslocatie vorm zal moeten krijgen in de structuurvisie.
Afbeelding 7: Uitsnede Structuurvisie Stedelijk gebied van de gemeente Gilze en Rijen (plangebied is zwart omcirkeld)
Omdat het plangebied in de Structuurvisie Stedelijk Gebied is aangeduid als een ‘inbreidingslocatie’, is het realiseren van extra woningen binnen het bestaand bebouwd gebied passend binnen deze visie.
3.3.2. Toekomstvisie Gilze en Rijen
De Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 ‘Wij zijn Gilze en Rijen’ is in maart 2012 vastgesteld. Met deze visie wil de gemeente richting geven aan het beleid in de periode tot 2025. Het versterken van de vitaliteit van de dorpen staat voorop. De visie is tot stand gekomen door intensief overleg met de inwoners en de maatschappelijke organisaties. Bij het formuleren van ambities en richtingen voor de toekomst moet de gemeente rekening houden met belangrijke algemene trends en ontwikkelingen. Eén van de trends en ontwikkelingen is de demografische ontwikkeling. Het aantal woningen en het aantal inwoners in de gemeente neemt in de komende jaren volgens prognoses van het CBS en de provincie nog toe. Ook de komst van arbeidsmigranten in de gemeente stelt de gemeente voor huisvestingsvraagstukken.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 16 van 44
Omdat het initiatief voorziet in extra woningen voor het groeiende aantal inwoners van de gemeente, draagt het initiatief bij aan de oplossing om deze inwoners te huisvesten. De vraag is groot volgens prognoses. Het initiatief past binnen deze toekomstvisie.
3.3.3. Woonvisie
In november 2019 is de woonvisie ‘Wonen in Gilze en Rijen, doorstromend, duurzaam en divers’ vastgesteld. De woonvisie draagt bij aan de ambitie van Gilze en Rijen als een aantrekkelijke, duurzame en gezonde gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. De woonvisie functioneert daarnaast als belangrijke onderbouwing voor prestatieafspraken en woningbouwplannen. De provinciale prognose verwacht dat de bevolking in de gemeente Gilze en Rijen de komende tien jaar sterker toeneemt dan voorheen, met circa 850 personen. Gelijktijdig groeit het aantal huishoudens naar verwachting met circa 400 huishoudens tot 2029 en nog eens een kleine 200 huishoudens tot 2039. De woningbehoefte wordt, naast demografische ontwikkelingen, sterk gestuurd door migratiepatronen en het economisch tij. De prognose geeft dan ook een trendmatige indicatie van de kwantitatieve woningbehoefte op de langere termijn. De verwachte kwantitatieve woningbehoefte op basis van de provinciale prognose voor de komende tien jaar ligt daarmee tussen de 400 en de 660 woningen voor de gemeente Gilze en Rijen. In 2020, na de vaststelling van de gemeentelijke woonvisie, heeft de provincie deze bevolkings- en woningbehoefte prognoses geactualiseerd. De prognose geeft nu een groei van de woningbehoefte met 1.190 woningen weer binnen de gemeente Gilze en Rijen.
De verwachte bevolkingsgroei tot 2030 binnen de gemeente is nu geactualiseerd naar 1.345 personen en de verwachte groei in huishoudens binnen de gemeente is naar schatting 920 huishoudens. De gemeente constateert dat zij de afgelopen jaren minder gebouwd heeft dan op basis van de eerdere provinciale prognose berekend was. Ook de provincie constateerde dit, zo bleek bij een regio bijeenkomst wonen in november 2019. Om alsnog te voorzien in de uitgestelde woningbehoefte zal er een inhaalslag nodig zijn. De gemeente wil de komende jaren een inhaalslag doen op de nieuwbouw, om te voorzien in de uitgestelde woningbehoefte. Het is van belang de woningproductie te versnellen en te vergroten om aan de vraag vanuit de markt te kunnen voldoen. De gemeente is van plan om naast de vervangende woningbouw circa 125 tot 150 woningen per jaar te bouwen. In het woningbouwprogrammering geeft de gemeente daarom een hogere prioritering aan bouwprojecten om zo de inhaalslag te bewerkstellen. Om doorstroming per kern te borgen dient in elke kern gebouwd te worden. Hierdoor komt de bestaande woningvoorraad deels vrij voor starters en wordt de doorstroming bevorderd. In Gilze gaat het om het bouwen voor eigen inwoners en nieuwkomers.
Omdat het initiatief voorziet in extra woningen, sluit het initiatief aan op de wens van de gemeente om een inhaalslag te doen op nieuwbouw, om zo te kunnen voorzien in de (uitgestelde) woningbehoefte. Het initiatief past binnen de woonvisie.
3.3.4. Bestemmingsplan
Zoals al in de inleiding van deze toelichting is beschreven is voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Gilze’ vigerend. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Centrum - 1‘, zie Afbeelding 1. Conform het vigerend planologisch beleid is het realiseren van 3 woningen niet rechtstreeks mogelijk. Tevens zijn geen bevoegdheden in het bestemmingsplan opgenomen die de beoogde ontwikkeling mogelijk zouden kunnen maken. Derhalve is een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. De regels van deze partiële herziening zullen zoveel mogelijk aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Centrumplan Gilze - Centrumdeel’, dat van toepassing is op de naastgelegen percelen.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 17 van 44
4. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 4.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: ▪ Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. ▪ Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.
Op basis van deze paragraaf kan worden geconcludeerd dat de realisatie van 3 woningen geen negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft en er dus geen passende beoordeling nodig is. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject wat 2.000 of meer woningen omvat. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (van 15 maart 2017; ECLI:NL:RVS:2017:694, van 31 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:348, van 17 april 2019; ECLI:NL:RVS:2019:1253 en van 11 maart 2020; ECLI:NL:RVS:2020:729) blijkt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen.
Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Weliswaar verandert het gebruik van het perceel door de realisatie van 3 woningen, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat de locatie gelegen is tussen bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing gering is. Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. 4.2. Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Door middel van deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding.
In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: ▪ Beschrijving waterrelevant beleid; ▪ Bestaande waterhuishoudkundige situatie; ▪ Beoogde waterhuishoudkundige situatie.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 18 van 44
4.2.1. Waterrelevant beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven door middel van de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Omgevingsvisie en Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste aspecten zijn: ▪ Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; ▪ Een betere waterveiligheid door preventie; ▪ Koppeling van waterberging en droogtebestrijding.
Zoals reeds uiteen is gezet in paragraaf 3.2.2 liggen er binnen de Iov geen werkingsgebieden voor wat betreft het aspect water op het plangebied. Er zijn derhalve geen voorwaarden waar in het kader van de Iov aan getoetst dient te worden. De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat, is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieuen Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: ▪ Voldoende water voor mens, plant en dier; ▪ Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); ▪ Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; ▪ Verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend.
Zoals weergegeven is in Afbeelding 8 heeft het plangebied in het PMWP de waterhuishoudkundige functie ‘Water in bebouwd gebied’ toegekend gekregen. Het waterbeheer in deze gebieden richt zich op zodanige realisatie van de gewenste woon- en werkomstandigheden dat de waterhuishouding zoveel mogelijk bijdraagt aan de instandhouding en mogelijk verbetering van de grotere watersystemen waarvan het betreffende bebouwde gebied deel uitmaakt. Het beoogde initiatief betreft de bouw van drie woningen, waardoor er geen effecten op de grotere watersystemen te verwachten zijn.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 19 van 44
Afbeelding 8: Uitsnede kaart ‘Gezondheid -1’ PMWP
Op de kaart 2 en 3 behorende bij de PMWP heeft de planlocatie geen aanduiding gekregen. Volgens het beleidskader van de PMWP is dus geen specifiek beschermingsregime van toepassing binnen de planlocatie. Hiermee past het initiatief binnen het beleidskader van de PMWP. Waterschap De doelstelling van het waterbeheerplan Brabantse Delta (2022-2027): Met het Waterbeheerprogramma werkt het waterschap samen met andere organisaties aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterbeheer. Dat waterbeheer draagt bij aan een duurzame ontwikkeling van het werkgebied en daarbuiten. In 2050 is Nederland aangepast om de negatieve gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ambitie: Samen werken met de omgeving aan een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor de regio Midden- en West-Brabant. Belangrijke onderwerpen waarvoor het Brabantse Delta doelen voor opgesteld heeft: ▪ Water voor duurzame ontwikkeling; Het realiseren van de ambities wordt bereikt aan de hand van zes beleidskeuzes: 1. Water als drager voor een vitale regio 2. Evenwicht in het water- en bodemsysteem 3. We werken samen 4. We werken duurzaam 5. We werken veerkrachtig en vernieuwend 6. We prioriteren op basis van verplichtingen en mogelijkheden ▪ Waterveiligheid; De waterveiligheid wordt verbeterd door het verkleinen van de kans op overstroming én het verkleinen van de mogelijke gevolgen.
Om deze aspecten in samenhang te behandelen worden de drie lagen van het concept meerlaagsveiligheid gebruikt: 1. Preventie door sterke waterkeringen 2. Ruimtelijke inrichting minder kwetsbaar maken 3. Crisisbeheersing ▪ Gezond water; ▪ Voldoende water;
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 20 van 44
Elke toename in verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en kan leiden tot wateroverlast stroomafwaarts. Dit komt doordat neerslag via het verharde oppervlak sneller wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater dan wanneer het oppervlak onverhard was gebleven en kon infiltreren. Zoals aangegeven is waterschap Brabantse Delta de beheerder van de kwaliteit en kwantiteit van het grond- en oppervlaktewater binnen het plangebied. Op grond van de Keur van Waterschap Brabantse Delta, die in werking is getreden op 1 januari 2019, is het ingevolge artikel 3.6 van de Keur van het Waterschap Brabantse Delta verboden zonder vergunning neerslag tot afvoer te laten komen naar oppervlaktewaterlichamen. Vrijstelling van dit verbod wordt verleend voor zover onder andere de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² bedraagt. Indien de toename meer dan 500 m² bedraagt dient een compenserende maatregel getroffen te worden. Deze mitigerende maatregelen kunnen onder andere bestaan uit het treffen van een retentievoorziening. Gemeentelijk beleid In 2020 is er een nieuwe verbreed gemeentelijk rioleringsplan voor de periode 2021-2025 voor de gemeente Gilze en Rijen vastgesteld. Hierin worden activiteiten benoemd om de riolering te onderhouden en te verbeteren.
Belangrijke aandachtspunten hierin zijn niet alleen de gevolgen van de klimaatomslag, maar ook die van energietransitie en circulaire economie. De gemeente Gilze en Rijen is verantwoordelijk voor de inzameling en het transport van afvalwater dat afkomstig is van huizen en bedrijven. Huiseigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de aansluiting op het riool. Het gemeentelijk rioleringsplan eist een retentie/infiltratie van 60 mm/m² verhard oppervlak bij nieuwe aanleg.
4.2.2. Bestaande waterhuishoudkundige situatie
In de bestaande waterhuishoudkundige situatie is geen sprake van het lozen van huishoudelijk afvalwater. Het plangebied is in de bestaande situatie in gebruik als tuin behorende bij de woning aan de Nieuwstraat 20 te Gilze. Er vinden op de gronden geen bijzondere activiteiten plaats die ertoe kunnen leiden dat er stoffen in aanraking kunnen komen met hemelwater. Het niet -verontreinigende hemelwater kan dus zonder problemen in de bodem infiltreren.
4.2.3. Beoogde waterhuishoudkundige situatie
In de beoogde situatie worden drie woningen gecreëerd. Bij de woningen zal huishoudelijk afvalwater ontstaan. Hiervoor worden de nodige voorzieningen aangebracht en de nieuwe woningen worden aangesloten op de gemeentelijke riolering. Bij de nieuwbouw zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke bouwmaterialen en niet van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Het gemeentelijk rioleringsplan eist een retentie/infiltratie van 60 mm/m² verhard oppervlak bij nieuwe aanleg. In de beoogde situatie bedraagt de oppervlakte aan verharding circa 409 m², zie Afbeelding 9. Dat betekent dat een infiltratie/retentie van minimaal 25 m³ op eigen terrein gerealiseerd zal worden. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er ten aanzien van het aspect water geen belemmeringen zijn voor het initiatief.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 21 van 44
Afbeelding 9: Toename aan verhard oppervlak beoogde situatie
4.3. Natuur Voorafgaand aan de beoogde wijziging dient onderzocht te worden of er sprake is van een aantasting van wettelijk beschermde natuurwaarden op basis van de groene wet- en regelgeving. Onderstaand zijn de diverse aspecten ten aanzien van natuurwaarden beschreven.
4.3.1. Natuurnetwerk Nederland (NNN)
In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het Natuurnetwerk Nederland opgericht. Het Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN liggen: ▪ Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; ▪ Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ▪ Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; ▪ Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan.
Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn Interim omgevingsverordening (Iov) de gebieden opgenomen als Natuur Netwerk Brabant. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur. Ongeveer 90% van het Natuur Netwerk Brabant wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 22 van 44
Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan Noord-Brabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de Iov. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de kaart ‘Natuur Netwerk Brabant’ van de Iov is binnen de planlocatie geen NNB aanwezig, zie Afbeelding 10. De beoogde ontwikkelingen hebben daarom geen invloed op de concrete ambities uit het Natuurbeheerplan 2016.
Afbeelding 10: Uitsnede Natuur netwerk Brabant conform paragraaf 3.2.3 Iov, plangebied met rode stip weergegeven
4.3.2. Wet natuurbescherming
In de Wet natuurbescherming zijn regels gesteld met betrekking tot gebiedsbescherming, soortenbescherming en bescherming van houtopstanden. In deze paragraaf wordt getoetst of de ontwikkeling invloed heeft op de beschermde gebieden en soorten die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is beperkt tot de Natura 2000-gebieden en eventueel buiten het Natuur Netwerk liggende bijzondere provinciale natuurgebieden. De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland is al beschermd in het Barro en de provinciale verordening. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden aangewezen. Voorbeelden van de Natura 2000-gebieden zijn Ulvenhoutse Bos en Regte Heide & Riels laag. De provincie Noord-Brabant heeft geen bijzondere provinciale natuurgebieden vastgesteld. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn (of worden) opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.
Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Het dichtstbij liggende Natura 2000-gebied betreft Regte Heide & Riels Laag, dat op een afstand van circa 6,2 kilometer ligt.
Bestemmingsplan Nieuwstraat 20, Gilze
Pagina 23 van 44
Elke ruimtelijke ontwikkeling kan negatieve effecten hebben op de Natura 2000-gebieden. Er zijn namelijk verschillende factoren die kunnen leiden tot de verstoring van beschermde vogel- en habitattypen en soorten. Vooral de storingsfactoren verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht spelen hierbij een belangrijke rol, omdat deze ook op grote afstand van een gebied voor effecten kunnen zorgen. Daarnaast kunnen andere factoren eveneens leiden tot een verstoring van habitattypen en soorten, indien een ontwikkeling op korte afstand van een gebied plaatsvindt.
Verzuring en vermesting door stikstof uit de lucht
Middels het rekenprogramma AERIUS kan de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden worden berekend. Hiermee wordt het effect op verzuring en vermesting in beeld gebracht. Wanneer met het rekenprogramma AERIUS kan worden aangetoond dat een initiatief geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tot gevolg heeft, kan de ontwikkeling doorgang vinden. Indien er wel sprake is van een toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden moet onderbouwd worden hoe deze toename in depositie ongedaan wordt gemaakt (door het treffen van maatregelen of extern salderen). Om aan te tonen dat er als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen toename in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden plaatsvindt zijn middels het rekenprogramma AERIUS berekeningen gemaakt voor de realisatie- en gebruiksfase van het initiatief. De uitgangspunten voor deze berekeningen zijn uiteengezet in Bijlage 7. In Bijlage 8 en Bijlage 9 zijn de rekenresultaten van deze berekeningen opgenomen. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie in zowel de realisatie- als de gebruiksfase van het plan niet groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie vormt derhalve geen belemmering voor vaststelling en uitvoering van het plan.
Aangezien het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied is gelegen op een afstand van 6,2 kilometer kan worden geconcludeerd dat er ook geen overige negatieve effecten op omliggende Natura 2000gebieden zullen zijn als gevolg van stikstof uit de lucht.
Overige storingsfactoren
Vanwege de ruime afstand van de planlocatie tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels Laag leidt het initiatief verder niet tot andere voorkomende storende factoren op omliggende Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en bewuste verandering soortensamenstelling.