CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Zienswijze op de notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het Nationaal Plan Ruimte voor Defensie

Gemeenteraad 19 februari 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern4.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANGETEKEND Directie Materieel, Vastgoed, Leefomgeving en Duurzaamheid Ministerie van Defensie o.v.v. Nationaal Programma Ruimte voor Defensie Postbus 20701 2500 ES Den Haag

Behandelaar: Jelle Lauf Telefoonnummer: Mail: JelleLauf@abg.nl

Uw kenmerk: Zaaknummer: 1053226

Verzonden op: 31 januari 2024

Bijlage: -

Onderwerp: zienswijze inzake Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het Nationaal Plan Ruimte voor Defensie

Geachte minister, Op 18 december 2023 is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) voor het Nationaal Plan Ruimte voor Defensie (NPRD) te visie gelegd. De gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen maken graag gebruik van de mogelijkheid om een gezamenlijke zienswijze in te dienen. Deze zienswijze is unaniem door de drie colleges vastgesteld. Deze zienswijze is opgebouwd in drie onderdelen, een algemene bedenking, de activiteiten met een bovenregionale afweging en de locatie specifieke behoeften. 1. Algemene bedenking De gemeenten zien de vliegbasis Gilze-Rijen als een goede buur en ziet het belang van een sterke krijgsmacht voor onze veiligheid. Tegelijkertijd hebben de activiteiten van de luchthaven gevolgen voor de gezondheid en leefbaarheid van de directe omgeving. Ook hebben de activiteiten en de daarbij behorende milieuruimte een direct gevolg voor de ontwikkelingsmogelijkheden van woningen in onze omliggende dorpskernen. Dat maakt dat een zorgvuldige belangenafweging voor onze gemeenten van groot belang zijn. In 2018 is door uw ministerie een ontwerp-luchthavenbesluit opgesteld. Naar aanleiding van dit ontwerp-luchthavenbesluit zijn ruim 800 zienswijzen ingediend, waaronder door de gemeenten Alphen-Chaam en Gilze en Rijen. Mede als gevolg daarvan is de staatssecretaris van defensie op 12 februari 2020 op werkbezoek geweest in de gemeente Gilze en Rijen.

Tijdens dit werkbezoek is door Postbus 73 5120 AB Rijen Telefoon 14 0161 E-mail: info@gilzerijen.nl

de staatssecretaris erkend dat de aanpak van Defensie schortte, en dat er nog het nodige te doen was om te komen tot een gedragen luchthavenbesluit. Om betekenisvolle stappen te zetten heeft de staatssecretaris 8 toezeggingen gedaan, in het belang van de leefbaarheid en volksgezondheid van omwonenden. Vanuit de gemeenten is het vanzelfsprekend dat deze toezeggingen stand houden bij de ontwikkelingen rondom het NPRD. Vanwege bezuinigingen is vliegbasis Soesterberg in 2008 gesloten. Daarmee zijn de helikopteractiviteiten geconcentreerd op vliegbasis in Gilze-Rijen, wat leidde tot een intensivering van de activiteiten. Het kabinet heeft bij de vaststelling van de SMT-2 dat de uitbreiding van de belegging van vliegbasis Gilze-Rijen niet zal leiden tot een wijziging in de omvang van de geluidzone. Dit is eveneens bevestigd in een brief van de Minister van Defensie aan de Tweede Kamer1. Nu de financiële middelen voor Defensie weer ruimte bieden worden de activiteiten vanuit de vliegbasis Gilze - Rijen mogelijk nog verder geïntensiveerd. Dit is ontoelaatbaar, gezien het effect wat de vliegbasis sinds 2008 al heeft op de directe omgeving. Ons verzoek is daarbij om de extra ruimte met name te zoeken in de gebieden waar nu nog géén activiteiten van Defensie aanwezig zijn, waardoor de ruimte over heel Nederland evenrediger verdeeld wordt.

De huidige activiteiten op de vliegbasis zorgen regelmatig voor ernstige overlast van zware helikopters rondom de vliegbasis, klachten, schademeldingen. Enkele huizen zijn al opgekocht door Defensie vanwege ernstige overlast. Op dit moment wordt al het maximale van de omgeving gevraagd. De gemeente Gilze en Rijen levert een maximale bijdrage aan de (milieu)ruimte die Defensie nodig heeft. Dit vraagt heel veel van de inwoners van de gemeenten. Dit is de maximale bijdrage die we uit oogpunt van leefbaarheid, volksgezondheid en draagvlak kunnen leveren. Dat doen we als gemeenten graag, echter de grens is bereikt. Nog meer activiteiten zijn niet realistisch en niet haalbaar! De invulling van de behoefte die defensie heeft dient nationaal meer verspreid te worden over het gehele land, zodat de lasten gezamenlijk gedragen worden. We hebben ernstige bedenkingen tegen de wijze waarop nu, enerzijds een buitenproportioneel ruimtelijk beslag (voor wat betreft beperkingen aan woningbouw ontwikkelingsmogelijkheden) wordt gelegd in verband met de mogelijke stapeling van functies waaronder toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit, laagvlieggebieden voor helikopters, extra helikopterlandplaatsen en een korte/smalle onverharde landingsbaan voor tactisch luchttransport, en anderzijds de in februari 2020 gedane toezeggingen van de staatssecretaris gestand blijven.

Daarnaast is in de NRD onvoldoende ingegaan op welke wijze rekening wordt gehouden met de werkelijke – in plaats van de modelmatige, op de Ke-systematiek gebaseerde – optredende hinder en de grote nadelige invloed die dat heeft op de volksgezondheid en de leefbaarheid. Wij vinden dat – om een goede belangenafweging te kunnen maken – in ieder geval alle overlast op representatieve- en eenduidige wijze moet worden meegenomen in de contouren en afweging van alternatieven, zodat een zo getrouw mogelijk beeld ontstaat dat recht doet aan de werkelijke situatie.

1

Brief van 28 oktober 2016

Concreet vragen wij u de eerder gedane toezeggingen en maatregelen die reeds genomen zijn te respecteren en als uitgangspunt te stellen bij vervolgonderzoek in het MER. Waarbij de overlast die op dit moment reeds veroorzaakt wordt als gevolg van de huidige activiteiten op de vliegbasis Gilze -Rijen het uiterste is van wat u in het belang van een gezond woon- en leefklimaat van omwonenden kunt vragen. 2. Activiteiten met een bovenregionale afweging In de NRD voor het NPRD staan vier behoeften voor activiteiten met een bovenregionale afweging waar een zienswijze op geven: Toename gebruik jachtvliegtuigcapaciteit Het integreren van jachtvliegtuigen op een helikopter commando basis is onevenredig. Voor de vliegbasis in Gilze - Rijen is gekozen om bewust te concentreren op helikopters. Door op deze vliegbasis ook jachtvliegtuigen te stationeren wordt de omgeving dubbel, en daarmee onevenredig belast. Zowel de gevolgen van het helikopervliegbewegingen, als die van de jachtvliegtuigbewegingen zijn in totaliteit onevenredig voor de omwonenden rondom de vliegbasis in relatie tot vliegvelden waar enkel sprake is van één type vliegbeweging. Specifiek geldt dat de aard van jachtvliegtuigen een andere geluidbeeld met zich mee brengt in vergelijking met helikopters, wat resulteert in meer geluidruimte.

Voor jachtvliegtuigen geldt een meer langwerpige contour, waar deze voor helikopters vierkanter is. In het geval van beide toestelsoorten gebruik gemaakt wordt, dan zorgen beide contouren voor een groter beslag op de (milieu)ruimte. Milieuruimtes komen dan ook over onze dorpskernen te liggen. Dit is onevenredig en onacceptabel, temeer omdat Gilze-Rijen als helikopterstandplaats gedefinieerd wordt, en de milieuruimte hierop ingericht is. Door de staatssecretaris is niet voor niets de toezegging gedaan om voor de reserveveldfunctie een ander passend alternatief te zoeken, omdat een combinatie van beide typen vliegbewegingen niet passend is voor de omgeving. Dit is tevens bevestigd op pagina 36 van het NRD. Dit staat haaks op een mogelijke toename van jachtvliegtuigen op de vliegbasis Gilze Rijen. Daarmee past deze activiteit hier niet. Laagvlieggebied helikopters Als direct omwonende van de vliegbasis zijn alle vliegbewegingen van of naar de vliegbasis in meer of mindere mate merkbaar. Op dit moment zijn omwonenden, DHC en gemeente Gilze en Rijen in constructief overleg met elkaar om deze overlast zoveel mogelijk te reduceren, zonder dat de taak van de vliegbasis ter discussie staat. Omwonenden ervaren de gevolgen van alle overvliegende helikopters.

Eén van deze gevolgen is Rattle-Noise, het trillen van de woningen als gevolg van de drukgolven die met name de Chinook helikopers veroorzaken. In 2020 deed de staatssecretaris de toezegging om de woningen die hier hinder van ondervinden te onderzoeken en te voorzien van maatregelen zodat deze Rattle-Noise beperkt kan worden. In 2020, 2022 en 2023 zijn er vervolgens brieven gestuurd met daarin de boodschap dat zo snel mogelijk begonnen zal worden met de inventarisatie van de woningen. En dat gestart zal worden met een aanbesteding om deze maatregelen vervolgens aan te brengen aan de woningen. In de afgelopen COVM’s, en in overleg met de staatsecretaris is door de gemeente Gilze en Rijen, en ook door omwonenden herhaaldelijk met klem verzocht om deze maatregelen zo snel mogelijk ten uitvoering te brengen. Tot op heden zijn deze maatregelen niet uitgevoerd. Dat betreuren we ten zeerste. Het is onacceptabel om een laagvlieggebied, waar de helikopters op boomhoogte over vliegen, te realiseren binnen hetzelfde gebied, waar nu al ontzettend veel (door Defensie reeds erkende) overlast is door Rattle-Noise, en tot op heden geen oplossing voor geboden is.

Daarnaast geldt voor de woningen in Alphen-Chaam en Baarle-Nassau die straks mogelijk onderdeel uitmaken van een laagvlieggebied op geen enkele wijze beschermd zijn tegen het geluid en RattleNoise afkomstig van de helikopters die laag over deze woningen vliegen. Dit alternatief zorgt voor impact op het bestaande woon- en leefklimaat. Dit moet onderdeel zijn van de afweging, daar dit een groot effect heeft op het woon- en leefklimaat, zien we ook bij de woningen in Gilze en Rijen. De NRD houdt onvoldoende rekening met de uitvoering van de regionaal reeds gemaakte afspraken, zoals RESSEN, het Nationaal Programma Landelijk Gebied, water en bodem sturend. Deze reeds vastgestelde regionale opgaven zijn afspraken reeds afgestemd met meerdere gemeenten en partners binnen het land, danwel de provincie. De realisatie van laagvlieggebieden, en de grotere planologische ruimte staat de doelstellingen van deze regionale opgaven in de weg. Deze plannen dienen meegenomen te worden in de afweging in de MER, waarbij het uitgangspunt moet zijn dat bestande afspraken bindend zijn tussen de diverse partners. Tevens dienen ook de gevolgen inzichtelijk gemaakt te worden per opgave wat de gevolgen van het NPRD zijn op deze plannen, en op welke wijze deze opgave dan wél tot uitvoering gebracht kan worden. De NRD houdt eveneens onvoldoende rekening met de SRBT (Stedelijke regio Breda Tilburg).

De Stedelijke regio Breda Tilburg (SRBT), is een speciaal stedelijk samenwerkingsverband van negentien gemeenten, vier waterschappen, de provincie Noord-Brabant en Rijksoverheid dat samen werkt aan de ontwikkeling van de regio. SRBT streeft naar een goede balans tussen groei van economie, wonen en mobiliteit, en het versterken van de leefkwaliteit. De SRBT zorgt voor een leefbaardere regio, is eveneens ondertekend door meerdere overheden en vormt de basis voor een verstedelijkingsakkoord met het Rijk. Een laagvlieggebied past niet in deze regionale en landelijke behoefte, daar hiermee de leefkwaliteit niet versterkt wordt, en dit forse invloed heeft op de balans. Binnen de gemeenten wordt plek geboden aan de opvang van asielzoekers en vluchtelingen, zoals het AZC in Gilze en Rijen en de opvang van Oekraïners in de Paddock in Baarle-Nassau, de gemeenten nemen hierin haar verantwoordelijkheid om deze mensen op te vangen. Veel van deze mensen beschikken over trauma’s als gevolg van oorlog. Door juist dit gebied aan te merken als laagvlieggebied, worden deze trauma’s onnodig versterkt met alle gevolgen van dien. Dit is niet acceptabel. Helikopterlandplaatsen Voor de helikopterlandplaatsen geldt, zo blijkt uit de NRD, niet dat het noodzakelijk is dit ter plaatse van een vliegbasis te doen.

De definitie van een helikopterlandplaats wordt in het NRD gegeven als: ‘één of enkele coördinaten met een straal van 50 meter, een maximaal toegestaan aantal vliegtuigbewegingen (VTB) en vaste in- en uitvliegroutes’. Op locaties waar omwonenden reeds de impact van de dagelijkse vliegbewegingen vanaf een vliegbasis ondervinden, is het buitenproportioneel om hier ook nog extra vliegbewegingen als gevolg van een helikopterlandplaats in te richten. Dergelijke landplaatsen kunnen goed op andere locaties in Nederland gerealiseerd worden, waar in de huidige situatie nog geen sprake is van veel vliegbewegingen, zodat de overlast beter over Nederland verdeeld wordt. Korte/Smalle onverharde landingsbaan tactisch luchttransport De realisatie van een korte, smalle, onverharde landingsbaan voor tactisch luchttransport zorgt net als bij de realisatie van jachtvliegtuigcapaciteit voor een onevenredige belasting en opeenstapeling van de (milieu)ruimte. Ook hier geldt dat er sprake is van de belasting ten gevolge van helikopters,

en in het geval een korte, smalle, onverharde landingsbaan voor tactisch luchttransport gerealiseerd wordt, ook een belasting door vliegtuigen. Er is bewust gekozen om op de vliegbasis Gilze – Rijen helikopters te stationeren met de bijbehorende belasting, en dit is niet verenigbaar met de belasting die vliegtuigen in welke vorm dan ook met zich meebrengen. Door de staatssecretaris is de toezegging gedaan om de reserveveldfunctie van straalvliegtuigen te onderzoeken op andere locaties dan op vliegbasis Gilze - Rijen. Een eventuele korte, smalle en onverharde landingsbaan voor tactisch luchttransport gaat in tegen deze toezegging, daar hier dan naast helikopters óók vliegtuigen landen en opstijgen, wat de omgeving dubbel belast. 3. Locatie specifieke behoeften Uitbreiding milieuruimte ten behoeve van activiteiten Vliegbasis Gilze-Rijen, gemeente Gilze en Rijen in relatie tot de gezondheidsonderzoeken van de GGD, RIVM en WHO Uit de NRD blijkt op géén enkele wijze dat de onderzoeken van de GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst), RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en de WHO (Wereldgezondheidsorganisatie) worden betrokken bij de alternatievenstudie. De afgelopen jaren hebben deze organisaties nadrukkelijk aangetoond wat de schadelijke effecten van geluid op de gezondheid, met name in relatie tot slaapverstoring zijn.

Het is van het grootste belang dat hun bevindingen worden meegenomen in het MER. Allereerst heeft de GGD als lokale gezondheidsautoriteit in Nederland uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de effecten van geluid op de bevolking2. Deze onderzoeken zijn gebaseerd op zowel wetenschappelijke studies als praktijkervaringen binnen de gemeenschappen. De resultaten van deze studies hebben aangetoond dat geluidsniveaus die als storend worden ervaren, aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de slaapkwaliteit en daarmee voor de algehele gezondheid van individuen. Het RIVM, als vooraanstaande organisatie op het gebied van volksgezondheid en milieu, heeft bijgedragen aan het vergroten van het inzicht in de gezondheidseffecten van geluid, bij het onderzoek als benoemd bij de GGD. Dit onderzoek toont daarmee aan dat langdurige blootstelling aan geluidsniveaus boven de aanbevolen normen leidt tot een verhoogd risico op slaapstoornissen, wat op zijn beurt weer gerelateerd is aan een scala van gezondheidsproblemen zoals hart- en vaatziekten, diabetes en psychische aandoeningen. Uit de RIVM buurtatlas met betrekking tot geluidhinder door vliegverkeer blijkt dat de directe omgeving zeer ernstige hinder ondervindt met negatieve invloed op de gezondheid. De overlast is nu al vergelijkbaar met die van de meeste overlast rond Schiphol.

Daarnaast blijkt het uit onderzoek van het RIVM: Relaties vliegtuiggeluid – hinder en slaapverstoring 2020. Civiele en militaire vliegvelden in Nederland dat helikopters als veel ernstiger wordt ervaren dan volgens de Ke contouren gemodelleerd. Dit pleit er ook voor dat Defensie eerst naar een representatieve normering voor overlast moet kijken voordat op basis van achterhaalde overlast modellen zoals de Ke systematiek de milieu effecten van de mogelijke uitbreidingen gaat bepalen. Daarnaast heeft de WHO als wereldwijde gezondheidsautoriteit uitgebreid onderzoek gedaan naar de impact van geluid op de gezondheid3. De organisatie heeft geluidsniveaus geclassificeerd en 2 3

Belevingsonderzoek geluidhinder en slaapverstoring luchtvaart 2020, d.d. 12 juni 2022 Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018)

aanbevelingen gedaan om de blootstelling aan schadelijk geluid te verminderen. De WHO benadrukt dat geluid niet alleen een hinderlijk bijverschijnsel is, maar ook een serieus gezondheidsrisico vormt dat aangepakt moet worden om de algehele gezondheid van de bevolking te verbeteren. Bij deze vragen wij u dan ook met klem om deze onderzoeken onderdeel te laten zijn van het MER, en de alternatievenafweging. Daarbij dient tevens ingegaan te worden op het aantal (ernstig) geluidgehinderden, en ook het aspect slaapverstoring. Mensen, dieren en stiltegebieden; Naast de gevolgen van de verschillende varianten op mensen, moeten de gevolgen ook onderzocht worden voor dieren en stiltegebieden. Agrariërs in onze gemeenten maken zich ernstig zorgen over de effecten van de helikopters ten aanzien van de schrikreacties van hun dieren, zoals paarden, koeien en schapen die zich verwonden in het prikkeldraad uit schrik voor de helikopters. Als gemeenten met een grote hoeveelheid agrariërs in het buitengebied met bijbehorend vee, is het noodzakelijk dat ook dieren betrokken worden bij de afweging in alternatieven. Dit punt geldt eveneens voor stiltegebieden. Het aspect geurhinder wordt in z’n totaliteit niet benoemd in de afweging voor mens, maar ook voor dieren of stiltegebieden. Ook dit aspect moet in de afweging betrokken worden.

Daarbij willen wij opmerken dat bij alle alternatieven, alle zelfde aspecten beoordeeld moeten worden, om een goede alternatievenafweging te kunnen maken. Binnen de gemeenten is tevens sprake van meerdere stiltegebieden en natuurgebieden zoals het Merkske en werkt het landschappelijke gebied als groene long voor luchtkwaliteit en de groen/blauwe kwaliteiten. Waarmee dit een positieve invloed heeft op de woon- en leefkwaliteiten van omliggende dorpen, maar ook de omliggende steden. Een ontwikkeling als laagvlieggebied is hierin niet passend. KE/Lden-systematiek Geluid van helikopters en vliegtuigen wordt op dit moment nog berekend in Kosteneenheden (KE). Voor de vliegbases van Defensie vindt op dit moment de transitie plaats van KE naar Lden4. In de NRD wordt niet ingegaan op welke wijze de alternatieven afgewogen worden ten opzichte van elkaar. Uit de voor het concept luchthavenbesluit opgestelde MER van 2018 blijkt dat de geluidsoverlast in werkelijkheid veel groter dan op basis van de Ke systematiek wordt voorgehouden, indien een afweging gemaakt wordt op basis van de Lden-systematiek. Vanuit de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen vinden wij het dan ook noodzakelijk dat deze afweging in Lden gemaakt wordt, waarbij voor vlieglawaai in Nederland éénzelfde normstelling gehanteerd wordt.

Enkel op deze wijze is het mogelijk om locatie specifieke alternatieven met elkaar op een eenduidige wijze af te kunnen wegen, waarbij recht gedaan wordt aan de ervaren overlast. De toezeggingen van de staatssecretaris gestand moeten blijven; Zoals eerder in deze zienswijze aangegeven zijn er tijdens het werkbezoek van 12 februari 2020 toezeggingen gedaan door de staatssecretaris van Defensie. Deze toezeggingen zijn gekomen nadat er in de tweede kamer een motie5 aangenomen was om te komen tot een gedragen luchthavenbesluit. In de kamerbrief van 21 april 2020 met nummer 738 zijn zowel het werkbezoek, als ook de toezeggingen aan de tweede kamer bevestigd. 4 5

Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken Motie Kerstens (34932-9) d.d. 05-07-2018.

Hierin wordt specifiek ingegaan op het vervallen van de reserveveldfunctie op de vliegbasis Gilze – Rijen en het halveren van de returnveldfunctie. Deze maatregelen hebben wij als positief ervaren, als een stap in de goede richting. Vanuit de gemeenten is het essentieel dat deze maatregelen gehandhaafd blijven bij de vormgeving van het NPRD. Zeker ook om de geloofwaardigheid van Defensie en haar staatssecretaris niet in het geding te brengen. Voor de volledigheid zijn de toezeggingen hieronder opgenomen in afbeelding 1:

Afbeelding 1: Toezegging staatssecretaris 12-02-2020 De afspraken zoals gemaakt in het constructieve overleg tussen omwonenden, DHC en gemeente gestand moeten blijven; Als vervolg op het werkbezoek van de staatssecretaris op 12 februari 2020 is toegezegd om met een onafhankelijk procesbegeleider in gesprek te gaan met omwonenden, DHC en gemeente Gilze - Rijen om gezamenlijk te komen tot een gedragen luchthavenbesluit. Eind 2020 zijn deze gesprekken opgestart. Deze gesprekken zijn constructief en zorgen voor onderling begrip, vertrouwen en zicht op elkaars standpunten. Dit leidt ertoe dat er afspraken gemaakt zijn en nog worden om de overlast van omwonenden te reduceren zonder dat dit ten koste gaat van de operationele opdracht van Defensie. Afspraken en overeenstemming die bereikt is als gevolg van een intens jarenlang proces creëert een vertrouwen dat partijen serieus met elkaar in gesprek zijn. Dit vertrouwen leidt zoals het doel van de staatssecretaris ook was, mogelijk tot een gedragenheid van het luchthavenbesluit voor de vliegbasis Gilze - Rijen. Het NPRD lijkt nu inbreuk te doen aan de in dit proces gemaakte afspraken, door activiteiten toe te voegen aan de vliegbasis, waar het maximum reeds bereikt is. Dit zorgt ervoor dat er geen sprake meer is van vertrouwen, en daarmee de mogelijkheid tot een gedragen luchthavenbesluit niet meer aanwezig is.

Stikstof op een juiste wijze afgewogen dient te worden; Stikstof is een groot probleem in Nederland, er zijn tal van initiatieven die niet haalbaar blijken als gevolg van de stikstofproblematiek. Stikstof dient in alle plan zorgvuldig betrokken te worden. Tijdens de presentatie van Defensie over het NPRD werd de suggestie gewekt dat er mogelijk een uitzonderingspositie kan gelden voor Defensie als het gaat om het aspect stikstofdepositie. Een uitzonderingspositie is onacceptabel. Een dergelijke positie zorgt voor milieuschade, effecten op de gezondheid, ecologische verstoring, heeft juridische consequenties, maar zorgt bovenal voor imagoschade en een vermindering in vertrouwen. Op dit moment zijn er projecten die niet uitgevoerd kunnen worden vanwege de netto stikstof depositie. Indien Defensie een uitzonderingspositie krijgt, zal het herstel van de natura 2000 gebieden langer duren waardoor ook de nu al uitgestelde projecten nog langer uitgeteld wordt. Hierdoor werken de activiteiten zowel direct als indirect negatief door op de leefbaarheid van de omgeving. Het is niet te verantwoorden dat een overheidsorganisatie als Defensie zich niet aan de door dezelfde overheid opgelegde stikstofregelgeving houdt. Alle stikstofruimte die Defensie daarmee gebruikt zal vervolgens met behulp van bestaande activiteiten gecompenseerd moeten worden door die activiteiten te reduceren.

Voor landelijke gemeenten als Gilze-Rijen, Alphen-Chaam en BaarleNassau waar agrariërs gevestigd zijn, en tal van overige ondernemers gevestigd zijn is een uitzonderingspositie niet acceptabel. Defensie dient het aspect stikstof heel secuur en juridisch juist te betrekken in haar afwegingen om tot alternatieven te komen. België, en de enclaves van Baarle-Hertog betrokken worden in de afweging; Het gebied ten zuiden van de vliegbasis Gilze en Rijen wordt aangemerkt als potentieel laagvlieggebied. Binnen dit deel ligt ook het grondgebied van de gemeente Baarle-Nassau, waarbinnen Belgische enclaves gelegen zijn. De verdeling Belgische enclaves op het grondgebied van Baarle-Nassau is dusdanig verfijnd dat het een zeer lastige situatie wordt om de Belgische enclaves

van Baarle-Hertog niet in haar (milieu)ruimte aan te tasten. Dit is een grens overstijgend aspect dat als aspect zeker in het MER opgenomen moet worden. Het laagvliegen over Baarle-Nassau is zeer lastig inpasbaar, en daarom voor ons een onwenselijke variant. Het grondgebonden geluid niet kan toenemen, zonder grote gevolgen voor omwonenden; Een toename van het grondgebonden geluid zorgt voor een nog grotere belasting voor de omgeving, dan dat deze nu al ondervindt. Vlieglawaai is qua geluidniveau lastig te reduceren, de bron is immers hoog in de lucht. Voor grondgebonden geluid geldt dat dit wel tot de mogelijkheden behoort. De activiteiten die Defensie uitvoert op haar vliegbasis kunnen met behulp van afscherming, schermen en situering op een dermate wijze gerealiseerd worden dat dit inpasbaar moet zijn binnen de huidige contouren. In een samenleving waarin ruimte schaars is, en oplossingen gezocht worden alle emissies binnen gestelde perken te houden, kan het niet zo zijn dat de omwonenden naast de huidige belasting, nog meer geluid van grondgebonden activiteiten gaan ondervinden, waarvoor oplossingen in de bron of overdracht denkbaar zijn. Simulatoren Door Defensie is op dit moment geïnvesteerd in Multi-Ship, Multi-Type simulatoren. Simulatoren die het werk van helikopters goed kunnen simuleren, wat leidt tot een reductie in fysieke vluchten.

Als gemeente zien wij graag dat hier verder op geïnvesteerd wordt, en dat dit alternatief betrokken wordt in de af te wegen alternatieven van het MER. Door nog meer planologische beperkingen op te leggen de kwaliteit en leefbaarheid voor omliggende dorpskernen sterk verslechtert. In de directe omgeving van de vliegbasis Gilze en Rijen liggen vier dorpskernen: Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten. De inwoners van gaan niet alleen gebukt onder de feitelijke overlast van de vliegbasis, maar ook onder die van de planologische ruimte die de vliegbasis gebruikt. Een verdere planologische beperking van de mogelijkheden in de dorpskernen zorgt voor een onleefbare situatie in deze dorpskernen. Met name voor Molenschot en Hulten zorgt dit ervoor dat woningbouw zeer beperkt tot niet mogelijk is met grote consequenties als gevolg. Zo lopen de dorpen leeg, en kunnen jongeren niet binnen het dorp blijven wonen omdat er onvoldoende woningen zijn. Ook voor de kernen Alphen, Chaam, Galder, Baarle-Nassau en Ulicoten is het belangrijk om voldoende ontwikkelingsruimte te behouden ten aanzien van mogelijkheden om de kernen uit te breiden in het kader van de woningbouwopgave (woondeal) en leefbaarheid. Tevens geldt dat de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen belangrijk zijn voor de recreatie- en horecabedrijven.

De buitengebieden van de gemeenten zijn bij uitstek geschikt voor recreatie. Dit is een belangrijk deel van de kwaliteit van de leefbaarheid van onze gemeenten. Daarbij dient opgetekend te worden dat door de huidige planologische ruimte van, én helikopters, maar ook straalvliegtuigen de omgeving al met een forse papieren planologische reservering te maken heeft, die onmogelijk nog groter mag worden! Wij roepen u met klem op om de gezondheid van onze inwoners, de leefbaarheid in onze gemeente en de regionale opvolging van nationale opgaven te betrekken in de verdere invulling van het NPRD en rekenen erop dat u daarin onze zienwijze ter harte neemt. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Alphen-Chaam,

de secretaris

de burgemeester,

G.W.T. van Weel

Drs. L. Schuitemaker

burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau,

de secretaris

de burgemeester,

P.W.M. Geurts

M.H.M.R. de Hoon- Veelenturf

burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen, de secretaris

de burgemeester,

P.A.M. (Monique) van Bavel

D.A. (Derk) Alssema

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13764059/3