CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Wijzigingenoverzicht GR-ABG

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot het geven van toestemming voor het aanpassen van de gemeenschappelijke regeling ABG-organisatie6.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Wijzigingenoverzicht Gemeenschappelijke regeling ABGorganisatie 2024 met toelichting

SAMENVATTING aanpassingen in GR-ABG 2024: 1. Aanpassingen die nodig zijn op basis van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen: a. Artikel 4: toegevoegd is dat tot de taken van de ABG-organisatie ook het organiseren van inspraak en participatie behoort. b. Artikel 11: toegevoegd is de actieve informatieplicht, namelijk dat het bestuur de raden alle inlichtingen geeft die de raden nodig hebben voor de uitvoering van hun taken. c. Artikel 14: toegevoegd is dat op de Kadernota de zienswijzeprocedure van toepassing is. d. Artikel 15: Aangepast is dat de ontwerpbegroting 12 weken voor vaststelling aan de raden wordt gezonden (was 8 weken). e. Artikel 16: Aangepast is dat de begroting voor 15 september wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten (was 1 augustus). f. Artikel 24: toegevoegd is dat op wijziging van de GR-ABG de zienswijzeprocedure van toepassing is. g. Artikel 25: toegevoegd is dat op toetreding tot de GR-ABG de zienswijzeprocedure van toepassing is. h. Artikel 28: hierin is de verplichte evaluatiebepaling verwoord.

2. Overige aanpassingen: i. Artikel 1: omschrijving begrip “ambtenaar” aangepast aan WNRA. j. Artikel 5: instemming aanwijzing diverse ambtenaren door directie i.p.v. bestuur. k. Artikel 6: samenstelling ABG-bestuur met in elk geval de burgemeesters en aanwijzing van zo mogelijk één of twee plaatsvervangers. l. Artikel 7: omschrijving incompatibiliteiten aangepast aan WNRA. m. Artikel 12: artikel aangepast op meer flexibiliteit in de samenstelling van de directie in interimperiodes. n. Artikel 13: aanpassing aan WNRA. o. Artikel 26: datum 1 januari 2020 verwijderd. p. Artikel 29: bekendmakingsregeling aangepast.

q. Artikel 30: Hierin is de intrekking van de huidige GR-ABG en de inwerkingtreding van de nieuwe GR-ABG geregeld. r. Artikel 31: Aan de citeertitel is het jaartal 2024 toegevoegd om misverstanden te voorkomen.

TOELICHTING per artikel op de aanpassing van de GR-ABG: Huidige tekst

Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. ABG-organisatie: de ABG-organisatie opgericht bij deze regeling. b. ambtenaar: hij die door of vanwege de ABGorganisatie is aangesteld om in openbare dienst werkzaam te zijn alsmede hij met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is aangegaan; c. bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie die is ingesteld ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemende gemeenten; d. begroting: een overzicht van de inkomsten en uitgaven van een boekjaar van de ABGorganisatie; e. bestuur: het bestuur van de ABG-organisatie, als bedoeld in artikel 6; f. colleges: burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; g. deelnemende gemeente: een van de gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau of Gilze en Rijen; h. directie: de directie van de ABG-organisatie als bedoeld in artikel 12; i. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie NoordBrabant; j. kadernota: de algemene financiële en beleidsmatige kaders als bedoeld in artikel 34b van de wet; k. raden: de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten; l. regeling: deze gemeenschappelijke regeling ABGorganisatie; m. voorzitter: degene die de vergaderingen van het bestuur leidt; n.

wet: Wet gemeenschappelijke regelingen

Toelichting

Onderdeel b.: Vanuit de gewijzigde Wgr is hier geen noodzaak om de GR-ABG aan te passen. Gebleken is echter dat onderdeel b. van dit artikel ten onrechte nog niet is aangepast aan de WNRA. De colleges willen deze aanpassing daarom alsnog doorvoeren. Voor het overige geen wijzigingen. Onderdeel e.: Het groen gearceerde gedeelte van onderdeel e. is per abuis vervallen in de artikelsgewijze toelichting die in het kader van de zienswijzeprocedure aan de raden is voorgelegd. De zinsnede “als bedoeld in artikel 6” staat dus zowel in de huidige GR-ABG als in de aangepaste GR-ABG.

Nieuwe tekst

(Wijziging van artikel 1 onderdeel b. als volgt:) b. ambtenaar: hij die krachtens arbeidsovereenkomst met de ABG-organisatie werkzaam is. e. bestuur: het bestuur van de ABG-organisatie, als bedoeld in artikel 6;

Huidige tekst

Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, derde lid van de wet, genaamd ABGorganisatie. 2. De bedrijfsvoeringsorganisatie is gevestigd te Alphen.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 3 Belang De regeling wordt getroffen ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en uitvoeringstaken van de deelnemende gemeenten. De doelstelling is een kwalitatief hoogwaardige en doelmatige uitvoering door de ABG-organisatie van de door de deelnemende gemeenten opgedragen taken te bewerkstelligen met het oog op een goede dienstverlening aan de inwoners en een krachtige ondersteuning aan de besturen van de gemeenten.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 4 Taken 1. De deelnemende gemeenten laten de ABGorganisatie alle gemeentelijke taken uitvoeren, voor zover deze niet reeds op basis van een

gemeenschappelijke regeling aan anderen zijn opgedragen. De uitvoering ziet in ieder geval op: a. beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding; b. uitvoering van vastgesteld beleid en wettelijke regelingen; c. toezicht op aan derden uitbesteed werk; d. handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering; e. het verrichten van feitelijke handelingen; f. het verrichten van bedrijfsvoeringstaken op het gebied van personeel, informatie, juridische zaken, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting. 2. De deelnemende gemeenten kunnen gezamenlijk besluiten taken bij een andere gemeenschappelijke regeling onder te brengen. 3. De ABG-organisatie voert uitsluitend taken uit voor de deelnemende gemeenten. 4. De bij aanvang van deze regeling geldende afspraken omtrent werkzaamheden door en voor derden en de daarmee samenhangende verplichtingen worden overgenomen door de bedrijfsvoeringsorganisatie, mits dat voor de niet bij de afspraken betrokken deelnemende gemeenten geen financiële gevolgen heeft. Toelichting

Burgerparticipatie Op grond van artikel 10, lid 7 en 8 van de Wgr houdt de gemeenschappelijke regeling bepalingen in voor welke besluiten en op welke wijze ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de betreffende regeling betrokken worden. Aan de GR-ABG zijn alleen bedrijfsvoeringstaken opgedragen. Het ligt, aldus de toelichting bij de Wgr, daarbij niet voor de hand om de inspraak op inhoudelijke beleidskeuzes via het bestuur van het samenwerkingsverband te laten lopen, maar juist via de gemeenteraden. Dat sluit beter aan bij het concept van verlengd lokaal bestuur. Het beleggen van inspraak en participatie bij de gemeenschappelijke regeling, dus buiten de raad om, zou de volksvertegenwoordigende rol van de gemeenteraden kunnen uithollen. Op grond van het bovenstaande is het niet passend om in de GR-ABG aan te geven voor welke besluiten en op welke wijze inspraak en participatie plaatsvindt. Wel biedt artikel 4 van de GR-ABG ruimte om expliciet te benoemen dat ook inspraak en participatie tot de uitvoeringstaken van de ABG-organisatie gerekend wordt.

Nieuwe tekst

Artikel 4 Taken 1. De deelnemende gemeenten laten de ABG-

organisatie alle gemeentelijke taken uitvoeren, voor zover deze niet reeds op basis van een gemeenschappelijke regeling aan anderen zijn opgedragen. De uitvoering ziet in ieder geval op: a. beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding waaronder het organiseren van inspraak en participatie; b. uitvoering van vastgesteld beleid en wettelijke regelingen; c. toezicht op aan derden uitbesteed werk; d. handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering; e. het verrichten van feitelijke handelingen; f. het verrichten van bedrijfsvoeringstaken op het gebied van personeel, informatie, juridische zaken, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting.

Huidige tekst

Artikel 4a Bevoegdheden Het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a van de wet.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 5 Mandaat, aanwijzing en delegatie 1. De colleges kunnen bevoegdheden mandateren aan de algemeen directeur. 2. Ondermandaat is toegestaan tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden. 3. Er wordt een register bijgehouden van de overeenkomstig het eerste en tweede lid gemandateerde bevoegdheden. 4. De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen ambtenaren van het openbaar lichaam aanwijzen als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, belastingdeurwaarder of leerplichtambtenaar. 5. De aanwijzing bedoeld in het vierde lid vindt niet plaats dan nadat het bestuur daarmee heeft ingestemd.

Toelichting

Vanuit de wijziging van de Wgr is er in dit artikel geen aanpassing nodig. In de praktijk blijkt echter lid 5 een relatief zware procedure. Voorgesteld wordt daarom de instemming bij de directie neer te leggen.

Nieuwe tekst

Artikel 5 Mandaat, aanwijzing en delegatie 1. De colleges kunnen bevoegdheden mandateren aan de algemeen directeur. 2. Ondermandaat is toegestaan tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden. 3. Er wordt een register bijgehouden van de overeenkomstig het eerste en tweede lid gemandateerde bevoegdheden. 4. De colleges van de deelnemende gemeenten kunnen ambtenaren van het openbaar lichaam aanwijzen als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar, belastingdeurwaarder of leerplichtambtenaar. 5. De aanwijzing bedoeld in het vierde lid vindt niet plaats dan nadat de directie daarmee heeft ingestemd.

Huidige tekst

Artikel 6 Samenstelling De colleges wijzen elk uit hun midden twee leden van het bestuur aan, alsmede twee plaatsvervangende leden.

Toelichting

Vanuit de wijziging van de Wgr is er in dit artikel geen aanpassing nodig. Toch worden hier twee wijzigingen voorgesteld: 1e : In de praktijk is ervoor gekozen om in elk geval de burgemeesters aan te wijzen in het bestuur. Vanuit continuïteitsoogpunt is dit een wenselijke constructie. Dit is echter niet in dit artikel vermeld. Voorgesteld wordt het artikel dienovereenkomstig aan te passen. 2e : In dit artikel is vastgelegd dat er twee plaatsvervangende leden moeten worden aangewezen. Of dit aantal mogelijk is, hangt af van de omvang van het college. Voorgesteld wordt daarom om deze zinsnede te vervangen door “zo mogelijk één of twee plaatsvervangende leden”.

Nieuwe tekst

Artikel 6 Samenstelling De colleges wijzen elk uit hun midden twee leden van het bestuur aan waaronder in elk geval de burgemeester, alsmede zo mogelijk één of twee plaatsvervangende leden.

Huidige tekst

Artikel 7 Incompatibiliteiten Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het bestuur onverenigbaar met

de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van deze regeling of van een van de deelnemende gemeenten aangesteld of daaraan ondergeschikt. Toelichting

Vanuit de gewijzigde Wgr is hier geen noodzaak om de GR-ABG aan te passen. Gebleken is echter dat de tekst van dit artikel ten onrechte nog niet is aangepast aan de WNRA. De colleges stellen daarom voor deze wijziging alsnog door te voeren.

Nieuwe tekst

Artikel 7 Incompatibiliteiten Onverminderd het bepaalde in artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar die krachtens arbeidsovereenkomst met de ABG-organisatie werkzaam is.

Huidige tekst

Artikel 8 Besluitvorming 1. Ieder lid van het bestuur heeft in de vergadering van het bestuur één stem. 2. Het tot stand komen van een besluit bij stemming vereist de volstrekte meerderheid van hen die een stem hebben uitgebracht, tenzij in deze regeling anders is bepaald.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 9 Voorzitter 1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter voor zijn vergaderingen en regelt de vervanging van de voorzitter. 2. Het bestuur kan beslissen een andere voorzitter te kiezen. 3. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 10 Bevoegdheden bestuur 1. Alle bevoegdheden berusten bij het bestuur. 2. In afwijking van artikel 8 van deze regeling besluit het bestuur bij unanimiteit over vraagstukken met betrekking tot huisvesting.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 11 Verantwoording- en informatieplicht 1. Het bestuur verschaft de raden en colleges alle inlichtingen die door deze organen of door een of meer van hun leden worden gevraagd. 2. Een lid van het bestuur verschaft aan het college waarvan hij lid is alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. Een lid van het bestuur is aan het college waarvan hij lid is verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 4. De colleges bepalen op welke wijze aan de in de vorige leden genoemde verplichtingen moet worden voldaan. 5. Het tweede tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden.

Toelichting

In artikel 17 lid 2 en 3 Wgr is een actieve informatieplicht opgenomen en in de GR moet worden bepaald hoe de inlichtingen worden verstrekt. Daarom wordt u voorgesteld: - na lid 3 van de huidige GR-ABG een lid toe te voegen die de actieve informatieplicht vastlegt; - het huidige 4e te vernummeren naar lid 5, waarmee de wijze van het verstrekken van inlichtingen is geregeld; - het 5e lid te vernummeren naar lid 6 en van toepassing te laten zijn op het tweede tot en met vijfde lid van dit artikel. Artikel 11 Verantwoording- en informatieplicht 1. Het bestuur verschaft de raden en colleges alle inlichtingen die door deze organen of door een of meer van hun leden worden gevraagd. 2. Een lid van het bestuur verschaft aan het college waarvan hij lid is alle inlichtingen die door dit college of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. Een lid van het bestuur is aan het college waarvan hij lid is verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid. 4. Het bestuur geeft de raden alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitvoering van hun taken. 5. De colleges bepalen op welke wijze aan de in de vorige leden genoemde verplichtingen moet worden voldaan. 6. Het tweede tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raden.

Nieuwe tekst

Huidige tekst

Artikel 12 Directie 1. De directie van de ABG-organisatie bestaat uit de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten. 2. De directieleden worden door het bestuur benoemd. Het bestuur benoemt een van de directieleden tot algemeen directeur, de andere twee directieleden tot adjunct-directeur. 3. De algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. 4. Het bestuur schorst resp. ontslaat een directielid indien deze als gemeentesecretaris wordt geschorst of ontslagen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvoor hij als gemeentesecretaris functioneert. 5. De directie staat het bestuur bij de uitoefening van hun taak terzijde. 6. Het bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de directie. 7. De algemeen directeur is bij de vergadering van het bestuur aanwezig. 8. De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de algemeen directeur mede ondertekend. 9. De door de colleges aangewezen locosecretarissen fungeren als plaatsvervangers voor de directieleden.

Toelichting

Vanuit de gewijzigde Wgr is hier geen noodzaak om de GR-ABG aan te passen. Ervaringen uit de praktijk geven echter aanleiding een aantal aanpassingen voor te stellen, namelijk: 1. Inzake lid 1 en lid 2: In interim-situaties is de combinatie van gemeentesecretaris en directeur niet altijd haalbaar gebleken. Daarom wordt voorgesteld het bestuur de bevoegdheid te geven in interim-situaties af te wijken van het 1 e en 2e lid. 2. De zinsnede “de andere twee directieleden tot adjunct-directeur” is een herhaling ten opzichte van het eerste lid en kan vervallen. 3. De algemeen directeur is niet eindverantwoordelijk voor het functioneren van de andere twee directeuren/interim-directeuren. Deze uitzondering dient vermeld te worden. 4. Inzake lid 9: Vervanging door een loco-secretaris bij afwezigheid van een directeur leidt in de praktijk tot een onrustige samenstelling van de directie en ook voor de desbetreffende locosecretarissen tot een onverwachte belasting. Daarom wordt voorgesteld deze bepaling te laten

vervallen en in de instructie als genoemd in plaats daarvan op te nemen: a. dat tijdens directievergaderingen altijd minimaal 2 directieleden aanwezig zijn. b. dat bij afwezigheid van een directeur langer dan 3 maanden, het bestuur de vervanging regelt. Nieuwe tekst

Artikel 12 Directie 1. De directie van de ABG-organisatie bestaat uit de gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten, tenzij toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, derde volzin. 2. De directieleden worden door het bestuur benoemd. Het bestuur benoemt een van de directieleden tot algemeen directeur. In interimsituaties kan het bestuur hiervan afwijken. 3. De algemeen directeur is eindverantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie, met uitzondering van het functioneren van de twee overige directieleden. 4. Het bestuur schorst resp. ontslaat een directielid indien deze als gemeentesecretaris wordt geschorst of ontslagen door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarvoor hij als gemeentesecretaris functioneert. 5. De directie staat het bestuur bij de uitoefening van hun taak terzijde. 6. Het bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de directie. 7. De algemeen directeur is bij de vergadering van het bestuur aanwezig. 8. De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de algemeen directeur mede ondertekend. 9. In directievergaderingen zijn minimaal 2 directieleden aanwezig. Bij afwezigheid van een directeur langer dan 3 maanden, regelt het bestuur de vervanging.

Huidige tekst

Artikel 13 Overig personeel 1. Het bestuur beslist tot het aanstellen, schorsen en ontslaan van ambtenaren, de directie uitgezonderd. 2. Het bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directie. 3. Op het personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn de arbeidsvoorwaarden van toepassing zoals afgesproken door de Werkgeversvereniging voor Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties.

4. Waar in de in het derde lid bedoelde regelingen gesproken wordt van gemeenteraad of college, dan wel hoofd van dienst, wordt voor de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk gelezen: het bestuur onderscheidenlijk de algemeen directeur. Toelichting

Vanuit de gewijzigde Wgr is hier geen noodzaak om de GR-ABG aan te passen. Gebleken is echter dat de tekst van dit artikel ten onrechte nog niet geheel is aangepast aan de WNRA. De colleges willen deze aanpassing daarom alsnog doorvoeren.

Nieuwe tekst

Artikel 13 Overig personeel 1. Het bestuur beslist over het aangaan van arbeidsovereenkomsten alsmede over het schorsen en ontslaan van ambtenaren, de directie uitgezonderd. 2. Het bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden opdragen aan de directie. 3. Op het personeel in dienst van de bedrijfsvoeringsorganisatie zijn de arbeidsvoorwaarden van toepassing zoals afgesproken door de Werkgeversvereniging voor Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties. 4. Waar in de in het derde lid bedoelde regelingen gesproken wordt van gemeenteraad of college, dan wel hoofd van dienst, wordt voor de toepassing in het kader van deze regeling respectievelijk gelezen: het bestuur onderscheidenlijk de algemeen directeur.

Huidige tekst

Artikel 14 Kadernota Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Toelichting

In de gewijzigde Wgr is de uiterste datum waarop de kadernota aan de raden moet worden gezonden verschoven van 15 april naar 30 april. Het gaat hier om een uiterste datum en in de gemeenschappelijke regeling mag een eerdere datum worden afgesproken. De ABG-organisatie streeft er steeds naar de kadernota al in januari aan de raden te zenden. Een verlenging van deze termijn naar 30 april wordt dan ook niet nodig geacht. Voorgesteld wordt de datum van 15 april te handhaven. Zienswijzeprocedure In de gewijzigde Wgr is in artikel 10, lid 5 en lid 6

opgenomen dat in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd moet worden of bij bepaalde besluiten van het bestuur een zienswijze-procedure doorlopen moet worden. De zienswijzeprocedures waarop artikel 10, lid 5 en 6 Wgr het oog heeft, kunnen in de GR-ABG alleen de besluiten met betrekking tot de bedrijfsvoering betrekken. Deels is dit overigens al in de wet vastgelegd (vaststellen en wijzigen begroting en gemeenschappelijke regeling). In de praktijk hebben we een dergelijke, niet wettelijk vastgelegde zienswijzeprocedure steeds gevolgd bij de vaststelling van de Kadernota (met uitzondering van de Kadernota 2024). Uit evaluatie is gebleken dat het volgen van een zienswijzeprocedure bij de Kadernota gewenst is. Daarom stellen wij u voor dit vast te leggen in de GR-ABG. Voor het overige zien wij geen aanleiding om de zienswijzeprocedure voor andersoortige besluiten vast te leggen in de GR-ABG. Indien andere ingrijpende bedrijfsvoeringsbesluiten genomen moeten worden, worden de raden daar uiteraard steeds op passende wijze bij betrokken. Nieuwe tekst

Artikel 14 Kadernota 1. Het bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. Op de vaststelling van de Kadernota is de zienswijzeprocedure van artikel 10, lid 5 en 6, van de Wgr van toepassing.

Huidige tekst

Artikel 15 Voorbereiding begroting 1. Acht weken voordat het bestuur beslist over de begroting zendt het de ontwerpbegroting toe aan de raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging geschiedt openbare kennisgeving. 3. De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 4. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

Toelichting

In de gewijzigde Wgr is de termijn van acht weken (genoemd in artikel 15, lid 1, GR-ABG) verlengd naar 12 weken. Dit is een minimale termijn en deze termijn geldt rechtstreeks op basis van de wet. De GR-ABG

Nieuwe tekst

Huidige tekst

dient daarom op dit punt aangepast te worden. In de gewijzigde Wgr is tevens bepaald dat het bestuur (i.c. het ABG-bestuur) een reactie geeft op de ingediende zienswijzen (genoemd in artikel 15, lid 4, GR-ABG) alvorens het bestuur de begroting vaststelt. Deze wijziging geldt rechtstreeks op basis van de wet en het is dan ook niet strikt noodzakelijk om dit op te nemen in de GR-ABG. Omwille van de duidelijkheid wordt echter voorgesteld deze bepaling toe te voegen aan de GR-ABG. Artikel 15 Voorbereiding begroting 1. Twaalf weken voordat het bestuur beslist over de begroting zendt het de ontwerpbegroting toe aan de raden. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging geschiedt openbare kennisgeving. 3. De raden beraadslagen over de ontwerpbegroting niet eerder dan twee weken na de openbare kennisgeving. 4. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 5. Het bestuur stelt de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Artikel 16 Vaststelling begroting 1. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 8, tweede lid, wordt de begroting unaniem vastgesteld. 2. Na vaststelling zendt het bestuur de begroting aan de raden. 3. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 4. Een wijziging van de begroting is slechts mogelijk bij unanimiteit van stemmen. 5. Indien wijziging van de begroting van invloed is op de hoogte van de bijdrage, is artikel 35 van de wet van toepassing. 6. In de begroting wordt vastgelegd welke bijdrage elke gemeente is verschuldigd aan de ABGorganisatie.

Toelichting

Op grond van de gewijzigde Wgr is de termijn van 1 augustus, genoemd in artikel 16, lid 3, GR-ABG verlengd naar 15 september. Deze termijn geldt rechtstreeks op basis van de wet. De GR-ABG dient voor de duidelijkheid op dit punt aangepast te worden.

Nieuwe tekst

Artikel 16 Vaststelling begroting 1. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 8, tweede lid, wordt de begroting unaniem vastgesteld. 2. Na vaststelling zendt het bestuur de begroting aan de raden. 3. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 4. Een wijziging van de begroting is slechts mogelijk bij unanimiteit van stemmen. 5. Indien wijziging van de begroting van invloed is op de hoogte van de bijdrage, is artikel 35 van de wet van toepassing. 6. In de begroting wordt vastgelegd welke bijdrage elke gemeente is verschuldigd aan de ABGorganisatie.

Huidige tekst

Artikel 17 Vaststelling jaarrekening 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 2. Het bestuur zendt de jaarrekening aan gedeputeerde staten binnen twee weken na vaststelling hiervan, maar in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling aan de raden.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 18 Financiële administratie 1. Het bestuur stelt een verordening vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het financieel beheer van de ABG-organisatie. 2. Artikel 212 en 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

Toelichting

Geen wijziging nodig.

Nieuwe tekst

Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 19 Betaling 1. De deelnemende gemeenten betalen uiterlijk 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober een voorschot in de kosten van het lopende boekjaar ten bedrage van 25 procent van de bijdrage. 2. Het bestuur kan bij unanimiteit bepalen dat een afwijkend voorschot wordt betaald.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 20 Garantstelling De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de ABG-organisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar financiële verplichtingen te voldoen, overeenkomstig de vastgestelde bijdrage in de begroting.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 21 Archiefbeheer 1. Het bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur overeenkomstig een door het bestuur met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling (Archiefverordening), die aan gedeputeerde staten moet worden medegedeeld. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganisatie en haar bestuur is aangewezen de archiefbewaarplaats van Gilze en Rijen. 3. De algemeen directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bedrijfsvoeringsorganistatie en haar bestuur voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. De archivaris is belast met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 5. De archivaris wordt door het bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.

6. Bij opheffing van deze regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. 7. Voor door de deelnemende gemeenten gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten. 8. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de desbetreffende gemeenten. Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 22 Klachtenregeling 1. Het bestuur stelt, met inachtneming van titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht, een interne klachtenregeling vast. 2. De Nationale ombudsman is, onverminderd het bepaalde in artikel 1a, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman, bevoegd tot behandeling van klaagschriften als bedoeld in titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 23 Geschillen 1. Als er tussen de ABG-organisatie en een deelnemende gemeente dan wel tussen deelnemende gemeenten onderling een geschil ontstaat over de uitvoering van deze regeling treden het bestuur en het college van de betreffende gemeente terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen. 2. Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een advies uit. 3. Op geschillen tussen de deelnemende gemeenten onderling of tussen de deelnemende gemeenten en de ABG-organisatie is artikel 28 van de wet van toepassing.

Toelichting Nieuwe tekst

Geen wijziging nodig. Ongewijzigd.

Huidige tekst

Artikel 24 Wijziging van de regeling 1. De colleges en het bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de colleges. 3. De colleges besluiten niet tot wijziging dan nadat zij ingevolge artikel 1, tweede lid, van de wet toestemming hebben gekregen van hun raden.

Toelichting

Dit artikel behoeft strikt genomen niet gewijzigd te worden. Echter op grond van de gewijzigde WGR is de procedure om te komen tot wijziging van de GR-ABG aangevuld met een zienswijzeprocedure op het ontwerp van de wijziging/regeling. Deze zienswijzeprocedure is rechtstreeks op basis van de wet van kracht en behoeft daarom geen aanpassing van de GR-ABG. Deze gewijzigde procedure geldt ook bij Toetreding (artikel 25 GR-ABG) en Uittreding/opheffing (artikel 26 GR-ABG). Om onduidelijkheden te voorkomen, wordt voorgesteld deze artikelen van de GR-ABG aan te vullen met de zienswijzeprocedure.

Nieuwe tekst

Artikel 24 Wijziging van de regeling 1. De colleges en het bestuur kunnen voorstellen doen voor wijziging van de regeling. 2. De regeling wordt gewijzigd bij unaniem besluit van de colleges. 3. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters zenden het ontwerp van de gewijzigde regeling toe aan de raden. 4. De raden kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 5. De colleges besluiten niet tot wijziging dan nadat zij ingevolge artikel 1, tweede lid, van de wet toestemming hebben gekregen van hun raden.

Huidige tekst

Artikel 25 Toetreding 1. Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van andere gemeenten toetreden. 2. De toetreding als bedoeld in het eerste lid is slechts mogelijk bij unaniem besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. De colleges nemen geen besluit als bedoeld in

het tweede lid, dan nadat zij ingevolge artikel 1, tweede lid, van de wet toestemming hebben gekregen van hun raden. 4. Aan toetreding kan het bestuur voorwaarden verbinden. Toelichting

Zie toelichting bij artikel 24 GR-ABG.

Nieuwe tekst

Artikel 25 Toetreding 1. Tot de regeling kunnen uitsluitend colleges van andere gemeenten toetreden. 2. De toetreding als bedoeld in het eerste lid is slechts mogelijk bij unaniem besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters zenden het ontwerp van de gewijzigde regeling toe aan de raden. 4. De raden kunnen bij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van hun gemeente binnen acht weken na ontvangst van het ontwerp hun zienswijze over het ontwerp van de regeling naar voren brengen. Indien de raden geen zienswijze naar voren wensen te brengen stellen zij de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte. 5. De colleges nemen geen besluit als bedoeld in het tweede lid, dan nadat zij ingevolge artikel 1, tweede lid, van de wet toestemming hebben gekregen van hun raden. 6. Aan toetreding kan het bestuur voorwaarden verbinden.

Huidige tekst

Artikel 26 Uittreding en opheffing 1. De colleges kunnen uit de regeling treden na verkregen toestemming van hun gemeenteraad met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. 2. De termijn genoemd in het eerste lid kan bij unaniem besluit van het bestuur worden verkort. 3. Uittreding kan uitsluitende plaatsvinden per 1 januari van een kalenderjaar met dien verstande dat uittreding niet mogelijk is vóór 1 januari 2020. 4. De uittredende gemeente is een schadeloosstelling verschuldigd. Deze wordt vastgesteld door een commissie van een drietal onafhankelijke deskundigen welke wordt aangewezen door het bestuur. 5. Op voorstel van het bestuur kunnen de colleges van de deelnemende gemeenten besluiten tot

opheffing van de regeling. 6. Het bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing van de ABG-organisatie te komen. Dit liquidatieplan wordt vastgesteld door de colleges van de deelnemende gemeenten, de raden van die gemeenten gehoord. 7. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van het openbaar lichaam. Indien de ABG-organisatie alle op haar rustende verplichtingen is nagekomen en een batig saldo resteert, dan wordt dit batig saldo aan de hand van de gehanteerde verdeelsleutel aan gemeenten uitgekeerd. Resteert een negatief saldo, dan zijn gemeenten naar rato van de gehanteerde verdeelsleutel gehouden deze verplichtingen op zich te nemen. Toelichting

De gewijzigde Wgr bepaalt in artikel 9, lid 1, dat de gemeenschappelijke regeling bepalingen geeft omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Bij de instelling van de GRABG in 2015 is met deze bepaling al rekening gehouden. De huidige regeling biedt voldoende bepalingen om uittreding en opheffing indien gewenst te kunnen realiseren. In lid 3 is bij aanvang van de GR-ABG opgenomen dat uittreding niet mogelijk was vóór 1 januari 2020. Deze zinsnede kan inmiddels vervallen.

Nieuwe tekst

Artikel 26

Uittreding en opheffing

1. De colleges kunnen uit de regeling treden na verkregen toestemming van hun gemeenteraad met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. 2. De termijn genoemd in het eerste lid kan bij unaniem besluit van het bestuur worden verkort. 3. Uittreding kan uitsluitende plaatsvinden per 1 januari van een kalenderjaar. met dien verstande dat uittreding niet mogelijk is vóór 1 januari 2020. 4. De uittredende gemeente is een schadeloosstelling verschuldigd. Deze wordt vastgesteld door een commissie van een drietal onafhankelijke deskundigen welke wordt aangewezen door het bestuur. 5. Op voorstel van het bestuur kunnen de colleges

van de deelnemende gemeenten besluiten tot opheffing van de regeling. 6. Het bestuur stelt een liquidatieplan op om tot opheffing van de ABG-organisatie te komen. Dit liquidatieplan wordt vastgesteld door de colleges van de deelnemende gemeenten, de raden van die gemeenten gehoord. 7. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel van het openbaar lichaam. Indien de ABG-organisatie alle op haar rustende verplichtingen is nagekomen en een batig saldo resteert, dan wordt dit batig saldo aan de hand van de gehanteerde verdeelsleutel aan gemeenten uitgekeerd. Resteert een negatief saldo, dan zijn gemeenten naar rato van de gehanteerde verdeelsleutel gehouden deze verplichtingen op zich te nemen.

Huidige tekst

Geen.

Toelichting

Evaluatiebepaling Artikel 11a van de Wgr stelt dat een gemeenschappelijke regeling een bepaling omtrent een periodieke evaluatie moet hebben. Dit kan allerlei vormen hebben. Een beperkte evaluatie van de regeling zelf of een meer omvattende evaluatie naar het functioneren van de samenwerking en het samenwerkingverband. Ook de frequentie van de evaluatie moet in de GR-ABG worden vastgelegd. De ABG-organisatie is per 1 januari 2016 gestart. Er is geen evaluatiebepaling in de GR-ABG opgenomen. Wel heeft bureau Berenschot in 2019 het functioneren van de regeling geëvalueerd. Het evalueren van de gemeenschappelijke regeling is belangrijk voor de sturing en van de organisatie. In 2023/2024 heeft opnieuw een evaluatie/benchmark plaatsgevonden door Bureau Berenschot. Vanaf 2024 vindt een continue benchmark plaats via Vensters-voor-bedrijfsvoering. Dit stelt ons in staat om de raden jaarlijks in de jaarrekening een evaluatie van het functioneren van de ABG-organisatie te presenteren.

Nieuwe tekst

Artikel 27 Evaluatiebepaling Het bestuur van de GR-ABG legt jaarlijks in de jaarrekening de resultaten vast van onderzoek naar het functioneren van de bedrijfsvoeringsorganisatie.

Huidige tekst

Artikel 27 Onvoorziene omstandigheden In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen de colleges.

Toelichting

Dit artikel dient vernummerd te worden naar 28.

Nieuwe tekst

Artikel 28 Onvoorziene omstandigheden In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslissen de colleges.

Huidige tekst

Artikel 28 Bekendmaking regeling Het college van Alphen-Chaam zendt de regeling aan gedeputeerde staten en draagt zorg voor publicatie in de Staatscourant.

Toelichting

Dit artikel dient vernummerd te worden naar 29. De bekendmakingregeling voor gemeenschappelijke regelingen is gewijzigd (artikel 26 Wgr: 1. Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad. 2. Het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie, het gemeenschappelijk orgaan of het gemeentebestuur, bedoeld in artikel 8, vierde lid, of bij gebreke hiervan, het gemeentebestuur, bedoeld in het eerste lid, voegt in het register, bedoeld in artikel 136, eerste lid, de gegevens toe, bedoeld in artikel 136, tweede lid.) De GR-ABG wordt hierop aangepast.

Nieuwe tekst

Artikel 29 Bekendmaking regeling Het college van Alphen-Chaam maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.

Huidige tekst

Artikel 29 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2016 voor wat betreft artikel 4 en 5 en voor het overige op de 1 e

dag van de maand volgend op vaststelling. Toelichting

Voorgesteld wordt de gewijzigde GR-ABG in zijn geheel opnieuw vast te stellen onder intrekking van de huidige GR-ABG. Dit artikel dient vernummerd te worden naar 30.

Nieuwe tekst

Artikel 30 Intrekking en inwerkingtreding 1. De Gemeenschappelijke Regeling ABGorganisatie (2015) wordt ingetrokken per 1 juli 2024. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 juli 2024.

Huidige tekst

Artikel 30 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling ABG-organisatie.

Toelichting

Dit artikel dient vernummerd te worden naar 31. Ter verduidelijking wordt in de citeertitel het jaartal 2024 toegevoegd.

Nieuwe tekst

Artikel 31 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling ABG-organisatie 2024.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14294324/2