Bijlage 2 - Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein Gilze en Rijen 2019
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Raadsvergadering: Behandelend medewerker: Cluster:
11 februari 2019 Piet Sprangers
Agendapunt: Portefeuillehouder:
Domein Sociaal
Programma:
8. wethouders Van der Veen en Zwarts Sociaal Domein
Voorstel tot: vaststellen nieuwe Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein
1. Samenvatting Aanleiding: De huidige Verordening dateert uit 2014. Nu we vier jaar verder zijn constateren we dat er behoefte is aan andere accenten in de rol van de Adviesraad. We vinden het belangrijk dat de Adviesraad zich meer richt op het ophalen van signalen bij onze inwoners over waar behoefte aan is en waar er knelpunten worden ervaren. Gevraagde beslissing: We vragen uw raad om de Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein 2019 vast te stellen.
Beoogd effect: Met de nieuwe verordening leggen we voor de rol van de Adviesraad Sociaal Domein meer nadruk op rechtstreekse consultatie van de inwoners die rechtstreeks betrokken zijn bij het beleid en de uitvoering daarvan. 2. Onderbouwing, aanpak, uitvoering Artikel 2.1.3 lid 3 van de Wmo 2015 verplicht het college van burgemeester en wethouders om de inwoners van de gemeente te betrekken bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning en hen vroegtijdig in de gelegenheid te stellen om zelfstandig voorstellen te doen ten aanzien van de maatschappelijke ontwikkeling. Artikel 2.10 van de Jeugdwet houdt eenzelfde verplichting in door te verwijzen naar bovenstaand artikel uit de Wmo 2015. De wet bepaalt tevens dat dit geregeld moet worden bij verordening. De Adviesraad vervult haar rol sinds eind 2014. In de bestaande verordening zijn de taken van de Adviesraad in artikel 3 als volgt geformuleerd: 1. 2. 3.
De adviesraad bevordert de totstandkoming van een integraal en evenwichtig beleid met betrekking tot de beleidsterreinen van het sociale domein en geeft hiertoe gevraagd en ongevraagd advies aan het college. Naast adviesrecht heeft de adviesraad informatierecht en initiatiefrecht. De Adviesraad onderhoudt een relatie met de burgers, instellingen en de diverse (belangen)organisaties en pakt actief signalen op vanuit de samenleving.
We hebben geconstateerd dat de Adviesraad zich vooral gericht heeft op het onder 1. beschreven onderdeel van haar rol. De Adviesraad heeft ons op dat onderdeel voorzien van waardevolle adviezen. Het onder 3. genoemde onderdeel is daarentegen wat onderbelicht gebleven. Wij zijn van mening dat de essentie van burgerparticipatie juist gelegen is in dit onderdeel. *RS18.00038* RS18.00038
Als dit onvoldoende gestalte krijgt komt de rol van de Adviesraad te dicht bij die van uw raad te liggen. In dat licht hebben we meer behoefte aan rechtstreekse consultatie van inwoners die rechtstreeks betrokken zijn bij beleid en de uitvoering daarvan. De uitvoering hiervan kan naar onze mening nog steeds prima bij de Adviesraad worden ondergebracht. Bovenstaande wensen willen we nadrukkelijk vastleggen in de verordening door artikel 3 als volgt te wijzigen. 1. 2. 3. 4.
De adviesraad vervult een initiërende en coördinerende rol in de ontwikkeling en uitvoering van vormen van rechtstreekse consultatie van cliënten en hun vertegenwoordigers. De Adviesraad onderhoudt een relatie met de burgers, instellingen en de diverse (belangen)organisaties en pakt actief signalen op vanuit de samenleving. De adviesraad bevordert de totstandkoming van een integraal en evenwichtig beleid met betrekking tot de beleidsterreinen van het sociale domein en geeft hiertoe gevraagd en ongevraagd advies aan het college. Naast adviesrecht heeft de adviesraad informatierecht en initiatiefrecht.
Daarnaast hebben we artikel 2 in dezelfde geest aangevuld. Het doel van de Adviesraad is om vanuit een onafhankelijke positie via overleg en advisering namens de cliënten of hun vertegenwoordigers invloed te kunnen hebben op de voorbereiding, ontwikkeling, uitvoering, evaluatie en verbetering van het gemeentelijk beleid in het sociaal domein.
In artikel 10 staan de taken van het college beschreven. Deze zijn nog gericht op de traditionele manier van burgerparticipatie waarbij het college min of meer uitgewerkte plannen voor advies voorlegt aan de Adviesraad. Wij geven de voorkeur aan een vorm waarbij de Adviesraad in een zo vroeg mogelijk stadium wordt betrokken bij nieuw beleid of evaluatie van bestaand beleid. Dit maakt dat we de inbreng van een Adviesraad al grotendeels kunnen verwerken in de stukken die ter besluitvorming worden voorgelegd (2e lid). Tevens willen we door aanpassing van het 4 e lid meer nadruk geven aan het feit dat de Adviesraad een adviesorgaan van het college is. Dit tot de volgende aanpassingen: Artikel 10, lid 2 en 4: oud 2. 4.
Het college vraagt op een zodanig tijdstip advies dat het uitgebrachte advies met een reactie van het college toegevoegd kan worden aan de aan de gemeenteraad ter beschikking te stellen stukken. Het advies van de adviesraad wordt met de reactie van het college aan de gemeenteraad ter beschikking gesteld.
Artikel 10, lid 2 en 4 nieuw: 2. 4.
Het college betrekt de adviesraad in zo vroegtijdig mogelijk bij de totstandkoming en evaluatie van het beleid in het sociale domein. Adviezen van de Adviesraad die betrekking hebben op stukken die het college voorlegt aan de raad en of raadscommissie worden met de reactie van het college aan de raadscommissie en of raad ter beschikking gesteld;
We hebben de Adviesraad om advies gevraagd. De Adviesraad geeft aan zich te kunnen vinden in de nieuwe verordening en stelt één tekstuele wijziging voor. Ze stelt voor om artikel 10 lid 4 te wijzigen in: ‘Adviezen van de Adviesraad worden met de reactie van het college aan de raadscommissie en raad ter beschikking gesteld.” Wij stellen voor om deze wijziging niet over te nemen omdat het college hiermee gehouden is om alle adviezen voor te leggen aan uw raad. Het college wil ook adviezen kunnen vragen over aspecten die betrekking hebben op de uitvoering van bestaand beleid. Het niet overnemen van deze wijziging laat onverlet dat uw raad vanwege het openbare karakter ervan kennis kan nemen van alle uitgebrachte adviezen en de wijze waarop het college daarmee omgaat.
2
3. Alternatieven De gemeente is verplicht op burgerparticipatie in het sociale domein bij verordening te regelen. Het alternatief is om de huidige verordening in stand te laten. 4. Lasten, baten en dekking Deze wijziging leidt niet tot extra lasten. 5. Duurzaamheid n.v.t. 6. Commissiebehandeling De commissiebehandeling heeft niet tot aanpassing van dit voorstel geleid. 7. Vervolg Planning: De nieuwe Verordening treedt in werking op 1 maart 2019. Na vaststelling gaan we samen met de Adviesraad de praktische uitwerking van rechtstreekse consultatie van inwoners vormgeven. Communicatie: De verordening wordt gepubliceerd.
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN GILZE EN RIJEN
drs. R.M. Wiersema secretaris
Bijlage(n) :
dr. A.J.W. Boelhouwer burgemeester
Verordening
3
Agendapunt 8. Vergadering d.d. 11 februari 2019. DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN;
gezien het voorstel, genummerd RS18.00038, van het college van burgemeester en wethouders; gelet op het bepaalde in artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 2.10 van de Jeugdwet en de artikelen 84 en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein gemeente Gilze en Rijen 2019 Artikel 1: Begripsomschrijvingen 1. adviesraad: de door het college ingestelde Adviesraad Sociaal Domein. 2. burgerparticipatie: het tijdig betrekken van betrokkenen bij de voorbereiding van besluitvorming in het kader van het gemeentelijk beleid. 3. college: het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen. 4. sociaal domein: het sociale domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt. Het sociale domein gaat om mensen en de wijze waarop zij in staat zijn om deel te nemen aan de samenleving. Het heeft dus betrekking op zorg, welzijn, arbeid, onderwijs, gezondheidszorg en vrije tijdsbesteding. Voor wat betreft de advisering door de adviesraad wordt (in eerste instantie) gefocust op de onderwerpen voortkomend uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 1 en de Jeugdwet.
Artikel 2: Doelstelling Het doel van de adviesraad is om vanuit een onafhankelijke positie via overleg en advisering namens de cliënten of hun vertegenwoordigers invloed te kunnen hebben op de voorbereiding, ontwikkeling, uitvoering, evaluatie en verbetering van het gemeentelijk beleid in het sociaal domein.
Artikel 3: Taken 1
Maatschappelijke ondersteuning bestaat uit de volgende onderwerpen: - Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld, - Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, - Bieden van beschermd wonen en opvang
1
1. De adviesraad vervult een initiërende en coördinerende rol in de ontwikkeling en uitvoering van vormen van rechtstreekse consultatie van cliënten en hun vertegenwoordigers. 2. De Adviesraad onderhoudt een relatie met de burgers, instellingen en de diverse (belangen)organisaties en pakt actief signalen op vanuit de samenleving. 3. Op basis van deze signalen bevordert de adviesraad de totstandkoming van een integraal en evenwichtig beleid met betrekking tot de beleidsterreinen van het sociale domein en geeft hiertoe gevraagd en ongevraagd advies aan het college. 4. Naast adviesrecht heeft de adviesraad informatierecht en initiatiefrecht. Artikel 4: Begrenzing verantwoordelijkheid De adviesraad gaat niet over individuele klachten, bezwaren en belangenbehartiging. Artikel 5: Samenstelling 1. De samenstelling van de adviesraad is een weerspiegeling van de diversiteit in de samenleving en de breedte van de onderwerpen in het sociale domein. 2. De adviesraad bestaat uit ten minste 9 en ten hoogste 13 leden. 3. De voorzitter wordt uit het midden van de adviesraad gekozen of als onafhankelijk voorzitter benoemd. 4. De adviesraad kiest een penningmeester en secretaris uit zijn midden. 5. Leden (en voorzitter) worden op persoonlijke titel benoemd door het college, op voordracht van de adviesraad. 6. De leden van de adviesraad sociaal domein hebben zitting zonder last of ruggenspraak.
Artikel 6: Lidmaatschap 1. Om lid te worden van de adviesraad moet de betrokkene: a. woonachtig zijn in de gemeente Gilze en Rijen; b. affiniteit, kennis en ervaring hebben met meerdere onderwerpen binnen het sociale domein; c. beschikking hebben over een netwerk en midden in de samenleving staan; d. oog hebben voor de diversiteit van de samenleving van de gemeente Gilze en Rijen. 2. Leden worden voor de termijn van 4 jaar benoemd. 3. Leden zijn éénmaal herbenoembaar (maximale zittingsduur is dus 8 jaar). Zij blijven in functie totdat een nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden. 4. Het lidmaatschap is onverenigbaar met: a. het lidmaatschap van de gemeenteraad, het college of commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet; b. het zijn van bestuurder of medewerker van de gemeente; c. het zijn van bestuurder of medewerker van organisaties met zakelijke belangen bij uitvoering van de Wet maatschappelijk ondersteuning, de Participatiewet en/of de Jeugdwet. 5. De benoeming ter voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt bij voorkeur binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature. Artikel 7 : Vergaderingen 1. De adviesraad sociaal domein vergadert minimaal 4 maal per jaar. 2. De adviesraad sociaal domein bepaalt zelf de vergaderorde en de wijze van besluitvorming. 3. De vastgestelde notulen van de vergaderingen zijn openbaar. 4.
Minimaal 1 maal per jaar vindt een overlegvergadering plaats met de portefeuillehouder en de ambtelijk adviseur.
Artikel 8. Taken voorzitter, secretaris en penningmeester 2
1.
2.
3.
Tot de taken van de voorzitter behoren onder meer: a. het vaststellen van de agenda, in overleg met de secretaris en de ambtelijk adviseur voor de adviesraad; b. het bepalen van dag en uur van de vergadering; c. het leiden van de vergadering; d. het handhaven van de orde; e. het geven van spreekrecht; f. het schorsen en beëindigen van de vergadering. Tot de taken van de secretaris behoren onder meer: a. het openbaar bekendmaken van de agenda en andere publicaties; b. het mede opstellen van de agenda; c. het – minimaal een week voor aanvang van de vergadering – versturen van de agenda met bijbehorende stukken, aan de voorzitter en leden van de adviesraad; d. het verstrekken van de benodigde informatie aan de voorzitter en de leden van de adviesraad; e. het bijwonen van de vergaderingen en zorgen voor het verslag en de besluitenlijst; f. het verzenden van goedgekeurde verslagen en besluitenlijsten; g. het mede zorgdragen voor de uitvoering van besluiten; h. het bewaken van en rapporteren over de voortgang en afhandeling van de uitgebrachte adviezen; i. het (doen) voorzien in de secretariaatswerkzaamheden. Tot de taken van de penningmeester behoren onder meer: a. het bewaken van het door de gemeente ter beschikking gestelde budget; b. het toetsen en beoordelen van ingediende onkostendeclaraties; c. de financiële verantwoording van ontvangen en uitgegeven middelen.
Artikel 9: Externe deskundigen 1. Het staat de adviesraad vrij om externe deskundigen te betrekken bij zijn vergaderingen. 2. De externe deskundigen, genoemd in lid 1, komen niet in aanmerking voor een vergoeding als vermeld in artikel 11, lid 3, van deze verordening. Artikel 10: Taken van het college 1. Onverminderd het bepaalde in de verordening ex artikel 150 van de Gemeentewet en het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht stelt het college de adviesraad in de gelegenheid gehoord te worden over de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid in het sociale domein. 2. Het college betrekt de adviesraad zo vroegtijdig mogelijk bij de totstandkoming en evaluatie van het beleid in het sociale domein. 3. Indien het college besluit om af te wijken van een door de adviesraad schriftelijk uitgebracht advies dan wordt in een reactie aangegeven op welke gronden van het advies is afgeweken. 4. Adviezen van de adviesraad die betrekking hebben op stukken die het college voorlegt aan de raad en/of raadscommissie worden met de reactie van het college aan de raad en/of raadscommissie ter beschikking gesteld. 5. Het college wijst een contactpersoon (ambtelijk adviseur) aan voor de adviesraad. Artikel 11: Facilitering 1.
Het college zorgt er voor dat de adviesraad kan beschikken over de middelen die noodzakelijk zijn om de in deze verordening geformuleerde taken te kunnen uitvoeren. 2. Het college stelt, gehoord de adviesraad, de door de gemeente aan de adviesraad te bieden faciliteiten vast. 3. De leden (en de voorzitter) van de adviesraad ontvangen per bijgewoonde vergadering dezelfde vergoeding als leden (niet-raadsleden) van de gemeentelijke raadscommissies.
3
Artikel 12. Begroting en verslaglegging 1. Jaarlijks vóór 1 oktober dient de adviesraad een begroting in bij het college voor de geplande activiteiten voor het volgend jaar. 2. Jaarlijks vóór 1 juli brengt de adviesraad aan het college inhoudelijk verslag uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar. Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording afgelegd over de besteding van het eventueel beschikbaar gestelde budget. Artikel 13: Inwerkingtreding, intrekking voorgaande verordening en citeertitel. 1. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2019. 2. De "Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein Gilze en Rijen 2015", vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 15 december 2014, wordt ingetrokken. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening burgerparticipatie Adviesraad Sociaal Domein Gilze en Rijen 2019".
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 februari 2019. DE RAAD VOORNOEMD, de griffier, de voorzitter,
mr. J.W. Timmermans
dr. A.J.W. Boelhouwer
4