Bijlage 2 Toetsing aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling aan Wet m...
Tekst van het document
Besluit m.e.r-beoordeling Herinrichting N631 ter hoogte van Rijen
zaaknummer 2021-008548 plaats / datum Rijen, 13 april 2021
Gelet op: de overwegingen, de inhoud van de aanmeldnotitie ‘Vormvrije m.e.r.-beoordeling Herinrichting N631 Gilze en Rijen’ d.d. 16 februari 2021 met betrekking tot het voornemen de N631 ter hoogte van de kruising met het doorgaande spoor her in te richten, de bepalingen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage, besluiten wij dat Provincie Noord-Brabant voor een bestemmingsplan en/of aanvraag om omgevingsvergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de herinrichting van de N631 te Gilze geen milieueffectrapportage hoeft op te stellen.
Burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen, namens deze,
Inhoudsopgave m.e.r.-beoordeling
1
Inleiding
3
2
De voorgenomen activiteit
3
3
M.e.r.-beoordelingsplicht, procedure
3
4
Overwegingen ten aanzien van de activiteit
4
5
4.1
De kenmerken van het project
4
4.2
De plaats en omgeving van de voorgenomen activiteit
6
4.3
De kenmerken van het potentiële effect
7
Noodzakelijkheid milieueffectrapportage
Zaaknummer: 2021-008548
8
pagina 2 van 7
1
Inleiding
Op dit moment kruist de N631 in Rijen ter hoogte van Sportpark Vijf Eiken en de weg Vijf Eiken het doorgaand spoortracé Breda-Tilburg middels een gelijkvloerse kruising. Om de verkeersdoorstroming te verbeteren en de veiligheid te verhogen heeft de Provincie het voornemen de N631 te reconstrueren en een onderdoorgang onder het spoor te maken. Tijdens dit werk wordt de bestaande kruising Nassaulaan - N631 omgevormd naar een rotonde.
2
De voorgenomen activiteit
De activiteiten bestaan uit de volgende deelactiviteiten: Het reconstrueren van de gelijkvloerse spoorkruising op de N631 ter hoogte van Rijen tot een ongelijkvloerse kruising door middel van de aanleg van een tunnel voor gemotoriseerd en niet-gemotoriseerd verkeer; Het aanleggen van een fietsbrug over de N631 ten noorden van het spoor tussen de kern Rijen en de weg Vijf Eiken; Het verplaatsen van de bestaande aansluiting van de Broodbaan op de N631; Het reconstrueren van de kruising Nassaulaan-Oosterhoutsebaan (N631) met VRI tot een rotonde. Het treffen van diverse tijdelijke wegen ter vervanging van de N631 en het inrichten van tijdelijke bouwplaatsen.
3
M.e.r.-beoordelingsplicht, procedure
In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is aangegeven welke activiteiten m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. De ontwikkeling is aan te merken als een verlegging of verbreding van bestaande wegen van 2 rijstroken of minder. Deze activiteit is opgenomen in onder C van het Besluit m.e.r. onder categorie C1.3 en in onderdeel D onder categorie D1.2. Daarnaast is er sprake van de volgende activiteiten: infiltratie van water in de bodem en onttrekken van grondwater (categorie C15.1 en D15.20 ; een stedelijk ontwikkelingsproject (categorie D11.2); ontbossing en aanleg bos ( cat. D27) In deze gevallen worden de drempelwaarde voor de diverse categorieën niet overschreden. Volgens ons moet daarom een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd, die inhoudelijk ingaat op de criteria in Bijlage III van de Europese richtlijn inzake milieueffectbeoordeling (‘betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’, 2011/92/EU).
Initiatiefnemer heeft op 16 februari 2021 een aanmeldingsnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling aangeleverd, inclusief (verwijzingen naar) stedenbouwkundig onderzoek, verkeerskundig onderzoek, akoestisch onderzoek, onderzoek luchtkwaliteit,
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 3 van 7
onderzoek externe veiligheid, watertoets, natuurtoets, natuurcompensatieplan, stikstofdepositieberekening, cultuurhistorische beschouwing, groenplan, boomeffectanalyse, archeologisch onderzoek, bodemonderzoek, onderzoek naar niet gesprongen explosieven, trillingen en effecten van bemaling. Daarin heeft initiatiefnemer aangegeven vanuit een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening en belangenafweging ervoor gekozen te hebben een vormvrije m.e.r. beoordeling op te stellen. Wij hebben deze gegevens beoordeeld en voldoende bevonden om te beoordelen of sprake is van zodanige bijzondere omstandigheden dat een milieueffectrapportage noodzakelijk is. Deze beoordeling is hierna uitgewerkt.
4
Overwegingen ten aanzien van de activiteit
In artikel 7.17, lid 3 van de Wet milieubeheer is aangegeven dat, ter beoordeling van de vraag of een voorgenomen activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben die aanleiding geven tot een plicht om een milieueffectrapportage te maken, rekening dient te worden gehouden met de in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU aangegeven criteria. Deze luiden: a. de kenmerken van het project; b. de plaats van de voorgenomen activiteit; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Deze criteria worden hierna ten aanzien van de voorgenomen activiteit nader beschouwd. Daarvoor is aansluiting gezocht bij de nadere uitwerking van de voornoemde criteria zoals opgenomen in bijlage III van de Richtlijn 2011/92/EU.
4.1
De kenmerken van het project
Bij de kenmerken van de voorgenomen activiteit dienen in het bijzonder in overweging te worden genomen: 4.1.1 De omvang van het project Het project heeft betrekking op de wegaanpassingen van de N631 ter hoogte van Rijen. Voor de kruising met de spoorlijn Breda – Tilburg wordt een spoorwegonderdoorgang gerealiseerd en de kruising met de Nassaulaan wordt herontwikkeld tot rotonde. Daarnaast bestaat het project uit het realiseren van een fietsbrug en enkele andere wegaanpassingen (waaronder aanpassingen van de aansluiting van de N631 op de weg Vijf Eiken en de Broodlaan). Ten tijde van de bouw van de spoorwegonderdoorgang en de aanleg van de weg in de tunnel, wordt het doorgaande verkeer over een tijdelijke weg/bypass geleid, die ten westen van de huidige weg komt te liggen. In de aanmeldnotitie zijn tekeningen opgenomen waarop het projectgebied is weergegeven. 4.1.2 Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Het project wordt zelfstandig uitgevoerd en er zijn geen voornemens om in de directe omgeving van het plangebied
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 4 van 7
projecten met vergelijkbare effecten uit te voeren. Er zijn dus geen cumulatieve effecten te verwachten die leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In het centrum van Rijen wordt beoogd eveneens een onderdoorgang/tunnel aan te leggen (Stationsstraat / Julianastraat). Dit project heet (voorlopig) “Stationsomgeving Rijen”. Hiervoor heeft recent een voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegen. Gelet hierop is dit project nog niet aan te merken als een ‘bestaand en/of goedgekeurd project’ als bedoeld in de Europese m.e.r.-richtlijn. Daarnaast is het nadrukkelijk niet de bedoeling deze projecten gelijktijdig uit te voeren. Onder meer omdat dan ongewenste verkeerseffecten zullen ontstaan. 4.1.3 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen, grond- en hulpstoffen Tijdens de realisatie wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof en elektriciteit en is sprake van graafwerkzaamheden. Grondwater dat wordt onttrokken om de bouw mogelijk te maken, wordt in de nabijheid van de projectlocatie terug in de bodem gebracht. Het project legt hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen in of in de nabijheid van het projectgebied. Bodem en grondwater Er is aandacht voor de aanwezige bodem- en grondwaterverontreinigingen, deze worden gedurende het traject gemonitord in het kader van de Wet bodembescherming.
Indien noodzakelijk zal er handelend worden opgetreden in het kader van de Wet bodembescherming. Door deze werkwijze zijn er geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten. De bij het project vrijkomende grond (niet verontreinigde grond) zal na afronding van het project elders nuttig worden toegepast. Het waterschap is betrokken vanwege de grondwater en de grondwateronttrekkingen bij het project en heeft voor deze planfase een positief afgegeven. Er is ook aandacht voor zettingen. Deze zijn niet te verwachten. 4.1.4 Productie van afvalstoffen Bij het aanleggen en bouwen van het project zal een beperkte hoeveelheid afvalstoffen ontstaan. Dit zijn veelal losse materialen die naar een recyclingsbedrijf worden afgevoerd. Een structurele toename van afval is niet aan de orde. Verontreiniging en hinder Tijdens de fase van aanleg en zullen kortstondig tijdelijke effecten kunnen optreden door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden, beplantingswerkzaamheden en tijdelijk afgesloten of geblokkeerde wegen. De (geluids)hinder van de werkzaamheden en uitstoot van luchtverontreinigende stoffen is tijdelijk van aard. Op voorhand zijn hier geen belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten. 4.1.5
Verontreiniging en hinder tijdens de gebruiksfase
Verkeer Door de aanpassing van de spoorwegovergang naar een spoorwegonderdoorgang wordt de N631 een aantrekkelijkere route. De wegaanpassingen én de autonome groei van het verkeer leiden tot een toename van het verkeer. Hiermee is bij het ontwerp van de infrastructuur rekening gehouden zodat ook deze verkeersstromen kunnen worden afgehandeld. Op voorhand zijn hier geen belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten.
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 5 van 7
Luchtverontreiniging Voor het aspect luchtkwaliteit is een onderzoek uitgevoerd naar de effecten van de aanpassingen aan de N631. Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de reconstructie een (licht) positief effect heeft op de concentraties verontreinigde stoffen. Door de reconstructie van de weg zal er minder oponthoud voor gemotoriseerd verkeer, zoals het wachten voor een gesloten spoorwegovergang en de VRI, zijn. De uitlaatgassen van de wachtende motorvoertuigen neemt hierdoor af.
Geluid en trillingen Voor de gebruiksfase van is een akoestisch rapport opgesteld waarbij ook onderzoek is gedaan naar de noodzakelijke geluidsreducerende maatregelen. Deze maatregelen worden getroffen waardoor er geen waarneembare toename van geluid te verwachten is. Bij een aantal woningen zal het geluid zelfs fors afnemen als gevolg van de onderdoorgang onder het spoor. Het aspect trillingen is ook onderzocht. De komst van de spooronderdoorgang heeft wat betreft trillingen met grote waarschijnlijkheid geen nadelige effecten op de bestaande bebouwing. De trillingsniveaus gaan waarschijnlijk zelfs merkbaar omlaag. 4.1.6 Risico’s van ongevallen, externe veiligheid Door het vervangen van de spoorwegovergang door een onderdoorgang hoeven trein- en autoverkeer elkaar niet meer gelijkvloers te kruisen. Hierdoor wordt de verkeersveiligheid vergroot. Er is onderzoek gedaan naar de risico’s op het gebied van externe veiligheid voor dit plan. De reconstructie van de N631 zorgt niet voor een verhoging van het plaatsgebonden- of groepsrisico. 4.1.7 Gezondheid Gezien de beperkte, tijdelijke milieueffecten zullen effecten op de volksgezondheid nagenoeg afwezig zijn. 4.1.8 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de kenmerken van de voorgenomen activiteit niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.2
De plaats en omgeving van de voorgenomen activiteit
4.2.1 De plaats van het project Het projectgebied ligt aan de rand van het dorp Rijen en bevindt zich globaal rondom op de kruising Oosterhoutseweg (N631) en het doorgaande spoor tussen Breda en Tilburg en de kruising Oosterhoutseweg en Nasaulaan. De omgeving bestaat uit het dorp Rijen, diverse maatschappelijke voorzieningen zoals de manege en het sportpark, een militair oefenterrein en bos. De bosgebieden maken onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). 4.2.2
Beschermde gebieden en soorten
Natura 2000-gebieden De drie dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn: Ulvenhoutsebos op ongeveer 7 kilometer ten zuidwesten van het projectgebied
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 6 van 7
Langstraat op circa 8 kilometer ten noorden van het projectgebied Loonse en Drunense Duinen en Leemkuilen op circa 13,6 kilometer van het projectgebied.
Activiteiten die in het kader van de aanleggen van de verdieping onder het spoor en de rotonde op de kruising Nassaulaan-Oosterhoutseweg worden uitgevoerd kunnen door de uitstoot van stikstof, negatieve effecten hebben op een Natura 2000-gebied. Uit berekeningen met het rekeninstrument Aerius blijkt dat de NOx- emissies die vrijkomen bij de aanleg geen depositie boven de 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden veroorzaken. De aanleg veroorzaakt daarmee geen significant negatieve effecten op deze gebieden. Natuur Netwerk Brabant De N631 loopt door gebieden aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). De weg zelf en naastgelegen fietspaden, maken geen onderdeel uit van het NNN. Het plangebied maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Voor de realisatie van de bouwplaats, de aanleg van een tijdelijke weg en de aanleg van de wadi moeten er diverse bospercelen worden gekapt. Deze gronden, met uitzondering van het perceel waarop de wadi wordt gerealiseerd worden na afloop van de werkzaamheden ontdaan van bebouwing en verharding en weer opnieuw ingeplant. Om deze plannen inzichtelijk te maken, heeft de initiatiefnemer onderzoek gedaan en een compensatie en herstelplan hiervoor geschreven. Hieruit blijkt dat er afdoende maatregelen worden getroffen zodat er geen sprake zal zijn belangrijke nadelige milieueffecten.
Soortenbescherming In de uitgevoerde Natuurtoets onderdoorgang Rijen is o.a. gekeken naar beschermde soorten in het projectgebied. In het onderzoek wordt een aantal werkprotocollen voorgeschreven die tijdens de uitvoering in acht genomen moet worden. Met in achtneming van de voorgeschreven maatregelen kan worden gesteld dat de gewenste ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op beschermde soorten in het projectgebied. 4.2.3 Conclusie Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat de plaats en omgeving van de voorgenomen activiteit niet leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
4.3
De kenmerken van het potentiële effect
Hieronder volgen de belangrijkste onderdelen uit de voorgaande overwegingen, waarbij met name de volgende kenmerken in beschouwing worden genomen: a. het bereik van de effecten; b. grensoverschrijdend karakter van de effecten; c. waarschijnlijkheid van de effecten; d. duur, frequentie, cumulatie en de onomkeerbaarheid van de effecten. De kenmerken van de belangrijkste (mogelijk) optredende nadelige gevolgen voor het milieu zijn in de paragrafen 4.1 en 4.2 aan de orde gesteld. Daaruit kan het volgende worden afgeleid:
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 7 van 7
De belangrijkste milieueffecten vanuit dit project betreffen voornamelijk tijdelijke effecten tijdens de reconstructie van de weg inclusief de aanleg van een tunnel onder het spoor. Er is geen sprake van belangrijke effecten met een grensoverschrijdend karakter. De aangeleverde gegevens bieden voldoende inzicht in het bereik, waarschijnlijkheid, duur, frequentie, cumulatie en de onomkeerbaarheid van de effecten. Gelet hierop overwegen wij dat naar aanleiding van de kenmerken van het potentiële effect van het project kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
5
Noodzakelijkheid milieueffectrapportage
De in het voorgaande hoofdstuk geïnventariseerde kenmerken van het voornemen dienen beschouwd te worden in relatie tot de ernst van de milieugevolgen. Daarbij spelen de volgende aspecten een rol: de huidige situatie en de autonome ontwikkeling; vigerende wetgeving en beleidsuitspraken; de status van het beschermende gebied; de beschikbare kennis en informatie; de politieke en maatschappelijke gevoeligheid. Gelet op het vorenstaande zijn wij van oordeel dat de aard van de effecten die gekoppeld zijn aan het te nemen besluit, in voldoende mate in beeld zijn. Wij zijn dan ook van oordeel dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden die leiden tot dermate belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu dat het maken van een milieueffectrapport toegevoegde waarde zou hebben.
Zaaknummer: 2021-008548
pagina 8 van 7