CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Toelichting bestemmingsplan Molenstraat 31-35 Gilze

Raadscommissie Ruimte 23 april 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel tot het gewijzigd vaststellen van het bestemmingsplan 'Molenstraat 31-35, Gilze23.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Figuur 22 Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart

Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Regio ‘Baronie’ Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘Baronie’. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazig mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek. De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|49

2.

3.

De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Beekdal van de Mark” en “Dekzandeiland Alphen-Baarle”.

Overige bouwkunst Het pand Molenstraat 35 is op de CHW met een blauw bolletje aangeduid als overige bouwkunst. In de nabije omgeving van het plangebied zijn de panden aan de Molenstraat 41, 32 en 26 aangeduid als overige bouwkunst. Molenbiotoop Op de CHW is af te lezen dat het plangebied in een gebied “Blikveld Molenbiotoop” is gelegen. De voormalige molen aan de Molenstraat is niet meer in bedrijf en niet meer in zijn geheel aanwezig. Enkel de romp staat er nog welke in gebruik is als woonhuis. De nieuwe bebouwing van de twee schuren wordt lager dan de bestaande bebouwing. Dit betekent dat met het planvoornemen eventuele zichtlijnen op de molen niet verdwijnen. Toetsing De nieuwe bebouwing in voorliggend planvoornemen betekent een verbetering ten opzichte van de huidige leegstaande gebouwen. De architectuur en de vormgeving sluit aan bij de cultuurhistorische kenmerken van de omgeving. De nabijgelegen panden die zijn aangewezen als overige bouwkunst worden met dit planvoornemen niet aangetast. Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Gilze en Rijen De Erfgoedwet, samen met de nog te implementeren Omgevingswet, verplicht gemeenten om rekening te houden met cultureel erfgoed. De eerste stap om het cultureel erfgoed te verankeren in het gemeentelijk beleid is om te inventariseren welk cultureel erfgoed zich op het gemeentelijk grondgebied bevindt.

Deze gegevens kunnen gevisualiseerd worden in de kaart ‘Cultuurhistorische inventarisatie’. Deze kaart geeft op overzichtelijke wijze inzicht in de historisch gevormde ruimtelijke structuur van het landschap en de waardevaste elementen of gebieden, die door wet of verordening worden beschermd. In één oogopslag is daarmee zichtbaar wat de historische structuur van een gebied is en met welke waarden rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Op de cultuurhistorische inventarisatiekaart is het plangebied gedeeltelijk aangemerkt als historische kern ouder dan 1830. Daarnaast is de Molenstraat zelf als ‘weg ouder dan 1830’ aangegeven. De bestaande woningen Molenstraat 31 en 35 zijn aangemerkt als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De bijbehorende schuren zijn beiden niet op de cultuurhistorische waarden aangegeven als cultuurhistorische waardevolle bebouwing. Als aanvulling op de cultuurhistorische inventarisatie geeft de cultuurhistorische waardenkaart met de bijbehorende toelichting een overzicht van de verschillende cultuurlandschappen en hun landschappelijke karakteristiek. Deze kaart dient met de toevoeging van de zogenaamde attentiegebieden tevens als signalering van gebieden, die bij ruimtelijke ingrepen ontzien moeten worden, of waar ruimtelijke ontwikkelingen gepaard moeten gaan met extra zorgvuldigheid.

Dit betekent overigens niet dat de zones buiten de attentiegebieden geen behoudenswaardige cultuurhistorische waarden hebben.

NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|50

Figuur 23 Uitsnede Cultuurhistorische Inventarisatiekaart

Figuur 24 Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart

NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|51

Volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart van de gemeente Gilze en Rijen (december 2022) ligt het plangebied in ‘Bebouwde kom Gilze’. ‘Bebouwde kom Gilze’ Historisch beeld De oudste vermelding van Gilze dateert uit 992, toen villa Gillesela cum appenditis, het Hof van Gilze, geschonken zou zijn aan de abdij van Thorn. Het Hof lag waarschijnlijk tussen de huidige kerk, de Raadhuisstraat en de Heuvel. In de loop van de tijd heeft Gilze zich, bij een kruispunt van wegen, ontwikkeld tot het belangrijkste dorp in de regio. In 1235 werd in Gilze het eerste stenen kerkje gebouwd, die in de 15e eeuw vervangen is door een nieuwe kerk. In het begin van de 19e eeuw beperkte de kern van Gilze zich nog grotendeels tot De Groote Kerkstraat (de huidige Raadhuisstraat), De Kleine Kerkstraat (de huidige Kerkstraat) en het begin van De Rielsche Baan (de huidige Molenstraat). In de loop van de 19e eeuw heeft de bebouwing zich langs de bestaande wegen, met name in noordelijke richting, uitgebreid. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw zijn er ook nieuwe wegen aangelegd waarlangs de bebouwing van Gilze zich uitbreidde. Pas na de Tweede Wereldoorlog, en dan met name vanaf de jaren zeventig, zijn tussen de bestaande wegen uitbreidingswijken ingepast, waarbij de aangrenzende buurtschappen, zoals Aalstraat, Nerhoven, De Logt en De Hoge Vossenberg, in de bebouwde kom van Gilze zijn opgenomen.

De aanleg van de A58 in de jaren zestig heeft mede geleid tot de ontwikkeling van twee bedrijventerreinen aan de noordoostzijde van de bebouwde kom. ‘Cultuurhistorische karakteristiek’ − Toponiemen De Hofstad, De laars, De Gilzesche Strijp Akkers, Achter de Hoven, De Aalstraatsche Weiden, De Broek Akkers, De Gilzesche Steen Akkers en De Lage Nerhoven; − Historische wegenpatroon, waaronder in het bijzonder de onverharde wegen (Nerhovensche Molenweg, De Aal Straat, De Kleine Aal Straat en Het Goof van Loonpad) en diverse, inmiddels verharde straten, zoals de Nieuwe Dijk van Breda naar Gilze, De Groote Kerkstraat, de Kleine Kerkstraat, De Alphensche Baan, De Laag Straat, de Rijensche Baan etc.; − Historische kernen van Gilze, De Logt, De Aalstraat en Nerhoven en oude erven; − Waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijk monumenten, cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke panden); − Cultuurhistorisch waardevolle elementen, zoals kerk, molen en stoommaalderij; − Monumentale bomen; − De grootschalige historische structuur (wegen) is nog grotendeels aanwezig. Hierbinnen is een nieuwe stedenbouwkundige structuur van de uitbreidingswijken aanwezig. Hoewel in de bebouwde kom uiteraard ook cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, is de historische structuur hier ondergeschikt aan de stedenbouwkundige inrichting en het bebouwingsbeeld.

Beschrijvingen cultuurhistorisch waardevolle panden BP Woongebied Gilze In het BP Woongebied Gilze is een lijst opgenomen met beschrijvingen van deze panden en een motivering tot plaatsing op deze lijst. De uitgebreide motiveringen voor de panden Molenstraat 31 en 35 zijn opgenomen in de bijlage van dit bestemmingsplan. Molenstraat 31 Het object is een goed voorbeeld van een grote langgevelhoeve in het dorp Gilze. De architectuur van het bouwwerk bevat alle kenmerken van zo een type boerderij (woongedeelte, stalgedeelte met rieten dakbedekking vervangen door pannen. Gelegen als een eiland tussen de moderne dorpsbebouwing vertegenwoordigt de voormalige boerderij een aspect van de agrarische en sociale geschiedenis van Gilze. De boerderij draagt in het algemeen in hoge mate bij aan het dorpskarakter van Gilze en ter plaatse in het bijzonder aan het straatgezicht. Door de verbouwingen verkeert het exterieur van de voormalige hoeve in prima staat. Op de schoorsteen van de boerderij staat een rookkap. Deze hoort hierop niet thuis en doet afbreuk aan het totaalbeeld van de hoeve. Beter ware NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|52

hier een traditionele eensteens uitkragende rookrand. De bijbehorende schuur heeft te weinig architectuurkwaliteit om voor eventuele bescherming in aanmerking te komen. Molenstraat 35 Het object is een mooi voorbeeld van de Traditionele Delftse Schoolstijl. De architectuur werd beïnvloed door de architectuur van A.J. Kropholler en J. Valk (natuurstenen blokken en geknikt dak). Juist vanaf deze tijd komen het type raam met een getoogde bovenzijde, natuurstenen hoekblokken en het geknikte dak in zwang. Schellekens sloot daarmee Gilze aan op de landelijk populair wordende Traditionele Delftse Schoolstijl. Het object is dan ook bijzonder belangrijk voor de architectuurgeschiedenis van Gilze en neemt binnen het oeuvre van de architect een belangrijke plaats in. Het object is tevens van groot belang voor de Molenstraat. Het is daarin zeer beeldbepalend. De bijbehorende schuur uit 1932 heeft te weinig architectuurkwaliteit om voor een eventuele bescherming in aanmerking te komen. Overige cultuurhistorische waarden Tussen de bestaande woningen Molenstraat 31 en 35 heeft langgevelboerderij gestaan, direct aan de Molenstraat. Deze langgevelboerderij is omstreeks 1969 gesloopt. Achter de woning Molenstraat 31 zijn de resten van een historische waterput aanwezig. Toetsing In het stedenbouwkundig plan vormen de cultuurhistorische waarden van de locatie het uitgangspunt voor het ontwerp.

De bestaande, beschermde panden met cultuurhistorische waarden Molenstraat 31 en 35 blijven behouden. De contouren van de gesloopte langgevelboerderij en van de historische waterput zullen door middel van hagen zichtbaar gemaakt worden. De twee vervangende schuurvolumes met woningen zullen in positionering en architectonische uitstraling refereren aan de historische setting van de erven en de bebouwing. Conclusie De ontwikkeling tast de aanwezige cultuurhistorische waarden niet aan.

5.9

Archeologie

Beleid Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Gemeentelijk archeologiebeleid Op 19 december 2022 heeft de gemeenteraad de Archeologische verwachtings- en beleidskaart vastgesteld. Beleidskaart NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|53

De archeologische beleidskaart is in een aantal fases tot stand gekomen. Allereerst is gestart met een inventarisatie van de reeds bekende archeologische waarden, historische relicten, landschappelijke en geomorfologische opbouw, alsook bodem. Dit heeft geresulteerd in een archeologische informatiekaart, historische relictenkaart, archeolandschappelijke eenhedenkaart en een bodemkaart. Op basis van de inventarisatiekaarten zijn twee verwachtingskaarten vervaardigd: ‘Jagers en Verzamelaars’ en ‘Boeren- en Staatse samenlevingen’. Tenslotte is aan de verschillende verwachtingseenheden beleid gekoppeld, waarmee de archeologische beleidskaart is ontstaan. De kaart houdt rekening met de specifieke context van de gemeente Gilze en Rijen. De bepaling van verwachtingen is zowel gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten, als op een studie van technische gegevens. De beleidskaart wordt vertaald in de bestemmingsplannen. In het beleidsplan onderscheidt de gemeente een 7-tal verwachtingen, variërend van een zeer hoge tot een verwaarloosbare archeologische verwachting. Per verwachtingswaarde heeft de gemeente bepaald wat de vrijstellingsgrenzen zijn voor archeologisch onderzoek.

Figuur 25 Uitsnede Archeologische verwachtingenkaart

Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen in de zone categorie 3. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m² en dieper dan 40 cm beneden maaiveld. Onderzoek In opdracht van Ordito BV heeft Aeres Milieu op 22 mei 2023 een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Molenstraat 31 t/m 35 te Gilze (externe bijlage, rapportnr: 23194, d.d. 19 juni 2023) Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de bodemopbouw binnen een groot deel van het plangebied bestaat uit een AC-bodemprofiel. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Het dekzand bestaat uit matig siltig matig fijn, (matig) goed gesorteerd zand. De onverstoorde dekzandafzettingen bevinden zich op een diepte van circa 40 tot 105 centimeter onder maaiveld. Dit komt neer op een gemiddelde diepte van circa 15,67 tot 16,17 meter +NAP. NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|54

Er is tijdens het veldonderzoek ook vastgesteld dat de bodem in meer of mindere mate verstoord is. In het plangebied is sprake van een AC-bodemprofiel. De scherpe overgang naar de C-horizont is mogelijk van moderne grondbewerking. De top van het potentieel archeologische niveau uit de periode jagers-verzamelaars zal derhalve niet meer intact zijn. Dergelijke vindplaatsen zijn immers erg kwetsbaar en zullen, indien deze aanwezig zijn geweest, alleen nog ex-situ kunnen worden aangetroffen. Op basis hiervan wordt de verwachting voor deze periode bijgesteld van middelhoog naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog goed aangetroffen kunnen worden. Op basis van het bureauonderzoek geldt er een middelhoge verwachting voor de periode laat-neolithicum – vroege middeleeuwen. (Sub-)recente bodemverstoringen reiken (veelal) niet diep in de natuurlijke ondergrond. Om deze redenen blijft de middelhoge verwachting voor de periode laat-neolithicum – vroege middeleeuwen gehandhaafd. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het noordelijke deel van het plangebied sinds tenminste circa 1800 bebouwd was. Hierdoor is de kans groot dat bewoningssporen uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd aangetroffen worden.

Om deze redenen blijft ook voor de hoge verwachting voor deze periode gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen oudere sporen uit de periode neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen op circa 40 centimeter onder maaiveld verwacht worden. Archeologische resten vanaf de late middeleeuwen kunnen vanaf het maaiveld of direct onder de bouwvoor zichtbaar worden. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaat. Alvorens er bodemverstorende of voorbereidende activiteiten worden ondernomen wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Door het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde-Archeologie 4’ wordt gewaarborgd dat het geadviseerde vervolgonderzoek wordt uitgevoerd. Conclusie Het aspect archeologie vormt een belemmering voor het planvoornemen, er dient nader onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden.

Door het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde-Archeologie 4’ wordt gewaarborgd dat het geadviseerde vervolgonderzoek wordt uitgevoerd.

5.10

Vliegbasis Gilze-Rijen

IHCS Gilze ligt geheel binnen het horizontale obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (onderdeel van de Inner Horizontal en Conical Surface, IHCS). Voor dit vlak geldt een bouwhoogtebeperking van 56 meter boven NAP. Ervan uit gaande dat het maaiveld ter hoogte van het plangebied maximaal 18 meter boven NAP ligt, betekent dit dat nergens in het plangebied hoger dan 38 meter mag worden gebouwd. Daarnaast ligt Gilze deels in de funnel van de vliegbasis. De funnel is een obstakelvrij start- en landingsvlak waarvan de bouwhoogtebeperking binnen het plangebied oploopt van circa 30 meter boven NAP tot 56 meter boven NAP. Dit kan worden vertaald in maximale bouwhoogtes van 25 tot 115 meter ten opzichte van het maaiveld. NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|55

De beoogde bouwhoogte van onderhavig planvoornemen blijft ver onder deze maximale bouwhoogtes. Munitiezone Luchtvaart is te beschouwen als een risicovolle activiteit. Het huidige externe veiligheidsbeleid is met name gericht op ‘stationaire bronnen’ (fabrieken, opslagplaatsen, e.d.) en op het vervoer van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen). In de luchtvaart gaat het op ‘bewegende bronnen’, die een ander risicobeeld met zich mee brengen. Daarom wordt voor de luchtvaart specifiek extern veiligheidsbeleid ontwikkeld, dat zal worden geïmplementeerd in de Wet Luchtvaart. Het beleid beperkt zich op dit moment nog tot Schiphol. Voor militaire vliegvelden blijft het Ministerie van Defensie verantwoordelijk. Het huidige toetsingskader legt geen beperkingen op aan ontwikkelingen in het plangebied. Wel is op de vliegbasis Gilze-Rijen een munitiecomplex aanwezig. Het plangebied ligt buiten de beschermingszones rond dit complex. Geluid Over Gilze vallen twee zoneringen die verband houden met het aspect geluid. Enerzijds ligt een gedeelte van Gilze binnen de zone industrielawaai van de proefdraai - installatie op de vliegbasis. Anderzijds gelden voor een gedeelte van Gilze beperkingen vanwege luchtverkeerslawaai. 50 dB(A)-zone Op de vliegbasis Gilze-Rijen is een proefdraai-installatie toegestaan.

Een dergelijke installatie moet worden aangemerkt als een geluidzoneringsplichtige inrichting (een zogenaamde ‘grote lawaaimaker’) en is als zodanig voorzien van een 50 dB(A)-contour. Buiten deze contour mag de geluidbelasting, vanwege de proefdraai-installatie, niet meer bedragen dan 50 dB(A). Binnen de 50 dB(A)-contour mogen niet zonder meer nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden geprojecteerd. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt dat door het College van Burgemeester en Wethouders een ontheffing voor een hogere waarde tot maximaal 55 dB(A) kan worden verleend. Het plangebied ligt buiten de 50 dB(A)-contour rond de proefdraai-installatie. De ligging van de 50 dB(A)-contour levert derhalve geen belemmering op voor dit bouwplan. Luchtverkeerslawaai (Ke-zonering) De maximaal toelaatbare geluidbelasting in het kader van het Besluit geluidbelasting grote luchtvaart, wordt gemeten in Kosteneenheden (Ke). De grens voor de maximaal toelaatbare geluid belasting voor nieuwe geluidgevoelige objecten bedraagt in principe 35 Ke. Voor nieuwe woningen die een open plek in de bestaande, te handhaven bebouwing opvullen en voor herbouw van bestaande woningen geldt een grenswaarde van 40 Ke. Voor woningen die noodzakelijk zijn uit oogpunt van bedrijfs- of grondgebondenheid en voor reeds geprojecteerde woningen geldt een grenswaarde van 45 Ke.

Voor bestaande geluidgevoelige objecten (waaronder woningen) geldt in principe een grenswaarde van 40 Ke. Als gevelmaatregelen zijn getroffen, zijn voor bestaande geluidgevoelige objecten hogere grenswaarden (tot 65 Ke) toegestaan. Gilze ligt gedeeltelijk binnen de 40 Ke-contour van vliegbasis Gilze-Rijen. Op de gronden die binnen deze aanduiding vallen, mag in principe geen geluidgevoelige bebouwing worden opgericht, op enkele uitzonderingen na. Het plangebied ligt buiten de 40 Ke-contour van de vliegbasis Gilze-Rijen. De ligging van de Kecontouren levert derhalve geen belemmering op voor het planvoornemen. Conclusie De vliegbasis Gilze-Rijen vormt geen belemmering voor het planvoornemen. NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|56

5.11

Mer-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaard toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Daklijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek Drempelwaarde lijst D In het plangebied is sprake van de aanleg, wijzing of uitbreiding van een klein stedelijk ontwikkelingsproject. Het gaat in dit geval om de bouw van 10 wooneenheden in de vorm van twee schuurvolumes op het terrein aan de Molenstraat 31 t/m 35. Het bouwen van woningen valt onder activiteit D.11.2 in bijlage II van het Besluit m.e.r. onder de term ‘stedelijk ontwikkeling’. De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit met D.11.2. in bijlage II van het Besluit, vermeld: • Een oppervlakte van 100 hectare of meer; • Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen. Met de toevoeging van in totaal 10 woningen blijft het voorgenomen initiatief ver onder de in bijlage II van het Besluit m.e.r. opgenomen grenswaarden en is deze daarom niet m.e.r.(beoordelings)plichting.

Ook voor ontwikkelingen die de grenswaarden niet overschrijden moet echter aan de hand van een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden aangetoond dat er geen sprake van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Hiervoor is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. De volledige een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in de externe bijlage bij deze toelichting (Ordito BV, projectnr: 22011 d.d. mei 2023). Uit de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat het plan gezien de aard van de activiteit en de zorgvuldigheid waarmee dit ingepast en gerealiseerd wordt, is uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu. De milieugevolgen zijn in deze aanmeldnotitie voldoende in beeld gebracht. Gevoelige gebieden In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied is in geen van dergelijke gevoelige gebieden gelegen. Er is dus geen sprake van significante nadelige effecten voor het milieu.

NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|57

Milieugevolgen In voorgaande paragrafen van dit hoofdstuk zijn de verschillende milieueffecten beschouwd, zoals bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, etc. Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen. Conclusie Uit de aanmeldnotitie blijkt dat het plan geen belangrijke nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het milieu.

5.12

Niet gesprongen explosieven

De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft in februari 2013 besloten een risico-kaart te laten opstellen om niet gesprongen explosieven in kaart te brengen. Op deze kaart worden gebieden met het risico op niet gesprongen explosieven inzichtelijk gemaakt. Vóór de start van de bouw wordt het plangebied nader onderzocht op niet gesprongen explosieven. Hiermee wordt voorkomen dat bij aanvang van de bouw eventueel nog explosieven aanwezig zijn. Onderzoek Voor het plangebied is een Projectgebonden risicoanalyse niet gesprongen explosieven uitgevoerd (bijlage, Reaseuro, 74956/RO-230104 versie 0.1, 14 juli 2023). Uit bestudering en analyse van naoorlogse ontwikkelingen en aanpassingen in het gebied, is in deze PRA vastgesteld dat er slechts in beperkte mate grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden waarbij delen van de NGE-verdachte laag zijn verwijderd dan wel geroerd. Hierdoor zijn grote delen van de NGE-Verdachte laag intact waardoor de voorgenomen grondroerende werkzaamheden in NGE-Verdachte bodem plaats zullen vinden. Naast het feit dat in de NGEVerdachte bodem geroerd zal worden, leveren werkzaamheden waarbij trillingen vrijkomen (zoals heien en aantrillen van bouwzand) een risico op voor het ongecontroleerd uitwerken van trillingsgevoelige afwerpmunitie.

Tevens moet er rekening gehouden worden met de invloedsfactoren bewegen, toucheren en blootstelling aan zuurstof die ongecontroleerd uitwerken van NGE als mogelijk gevolg hebben. De gevolgen van een dergelijke uitwerking kunnen dodelijk letsel voor de medewerkers en omgeving evenals zware materiële schade binnen en tot ver buiten de projectlocatie als gevolg hebben. Op basis van de richtlijnen voor de risicobepaling is daarom vastgesteld dat NGE een zeer hoog risico vormen. In de risicoanalyse worden daarom diverse mitigerende maatregelen en aanvullend onderzoek voor de start van de werkzaamheden en de sloop van de schuren aanbevolen. Bij de verdere planvorming zullen deze adviezen worden meegenomen. Conclusie Uit de Projectgebonden risicoanalyse niet gesprongen explosieven blijkt dat Niet gesprongen explosieven een zeer hoog risico vormen. Bij de verdere planuitwerking zullen de adviezen uit het rapport voor mitigerende maatregelen en vervolgonderzoek indien nodig worden opgevolgd.

NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|58

6. JURIDISCHE REGELGEVING 6.1.

Inleiding

Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan Woongebied Gilze. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de kaart aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

6.2.

Systematiek van de regels

De gemeente Gilze en Rijen hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP2012 en IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen.

Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor gebouwen; • Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele nadere eisen; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; • Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels. In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbeltelregel: met deze bepaling wordt beoogd misbruik van de regels door middel van (privaatrechtelijke) wijzigingen in de eigendomsverhoudingen van gronden te voorkomen; • Algemene bouwregels: dit artikel bevat de bouwregels van algemene bouwwerken die binnen het gehele plangebied kunnen worden opgericht; NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|59

•

• • •

Algemene afwijkingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten en percentages met betrekking tot het bouwen, het oprichten van gebouwen van openbaar nut en het in beperkte mate verschuiven van bestemmingsgrenzen; Algemene gebruiksregels; Algemene wijzigingsregels: het gaat hierbij om een afwijkingsmogelijkheid van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

6.3.

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Groen De bestemming verkeer is bestemd voor groenvoorzieningen, eventueel met recreatieve gebruiksmogelijkheden zoals speelplaats of speelveld, nutsvoorzieningen, voet- en fietspaden, waterretentie, waterpartijen en -gangen en bruggen c.q. duikers, ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen en (hoofd)riolering, kunstobjecten, hondentoilet, straatmeubilair. Artikel 4 Verkeer De bestemming verkeer is bestemd voor wegen, voetpaden, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergrondse voorzieningen zoals bergzinkbassins, drinkwatervoorzieningen en riolering en groenvoorzieningen. Artikel 5 Wonen Hierin staan de regels voor de bestemming ‘Wonen’. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de afzonderlijke huisvesting van huishoudens of daarmee vergelijkbare economische eenheden van een of meer personen in vrijstaande en aaneen gebouwde woningen, alsmede voor tuinen en erven en bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en uitritten. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de hoofdgebouwen, het maximaal aantal woningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Dubbelbestemmingen In artikel 6 en 7 zijn de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie 2 en 4 opgenomen.

De voor 'Waarde - Archeologie – 2 en 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Gebiedsaanduidingen In artikel 8 is de aanduiding voor de zone 'overig - IHCS' opgenomen. Deze zone beschermt de belangen van de aanwezige luchtmachtbasis 'vliegbasis Gilze-Rijen'.

NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

|60

7. UITVOERBAARHEID 7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1. Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente wordt ten behoeve van het verhalen van kosten inclusief eventuele planschade een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Ten aanzien van het planvoornemen is door de initiatiefnemer op 16 mei 2023 een omgevingsdialoog gevoerd met de omwonenden. Hierop is het plan aan de straatzijde ter hoogte van de bestaande in/uitrit aangepast. Het volledige verslag is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie NoordBrabant en het Waterschap Brabantse Delta. De reacties zijn als externe bijlage bij deze toelichting opgenomen. • •

•

•

Het Waterschap Brabantse Delta heeft een positief wateradvies gegeven op 25 oktober 2023. Van de Rijksoverheid is op 26 oktober 2023 een de reactie gegeven dat de belangen van defensie goed zijn geborgd en het plan geen aanleiding geeft tot het maken van een opmerking. Van de Veiligheidsregio is op 30 oktober 2023 een positief advies ontvangen op het aspect externe veiligheid. Wel is een belangrijk punt voor de brandweer dat de woningen tot op 40 meter van de hoofdingang bereikbaar zijn en dat een brandweervoertuig kan keren (ter hoogte van de bergingen). De mogelijkheid van het keren van een brandweervoertuig wordt in de planuitwerking meegenomen. Vanuit de provincie zijn geen opmerkingen.

Ontwerp Het college van burgemeester en wethouders heeft ingestemd met het ontwerp bestemmingsplan. Het ontwerp bestemmingsplan heeft in de periode van 27 december 2023 tot en met 6 februari 2024 ter inzage gelegen. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders. Er zijn geen zienswijzen ingediend. Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. NL.IMRO.0784.BPMolenstraat-VG01

bestemmingsplan Molenstraat 31 t/m 35, Gilze

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13936489/1