Bijlage 2 stationsomgeving Rijen toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Stationsomgeving Rijen
Bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen
Projectnummer 0463838 Revisie 04 Datum 22 augustus 2023
Auteur(s) M. Rotte T. Peelen
Opdrachtgever Gemeente Gilze en Rijen Raadhuisplein 1 Rijen
datum vrijgave 22 augustus 2023
beschrijving revisie vastgesteld
goedkeuring M. BrienissenSterkenburg
vrijgave P. Kennes
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Inhoudsopgave
blad 3 van 84
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Inhoud van de toelichting
5 5 7 7 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
Planbeschrijving Huidige situatie Historie plangebied Beschrijving ontwikkeling
9 9 10 13
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Vigerend beleid Rijksbeleid Provinciaal en regionaal beleid Gemeentelijk beleid
21 21 24 29
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16
Planologisch relevante aspecten Besluit milieueffectrapportage Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Waterhuishouding Ecologie Cultuurhistorie Archeologie Bodem Kabels en leidingen Niet Gesprongen Explosieven Vliegbasis Gilze-Rijen Trillingen Bedrijven en milieuzonering Gezondheid
37 37 38 41 45 47 49 51 56 58 60 61 61 63 63 67 70
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Juridische aspecten Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Toelichting op de bestemmingsplanregels
71 71 71 71
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Wet ruimtelijke ordening, hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
81 81 81 81
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Overleg en inspraak Vooroverleg Inspraak Zienswijzen
83 83 83 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Toelichting
blad 4 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Hoofdstuk 1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt het bestemmingsplan en de voorgenomen ontwikkeling ingeleid. Er wordt ingegaan op respectievelijk de aanleiding, het plangebied, het geldend bestemmingsplan en de leeswijzer.
1.1
Aanleiding en doel Rondom station Gilze-Rijen spelen momenteel allerlei ontwikkelingen. Met het project Spoorzone Rijen worden maatregelen getroffen om een aantal ambities in te vullen en knelpunten weg te nemen rondom het stationsgebied. Het gaat om een combinatie van ambities van de gemeente Gilze en Rijen om tot een betere stationsomgeving te komen en een aantal noodzakelijke maatregelen aan het spoor. De gemeentelijke ambities betreffen het creëren van een aantrekkelijke stationsomgeving, het veiliger maken van het station en de passage van het spoor, het station vanuit de zuidzijde bereikbaar maken, het aansluiten van de Julianastraat/Stationsstraat op het autoluw centrum en het verminderen van de verkeersintensiteit Julianastraat/Stationsstraat en het inpassen van een gedeelte van het tracé van de Snelfietsroute Tilburg-Breda. De maatregelen aan het spoor bestaan uit het weghalen van het goederenwachtspoor en het wegnemen van het zogeheten transferknelpunt vanwege het te smalle perron door de realisatie van zijperrons in plaats van een middenperron. Het project beoogt een integrale oplossing te realiseren voor zowel de gemeentelijke ambities als de knelpunten aan het spoor. Onderhavig bestemmingsplan biedt de juridisch/planologische basis en kaders voor de gewenste ontwikkelingen.
Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Artikel 7c van Bu Chw) bevat een aantal instrumenten om te experimenteren met de mogelijkheden van de in voorbereiding zijnde Omgevingswet. Op grond van dit artikel kunnen bestemmingsplannen worden opgesteld met een 'verbrede reikwijdte'. De reguliere bestemmingsplansystematiek kan op onderdelen worden aangevuld met nieuwe instrumenten en een bredere toepassing.
blad 5 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 1.1: afwijkingsmogelijkheden op grond van artikel 7c Besluit uitvoering Chw (Bron: Inspiratiegids bestemmingsplan verbrede reikwijdte, Ministerie BZK) Het bestemmingsplan 'Stationsomgeving Rijen' is opgenomen in artikel 3.1, eerste lid, onder be van de Regeling uitvoering Crisis- en herstelwet (negende tranche van de Ru Chw), waardoor artikel 7c van het Bu Chw van toepassing is op voorliggend bestemmingsplan. Van de afwijkingsmogelijkheden als bedoeld in bovenstaande tabel wordt in dit bestemmingsplan in ieder geval gebruik gemaakt van de mogelijkheid een langere voorlopige bestemming op te nemen en van de mogelijkheid van uitgesteld kostenverhaal. Voorlopige bestemming Onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het mogelijk om in het bestemmingsplan een voorlopige bestemming op te nemen. Deze voorlopige bestemming verandert automatisch in de definitieve bestemming na het verstrijken van de looptijd. Onder de Wro is de maximale looptijd 5 jaar. Ten tijde van de realisatie van de nieuwe spoorwegonderdoorgang is gebruik van een aantal gronden gelegen aan de noordkant van het spoor noodzakelijk om de aanleg van de onderdoorgang mogelijk te maken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een tijdelijke bestemming Verkeer. De maximale periode die onder de Wro mogelijk wordt gemaakt is hiervoor mogelijk niet afdoende.
Op grond van Bu Chw (artikel 7c, lid 3) is het mogelijk een looptijd van een voorlopige bestemming te verlengen tot maximaal 10 jaar. Dit betekent dat gedurende een langere tijd gebruik kan worden gemaakt van een voorlopige bestemming. In dit bestemmingsplan wordt gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid om de looptijd van een voorlopige bestemming te verlengen naar 7 jaar. Uitgesteld kostenverhaal Daarnaast biedt het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte de mogelijkheid van uitgesteld kostenverhaal: een exploitatieplan hoeft niet tegelijk met het vaststellen van het bestemmingsplan te worden vastgesteld, maar dit kan door het college van burgemeester en blad 6 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
wethouders worden vastgesteld bij een omgevingsvergunning voor het bouwen. Nu ontwikkeling van het gebied pas aan de orde kan zijn na realisatie van de onderdoorgang, is het passend om de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan door te schuiven naar het moment van concrete aanvraag van een omgevingsvergunning (voor zover op dat moment het kostenverhaal niet reeds anderszins is verzekerd).
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in de gemeente Gilze en Rijen en omvat het gebied rondom het spoor in Rijen. Hierbij gaat het om de gehele lengte van het goederenwachtspoor, in het westen tot aan de Vincent van Goghstraat en in het oosten tot iets voorbij de Nijverheidslaan, de ten noorden van het spoor liggende infrastructuur en de omgeving van de Stationsstraat en de Julianastraat tussen de Constance Gerlingsstraat in het noorden tot net voorbij de Karel Doormanstraat in het zuiden. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door het centrumgebied van Rijen. Het zuidoosten van het plangebied wordt hoofdzakelijk begrensd door bedrijventerrein De Haansberg en Aeroparc. De zuidwestelijke begrenzing bestaat uit een woonbuurt. In de onderstaande figuur zijn de plangrenzen aangegeven.
Figuur 1.2: Ligging plangebied (witte stippellijn)
1.3
Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Woongebied Rijen' (vastgesteld op 4 februari 2013) van kracht. Voor het plangebied gelden de bestemmingen: Verkeer-Railverkeer; Verkeer; Bedrijf; Wonen; Groen; Gemengd; Horeca. Naast de bovenstaande bestemmingen zijn ter plaatse van het plangebied op diverse plekken bouwaanduidingen en functieaanduidingen opgenomen. Ook is voor een deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'ihcs-1' ten behoeve van de vliegbasis Gilze-Rijen van toepassing. De beoogde ontwikkeling van het stationsgebied past niet in het vigerende bestemmingsplan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken is het opstellen van een bestemmingsplan verreist. Zie ook de onderstaande uitsnede van de verbeelding uit het vigerende bestemmingsplan met daarop de indicatieve grenzen van het plangebied.
blad 7 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 1.3: uitsnede verbeelding bestemmingsplan: Woongebied Rijen. Rode contour: indicatieve begrenzing plangebied
1.4
Inhoud van de toelichting In deze toelichting worden de uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan weergegeven. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is het relevante beleid bondig beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de milieu- en gebiedsaspecten opgenomen. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving. In hoofdstukken 6 en 7 komen achtereenvolgens de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod en het overleg zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening.
blad 8 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving In dit hoofdstuk is de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven. Allereerst wordt ingegaan op het huidige gebruik. Daarna wordt gekeken naar de historie van het plangebied en de omgeving. Vervolgens wordt ingegaan op de herontwikkeling van het gebied.
2.1
Huidige situatie Station Gilze-Rijen is een spoorwegstation in de gemeente Gilze en Rijen, gelegen aan de zuidzijde van de kern Rijen. Er is een eilandperron gelegen tussen de sporen, waar onder andere de treinen in de richting van Breda/Dordrecht en Tilburg/'s-Hertogenbosch/Eindhoven vertrekken. Er zijn fietskluizen, een onbewaakte fietsenstalling en parkeerplaatsen aanwezig. Verder zijn er een taxistandplaats en een bushalte. Het spoor wordt gelijkvloers doorkruist door de Julianastraat die gelegen is ten zuiden van het station die ten noorden van het spoor overgaat in de Stationsstraat. Op de onderstaande figuren zijn impressies weergegeven van de huidige situatie.
Figuur 2.1: stationsomgeving Rijen gezien vanaf de Julianastraat. Bron: Cyclomedia
Figuur 2.2: het spoor van station Gilze-Rijen met tussen de sporen en eilandperron. Bron: Cyclomedia
blad 9 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.3: Bushalte op het Anne Frankplein, nabij het station. Bron: Cyclomedia
Figuur 2.4: Fietsenstalling naast het station (Stationsplein). Bron: Cyclomedia
2.2
Historie plangebied Op de historische kaart van Rijen in 1900 (topotijdreis.nl) is te zien dat de historische kern van Rijen gevormd wordt door een bebouwingslint aan de noordkant van het spoor, dat nu de Stationsstraat is. Ook is er al een station gelegen op de huidige locatie. De eerste kleinschalige uitbreidingen van het bebouwingslint Rijen vinden plaats in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Dit vond met name plaats door het verdichten/opvullen van de open plekken van de omliggende bebouwingslinten (Laagstraat, Tuinstraat en de Pastoor Gillisstraat). Zie ook de onderstaande figuren.
blad 10 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.5: Stationsgebied Rijen rond 1900. Bron: www.topotijdreis.nl
Figuur 2.6: stationsgebied Rijen rond 1930. Bron: www.topotijdreis.nl Tussen 1900 en 1950 vond verdichting rondom het station plaats, zie onderstaande figuur. Ook kwam er bebouwing in de vorm van lintbebouwing aan de zuidzijde van de spoorlijn. Na de Tweede Wereldoorlog vond er rondom Rijen, net als de rest van Nederland, een intensieve verdichting plaats. In eerste instantie rondom het historische bebouwingslint. blad 11 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.7: stationsgebied Rijen rond 1950. Bron: www.topotijdreis.nl Rond 1975 vond uitbreiding aan de westzijde van het historische bebouwingslint plaats, zie ook onderstaande figuur. Deze uitbreiding met een planmatig opgezette woonwijk vond plaats tot aan de rand van de N631. Hiermee is de N631 de westelijke begrenzing van de kern Rijen geworden en vormt het een belangrijke ontsluitingsweg van Rijen richting Oosterhout. Na 1975 heeft de uitbreiding van het stedelijk gebied zich meer richting het oosten van Rijen gevormd.
Figuur 2.8: stationsgebied Rijen rond 1975. Bron: www.topotijdreis.nl
blad 12 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
2.3
Beschrijving ontwikkeling De gemeente Gilze en Rijen wil een spoorzone ontwikkelen waar het goed wonen, werken en reizen is. Centraal in deze wens staat de stationsomgeving, de verbinding met de rest van de gemeente, de bereikbaarheid en ontwikkeling van Rijen-Zuid en het verbeteren van de overwegveiligheid. Om bovenstaande doelen te bereiken, zijn verschillende ontwikkelingen voorzien, die hieronder per deelthema worden toegelicht. Aan het einde van deze paragraaf geeft figuur 2.19 een totaalbeeld van alle ontwikkelingen. Tweezijdige bereikbaarheid station en ongelijkvloerse kruising De perrons van het station worden aangepast naar een situatie met zijperrons, dat veiliger en comfortabeler is voor reizigers en gunstiger voor wat betreft het geluid omdat sporen dichter bijeen liggen. Door de aanleg van de onderdoorgang, van waaruit de perrons bereikbaar worden gemaakt, wijzigt de bereikbaarheid van het station van eenzijdig in tweezijdig. Het doel van de gemeente is daarbij een onbelemmerde en veilige passage van het spoor en bereikbaarheid van de perrons zonder de sporen gelijkvloers te kruisen. Daarom is een onderdoorgang in de plannen opgenomen, ter hoogte van de Julianastraat/Stationsstraat. Deze onderdoorgang bestaat uit een straat, bedoeld voor de fietser, en uit een looppad voor de voetganger.
Het voetpad is afgescheiden en hoger gelegen ten opzichte van de straat (zie figuur 2.9 hieronder) en is bereikbaar aan beide zijden van het spoor via trappen en liften. Op deze wijze worden alle bewegingen die het spoor kruisen gebundeld op nagenoeg één plek en wordt een sociaal veilige onderdoorgang gecreëerd. Het gebruik van de onderdoorgang voor autoverkeer is niet mogelijk.
Figuur 2.9: Impressie onderdoorgang. Bron: ZJA, Structuurontwerp en beeldkwaliteit, augustus 2023 Aanpassingen aan de routes voor gemotoriseerd- en langzaam verkeer Zoals reeds hierboven beschreven, wordt het autogebruik van de onderdoorgang onmogelijk gemaakt. Autogebruikers worden hiermee gedwongen om gebruik te maken van twee gebiedsontsluitingswegen Hannie Schaftlaan, N282 en N631.
blad 13 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.10: Impressie onderdoorgang. Bron: ZJA, Structuurontwerp en beeldkwaliteit, augustus 202
Figuur 2.11: Impressie van de onderdoorgang, vogelvlucht vanuit de noordzijde (Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen, april 2020). Linksbovenin is het bestaande Stationsgebouw met het Stationsplein (noordzijde) te zien. De verkeerssituatie voor voetgangers en fietsers zal verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Voetgangers kunnen de Stationsstraat oversteken via een voetpad op het fietsbrugdek van de snelfietsroute. Fietsers en voetgangers kunnen het spoor via de onderdoorgang onbelemmerd passeren. Verder wordt aan de zuidkant van het spoor een ongelijkvloerse voetgangersoversteek over de Julianastraat mogelijk gemaakt. De nieuw aan te leggen snelfietsroute Breda-Tilburg (F58) passeert het station aan de noordzijde van het spoor en kruist ongelijkvloers met de Stationsstraat (zie rode pad over de Stationsstraat heen op figuur 2.11 hierboven). Via de F58 kunnen fietsers dus de onderdoorgang ongelijkvloers kruisen: de ongelijkvloerse oversteek is onderdeel van de snelfietsroute. Aan de zuidzijde sluit de onderdoorgang aan op de Karel Doornmanstraat. Aan weerzijden van de spoorlijn wordt parallel aan de onderdoorgang een ventweg aangelegd. Op die wijze zijn de panden gelegen aan de Spoorlaan-Zuid en Julianastraat voor gemotoriseerd verkeer bereikbaar (zie figuur hieronder).
Aan de oostzijde van de Julianastraat komt de ventweg uit bij het zuidelijke stationsplein met fietsenstalling.
blad 14 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.12: infrastructuur aan weerszijden van de Julianastraat (schetsontwerp juli 2021) Aan de noordzijde sluit de onderdoorgang aan op de Stationsstraat (voor de kruising met de Constance Gerlingstraat). Ook aan de noordzijde van het spoor komt aan beide zijden van de onderdoorgang een ventweg die een verbinding vormt voor voetgangers en fietsers tussen Constance Gerlingsstraat en het Stationsplein. De panden gelegen aan weerszijden van de onderdoorgang worden op die manier tevens ontsloten voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. De panden aan de zuidwestzijde van de Stationsstraat kunnen tevens via de westzijde (Koolaspad in combinatie met de snelfietsroute) worden bereikt.
Figuur 2.13: ontsluiting panden aan de noordzijde (schetsontwerp juli 2021) Aangepassingen ontwerp onderdoorgang
blad 15 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Het ontwerp van de onderdoorgang ter uitvoering van het gekozen voorkeursalternatief is gebaseerd op een aantal uitgangspunten, waaronder de bestaande fysieke omgeving en de toegankelijkheid voor de hulpdiensten. In de fase tussen voorontwerpbestemmingsplan en ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp van de onderdoorgang opnieuw beschouwd, voor wat betreft het comfort van fietsers in relatie tot de hellingpercentages van de toeritten. Daaruit kwam naar voren dat vooral voor het hellingspercentage van de zuidelijke toerit een ontwerpaanpassing wenselijk was. Er zijn geen wettelijke normen voor de hellingpercentages voor fietsers, alleen geadviseerde (streef)percentages. De reden hiervoor is, dat er teveel verschillende lokale omstandigheden en factoren zijn om rekening mee te houden in een specifiek geval. Een absolute bovengrens of één ideaal hellingspercentage bestaat daarom niet. Op 17 juni 2021 heeft de gemeenteraad een besluit genomen over een nadere ontwerpeis van de onderdoorgang. Deze ontwerpeis betreft het hanteren van een gemiddeld hellingspercentage per helling van 4%. Dit is het resultaat van de belangenafweging door de raad van gewenste functionaliteiten van de onderdoorgang versus een zo groot mogelijk fietscomfort als mogelijk is binnen de fysieke omgeving.
In maart 2022 heeft de gemeenteraad van Gilze en Rijen besloten om de behandeling van het bestemmingsplan aan te houden. Redenen hiervoor zijn een flinke kostenoverschrijding van het project, het ontbreken dan de extra benodigde financiën voor de uitvoerbaarheid van het project en het uitblijven van concrete afspraken over deze extra benodigde financiën tussen de gemeente, het Rijk, de provincie en ProRail. Om de kosten voor het project te verlagen is, in de fase tussen het ontwerpbestemmingsplan en het vastgestelde bestemmingsplan, ervoor gekozen om het ontwerp van de onderdoorgang opnieuw aan te passen door de onderdoorgang alleen voor langzaam verkeer toegankelijk te maken, waardoor de onderdoorgang minder diep en minder breed kan worden uitgevoerd. Het nieuwe ontwerp van de onderdoorgang is gewijzigd ten opzichte van de volgende punten: de onderdoorgang biedt uitsluitend doorgang voor fietsers en voetgangers. Er is geen mogelijkheid meer voor gemotoriseerd verkeer. Ruiter op paard moet afstappen; er is ook geen mogelijkheid voor hulpdiensten om door de tunnel te gaan.
Voor de bereikbaarheid van Rijen-Zuid is voor hulpdiensten een alternatief plan gemaakt; de onderdoorgang heeft een vrije doorrijhoogte van 2,50 meter, waarbij de toeritten een gemiddeld hellingspercentage hebben van 4%; de lengte van de onderdoorgang wordt circa 200 meter, verdeeld over circa 96 meter aan de noordkant en circa 104 meter aan de zuidzijde. In april 2023 zijn er nieuwe afspraken gemaakt tussen de gemeente Gilze en Rijen, het Rijk en de provincie over de financiën, waardoor de vaststelling van het bestemmingsplan, met het aangepaste ontwerp van de onderdoorgang als uitgangspunt, weer kon worden hervat. De aanpassingen van het ontwerp van de onderdoorgang zijn verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Versterken van de ruimtelijke kwaliteit (waaronder vergroening) De openbare ruimte van het nieuwe Stationsplein moet aantrekkelijk zijn om even te willen verblijven; het moet het visitekaartje van de gemeente zijn. Daarvoor moeten er voldoende vrije wandelpaden en ontmoetingsruimtes zijn voor alle bezoekers en dient het gebied klimaatadaptief te worden ingericht. Klimaatadaptief betekent het aanpassen aan de klimaatverandering. Het Stationsplein wordt vergroend (bomen geplant in de openbare ruimte). Ook is het de wens om waar mogelijk de hoeveelheid verharding te beperken en te zorgen dat hemelwater zo veel mogelijk op natuurlijke wijze kan infiltreren in de bodem.
Ook vanuit belevingsoogpunt is het de wens om de ruimte zo veel mogelijk groen in te richten. Zowel het lint Julianastraat – Stationsstraat – Hoofdstraat als de Oost-West route Mary Zeldenrustlaan, Constance Gerlingsstraat, Spoorlaan-Noord, Rembrandtlaan, blad 16 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Nassaulaan, maken onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente. Met de realisatie van de onderdoorgang is het mogelijk om aan de zuidwestzijde van het spoor een parallelweg aan te leggen (westzijde Julianastraat) en daarbij het gewenste laankarakter te versterken. Dit sluit aan op het reeds aanwezige groen en bosachtige karakter van Rijen-Zuid (zie figuur 2.14).
Figuur 2.14: Groenstructuur ten zuiden van het station (Julianastraat e.o., Schetsontwerp Stationsplein-Zuid Rijen, september 2020) Parkeervoorzieningen op orde Om de spooromgeving goed bereikbaar te laten zijn, is het belangrijk dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Het zwaartepunt voor de autobereikbaarheid van het station ligt, als gevolg van het kantelen van de verkeersstructuur (de voorkeursroute buitenom, via de N631/Oosterhoutseweg of de Hannie Schaftlaan/Europalaan), aan de noordzijde. Bij de verdere uitwerking van de stationsomgeving wordt het aantal parkeerplaatsen aan de noordzijde mogelijk vergroot (NS terrein). Het bestemmingsplan maakt dit planologisch mogelijk. Aan de Spoorlaan noord worden circa 26 parkeerplaatsen gerealiseerd (zie figuur hieronder).
Figuur 2.15: inrichting parkeerplaatsen locatie Spoorlaan Noord (schetsontwerp juli 2021) Voor het stallen van fietsen zijn voorzieningen gesitueerd aan zowel de noord- als de zuidzijde van het station. Op beide plekken zijn voldoende fietsenstallingen voorzien. De nieuwe fietsenstalling aan de zuidzijde zal zoveel mogelijk worden geïntegreerd met het rijksmonument op de hoek Parallelweg – Julianastraat. Kansen voor herstructurering blad 17 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
De aanpassingen aan de stationsomgeving bieden ook kansen voor herstructurering. Op de volgende locaties is sprake van sloop en/of nieuwbouw: Noordoost kwadrant (zie 1 op figuur 2.16): in de hoek tussen de Stationsstraat en het Stationsplein zijn twee nieuwe woningen voorzien. In de huidige situatie is hier sprake van een 'gat in de bebouwing'. Planologisch waren hier 3 grondgebonden en 3 gestapelde woningen mogelijk, dit wordt teruggebracht naar maximaal 2 grondgebonden woningen, waarbij het parkeren plaats vindt op het perceel zelf. Zuidwest kwadrant (zie 2 op figuur 2.16): Vanuit stedenbouwkundig en cultuurhistorisch perspectief is een begeleiding van de onderdoorgang door bebouwing tot aan de stationspleinen van belang. Om de realisatie van de onderdoorgang mogelijk te maken dient een aantal woningen aan de westzijde van de Julianastraat te worden gesloopt. Het is belangrijk dat deze stedenbouwkundige structuur wordt hersteld door op deze locatie nieuwe bebouwing te realiseren. Deze nieuwe bebouwing krijgt een woonfunctie, gewijzigd ten opzichte van de bestaande te slopen bebouwing vanwege de gecombineerde vorm van grondgebonden en gestapelde woningbouw en de toename van het aantal woningen dat daarmee mogelijk wordt, naar maximaal 27 woningen. Daarmee is een kwalitatief hoogwaardige invulling van de locatie mogelijk die past bij de maat en schaal van de omgeving.
Het belang van het doorzetten van de lintstructuur aan de Julianastraat en het belang om een voor spoorweglawaai geluidsluw woon/verblijfsgebied te creëren heeft ervoor gezorgd dat er een U-vormig woonhof wordt voorzien: open en groen aan de geluidsluwe binnenwereld in aansluiting op de diepe achtertuinen van bestaande percelen en meer gesloten en stenig aan het lint. De bebouwingsstructuur aan het lint mag wat hoger worden dan de twee woonvolumes die hier haaks op staan, om het verschil in hiërarchie van de bebouwingsmassa te verduidelijken. Door deze structuur ontstaat er een rijk bouwvolume dat zich goed leent voor een interessante mix van woonfuncties. Door de combinatie van appartementen, beneden-boven woningen en hof/patio woningen kan een architectonisch interessant woonensemble ontstaan waarbij ruimte wordt geboden aan doelgroepen die baat hebben bij locatie van het bouwplan: de nabijheid van bos, station en centrum. De infrastructuur en groenstructuur rondom het woonhof zorgt voor privacy naar de naastgelegen bestaande percelen: de buitenruimtes van de nieuwbouw zijn alle naar elkaar toe gekeerd aan de luwe binnenruimte. De woningen worden goed ontsloten voor autoverkeer. De ventweg langs de Julianastraat wordt verlengd tot aan de Spoorlaan-Zuid. Dit is noodzakelijk, omdat er geen directe verbinding met de onderdoorgang mogelijk is.
Door de ventweg langs de Julianastraat te verbinden met de Spoorlaan-Zuid, ontstaat er een doorgaande infrastructuur die ervoor zorgt dat de nieuwbouw niet geïsoleerd achter de onderdoorgang komt te liggen. De onderdoorgang verbindt de Julianastraat met de Stationsstraat en de inrichting aan de zuidzijde wordt gekenmerkt door een sterke laanstructuur t/m de huidige beëindiging van de ventweg. Met het verlengen van de ventweg wordt ook de laanstructuur tot aan de spoorlijn doorgezet langs de onderdoorgang. Dit is een opmaat naar de sterk vergroende inrichting van de stationspleinen. De laanstructuur zorgt voor een begeleiding van het lint, zorgt voor een prettig woonmilieu en draagt bij aan de hittereductie. Tussen de ventweg en de laanstructuur liggen parkeerplaatsen voor bezoekers van de nieuwbouw. Het parkeren voor de bewoners vindt plaats achter het hof, uit het zicht van de openbare ruimte in een boomrijke omgeving. Deze ontsluiting zorgt er voor dat de hofbebouwing ook via de achterzijde bereikbaar is voor bezorg- en hulpdiensten. Met de groenstructuur achter de parkeerplaatsen aan de achterkant van het hof wordt op een kwalitatieve manier voor een duidelijke afbakening gezorgd ten opzichte van de bestaande omgeving en worden verkeersstromen op een natuurlijke manier begeleid. In figuur 2.17 en 2.18 zijn twee visualisaties van de ontwikkeling opgenomen. blad 18 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Zuidoost kwadrant (zie 3 op figuur 2.17): voor een goede toegankelijkheid van het station vanuit de zuidzijde voor langzaam verkeer zijn enkele infrastructurele wijzigingen aan de oostkant van de Julianastraat nodig, waarvoor het noodzakelijk is dat een bestaande woning moet plaatsmaken. Overige ontwikkelzones (zie oranje gebieden op figuur 2.17) De oranje gebieden op figuur 2.17 zijn gebieden die in de Gebiedsvisie stationsomgeving Rijen zijn aangeduid als mogelijke particuliere ontwikkellocaties. Deze ontwikkellocaties zijn in voorliggend bestemmingsplan niet meegenomen.
Figuur 2.16: ligging herontwikkelingslocaties (1, 2 en 3). Bron: Gebiedsvisie stationsomgeving Rijen (juni 2020)
Figuur 2.17: Gewenste inrichtingsschets zuidwestkwadrant met aan linkerzijde ontoegankelijke groenstrook (schetsontwerp juli 2021)
blad 19 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 2.18: Mogelijke bouwmassa invulling van de maximaal 27 woningen aan de Julianastraat/Zuidwest kwadrant Tijdelijke situatie Om aan de noordzijde van het spoor de aanleg van de onderdoorgang mogelijk te maken zal gebruik moeten worden gemaakt van (delen van) de voortuinen van de huizen aan de Stationsstraat. Deze zijn nodig om tijdens de realisatiefase voldoende ruimte te hebben voor de werkzaamheden, de bereikbaarheid van het gebied en de tijdelijke aanleg van kabels en leidingen. Na realisatie van de onderdoorgang kunnen deze gronden weer in gebruik worden genomen voor de oorspronkelijke bestemmingen. Omdat deze gronden slechts tijdelijk noodzakelijk zijn tijdens de realisatieperiode, is hiervoor een tijdelijke bestemming opgenomen in het bestemmingsplan.
Figuur 2.19: Alle ontwikkelingen weergegeven op kaart (juli 2021)
blad 20 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Hoofdstuk 3
3.1
Vigerend beleid
Rijksbeleid Deze paragraaf vat het rijksbeleid samen dat van toepassing is op de aanpassing van de spoorzone in Rijen. In deze paragraaf worden onderstaande beleidsdocumenten behandeld: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte; Besluit algemene regels ruimtelijke ordening; Besluit ruimtelijke ordening.
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is door de minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR is de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. In de Structuurvisie staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Zo wordt beschreven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Het Rijk streeft ernaar om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te maken. Gestreefd wordt naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. De SVIR verstevigt het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De verantwoordelijkheid om te sturen in de ruimtelijke ordening wordt door de SVIR nog meer bij de provincies en gemeenten gelegd. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk daarom over aan de provincies en gemeenten.
Dit houdt in dat de betekenis van de nationale structuurvisie voor het onderhavige bestemmingsplan zodoende beperkt blijft. Wel zijn in de SVIR nationale belangen gedefinieerd. Op de locatie van de spoorzone in Rijen zijn twee nationale belangen van toepassing: Nationaal belang 12: Militaire activiteiten Nationaal belang 13: Goed systeem ruimtelijke ordening Nationaal belang 12: Militaire activiteiten Het Rijk zet in op het bieden van ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Rondom sommige locaties zijn beperkingenzones aangewezen, zoals externe veiligheidscontouren, geluidscontouren en bouwhoogtebeperkingen. Defensie heeft momenteel negen radarstations, waar radarverstoringsgebieden voor gelden. Het plangebied ligt niet binnen een radarverstoringsgebied. Wel is er sprake van een bouwhoogtebeperking voor winturbines van 90 meter. Binnen het plangebied worden geen windturbines mogelijk gemaakt. Nationaal belang 13: Goed systeem ruimtelijke ordening Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om beide te
blad 21 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
bereiken is de ladder van duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het kader van dit bestemmingsplan zijn alle relevante milieuaspecten onderzocht. In hoofdstuk 4 worden deze onderzoeken nader toegelicht. In paragraaf 3.1.3 wordt nader ingegaan op het Besluit ruimtelijke ordening, waar de ladder van duurzame verstedelijking wordt toegelicht. Conclusie Het beleid zoals vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. De nationale belangen zijn voldoende geborgd in dit bestemmingsplan.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit (eerste tranche) is vastgesteld op 22 augustus 2011 en is op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied.
In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Relevante regels uit het Barro betreffen de regels omtrent nationaal belang 12 (militaire gebieden). Onderhavig bestemmingsplan is gelegen in het obstakelbeheergebied als weergegeven in figuur 3.1. Voor het plangebied geldt ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan 56 meter boven NAP. Het voornemen betreft echter het realiseren van een onderdoorgang van een reeds aanwezige weg en de bouw van enkele woningen. Voor wat betreft het obstakelbeheergebied zijn er geen belemmeringen te verwachten.
Het bouwverbod wordt middels het opnemen van de gebiedsaanduiding 'overig - ihcs - 1' wel opgenomen in voorliggend bestemmingsplan.
blad 22 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Figuur 3.1 Obstakelbeheergebied als benoemd in Rarro Conclusie Het Barro levert geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan op.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Per 1 juli 2017 is de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. Deze is geregeld in artikel 3.1.6 lid 2 en luidt:
blad 23 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bij bestemmingsplannen die niet voorzien in nieuwe bebouwing en/of niet voorziet in nieuw gebruik ten opzichte van de oude regeling is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Ook is bepaald dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen niet wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan niet van toepassing. De aanleg of reconstructie van infrastructuur valt volgens de jurisprudentie over dit onderwerp niet onder de categorie "nieuwe stedelijke ontwikkeling". Met het beoogde bestemmingsplan wordt de bouw van 2 nieuwe woningen (noordzijde) en maximaal 27 nieuwe woningen (zuidzijde) mogelijk gemaakt op een binnenstedelijke locatie. Aan de noordzijde van het spoor waren op basis van het vigerende bestemmingsplan 6 woningen mogelijk. Aan de zuidzijde van het spoor waren op basis van het vigerende bestemmingsplan 12 woningen mogelijk (linkerzijde Julianastraat: 10, rechterzijde Julianastraat: 2).
Per saldo is zodoende sprake van een toevoeging van elf woningen, dus minder dan 12 woningen. Er is zodoende geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Conclusie Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor hoeft er niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid Onderstaande paragrafen gaan in op het provinciaal beleid dat van toepassing is. Achtereenvolgens komen de volgende beleidsdocumenten aan de orde: Structuurvisie ruimtelijke ordening; Omgevingsvisie Noord-Brabant; Interim omgevingsverordening; Provinciaal Waterplan; Beleid Waterschap Brabantse Delta.
3.2.1
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SRO) inwerking getreden. De structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De provincie Noord-Brabant geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het handelen van de provincie Noord-Brabant in de ruimtelijke ordening. De structuurvisie gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijk beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk-, en leefmilieus en voor een kennisinnovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant. Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de structuurvisie de 'rode' draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten. De structuurvisie benoemt en beschrijft ambities voor vier ruimtelijke structuren:
blad 24 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
infrastructuur, landelijk gebied, groenblauwe mantel en stedelijke structuur. Conclusie Onderhavig plan betreft aanpassing van een binnenstedelijke weg en de toevoeging van enkele woningen in het plangebied. Er vindt geen grootschalige transformatie van het landschap en de ruimtelijke structuren plaats.
3.2.2
Omgevingsvisie Noord-Brabant Net als het Rijk beschikt de provincie Noord-Brabant vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet over een omgevingsvisie: de Brabantse Omgevingsvisie. Deze visie is in december 2018 vastgesteld door provinciale staten van Noord-Brabant. De Brabantse Omgevingsvisie bevat de ambities van de provincie Noord-Brabant voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in de periode tot 2050. De omgevingsvisie bevat geen sectorale beleidsdoelen, die doelen zijn nog steeds opgenomen in bijvoorbeeld de SVRO. Bij een eventuele strijdigheid tussen de SVRO en de omgevingsvisie is de omgevingsvisie leidend. De Brabantse Omgevingsvisie zet in op behouden en verdere ontwikkeling van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De provincie richt zich met de Brabantse Omgevingsvisie op vier hoofdopgaven: 1. de energietransitie; 2. ontwikkeling van een Noord-Brabant dat om kan gaan met klimaatverandering; 3. Noord-Brabant als slimme netwerkstad; 4. behouden en verder ontwikkelen van een concurrerende en duurzame economie. Net als het Rijk streeft de provincie met de Brabantse Omgevingsvisie naar een manier van het benaderen van initiatieven in de fysieke leefomgeving die uitgaat van vertrouwen en het gezamenlijk met publieke en private partijen zoeken naar mogelijkheden om een initiatief te realiseren.
Daarbij moeten initiatieven een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Eén van de doelen van de hoofdopgave 'Noord- Brabant als slimme netwerkstad' is het creëren van duurzame mobiliteitsinfrastructuur. Het realiseren van snelfietspaden tussen grote steden in de provincie is benoemd in de Omgevingsvisie als een ontwikkeling die hier aan bijdraagt. Ook het realiseren van een onderdoorgang van de Stationsstraat/Julianastraat draagt bij aan een duurzame mobiliteitsinfrastructuur. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Brabantse Omgevingsvisie. Het inpassen van een gedeelte van het snelfietspad tussen Tilburg en Breda en de realisatie van de onderdooorgang draagt bij aan de derde hoofdopgave van de Omgevingsvisie: NoordBrabant als slimme netwerkstad.
3.2.3
Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 in werking getreden. De omgevingsverordening bevat regelgeving die ook anticipeert op de komst van de Omgevingswet en kan gezien worden als een uitwerking van de ambities uit de Brabantse Omgevingsvisie in regels (net als dat de Verordening ruimte Noord-Brabant een uitwerking is van de SVRO). De omgevingsverordening integreert regels uit zes provinciale verordeningen (waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant). De omgevingsverordening heeft een beleidsneutraal karakter. Dat houdt in dat de omgevingsverordening geen nieuwe beleidswijzigingen doorvoert tenzij dit nieuwe beleid reeds opgenomen is in vastgestelde beleidsdocumenten. De omgevingsverordening is een interimdocument en daarmee een tussenstap naar een definitieve provinciale omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor ruimtelijke procedures.
blad 25 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven. Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij een evenwichtige toedeling van functies dient invulling gegeven te worden aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.
De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in deze verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b.
zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 interim omgevingsverordening); de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7 interim omgevingsverordening); c. meerwaardecreatie (artikel 3.8 interim omgevingsverordening). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Vanwege zorgvuldig ruimtegebruik is het wenselijk stedelijke ontwikkelingen in het bestaand stedelijk gebied plaats te laten vinden en dient bij stedelijke ontwikkeling toepassing gegeven te worden aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 is geconstateerd dat de ladder voor de beoogde ontwikkeling niet hoeft te worden doorlopen. De beoogde ontwikkeling wordt gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Hierdoor is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De gewenste uitbreidingsrichting moet aanvaardbaar zijn. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend.
Met de beoogde ontwikkeling wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het stationsgebied en er worden diverse barrières aangepakt. Naast de uitstraling van het stationsgebied worden ten aanzien van milieukundige aspecten zoals geluid een betere leefomgevingskwaliteit gerealiseerd. Hierdoor sluit de ontwikkeling aan op de ambitie van de gemeente Gilze en Rijen en heeft de ontwikkeling een positieve impact op de omgevingskwaliteit. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. In paragraaf 2.3 is beschreven welke doelen blad 26 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
behaald worden met de beoogde ontwikkeling. Onderstaand is per aspect omschreven op welke wijze de doelen een bijdrage leveren Economische aspect: met de beoogde ontwikkeling wordt de bereikbaarheid van het station voor verschillende verkeerstromen (fietsers, voetgangers en auto's) verbeterd. Een beter bereikbare stationsomgeving heeft een positieve invloed op het vestigingsklimaat van de gemeente. Door de aanleg van de onderdoorgang wordt de directe verbinding tussen het deel boven en onder het spoor ook verder verbeterd en kan het spoor veilig worden gepasseerd. Dit draagt op een positieve manier bij aan de economie van de gemeente. Ecologische aspect: In het kader van de beoogde ontwikkeling is een flora en fauna onderzoek uitgevoerd in de vorm van een quickscan en aanvullend onderzoek. Vanuit het aspect ecologie zijn er geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In paragraaf 4.7 wordt het aspect ecologie nader toegelicht. Sociale aspecten: Het dichter bij elkaar leggen van de sporen leidt tot een gunstigere uitgangssituatie voor het aspect geluid en een kortere onderdoorgang dan bij de huidige spoorligging. Het opheffen van de overweg zorgt voor een betere en veiligere verbinding tussen de beide zijden van het spoor. De nieuwe verbinding zorgt ervoor dat het spoor altijd passeerbaar is en er niet meer gewacht hoeft te worden bij de spoorwegovergang.
Dit zorgt voor minder barrièrewerking, minder geluidsoverlast en draagt ook bij aan suïcidepreventie. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Het plangebied ligt op basis van de interim omgevingsverordening in het stedelijk gebied. In figuur 3.3 is dit gebied in relatie tot het plangebied weergegeven. Hierna wordt ingegaan op de regels in de interim omgevingsverordening.
Figuur 3.2: Werkingsgebied Stedelijk gebied (Interim omgevingsverordening) blad 27 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Ter plaatse van het plangebied zijn conform de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant verschillende themakaarten van toepassing. Hiervan is de themakaart: stedelijke ontwikkeling en erfgoed relevant voor de beoogde ontwikkeling. Binnen deze themakaart gelden de volgende artikelen: Artikel 3.39 windturbines in stedelijk gebied Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Artikel 3.48 veehouderij in stedelijk gebied Artikel 3.16 externe werking natuur netwerk Brabant Gezien de beoogde ontwikkeling zijn de artikelen 3.42 en 3.16 relevant. Onderstaand worden deze artikelen toegelicht. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Binnen dit artikel zijn regels opgenomen waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Hierbij is het volgende opgenomen: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De ontwikkeling is afgestemd in de regio. De regio Hart van Brabant wil toe werken naar een meer kwalitatieve regionale afstemming van woningbouw naast de kwantitatieve regionale afstemming die nu plaatsvindt. Daarom wordt er gewerkt binnen de regio om zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbouw in beeld te brengen. Voor de gemeente Gilze en Rijen is in september 2020 een nieuwe woningbouwprognose vastgesteld. Hieruit blijkt dat de woningbouwproductie omhoog moet. Daarnaast is opgenomen dat de woningbouwproductie omhoog moet om de richtlijnen van de provinciale prognose te halen. Uit de cijfers blijkt namelijk dat de dekking van de planvoorraad van de gemeente Gilze en Rijen onvoldoende is. De huidige planvoorraad van de gemeente Gilze en Rijen bestaat een derde deel uit harde plancapaciteit. Verwacht wordt dat de harde plancapaciteiten op korte termijn worden gerealiseerd. Om voldoende dekking te creëren moeten we bepaalde ontwikkelingen naar voren halen en kijken naar mogelijk nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden. De gemeente Gilze en Rijen moet zorgen voor voldoende planvoorraad. De 27 en 2 woningen die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt passen binnen de provinciale prognosecijfers.
Het gaat hier om een ontwikkeling binnen stedelijk gebied. Hiervoor is verdere afstemming met de regio niet nodig. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken. Tevens is de ontwikkeling niet in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de regels binnen artikel 3.42. Artikel 3.16 externe werking natuur netwerk Brabant De regels binnen dit artikel hebben als doel om ecologische waarden en het Natuur Netwerk Brabant te beschermen. Wanneer negatieve effecten niet uit te sluiten zijn dient compensatie plaats te vinden. Het aspect ecologie is uitgewerkt in paragraaf 4.7. Conclusie De ruimtelijke ontwikkelingen zijn passend binnen de kaders van de interim omgevingsverordening.
3.2.4
Provinciaal Waterplan Het provinciale beleid (provinciaal Waterplan) richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde.
blad 28 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
Vijf hoofdthema's vormen de kern van het beleid: Het realiseren van een duurzame watervoorziening; Het verbeteren van de waterhuishoudkundige situatie; Het verbeteren van de waterkwaliteit; Het inrichten van waterlopen met het oog op de versterking van natuurwaarden; Het anders omgaan met water in bebouwd gebied. Conclusie Voor de consequenties van dit beleid voor onderhavig bestemmingsplan wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze toelichting.
3.2.5
Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits- en kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft beleid en beleidsregels welke zijn vastgelegd in de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap nodig. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van het waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen en afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel “hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”.
Conclusie De eisen vanuit het waterschap hebben geen beperkingen voor onderhavig plan tot gevolg. In paragraaf 4.6 wordt hier nader op ingegaan.
3.3
Gemeentelijk beleid De ruimtelijke ambities van de gemeente Gilze en Rijen zijn verwoord in een trilogie. Het eerste deel van de trilogie is de Toekomstvisie 2025 'Wij zijn Gilze en Rijen'. Het tweede deel is het ambitiedocument 'Ambitie Gilze en Rijen – nieuwe kansen!' en het laatste deel is de structuurvisie 'Stedelijk Gebied Gilze en Rijen' (2015).
3.3.1
Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 ‘Wij zijn Gilze en Rijen!’ De toekomstvisie Gilze en Rijen geeft een beeld van de gewenste ontwikkeling van de gemeente tussen nu en 2025. De gemeente heeft haar inwoners veel te bieden. Het is goed wonen, werken en leven in Gilze en Rijen. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteit te behouden en ze verder te versterken. Ook wil de gemeente nieuwe kwaliteiten ontwikkelen. Dat kan alleen maar als er met z’n allen aan
blad 29 van 84
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838
wordt gewerkt. Het is nodig dat de gemeente verbindingen legt met inwoners bedrijven en maatschappelijke organisaties en met de omringende gemeenten. Voor 2025 heeft de gemeente de volgende ambities: versterken van onze positie als woongemeente in het groen tussen twee steden; benutten van de strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant en versterken van de positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven; versterken van de vitaliteit van kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur die optimaal worden gebruikt; versterken van de economische draagkracht van het buitengebied en van de belevingswaarde van dat buitengebied. Bereikbaarheid De ambitie is om de stationsomgeving een impuls te geven, zodat meer reizigers gebruik gaan maken van het openbaar vervoer. Onderdeel hiervan is het vestigen van bedrijven aan de zuidzijde van het station en goede park&ride faciliteiten bij het station creëren. Het verbeteren van de bereikbaarheid van de kernen is een speerpunt die in de toekomstvisie wordt besproken. Ten aanzien van de bereikbaarheid en ontsluiting van Rijen wordt in dit kader een tunnel bij de Oosterhoutseweg (N631) gerealiseerd.
Daarnaast wordt in de toekomstvisie benoemd de gemeente zich inzet bij de ontwikkeling van het stationsgebied door het realiseren van een tunnel of brug voor fietsers en voerganger bij het spoor. De voorgenomen ontwikkeling voorziet hierin. Leefbaarheid en veiligheid De gelijkvloerse spoorovergang vormt in de bestaande situatie in toenemende mate een 'hot spot' ten aanzien van de verkeersveiligheid. In de toekomst neemt het treinverkeer verder toe, waar de oversteekbaarheid van het spoor in Rijen af zal nemen. Een ander speerpunt van de gemeente is om in te zetten in verkeersveiligheid door de oversteekbaarheid van spoor en wegen te verbeteren, de wegenstructuur te verbeteren door fietsers van gemotoriseerd verkeer te scheiden, heldere bewegwijzering en het tegengaan van onnodig vrachtverkeer in de dorpscentra van Gilze en Rijen. Met de herinrichting van het plangebied wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan de stationsomgeving van Rijen en draagt bij aan het verbeteren van de verkeersveiligheid. De ontwikkeling draagt bij aan de ambities van de gemeente. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de kaders van de toekomstvisie van de gemeente Gilze en Rijen.