Bijlage 2 Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen
Tekst van het document
Ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen
Opdrachtgever
Datum 29 juni 2022
Project Huisvesting ABG-organisatie, fase 3
Referentie 1665304-0018.2.0
Auteur(s) Louk Linders Noortje Bouwens
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Statenlaan 8
Postbus 70501
T +31 (0)73 6 409 409
www.hevo.nl
ISO 9001-gecertificeerd
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
5223 LA 's-Hertogenbosch
5201 CB 's-Hertogenbosch
info@hevo.nl
Voorwoord De ABG-gemeenten (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) willen hun gezamenlijke organisatie (Vermeld als ABG-organisatie) anders huisvesten. Ze beogen hiermee de doorontwikkeling van de organisatie en medewerkers mogelijk te maken en tegelijk de kwaliteit en efficiëntie van de dienstverlening aan de inwoners en gemeentebesturen blijvend te borgen. Behoud en waar mogelijk versterking van ‘nabije dienstverlening’ evenals zichtbare aanwezigheid van de gemeentebesturen in een bestuurszetel per gemeente zijn daarbij belangrijke vertrekpunten. De wens om te komen tot gezamenlijke huisvesting wordt versterkt door: De invloed van de coronacrisis: geen van de huidige gemeentekantoren voldoet aan de eisen die het hybride werken stelt (met een nieuwe balans tussen kantooren thuiswerk met andere accenten in de functie van het gemeentehuis). De noodzaak voor alternatieven voor de gemeentekantoren van Alphen-Chaam en Gilze en Rijen omdat de huidige kantoren niet kunnen voldoen aan de eisen van energielabel C per 1 januari 2023. De ABG-organisatie wenst een moderne huisvesting waar medewerkers zich prettig en thuis voelen. De huisvesting dient de uitstraling te krijgen die past bij datgene waar een gemeente als organisatie voor staat en waar zij haar bezoekers en klanten graag uitnodigt.
De nieuwe huisvesting is geen doel op zich maar is ‘dienend’ en faciliteert de ABG-organisatie om haar werk en dienstverlenende, maatschappelijke en organisatorische functie zo goed mogelijk uit te voeren.
2.
Eindsituatie: van twee locaties naar één locatie (op een nader te bepalen plek) na 2025.
De doelstellingen en resultaten vanuit de ABG-organisatie voor de tussensituatie en de eindsituatie in combinatie met de ‘Visie op Werken’1 en het uitgangspunt van ‘Het tijdsen plaatsonafhankelijk werken (TPO)’ geeft een goed kwalitatief en kwantitatief beeld van de huisvestigingsbehoefte. Hierdoor kan direct een RFPvE uitgewerkt worden voor de eindsituatie. Dit is als het ware de ideale, ruimtelijk geoptimaliseerde huisvesting voor de eindsituatie van (na) 2025. Vervolgens is dit ideale PvE geprojecteerd op de tussensituatie voor de twee gemeentekantoren Baarle-Nassau en Gilze en Rijen. Wij stellen voor eerst het ideale PvE, de projectie op de twee locaties voor de tussensituatie, de kostenramingen en de transitieplannen voor de tussensituatie en de eindsituatie te laten vaststellen door de colleges en de raden. Pas daarna zouden wij met de ABG-organisatie de locatie voor de eindsituatie ter tafel willen brengen. Op deze manier kan er rationeel een locatiekeuze gemaakt worden met een breder afwegingskader. Dit PvE voldoet aan de eisen voor digitale toegankelijkheid van pdf-documenten die op de websites van overheden worden gepubliceerd.
Aan het uitwerken van het ruimtelijk en functioneel Programma van Eisen (afgekort RFPvE) voor de huisvesting van de gezamenlijke organisatie ligt het rapport ‘Met het oog op de toekomst’ ten grondslag. In dit rapport hebben de gemeentebesturen en -raden onder leiding van een bestuurlijk adviseur uitgangspunten geformuleerd voor de toekomstige huisvesting van de ABG-organisatie. Met dat rapport is opdracht gegeven om een actieplan uit te werken van twee stappen om te komen tot een gezamenlijke huisvesting: 1. Tussensituatie: van drie naar twee locaties (Baarle-Nassau en Gilze en Rijen) 2022 tot 2025.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
1 De ‘Visie op werken’ is samen met verschillende stakeholders van de ABG-gemeenten
uitgewerkt door HEVO in maart 2021.
Pagina 2 van 24
Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2.
Inleiding Doel Programma van Eisen Leeswijzer
4 4 4
2. 2.1. 2.2.
5 5
2.3.
Vertrekpunt project Visie op de organisatie, dienstverlening en huisvesting De impact van de coronaperiode op een kantoorhoudende organisatie (‘TPO-werken’) Scope en aanvullende voorwaarden
6 7
3. 3.1. 3.2. 3.3. 3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.4. 3.4.1 3.4.2 3.4.3
Ontwerpprincipes op gebouwniveau Van visie naar uitgangspunten voor de huisvesting Ruimten en relaties Ontwerpprincipes Flexibiliteit en gedeeld gebruik Openheid en transparantie Logistiek en toegankelijkheid Beleving Zonering Openbare zone - publieksgebied Semi-openbare zone - vergader- en projectgebied Privé-zone - werkomgeving ambtelijke organisatie
8 8 9 10 10 10 11 11 12 12 12 12
4. 4.1. 4.2. 4.3.
Ruimtebehoefte Aantal arbo-conforme werkplekken Samenwerkingspartners Ruimtestaat
14 14 14 14
5. 5.1. 5.1.1 5.1.2 5.1.3
Uitwerking op voorzieningenniveau Primaire werkomgeving Basiswerkplek Concentratiewerkplek Overleg-/samenwerkplek (2-/3-persoons)
15 15 15 15 16
Referentie: 1665304-0018.2.0.
5.1.4 5.1.5 5.2. 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5 5.2.6 5.2.7 5.3. 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4 5.3.5 5.3.6 5.3.7 5.3.8 5.3.9 5.4. 5.4.1 5.4.2 5.4.3
Belplekken, Newsroom en studio Klant Contact Centrum Werk-/ontmoetingsruimte handhavers Secundaire werkomgeving Belplek (eenpersoons) Aanlandplek Projectruimten (4-6-persoons) Vergaderruimten Werkcafé (inclusief kleine keuken, uitgifte en opslag) Koffiecorners, garderobe en lockers werkvloeren Centrale ontvangst/receptie en wachtruimte Centrale voorzieningen Facilitair en ICT-servicepunt ICT-testruimte en opslagruimte ICT Postkamer/reproruimte Kolf-/gebedsruimte EHBO-ruimte en ruimte bedrijfsarts Berging en archiefruimte Sanitair Kleed- en doucheruimte Werkkasten/berging schoonmaak Buitenruimte Fietsenstalling, stalling motoren/brommers/scootmobielen Parkeervoorzieningen Containerruimte
16 16 16 16 17 17 17 18 18 19 20 20 20 20 20 20 20 20 21 21 21 21 21 21
Bijlage A: look & feel
22
Bijlage B: ruimtestaat ideale situatie
23
Pagina 3 van 24
1. Inleiding
Het is een toetsingsmiddel voor de beoordeling van de output van de ontwerpende partijen en een instrument voor evaluatie.
1.2. Leeswijzer Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 het vertrekpunt beschreven aan de hand van de visie van de organisatie en dienstverlening, de scope en de randvoorwaarden. In hoofdstuk 3 worden de ontwerpprincipes op gebouwniveau beschreven. Hoofdstuk 4 toont de ruimtebehoefte gevolgd door de omschrijving van de functionele en esthetische eisen op voorzieningenniveau in hoofdstuk 5. Alle foto’s in dit document zijn illustratief en hebben niet direct een relatie met de toekomstige huisvesting van de ABG-organisatie.
In 2025 wil de ABG-organisatie één sterke gemeentelijke organisatie zijn die vanuit de samenleving passende oplossingen biedt. De basis hiervoor is een duurzame samenwerking van de drie gemeenten waarbij actief wordt geïnvesteerd in onderling vertrouwen. Belangrijk hierbij is een gezamenlijke huisvesting voor de ABG-organisatie met een passende eigentijdse werkvisie waarbij de kwaliteit naar de inwoners gewaarborgd wordt. Tijds- en plaatsonafhankelijk (afgekort TPO) werken hoort bij de toekomstige werkwijze van de ABG-organisatie.
1.1. Doel Programma van Eisen In het vorige rapport, ‘Visie op werken’ is een vertaling gemaakt van de visie en ambities van de ABG-gemeenten ten aanzien van de nieuwe eigentijdse manier van werken. Dit PvE gaat in op de visie en ambities van de ABG-organisatie ten aanzien van de huisvesting in ruimtelijke en functionele eisen voor de fysieke werkomgeving. Dit RFPvE heeft de volgende doelen: Het wordt gebruikt om te projecteren op de twee locaties voor de tussensituatie. Hiermee zal duidelijk worden welke ruimtelijke, functionele en technische (on)mogelijkheden er voor elk van de locaties zijn. Het is een leidend document voor de ontwerpende partijen, projectmanagers en andere betrokken partijen.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 4 van 24
2. Vertrekpunt project Het PvE behandelt en geeft een schriftelijke uitwerking van de geformuleerde uitgangspunten uit de rapportages ‘Met het oog op de toekomst’, ‘Visie op werken’ en ‘TPO-werken’. Deze uitgangspunten laten bepaalde keuzes zien die de ABGgemeenten en de adviseurs voor de huisvesting voor de ambtelijke huisvesting maken op basis van wensen en ambities van de betrokken gebruikers, de beoogde organisatieontwikkeling, de dienstverleningsvisie, het beoogde werkplekconcept en de samenwerking met samenwerkingspartners. Aangezien dit PvE ingaat op de huisvesting van de ABG-organisatie worden alleen de uitgangspunten met betrekking tot de huisvesting van de ABG-organisatie behandeld en uitgewerkt. De meest belangrijke uitgangspunten zijn in dit hoofdstuk gebundeld. Zo krijgen de lezer en toekomstige ontwerper in één oogopslag inzicht in de belangrijkste keuzes die gemaakt zijn
Deze snelle veranderingen en ontwikkelingen vragen om een wendbare organisatie, wendbare mensen en een daarbij passende werkomgeving. Integraal samenwerken wordt hierbinnen steeds belangrijker. De huisvesting dient deze wendbaarheid te accommoderen door de toepassing van het TPO-werkconcept. Een wendbare organisatie vraagt ook iets van de medewerkers; het vraagt om een open houding waarbij het draait om proactief te zijn, initiatief te tonen en bewust open te staan voor veranderingen, zowel intern als extern. Verantwoordelijkheid komt meer bij de medewerkers te liggen en medewerkers zoeken actief de samenwerking met collega’s. Er wordt van de leidinggevenden verwacht dat zij de medewerkers vertrouwen geven waarbij er wordt gestuurd op resultaatafspraken in plaats van op aanwezigheid. ‘Werken’ is binnen de ABG-gemeenten in beweging. Een daartoe stimulerende, flexibele en schaalbare werkomgeving ondersteunt en faciliteert dit. ‘Vertrouwen, versterken en verbinden.’ Dienstverlening aan de inwoners, klanten en besturen staat centraal. De fysieke dienstverlening blijft op kwalitatief verantwoord niveau en sluit zo goed mogelijk aan bij de behoeften van inwoners van de ABG-gemeenten.2 De gezamenlijke huisvesting voor de ABG-organisatie is niet direct op inwoners gericht, maar op het zoveel mogelijk centraal organiseren van de ABG-organisatie.
Waarbij vertrouwen, versterken, verbinden en flexibiliteit centraal staan bij de manier van samenwerken binnen de ABG-organisatie. Dit vraagt om huisvesting en een werkomgeving waar medewerkers elkaar op natuurlijke wijze makkelijk treffen en tot integrale samenwerking kunnen komen. Denken in ‘schotjes’ of ‘eilandjes’ past hier niet bij. Hetzelfde geldt voor een eigen werkkamer of eigen werkplek.
2.1. Visie op de organisatie, dienstverlening en huisvesting De ABG-organisatie wil vorm geven aan een toekomstbestendige manier van (samen)werken en dienstverlening van de drie verschillende gemeenten. De ABGorganisatie wil zich aan kunnen passen aan de veranderingen in de samenleving, de toenemende digitalisering en de veranderende klantbehoefte.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
2 Om kwalitatief goede dienstverlening te bieden blijft de dienstverlening decentraal; hiervoor kunnen
naast de drie bestuurszetels ook andere locaties ingezet worden (multifunctionele centra, locaties van de dorpsteams, locatie van de klant, thuisbezoek).
Pagina 5 van 24
Het kantoor van de ABG-organisatie staat ook open voor ontmoetingen met samenwerkingspartners. Samenwerkingspartners zullen slechts in beperkte mate van de gemeentelijke huisvesting gebruik maken, in de vorm van vergaderruimten en aanlandwerkplekken. Ook het College van B&W kan gebruik maken van de nieuwe huisvesting in de vorm van vergaderruimten, projectruimten en aanlandwerkplekken. Dit PvE houdt rekening met de ruimtebehoefte van deze samenwerkingspartners, het College van B&W en de toegankelijkheid van deze ruimten.
2.2. De impact van de coronaperiode op een kantoorhoudende organisatie (‘TPO-werken’)
De balans tussen thuiswerken en op kantoor werken is voor iedereen anders. Afhankelijk van functie, de inhoud van de werkzaamheden, benodigde fysieke voorzieningen, thuissituatie of persoonlijke voorkeur, kan iemand in meer of mindere mate een deel van het werk thuis uitvoeren.
Heroverwegen benodigd kantooroppervlak door thuiswerken Thuiswerken is onderdeel van het TPO-werken. De behoefte aan werkplekken op kantoor is daarom minder groot. Dit heeft een directe invloed op de delingsgraad (ook bekend als ‘flexfactor’: aantal arbo-conforme werkplekken gedeeld door het aantal medewerkers), mits er afspraken worden gemaakt over het gedeeld gebruik van de werkplekken op kantoor. Immers, als alle medewerkers op dezelfde dagen thuiswerken en op kantoor werken, dan blijft de behoefte aan werkplekken op piekdagen erg hoog en heeft dit geen impact op de delingsgraad.
Heroverwegen variatie aan typen werkplekken op kantoor De extremen in het kantoorconcept (rust en rumoer) worden belangrijker. Een plek voor ontmoeting en een plek om ‘hybride’ te kunnen werken.
De COVID-19-crisis heeft TPO-werken in een stroomversnelling gebracht. Medewerkers hebben ontdekt dat werken op afstand voor velen prima werkt. Hybride werken, waarin het thuis en elders werken een groot aandeel heeft, is een blijvertje. De rol van het kantoor en de kantooromgeving zal daarom veranderen. In de ‘nieuwe’ werkomgeving is er meer ruimte voor het faciliteren van ontmoeting en samenwerking dan voorheen het geval was. Het (meermaals) aanpassen van de werkomgeving zal mogelijk zijn, door flexibiliteit, uniformiteit en gedeeld gebruik van de werkomgeving te integreren en vooral niet ‘te krap’ te huisvesten.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
In de recente kantoorontwikkelingen volgde de kantoorwerkplek al de activiteiten die de medewerker verricht, resulterend in een variatie aan werkplekvormen passend bij wat iemand op een dag doet. Van rumoerige werkplekken waar ontmoeting een nadrukkelijke plek krijgt tot rustige werkplekken of stiltezones waar men ongestoord kan werken. Mensen hebben bij het thuiswerken vooral het 'live' contact met collega's gemist. Er is sterke behoefte aan ontmoeting en 'live' samenwerking. Het is belangrijk deze activiteiten op kantoor te faciliteren. De eenpersoonswerkplekken hebben ineens een belangrijke tweede functie gekregen. Als men op kantoor komt voor het ontmoeten van collega’s of externen zit men tussendoor ook regelmatig in digitaal overleg. Hiervoor zijn open of halfopen ruimten niet geschikt. Er zal dus een sterkere behoefte zijn aan eenpersoonswerkplekken. Daarnaast dient de audiovisuele apparatuur in project- en vergaderruimten hierop ingericht te worden.
Het kantoor van de ABG-organisatie als ontmoetingsplek De nieuwe huisvesting dient als plek om verbinding te leggen tussen medewerkers en samenwerkingspartners. De focus ligt op het ontmoeten, samenwerken, interactie en
Pagina 6 van 24
kennisdeling zodat er altijd wel een plek is die aansluit bij de behoefte van de gebruiker. De nieuwe huisvesting moet een plek zijn waar men zich thuis voelt en graag gebruik van wil maken.
2.3. Scope en aanvullende voorwaarden
De coronaperiode heeft laten zien dat het werken vanuit huis ook goed gaat. Echter, om te kunnen samenwerken is fysiek contact van grote toegevoegde waarde. Het kantoor dient dusdanig aantrekkelijk en inspirerend te zijn dat medewerkers ook enkele dagen per week naar kantoor willen komen om te ontmoeten.
De volgende aspecten zijn geen onderdeel van dit PvE, maar hebben wel aandacht nodig: De ICT-gerelateerde voorzieningen, zoals het aantal beeldschermen en aansluitingen per werkplek, dienen nader te worden uitgewerkt op ruimteniveau. Ook de ruimtelijke impact ten aanzien van de ICT-gerelateerde voorzieningen zoals infrastructuur en wifi-accespoints, dient inzichtelijk te worden gemaakt. Hierbij is het advies om toe te werken naar een mobiele werkplek met bijbehorende mobiele apparaten. De visie op de organisatie en dienstverlening richting de toekomst is een belangrijk onderdeel van dit PvE. Dit betekent dat bepaalde zaken door de organisatie opgepakt en uitgewerkt moeten worden ter voorbereiding op de ingebruikname van de nieuwe huisvesting. Het thema ‘gedrag en verandering’ is hierbij een belangrijk aandachtspunt dat geen onderdeel van de scope is. De nieuwe huisvesting vraagt om een andere manier van werken en de organisatie dient hierop ingespeeld te zijn.
‘De huisvesting ondersteunt TPO-werken en faciliteert met name het ontmoeten en samenwerken op kantoor.’
Dit PvE bevat de ruimtelijke en functionele eisen en wensen ten aanzien van de nieuwe huisvesting van de ABG-organisatie.
De nieuwe huisvesting voorziet ook in voldoende gevarieerde werkplekken om rustig en geconcentreerd te kunnen werken of reguliere werkzaamheden te kunnen uitvoeren, zodat thuiswerken geen dagelijkse noodzaak wordt. Thuiswerken wordt ook een onderdeel van het werken bij de ABG-organisatie. Het thuiswerken is een mogelijkheid, maar geen verplichting. Het thuiswerken dient met middelen ondersteund te worden.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 7 van 24
3. Ontwerpprincipes op gebouwniveau
-
3.1. Van visie naar uitgangspunten voor de huisvesting
-
In de nieuwe huisvesting zal het werkconcept ‘TPO-werken’ worden doorgevoerd. Dat betekent dat een medewerker een werkplek kiest die past bij de werkzaamheden die hij/zij op dat moment uitvoert. Een diversiteit aan werkzaamheden vereist een diversiteit aan werkplektypen die medewerkers met elkaar delen. Bij de inrichting van de TPO-werkomgeving dient rekening te worden gehouden met het volgende: Er wordt gewerkt met een activiteitgerichte functionele indeling van werkplekken. Op deze manier ontmoeten medewerkers collega's van diverse teams op kantoor. Het kantoor van de ABG-organisatie is vooral om te ontmoeten en samen te werken. Dat geldt ook voor teamoverstijgend samenwerken. Door niet te werken met vaste vlekken kan worden samengewerkt met directe collega’s maar komt men ook in contact met andere collega’s. De werkomgeving biedt voorzieningen die zowel individuele bureauwerkzaamheden als werkzaamheden met een samenwerkingskarakter ondersteunen. De werkomgeving dient te voorzien in en focussen op een variatie aan (samen)werkplekken en biedt daarmee keuzevrijheid. Iedereen gaat flexibel werken, waarbij er altijd ruimte is voor uitzonderingen om functie- of persoonsgebonden redenen. Neem bijvoorbeeld personen die gebonden zijn aan speciaal meubilair.
Daar werkplekken (bureau en bureaustoel) flexibel worden gebruikt, dienen ze gebruiksvriendelijk en makkelijk verstelbaar te zijn. De werkomgeving dient veranderingen op te kunnen vangen, onder meer door flexibiliteit, uniformiteit, gedeeld gebruik en vooral niet ‘te krap’ te huisvesten. De werkomgeving dient de samenwerking tussen medewerkers (en eventueel samenwerkingspartners) maximaal te ondersteunen, onder meer door: Het faciliteren van de (spontane) ontmoeting via passende voorzieningen. Zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van medewerkers te borgen zodat medewerkers beter van elkaar weten waar ze mee bezig zijn, wat er speelt en waar eventueel bij geholpen kan worden. Het publieksgebied (en werkcafé) is uitnodigend en ondersteunt samenwerking tussen inwoners, medewerkers, bedrijven, instellingen en samenwerkingspartners:
Referentie: 1665304-0018.2.0.
-
De bezoeker van het kantoor van de ABG-organisatie voelt zich welkom. Hij/zij voelt zich gastvrij ontvangen in een open en laagdrempelige omgeving. Er is één toegang voor alle bezoekers, met uitzondering van leveranciers. Er is één frontoffice, spoeddienstverlening, voor alle diensten die de ABGgemeenten aanbieden (onder andere de teams binnen het Sociaal domein en Dienstverlening). Voorzieningen zoals aanlandplekken (in de vergader-/projectruimten) en koffiefaciliteiten worden beschikbaar gesteld voor samenwerkingspartners en andere instellingen waarmee de gemeenten samenwerken.
Conclusie Per saldo verwacht men dat medewerkers die op kantoor werken per persoon iets meer ruimte nodig hebben door de combinatie van ontmoeting, samenwerken en het gebruik van concentratiewerkplekken. Het aantal medewerkers dat van het totale personeelsbestand op een willekeurige dag op kantoor aanwezig is zal lager zijn. Wel dient rekening te worden gehouden met vaste samenwerkingsverbanden van teams en afdelingen die tot pieken in de bezetting kunnen leiden. Niettemin is de zogenoemde flexfactor lager dan in de pre-coronatijd.
Pagina 8 van 24
3.2. Ruimten en relaties Het eindresultaat van de gehanteerde uitgangspunten en ontwerpprincipes is een visuele weergave die de verschillende functies in het gebouw ten opzichte van elkaar weergeeft. In dit zogenaamde ‘ruimterelatieschema’ zijn ook de zones opgenomen die in meer of mindere mate toegankelijk zijn voor verschillende doelgroepen.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
De ideale vorm van het kantoor voor de ABG-organisatie ziet er schematisch als volgt uit. De hiernavolgende paragrafen geven de inhoudelijke toelichting.
Pagina 9 van 24
3.3. Ontwerpprincipes 3.3.1 Flexibiliteit en gedeeld gebruik De diversiteit aan werkplektypen die ontstaat door TPO-werken, wordt gestandaardiseerd waardoor iedereen gebruik kan maken van alle verschillende werkplekken die aanwezig zijn. Medewerkers delen dus werkplekken met elkaar, met uitzondering van medewerkers met speciaal meubilair. Niet alle werkplekken hoeven arbo-conform te worden uitgevoerd. De tijdsduur die een medewerker besteedt op een bepaalde werkplek is bepalend voor de uitvoering van de werkplek. Er wordt onderscheid gemaakt in werkplekken in de primaire en secundaire werkomgeving: De werkplekken in de primaire werkomgeving zijn bedoeld om voor langere tijd gebruik van te maken en zijn daarom arbo-conform uitgevoerd. De werkplekken (bureaus) zijn makkelijk verstelbaar, van zit- tot stahoogte. Hiermee wordt ook staand werken gestimuleerd. De bureaustoel bij de werkplek dient gebruiksvriendelijk verstelbaar te zijn. De secundaire werkomgeving wordt gezien als de werkomgeving die voor korte tijd wordt gebruikt (< 2 uur) en wordt daarom niet arbo-conform uitgevoerd.
‘De primaire en secundaire werkomgeving lopen door elkaar heen zodat looproutes beperkt blijven.’
Door activiteiten te clusteren met bijbehorende geluidsniveaus en openheid worden de activiteiten optimaal ondersteund. Clean-desk is een randvoorwaarde voor TPO-werken. Op verschillende plekken worden lockers geplaatst om persoonlijke spullen in op te slaan. Het uitgangspunt is voor iedere medewerker een persoonlijke locker. Werkzaamheden kunnen worden verdeeld in drie hoofdactiviteiten: Geconcentreerd werken. Semi-geconcentreerd werken. Interactie (zowel formeel als informeel). Flexibiliteit en gedeeld gebruik, als onderdeel van het huisvestingsconcept, maken het mogelijk om organisatieontwikkelingen op te vangen in de (nabije) toekomst. De moderne kantooromgeving biedt een variatie aan werkplekken, keuzemogelijkheden en voorzieningen voor samenwerking, ontmoeting en gedeeld gebruik waardoor de organisatie niet hoeft te worden ‘vastgeklikt’ in haar huidige vorm. Hierdoor biedt de kantooromgeving ruimte voor verdere ontwikkeling zonder dat er in de toekomst direct fysieke ingrepen in de huisvesting hoeven plaats te vinden.
3.3.2 Openheid en transparantie Om samenwerking, interactie en kennisdeling te bevorderen, dienen zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van medewerkers optimaal te worden geborgd in de werkomgeving. De volgende maatregelen worden getroffen: Een open en transparante omgeving creëren waar het aantal gesloten ruimten beperkt is, met aandacht voor akoestiek. Aantrekkelijke, informele overlegplekken creëren op verschillende plaatsen in het kantoor van de ABG-organisatie. In een werkcafé kunnen medewerkers elkaar ontmoeten en wordt samenwerking gestimuleerd.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 10 van 24
Het creëren van onderlinge verbinding tussen collega’s door heldere zichtlijnen op verdiepingen, hiermee wordt zichtbaarheid van de werkzaamheden en daarmee interactie gestimuleerd. Door te zien waar collega’s mee bezig zijn is het gemakkelijker om er een gesprek over te beginnen, ideeën uit te wisselen en samen tot oplossingen te komen. Teams die veel met elkaar samenwerken zodanig positioneren dat samenwerking wordt versterkt door de ruimtelijke indeling.
Voor de goede orde: een gevarieerde werkomgeving met goede akoestische voorzieningen betekent dat er geen kantoortuinen ontstaan. Het ontwerp van de inrichting zal daartoe een bepaalde ‘intimiteit’ moeten kennen. Ook dienen met name de publieksfuncties zichtbaar te zijn voor de ‘buitenwereld’. Voor die functies dient het kantoor van de ABG-organisatie transparant en uitnodigend te zijn.
3.3.3 Logistiek en toegankelijkheid De nieuwe huisvesting dient in termen van mobiliteit goed ontsloten en bereikbaar te zijn, in dit geval de aanwezigheid van zoveel mogelijk vervoermodaliteiten. Het ov vervult hierbij een belangrijke rol. Toegankelijkheid van het gebouw zelf zorgt ervoor dat mensen met een functiebeperking niet onnodig worden uitgesloten van het gebruik van voorzieningen, producten en diensten. Bovenal is toegankelijkheid een kwaliteitsaspect. Toegankelijkheid van gebouwen voor mindervaliden, slechthorenden en slechtzienden dient in de openbare zone en de privé-zone georganiseerd te zijn volgens en in overeenstemming met het Handboek voor Toegankelijkheid. Het behalen van een ITS-keurmerk (Internationaal Toegankelijkheidssymbool) is van toepassing. Binnen het kantoor van de ABG-organisatie moet gezorgd worden voor een goede logistiek. De semi-openbare zone vormt het ‘actieve hart’ waar (informeel) ontmoeten centraal staat. De verschillende zones en vlekken moeten goed bereikbaar zijn en met elkaar in verbinding staan. De werkomgeving moet ontmoeten stimuleren en communicatie-bevorderend werken.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
De hoofdentree is de toegang voor zowel het publiek als de medewerkers van de ABG-organisatie. Deze ingang wordt dus gebruikt door interne en externe personen die bij de ABG-organisatie komen overleggen/vergaderen. Externen worden ontvangen door een gastheer/-vrouw (bode). Aan- en afvoer van goederen vindt plaats via de goederen-/expeditie-ingang. Grenzend aan de goederen-/expeditie-ingang is een expeditieruimte die dient als tussenopslag om van daaruit de verdere transportbewegingen door het kantoor van de ABG-organisatie te kunnen reguleren. De hoofdentree en de goederen-/expeditie-ingang zijn voorzien van passende toegangsbeveiligingssystemen, waarmee geautoriseerde gebruikers toegang hebben tot de voor hen benodigde verschillende gebouwdelen/zones.
3.3.4 Beleving De huisvesting is de vertaling van het unieke karakter en de kwaliteiten van de omgeving van de ABG-gemeenten, een open, rustige omgeving en tegelijkertijd nabijheid van bedrijvigheid. Een gebied met een grote diversiteit voor wonen, werken en recreëren. Het unieke karakter van de drie gemeenten dient terug te komen in het kantoor van de ABG-organisatie via de materiaalkeuze, kleurgebruik, beelden, geïntegreerde kunst en de algehele inrichting. Zodra een interieurarchitect betrokken wordt bij het project kunnen met hem/haar de sfeer en beleving nader worden ingevuld. De beleving van de nieuwe huisvesting heeft met name betrekking op de investering in medewerkers en de organisatie, denk hierbij aan het behoud van starters, loopbaanperspectief en het versterken van de positie van de gemeenten op de arbeidsmarkt. Daar tegenover staat de beleving van de ABG-organisatie, wat betrekking heeft op de investering in de kwaliteit en de continuïteit van de organisatie. Hierbij staan faciliteiten voor TPO-werken en de ICT- en informatievoorzieningen centraal. Door het TPO-werkconcept hebben medewerkers in principe geen eigen werkplek; alle werkplekken en faciliteiten worden gedeeld. Om te zorgen voor geborgenheid en een ‘thuisgevoel’, is er tijdens de werksessies met medewerkers aangegeven welke sfeerkenmerken op kantoor een positieve en welke een negatieve beleving geven.
Pagina 11 van 24
Hiervan zijn twee moodboards voor de look & feel van het kantoor van de ABGorganisatie gemaakt (bijlage A). Positieve sfeerkenmerken zijn: Eenvoud en rust. Groen. Negatieve sfeerkenmerken zijn: Een kantoortuin en hokkerigheid. Industriële look. Felle kleuren.
3.4. Zonering Toegankelijkheid voor medewerkers vertaalt zich in een vrije toegang en zo min mogelijk deuren in het hele kantoor van de ABG-organisatie. Echter, vanwege privacy en veiligheid zal er wel gewerkt worden met beveiligingsschillen/zonering, zoals in paragraaf 3.3.3 al vermeld is: Zone 1, openbare zone: publieksgebied dat vrij toegankelijk is voor bezoekers. Zone 2, semi-openbare zone: vergader- en projectgebied, zowel te gebruiken door de ABG-organisatie als door externen. Zone 3, privé-zone: werkgebied van de ABG-organisatie. Zone 4, ondersteunende ruimten binnen zones 1-3, waarbij de toegang geregeld is met een sleutelplan of elektronische toegangsbeveiliging. Hierbij gaat het om ruimten die slechts voor daartoe geautoriseerde medewerkers toegankelijk zijn. Denk hierbij aan logistieke ruimten, kluisruimte voor waardedocumenten, archieven, server- en netwerkruimte. Maar ook de ruimten van de catering en de schoonmakers.
3.4.1 Openbare zone - publieksgebied De bezoeker van het kantoor van de ABG-organisatie komt na binnenkomst door de hoofdentree in de publieke zone. In deze publieke zone wordt de bezoeker ontvangen door een gastheer/-vrouw (bode). De publieke zone is een ontmoetingsruimte waar verschillende voorzieningen zijn getroffen om de bezoeker gastvrij te ontvangen. Vanuit deze ontmoetingszone worden bezoekers opgehaald door de desbetreffende medewerker waarmee hij/zij een afspraak/overleg heeft.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
De gehele inrichting dient een informele sfeer te hebben. Het publieksgebied is op hetzelfde niveau gesitueerd als de aangrenzende buitenruimte die de verbinding met de omgeving vormt. Op die manier is het publieksgebied open, transparant en uitnodigend.
3.4.2 Semi-openbare zone - vergader- en projectgebied Het publieksgebied met de overlegplekken klantencontact en formele (beveiligde) overlegplekken is verbonden met de semi-openbare zone, waarin het centrale vergader-/projectgebied is gesitueerd. Dit gebied is samen met het publieksgebied ook buiten de reguliere openingstijden toegankelijk. In de semi-openbare zone bevindt zich ook het werkcafé, dat het hart van het gebouw vormt. Het werkcafé dient op een natuurlijke wijze het punt met de meeste beweging te worden waar collega’s en medewerkers elkaar ontmoeten. Door het werkcafé geschikt te maken voor eten, ontmoeten, samenwerken, maar ook individueel werken, ontstaat eigenlijk een uitbreiding van de werkgebieden waarmee piekbezetting goed opgevangen kan worden. De ervaring leert dat een werkcafé beter gebruikt wordt door het bieden van een diversiteit aan plekken, ook buiten lunchtijd. Het werkcafé is ook toegankelijk voor samenwerkingspartners. Zij kunnen daarvoor of na een afspraak werken. Door de positie van de semi-openbare zone wordt hen een ‘kijkje in de keuken’ gegund en ontstaat een levendig gebied.
3.4.3 Privé-zone - werkomgeving ambtelijke organisatie Het werkgebied voor de ABG-organisatie bevindt zich in de privé-zone, waar de verschillende werkplekken zijn gesitueerd. Dit werkgebied is uitsluitend te gebruiken door geautoriseerde medewerkers. In dit gebied worden geen externen ontvangen.
Beveiliging en veiligheid Beveiliging en sociale veiligheid zijn belangrijk binnen het kantoor van de ABGorganisatie. De huisvesting moet voldoen aan alle wettelijk vastgelegde veiligheidseisen. De sociale veiligheid, gezondheid en het welbevinden van de gebruiker moeten gewaarborgd zijn. Veiligheid voor medewerkers door mogelijk agressief gedrag van
Pagina 12 van 24
bezoekers is een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast mogen de primaire en secundaire bedrijfsprocessen niet in gevaar komen. Gekeken naar de zonering van het gebouw is de volgende beveiliging gewenst: bezoekers worden alléén ontvangen in de openbare en semi-openbare zones en worden niet meegenomen naar de privé-zone, zodat hier in alle rust en met de nodige privacy gewerkt kan worden. De privé-zone is voorzien van passende toegangsbeveiligingsmaatregelen en enkel met toezicht en/of de juiste toegangsvoorziening bereikbaar. Buiten openingstijden en kantooruren dient het gebouw enkel toegankelijk te zijn voor geautoriseerd personeel in geval van crisis en ten behoeve van andere overlegmomenten die in de avonden plaatsvinden. Slechts het centrale vergadergebied, in de semi-openbare zone, en de ingang in het publieksgebied (hoofdentree) zijn dan toegankelijk. Andere delen zijn dan ‘afgesloten’ en daar is het alarm dan ingeschakeld. Daarom dienen buiten reguliere openingstijden de alarmtijden per gebied aangepast te kunnen worden.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 13 van 24
4. Ruimtebehoefte 4.1. Aantal arbo-conforme werkplekken Om het aantal arbo-conforme werkplekken in de primaire werkomgeving te kunnen definiëren is uitgegaan van een flexfactor-gemiddelde van 0,6 (# arbo-werkplekken/ # medewerkers). Hieraan liggen de volgende uitgangspunten ten grondslag: Thuiswerken is structureel bij TPO-werken. Medewerkers werken digitaal waar het kan en fysiek waar het waarde toevoegt. Het kantoor van de ABG-organisatie is er vooral voor ontmoeten, samenwerken, co-creëren en fysieke dienstverlening. Het kantoor van de ABG-organisatie biedt ook ruimte voor algemene bureauwerkzaamheden en concentratiewerkzaamheden. Dit resulteert in 238 arbo-werkplekken voor 400 medewerkers in de primaire werkomgeving.3 Door TPO-werken te faciliteren met de nieuwe werkomgeving in het kantoor van de ABG-organisatie, is het mogelijk beperkte groei op te vangen. In de berekening van het aantal werkplekken wordt in beginsel niet met extra medewerkers (lees: groei) gerekend; dit is al voldoende geborgd in het concept zelf.
4.2. Samenwerkingspartners De gevarieerde werkomgeving moet ondersteunend zijn aan het TPO-werken en moet vertrouwen en flexibiliteit bieden om een sterkere en meer verbonden organisatie te creëren. Door een mix van gesloten en open werkplekken en aanvullende voorzieningen slim te positioneren ten opzichte van elkaar, wordt zorggedragen voor rust en privacy, maar ook voor flexibiliteit en verbondenheid. Het kantoor van de ABGorganisatie is er vooral om te ontmoeten en samen te werken. Binnen de geambieerde manier van werken is multidisciplinair samenwerken belangrijk. De variatie in werkplekken is dus ondersteunend aan alle drie de domeinen (sociaal, fysiek en ondersteunend) binnen de ABG-organisatie. Het organiseren van de nieuwe
werkomgeving vindt op abstractieniveau van de domeinen plaats doordat er onderling veel wisselwerkingen van samenwerkingsvormen tussen de domeinen van de ABGorganisatie zijn. De indeling van de nieuwe huisvesting moet samenwerking met directe collega’s bevorderen maar ook het contact met andere collega’s. Samenwerking, interactie en kennisdeling gaan op een natuurlijke manier, zowel binnen als buiten de verschillende domeinen. Op deze manier wordt zichtbaarheid, vindbaarheid en toegankelijkheid van medewerkers optimaal gewaarborgd en ontstaat een totale verbinding tussen de ABGorganisatie.
4.3. Ruimtestaat In de ruimtestaat (bijlage B) zijn de diverse benodigde ruimten opgenomen.
3 Medewerkers die 12 uur per week of minder werken worden gezien als medewerkers die de helft van
de tijd gebruik maken van de nieuwe huisvesting. Uitgangspunt is dat 2 medewerkers die 12 uur per week of minder werken zijn samen 1 medewerker met 40 fte.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 14 van 24
5. Uitwerking op voorzieningenniveau 5.1. Primaire werkomgeving 5.1.1 Basiswerkplek De basiswerkplekken zijn bedoeld voor semigeconcentreerd bureauwerk, routinematige activiteiten en werkzaamheden waarbij sprake is van een aanloopfunctie. Het open karakter van de werkplek en de positie in de kantooromgeving stimuleert directe interactie. In de basis wordt er individueel gewerkt op de open werkplekken, waarbij de mogelijkheid bestaat om met elkaar af te stemmen. De basiswerkplek wordt in varianten van verschillende aantallen tot een maximum van 6 werkplekken aaneengeschakeld in de werkomgeving gepositioneerd. De werkplek is bedoeld om voor langere tijd aan te werken en dient daarom arbo-conform te worden uitgevoerd.
Situering De werkplekken zijn zodanig gesitueerd dat er een prettige, werkbare ruimte ontstaat waarin geluidsoverlast wordt voorkomen door compartimentering. Er wordt gestreefd naar basiswerkplekken in groepen van maximaal 6 werkplekken, zodat er natuurlijke akoestische barrières ontstaan in de plattegrond van de kantoorvloeren. Vanwege de openheid van de werkplekken en de aanloopfunctie is het belangrijk dat de looplijnen naar belplekken, concentratiewerkplekken en overlegplekken kort zijn.
Faciliteiten Alle basiswerkplekken hebben een elektrisch in hoogte verstelbaar bureau tot stahoogte en een verstelbare bureaustoel. De bureaus hebben een afmeting van 1,60 x 0,80 meter. Alle bureaus in de primaire werkomgeving zijn in hoogte verstelbaar tot stahoogte.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
5.1.2 Concentratiewerkplek De concentratiewerkplekken zijn gesloten of besloten werkplekken. Deze werkplekken zijn bedoeld voor geconcentreerd bureauwerk, vertrouwelijke of lange digitale gesprekken (in geval van de eenpersoons gesloten werkplek). De werkplek wordt arbo-conform uitgevoerd. De verhouding van het aantal de gesloten en besloten concentratiewerkplekken is ongeveer 1 op 2. In het ontwerptraject dient dit nader uitgewerkt te worden met aandacht voor de openheid op de kantoorvloeren.
Situering De concentratiewerkplek is bij voorkeur niet gesitueerd in de buurt van drukke functies zoals een ontmoetingsgebied of koffiecorner. Besloten werkplek (coupé werkplek) Er wordt gestreefd naar besloten werkplekken in groepen van maximaal 4, zodat er natuurlijke akoestische barrières ontstaan in de plattegrond van de kantoorvloeren. Door de toepassing van halfhoge akoestische wanden aan 3 zijden van de werkplek wordt de rust op de werkplek gecreëerd. Gesloten werkplek De positie van het bureau in de ruimte moet zodanig zijn dat de persoon die in de ruimte is zich maximaal kan concentreren en manoeuvreren. De scheidingswanden moeten dusdanig transparant zijn dat men in de ruimte geen opgesloten gevoel heeft. Daarbij dient wel voldoende privacy te worden geboden voor geconcentreerd werk. Bij het werkblad dienen de wanden dan ook niet volledig transparant te zijn. De gesloten concentratiewerkplek kan worden uitgevoerd in de vorm van een eenpersoons plek of een gesloten ruimte voor meerdere personen (bibliotheek).
Faciliteiten Alle concentratiewerkplekken hebben een elektrisch in hoogte verstelbaar bureau en een verstelbare bureaustoel. De bureaus hebben een afmeting van 1,60 x 0,80 meter.
Pagina 15 van 24
5.1.3 Overleg-/samenwerkplek (2-/3-persoons) De samenwerkplekken zijn bedoeld om in duo’s of trio’s samen te werken of te overleggen. De samenwerkplek is een afgesloten ruimte. Akoestiek is een aandachtspunt om de privacy van gesprekken te borgen en om overlast naar andere medewerkers te beperken.
Situering De samenwerkplek is bedoeld om voor langere tijd te werken en dient daarom arboconform te worden uitgevoerd. De samenwerkplekken bevinden zich in de nabijheid van de basiswerkplekken.
Faciliteiten De samenwerkplek is voorzien van 2 of 3 aaneengesloten, (elektrisch) in hoogte verstelbare bureaus en 2 of 3 verstelbare bureaustoelen. De bureaus hebben een afmeting van 1,60 x 0,80 meter. De bureaus zijn in hoogte verstelbaar tot stahoogte. Er is minstens één beschrijfbaar element aan de wand aanwezig.
5.1.4 Belplekken, Newsroom en studio Klant Contact Centrum De werkvlek van het telefoonteam van het Klant Contact Centrum bestaat uit basiswerkplekken met de nodige akoestische voorzieningen om onderling geen overlast te ondervinden. Er dient dus maximale aandacht te zijn voor geluiddempende voorzieningen, zowel bouwkundig als qua meubilair. Voor het afhandelen van online vragen, reageren op Twitterberichten, het uitdoen van nieuwsberichten, kortom werkzaamheden rondom sociale media, is er een Newsroom in de nabijheid van het telefoonteam. De Newsroom is goed zichtbaar voor de organisatie. De Newsroom bestaat uit een projectruimte met 4-6 werkplekken. De Newsroom heeft een dynamische uitstraling passend bij ‘sociale media’-activiteiten. De belplekken en de Newsroom hebben een centrale positie in de centrale vergaderomgeving (vergader- en projectgebied - zone 2). Het telefoonteam is een team dat met iedereen samenwerkt.
Binnen de Newsroom is een scheiding gemaakt met een glazen wand om een studio te creëren. Het doel van de studio is het voorzitten van live videovergaderingen/events/ webinars en het opnemen van korte videoboodschappen die online geplaatst kunnen worden. De studio dient eenvoudig opgeschaald te kunnen worden bij grotere events, wanneer meerdere camera's en regie nodig zijn door een externe partij. In de studio is aandacht nodig voor licht (geen of weinig ramen) en geluid. Er zijn 2 vaste zit/stawerkplekken met een green screen.
5.1.5 Werk-/ontmoetingsruimte handhavers Voor de handhavers is geen aparte afsluitbare werk-/ontmoetingsruimte benodigd. Via het beveiligingssysteem hebben de handhavers ook buiten reguliere openingstijden en kantooruren toegang tot de benodigde voorzieningen in het kantoor van de ABGorganisatie. Voor het omkleden kunnen de handhavers gebruik maken van de kleedruimte die ook voor andere medewerkers ter beschikking staat. De kleedruimte is voorzien van afsluitbare kledinglockers (onder andere voor de handhavers).
5.2. Secundaire werkomgeving 5.2.1 Belplek (eenpersoons) De belplek is een kleine gesloten ruimte die gebruikt kan worden op de momenten dat medewerkers die gebruik maken van een basiswerkplek een individueel telefoongesprek moeten voeren. De belplek is geen volwaardige werkplek en is bedoeld voor tijdelijk gebruik. De belplek wordt daarom niet arbo-conform uitgevoerd. Het is echter wel van belang dat er voldoende licht in de ruimte valt. De ruimte dient transparant te zijn.
Situering De belplekken bevinden zich tussen de basiswerkplekken, maar ook in het centrale vergadergebied. Deze plekken worden voorzien van de benodigde akoestische voorzieningen zodat geen overlast wordt veroorzaakt.
Faciliteiten De belplekken zijn voorzien van een hoge kruk en een hoge, smalle tafel om een mobile device op te plaatsen.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 16 van 24
5.2.2 Aanlandplek
5.2.4 Vergaderruimten Deze plek wordt gebruikt om tijdelijk aan te werken, bijvoorbeeld tussen afspraken door, of voor overleg. Gezien de tijdelijke aard van gebruik wordt de aanlandplek niet arbo-conform uitgevoerd.
Situering Deze plekken worden in de randen van de werkomgeving en in het centrale vergadergebied gesitueerd om interactie en kennisdeling te stimuleren. De aanlandplekken zijn semi-afgesloten van de werkplekken. Bij semi-afgesloten kan gedacht worden aan een halfhoge afscherming rondom de aanlandplek.
De verschillende varianten vergaderruimten zijn bestemd voor het voeren van overleg, groepsgesprekken en vertrouwelijke gesprekken. De overlegplekken worden niet arbo-conform uitgevoerd. In de vergaderruimten dienen voorzieningen aanwezig te zijn voor hybride overleggen en videoconferencing. De ruimten hebben verschillende ‘looks’. passend bij de verschillende typen overleggen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan brainstormen. Deze ruimten kunnen ook gebruikt worden als projectruimten en als trainingsruimten. De grote vergaderruimte voor 18 personen dient tevens als crisisruimte.
5.2.3 Projectruimten (4-6-persoons) De projectruimte is bedoeld voor het werken aan multidisciplinaire projecten (tussen teams, maar ook voor opdrachten/projecten in samenwerking met externen). In het kader van flexibiliteit kunnen projectruimten ook gebruikt worden als vergaderruimten. De ruimte is bedoeld om voor langere tijd te werken en dient daarom met arbo-conform meubilair te worden uitgevoerd. De ruimte is semi-transparant in verband met vertrouwelijkheid en afleiding. De ruimte moet om dezelfde redenen akoestisch optimaal geïsoleerd zijn.
Faciliteiten De projectruimte heeft (elektrisch) in hoogte verstelbare bureaus en verstelbare bureaustoelen. De bureaus hebben een afmeting van 1,60 x 0,80 meter. Alle bureaus in de secundaire werkomgeving zijn in hoogte verstelbaar tot stahoogte. Er is ruimte aan de wanden om spullen op te hangen of iets te kunnen opschrijven ter ondersteuning van creatieve processen. Er zijn voldoende faciliteiten voor videovergaderen aanwezig, zoals internetverbinding voor externen en een groot beeldscherm/smartboard met een camera die aanwezigen in de ruimte goed in beeld brengt.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
De vergaderruimten zijn digitaal te reserveren. Met een schermpje aan de buitenzijde is zichtbaar of een ruimte is gereserveerd en kan ook ter plaatse een reservering gemaakt worden. Voordeel van directe zichtbaarheid van beschikbaarheid, maakt de mogelijkheid tot ad-hoc-gebruik makkelijker.
Situering Het centraal vergadergebied in de semi-openbare zone bestaat uit vergader-/projectruimten. Grotere interne en externe overleggen van de ambtelijke organisatie worden gefaciliteerd in het centrale vergadergebied. De ruimten mogen niet te transparant zijn in verband met vertrouwelijkheid en afleiding; een redelijke mate van beschutting is daarom vereist (niet geheel voorzien van glazen wanden). De ruimten dienen om dezelfde redenen akoestisch optimaal geïsoleerd te zijn. Bij het inrichten van de overlegplekken dient te worden gestreefd naar een aangename verhouding tussen de afmetingen van de ruimte en het volume van de inrichtingselementen. De vergaderruimte voor 18 personen bij voorkeur situeren in de nabijheid van het publieksgebied. De ruimte dient afsluitbaar te zijn.
Pagina 17 van 24
Faciliteiten De faciliteiten in een vergaderruimte passen bij de aard van de vergaderruimte. Een formele vergaderruimte is voorzien van een vergadertafel met comfortabele vergaderstoelen. Enkele ruimten kunnen ook uitgevoerd worden met statafels met krukken. In het geval van de vergaderruimte als brainstormruimte stimuleert en ondersteunt de ruimte creativiteit en dynamiek. Het meubilair kan daartoe eenvoudig verplaatst en/of verschoven worden. Ook zijn in de vergaderruimten de benodigde ondersteunende voorzieningen in de vorm van audiovisuele middelen, beschrijfbare wanden/whiteboards etc. aanwezig.
Aangrenzend aan het werkcafé is de kleine keuken, uitgifte en opslag voor levensmiddelen (inclusief voorraden koffiemachines) voorzien. Invulling keuken (met benodigde apparatuur en koelmachines), uitgifte en opslag in overleg met de cateraar.
Faciliteiten Het werkcafé voorziet in de volgende faciliteiten: Koffiefaciliteiten. Kleine lunchfaciliteiten (bijvoorbeeld concept GRAB & GO)
5.2.6 Koffiecorners, garderobe en lockers werkvloeren 5.2.5 Werkcafé (inclusief kleine keuken, uitgifte en opslag)
De koffiecorner heeft een multifunctionele opzet en kan gebruikt worden voor (informeel) overleg. De ruimte heeft een informele uitstraling. Het definitieve aantal koffiecorners moet worden bepaald op basis van het gebouwontwerp, de ruimtestaat is hierin indicatief.
Het werkcafé neemt binnen TPO-werken een belangrijke plek in. Het is de plek waar medewerkers elkaar maar ook bezoekers op (in)formele wijze kunnen ontmoeten, overleg voeren, een goede kop koffie drinken, de lunch gebruiken, maar waar ook gewerkt kan worden. De ruimte wordt ingericht met diverse zitstijlen zodat tegemoet wordt gekomen aan de diverse vormen van verblijf (ontspannen, werken, overleggen en lunchen) en daarbij gewenste rust en privacy. Belangrijk aandachtspunt hierbij is flexibiliteit. Het gebied moet grotendeels leeggeruimd kunnen worden voor het faciliteren van grote events (zoals de nieuwjaarsborrel).
Situering De koffiecorners bevinden zich op een logische plek op de kantoorvloer zodat mensen elkaar daar kunnen ontmoeten. Daarbij wordt zoveel mogelijk de combinatie gezocht met informele zitjes.
Faciliteiten Buiten de lunchtijden heerst er een informele sfeer in het werkcafé door de aanwezigheid van aanlandwerkplekken en informele overlegplekken. Hierbij kunnen de zitplaatsen van het werkcafé ook als werkplek dienen in het geval van een piek. Het werkcafé moet vooral huiselijkheid, geborgenheid en gezelligheid uitstralen met goede faciliteiten om zowel te werken, te ontmoeten als te lunchen.
Situering
Selfservice-voorzieningen voor koffie, thee en water gedurende de gehele dag. Koffiecorner met spoelbak en koelkast. Informele overlegplekken. Garderobe Op elke verdieping nabij de koffiecorner is ruimte om jassen op te hangen. De ruimte staat in open verbinding met de verkeersruimte zodat ventilatie geborgd blijft.
Het werkcafé is ook toegankelijk voor samenwerkingspartners en het College van B&W doordat het gesitueerd is in het centrale vergadergebied. Zij kunnen daarvoor of na een afspraak werken. Door de positie van dit gebied wordt hen een ‘kijkje in de keuken’ gegund.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 18 van 24
Lockers De lockers zijn bedoeld om persoonlijke eigendommen in op te bergen. Op elke verdieping worden lockers geplaatst. De lockers worden gesitueerd op een centrale positie op de werkvloer. Het aantal lockers is gelijk aan het aantal medewerkers. De lockers zijn niet persoonsgebonden en flexibel inzetbaar.
5.2.7 Centrale ontvangst/receptie en wachtruimte Bezoekers krijgen een warme en persoonlijke ontvangst van een gastheer/-vrouw in een huiselijke sfeer; zij komen binnen op een plek waar activiteit is, krijgen tijdens het wachten een goede kop koffie aangeboden en worden persoonlijk in de hal opgehaald door hun gesprekspartner, om vervolgens in een van de vergaderruimten in het centrale vergadergebied overleg te voeren. Ook in het werkcafé kan overleg plaatsvinden. Het werkcafé moet daartoe echter wel plekken bieden waar redelijkerwijs privacy is gewaarborgd en men redelijk rustig kan praten. Aandachtspunt bij de inrichting van het publieksgebied is dat het toegang biedt tot het centrale vergadergebied. Er moet een logische routing zijn naar dit centrale vergadergebied.
Faciliteiten
Eén centrale ontvangst/receptie. Wachtgebied bestaande uit diverse zitvormen (leestafel, wachtbanken/stoelen etc.). Koffiecorner inclusief ruimte voor informeel overleg. Een overlegplek voor klantcontact.
paspoorten en rijbewijzen. De medewerker achter deze balie zit op ooghoogte van de klant. De baliewerkplek voldoet aan de algemene beveiligingseisen in het kader van de verstrekking van waardedocumenten en bevat de volgende voorzieningen: Ruimte voor randapparatuur. Dagkluis voor waardedocumenten, geïntegreerd in de balie. De apparatuur die gebruikt wordt bij de balies mag niet toegankelijk zijn buiten openingstijden. De baliewerkplek is niet voorzien van een paniekknop of bewakingscamera’s. De gedachte hierachter is dat door de balies in het publieksgebied juist open te maken er een natuurlijke sociale controle ontstaat. Hierdoor is bewaking (mede in de vorm van camera’s) ook geen vereiste. In de nabijheid c.q. in het verlengde van deze snelbalie is een staplek voor de gastheer/-vrouw, waar hij/zij een pc/laptop en beeldscherm heeft om informatie op te zoeken en van waaruit hij/zij bezoekers ontvangt. Hoewel deze gastheer/-vrouw een deel van de werktijd in de openbare zone staat en rondloopt om bezoekers te helpen, verricht hij/zij op rustige momenten ook bureauwerkzaamheden. Aangezien die een periode van meer dan 2 uur aaneengesloten kunnen beslaan maar hij/zij tegelijkertijd zicht moet kunnen houden op het publiek, is er in de openbare zone een arbo-conforme werkplek beschikbaar binnen het gereserveerde vloeroppervlak van die zone.
Het publieksgebied is voorzien van een wachtgebied waar bezoekers kunnen wachten op hun afspraak. Toiletvoorzieningen (mindervaliden) zijn vanuit het wachtgebied bereikbaar.
De centrale ontvangst is duidelijk in het zicht van de hoofdentree gesitueerd. De receptiebalie is een combinatie van een spoeddienstverleningsbalie en een receptiebalie. De spoeddienstverleningsbalie is de zogenaamde snelbalie voor bijvoorbeeld het afhalen van
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 19 van 24
5.3. Centrale voorzieningen 5.3.1 Facilitair en ICT-servicepunt Bij dit servicepunt kunnen medewerkers terecht met facilitaire en ICT-vragen. Het servicepunt dient ook als uitgifteplaats voor bijvoorbeeld sleutels en laptops. Het is de wens dit servicepunt centraal in de privé-zone, de werkomgeving, te plaatsen.
Dit servicepunt bestaat uit een balievoorziening. Achter deze balievoorziening zijn een tweetal basiswerkplekken gesitueerd. In de nabijheid van het facilitair servicepunt zijn ook de ICT-testruimte en de postkamer/reproruimte gesitueerd.
mindervaliden. De ruimte dient fysiek en visueel afgeschermd te kunnen worden. De ruimte is voorzien van een wastafel met warm en koud water. Daarnaast staat er een koelkast en een bank/comfortabele fauteuil met tafeltje.
5.3.5 EHBO-ruimte en ruimte bedrijfsarts Er dient een ruimte te worden gerealiseerd die geschikt is voor mensen die in afwachting zijn van medische hulp. De ruimte kan daarnaast door de bedrijfsarts gebruikt worden voor lichamelijk onderzoek. Deze ruimte is gesitueerd in het centrale vergadergebied, bij voorkeur in de nabijheid van het publieksgebied, en is via brede deuren gemakkelijk toegankelijk voor een per brancard te vervoeren patiënt. Ook is deze ruimte gemakkelijk te bereiken en toegankelijk voor mindervaliden. In de ruimte is een wastafel met warm en koud water. Er staat een elektrisch in hoogte verstelbaar bureau met 1 verstelbare bureaustoel en 3 vergaderstoelen, een rustbank, een kast met EHBO-artikelen en er is de mogelijkheid tot het opstellen van een brancard/behandeltafel.
5.3.2 ICT-testruimte en opslagruimte ICT In deze ruimte staan 2 testtafels en diverse kasten en stellingen met ICT-artikelen. De ICT-testruimte is gekoppeld aan een gesloten opslagruimte voor ICT-voorzieningen. Verder zijn de ICT-gerelateerde ruimten geen onderdeel van dit RFPvE en zijn deze uitgewerkt in het technisch PvE.
5.3.6 Berging en archiefruimte
5.3.3 Postkamer/reproruimte
De postkamer is de ruimte waar in- en uitgaande post wordt verwerkt. De ruimte is voorzien van een zwaardere printer, scanapparatuur en een grote uitlegtafel. De basiswerkplekken voor de medewerkers DIV, de aanlandplekken voor de medewerkers financiën en de werkplek voor de bodes/facilitair medewerker zijn gesitueerd in de nabijheid van de postkamer.
Opslag facilitair voor de bulkvoorraad kantoorartikelen, kleine ergonomische producten, aankleding kantoor (rondom feestdagen). Opslag communicatie- en promotieartikelen, relatiegeschenken en verkiezingsmaterialen. Tijdelijke en middellange opslag, gekoppeld aan de goederen-/expeditie-ingang. Statisch archief DIV. Opslag schilderijen, kunst etc.
5.3.7 Sanitair Het aantal toiletten moet voldoen aan het Bouwbesluit. Voor het aantal toiletten is gerekend met 20 m² per 500 m² nuttig oppervlak. Zowel in het privégebied als in het centrale vergadergebied zijn toiletvoorzieningen aanwezig. Op elke etage en in het publieksgebied en het projectgebied is een mindervalidentoilet.
5.3.4 Kolf-/gebedsruimte Er dient een ruimte te worden gerealiseerd die geschikt is voor moeders die borstvoeding geven c.q. kolven. Deze ruimte kan ook gebruikt worden als gebedsruimte. De ruimte dient gemakkelijk te bereiken en toegankelijk te zijn voor
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 20 van 24
5.3.8 Kleed- en doucheruimte
5.4.2 Parkeervoorzieningen
Er is een kleed- annex doucheruimte (man/vrouw separaat) die gebruikt kan worden door alle medewerkers van de ABG-gemeenten en de schoonmaakmedewerkers. Deze ruimte is gesitueerd in de nabijheid van de hoofdentree. De kleedruimte is voorzien van afsluitbare kledinglockers (30 stuks) (onder andere voor de handhavers). In deze ruimte staan ook afsluitbare kasten voor onder andere de apparatuur van handhavers (± 9 m²) en een kledingrek waarop natte kleding kan worden uitgehangen om te laten drogen. Ook is er een wastafel met koud en warm water en een wasmachine aanwezig.
Uitgaan van duurzame mobiliteit; reizen per ov, deelvervoer, fiets en te voet wordt gestimuleerd. Voor de nieuwe huisvesting van de ABG-organisatie betekent dit: Het terrein biedt parkeergelegenheid voor 141 auto’s, in overeenstemming met het Bouwbesluit 2020 dient een parkeervoorziening bij utiliteitsbouw van 10 parkeerplaatsen minimaal te beschikken over 1 laadpaal; gezien de snelle ontwikkelingen op het gebied van elektrisch vervoer wordt geadviseerd minimaal 1 laadpaal per 10 parkeerplekken te realiseren ofwel minimaal 14 plaatsen voor elektrisch oplaadbare auto’s.
5.4.3 Containerruimte In de nabijheid van de goederen-/expeditie-ingang is in de buitenruimte een gesloten ruimte voor de afvalcontainers.
5.3.9 Werkkasten/berging schoonmaak Op elke verdieping is een werkkast benodigd, voorzien van een stortbak met warm en koud water. In deze kast is plaats voor het stallen van de schoonmaakkar en een stofzuiger. Daarnaast zijn er planken aan de muur of een stellingkast om (kleine dagelijkse voorraad) schoonmaakmiddelen en overige sanitaire voorzieningen op te kunnen bergen. De werkkasten zijn afsluitbaar. Er is één royale berging voor het stallen van de schrobzuigmachine en toebehoren, een wasmachine en een wasdroger, een stellingkast ten behoeve van bulkvoorraad sanitaire voorzieningen, wasmiddelen en manden voor schone en/of vuile was etc. De berging is afsluitbaar.
5.4. Buitenruimte Zowel het kantoor van de ABG-organisatie als de inrichting van de buitenruimte vraagt om een nadere uitwerking binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan.
5.4.1 Fietsenstalling, stalling motoren/brommers/scootmobielen Het terrein dient te worden voorzien van een stalling voor in totaal ongeveer 75 fietsen. De fietsenstalling biedt plaats aan dienstfietsen, fietsen van de handhavers en fietsen van medewerkers. Daarnaast is er voldoende ruimte voor 13 brommers/motoren in de stalling.
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 21 van 24
Bijlage A: look & feel Los document
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 22 van 24
Bijlage B: ruimtestaat ideale situatie Los document
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 23 van 24
Colofon Uitgave: Datum:
HEVO B.V. 29 juni 2022
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1665304-0018.2.0.
Pagina 24 van 24