CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Regels bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

Raadscommissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen12.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

7.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldt in afwijking van artikel 3 de volgende regel: a.

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn niet toegestaan.

7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Andere bestemmingen Indien van de gebruiksregels ingevolge de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) een omgevingsvergunning kan worden verleend, wordt hierbij het volgende in acht genomen: a.

door het verlenen van een omgevingsvergunning mogen de waarden, zoals in artikel 7.1 bedoeld, niet worden geschaad.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|24 7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming zoals bedoeld in artikel 7.1 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden buiten het bouwvlak uit te voeren: a.

het aanbrengen van opgaande beplanting uitgezonderd erfbeplanting.

7.6.2 Uitzonderingen Het verbod van artikel 7.6.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b. c.

normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning.

7.6.3 Voorwaarde voor omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in artikel 7.6.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de waarden, zoals in artikel 7.1 bedoeld daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 7.6.4 Strijdig gebruik Overtreding van het verbod van artikel 7.6.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten. 7.7 Wijzigingsbevoegdheid Indien met betrekking tot de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) het plan kan worden gewijzigd, wordt hierbij het volgende in acht genomen: a.

door de planwijziging mogen de waarden, zoals in artikel 7.1 bedoeld, niet worden geschaad.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|25

3 ALGEMENE REGELS Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|26

Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Bestaande maten Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. b. c.

de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; ingeval van herbouw is dit lid onder a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.

9.2 Afstanden gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten: inrichting waar inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden landbouwhuisdieren worden gehouden gehouden minimumafstand tot objecten 100 m* 50 m* categorie I en II minimumafstand tot objecten 50 m* 25 m* categorie III, IV en V * Tenzij uit de Geurverordening (vastgesteld d.d. 15 december 2008) blijkt dat een andere afstand tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten in acht genomen moet/ kan worden. 9.3 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. b. c.

ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; de onderkant van het bouwwerk (inclusief fundering) bedraagt ten hoogste 4 meter onder het peil; bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub b indien het hydrologisch belang niet wordt geschaad; alvorens een omgevingsvergunning voor het afwijken te verlenen vraagt bevoegd gezag advies in bij het waterschap en de provincie omtrent de vraag of het hydrologisch belang niet wordt geschaad.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|27

Artikel 10 Algemene gebruiksregels a.

b. c.

het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de doeleindenomschrijving en de overige regels; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan; bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|28

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels 11.1 Overig - ihcs In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'overig - ihcs' (met nummer) ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: a.

56 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'overig - ihcs - 1';

in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. 11.2 Overig - agrarisch balansgebied In aanvulling op hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overig - agrarisch balansgebied' de volgende regels: 11.2.1 Toegestane ontwikkelingen a.

b. c.

op deze gronden is ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' tevens het gebruik als intensieve veehouderij toegestaan, mits het een duurzame locatie betreft; aan de hand van de in bijlage 2 opgenomen tabel kan worden bepaald of er sprake is van een duurzame locatie; op deze gronden is ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' tevens het gebruik als intensieve kwekerij toegestaan; op deze gronden zijn ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' tevens de in tabel 1 genoemde nevenactiviteiten toegestaan, met inachtneming van het volgende: 1. bij een combinatie van nevenactiviteiten is ten hoogste 500 m 2 bebouwing toegestaan en mag ten hoogste 4.000 m2 aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenactiviteiten; 2. de nevenactiviteit dient te worden uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; 3. er dient op het eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 4. de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan, tenzij anders in tabel 1 is aangegeven;

Tabel 1 Toegestane nevenactiviteiten nevenactiviteit

max opp gronden in max opp bebouwing gebruik voor in gebruik voor nevenactiviteit (m2) nevenactiviteit (m2) verkoop aan huis van streekeigen agrarische producten 100 inpandige opslag en stalling van agrarische producten 500 (meer dan reguliere opslag ten behoeve van eigen bedrijfsvoering) agrarisch loonwerkbedrijf behorende tot de categorieën 100* 400 A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (Bijlage 3) veearts/ hoefsmederij/ KI-station/ hondentrimsalon 200 ambachtelijke be- en verwerking van agrarische 200 producten (kaasmakerij, imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) hoveniersbedrijf behorende tot de categorieën A en B1 100* 400 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3) paardenafrichtingsbedrijf/ paardenstalling (inclusief 800 200 exploitatie paardenkoets)/ paardenpension/ stalhouderij kano-, boot- of fietsenverhuur 100 bed & breakfast 100 recreatief nachtverblijf, kampeerboerderij, 200

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|29 trekkershutten met uitzondering van kleinschalig kamperen rondleidingen op het agrarisch bedrijf (voorzieningen hiertoe als ontvangstruimte) inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet-agrarische producten/ werktuigen/ voertuigen in bestaande gebouwen behorende tot de categorie A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, geen detailhandel (bijlage 3) opslag en stalling van recreatieve vervoermiddelen (caravans, boten, oldtimers) *hieronder valt tevens buitenopslag

niet van toepassing 100 (gehele bedrijf) 500

-

1.000

11.2.2 Ontwikkelingen na vergunningverlening toegestaan a.

bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het toestaan van de in tabel 2 genoemde en toegestane nevenactiviteiten met inachtneming van het volgende: 1. de nevenactiviteit dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; 2. er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); 3. de nevenactiviteit dient te worden uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; 4. waarden, zoals aangegeven in de bestemmingsomschrijving mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; 5. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/ of verkeersaantrekkende werking; 6. er dient zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; 7. er dient op het eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 8. de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan, tenzij anders in tabel 2 is aangegeven; 9. bij een combinatie van nevenactiviteiten is ten hoogste 500 m 2 bebouwing toegestaan en mogen ten hoogste 4.000 m2 aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenactiviteiten; 10.

voor biomassa- en mestvergistingsbedrijven is geen maximaal oppervlak weergegeven, maar wordt de maximale omvang uitgedrukt in een maximale verwerkingscapaciteit; voor een nevenactiviteit bedraagt de maximale omvang een verwerkingscapaciteit van 25.000 ton per jaar; 11. het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor de nevenactiviteit is toegestaan, mits: • het recreatief medegebruik betreft van tijdelijke aard en het gebruik niet onomkeerbaar is; • de agrarische hoofdfunctie in stand blijft; • het gebruik plaatsvindt op ten hoogste 5 ha; 12. voor de nevenactiviteit kleinschalig kamperen geldt tevens het volgende: • kleinschalig kamperen is alleen toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 13. voor de nevenactiviteit aan-huis-gebonden beroepen geldt tevens het volgende: • in het kader van de aan-huis-gebonden beroepen is geen horeca en detailhandel toegestaan uitgezonderd horeca en detailhandel ondergeschikt en gelieerd aan het aan-huis-gebonden beroep; • aan-huis-gebonden beroepen zijn toegestaan indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|30 Tabel 2 Nevenactiviteiten, na vergunningverlening toegestaan nevenactiviteit max opp gronden in max opp gebruik voor bebouwing in 2 nevenactiviteit (m ) gebruik voor nevenactiviteit (m2) biomassa- en mestvergistingsinstallaties agrarisch handels- en exportbedrijf (transport- en 100* 400 opslagbedrijven, koelhuizen, veehandelsbedrijf, foeragehandel, paardenhandel) huisdierenpension/ hondenfokkerij 500 200 kleinschalige horecagelegenheid/ dagrecreatie (theeschenkerij, 500 100 restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij categorie 1a en 1b) (bijlage 4) agrarisch georiënteerde dagrecreatie (poldersport, boerengolf) 100 kleinschalig kamperen (maximaal 25 standplaatsen) 3.000 m2 binnen of 100 aansluitend op het bouwvlak agrarisch verwant sociale functie (resocialisatie, therapie, niet van toepassing 200 zorgboerderij) (gehele bedrijf) kinderdagopvang 100 200 overige niet-agrarische bedrijven (categorie A en B1) met 200 uitzondering van detailhandel en horecabedrijven (bijlage 3) aan-huis-gebonden beroepen 60 * hieronder valt tevens buitenopslag 11.2.3 Ontwikkelingen na planwijziging toegestaan a.

bevoegd gezag kan de bestemming ter plaatse van de gronden 'overig - agrarisch balansgebied' zodanig wijzigen dat - indien sprake is van een algehele beëindiging van een ter plaatse gevestigd agrarisch bedrijf - één van de in tabel 3 genoemde vervolgfuncties toegestaan is, met inachtneming van het volgende: 1. het agrarisch gebruik is beëindigd en agrarisch hergebruik is aantoonbaar niet mogelijk; 2. stapeling/ cumulatie van vervolgfuncties is niet mogelijk; 3. ingeval van planwijziging ten behoeve van de functies waarvoor een beperkt oppervlak van de bestaande bedrijfsgebouwen mag worden gebruikt, dient sloop van de overtollige bebouwing plaats te vinden, waarbij minimaal de helft van de bestaande bebouwing moet worden gesaneerd; voor zover de bestaande bebouwing meer bedraagt dan de maximale oppervlakten in tabel 3, dient ook deze bebouwing gesaneerd te worden; 4. er mogen na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid geen nieuwe gebouwen worden gebouwd en bestaande gebouwen mogen niet worden uitgebreid; 5. het bouwvlak wordt verkleind waarmee het huidige erf wordt vastgelegd; 6.

in afwijking van het bovenstaande geldt dat nieuwe gebouwen mogen worden gebouwd indien en voor zover sloop van alle bedrijfsgebouwen heeft plaatsgevonden; hierbij geldt dat maximaal 20% van de gesloopte gebouwen mag worden teruggebouwd tot een maximum van 400 m 2 met dien verstande dat bij de vervolgfunctie wonen maximaal 25% van de gesloopte gebouwen mag worden teruggebouwd met een maximum van 200 m2;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|31 7.

in afwijking van het bovenstaande geldt dat bij een bestemmingswijziging naar 'Wonen': • de bebouwde oppervlakte van de voormalige boerderij (bedrijfswoning inclusief inpandige stal/ deel) niet mag worden vergroot; • de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij niet mag worden aangetast; • de bestaande situatie niet mag worden gewijzigd; • de wijziging niet mag leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; voortvloeiende uit de milieuwetgeving; • de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bebouwing mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning; indien sprake is van amovering van voormalige bedrijfsgebouwen kan een bebouwde oppervlakte aan vrijstaande gebouwen worden toegestaan van 100 m2 vermeerderd met 20% van de bebouwde oppervlakte van de geamoveerde gebouwen tot een totaal maximum bebouwde oppervlakte van 200 m2; • indien de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft op een voormalig agrarisch bedrijf, waar gedurende 2 aaneengesloten seizoenen kleinschalig kamperen als nevenactiviteit werd uitgeoefend, mag het kleinschalige kamperen worden voortgezet; • het aantal woningen mag niet worden vermeerderd; • in afwijking van het hierboven bepaalde, is splitsing toegestaan met dien verstande dat: ▪ woningsplitsing uitsluitend is toegestaan bij voormalige langgevelboerderijen met een inhoud van minimaal 800 m 3

(inclusief inpandige stal/ deel); ▪ de voormalige boerderij mag worden gesplitst in maximaal 2 woningen; ▪ beide woningen dienen na splitsing een inhoud te hebben van minimaal 400 m3; ▪ per woning mag een vrijstaand bijgebouw van maximaal 100 m2 worden opgericht; de voormalige bedrijfsgebouwen dienen, voor zover de toegestane oppervlakte aan bijgebouwen wordt overschreden, te worden geamoveerd; ▪ de splitsing mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven voortvloeiende uit de milieuwetgeving; • de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan met uitzondering van de nevenactiviteiten agrarisch handels- en exportbedrijf, agrarisch loon-/ hulptechnisch bedrijf en hoveniersbedrijf, waarbij maximaal 100 m2 aan buitenopslag mag plaatsvinden; • na de bestemmingswijziging dient de specifieke bouwaanduiding 'vab' te worden opgenomen dat aangeeft dat het een vrijkomende agrarische bebouwing betreft en dat het oppervlak aan bedrijfsgebouwen niet mag worden vergroot; • vervolgfuncties dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; • er mogen geen beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); • voor duurzame locaties geldt dat hier alleen vervolgfuncties zijn toegestaan als de locatie eerst

minimaal 6 maanden is aangeboden op de markt voor te verplaatsen intensieve veehouderijen, met dien verstande dat deze eis niet geldt indien de eigenaar van het beëindigde bedrijf het bedrijf niet verkoopt en op deze locatie blijft wonen; aan de hand van de in bijlage 2 opgenomen tabel kan worden bepaald of er sprake is van een duurzame locatie;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|32 • • •

bestaande landschappelijke waarden in de omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; er dient zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/ of verkeersaantrekkende werking.

Tabel 3 Vervolgfuncties, na planwijziging toegestaan Vervolgfunctie

max opp bebouwing in gebruik voor vervolgfunctie (m2) wonen/ hobbyboer woning: bestaand bijgebouwen: 100 agrarisch handels- en exportbedrijf (transport- en opslagbedrijven, koelhuizen, bestaande veehandelsbedrijf, foeragehandel, paardenhandel) bebouwing* agrarisch loonwerk-/ hulptechnisch bedrijf in categorie A, B1 of B2 van de Staat bestaande van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3) bebouwing* inpandige opslag en stalling van agrarische producten in de bestaande 1.000 bebouwing paardenafrichtingsbedrijf bestaande bebouwing* paardenstalling/ pensionstalling/ stalhouderij 1.000 veearts/ hoefsmederij/ KI-station bestaande bebouwing* ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (zoals kaasmakerij, 1.000 imkerij, riet- en vlechtwerk, klompenmakerij) hoveniersbedrijf in categorie A, B1 of B2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten bestaande (bijlage 3) bebouwing* dierenpension/ hondenfokkerij 1.000 recreatief nachtverblijf/ kampeerboerderij/ trekkershutten met uitzondering 500 van kleinschalig kamperen kleinschalige horecagelegenheid behorende tot de categorie 1a en 1b van de 400 Staat van Horeca-activiteiten (bijlage 4)/ dagrecreatie (zoals theeschenkerij, restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij) sociale functie (zoals resocialisatie, therapie, zorgboerderij) 1.000 inpandige statische volumineuze opslag en stalling van niet agrarische 1.000 producten/

werktuigen/ voertuigen/ in bestaande bebouwing, behorende tot de categorieën A en B1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3) opslag en stalling van recreatieve vervoermiddelen (zoals caravans, boten, bestaande oldtimers) bebouwing* overige niet agrarische bedrijven behorende tot de categorieën A en B1 van 400 Staat van Bedrijfsactiviteiten (bijlage 3) met uitzondering van detailhandel en horecabedrijven *met uitzondering van kassen

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|33

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.1 Ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte, met inachtneming van het volgende: a. b.

binnen het bestemmingsvlak dient een (legale) bedrijfswoning aanwezig te zijn; een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens vrijstelling te verlenen vragen burgemeester en wethouders hieromtrent ter zake deskundig advies; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonende en (agrarische) bedrijven; d. de ontwikkeling dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; e. de maximale oppervlakte welke wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 80 m2; f. er dient gebruik te worden gemaakt van het dichtst bij de hoofdwoning gelegen bijgebouw, tenzij op grond van doelmatigheidsmotieven een ander op het perceel gelegen bijgebouw meer geschikt is; g. de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene(n) die de zorg nodig heeft/ hebben, en in voorkomend geval, zijn/ haar partner zoals bepaald bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of notariële samenlevingsovereenkomst; h. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; i. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de specifieke zorgbehoefte, zoals gebleken uit het advies van een ter zake deskundige instantie; j. splitsing is niet toegestaan; k. aan de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting worden toegevoegd; l.

parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; m. de omgevingsvergunning wordt ingetrokken zodra de noodzaak vanuit mantelzorg niet meer bestaat.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|34

Artikel 13 Algemene wijzigingsregels 13.1 Wijziging ten behoeve van verandering van een bouwvlak Bevoegd gezag kan de vorm van de bouwvlakken veranderen, indien de bebouwing ten behoeve van de - voor dat bouwvlak geldende - bestemming zonder deze verandering niet of niet goed zou kunnen worden gerealiseerd met inachtneming van het volgende: a.

b. c. d.

e.

voor zover de gronden zijn aangeduid als 'Waarde - Archeologie 5' en/of 'Waarde Archeologie 6' dient op grond van archeologisch onderzoek te blijken dat de verandering van het bouwvlak geen afbreuk doet aan de bescherming of de veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden; vormverandering dient noodzakelijk te zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering/ontwikkeling; een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan een agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder b wordt voldaan; er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing binnen het bouwblok waarvoor het volgende geldt: 1. de bestemming van de gronden die worden ingezet ten behoeve van de landschappelijke inpassing dienen te worden gewijzigd in de bestemming 'Groen Landschappelijke inpassing' zodat de groene inpassing planologisch wordt beschermd; de ontwikkeling dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|35

Artikel 14 Overige regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 14.1 Parkeren Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid, geldt de volgende regeling: a.

b.

c.

d.

bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van: 1. een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw; of 2. een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan; 3. dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017, als vastgesteld op 3 april 2017; het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder sub a indien: 1. het voldoen aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere wijze in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, met dien verstande dat wordt voldaan aan de regels voor maatwerk (ontheffing) zoals neergelegd in de onder lid a bedoelde nota parkeernormen; indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder sub a of de regels voor maatwerk (ontheffing) als bedoeld onder sub b gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan worden gewijzigd, wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient aldus in stand te worden gehouden.

14.2 Laden en lossen Tenzij in Hoofdstuk 2 expliciet is voorzien in een andere regel ten aanzien van de aanwezigheid van voldoende laad- en losruimte, geldt de volgende regeling: a.

b.

c. d.

een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een gebouw of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt uitsluitend verleend indien in een als gevolg van het beoogde gebruik van het gebouw te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen wordt voorzien op eigen terrein; het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sub a indien: 1. het voldoen aan de bepaling ten aanzien van het laden en lossen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 2. op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien; het bepaalde onder sub a is niet van toepassing op de herbouw van een gebouw zónder wijziging van het gebruik; voorzieningen die zijn gerealiseerd om te voorzien in de nodige laad- en losruimte dienen aldus in stand te worden gehouden.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|36

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken a.

b.

c.

een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

15.2 Overgangsrecht gebruik a. b.

c.

d.

het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|37

Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: 'regels van het bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen'.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14150472/1