CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Regels bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen12.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

|1

1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 9

2 Bestemmingsregels

10

Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 Artikel 6 Waarde - Archeologie 6 Artikel 7 Waarde - Landschap - 1

10 13 15 19 23

3 Algemene regels

25

Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Algemene bouwregels Artikel 10 Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Artikel 12 Algemene afwijkingsregels Artikel 13 Algemene wijzigingsregels Artikel 14 Overige regels

25 26 27 28 33 34 35

4 Overgangs- en slotregels

36

Artikel 15 Overgangsrecht Artikel 16 Slotregel

36 37

Bijlagen Bijlage 1: Landschappelijke inpassing Bijlage 2: Beoordelingstabel duurzame locaties Bijlage 3: Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging Bijlage 4: Staat van Horeca-activiteiten

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Zwarte Dijk 43, Rijen' van de gemeente Gilze en Rijen; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01 met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/ of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aan- en uitbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw; 1.6 aan-huis-gebonden beroep vrije beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die ten hoogste vallen binnen de categorieën A en B van de staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' in bijlage 3, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen en vergunningbesluit milieubeheer geldt en dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 africhtingsbedrijf voor paarden een bedrijf gericht op het africhten en trainen van paarden; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel

van het telen van gewassen en/ of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. b. c. d. e.

f. g. h. i. j. k.

akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/ of bomen; fruitteelt: de teelt van fruit; bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de handel in paarden in ondergeschikte mate

plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|3 1.9 agrarisch deskundige een door bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake land- en tuinbouw; 1.10 agrarisch hergebruik het opnieuw in gebruik nemen van voormalige agrarische bebouwing voor agrarische doeleinden; 1.11 agrarisch loonwerkbedrijf een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur en/ of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud van landbouwwerktuigen of -apparatuur; 1.12 agrarisch-technisch hulpbedrijf een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking; voorbeelden van agrarisch-technische hulpbedrijven zijn: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, agrarische loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven, veehandelsbedrijven; 1.13 agrarisch verwante sociale functie een functie waarbij het agrarisch bedrijf wordt ingezet om mensen met een integratieproblematiek door ziekte, handicap, problematische opvoedingssituatie of (licht) delinquent verleden via aangepaste dagbesteding te laten (re)integreren in de samenleving; 1.14 afhankelijke woonruimte een

bijgebouw/ bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.15 ambachtelijk bedrijf een bedrijf dat gericht is op het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk, vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen alsook het verkoop en/ of leveren - als ondergeschikte nevenactiviteit - van goederen die verband houden met het ambacht zoals een kaasmakerij of een klompenmakerij; 1.16 archeologisch deskundige een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.17 archeologisch onderzoek onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek).

1.18 archeologisch rapport rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.19 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten. 1.20 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten. 1.21 bebouwing een of meer gebouwen en/ of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.22 bed & breakfast recreatief nachtverblijf in de vorm van logies en ontbijt binnen bestaande gebouwen; NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|4 1.23 bedrijf een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen; 1.24 bedrijfsgebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of twee of meer met wanden omsloten ruimte vormt en in gebruik is ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten; 1.25 bedrijfswoning een woning, bij een bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting (het huishouden) van een persoon die op dat bedrijf werkzaam is; 1.26 behoudsmaatregelenplan document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien.

1.27 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet; 1.28 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.29 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bestemmingsvlakken ten behoeve van bestemmingen die verbonden zijn door middel van de aanduiding 'relatie', worden geacht één bestemming te vormen; 1.30 boomteelthekken permanente teeltondersteunende voorzienig om schade aan gewassen door dieren te voorkomen; 1.31 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats; 1.32 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.33 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; bouwvlakken ten behoeve van bedrijven die verbonden zijn door middel van de aanduiding 'relatie', worden geacht één bouwvlak voor één bedrijf te vormen; 1.34 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect

met de grond is verbonden, hetzij direct of hetzij indirect steun vindt in of op de grond; 1.35 bijgebouw een vrijstaand gebouw dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van het woongenot; 1.36 biomassa- en vergistingsbedrijf bedrijven gericht op het omzetten van biomassa in energierijk gas; 1.37 café een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/ dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|5 1.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/ of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.39 duurzame locatie intensieve veehouderij een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het te laten groeien tot een bouwvlak van maximaal 2,5 ha voor een intensieve veehouderij; 1.40 erf- en terreinafscheidingen een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein; 1.41 evenementen gebeurtenissen, gericht op een groot publiek, op het gebied van kunst, sport, ontspanning en cultuur; 1.42 extensief recreatief medegebruik/ recreatief medegebruik een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de doeleindenomschrijving toegestane bestemming, en dientengevolge niet het primaire c.q.

hoofdgebruik betreffende; 1.43 foeragehandel een groothandel in veevoer en stro; 1.44 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijk overdekt geheel met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt; 1.45 gecertificeerde instantie instantie die beschikt over een certificaat als bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet. 1.46 gevoelige functies ten opzichte van landbouwbedrijven gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; 1.47 hervestigen het opnieuw vestigen van een agrarisch bedrijf op een bestaand agrarisch bouwvlak; 1.48 hondenkennel een bedrijf gericht op het africhten, fokken en verzorgen van honden; 1.49 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.50 horecabedrijf een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/ of van ter plaatse te nuttigen voedsel en/ of dranken en/ of het exploiteren van zaalaccommodaties; hieronder valt eveneens het geven van feesten en partijen niet zijnde discotheken en/ of dancings; 1.51 hoveniersbedrijf een bedrijf, gericht op de aanleg, de inrichting en het onderhoud van tuinen en groen, met gebruikmaking van de

daarbij behorende materialen en gereedschappen, zonder dat detailhandel wordt uitgeoefend; 1.52 houtproductie het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|6 1.53 inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer besluit van 5 januari 1993 (Stb. 50) houdende uitvoering van de hoofdstukken 1 en 8 van de Wet milieubeheer en hoofdstuk V van de Wet geluidhinder, zoals dit luidde op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan; 1.54 kampeerboerderij terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, recreatiewoningen en/ of logiesgebouwen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.55 kampeermiddelen een agrarisch gebouw dat aan zijn oorspronkelijke functie onttrokken is of een nieuw gebouw op een voormalig agrarisch bouwvlak dat geschikt is gemaakt voor recreatief nachtverblijf van groepen; 1.56 kampeerterrein terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, recreatiewoningen en/ of logiesgebouwen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; 1.57 kas een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend tot kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten

planten of bomen, alsmede voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen; 1.58 kleinschalig kamperen een kampeerterrein voor niet-permanente kampeermiddelen dat ruimte biedt voor ten hoogste 25 standplaatsen en voorzien is van een randbeplanting van 5 meter breed; 1.59 kleinschalige horecagelegenheid theeschenkerij of proeverij van streekeigen producten dan wel producten afkomstig van het eigen bedrijf, géén café, restaurant of ander horecabedrijf; 1.60 landschapswaarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur; 1.61 logiesgebouw gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin twee of meer logiesfuncties liggen, die zijn aangewezen op een of meer gemeenschappelijke verkeersroutes; 1.62 manege/ rijschool een bedrijf dat op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden al dan niet gecombineerd met het fokken, africhten en de verkoop van paarden; 1.63 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/ of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.64 nevenactiviteit

een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de in dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bestemming; 1.65 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|7 1.66 omschakeling van een agrarisch bedrijf het geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm in een andere agrarische bedrijfsvorm dan wel het overstappen van agrarisch gebruik in een niet-agrarische bedrijfsvorm; 1.67 ondergeschikte detailhandel detailhandel als activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie; de detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/ of ruimtelijke omvang dat de (nietdetailhandel) functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft; 1.68 ondergeschikte horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/ of etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit bij de hoofdfunctie, waarbij de ondergeschikte horeca-activiteiten passen bij de hoofdfunctie en niet zelfstandig worden uitgeoefend en niet toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie; 1.69 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal drie gesloten wanden; 1.70 opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/ of activiteiten van administratieve aard; 1.71 paardenbak een buitenrijbaan ten behoeve van

paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.72 paardenpension/ paardenstalling het houden van paarden en pony's ten behoeve van verhuur en eigen gebruik, alsmede het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en pony's in pension te stallen en te weiden; onder paardenpension/ paardenstalling worden geen maneges verstaan; 1.73 peil a. b.

voor bouwwerken die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg, ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

1.74 permanente teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 6 maanden, worden gebruikt zoals bakken op stellingen, regenkappen en containervelden; hieronder worden niet verstaan teeltondersteunende kassen en boomteelthekken; 1.75 plangebied het gebied waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft. 1.76 Plan van Aanpak (PvA) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van booronderzoek (verkennende of karterende boringen) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvA door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. 1.77 Programma van Eisen (PvE) document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek in de vorm van gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Voor aanvang van het onderzoek dient het PvE door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|8 1.78 recreatiewoning een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen kampeermiddel of logiesgebouw zijnde, die bestemd is voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.79 restaurant een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken; 1.80 ruimtelijke plannen alle bestemmingsplannen, inpassingsplannen, uitwerkingsplannen en wijzigingsplannen binnen het plangebied die vastgesteld zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

1.81 Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' de Staat van Bedrijfsactiviteit 'functiemenging' die van deze regels deel uitmaakt; 1.82 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt; 1.83 teeltondersteunende kassen kassen, schuur-, tunnel- en boogkassen of daarmee gelijk te stellen constructies hoger dan 1,5 meter; 1.84 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen (niet zijnde teeltondersteunende kassen of boomteelthekken) die maximaal 6 maanden op dezelfde locatie gebruikt mogen worden, waaronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, vraatnetten, boogkassen tot 1,5 meter, hagelnetten, wandklappen en schaduwhallen; 1.85 trekkershut recreatieverblijf in de vorm van een eenvoudig gebouw, dat dient als recreatief verblijf gedurende een gedeelte van het jaar en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben; 1.86 tunnel- en boogkassen verankerde menstoegankelijke kassen met een tijdelijk karakter, behorende bij een vollegronds groente-, fruit-, bloemen-, planten- en boomteeltbedrijf ter teeltondersteuning; 1.87 veekering een afscherming (zoals hekken, heggen of houtwallen) ter voorkoming van het uitbreken van vee; 1.88 verkoop streekeigen agrarische producten het te koop aanbieden, verkopen en/ of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak

van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf/ in de regio zijn geteeld en hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf/ in de regio zijn verwerkt en bewerkt; 1.89 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.90 woning een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, of een andere daarmede vergelijkbare economische eenheid; 1.91 waterberging voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk en bestrating; 1.92 zijdelingse perceelsgrens de zijdelingse grens tussen twee (of meerdere) percelen;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|9

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/ of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/ of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|10

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Agrarisch 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.

grondgebonden veehouderij, paardenfokkerij en akker- en vollegrondstuinbouw; recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ruwvoer' uitsluitend voor de opslag van ruwvoer; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', uitsluitend voor een veehouderij; bedrijfswoningen; gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen; mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels;

met uitzondering van: h.

aan-huis-gebonden beroepen.

3.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en permanente teeltondersteunende voorzieningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; het bepaalde in sub a is niet van toepassing voor erf- of terreinafscheidingen, veekeringen, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en permanente boomteelthekken; de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing dat gebruikt wordt als dierenverblijf mag niet meer bedragen dan bestaand; overigens geldt het volgende:

max max max max max dakhell min min afstand min aantal oppervla inho goothoo bouwho ing afstand voorgevelro afstand tot per kte ud gte ogte min/ zijdelings oilijn de bouwv max e bedrijfswo lak perceelsg ning (min/ rens max) bedrijfswoning één 750 5 m 11 m 18°/ 5m (inclusief aanm3 55° en uitbouw) bijgebouwen + 100 m2 3m 5,5 m 18°/ 5m 5m 2 m/ 10 m overkappingen 55° bij de bedrijfswoning overige 5m 11 m 18°/ 5m 10 m 2 m/ bedrijfsgebouw 55° en (niet zijnde teeltondersteu nende kassen)

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|11 permanente teeltondersteu nende kassen mestsilo's sleufsilo's overige silo's erf- of terreinafscheidi ngen binnen bouwvlak - voor de voorgevelrooilij n - overige plaatsen

0,5 ha

-

6,5 m

10 m

5m

10 m

2 m/ -

-

-

-

8,5 m 2,5 m 15 m

-

-

10 m 10 m 10 m -

2 m/ 2 m/ 2 m/ -

-

5m 5m 5m -

buiten bouwvlak erfafscheidinge n antennes/ 1 windturbine overige bouwwerken/ geen gebouwen zijnde - = niet van toepassing.

1m 2m 1m

-

-

12 m

5m

10 m

-

-

6m

-

-

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Ten behoeve van overschrijding van de maximale bouwhoogte bedrijfsgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de overschrijding van de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3.2 sub d teneinde een maximale bouwhoogte van 14 m toe te staan, met dien verstande dat de ontheffing wordt getoetst aan de landschappelijke aanvaardbaarheid in relatie tot de agrarische noodzaak. 3.3.2 Ten behoeve van afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 sub d ten behoeve van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is. 3.3.3 Ten behoeve van afstand tot de voorgevelrooilijn Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 sub d ten behoeve van de afstand tot de voorgevelrooilijn mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

3.3.4 Ten behoeve van een kleinere dakhelling Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 sub d ten behoeve van een kleinere dakhelling dan 18° indien een bestaand gebouw met een dakhelling kleiner dan 18° wordt uitgebreid en de dakhelling van de uitbreiding gelijk is aan de dakhelling van het bestaande gebouw.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|12 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. b.

paardenbakken buiten het bouwvlak zijn niet toegestaan; wijziging van gebruik van gebouwen voor het in gebruik nemen als dierenverblijf is niet toegestaan zonder dat voldaan wordt aan de eisen uit artikel 3.49 en artikel 3.50 van de Interim Omgevingsverordening (IOV) van de provincie Noord-Brabant.

3.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Agrarisch' is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, zoals bedoeld in artikel 4.1 sub b, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels, maximaal na 1 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 3.4.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden met de bestemming 'Agrarisch' is uitsluitend toegestaan indien een waterberging met een capaciteit van minimaal 81,5 m³, binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van voorliggend plan, is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 3.5 Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Ten behoeve van tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders Bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders, met inachtneming van het volgende: a. b.

c. d.

e. f. g. h. i. j. k.

de units dienen aaneengesloten te zijn; tijdelijke huisvesting voor seizoensarbeiders mag alleen in units die op het agrarisch bouwvlak zo dicht mogelijk bij de bedrijfswoning worden gesitueerd en mag niet in bestaande bebouwing worden gerealiseerd; tijdelijke huisvesting mag alleen worden gerealiseerd ten behoeve van seizoensarbeiders die op het betreffende bedrijf werkzaam zijn; de huisvesting moet vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; hieromtrent wordt advies gevraagd aan een agrarische deskundige; de unit voor tijdelijke huisvesting mag maximaal van mei tot en met oktober worden bewoond; de maximale oppervlakte van de tijdelijke huisvesting bedraagt 12 m2 per seizoensarbeider, met een maximum van 20 seizoensarbeiders; de bouwhoogte van de tijdelijke huisvesting bedraagt ten hoogste 4,5 meter; de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 meter; de afstand tot de voorgevelrooilijn bedraagt ten minste 10 m; er wordt voorzien in een landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak, aangetoond middels een erfbeplantingsplan; de units dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en

ontwikkelingsmogelijkheden).

3.5.2 Ten behoeve van afstand tot de voorgevelrooilijn Bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 sub d ten behoeve van de afstand tot de voorgevelrooilijn mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|13

Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschappelijke inpassing' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

b. c.

het aanleggen en in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap; onder landschappelijk inpassingsplan wordt in deze regels verstaan het landschappelijk inpassingsplan als opgenomen in bijlage 1 van deze regels; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

een en ander met bijbehorende voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend erf- en terreinafscheidingen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 meter; erf- en terreinafscheidingen moeten als open constructie worden opgericht.

4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden voor: a. b. c. d.

het realiseren van parkeerplaatsen; het gebruik als kampeerterrein; buitenopslag; het lozen en/of opslaan van stoffen.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.1 sub a indien in plaats van de landschapsmaatregelen zoals bedoeld in artikel 4.1 sub b en bijlage 1 van deze regels, andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat: a.

b. c.

de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het inrichtingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; hetgeen onder a beschreven kan worden aangetoond met een waarde berekening inclusief toelichting en beplantingsplan; er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige waarden.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|14 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

b. c. d. e. f. g.

het vellen van houtgewas wat niet overeenkomt met de duurzame ontwikkeling of instandhouding van de bij de bestemming behorende landschappelijke en natuurlijke waarden; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; het verrichten van grondroeractiviteiten, bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage; het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het aanbrengen van voorzieningen van geringe omvang ten behoeve van extensieve recreatie; het aanbrengen van halfverhardingen.

4.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 4.5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en/of werkzaamheden die: a.

b. c. d.

behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming, als afzetting, knotten, dunnen, waarbij de in artikel 4.1 sub a genoemde waarden duurzaam worden veiliggesteld; noodzakelijk zijn in verband met het op de bestemming gerichte beheer of gebruik van de grond; reeds in uitvoering zijn ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.

4.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 4.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de landschappelijke waarden van de landschapselementen.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|15

Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 5.2 Bouwregels Voor het bouwen gelden de volgende regels: 5.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor ' Waarde - Archeologie 5' mede bestemde gronden. 5.2.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

d.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 1.000 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid artikel 5.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|16 3.

een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in artikel 5.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a.

b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd.

5.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c.

d. e. f.

het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m², of; het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,3 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|17 g.

het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.4.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 5.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 5.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 5.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 5.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c. d.

het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 1.000 m², of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,3 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of;

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|18 e.

het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

5.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

5.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 5.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 5.6 Wijzigingsbevoegdheid 5.6.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 5.6.2 Advies Alvorens de in artikel 5.6.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|19

Artikel 6 Waarde - Archeologie 6 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' voorrang heeft op de andere daar voorkomende bestemming(en). 6.2 Bouwregels 6.2.1 Verbod Het is verboden om te bouwen of te laten bouwen op de voor ' Waarde - Archeologie 6' mede bestemde gronden. 6.2.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.2.1 genoemde verbod is niet van toepassing op: a.

b.

c.

d.

bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 25.000 m² en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 meter onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in lid artikel 6.2.1 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|20 6.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 6.3.3 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een afwijking als bedoeld in artikel 6.3.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag: a.

b. c. d. e. f.

het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het verlagen van het waterpeil; het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd.

6.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.4.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c.

d. e. f.

g.

het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25.000 m², of; het werken of werkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,4 meter onder het bestaande maaiveld, of; de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|21 6.4.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

6.4.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 6.4.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.4.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 6.5.1 Verbod Het is verboden om op de voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden bouwwerken te slopen of te laten slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag. 6.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e.

het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan 25.000 m², of; het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan 0,4 meter onder het bestaande maaiveld, of; de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werkingtreding van het bestemmingsplan, of; de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|22 6.5.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1 wordt slechts verleend indien: a.

b.

c.

op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden niet onevenredig worden geschaad; of één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de sloopwerkzaamheden kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de sloopwerkzaamheden te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

6.5.4 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen. 6.5.5 Advies Bij de beoordeling van een archeologisch rapport en de verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.5.1, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. 6.6 Wijzigingsbevoegdheid 6.6.1 Wijziging op basis van archeologisch onderzoek Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming 'Waarde - Archeologie 6' geheel of gedeeltelijk laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. 6.6.2 Advies Alvorens de in artikel 6.6.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige.

NL.IMRO.0784.BPZwarteDijk43-ON01

bestemmingsplan Zwarte Dijk 43, Rijen

|23

Artikel 7 Waarde - Landschap - 1 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Landschap - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het open karakteristiek landschap te weten: a.

de openheid.

7.2 Bouwregels Met betrekking tot het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt in afwijking van artikel 3 de volgende regel: a.

permanente boomteelthekken zijn niet toegestaan.

7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Andere bestemmingen Indien met betrekking tot het bouwen - ingevolge de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) - een omgevingsvergunning kan worden verleend, wordt hierbij het volgende in acht genomen: a.

door het verlenen van een omgevingsvergunning mogen de waarden, zoals in artikel 7.1 bedoeld, niet in onevenredige mate worden geschaad.

7.3.2 Permanente boomteelthekken Bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2 ten behoeve van permanente boomteelthekken met inachtneming van het volgende: a.

de waarden, zoals in artikel 7.1 bedoeld, mogen niet in onevenredige mate worden geschaad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14240669/1