Bijlage 2- Regels bestemmingsplan 'Mosstraat 19 Rijen'
Tekst van het document
Mosstraat 19 Rijen
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch Groen Waarde - Archeologie - 6 Waarde - Landschap - 1
13 13 17 18 22
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene ontheffingsregels Algemene wijzigingsregels
24 24 25 28 29 36 37
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
39 39 40
2
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Regels
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 3
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
Het bestemmingsplan 'Mosstraat 19 Rijen' van de gemeente Gilze en Rijen. 1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0784.BPMosstraat19-VS01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5
aan- en uitbouw/aangebouwd bijgebouw
een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6
aan-huis-gebonden beroep
vrije beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten die ten hoogste vallen binnen de categorieën A en B van de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' in Bijlage 2, waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen en vergunningbesluit milieubeheer geldt en dat in een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7
africhtingsbedrijf voor paarden
een bedrijf gericht op het africhten en trainen van paarden. 1.8
agrarisch bedrijf
een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren, nader te onderscheiden in: a. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, waaronder bollenteelt, daaronder niet begrepen sier- en fruitteelt, boomkwekerij en bosbouw; b. boomkwekerij: een bedrijf gericht op het telen van bomen al dan niet gecombineerd met de verhandeling daarvan; c. bosbouw: de teelt van bomen ten behoeve van de houtproductie; d. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond, waaronder tevens wordt verstaan een paardenfokkerij; e. intensieve veehouderij: een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; f. glastuinbouw: de teelt van gewassen (nagenoeg) geheel met behulp van kassen; g. sierteelt: de teelt van tuin- en potplanten en/of bomen; h. fruitteelt: de teelt van fruit; i. bollenteelt: de teelt van bloembollen in samenhang met de teelt van bolbloemen; j.
intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of dieren (anders dan bij wijze van intensieve veehouderij) (nagenoeg) zonder gebruik te maken van daglicht; k. paardenfokkerij: het houden van paarden ten behoeve van de fokkerij waarbij het africhten van en de
4
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen handel in paarden in ondergeschikte mate plaatsvindt; onder paardenfokkerij wordt niet verstaan paardenstalling en manege. 1.9
agrarisch deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake land- en tuinbouw. 1.10
agrarisch hergebruik
het opnieuw in gebruik nemen van voormalige agrarische bebouwing voor agrarische doeleinden. 1.11
agrarisch verwante sociale functie
een functie waarbij het agrarische bedrijf wordt ingezet om mensen met een integratieproblematiek door ziekte, handicap, problematische opvoedingssituatie of (licht) delinquent verleden via aangepaste dagbesteding te laten (re)integreren in de samenleving. 1.12
afhankelijke woonruimte
een bijgebouw/bedrijfsgebouw dat een ruimtelijke en planologische eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit het oogpunt van mantelzorg is gehuisvest. 1.13
archeologische deskundige
een door burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake archeologie conform de kwaliteitscriteria 2.2 VTH. 1.14
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt. 1.15
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.16
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.17
bedrijf
een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen. 1.18
bedrijfsgebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of twee of meer met wanden omsloten ruimte vormt en in gebruik is ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten. 1.19
bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen
afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet. 1.20
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak. 1.21
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; bestemmingsvlakken ten behoeve van bestemmingen die verbonden zijn door middel van de aanduiding 'relatie', worden geacht één bestemming te vormen.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 5
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.22
boomteelthekken
permanente teeltondersteunende voorziening om schade aan gewassen door dieren te voorkomen. 1.23
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats. 1.24
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.25
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; bouwvlakken ten behoeve van bedrijven die verbonden zijn door middel van de aanduiding 'relatie', worden geacht één bouwvlak voor één bedrijf te vormen. 1.26
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.27
bijgebouw
een vrijstaand gebouw dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en ten dienste staat van het woongenot. 1.28
biomassa- en vergistingsbedrijven
bedrijven gericht op het omzetten van biomassa in energierijk gas. 1.29
café
een horecabedrijf, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.30
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en gaafheid. 1.31
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.32
dienst- of bedrijfswoning
een woning, bij een bedrijf of instelling, bestemd voor de huisvesting (het huishouden) van een persoon die op dat bedrijf werkzaam is. 1.33
dierenverblijf
een ruimte voor het houden van dieren. Een dierenverblijf omvat in principe het bruto gebouwoppervlakte, dus inclusief alle onderdelen die normaliter bij een stal horen. Van buitenaf gezien het gehele gebouw, tenzij een deel van het gebouw fysiek gescheiden is en niet gerelateerd aan een huisvestingssysteem voor dieren.
6
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.34
duurzame locatie intensieve veehouderij
een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het te laten groeien tot een bouwvlak van maximaal 2,5 ha voor een intensieve veehouderij. 1.35
ecologische verbindingszones
natuurlijke elementen die als verbindingsweg fungeren tussen verschillende leefgebieden. 1.36
eigen terrein
Ruimte in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 1.37
erf- en terreinafscheiding
een bouwwerk dat dient ter afscheiding van het erf of een terrein. 1.38
evenementen
gebeurtenissen, gericht op een groot publiek, op het gebied van kunst, sport, ontspanning en cultuur. 1.39
extensief recreatief medegebruik/recreatief medegebruik
een extensieve recreatieve niet-bedrijfsmatige gebruiksvorm, welke zich beperkt tot bijvoorbeeld wandelen, paardrijden, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie en de daarbij behorende extensieve recreatieve voorzieningen zoals banken, bewegwijzering en picknicktafels, ondergeschikt aan de overige ingevolge de doeleindenomschrijving toegestane bestemming, en dientengevolge niet het primaire c.q. hoofdgebruik betreffende. 1.40
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijk overdekt geheel met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt. 1.41
gevoelige functies ten opzichte van kassen
objecten categorie I: aaneengesloten woonbebouwing, zijnde drie of meer woningen, die telkens op minder dan 5 m afstand van elkaar zijn gelegen; gevoelige objecten, zijnde gebouwen of delen van gebouwen, bestemd voor het verblijf van personen of objecten, gebouwen of terreinen bestemd voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een kleinschalig kampeerterrein met ten hoogste 15 kampeermiddelen; objecten categorie II: overige woningen van derden; restaurants. 1.42
hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.43
horecabedrijf
een bedrijf dat is gericht op het verstrekken van nachtverblijf en/of van ter plaatse te nuttigen voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodaties; hieronder valt eveneens het geven van feesten en partijen niet zijnde discotheken en/of dancings.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 7
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.44
hoveniersbedrijf
een bedrijf, gericht op de aanleg, de inrichting en het onderhoud van tuinen en groen, met gebruikmaking van de daarbij behorende materialen en gereedschappen, zonder dat detailhandel wordt uitgeoefend. 1.45
houtproductie
het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos. 1.46
Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer
besluit van 5 januari 1993 (Stb. 50) houdende uitvoering van de hoofdstukken 1 en 8 van de Wet milieubeheer en hoofdstuk V van de Wet geluidhinder, zoals dit luidde op het moment van tervisielegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.47
kampeerboerderij
een agrarisch gebouw dat aan zijn oorspronkelijke functie onttrokken is of een nieuw gebouw op een voormalig agrarisch bouwvlak dat geschikt is gemaakt voor recreatief nachtverblijf van groepen. 1.48
kampeermiddelen
een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, stacaravan of hiermee gelijk te stellen onderkomens, die bestemd zijn voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.49
kampeerterrein
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen, recreatiewoningen en/of logiesgebouwen ten behoeve van recreatief nachtverblijf. 1.50
kas
een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend tot kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. 1.51
kleinschalig kamperen
een kampeerterrein voor niet-permanente kampeermiddelen dat ruimte biedt voor ten hoogte 25 standplaatsen en voorzien is van een randbeplanting van 5 m breed. 1.52
kleinschalige horecagelegenheid
theeschenkerij of proeverij van streekeigen producten dan wel producten afkomstig van het eigen bedrijf, géén café, restaurant of ander horecabedrijf zijnde. 1.53
landschapswaarde
de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de herkenbaarheid en de identiteit van de onderlinge samenhang tussen levende en niet-levende natuur. 1.54
logiesgebouw
gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin twee of meer logiesfuncties liggen, die zijn aangewezen op een of meer gemeenschappelijke verkeersroutes. 1.55
mantelzorg
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
8
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.56
nevenactiviteit
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de in dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bestemming. 1.57
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.58
ondergeschikte detailhandel
Detailhandel als activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge het bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie. De detailhandelsactiviteit is van zulke beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang dat de (niet-detailhandel) functie waaraan zij wordt toegevoegd qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie duidelijk herkenbaar blijft. 1.59
ondergeschikte horeca
Het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse als ondergeschikte activiteit bij de hoofdfunctie, waarbij de ondergeschikte horeca-activiteiten passen bij de hoofdfunctie en niet zelfstandig worden uitgeoefend en niet toegankelijk zijn los van de hoofdfunctie. 1.60
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal drie gesloten wanden. 1.61
opslag
het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard. 1.62
paardenbak
een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining. 1.63
paardenpension/paardenstalling
het houden van paarden en pony's ten behoeve van verhuur en eigen gebruik, alsmede het bieden van gelegenheid aan derden om hun paarden en pony's in pension te stallen en te weiden; onder paardenpension/paardenstalling worden geen maneges verstaan. 1.64
peil
a. voor bouwwerken die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg, ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.65
permanente teeltondersteunende voorzieningen
teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 6 maanden, worden gebruikt zoals bakken op stellingen, regenkappen en containervelden; hieronder worden niet verstaan teeltondersteunende kassen en boomteelthekken. 1.66
recreatiewoning
een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, geen kampeermiddel of logiesgebouw zijnde, die bestemd is voor recreatief verblijf en waarbij de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 9
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.67
restaurant
een horecabedrijf, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van dranken. 1.68
Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging'
de Staat van Bedrijfsactiviteiten 'functiemenging' die van deze regels deel uitmaakt. 1.69
Staat van Horeca-activiteiten
de Staat van Horeca-activiteiten die van deze regels deel uitmaakt. 1.70
teeltondersteunende kassen
kassen, schuur-, tunnel- en boogkassen of daarmee gelijk te stellen constructies hoger dan 1,5 m. 1.71
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
teeltondersteunende voorzieningen (niet zijnde teeltondersteunende kassen of boomteelthekken) die maximaal 6 maanden op dezelfde locatie gebruikt mogen worden waaronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, vraatnetten, boogkassen tot 1,5 m, hagelnetten, wandelkappen en schaduwhallen. 1.72
trekkershut
recreatieverblijf in de vorm van een eenvoudig gebouw, dat dient als recreatief verblijf gedurende een gedeelte van het jaar en waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben. 1.73
tunnel- en boogkassen
verankerde menstoegankelijke kassen met een tijdelijk karakter, behorende bij een vollegrondsgroente-, fruit-, bloemen-, planten- en boomteeltbedrijf ter teeltondersteuning. 1.74
veekering
een afscherming (zoals hekken, heggen of houtwallen) ter voorkoming van het uitbreken van vee. 1.75
verbeelding
de digitale weergave van het bestemmingsplan. 1.76
verkoop streekeigen agrarische producten
het te koop aanbieden, verkopen en/of leveren van agrarische producten aan particulieren, bij wijze van neventak van een agrarisch bedrijf, voor zover deze agrarische producten op het eigen bedrijf/in de regio zijn geteeld en hooguit op ambachtelijke wijze op het eigen bedrijf/in de regio zijn verwerkt of bewerkt. 1.77
volwaardig agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf in de omvang van ten minste één volledige arbeidskracht met een daarbij passende bedrijfsomvang. 1.78
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen. 1.79
waterberging
voorziening voor het tijdelijk vasthouden van regenwater dat afstroomt vanaf de oppervlakte van een bouwwerk en bestrating. 1.80
woning
een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, of een andere daarmede vergelijkbare economische eenheid.
10
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
1.81
zijdelingse perceelsgrens
de zijdelingse grens tussen twee (of meerdere) percelen.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 11
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
tussen de zijdelingse grenzen van een perceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar de afstand het kortste is. 2.2
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3
de dakhelling
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.4
de goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.5
de hoogte van een windturbine
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. 2.6
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.7
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
12
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
grondgebonden veehouderij, paardenfokkerij en akker- en vollegrondstuinbouw; recreatief medegebruik; ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij': tevens voor intensieve veehouderij; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - dierenverblijf uitgesloten' is het realiseren van dierenverblijf uitgesloten. e. bedrijfswoningen; f. evenementen; g. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; h. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en (ontsluitings)wegen; met uitzondering van: i.
aan-huis-gebonden beroepen;
met dien verstande dat: j.
3.2
tevens het bepaalde in de artikelen 5, 6 en 10 van toepassing is als de gronden zijn voorzien van een dubbelbestemming of een gebiedsaanduiding. Bouwregels
Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en permanente teeltondersteunende voorzieningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het bepaalde in sub a is niet van toepassing voor erf- of terreinafscheidingen, veekeringen, tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen en permanente boomteelthekken; c. overigens geldt het volgende:
bedrijfsw oning (inclusief aan- en uitbouwe n)
max. max. max. aantal oppervlak inhoud per bouwvlak
max. max. dakhellin min goothoog bouwhoo g min/ma afstand te gte x ziijde lingse perceels grens
min min. afstand afstand voorgevel tot de rooilijn bedrijfsw oning (min./ma x.)
één, tenzij anders op de verbeeldi ng aangegev en
5m
-
750 m3
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 13
11 m
18°/55°
5m
-/-
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
bijgebou wen + overkappi ngen bij de bedrijfsw oning
100 m2
-
3m
5,5 m
18°/55°
5m
5m
2/10
overige bedrijfsge bouwen (niet zijnde teeltonde rsteunen de kassen)
-
-
5m
11 m
18°/55°
5m
10 m
2/-
mestsilo' s sleufsilo's overige silo's
-
-
-
8,5 m
-/-
5m
10 m
2/-
5m 5m
10 m 10 m
2/2/-
erf- of terreinafs cheidinge n binnen bouwvlakken - voor de voorgevelr ooilijn - overige plaatsen
-
-
-
2,5 m 15 m -
-
buiten bouwvlak ken -erfafsche idingen overige bouwwer ken, geen gebouwzi jnde
-
-
-
-/-
1m
-/-
2m
-/-
1m
-/-
6m
-/-
-
-
-/-
- = Niet van toepassing. 3.3
Ontheffing van de bouwregels
3.3.1
Ten behoeve van overschrijding bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven ontheffing verlenen van de op de kaart aangegeven begrenzing van een bouwvlak en het bepaalde in lid 3.2 onder b voor een eenmalige overschrijding, aan één zijde van het bouwvlak met 25 m, met inachtneming van het volgende:
14
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen a. overschrijding van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; hiervan is in ieder geval sprake, indien de overschrijding van het bouwvlak vanwege de milieuwetgeving of het dierenwelzijn is vereist; b. er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; c. door het verlenen van de ontheffing mogen de omliggende agrarische bedrijven niet onevenredig in hun bedrijfsvoering worden beperkt. 3.3.2
Ten behoeve van overschrijding van de maximale bouwhoogte bedrijfsgebouwen
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de overschrijding van de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.2 sub c teneinde een maximale bouwhoogte van 14 m toe te staan, met dien verstande dat de ontheffing wordt getoetst aan de landschappelijke aanvaardbaarheid in relatie tot de agrarische noodzaak. Deze ontheffing is niet van toepassing op bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ves'. 3.3.3
Ten behoeve van een eerste agrarische bedrijfswoning
Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van volwaardige agrarische bedrijven ontheffing verlenen van het maximale aantal toegestane bedrijfswoningen, met inachtneming van het volgende: a. ontheffing wordt verleend indien permanent toezicht noodzakelijk is; b. ontheffing wordt uitsluitend verleend indien er nog niet eerder een agrarische bedrijfswoning voor het bedrijf aanwezig is geweest; c. omtrent het bepaalde in sub a en b dient advies te worden gevraagd bij een agrarisch deskundige. 3.3.4
Ten behoeve van afstand tot de zijdelingse perceelsgrens
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.2 sub c ten behoeve van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is. 3.3.5
Ten behoeve van afstand tot de voorgevelrooilijn
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.2 sub c ten behoeve van de afstand tot de voorgevelrooilijn mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is. 3.3.6
Ten behoeve van een kleinere dakhelling
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.2 sub c ten behoeve van een kleinere dakhelling dan 18º indien een bestaand gebouw met een dakhelling kleiner dan 18º wordt uitgebreid en de dakhelling van de uitbreiding gelijk is aan de dakhelling van het bestaande gebouw. 3.4
Specifieke gebruiksregels
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: paardenbakken buiten het bouwvlak zijn niet toegestaan. 3.4.1
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het (doen/laten) gebruik(en) van de bestemming 'Agrarisch' aan de Mosstraat 19 te Rijen is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, binnen 1 jaar na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden. 3.4.2
Voorwaardelijke verplichting waterberging
Het (doen/laten) gebruik(en) van de gronden met de bestemming 'Agrarisch' is uitsluitend toegestaan indien een waterberging met een capaciteit van minimaal 27,1 m³, binnen 24 maanden na het onherroepelijk worden van voorliggend plan, is gerealiseerd en kwalitatief en kwantitatief in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 15
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
3.5
Ontheffing van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders, met inachtneming van het volgende: a. de units dienen aaneengesloten te zijn; b. tijdelijke huisvesting voor seizoensarbeiders mag alleen in units die op het agrarisch bouwvlak zo dicht mogelijk bij de bedrijfswoning worden gesitueerd en mag niet in bestaande bebouwing worden gerealiseerd; c. tijdelijke huisvesting mag alleen worden gerealiseerd ten behoeve van seizoensarbeiders die op het betreffende bedrijf werkzaam zijn; d. de huisvesting moet vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; hieromtrent wordt advies gevraagd aan een agrarisch deskundige; e. de unit voor tijdelijke huisvesting mag maximaal van mei tot en met oktober worden bewoond; f. de maximale oppervlakte van de tijdelijke huisvesting bedraagt 12 m² per seizoenarbeider, met een maximum van 20 seizoensarbeiders; g. de bouwhoogte van de tijdelijke huisvesting bedraagt ten hoogste 4,5 m; h. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 5 m; i. de afstand tot de voorgevelrooilijn bedraagt ten minste 10 m; j. er wordt voorzien in een landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak, aangetoond middels een erfbeplantingsplan; k.
de units dienen milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden). 3.5.1
Ten behoeve van afstand tot de voorgevelrooilijn
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 3.2 sub c ten behoeve van de afstand tot de voorgevelrooilijn mits de voorgenomen afstand stedenbouwkundig aanvaardbaar is. 3.5.2
Afwijken landschappelijke inpassing
Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 van dit bestemmingsplan, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, mits in plaats daarvan andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: a. minimaal gelijkwaardig zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen; b. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; c. zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
16
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 4 4.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen; b. landschappelijke inpassing; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; alsmede voor: d. geluidswerende voorzieningen; e. bij deze bestemming behorende voorzieningen als nutsvoorzieningen, fiets- en voetpaden, parkeeren stallingsvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 4.3
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in: a. de bestemming 'Natuur', indien gronden ten behoeve van een natuurdoelstelling zijn verworven en worden ingericht; b. de bestemming 'Agrarisch' indien deze bestemmingswijziging het gevolg is of noodzakelijk is vanwege een bouwvlakvergroting/-verandering zoals bedoeld in artikel 42.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 17
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie - 6
Bestemmingomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,4 meter over een oppervlakte groter dan 25.000 m2; b. bouwwerken met een oppervlakte van minder dan 25.000 m2. 5.3
Afwijking van de bouwregels
5.3.1
Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2 sub a, voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag; indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag; indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c.
de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA, namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie; deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht; d. bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en conform de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gilze en Rijen.
18
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
5.3.2
Archeologisch rapport
Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Indien het gravend onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag. 5.3.3
Advies
Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en conform de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gilze en Rijen. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamhe den betreft met een oppervlakte groter dan 25.000 m2 en dieper dan 0,4 meter; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/ of verleggen van waterlopen over een oppervlakte groter dan 25.000 m2 en dieper dan 0,4 meter; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur over een oppervlakte groter dan 25.000 m2 en dieper dan 0,4 meter; d. het verlagen van het waterpeil over een oppervlakte groter dan 25.000 m2 en dieper dan 0,4 meter; e. het doen van opgravingen in het kader van archeologisch onderzoek, mits verricht door een ter zake deskundige, namelijk een archeologische instantie die daarvoor gecertificeerd is en die in het bezit is van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen. 5.4.2
Uitzonderingen
Het verbod, zoals bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. op basis van inventariserend en/ of definitief archeologisch onderzoek, conform KNA en goedgekeurd door de gemeente Gilze en Rijen, is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; c. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; d. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 5.4.3
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
a. het is verboden voor de 'Waarde - Archeologie - 6' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een vergunning voor het slopen van een bouwwerk, de aanwezige bouwwerken te slopen als de oppervlakte en diepte meer bedraagt dan 25.000 m2 en dieper gaat dan 0,4 meter onder maaiveld; b. aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 19
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen begeleidt door een gekwalificeerde deskundige (zijnde een archeologisch bedrijf dat daarvoor gecertificeerd is); hiervoor is een door het bevoegd gezag schriftelijk goedgekeurd Programma van Eisen vereist dat is opgesteld conform de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); bevoegd gezag laat zich voor de beoordeling adviseren door een door deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, bijvoorbeeld door de Regioarcheologie; c. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de sloopvergunning; d. de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft. 5.4.4
Toelaatbaarheid
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.4.1 wordt slechts verleend indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag; indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of b. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is het verplicht om een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag; indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of c.
de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat goedgekeurd is door het bevoegd gezag de archeologische waarden door de werken en werkzaamheden kunnen worden verstoord; indien het gaat om archeologisch booronderzoek, dan is heet verplicht een Plan van Aanpak ter goedkeuring te overleggen aan het bevoegd gezag; indien het gravend archeologisch onderzoek betreft, dan is het verplicht om een Programma van Eisen conform KNA te laten opstellen en deze te laten goedkeuren door het bevoegd gezag; of: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoudsmaatregelenplan); of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen (hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht); of 3. een verplichting de uitvoering van werken en werkzaamheden te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een daarvoor gecertificeerde instantie; deze vorm van onderzoek kan alleen in uitzonderlijke situaties worden toegepast zoals verwoord in de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; hiervoor is een Programma van Eisen conform KNA, goedgekeurd door het bevoegd gezag, verplicht; d.
bij de beoordeling van archeologische rapporten, laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, vastgesteld door Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gilze en Rijen. 5.4.5
Advies
Indien het bevoegd gezag voornemens is om aan de omgevingsvergunning voorwaarden te verbinden als bedoeld in lid 5.4.4 sub c, wordt door de bevoegde overheid aan een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de vigerende KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH, zoals bijvoorbeeld de regioarcheologen, advies gevraagd; bij een negatief advies wordt de omgevingsvergunning niet verleend.
20
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
5.5.1
Wijziging op basis van archeologisch onderzoek
Burgemeester en Wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming 'Waarde - Archeologie - 6' wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
5.5.2
Advies
Alvorens de in lid 5.5.1 bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en Wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA en de Kwaliteitscriteria 2.2 VTH.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 21
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 6 6.1
Waarde - Landschap - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Landschap - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar geldende bestemming(en) - tevens bestemd voor behoud, versterking en ontwikkeling van de waarden die samenhangen met het open karakteristiek landschap te weten: de openheid. 6.2
Bouwregels
Met betrekking tot het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt in afwijking van artikel 3 de volgende regel: permanente boomteelthekken zijn niet toegestaan. 6.3
Ontheffing bouwregels
6.3.1
Ontheffing met betrekking tot andere bestemmingen
Indien met betrekking tot het bouwen - ingevolge de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) – ontheffing kan worden verleend, wordt hierbij het volgende in acht genomen: door het verlenen van de ontheffing mogen de waarden, zoals in lid 6.1 bedoeld, niet in onevenredige mate worden geschaad. 6.3.2
Ontheffing ten behoeve van permanente boomteelthekken
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 6.2 ten behoeve van permanente boomteelthekken met inachtneming van het volgende: de waarden, zoals in lid 6.1 bedoeld, mogen niet in onevenredige mate worden geschaad. 6.4
Specifieke gebruiksregel
Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken geldt in afwijking van artikel 3 de volgende regel: tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak zijn niet toegestaan. 6.5
Ontheffing van de gebruiksregels
6.5.1
Ontheffing met betrekking tot andere bestemmingen
Indien van de gebruiksregels ingevolge de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) ontheffing kan worden verleend, wordt hierbij het volgende in acht genomen: door het verlenen van de ontheffing mogen de waarden, zoals in lid 6.1 bedoeld, niet worden geschaad. 6.5.2
Ontheffing met betrekking tot tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 6.4 ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak met inachtneming van het volgende: a. het oppervlak van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1 ha; b. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen aansluitend op het bouwvlak gerealiseerd te worden.
22
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
6.6
Aanlegvergunning
6.6.1
Aanlegverbod zonder aanlegvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming zoals bedoeld in lid 6.1 zonder of in afwijking van een schriftelijke aanlegvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden buiten het bouwvlak uit te voeren: het aanbrengen van opgaande beplanting uitgezonderd erfbeplanting. 6.6.2
Uitzonderingen op aanlegverbod
Het verbod van lid 6.6.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 6.6.3
Voorwaarde voor aanlegvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.6.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de waarden, zoals in lid 6.1 bedoeld daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
6.6.4
Strafbaar feit
Overtreding van het verbod van lid 6.6.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.
6.7
Wijzigingsbevoegdheid
Wijzigingsbevoegdheid met betrek king tot andere bestemmingen Indien met betrekking tot de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) het plan kan worden gewijzigd, wordt hierbij het volgende in acht genomen: door de planwijziging mogen de waarden, zoals in lid 6.1 bedoeld, niet worden geschaad.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 23
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
24
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Bestaande maten
Met betrekking tot bestaande maten gelden de volgende regels: a. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; b. de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden; c. ingeval van herbouw is dit lid onder a en b uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt. 8.2
Afstanden van woningen tot wegen
a. ingeval van het toevoegen van woningen ingevolge planwijziging of ontheffing of herbouw van een woning elders op een bouwvlak, mag de afstand van de woning (inclusief aanbouwen) tot de as van de weg - ter beperking van geluidshinder - in geen geval minder bedragen dan de in de tabel aangegeven afstand; weg
afstand tot 48 dB-contour 1)
regionalewegen Klein Zwitserland
31 m
Bavelseweg
52 m
Chaamseweg (asfalt/beton)
47/43 m
Dongenseweg
94 m
Tilbursebaan
61 m
Provincialewegen N631 (N282-Nassaulaan)
234 m
N631 (Nassaulaan-Ketenbaan)
214 m
N260 (Hulten-RW58)
301 m
N260 (RW58-Tilburgsebaan)
317 m
N260 (Tilburgsebaan-Alphenseweg)
179 m
N260 (Alphensebaan-Alphen)
168 m
N282 (Spoorstr.(Dorst)-N631)
230 m
N282 (N631-Julianastraat)
269 m
N282 (Julianastraat-N260)
384 m
N282 (N260-Burg. Brokxweg)
310 m
Rijkswegen Rijksweg A58
614 m
1) Alle waarden met aftrek volgens artikel 110g Wgh. b. toegevoegde woningen ingevolge planwijziging of ontheffing mogen op een kleinere afstand worden gebouwd dan in lid a en tabel 1 is aangegeven, indien: 1. uit geluidsberekeningen blijkt dat op die afstand aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan; 2. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico vanwege wegen niet wordt overschreden; c. burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a en de tabel teneinde herbouw van woningen toe te staan op een kleinere afstand, indien: 1. uit geluidsberekeningen blijkt dat op die afstand aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 25
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen geluidhinder wordt voldaan; 2. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico vanwege wegen niet wordt overschreden. 8.3
Afstanden van woningen tot spoorwegen
a. ingeval van het toevoegen van woningen ingevolge planwijziging of ontheffing of herbouw van een woning elders op een bouwvlak, mag de afstand van de woning (inclusief aanbouwen) tot de as van de spoorweg - ter beperking van geluidshinder - in geen geval minder bedragen dan de in de tabel aangegeven afstand; spoorweg
afstand 55 dB-contour
traject 650 (Breda-Tilburg)
620 m
b. toegevoegde woningen ingevolge planwijziging of ontheffing mogen op een kleinere afstand worden gebouwd dan in lid a en tabel 1 is aangegeven, indien: 1. uit geluidsberekeningen blijkt dat op die afstand aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan; 2. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico vanwege spoorwegen niet wordt overschreden; c. burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid a en de tabel teneinde herbouw van woningen toe te staan op een kleinere afstand, indien: 1. uit geluidsberekeningen blijkt dat op die afstand aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan; 2. de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico vanwege spoorwegen niet wordt overschreden. 8.4
Afstanden gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven
Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten: inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden
inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden
minimumafstand tot objecten categorie I en II
100 m*
50 m*
minimumafstand tot objecten categorie III, IV en V
50 m*
25 m*
* Tenzij uit de Geurverordening (vastgesteld d.d. 15 december 2008) blijkt dat een andere afstand tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten in acht genomen moet/kan worden. 8.5
Afstand gevoelige objecten ten opzichte van kassen
Onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, dient ten minste de volgende afstand in acht genomen te worden tussen kassen en gevoelige objecten: soort objecten
aan te houden afstand indien kassen voor 1 mei 1996 indien kassen na 30 april 1996 zijn opgericht (met inbegrip zijn opgericht van eventuele uitbreidingen)
categorie I
25 m
50 m
categorie II
10 m
25 m
8.6
Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen:
26
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. de onderkant van het bouwwerk (inclusief fundering) bedraagt ten hoogste 4 m onder het peil; c. burgemeester en wethouders ontheffing kunnen verlenen van het bepaalde in sub b indien het hydrologisch belang niet wordt geschaad; alvorens ontheffing te verlenen vragen burgemeester en wethouders advies in bij het waterschap en de provincie omtrent de vraag of het hydrologisch belang niet wordt geschaad.
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 27
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
a. Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, de doeleindenomschrijving en de overige regels. b. Het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning of afhankelijke woonruimte is niet toegestaan. c. Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het bepaalde in lid a, indien strikte toepassing van het verbod leidt tot beperkingen in het meest doelmatige gebruik die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.
28
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen
Artikel 10 10.1
Algemene aanduidingsregels
Overig - IHCS
In aanvulling op hoofdstuk 2 geldt ter plaatse van de aanduiding 'Overig IHCS - 1' ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een hogere bouwhoogte dan: a. 56 m boven NAP ter plaatse van de aanduiding 'Overig - IHCS - 1'; in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. 10.2
Overig - agrarisch balansgebied
In aanvulling op hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overig - agrarisch balansgebied' de volgende regels: 10.2.1 Ontwikkelingen bij recht toegestaan a. Op deze gronden is ter plaatse van de bestemming Agrarisch tevens het gebruik als intensieve veehouderij toegestaan mits het een duurzame locatie betreft. Aan de hand van de in Bijlage 4 opgenomen tabel kan worden bepaald of er sprake is van een duurzame locatie. b. Op deze gronden is er plaatse van de bestemming Agrarisch tevens het gebruik als sierteelt, fruitteelt en boomkwekerij toegestaan mits de gronden voorzien van de dubbelbestemming niet gelegen zijn binnen de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 1, Waarde - landschap - 2, Waarde – Landschap - 3, Waarde - Landschap - 4, Waarde - Landschap - 5 of Waarde - Landschap - 6. c. Op deze gronden is ter plaatse van de bestemming Agrarisch tevens het gebruik als intensieve kwekerij toegestaan mits de gronden niet gelegen zijn binnen de dubbelbestemmingen Waarde landschap - 2, Waarde - Landschap - 3 of Waarde - Landschap - 6. 10.2.2 Ontwikkelingen na ontheffing toegestaan a. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen ten behoeve van het toestaan van de in tabel 4 genoemde en toegestane nevenfuncties met inachtneming van het volgende: 1. de nevenfunctie dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn; 2.
er mogen geen onevenredige beperkingen voor omliggende, bestaande agrarische bedrijven optreden (dit betreft zowel de bestaande bedrijfsvoering als de uitbreidings- en ontwikkelingsmogelijkheden); 3. de nevenfunctie dient te worden uitgeoefend door degene die ter plaatse het agrarisch bedrijf uitoefent; 4. waarden, zoals aangegeven in de bestemmingsomschrijving mogen niet in onevenredige mate worden geschaad; 5. er mag geen sprake zijn van een onevenredige vergroting van de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking; 6. er dient zorg te worden gedragen voor een goede landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak; 7. er dient op het eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 8. de opslag van goederen anders dan in gebouwen is niet toegestaan, tenzij anders in tabel 4 is aangegeven; 9. bij een combinatie van nevenfuncties is ten hoogste 500 m² bebouwing toegestaan en mogen ten hoogste 4.000 m² aan gronden in gebruik worden genomen ten behoeve van de nevenfuncties; 10. voor biomassa- en mestvergistingsbedrijven is geen maximaal oppervlak weergegeven, maar wordt de maximale omvang uitgedrukt in een maximale verwerkingscapaciteit; voor een nevenactiviteit bedraagt de maximale omvang een verwerkingscapaciteit van 25.000 ton per jaar; 11.
de nevenfunctie agrarisch georiënteerde dagrecreatie (zoals poldersport en boerengolf) is niet toegestaan ter plaatse van het op de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 2 en Waarde Landschap - 3. Voor gronden zonder de dubbelbestemming Waarde - Landschap - 2 of Waarde bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld) 29
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen - Landschap - 3 geldt dat het gebruik van gronden buiten het bouwvlak voor de nevenfunctie is toegestaan, mits: het recreatief medegebruik betreft van tijdelijke aard en het gebruik niet onomkeerbaar is; de agrarische hoofdfunctie in stand blijft; het gebruik plaatsvindt op ten hoogste 5 ha; 12. voor de nevenfunctie kleinschalig kamperen geldt tevens het volgende: kleinschalig kamperen is alleen toegestaan in de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 13. voor de nevenfunctie aan-huis-gebonden beroepen geldt tevens het volgende: in het kader van de aan-huis-gebonden beroepen is geen horeca en detailhandel toegestaan uitgezonderd horeca en detailhandel ondergeschikt en gelieerd aan het aan-huis-gebonden beroep; aan-huis-gebonden beroepen zijn toegestaan indien er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het woon- en leefmilieu in de omgeving. Tabel 4 Nevenfuncties, na ontheffing toegestaan nevenfunctie
max. opp. gronden in gebruik max. opp. bebouwing in voor nevenfunctie (m²) gebruik voor nevenfunctie (m²)
biomassa- en mestvergistingsinstallaties
-
-
agrarisch handels- en 100* exportbedrijf (transport- en opslagbedrijven, koelhuizen, veehandelsbedrijf, foeragehandel, paardenhandel)
400
huisdierenpension/hondenfokkerij 500
200
kleinschalige horecagelegenheid/ 500 dagrecreatie (theeschenkerij, restaurant, boerderijcafé, wijnproeverij, speelboerderij categorie 1a en 1b)
100
agrarisch georiënteerde dagrecreatie (poldersport, boerengolf)
-
100
Kleinschalig kamperen (maximaal 25 standplaatsen)
3.000 m² binnen of aansluitend op het bouwvlak
100
agrarisch verwante sociale functie niet van toepassing (gehele (resocialisatie, therapie, bedrijf) zorgboerderij)
200
kinderdagopvang
100
200
overige niet agrarische bedrijven (categorie A en B1) met uitzondering van detailhandel en horecabedrijven
-
200
aan-huis-gebonden beroepen
-
60
* hieronder valt tevens buitenopslag 10.2.3 Ontwikkelingen na planwijziging toegestaan a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de gronden 'overig - agrarisch balansgebied' zodanig wijzigen dat agrarische bouwvlakken mogen worden vergroot, met inachtneming van het volgende:
30
bestemmingsplan "Mosstraat 19 Rijen" (vastgesteld)
bestemmingsplan Mosstraat 19 Rijen 1. wijziging van de begrenzing van het bouwvlak is alleen toelaatbaar, voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; 2. een verzoek om toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid wordt ter toetsing voorgelegd aan een agrarisch deskundige omtrent de vraag of aan het gestelde onder 1 van deze regel wordt voldaan; 3. bouwvlakken met de aanduiding 'intensieve veehouderij' mogen worden vergroot tot ten hoogste 1,5 ha, met dien verstande dat: uitbreiding alleen is toegestaan indien het een duurzame locatie betreft. ten minste 10% van het bouwblok wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing. Indien uitbreiding noodzakelijk is om aan de wettelijke eisen van dierenwelzijn te kunnen voldoen geldt de eis van een duurzame locatie alsmede het maximum van 1,5 ha niet; 1. als het bouwvlak ten tijde van tervisielegging al de maximaal uit te breiden omvang heeft bereikt, mag het bouwvlak met 15% worden vergroot; 2. het bepaalde in sub 8 is niet van toepassing indien het een bouwvlak ten behoeve van de intensieve veehouderij betreft; 3.
er dient voorzien te worden in een adequate landschappelijke inpassing binnen het bouwvlak, waarvoor het volgende geldt: de bestemming van de gronden die worden ingezet ten behoeve van de landschappelijke inpassing dienen te worden gewijzigd in de bestemming Groen zodat de groene inpassing planologisch wordt beschermd; 4. de uitbreiding dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. b. Burgemeester en wethouders kunnen het plan ter plaatse van de gronden 'overig–agrarisch balansgebied' wijzigen ten behoeve van de hervestiging van intensieve veehouderij of het omschakelen naar intensieve veehouderij op agrarische bouwvlakken, met inachtneming van het volgende: 1. planwijziging is uitsluitend toegestaan ten behoeve van volwaardige duurzame intensieve veehouderijbedrijven; 2. planwijziging is uitsluitend toegestaan indien het een bestaand agrarisch bouwvlak betreft en gelegen is op een duurzame locatie; aan de hand van de in Bijlage 4 opgenomen tabel kan worden beoordeeld of er sprake is van een duurzame locatie; 3. de oppervlakte van het bouwvlak mag ten hoogste 1,5 ha bedragen; 4. waarden, zoals aangegeven in de bestemmingsomschrijving niet in onevenredige mate worden geschaad; 5. de hervestiging dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn. c.