Bijlage 2: P04047 Broekdijk 60, Hulten Bijlagen bij toelichting 20220920
Tekst van het document
Bestemmingsplan Broekdijk 60, Hulten Gemeente Gilze en Rijen Bijlagenboek
Bestemmingsplan Broekdijk 60, Hulten Gemeente Gilze en Rijen Bijlagenboek
Rapportnummer:
P04047
IMRO-identificatienummer
NL.IMRO.0784.BPBroekdijk60-VG01
Datum:
september 2022
Projectteam BRO:
TAu, JEr
Kaft:
Abstract 1
Trefwoorden:
--
Beknopte inhoud:
--
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
3
Bijlage 1
Flora en fauna quickscan
4
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
19
Bijlage 3
Omgevingsdialoog
29
Bijlage 4
Vooroverlegreactie waterschap Brabantse Delta
35
Bijlage 5
Vooroverleg Provincie
38
2
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
Bijlagen bij toelichting
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
3
Bijlage 1 Flora en fauna quickscan
4
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
Notitie
: Quickscan flora en fauna ‘Hondenpension Broekdijk’ te Hulten
Datum Opdrachtgever Projectnummer Opgesteld door Interne controle:
: 28 september 2018 : Dhr. C.G.M Jansen : P00786 : ir. M.J.I.C. van de Schoot : ing. M. Koen
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van het uitbreiden van een hondenpension, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen de aanwezige natuurwaarden vanuit de Wet Natuurbescherming en planologisch beschermde natuurwaarden. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016.
Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 7 september 2018 van circa 12.00-13.00 door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 17°C, overwegend bewolkt, zonder neerslag, met een wind van 3 Bft. uit het westen. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van versprei-
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
1
dingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Planbeschrijving Het plangebied is gelegen Ten noorden van het dorp Hulten, tussen Rijen en Tilburg (Reeshof). Het is hier gelegen in de polder, circa 250 meter ten oosten van de Groote Leij. Het is gelegen in de gemeente Gilze en Rijen. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
Figuur 1. Topografische kaart ligging van het plangebied (1:25.000)
Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een stal met het huidige hondenpension, welke tijdens het veldbezoek al grotendeels gerenoveerd is. Ten noorden hiervan is recentelijk een nieuwe stal gerealiseerd. Het perceel wordt aan het westen, zuiden en noorden omkaderd door bomen en struikgewas. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het bijbehorend veldbezoek.
2
Toekomstige situatie De stal is al grotendeels verbouwd. Recentelijk is het dak verbouwd. Tijdens het veldbezoek waren er nog werkzaamheden aan de nieuwe muurbetimmering bezig, en lag de spouwmuur op meerdere plekken open. Ten zuidoosten van de stal worden enkele uitlooprennen gerealiseerd. De oude mestopslag ten oosten van de stal zal hiervoor worden gesloopt. Er zullen geen bomen worden gekapt.
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 3. Westzijde gerenoveerde stal
Figuur 4. Binnenzijde gerenoveerde stal
3
Figuur 5. Oostelijke deel gerenoveerde stal
Figuur 6. Oostelijke deel gerenoveerde stal
Figuur 7. Te slopen mestopslag
Figuur 8. Locatie van nieuwe uitloopvelden
4
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen”, bevindt zich op circa 8,9 kilometer afstand ten noordoosten van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de uitbreiding van een hondenpension betreft, is een toename aan verkeersbewegingen en daarmee stikstofuitstoot te verwachten.
Echter, gezien de geruime afstand tot de beschermde gebieden is significante toename aan stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs uitgesloten. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000, wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat de NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ). Dit wordt omzoomd door de groenblauwe mantel. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden.
Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB ligt ongeveer 250 meter ten westen van het plangebied, in de vorm van de EVZ de Groote Leij. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van de huidige staat van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Daarnaast light het plangebied niet binnen de groenblauwe mantel. Deze is aan de overzijde van de weg gelegen.
5
Figuur 10. Ligging Natuurnetwerk Nederland (groen), Ecologische verbindingszones (paars) en groenblauwe mantel (blauw) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er bij de werkzaamheden geen (onderdelen van) houtopstanden gekapt worden is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
6
Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:
Vogels (artikel 3.1 Wet Natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet Natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet Natuurbescherming)
Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Tabel 1.
Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Vogels (artikel 3.1 Wnb) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende vo- Het is verboden soorten in hun natuurgels opzettelijk te doden of te vangen lijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, rust- Het is verboden de voortplantingsplaatplaatsen en eieren van vogels te vernie- sen of rustplaatsen van dieren te belen of te beschadigen, of nesten van vo- schadigen of te vernielen gels weg te nemen Art 3.1 lid 3 Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze Het is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren, tenzij de storing niet van wezen- storen lijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb) Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen -
-
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
7
De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan aanpassen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 WNB) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij ondermeer ruimtelijke ontwikkelingen. Zo zijn, in tegenstelling tot de meeste provincie, de kleine marterachtigen (wezel, hermelijn en bunzing) binnen de provincie Noord-Brabant niet vrijgesteld. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.
Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). In de stal en de mestopslag zijn geen potentiele verblijfplaatsen, sporen of nestlocaties aangetroffen van soorten met jaarrond beschermde nesten als kerkuil, steenuil, huismus en gierzwaluw. Gezien door de renovatie het gehele dak recentelijk vervangen is, is het ook niet aannemelijk dat hier gebruik van wordt gemaakt. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen
8
jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, tjiftjaf en houtduif tot broeden komen. De bomen blijven echter behouden. In de stal is een enkel nest van waarschijnlijk merel aangetroffen, zwaluwnesten zijn niet aangetroffen. De paardenweides ten oosten van het plangebied bieden in potentie geschikt foerageehabitat voor een soort als steenuil. Er zijn hier geen waarnemingen bekend van steenuil uit de directe omgeving, er zijn geen sporen op het erf aangetroffen, er zijn geen steenuilnestkasten aanwezig in de bomen en het perceel biedt verder geen geschikte nestlocaties voor deze soort. De aanwezigheid van deze soort op het perceel of in de directe omgeving is redelijkerwijs uitgesloten, waardoor de paardenweides niet als essentieel leefgebied dienen. Subconclusie Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij werkzaamheden aan het opgaand groen kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen.
Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, baardvleermuis, franjestaart, tweekleurige vleermuis, meervleermuis en watervleermuis. De te renoveren stal bevat spouwmuren, deze liggen echter op meerdere plekken van onder tot boven open, ook de bovenzijde hiervan is op meerdere plekken open. Het dak is al vernieuwd en de muurbekleding is op meerdere locaties alweer aangebracht. Gezien de ingrijpende werkzaamheden de afgelopen maanden, en het ontbreken van geschikte verblijfslocaties is het redelijkerwijs uitgesloten dat er momenteel een verblijfplaats aanwezig is.
De resterende de werkzaamheden zullen dan ook geen verstorend effect hebben in bebouwing verblijvende van vleermuizen. In hoeverre dit bij aanvang van de werkzaamheden wel het geval is geweest, valt niet te achterhalen. Verder zijn er enkele bomenrijen en ander opgaand groen aanwezig. Dit blijft echter behouden. Subconclusie Het gebouw bevat momenteel geen geschikte doorgangen naar potentiele verblijfplaatsen als open stootvoegen of randen onder de gevelbeplating. Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er
9
geen sprake zijn van (potentiële) aantasting van vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageerhabitat voor vleermuizen. Extra verlichting gericht op de bomenrij langs de Broekdijk dient te worden vermeden. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, huisspitsmuis, veldmuis, rosse woelmuis, konijn, haas, kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten wezel, bunzing, steenmarter en eekhoorn voor.
Het plangebied biedt echter weinig geschikt leefgebied voor deze soorten. Gezien de aanwezigheid van de honden is hier erg veel verstoring, waardoor een verblijfplaats in de directe omgeving niet waarschijnlijk wordt geacht. Daarnaast hoeft voor wezel en bunzing geen vervolgonderzoek uitgevoerd te worden, gezien het plangebied kleiner dan 1 hectare betreft en bij de werkzaamheden geen leefgebied in potentie doorsneden wordt (Bouwens, 2017). Binnen het plangebied zijn tevens geen nesten of sporen van de eekhoorn dan wel uitwerpselen, prooiresten, pootafdrukken, knaagsporen of overige sporen van de steenmarter aangetroffen. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten Subconclusie Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaat geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis.
De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de buurt. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Subconclusie Negatieve effecten op reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën
10
In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens is in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde poelkikker, heikikker, boomkikker, alpenwatersalamander, vinpootsalamander en kamsalamander bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten, met uitzondering van een incidenteel individu van een algemene (vrijgestelde) soort vanuit de omliggende sloten. Subconclusie De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Subconclusie Negatieve effecten op beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bruine eikenpage en bosbeekjuffer.
Deze soorten stellen echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, wat in het plangebied niet aanwezig is. Daarbij biedt het plangebied geen geschikt (voortplantings)habitat voor deze soortgroepen. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Subconclusie Negatieve effecten voor beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van smalle raai. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan zijn standplaats. Gezien het aanwezige biotoop en binnenstedelijke ligging van het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten Subconclusie Negatieve effecten voor beschermde vaatplanten worden op voorhand uitgesloten.
11
Conclusie Op basis van de quickscan wordt vervolgonderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten, ten behoeve van de resterende werkzaamheden, niet noodzakelijk geacht. Evenmin is er sprake van een noodzaak tot het indienen van een ontheffingsaanvraag ten aanzien van houtopstanden dan wel een vergunningsaanvraag in het kader van gebiedsbescherming. Voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de resterende werkzaamheden dient echter wel het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht te worden genomen: Ten aanzien van broedvogels dient het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; Met betrekking tot vliegroutes van vleermuizen dient licht gericht op de bomenrij langs de Broekdijk te worden vermeden; Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen.
12
Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel I. Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen Potentieel aanwezig
Sprake van verstoring
Vervolgtraject / maatregelen
Bijzonderheden / opmerkingen
Algemeen
Ja
Mogelijk
Opgaand groen buiten broedseizoen verwijderen of controle vooraf
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Jaarrond beschermd
Nee
Nee
-
-
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
-
Heeft betrekking op de huidige situatie
Foerageerhabitat
Minimaal
Nee
-
-
Vliegroutes
Ja
Mogelijk
Vrelichting gericht op bomenrij langs Broekdijk op voorhand vermijden
-
Grondgebonden zoogdieren
Minimaal
Incidenteel mogelijk
Zorgplicht
Heeft betrekking op een soort als de egel
Reptielen
Nee
Nee
-
-
Amfibieën
Minimaal
Incidenteel mogelijk
Zorgplicht
Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Gebiedsbescherming
Afstand tot gebied
Sprake van aantasting
Vervolgtraject
Bijzonderheden / opmerkingen
Natura 2000
ca. 8,9 km
Nee
-
Geen externe verstorende factoren
Natuurnetwerk Nederland
ca. 250 m
Nee
-
Wezenlijke ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk
Houtopstanden
-
Nee
-
Niet van toepassing
Soortgroep
Broedvogels
Vleermuizen
13
Geraadpleegde bronnen Algemene literatuur
Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbe-
Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Uitgevers, Utrecht.
scherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Algemene websites
bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)
eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)
floron.nl (soortgegevens planten)
ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)
sovon.nl (soortgegevens vogels)
synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)
verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)
vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)
wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-03-01 (wettekst Wet natuurbescherming)
www.zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)
Provinciale bronnen
brabant.nl (NNN en beschermde gebieden in Noord-Brabant)
kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank (grenzen beschermde gebieden)
dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant)
Bouwens, S. 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot Soortbescherming. Provincie Noord-Brabant
14
Bijlage 2
Landschappelijke inpassing
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
19
Onderwerp
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
Projectnummer Datum Van
:00786/ 04047 :oktober 2021 :RT, RvO, SvdS, TA BLAD 1
Inleiding Aanleiding en initiatief Initiatiefnemer is eigenaar van de locatie Broekdijk 60 te Hulten. Op de locatie is een akkerbouwbedrijf gevestigd maar dit is al enige tijd niet meer rendabel. Gezien de noodzakelijke investeringen en de beperkte uitbreidingsmogelijkheden op de locatie biedt de voortzetting van het agrarisch bedrijf geen economisch perspectief. De initiatiefnemer heeft om deze reden in de bedrijfsbebouwing nieuwe bedrijfsactiviteiten ontplooid in de vorm van een dierenpension en caravanstalling. Deze zijn door de jaren heen gegroeid tot de hoofdfunctie van de locatie. Om het bedrijf geheel op deze functies te richten heeft de initiatiefnemer uitbreidingsplannen voor het huidige dierenpension in de voormalige rundveestal. Het betreft de renovatie van de rundveestal ten behoeve van het dierenpension en het opschalen van de caravanstalling in de jongste bedrijfsloods. Door de ontwikkeling van deze bedrijfsactiviteiten wijzigt de hoofdfunctie van de locatie van agrarisch naar niet-agrarisch. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in strijd met het vigerende bestemmingsplan, de locatie is namelijk bestemd voor agrarische doeleinden. De ontwikkeling van de functies op de locatie moeten daarom geborgd worden in een nieuw bestemmingsplan.
Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen heeft op 14 juni februari 2016 besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de herontwikkeling van de Broekdijk 60. Om de ontwikkeling juridisch planologisch mogelijk te maken is voorliggend inpassingsplan noodzakelijk. Hierin worden inrichtingsmaatregelen voorgesteld opdat de beoogde ontwikkeling kan worden gerealiseerd. Kenschets landschap De locatie van het plangebied is van oudsher gelegen in het jonge heidelandschap. De straatnaam Broekdijk is af te leiden van het toponiem ‘broek’, wat staat voor moerassig gebied. In dit geval is dat te verklaren door de ligging op de overgang van een voormalige waterloop naar de hogere zandgronden, wat ook te zien is op de uitsnede van de geomorfologische- en bodemkaart. Ter plaatse van het plangebied bestaat de bodem uit leemarme en zwak lemig, fijn zandige veldpodzolgronden. Dit bodemtype is kenmerkend voor de jonge heideontginningen. De rivier of beek in kwestie is in dit geval de ‘Grootte Leij’. Dit is een klein riviertje die van zuid naar noord in de Donge overgaat. Ter plaatse van de overstromingsgebieden langs de loop heeft zich veen gevormd, dat door de jaren heen is ontgonnen. De heide (rood op de historische kaarten) werd vervolgens ontgonnen en maakte in de loop der jaar plaats voor productiebossen die voornamelijk uit naaldhout bestonden.
Door de ruilverkaveling en schaalvergroting eind jaren 50 is de maat van de percelen aanzienlijk groter geworden ten opzichte van vroegere tijden, wat goed te zien is op de historische kaarten
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
1
van verschillende perioden (1900 – 1950 – 2000). De productiebossen werden gekapt en rationeel ingerichte akkers en weides werden gebruikt voor het verbouwen van gewassen of als weiland. In het huidige landschap wordt de omgeving van het plangebied voornamelijk gekenmerkt door de eerder aangehaalde grootschaligheid en openheid van weides en akkers. De wegen zijn aangezet met laanbomen en hier en daar zijn er nog bosfragmenten zichtbaar in het landschap. In de loop van de jaren is de kenmerkende openheid van het landschap deels verdwenen door uitbreiding van de stadsrand van Gilze en van Tilburg-Reeshof.
Uitsnede bodemkaart (bron: Stichting voor Bodemkartering
Uitsnede geomorfologische kaart
Wageningen / Rijk Geologische Dienst 1977)
Situatie rond 1850
(bron: Toporijdreis.nl)
Situatie rond 1900 (bron: Toporijdreis.nl)
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
2
Situatie rond 1950
(bron: Toporijdreis.nl)
Situatie rond 2000
(bron: Toporijdreis.nl)
Huidige situatie plangebied De planlocatie aan de Broekdijk 60 heeft een oppervlakte van 13.805 m² en bestaat uit een voormalig agrarisch erf met bedrijfswoning, bijhorende bijgebouwen en opgaand groen. De bedrijfsbebouwing bestaat uit de oude rundveestal (bouwjaar 1968, oppervlakte ca. 1.074m2) en een bedrijfsloods (bouwjaar 2011, oppervlakte ca. 982m2). Daarnaast zijn er nog enkele bouwwerken aanwezig zoals een hooimijt, mestsilo en keerwanden. De mestsilo is niet meer noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en zal worden geamoveerd. Het plangebied is aan de oost- en noordzijde groen ingekaderd door heesters en bomen. In de huidige situatie is naast de rijbak circa 4.497m2 verhard oppervlak (incl. bebouwing) aanwezig. Het huidige groen is voornamelijk aan de randen van het erf gesitueerd. Het groen bestaat aan de zuid en westkant van het plangebied voornamelijk uit geschoren coniferen als sierbeplanting. De staat van deze coniferen is matig. Ten oosten en zuiden bestaat het groen voornamelijk uit inheemse heesters en bomen zoals Eik, Esdoorn en Berk in de vorm van een houtsingel (zuid) en losse bomen (oost). Ten noorden van het plangebied staat een aanplant van nog relatief kleine heesters waaronder Beuk en recent aangeplante fruitbomen.
Globale ligging plangebied (rood kader).
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
3
Erfbeplanting aan de straatzijde
De hooimijt tussen de 2 stallen
Sierbeplanting aan de straatkant van he t plangebied
Bomen rondom mestopslag
Nieuw aangeplante fruitbomen aan noordzijde plangebied
Doorzicht naar omgeving langs zuidelijke houtsingel
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
4
Landschappelijke inpassing Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling is het van belang dat alle ruimtelijke waarden worden meegewogen. Een bouwplan kan immers afbreuk doen aan bestaande landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Elke ontwikkeling dient bij te dragen aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid. De landschappelijke inpassing bestudeert de omgeving en aan de hand daarvan worden ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als aan deze voorwaarden worden voldaan kan de bebouwing op een natuurlijke en verzorgde wijze worden ingepast en aansluiten op de aanwezige landschapsstructuren. Om de planontwikkeling mogelijk te maken zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld, welke op basis van de gestelde kaders en kennis van het landschap en de betreffende locatie zijn vormgegeven. Onderstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: Aanplant lage haag aan de westzijde; Aanplant enkele solitaire boom aan noordoostzijde plangebied; Aanplant struweel/ aanvullen bestaande bosschage; Verwijderen exoten; Verwijderen van verharding;
Figuur 1 Inrichtingstekening landschappelijke inpassing (zie bijlage voor ontwerp op schaal)
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
5
Inrichtingsmaatregelen Aanplant lage haag aan de westzijde Aan de westzijde (straatzijde) van het terrein wordt voorgesteld om een lage haag aan te planten die het zicht op de voorgevel van de stal breekt en een uniform straatbeeld verzorgd. Er wordt gekozen voor inheemse beplanting, Beuk zou in dit geval een goede keuze zijn. Deze haag krijgt een maximale hoogte van 1,20 meter. Aan de straatzijde worden tevens twee bomen toegevoegd om de bestaande rij af te maken tot aan de inrit. Aanplant lage haag met bomenrij aan noordoostzijde plangebied Langs de oostgrens van het plangebied zijn enkele solitaire bomen voorgesteld om de overgang naar het aangrenzende agrarische perceel te vormen. Deze vervangt de huidige keerwand, die zorgt voor een stenige uitstraling. Door nagenoeg geen hoog opgaande beplanting te gebruiken is het mogelijk doorzicht naar het achterland te behouden en diepte te creëren binnen de inrichting van het terrein. De Beuk of Eik (hoog opgekroond) is uitermate geschikt in deze situatie omdat het van oudsher beeldbepalende bomen waren in deze streek. Aanplant struweel (houtsingel) Ten zuiden van het plangebied wordt voorgesteld de bestaande houtsingel te versterken met nieuwe aanplant.
Door een strook van 7 meter toe te voegen aan de bestaande beplanting en deze door te trekken naar de oostzijde, alsook de noordzijde van een gelijke maatregel te voorzien, ontstaat er een robuuste inpassing van het terrein. Op deze manier wordt de uitloopweide voor de honden en opstallen afgeschermd. Tevens hebben deze houtsingels een multifunctionele waarde; het is een biotoop voor tal van vogels en insecten, het fungeert als windscherm en als geluidsbreker en benadrukt het zicht vanaf de weg naar het open gebied. Verwijderen exoten Enkele bomen en uitheemse coniferen aan de straatkant van het perceel zullen worden geamoveerd wat zal bijdragen aan de beeldkwaliteit van het perceel. Deze worden vervangen door de lage haag (zie eerste punt). Verwijderen van verharding Aan de achterzijde van de meest noordelijke stal wordt voorgesteld om de bestaande verharding te verwijderen. Het verwijderen van de verharding leidt tot een meer compact erf en levert daarnaast een bijdrage aan de ecologische situatie. Kwaliteitsverbetering In artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening wordt een verantwoording van de kwaliteitsverbetering van het landschap verplicht.
Bij de landschappelijke inpassing van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied wordt er vaak (een diffuus) onderscheid gemaakt tussen de landschappelijke inpassing van een initiatief waaronder hoofdzakelijk de aanleg van (opgaande) erfbeplanting wordt verstaan en de zogenaamde ‘kwaliteitsverbetering’. De kwaliteitsverbetering houdt in dat de ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
6
Opgave De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de interim omgevingsverordening worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst. Het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’ met een bouwvlak. Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap -1’ en de aanduidingen ‘luchtvaartverkeerzone – 11’, ‘ihcs – 1’ en ‘overig – agrarisch balansgebied’ opgenomen. Voorgesteld wordt de bestemming te wijzigen naar ‘niet agrarisch bedrijf’. Dit bestemmingsvlak mag daarvoor maximaal 5.000 m² groot zijn. Deze bestemmingswinst ontstaat als gevolg van de volgende bestemmingswijziging: - ‘Agrarisch’ met bouwvlak – Landschap 1’ naar ‘’Bedrijf – bebouwd); - ‘Agrarisch’ met bouwvlak – Landschap 1’ naar ‘Bedrijf - onbebouwd; - ‘Agrarisch’ met bouwvlak – Landschap 1’ naar ‘Groen- landschappelijke inpassing; De omvang van de bestemmingswinst wordt berekend door de huidige en toekomstige waarde van de gronden met elkaar te vergelijken op basis van de Landschapsinvesteringsregeling (LIR). De gemeente Gilze en Rijen heeft geen vastgestelde normbedragen voor de berekening van de kwaliteitsverbetering.
Voorgesteld wordt de volgende bedragen te hanteren: o Bedrijf (bebouwd) € 90 o Bedrijf (onbebouwd) € 45 o Groen – landschappelijke inpassing €1 o Agrarisch grond € 7,50 Om in de benodigde kwaliteitsverbetering te voorzien is een tegenprestatie in de vorm van landschapsontwikkeling noodzakelijk. Hierbij zijn de plan- en uitvoeringskosten meegenomen conform de Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant (10%). Voor dit initiatief komt de opgave voor de kwaliteitsverbetering ten gevolge van de bestemmingswijziging uit op € 43.460,40,- (zie tabel hierna voor de berekening). Om inzicht te geven in de vereiste tegenprestatie is in onderstaande tabel een overzicht samengesteld van de voorziene kosten voor realisatie, beheer (voor een periode van 6 jaar) (op basis van Stimuleringskader Groen-Blauwe diensten (STILA)). Met de voorgestelde maatregelen voorziet het plan in € 43.481,5 aan kwaliteitsverbeterende maatregelen.
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
7
Huidige situatie Bestemming
Waarde per m²
Oppervlakte in m²
Waarde
Agrarisch bouwvlak
€ 25,-
10.036
€ 250.900,-
Agrarisch grond
€ 7,50,-
3.769
€ 28.267,50,-
13.805
€ 279.167,50,-
Totaal Toekomstige situatie Bestemming
Waarde per m²
Oppervlakte in m²
Waarde
Bedrijf (bebouwd)
€ 90,-
2.267
€ 204.030,-
Bedrijf (onbebouwd)
€ 45,-
6.038
€ 271.710,-
Groen – landschappelijke inpassing
€ 1,-
3.157
€ 3.157,-
Agrarisch grond
€ 7,50,-
2.343
€ 17.572,50,-
13.805
€ 496.469,50,-
Totaal Waardevermeerdering (toekomstige waarde - huidige waarde)
€ 217.302,-
Kwaliteitsverbetering (20% * waardevermeerdering)
€ 43.460,40,-
Kwaliteitsverbeterende maatregelen
Vergoeding per m²
Oppervlakte in m²
Investering
Sloop bebouwing
€ 25,00
198
€ 4.950,-
Verwijderen kelderruimte
€ 5,50
566
€ 3.113,-
Verwijderen bestrating
€ 5,50
174
€ 957,-
Verwijderen uitheemse beplanting
€ 3,00
103
€ 309,-
Verwijderen asbestplaten
€ 25,00
982
€ 24.550,-
Plan- en uitvoeringskosten (10% van aanleg en beheer)
€ 871,32,-
Sub totaal
€ 34.768,32,-
Aanleg
Investering per m²
Oppervlakte in m²
Vergoeding
Opmerking
Struweel
€ 1,85 p/st.
2.166
€ 4.007,10,-
1 st./p/m2
Scheerhagen
€ 1,85 p/st.
124
€ 917,60,-
4 st.p/m1
Solitaire bomen
€ 76,77 p/st.
8 st.
€ 614,16,€ 5.538,86,-
Sub totaal Beheer*
Investering per m²
Oppervlakte in m²
Vergoeding
Opmerking
Struweel
€ 1,08 p/m2/p/jr.
2.166
€ 2.339,28,-
Een eerste onderhoudsbeurt na 5 jaar.
Scheerhagen
€ 0,96 p/m1/p/jr.
124
€ 714,24,-
Solitaire bomen
€ 15,10 p/st/p/jr.
8 st.
€ 120,80,-
Een eerste onderhoudsbeurt na 5 jaar.
Sub totaal
€ 3.174,32,-
*Voor een periode van 6 jaar
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
8
Beplantingsindicatie De soortensamenstelling voor de toe te voegen beplanting is toegespitst op inheemse soorten die passen bij het karakter van het gebied en de bodemgesteldheid. In onderstaande tabel zijn de verschillende vakken, maatvoering, voorgesteld sortiment, plantverband opgenomen. Inrichtingselement
Omvang
Struweel
2.166 m2
Knip/scheerhagen
124 m1
Solitaire bomen
8 stuks
Bloemen kruidenrijk graslandx
2.956 m2
Voorgesteld sortiment
15% Rhamnus frangula (Sporkehout) 15% Viburnum opulus (Gelderse roos) 5% Prunus spinosa (Sleedoorn) 5% Rosa canina (Hondsroos) 10% Prunus padus (Gewone vogelkers) 10% Corylus avellana (Hazelaar) 10% Amelanchier lamarckii (Amerikaans krentenboompje) 10% Cornus sanguinea (Rode kornoelje) 10% Acer campestre (Spaanse aak) 10% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) Fagus sylvatica 100% of Carpinus betulus 100% Plantmaat aanplant: 80-100, Eindhoogte: 1,20 m. Fagus sylvatica 100% of Quercus robur100% Plantmaat aanplant: 80-100, Eindhoogte: 15 – 20 m Spontane ontwikkeling, eerste 5 jaar maaien en afvoeren om verschraling te bewerkstelligen.
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Broekdijk 60 te Hulten
Verband 1 st. p/m2 Aanplant met 2en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.
Plantverband: 4st. per m1 Plantverband: zie ontwerptekening.
9
Bijlage 3 Omgevingsdialoog
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
29
OMGEVINGSDIALOOG Beste buurtgenoten,
Voor degenen die ons nog niet kennen zullen wij onszelf even voorstellen: Wij zijn Anne, André en Karin Wouters. Sinds 1 okt 2020 hebben wij Broekdijk 60, ook wel bekend als Den Broekdijk, overgenomen van Coen en Wendy Jansen. De eerste maanden hadden we nodig om alles op poten te zetten zoals wij dat graag zagen, en nu is het moment aangebroken om alles vergunning technisch in orde te maken. Coen en Wendy hebben een mooi bedrijf opgebouwd, wat nu echter nog als bestemming agrarisch heeft. Voor het hondenpension zou dat moeten veranderen in dienstverlening met caravanstalling. Voor de bestemmingsplanwijziging had Coen al de eerste aanzet gedaan, er zijn echter nog wat puntjes die afgewerkt moeten worden voordat de gemeente er een stempel op zet. Een van die punten is de omgevingsdialoog. Heel graag zouden we jullie allemaal uitnodigen voor een kop koffie met wat lekkers om op dat moment uit te leggen wat onze plannen zijn, en jullie op- of aanmerkingen aan te horen. Helaas is dat vanwege corona nu niet mogelijk. We zullen dus proberen om het zo goed mogelijk met behulp van een kaart uit te leggen. We hopen dat jullie dan daarop ook jullie mening of vragen naar ons zullen uiten. Zodra corona voorbij is, worden jullie alsnog uitgenodigd om de locatie een keer te bekijken. We kunnen ons voorstellen dat jullie nieuwsgierig zijn hoe het binnen geworden is.
Wat betreft de caravanstalling in de schuur nr 1: Daar is ruimte voor ongeveer 30 caravans en 5 campers. Die gaan maar 1 of 2 x per jaar uit de schuur om op vakantie te gaan, dus daar zijn aanrijbewegingen aan verbonden. In de oude koestal nr 2, zijn nu 85 kennels gerealiseerd voor pensionhonden (die bij ons op vakantie komen dus). Tevens zitten in het voorste gedeelte nr 3 enkele grote hokken en kennels voor de dagopvanghonden (die komen ’s ochtends en gaan ’s avonds weer naar huis). Ook in de hooiberg nr 4 is speelruimte voor de dagopvanghonden.
De mestsilo nr 5 zal volgens de regelgeving moeten vervallen. Die was ook al niet meer gekeurd dus die wordt/is afgebroken. In de huidige situatie zijn er 3 veldjes nr 6 om de honden uit te laten, wij vinden dit persoonlijk te weinig en willen meerdere kleinere velden aanleggen op de plaats waar de mestsilo staat, zodat we met kleinere groepen honden naar buiten kunnen. Dan passen ze beter bij elkaar, en zullen minder blaffen en ruzie maken. Ook zullen wij een hekwerk realiseren rondom het gehele perceel, dat we aankleden met Hedera (klimop) om het geluid en zicht op de honden te reduceren. Bijkomend voordeel is dat de honden ook minder zien, en dus minder blaffen. Eis van de gemeente is, dat wij ook nog bomen en struiken aanplanten nabij de hondenveldjes, dit zullen waarschijnlijk elzen, berken en/of iepen worden, omdat eikels niet goed zijn voor de honden, evenals de eikenprocessierups die gevaarlijk is als de honden de haartjes in de bek of ogen krijgen. Aan de voorzijde bij het huis verdwijnt de coniferenhaag, en die wordt vervangen door een beukenhaag. U begrijpt dat wij dit alles niet in één keer kunnen realiseren vanwege dat dit alles veel geld kost, maar wij stellen onze prioriteit op geluid reducerende maatregelen. Uiteraard is het voor jullie mogelijk op onze plannen te reageren, of opmerkingen te plaatsen. Wij staan open voor een goede samenwerking met de buurt.
Jullie hebben nadat jullie onze brief hebben gelezen, nog 2 weken de tijd om die reactie liefst schriftelijk achter te laten bij ons. Daarna ga ik een verslag maken van de op- en aanmerkingen, dat ik naar de gemeente en naar jullie ga versturen. Dit verslag dient dan door jullie geaccordeerd te worden, en wordt ook opgenomen in het bestemmingsplan echter het wordt in verband met privacy niet openbaar gemaakt. Mocht er iemand zijn die ondanks corona toch liever persoonlijk contact heeft om plannen te bespreken, dan kunnen we binnen de regelgeving (1,5 m en geen handen schudden) proberen een afspraak te plannen. Hieronder de tekening zoals Coen die al gemaakt heeft samen met adviesbureau BRO. In de tekening staan de corresponderende cijfers uit de tekst. Als alle reacties en verslag door de omgeving is goedgekeurd zal het plan opnieuw worden aangeboden bij de gemeente om het bestemmingsplan in procedure te brengen. Als de gemeente verder akkoord is op alle onderdelen zal het bestemmingsplan worden gepubliceerd en 6 weken ter inzage worden gelegd. In deze 6 weken kan eenieder nog een zienswijze indienen als er nog opmerkingen zijn het op het plan.
Indien na de terinzagelegging van 6 weken geen reacties zijn binnengekomen dan za het plan worden voorgelegd aan de gemeenteraad om het bestemmingsplan vast te stellen.
Wij hopen dat alles zo duidelijk is, en wachten jullie reactie af. Met vriendelijke groet
Anne Wouters 06 39 08 54 33 André Wouters 06 10 89 31 46 Karin Wouters 06 14 33 54 70 info@dogworld-pension.nl
Verslag omgevingsdialoog broekdijk 60. Op 17 maart 2021 heb ik de brief die hierbij als bijlage bijgevoegd is, rondgebracht bij de volgende personen: Broekdijk 52 Hulten Wierkstraat 20 Hulten Tinnegietersweg 9 Rijen Zwarte Dijk 47 Rijen Zwarte Dijk 45 Rijen Zwarte dijk 72 Rijen In deze brief hebben wij onze plannen inzake het hondenpension/caravanstalling uitgelegd, en gevraagd of er buren zijn die hier dingen op aan willen vullen of hun zienswijze geven. Zij kregen hier 2 weken de tijd voor. Ik heb van 3 buren een reactie ontvangen waarvoor dank. Reactie 1: dit was een kaart waarin werd aangeven geen bezwaren te hebben, en Anne veel succes wensen met DogWorld pension en uitlaatservice. Reactie 2: die schreven op 25-3-2021: Beste Familie Wouters, Naar aanleiding van jullie schrijven geven wij onze reactie. Aangaande de caravanstalling in schuur 1 en de aan- en afrijbewegingen zijn voor ons geen probleem. Stallen 2 en 3 en de hooiberg is voor ons ook geen probleem. De 3 veldjes in vak 6 geeft geen aanleiding tot problemen zolang het geluidshinder niet meer wordt als in het verleden bij Coen Jansen. Wat wij zeker niet willen is dat schuur 1 in de toekomst op welke manier dan ook gebruikt gaat worden voor de opvang van honden. Daarnaast willen wij ook niet dat zowel aan de linkerrechter en achterkant van schuur nr 1 een hondenuitlaatweide of hondenspeelweide komt.
Dit zal directe geluidshinder geven bij ons. Verder wensen wij jullie veel succes met jullie hondenpension. Reactie 3: die schreven op 28-3-2021: Beste familie Wouters, Bedankt voor het delen van jullie plannen in de omgevingsdialoog. Dit schrijven is een reactie hierop. In de tekening en brief staat duidelijk uitgelegd wat de bedoeling is en wat voor veranderingen er gaan plaatsvinden. Tot op heden hebben wij geen noemenswaardige geluidshinder ondervonden van het hondenpension. We gaan er van uit dat de aangekondigde aanpassingen die jullie beschrijven daar geen verandering in gaan brengen. Wat betreft de caravanstalling in schuur 1 daar hebben wij geen bezwaar tegen ook niet tegen de aanrijbewegingen die daaraan verbonden zijn. Wel zouden wij het bezwaarlijk vinden als in schuur 1
ooit honden hun opvang krijgen of dat honden rondom schuur 1 op veldjes loslopen. Dit zal wel tot meer geluidsoverlast gaan zorgen verwachten wij. Wij wensen jullie veel succes met jullie nieuwe onderneming. Reactie 4: Is een mondelinge reactie, zij hebben aangegeven geen bezwaren te hebben, maar willen wel een keer een gesprek met ons. Dit wordt op korte termijn ingepland. Wij zijn voornemens om zodra corona voorbij is, om alle buren alsnog uit te nodigen om een kijkje te komen nemen hoe het er nu allemaal bijstaat, want we weten dat velen van hen best nieuwsgierig zijn hoe het van binnen er uitziet. Verder zijn wij van plan om de schuur 1 zeker niet voor honden te gaan gebruiken. De optie voor de velden rondom de schuur willen we voor de toekomst wel open houden, in geval de andere velden een opknapbeurt nodig hebben die vaak enkele weken in beslag zal nemen. Gras moet gezaaid worden en heeft tijd nodig om voldoende dicht te worden. Wij zijn van mening als we voldoende beplanting rondom de velden hebben en met kleinere stabiele groepen honden kunnen werken dat dan de overlast tot een minimum beperkt blijft.
Bijlage 4 Vooroverlegreactie waterschap Brabantse Delta
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
35
Gemeente Gilze en Rijen De heer A. van der Zwaluw
Onderwerp:
Uw schrijven van Uw kenmerk Zaaknummer Ons Kenmerk Behandeld door Doorkiesnummer Datum Verzenddatum
: : : : : : : :
23 augustus 2021 Broekdijk 60 Hulten 454077 458321 de heer P. van der Pluijm 076 564 11 27 3 september 2021
wateradvies voorontwerp bestemmingsplan Broekdijk 60 Hulten
Geachte heer van der Zwaluw,
Op 23 augustus 2021 heeft u het voorontwerp bestemmingsplan Broekdijk 60 Hulten te Hulten toegestuurd met het verzoek om conform de watertoets een advies uit te brengen zoals bedoeld in artikel 3.1.1 lid 1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Naar aanleiding van het voorontwerp bestemmingsplan hebben wij de volgende op- en aanmerkingen. Er is sprake van een functiewijziging van agrarisch naar niet agrarisch vanwege de uitbreiding van het dierenpension. Bij de aanpassingen binnen het bedrijf neemt het verhard oppervlak af. Toelichting Wij verzoeken u in de waterparagraaf te verwijzen naar het beleid van waterschap Brabantse Delta en stellen daarom voor om de volgende tekst op te nemen in de waterparagraaf. Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken, beheer van vaarwegen en nautisch beheer. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerplan 2016-2021, wat tot stand is gekomen in samenspraak met de waterpartners.
Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema’s gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema’s/speerpunten uit het waterbeheersplan en heeft het waterschap een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. Dan kan er onder voorwaarden sprake zijn van vrijstelling van de vergunningsplicht. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.
De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de ‘beleidsregel Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Waterschap Brabantse Delta Postbus 5520, 4801 DZ Breda T 076 564 10 00 F 076 564 10 11 E info@brabantsedelta.nl I www.brabantsedelta.nl K.v.K.nr: 51 181 584 IBAN NL88 NWAB 0636 7592 02 BIC NWABNL2GXXX BTW.nr: NL812566762B01
Wij verzoeken u in de waterparagraaf aandacht te schenken aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Wateradvies Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan geven wij een positief wateradvies. Overige opmerkingen In Nederland leidt klimaatverandering tot hogere temperaturen, meer (extreme) neerslag, drogere zomers en een stijgende zeespiegel. Het gaat daarbij niet alleen om geleidelijke veranderingen. Extreem weer, zoals hittegolven en forse regen- en hagelbuien, zal steeds vaker voorkomen en tot meer schade en slachtoffers leiden. Klimaat adaptief bouwen en inrichten biedt een kans om van gebieden een aantrekkelijk leef- en vestigingslocatie te maken met meer groen en ruimte voor water in de bebouwde omgeving en voor meer innovatieve bouwvormen. Hiermee worden ook andere doelen dan klimaatadaptie gediend, zoals een gezonde en veilige leefomgeving, biodiversiteit en het verhogen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Verschillende decentrale overheden en regio’s werken actief aan klimaat adaptief bouwen en inrichten.
Voorbeelden van concrete maatregelen zijn te vinden op de site van Rijksoverheid www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2020/04/30/handreiking-regelgeving-klimaat-adaptiefbouwen-en-inrichten. Tot slot wijzen u erop dat er voor het uitvoeren van werkzaamheden in of rondom oppervlaktewaterlichamen of waterkeringen en voor het onttrekken/infiltreren van grondwater, gebods- of verbodsbepalingen kunnen gelden op basis van de Keur. Veelal is voor werkzaamheden die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer een vergunning van het waterschap benodigd. In sommige gevallen kan een werkzaamheid onder een Algemene regel vallen, waardoor er onder voorwaarden sprake kan zijn van een vrijstelling van de vergunningplicht. De Keur en de Algemene regels zijn onder andere te raadplegen op de website van het waterschap (www.brabantsedelta.nl). Voor meer informatie hierover kunt u contact opnemen met de afdeling vergunningen via telefoonnummer 076 564 13 45.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met de de heer P.W.A.M. van der Pluijm van het waterschap via telefoonnummer 076 564 11 27. Hoogachtend, Namens het dagelijks bestuur, Teammanager vergunningen, mr. B.P. de Jong
-2-
Bijlage 5 Vooroverleg Provincie
38
Bestemmingsplan "Broekdijk 60, Hulten" (vastgesteld)
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeente Gilze en Rijen Postbus 73 5120 AB RIJEN
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Datum
7 september 2021 Ons kenmerk Onderwerp
C2285640/4948156
Voorontwerp-bestemmingsplan Broekdijk 60 Hulten
Uw kenmerk
Contactpersoon
B.C. (Bart) Coolen Telefoon
Geacht college,
(06) 52 79 41 50 Email
In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft u ons om een reactie gevraagd op het voorontwerp bestemmingsplan Broekdijk 60 Hulten. In onze reactie gaan wij in op onderwerpen die op basis van het provinciaal ruimtelijk beleid relevant zijn. Planbeschrijving