CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan Stationsomgeving Rijen - Toelichting

Raadscommissie Ruimte 15 februari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Stationsomgeving Rijen"30.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Voetgangers kunnen gescheiden van het auto- en fietsverkeer gebruik maken van de onderdoorgang, door een verhoogde ligging van het voetpad. De oost-west relatie aan de noordzijde van het spoor wordt ook veiliger. Voor fietsers passeert de nieuw aan te leggen fietsroute Breda-Tilburg (F58) het station aan de noordzijde van het spoor en kruist ongelijkvloers met de Stationsstraat (zie figuur 2.11 en 2.12 in paragraaf 2.3). Via de F58 kunnen fietsers dus de onderdoorgang ongelijkvloers kruisen: de ongelijkvloerse oversteek is onderdeel van de snelfietsroute. Voetgangers

blad 32 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

kunnen de Stationsstraat oversteken via een voetpad op het fietsbrugdek van de snelfietsroute. Verder wordt aan de zuidkant van het spoor een ongelijkvloerse voetgangersoversteek over de Julianastraat mogelijk gemaakt. Door deze scheiding van verkeersstromen ontstaat ook voor de auto's een veiligere situatie, doordat risico op ongevallen met andere weggebruikers afneemt. Zo ontstaat een algehele veiligere verkeerssituatie in vergelijking met de huidige situatie. Daarnaast vormt de her in te richten Julianstraat/Stationsstraat een verbinding, met name voor het langzaam verkeer, richting het autoluwe centrum van Rijen. Conclusie Op basis van bovenstaande toetsing past de voorliggende ontwikkeling in het ambitiedocument van de gemeente Gilze en Rijen

3.3.3

Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen Op 21 december 2015 is de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen vastgesteld door de gemeenteraad van Gilze en Rijen. De structuurvisie schetst de ambitie, visie en strategie voor de lange termijn ontwikkeling van de kernen Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten. Binnen de Structuurvisie 'Stedelijk gebied' Gilze en Rijen (2015) zijn voor het aspect verkeer de volgende beleidsuitgangspunten opgenomen: De gemeente zet in op een sterker onderscheid in wegen. Enerzijds om de doorstroming en bereikbaarheid te verbeteren. Anderzijds ter verbetering van de veiligheid en het leefklimaat. Waar deze ambities samenkomen, worden gerichte keuzes gemaakt: In Rijen kiest de gemeente ervoor om de verkeersafwikkeling meer dan voorheen via de buitenkant te sturen (Hannie Schaftlaan, N282 en N631). Binnen de kom ligt het accent meer op de oost/west-verbindingen; De gemeente zet zich in voor sterke ontwikkeling langs het spoor door een integrale gebiedsontwikkeling, waarbij het stationsgebied wordt verbonden met andere dynamische gebieden; De gemeente bevordert het gebruik van de fiets binnen de dorpen, door gerichte investeringen in het fietsnetwerk; De gemeente zet zich in regionaal verband in voor HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) Tilburg - Oosterhout.

Bereikbaarheid in Rijen gekanteld De bereikbaarheid binnen Rijen is in de laatste vijftien jaar gekanteld. De interne bereikbaarheid (van wijken en bedrijven) steunde van oudsher op de centrale as, bestaande uit de Julianastraat, Stationsstraat en Hoofdstraat. Maar de afgelopen vijftien jaar is het belang van de centrale as verminderd, door de nieuwe verkeersstructuur bestaande uit: de oost/west-as: Mary Zeldenrustlaan – Spoorlaan Noord - Rembrandtlaan – Nassaulaan (de zogenoemde 'dwarsstructuur'); de Hannie Schaftlaan: Met de aanleg van de Hannie Schaftlaan is de ontsluiting van het dorp sterk verbeterd. De oostelijke wijken (waar twee derde van de inwoners wonen) worden niet meer alleen via de Julianastraat en de Hoofdstraat ontsloten, maar ook buitenom via de Hannie Schaftlaan. Structuurvisie met aanvulling Op 17 juni 2021 is de Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling vastgesteld door de gemeenteraad van Gilze en Rijen. Deze aanvulling verwerkt de Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen, zoals vastgesteld op 4 juni 2020, in de Structuurvisie. In paragraaf 3.3.5 wordt nader ingegaan op deze Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen. Conclusie De herontwikkeling van de spoorzone sluit aan op de beleidsuitgangspunten die voor Rijen zijn opgesteld, namelijk een integrale gebiedsontwikkeling langs het spoor en het verkeer zo

blad 33 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

veel mogelijk via de buitenkant te sturen. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling past binnen de structuurvisie Stedelijk Gebied (2015).

3.3.4

Verkeersvisie 2025 Gilze en Rijen; actualisatie 2019 In de Verkeersvisie 2025 Gilze en Rijen worden de lijnen uitgezet voor het verkeer en vervoer tot 2025. Op 30 september 2019 is een geactualiseerde versie van de Verkeersvisie 2025 vastgesteld. De visie is de verkeerskundige uitwerking van de toekomstvisie 'Wij zijn Gilze en Rijen' (zie paragraaf 3.3.1), het ambitiedocument ‘Ambities Gilze en Rijen - Nieuwe kansen!’ (zie paragraaf 3.3.2) en de ‘Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen’ (zie paragraaf 3.3.3). In het document is een mindset beschreven, de blik op verkeer en vervoer, vanuit drie thema's: 1. Leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig 2. Duurzaam en innovatief 3. Samenwerking en burgerparticipatie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de bovenstaande thema's. Dit komt doordat de onderstaande doelen centraal staan bij de ontwikkeling: De barrièrewerking van het spoor in de as van Rijen (Stationsstraat/Julianastraat) wordt opgeheven en de stationsomgeving wordt sterk verbeterd. Een onderdoorgang in woonstraatprofiel biedt voor de gebruikers (auto's en fietsers; voetgangers op het verhoogde voetpad naast de rijbaan) een optimale en veilige verbinding tussen noord en zuid. Zijperrons die breed genoeg zijn en (ook vanuit de zuidzijde) bereikbaar zijn voor langzaam verkeer zonder het spoor te hoeven oversteken zorgen voor een veilig station.

Liften aan beide zijden zorgen er voor dat iedereen zelfstandig op de perrons kan komen. Het dichter bij elkaar leggen van de sporen leidt tot een gunstigere uitgangssituatie voor het aspect spoorweggeluid en een kortere onderdoorgang dan bij de huidige spoorligging. Het opheffen van de overweg geeft de mogelijkheid om geluidschermen (in het kader van MJPG) door te trekken over de onderdoorgang heen. Dit zorgt voor minder geluidsoverlast en draagt ook bij aan suïcidepreventie. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de visie die is opgesteld voor de thema's 'leefbaarheid, bereikbaar en verkeersveilig' en 'duurzaam en innovatief'. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Verkeersvisie 2025.

3.3.5

Gebiedsvisie stationsomgeving Rijen (2020) Door LOS Stad om land B.V. is in 2020 de 'Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen' opgesteld die op 4 juni 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Deze visie integreert eerder verrichte onderzoeken en gestelde kaders. Met deze integrale gebiedsvisie wil de gemeente een aantrekkelijke stationsomgeving creëren, waar het goed en veilig wonen, werken, verblijven en reizen is. De gebiedsvisie dient na vaststelling als vertrekpunt voor op te stellen bestemmingsplannen en wordt in de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen verwerkt. Onderstaand worden de hoofdambities (onderstreept) weergegeven, met daarbij een korte toelichting per hoofdambitie. 1.

blad 34 van 84

Een aantrekkelijker verblijfsgebied voor gebruikers en omwonenden door het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en sfeer. De gemeente ziet kansen voor herontwikkeling, zoals het prominenter zichtbaar maken van het stationsgebouw en het Rijksmonument aan de zuidzijde van het spoor. Daarnaast biedt de aanleg van de onderdoorgang, kansen om de gebouwde Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

omgeving te verbeteren via herontwikkeling. De herontwikkelingsmogelijkheden liggen deels op gronden die in eigendom zijn (of komen) van de gemeente en deels op gronden van derden. In paragraaf 2.3 van deze toelichting wordt ingegaan op die herstructureringen waar dit bestemmingsplan op ziet. Daarnaast bestaat de ambitie om de openbare ruimte van het nieuwe Stationsplein te veraangenamen en klimaatadaptief in te richten, om passanten en (wachtende) reizigers een aantrekkelijke omgeving te bieden. Wat dat laatste betreft gaat het onder andere om het vergroenen van het Stationsplein (planten van bomen), het beperken van de hoeveelheid verharding en het op natuurlijke wijze laten infiltreren van regenwater in de bodem. 2.

Een betere entree naar de kern van het dorp De stationsomgeving ligt aan/nabij één van de belangrijkste dragers van het dorp, namelijk het lint Julianastraat – Stationstraat – Hoofdstraat. Dit lint is zeer herkenbaar in het dorp en de wens is dan ook om deze herkenbaarheid te behouden en waar nodig te versterken/accentueren.

3.

Een betere en veilige bereikbaarheid/toegankelijkheid van de stationsomgeving voor alle verkeersdeelnemers onder andere door het wegnemen van de spoor barrière De route Julianastraat – Stationsstraat is van oorsprong een doorgaande route. Verkeer dat vanuit de zuidzijde van Rijen (N282) komt en naar de noordkant van het spoor wilt (en vice versa) wordt geacht gebruik te maken van de twee gebiedsontsluitingswegen aan de oostkant en aan de westkant van Rijen. Dit zijn: aan de westzijde: de Nassaulaan, en aan de oostzijde: de Europalaan en Mary Zeldenrustlaan. Middels aanpassingen aan de Julianastraat (zie paragraaf 4.2 Verkeer) wordt autoverkeer ontmoedigd om de onderdoorgang te gebruiken. Als gevolg van de aanleg van de onderdoorgang verandert de aansluiting op de bestaande verkeersstructuur. De onderdoorgang sluit aan de noordelijke zijde van het station aan op de Constance Gerlingsstraat en de Spoorlaan-Noord. Aan de zuidzijde sluit de onderdoorgang aan op de wijk Rijen-Zuid. Door middel van trappen ter hoogte van het Stationsplein (noordzijde) en de Parallelweg (zuidzijde) kunnen voetgangers de onderdoorgang bereiken. De panden aan de Julianastraat en de Stationsstraat zijn in de beoogde situatie bereikbaar voor voetgangers, fietsers en auto(-bestemmings-)verkeer via de parallelstructuur aan weerszijden van de onderdoorgang.

blad 35 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Figuur 3.3: Impressie van de onderdoorgang; aan de linkerkant van de figuur is het bestaande Stationsgebouw aan de noordkant van het spoor zichtbaar; de rechterkant toont Julianastraat/Parallelweg (Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen, 2020) Voor de fietsers verbetert de verkeerssituatie omdat zij ongehinderd het spoor kunnen kruisen. Tevens zal aan de noordzijde van het spoor de snelfietsroute tussen Breda en Tilburg worden ingepast. Ook zullen voldoende fietsparkeerplekken gerealiseerd worden, zowel aan de noord- als aan de zuidzijde. Voor de voetgangers is ook sprake van een verbetering van de verkeerssituatie. De beide perrons zullen worden verbonden middels de eerder genoemde onderdoorgang en de Oost-West relatie wordt ook veiliger omdat de voetganger de Stationsstraat ongehinderd kruist via de ongelijkvloerse kruising van de onderdoorgang door middel van een voetpad dat naast het brugdek voor de Snelfietsroute wordt gelegd. Aan de zuidkant van het spoor wordt een ongelijkvloerse voetgangersoversteek over de Julianastraat mogelijk gemaakt. Personen die slechter ter been zijn of de trappen niet kunnen gebruiken, kunnen de voetgangersonderdoorgang bereiken en dus het spoor passeren door gebruik te maken van liften aan weerszijden van het spoor. 4.

Een betere bereikbaarheid van het openbaar vervoer (trein en bus) In de beoogde situatie ligt het zwaartepunt voor de autobereikbaarheid van het station volledig aan de noordzijde. Bij de verdere uitwerking van de stationsomgeving is het de wens om het aantal parkeerplaatsen aan de noordzijde te vergroten. Een halte voor de bus en buurtbus zal, zoals dat thans ook het geval is, aan de noordzijde van het station een plek krijgen. De busroute kruist nu en ook in de toekomst het spoor via de Generaal Maczek Tunnel.

5.

Een (sociaal) veilige onderdoorgang De onderdoorgang ter plaatse van de Julianastraat – Stationstraat is bedoeld voor auto's en fietsers en zal worden ingericht met woonstraatprofiel, waarbij de voetganger de onderdoorgang passeert via een voetpad dat verhoogd is aangelegd ten opzichte van de rijbaan. De voetganger bereikt de onderdoorgang via de trappen of de liften en mengt zich dus niet met het overige verkeer. Onnodig doorgaand autoverkeer wordt ontmoedigd zoals eerder beschreven. De ambitie is om de onderdoorgang, door middel van specifieke ingrepen (bijv. licht wijkende wanden, verlichting, materialen), zo overzichtelijk en aantrekkelijk mogelijk te maken.

6.

Klimaatbestendige inrichting met het oog op voorkomen van hittestress Hierbij gaat het onder meer om het vergroenen van het Stationsplein (planten van bomen), het beperken van de hoeveelheid verharding en het op natuurlijke wijze laten infiltreren van regenwater in de bodem. Daarnaast bestaat de wens om het bestaande lint Julianastraat- Stationsstraat – Hoofdstraat en de Oost-West route 'Mary Zeldenrustlaan, Constance Gerlingsstraat, Spoorlaan-Noord, Rembrandtlaan, Nassaulaan' zo veel mogelijk door bomen te laten begeleiden. Aan de zuidwestzijde van het spoor wordt zoveel mogelijk het laankarakter versterkt, passend bij het groene en bosachtige karakter van Rijen-Zuid.

Voorliggende ontwikkeling waar het bestemmingsplan op ziet, komt voort uit en past in de Gebiedsvisie Stationsomgeving Rijen (2020).

blad 36 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Hoofdstuk 4

Planologisch relevante aspecten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de conclusies ten aanzien van de milieuaspecten die van belang zijn voor dit bestemmingsplan. Per aspect wordt ingegaan op het geldende toetsingskader, de conclusies van het onderzoek en de wijze waarop conclusies zijn vertaald naar het bestemmingsplan. De resultaten van de verschillende milieuonderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn weergegeven in de bijbehorende bijlagen rapporten. Voor een nadere onderbouwing van de conclusies wordt verwezen naar de onderzoeken.

4.1

Besluit milieueffectrapportage Toetsingskader De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt dit voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten, met bijbehorende drempelwaarden, aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen (m.e.r.-beoordeling). Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r.

te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald wordt (deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor dergelijke activiteiten dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de rechtstreeks verplichte m.e.r.-beoordeling, getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling niet alle procedurele vereisten van toepassing zijn (vandaar de term vormvrij). De initiatiefnemer dient bijvoorbeeld wel een melding te doen van zijn voornemen en het bevoegd gezag dient hierover binnen zes weken een besluit te nemen en de initiatiefnemer hiervan op de hoogte te stellen. Qua inhoud geldt dat wordt getoetst aan de criteria vanuit de Europese richtlijn m.e.r.. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.

of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r..

blad 37 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Toetsing De toetsing van de voorgenomen ontwikkeling op de hierboven benoemde criteria is opgenomen in de Notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. De notitie d.d. 9 september 2021 is opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het bestemmingsplan 'Stationsomgeving Rijen' die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieueffecten. Geconcludeerd kan worden dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling niet op belemmeringen voor de milieueffecten stuit en dat een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is. Met deze conclusie wordt in voorliggend bestemmingsplan door de gemeente Gilze en Rijen een besluit genomen om geen nadere m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

4.2

Verkeer Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in het kader van het bestemmingsplan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Voor de beoogde ontwikkeling wordt voor de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. De parkeernorm is berekend op basis van kencijfers uit CROW publicatie 381 ('Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'). De naam CROW is oorspronkelijk een afkorting van Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek en is tegenwoordig het kennisinstituut voor onder andere verkeer en vervoer. Het kencijfer wordt bepaald aan de hand van de stedelijkheid (adressendichtheid). Toetsing Verkeersafwikkeling De onderdoorgang voor het kruisend verkeer komt te liggen ter hoogte van de Julianastraat/Stationsstraat. De onderdoorgang is bedoeld voor zowel de voetganger, fiets als de auto. De onderdoorgang krijgt een autoluw karakter en wordt daartoe ingericht met het profiel van een woonstraat.

De voetganger passeert de onderdoorgang via een voetpad dat verhoogd in de onderdoorgang is aangelegd ten opzichte van de rijbaan. De voetganger bereikt de onderdoorgang via de trappen of de liften en mengt zich dus niet met het overige

blad 38 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

verkeer. Verkeer dat vanaf de zuidzijde van Rijen (N282) komt en naar de noordkant van het spoor wil (en vice versa) wordt geacht gebruik te maken van de twee gebiedsontsluitingswegen aan de oost- en westkant van Rijen. Dit zijn: Aan de oostkant de Europalaan – Mary Zeldenrustlaan. Aan de westkant de Oosterhoutseweg (N631), en vervolgens de Nassaulaan. Beide routes zijn ingericht om “meer” verkeer af te wikkelen (gebiedsonsluitingswegen). Via de Hannie Schaftlaan – Europalaan kan het verkeer via de Generaal Maczektunnel onder het spoor door. Voor de N631 geldt dat de gemeenteraad op 19 juli 2021 het bestemmingsplan 'N631 onderdoorgang spoor Rijen' heeft vastgesteld. Hiermee zijn deze routes aantrekkelijk voor autoverkeer. Om de routekeuze voor gemotoriseerd verkeer via de Europalaan en de Oosterhoutseweg (N631) te stimuleren, is het nodig om de Julianastraat en het zuidelijke deel van de Stationsstraat af te waarderen, zodanig dat op het hele traject tussen de Ericssonstraat tot en met de Constance Gerlingsstraat een gemiddelde rijsnelheid ontstaat van 25 km/h. De huidige Julianastraat heeft de functie en uitstraling van een zogenaamde gebiedsontsluitingsweg, met een snelheidsregime van 50 km/uur. Dit wordt ondersteund door de vormgeving met een geasfalteerde rijbaan met asmarkering, vrijliggende fietspaden en voorrang op zijwegen (uitritconstructie).

De lange rechtsstand met een verre doorkijk maakt vervolgens dat maatregelen noodzakelijk zijn om in de praktijk een gemiddelde rijsnelheid van 25 km/uur af te dwingen en de route onaantrekkelijk te maken voor doorgaand verkeer. Door Antea Group (2020, zie Bijlage 2) is een memo opgesteld waarin een aantal noodzakelijke maatregelen beschreven zijn om deze gemiddelde snelheid ook daadwerkelijk te bereiken. In de memo worden maatregelen beschreven waarmee op het traject Julianastraat en het zuidelijke deel van de Stationsstraat (tussen de Ericsonweg en de Constance Gerlingsstraat), dat circa 750 meter lang is, een gemiddelde rijsnelheid van maximaal 25 km/h bewerkstelligd kan worden. In de basis gaat het om het afwaarderen van het hele traject van Julianastraat naar een erftoegangsweg. Op die manier kan een weg ontstaan die gelijkwaardig is aan de kruisende wegen en de weg kan dan worden opgenomen in de 30 km/uur-zone aan de zuidkant van het spoor. In de verdere uitwerking wordt gekeken hoe de maatregelen exact vormgegeven worden. Verkeersintensiteiten Door Antea Group (2020, zie Bijlage 3) is een berekening uitgevoerd van de verkeersintensiteiten. Uitgangspunt daarbij is de inrichting van de Julianastraat als 30 km/u zone waarbij de gemiddelde rijsnelheid op 25 km/u zal liggen.

Berekend is dat, na aanleg van de onderdoorgang, een afname van het verkeer in de Stationsstraat en Julianastraat plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie op de Stationsstraat/Julianastraat (zie tabel 4.1 en 4.2). De later doorgevoerde wijziging van de zuidelijke toerit heeft geen effect op de uitkomsten van de modelberekening. Tabel 4.1: verkeersintensiteiten in de Stationsstraat en Julianastraat in de referentiesituatie (2026) en de beoogde situatie (2026 en 2036, na aanleg onderdoorgang en wijziging snelheidsregime, in motorvoertuigen per werkdag)

blad 39 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Tabel 4.2: verkeersintensiteiten in de Stationsstraat en Julianastraat in de referentiesituatie (2026) en de beoogde situatie (2026 en 2036, na aanleg tunnel en wijziging snelheidsregime, in motorvoertuigen per weekdag)

Parallelstructuren nabij de onderdoorgang Aan de zuidzijde van het spoor wordt aan de westzijde, evenwijdig aan de onderdoorgang een nieuwe woonstraat gerealiseerd. Hiermee kunnen de maximaal 27 nieuwe woningen aan de Julianastraat en de woningen aan de Spoorlaan Zuid worden ontsloten. Tevens wordt, om ruimte te creëren voor de onderdoorgang aan de oostzijde van de Julianastraat enkele infrastructurele ingrepen gedaan. Daarmee komt men uit op het zuidelijke stationsplein en de fietsenstalling nabij het Rijksmonument. De panden aan de oostzijde van de Julianastraat blijven tevens bereikbaar voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. Ook aan de noordzijde van het spoor komt aan beide zijden van de onderdoorgang een parallelstructuur die een verbinding vormt voor voetgangers en fietsers tussen de Constance Gerlingsstraat en het stationsplein. De panden gelegen aan weerszijden van de onderdoorgang worden op die manier tevens ontsloten voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. De panden aan de zuidwestzijde van de Stationsstraat kunnen tevens via de westzijde (Koolaspad in combinatie met de snelfietsroute) worden bereikt. Verkeersveiligheid Met de realisatie van de onderdoorgang wordt een veiligere situatie gecreëerd dan in de huidige situatie het geval is. Momenteel kruisen het trein-, auto- en langzaam verkeer elkaar ter hoogte van de spoorwegovergang.

Na realisatie van de onderdoorgang is sprake van een scheiding van verkeersstromen. De voetgangers kunnen, middels een voetpad in de onderdoorgang, gescheiden van het autoverkeer het station en de overzijde van het spoor bereiken. Fietsers kunnen, door gebruikmaking van de nieuw aan te leggen snelfietsroute (F58) het verkeer dat gebruikmaakt van de Stationsstraat ongelijkvloers kruisen (zie blad 40 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

paragraaf 2.3, figuur 2.11 en 2.12). Ook voetgangers kunnen van deze oversteek – via een te realiseren voetpad parallel langs het fietspad – de Stationsstraat ongelijkvloers kruisen. Tevens wordt aan de zuidzijde van het spoor, over de Julianastraat, een oversteekmogelijkheid voor voetgangers mogelijk gemaakt. Door de scheiding van verkeersstromen ontstaat ook voor de auto's een veiligere situatie, doordat risico op ongevallen met andere weggebruikers afneemt. Parkeren Om nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken dienen er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Voldaan moet worden aan de parkeereis, welke is opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017', danwel in het gemeentelijk parkeerbeleid zoals geldend op het moment van vergunningaanvraag. Uitgangspunt bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen is dat de parkeerbehoefte op eigen terrein, dan wel binnen het plangebied, moet worden opgelost. Stationsomgeving De herontwikkeling van het stationsgebied heeft geen invloed op de parkeervraag van het stationsgebied. Deze blijft ook richting de toekomst hetzelfde. Door de wijzigingen van de infrastructuur veranderen ook de rijstromen rondom het stationsgebied.

Het zwaartepunt voor de autobereikbaarheid van het station ligt, als gevolg van het kantelen van de verkeersstructuur (de voorkeursroute buitenom, via de N631/Oosterhoutseweg of de Hannie Schaftlaan/Europalaan), aan de noordzijde. De focus voor het autoparkeren ten behoeve van het station ligt volledig aan de noordkant. Bij de verdere uitwerking van de stationsomgeving wordt het aantal parkeerplaatsen aan de noordzijde mogelijk vergroot (NS terrein). Het bestemmingsplan maakt dit planologisch mogelijk. Als gevolg van de mogelijkheid het aanbod van parkeerplaatsen in de stationsomgeving te vergroten, worden ook in de toekomst geen knelpunten verwacht omtrent het parkeren in het stationsgebied. Als gevolg van de aanleg van de onderdoorgang verdwijnen er drie openbare parkeerplaatsen langs de Stationsstraat. Deze drie parkeerplaatsen worden teruggebracht op de door de gemeente aangekochte gronden aan de Stationsstraat/Spoorlaan Noord. Hier kunnen 26 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Woningbouwlocaties Binnen de stationsomgeving zijn twee woningbouwlocaties. Eén daarvan is aan de nieuwe parallelweg langs de Julianastraat tussen de Spoorlaan Zuid en Karel Doormanstraat. Op deze locatie kunnen maximaal 27 woningen (bijvoorbeeld 20 appartementen en 7 woningen) worden gerealiseerd. De andere woningbouwlocatie is aan de Stationsstraat/Stationsplein.

Hier zijn maximaal 2 woningen mogelijk. De uiteindelijke invulling van de woningbouwlocaties moet voldoen aan de parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017', danwel in het gemeentelijk parkeerbeleid zoals geldend op het moment van vergunningaanvraag. Artikel 26.1 van de regels vormt hierbij het toetsingskader. Fietsparkeren Het is mogelijk dat door een veranderend mobiliteitsgebruik er minder gebruik wordt gemaakt van de auto en meer van de fiets en het openbaar vervoer. Om het station via de zuidzijde ook voor fietsers en voetgangers goed bereikbaar te maken zullen aan de zuidzijde van het station fietsenstallingen gerealiseerd worden. De capaciteit van de stalling aan de noordzijde zal (beperkt) worden uitgebreid. Hierdoor wordt het stallingsaanbod voor fietsers vergroot. De bestaande capaciteit voor het fietsparkeren bedraagt 996 plekken. Uit de prognose van ProRail blijkt dat er in 2040 een capaciteit benodigd is voor 1.435 plekken. Dit houdt in dat er in 2040 behoefte is aan 439 nieuwe plekken voor het fietsparkeren. De nieuwe fietsenstalling ten zuiden van de spoorweg biedt plaats aan 256 parkeerplekken voor blad 41 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

fietsen, bromfietsen en speciale fietsen. Voor de overige behoefte wordt de bestaande fietsenstalling aan de noordkant uitgebreid. Conclusie Op basis van voorgaande worden geen knelpunten in de verkeersafwikkeling, de verkeersveiligheid en op het gebied van parkeren in de beoogde situatie verwacht. Zodoende is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor voorliggende ontwikkeling.

4.3

Geluid Toetsingskader wegverkeerslawaai Conform hoofdstuk VI van de Wet geluidhinder (zones langs wegen) hebben alle wegen een zone, uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De zone is een gebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk). Voor nieuwe, nog niet geprojecteerde woningen bedraagt de voorkeursgrenswaarde vanwege binnenstedelijk wegverkeerslawaai 48 dB en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde 63 dB. Reconstructie De Wet geluidhinder stelt voor bepaalde situaties regels aan de geluidstoename als gevolg van een fysieke wijziging van een weg. Bij het wijzigen van een aanwezige weg dient te worden onderzocht of sprake is van een zogenaamde “reconstructie”: er is sprake van een reconstructie wanneer een wijziging op of aan een aanwezige weg leidt tot een toename van de geluidbelasting vanwege die weg van 2 dB of meer. Deze reconstructie wordt, om verwarring te voorkomen met dezelfde term die staat voor de fysieke wijziging van de weg, ook wel een “reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder” genoemd.

Toetsingskader spoorweglawaai Conform het Besluit geluidhinder wordt de zonebreedte langs een spoorweg bepaald door de waarden van de geluidproductieplafonds ter plaatse van referentiepunten aan weerszijden van het spoor. De voorkeursgrenswaarde vanwege spoorweglawaai voor nieuwe, nog niet geprojecteerde woningen bedraagt 55 dB en de maximaal te verlenen ontheffingswaarde 68 dB. Aanvraag hogere waarde Bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde, maar niet van de maximale ontheffingswaarde, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders (B en W). Het vaststellen van een hogere waarde door B en W is mogelijk indien maatregelen om de geluidbelasting te reduceren aan bron (verkeer) of tussen bron en ontvanger (gebouw), zoals schermen, verkeer reducerende maatregelen, niet doelmatig zijn of bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerkundige, landschappelijke of financiële aard ondervinden. Indien ook de maximaal te verlenen ontheffingswaarde wordt overschreden is in principe geen geluidgevoelige functie mogelijk tenzij deze wordt voorzien van maatregelen (dove gevels).

Cumulatie geluidsbronnen Indien de voorkeursgrenswaarde voor een bepaalde geluidsbron overschreden wordt, en er sprake is van meerdere geluidsbronnen, dan dient tevens onderzoek gedaan te worden naar de effecten van de samenloop van de verschillende geluidsbronnen. Er dient te worden

blad 42 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

aangegeven op welke wijze met de samenloop rekening is gehouden bij het bepalen van de te treffen maatregelen (art. 110a en 110f van de Wgh). De gecumuleerde geluidbelasting dient tevens geclassificeerd te worden. Toetsing Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is in het kader van de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek uitgevoerd door Cauberg Huygen. De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Bestemmingsplan Stationsgebied in Rijen (Gilze en Rijen); onderzoek omgevingsgeluid' d.d. 12 juli 2021 (referentie: 06675-53057-09). Dit rapport is opgenomen als Bijlage 4 bij de toelichting. Hieronder wordt allereerst de ligging van het plangebied ten opzichte van geluidsbronnen beschreven, waarna vervolgens wordt ingegaan op de resultaten.

Figuur 4.2: situering gezoneerde en niet-gezoneerde wegen, weergegeven op een uitsnede van het plangebied en het spoor De geluidgevoelige bestemmingen zijn voor wat betreft wegverkeerslawaai gelegen binnen de bebouwde kom en binnen de geluidzone van de Spoorlaan-Noord/Constance Gerlingsstraat (zie figuur 4.2). De Stationsstraat/Julianastraat krijgt in de beoogde situatie een 30 km/u regiem. Hoewel toetsing aan de Wet geluidhinder niet van toepassing is op dergelijke wegen, heeft deze toetsing in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel plaatsgevonden. Overige wegen zijn uitgevoerd als 30 km/uur wegen. Deze overige wegen hebben een dermate geringe verkeersintensiteit dat nader akoestisch onderzoek niet relevant is. Door het plangebied loopt het spoortracé Breda – Tilburg (zie figuur 4.2). Dit tracé is onderdeel van de Brabantroute, waarop tevens goederen worden vervoerd. Om te bepalen of het plangebied gelegen is in de zonebreedte langs de spoorweg, zijn de geluidproductieplafonds ter plaatse van referentiepunten opgezocht. Deze zijn opgenomen in het geluidsregister van ProRail. Ter plaatse van het maatgevende referentiepunt geldt een geluidproductieplafond van 72,2 dB aan de zuidzijde van het spoor en van 71, 8 dB aan de noordzijde van het spoor. De zonebreedte langs het spoor bedraagt aan beide zijden van het spoor 900 meter.

Het plangebied is direct langs het spoor gelegen en ligt daardoor geheel binnen de geluidzone van het spoortracé. Separaat aan voorliggend bestemmingsplan vindt op termijn besluitvorming plaats in het blad 43 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

kader van het MJPG (Meerjarenprogramma Geluidsanering Spoor), voor onder andere het gedeelte van het spoortracé dat binnen dit bestemmingsplangebied gelegen is. Dit heeft te maken met de aanwezigheid van veel woningen in Rijen met een bouwjaar van vóór de inwerkingtreding van de Wet geluidhinder. In het kader van het MJPG worden maatregelen onderzocht om woningen te beschermen tegen te hoge geluidsbelastingen, in verband met de wettelijke verplichting van geluidsanering bij bestaande woningen. Maatregelen zijn bijvoorbeeld raildempers, het plaatsen van geluidschermen langs het spoor of het isoleren van woningen. De uitvoering van de maatregelen zal worden vastgelegd in het kader van besluitvorming van het MJPG. Aangezien de toekomstige maatregelen nog niet formeel zijn vastgelegd, is in het geluidsonderzoek geen rekening gehouden met de eventuele reductie vanwege die maatregelen. Het voorliggende bestemmingsplan zorgt dat de realisatie van de maatregelen mogelijk blijft, zo is het plaatsen van schermen mogelijk met de bestaande planregeling die ongewijzigd wordt overgenomen vanuit het bestemmingsplan 'Woongebied Rijen'. Onderstaand zijn de resultaten uit het geluidsonderzoek van Cauberg Huygen (2021) omschreven. Wegverkeerslawaai: 1.

Ten gevolge van de gezoneerde wegen (corridor Spoorlaan-noord - Constance Gerlingsstraat) treden geluidbelastingen op van ten hoogste 38 dB na aftrek. Hiermee wordt geheel voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Met betrekking tot wegverkeerslawaai zijn geen hogere waarden nodig. 2. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de niet-zoneplichtige wegen bedraagt ten hoogste 53 dB na 5 dB aftrek. Omdat vanwege de maximumsnelheid van 30 km/uur de wegen geen geluidszone hebben, is een beoordeling aan de geluidgrenswaarden van de Wet geluidhinder niet noodzakelijk. 3. Vanwege de toekomstige maximumsnelheid van 30 km/uur voor de te herprofileren Stationsstraat/Julianastraat is in het kader van deze herprofilering een wettelijk onderzoek conform de Wet geluidhinder niet vereist. Wel zijn de effecten van de herprofilering ter plaatse van de bestaande woningen onderzocht. Ter plaatse van alle bestaande woningen zijn geluidafnames van 3 dB of meer geconstateerd. Spoorweglawaai: 1.

2. 3.

4.

5.

6.

blad 44 van 84

Ten gevolge van de spoorwegen treden geluidbelastingen op van ten hoogste 78 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB en ook de maximale ontheffingswaarde van 68 dB overschreden. Er zijn hogere waarden nodig en deels ook dove gevels. De gecumuleerde geluidbelasting, spoorweglawaai (LRL,cum), bedraagt ten hoogste 78 dB. Langs de spoorlijn zijn ter hoogte van het plangebied nog geen hoge geluidschermen geplaatst, het effect van het plaatsen van hoge geluidsschermen en raildempers is nader onderzocht. Het realiseren van een 5 m hoog scherm met raildempers is – gelet op het geringe aantal nieuwe woningen - financieel niet doelmatig. Maatregelen ter reductie van het geluid ten gevolge van de wegen en spoorlijnen zijn vanwege overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard, ten behoeve van het bestemmingsplan niet realiseerbaar. Wel worden de al aanwezige raildempers aangemerkt als bronmaatregel. Doordat nog maar een klein deel van de sporen al van raildempers is voorzien, zijn de geluidbelastingen nog maar met enkele tienden van dB’s gereduceerd. De hoogst optredende geluidbelastingen zijn niet gewijzigd. Een goed woon- en leefmilieu kan worden bereikt met verschillen maatregelen.

In het rapport is een aantal (voorbeeld)principemaatregelen omschreven: de dove gevel, de vliesgevel, de niet-besloten, geluidafgeschermde galerij, de zaagtandgevel, voorhangschermen en de volledig verglaasde buitenruimte. Voor alle locaties in de Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

nieuwbouwplannen bieden een of meerdere van deze principemaatregelen voldoende geluidreductie. Bij de uitwerking van de bouwplannen zal uit nader akoestisch onderzoek aangetoond moeten worden dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder, het Bouwbesluit en de nadere geluideisen uit het bestemmingsplan. 7. Er zullen hogere waarden moeten worden aangevraagd ten aanzien van het geluid afkomstig van de spoorwegen van ten hoogste 68 dB. Geadviseerd wordt om in de regels van het bestemmingsplan, naast het voorschrijven van dove gevels, ook een afwijkingsregel op te nemen voor vrijstelling van deze dove gevels. De voorwaarde voor het kunnen verlenen van deze vrijstelling is dat ter plaatse van de gevel moet worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde dan wel aan een te verlenen hogere waarde van ten hoogste 68 dB. Dit kan zich voordoen indien een formeel besluit over de maatregelen in het kader van het MJPG is genomen. 8. Ter plaatse van de bestaande woningen aan de oostzijde van de Julianastraat is – als gevolg van de vervanging van een deel van de woningen aan de westzijde van de Julianastraat door een nieuw gebouw - zowel een afname van het spoorgeluid vastgesteld (nummers 110-118) als een toename van het spoorgeluid (106). De toename bedraagt 1 dB en is niet hoorbaar voor mensen. Een geluidstoename is voor een mens pas merkbaar vanaf een toename van 3 dB.

In het eerder genoemde akoestisch onderzoek is, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, een beoordeling uitgevoerd van de geluidbelastingen als gevolg van de toekomstige wegligging. Op basis van deze toekomstige maximumsnelheid is volgens de Wet geluidhinder een wettelijk reconstructie-onderzoek niet vereist. Ter plaatse van de beëindigingen van de wegreconstructie/30 km/uur-regiem is echter wel onderzoek nodig. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan de bestaande rijstroken, maar er worden naar verwachting nieuwe verkeerstekens geplaatst die de verkeersstromen over de Stationsstraat/Julianastraat wijzigen. Het plaatsen van nieuwe verkeerstekens wordt op grond van de Wet geluidhinder aangemerkt als een fysieke wijziging van een weg. Om die reden is door Cauberg Huygen voor de Constance Gerlingsstraat en de Julianastraat/Ericssonstraat een akoestisch onderzoek (reconstructieonderzoek) conform de Wet geluidhinder uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in het rapport 'Reconstructie Stationsstraat/Julianastraat in Rijen' (referentie: 06675-53057-08v2) d.d. 12 juli 2021. Dit rapport is opgenomen als Bijlage 5 bij de toelichting. Hierna wordt ingegaan op de conclusies en aanbevelingen.

Woningen ter hoogte van de te treffen fysieke wegwijzigingen zijn onderzocht als ook de woningen voorbij de begrenzingen van die fysieke wegwijzigingen, tot circa 80 m van de kruispunten. Onderzocht is of sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Dit is het geval wanneer een toename van de geluidbelasting, vanwege de fysieke wijzigingen van de weg, van 2 dB of meer optreedt, zonder rekening te houden met eventueel te treffen maatregelen. Het geluideffect van de fysieke wijzigingen is per woning beoordeeld op grond van een grenswaarde en een toekomstige waarde. In dit onderzoek zijn voor de hoogte van de grenswaarden de heersende waarden maatgevend. De geluidbelastingen in de toekomstige situatie (peiljaar 2035), met de getroffen fysieke wegwijzigingen, zijn lager dan die in de bestaande situatie: 0,3 dB tot 0,6 dB lager bij de woningen langs de Spoorlaan Noord/Constance Gerlingsstraat en 0,2 dB lager bij de woningen langs de Ericssonstraat/Julianastraat Zuid. Er is alleen sprake van geluidsafnames. Nergens is een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder geconstateerd. Er hoeven geen geluidbeperkende maatregelen te worden getroffen en er hoeven geen hogere geluidswaarden dan de grenswaarden te worden aangevraagd.

Vliegbasis Gilze-Rijen Op het aspect geluidbelasting vanwege vliegbasis Gilze-Rijen (KE-contouren) wordt nader ingegaan in paragraaf 4.13. Hier wordt geconstateerd dat ter plaatse van alle woningen blad 45 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

wordt voldaan aan de gestelde richtwaarden en de vliegbasis geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect geluid levert geen belemmeringen op voor voorgenomen ontwikkeling, aangezien voor wegverkeer de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden en omdat voor het spoorweglawaai een hogere waarde aangevraagd wordt en in de planregels is geborgd dat maatregelen worden getroffen om een goed woon- en leefklimaat te bereiken.

4.4

Luchtkwaliteit Toetsingskader In de Wet milieubeheer (Wm) zijn in hoofdstuk 5 (titel 5.2 luchtkwaliteitseisen) bepalingen opgenomen over luchtkwaliteit. Artikel 5.16 eerste lid van de Wm bepaalt in hoofdlijnen dat het bevoegd gezag er op toeziet dat een voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een overschrijding van luchtkwaliteitgrenswaarden zoals die zijn aangegeven in bijlage 2 van de Wm. Bijlage 2 van de Wm bevat voor diverse luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht grenswaarden en plandrempels. Bestemmingsplannen worden aan deze normen getoetst. Bronnen van luchtverontreiniging zijn enerzijds de achtergrondwaarde en anderzijds industriële bronnen en verkeer. Een grenswaarde geeft de kwaliteit aan van de buitenlucht die op een aangegeven tijdstip tenminste moet zijn bereikt en, wanneer die eenmaal is bereikt, niet meer mag worden overschreden. De praktijk leert dat langs wegen alleen de jaargemiddelde concentraties van stikstofdioxide en zwevende deeltjes, en de 24-uurgemiddelde concentratie zwevende deeltjes de normen kunnen overschrijden. Onderzoeken naar luchtkwaliteit zullen daarom in hoofdzaak gericht zijn op deze twee stoffen.

Niet in betekenende mate In de Regeling niet in betekende mate (NIBM) is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt de bouw van 1.500 woningen, bij minimaal één ontsluitingsweg. Toetsing Door Antea Group is in oktober 2020 een onderzoek gedaan naar de effecten van de ontwikkeling op het aspect luchtkwaliteit. Daarbij zijn de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 6. Daarin zijn in bijlage 1 van het onderzoek de gehanteerde verkeersintensiteiten opgenomen. Stikstofdioxide (NO2) In onderstaande tabel zijn de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 weergegeven voor de vijf meest maatgevende toetspunten (hoogste concentraties). De getoonde bronbijdrage betreft niet alleen de concentratiebijdrage ten gevolge van de planontwikkeling maar ook ten gevolge van het autonome verkeer op de gemodelleerde wegen.

Tabel 4.3: Rekenresultaten stikstofdioxide (NO2) in µg/m3

blad 46 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties NO2 onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (40 µg/m3). De berekende uurgemiddelde concentratie NO2 mag niet meer dan 18 keer per jaar groter zijn dan 200 µg/m3 . Uit de berekeningen blijkt dat de uurgemiddelde concentratie NO2 op alle beoordelingspunten minder dan 18 keer per jaar groter is dan 200 µg/m3 (zie ook het wettelijk kader). Fijnstof In onderstaande tabel zijn de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 weergegeven voor de vijf meest maatgevende toetspunten. Tabel 4.4: Rekenresultaten fijn stof (PM10) in µg/m3

Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM10 onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (40 µg/m3). De berekende 24-uursgemiddelde concentratie PM10 mag niet meer dan 35 keer per jaar groter zijn dan 50 µg/m3. Uit de berekeningen blijkt dat de 24-uursgemiddelde concentratie PM10 op alle beoordelingspunten minder dan 35 keer per jaar groter is dan 50 µg/m3. Fijnstof (PM2,5) In onderstaande tabel zijn de berekende jaargemiddelde concentraties PM2,5 weergegeven voor de vijf meest maatgevende toetspunten. Tabel 4.5: Rekenresultaten fijn stof (PM2,5) in µg/m3

Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende jaargemiddelde concentraties PM2,5 onder de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie liggen (25 ìg/m3). Overige luchtverontreinigende stoffen Voor een beoordeling van de overige luchtverontreinigende stoffen waarvoor in de Wet milieubeheer grenswaarden zijn opgenomen, wordt opgemerkt dat het aannemelijk is dat de grenswaarden voor die stoffen niet worden overschreden (zie ook hoofdstuk 2 van het onderzoek luchtkwaliteit). Hierbij wordt eveneens opgemerkt dat niet verwacht wordt dat de bedrijfsactiviteiten een relevante bijdrage hebben aan de concentraties van deze overige luchtverontreinigende stoffen in algemene zin, de nu aangevraagde verandering in specifieke zin. blad 47 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Conclusie Op basis van het luchtkwaliteitsonderzoek kan worden geconcludeerd dat op alle in het onderzoek opgenomen beoordelingspunten wordt voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Op basis van voorgaande kan worden geconcludeerd dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen belemmering vormt voor verdere besluitvorming. Omdat op alle beoordelingspunten ruimschoots wordt voldaan aan de grenswaarden, kan eveneens worden geconcludeerd dat sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering oplevert voor voorliggende ontwikkeling.

4.5

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rondom een risicobron. Toetsing Door Antea Group is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid.

De resultaten van dit onderzoek zijn verwerkt in het rapport 'Stationsomgeving Rijen Externe Veiligheid' d.d. 14 juli 2021. Het rapport is opgenomen in Bijlage 7. Uit het onderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied zich verschillende risicobronnen bevinden: De spoorlijn Breda - Tilburg; Hogedruk aardgastransportleiding; Vliegbasis Gilze-Rijen; Rijksweg A58. In het onderzoek wordt over deze onderdelen het volgende geconcludeerd: Spoorlijn Breda – Tilburg De spoorlijn heeft een 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour van 8 meter. Binnen deze contour is geen bebouwing aanwezig of geprojecteerd, daarmee voldaan aan de grensen richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico; De spoorlijn heeft een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter vanaf het spoor. Voor nieuwbouw binnen het PAG gelden aanvullende bouweisen conform het Bouwbesluit; Het groepsrisico van de spoorlijn bevindt zich onder de oriëntatiewaarde en neemt in de toekomstige situatie met minder dan tien procent toe ten opzichte van de huidige situatie;

blad 48 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Hogedruk aardgastransportleiding Binnen het invloedsgebied van de transportleiding worden geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt binnen het plangebied. Een nadere beschouwing van deze risicobron is daarmee niet nodig. Vliegbasis Gilze – Rijen De 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied en er geldt voor de vliegbasis geen groepsrisicoregime. Een nadere beschouwing is derhalve niet nodig. Rijksweg A58 De weg heeft een 10-6 /jaar plaatsgebonden risicocontour van 21 meter. Deze contour reikt niet tot het plangebied; Een beschouwing van het groepsrisico is niet nodig vanwege de afstand tussen het plangebied en de weg (meer dan 200 meter); Beperkte verantwoording van het groepsrisico is conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. In hoofdstuk 4 van het onderzoek van Antea Group is een aanzet gedaan voor de beperkte verantwoording van het groepsrisico, als gevolg van de ligging tot de spoorlijn Breda – Tilburg en de ligging tot de Rijksweg A58. Het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Gilze en Rijen, kan deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure.

In het kader van het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Wro is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. In de vooroverlegreactie heeft de Veiligheidsregio laten weten dat de voorgestelde maatregelen passend zijn. Bij de nadere uitwerking van de plannen in het kader van de uitvoering wordt aandacht besteed aan de aspecten bereikbaarheid en bluswater, brandkranen aanrijdroutes en opstelplaatsen. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio aangegeven dat bij de voorgenomen ontwikkeling gebruik kan worden gemaakt van het standaardadvies. Dit advies kan gebruikt worden voor de verantwoording van het groepsrisico voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het standaardadvies van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is opgenomen als Bijlage 8 bij de toelichting. Conclusie Op basis van de beperkte verantwoording van het groepsrisico in het onderzoek van Antea Group kan het bevoegd gezag, de gemeenteraad van Gilze en Rijen, deze elementen betrekken bij de besluitvorming ten aanzien van de ruimtelijke procedure. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmeringen oplevert voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. Gezien de ligging van de nieuwbouw buiten het plasbrandaandachtsgebied (PAG) gelden, bij de verdere uitwerking van deze nieuwbouw, geen aanvullende eisen vanuit het Bouwbesluit.

4.6

Waterhuishouding Toetsingskader In ruimtelijke plannen dient aandacht besteed te worden aan waterhuishoudkundige aspecten. Daarbij staan naast een duurzaam waterbeheer de integrale afweging en het creëren van maatwerk voorop. Water moet altijd bekeken worden in het licht van het watersysteem of stroomgebied waarin een stad of een dorp ligt. Een goede afstemming van waterbeleid en ruimtelijke ordening, ook in het direct aangrenzende gebied, is daarom

blad 49 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

noodzakelijk. De integratie van water in ruimtelijke plannen vindt plaats via de zogenaamde watertoets. Concreet betekent de watertoets, dat een plan een zogenaamde waterparagraaf dient te bevatten, die keuzes ten aanzien van de waterhuishoudkundige aspecten gemotiveerd beschrijft. Daarin dient een wateradvies van de waterbeheerder te worden meegenomen. De watertoets is wettelijk verankerd in artikel 3.1.6 lid 1, sub b Bro. Toetsing Door Antea Group is op 19 augustus 2021 een watertoets opgesteld (zie Bijlage 14). Onderstaand worden de bevindingen beschreven. Waterkwantiteit Als gevolg van de aanleg van de onderdoorgang wordt voor de beoogde situatie geen of zeer beperkte toename van verhard oppervlak verwacht. De huidige omgeving is reeds grotendeels verhard. In de huidige situatie bestaat de weg uit klinkers en stroomt het afstromend hemelwater af naar kolken langs het trottoir. In de toekomstige situatie blijft de weg verhard. Volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan, verbreed GRP Gilze en Rijen 2021-2025, moet bij nieuwbouw en herstructureringsprojecten voorkomen worden dat er negatieve effecten op de waterhuishouding optreden. Voor herbebouwing zonder toename van het verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 7 mm. Bij nieuwbouw of toenemend verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 60 mm.

Bij een toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 geldt een compenserende regel van het waterschap. Benodigde compensatie (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor (1) x de bergingsopgave 0,06 (in m). De toename in het verharde oppervlak kan leiden tot verplichte infiltratievoorzieningen en/of waterberging gebieden. Voor de beoogde situatie (voor met name de woningbouwlocaties) is het nog onduidelijk of er sprake is van een toename van verhard oppervlak van meer dan 500 m2 . In de regels binnen de bestemming 'Woongebied' is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat bij de invulling van de woningbouwlocaties wordt voldaan aan de retentie-eisen. Met de reconstructie gaat de bestaande infrastructuur op de schop. Dit biedt mogelijkheden om de waterhuishoudkundige situatie te verbeteren. Elementen die verbeterd kunnen worden zijn infiltratie, berging en afkoppeling van hemelwater van het gemengde rioleringsstelsel, zodat er lokaal geen wateroverlast meer ontstaat. In het ontwerptraject wordt het waterhuishoudkundig systeem, samen met de bovengenoemde elementen, in overleg met het waterschap, nader uitgewerkt. Grondwater De onderdoorgang wordt onder het maaiveld aangelegd. De onderdoorgang komt waarschijnlijk deels onder de grondwaterstand te liggen.

Civieltechnisch wordt hier rekening mee gehouden door een waterdichte tunnelbak aan te leggen. Hiermee wordt voorkomen dat in de eindsituatie een verlaging van de grondwaterstand benodigd is. De toekomstige onderdoorgang ligt globaal evenwijdig aan de grondwaterstromingsrichting. Er is daardoor geen sprake van een belemmerende werking op het grondwater. Er is dus geen opstuwing door de onderdoorgang. Afhankelijk van de uitvoeringswijze is mogelijk een verlaging van de grondwaterstand benodigd. Door Royal Haskoning DHV zijn in mei 2019, In het kader van een alternatievenstudie, verschillende bouwmethodes beschouwd. Voor de verschillende methodes zijn indicatieve bemalingsberekeningen uitgevoerd met als doel voldoende inzicht te krijgen in de te verwachte debieten en mogelijke omgevingseffecten. Op basis van de indicatieve bemalingsberekeningen wordt geconcludeerd dat toepassing van een gesloten damwand kuip met een waterdichte vloer van bijvoorbeeld onderwaterbeton in deze situatie blad 50 van 84

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Stationsomgeving Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 0463838

de beste optie is. Hiermee wordt voorkomen dat grote hoeveelheden grondwater uit de omgeving worden onttrokken. Bij het ontwerp van de onderdoorgang zal rekening worden gehouden met het toepassen van een pompput met voldoende capaciteit. De afvoer vanuit de pompput zal worden aangesloten op de riolering, die qua dimensionering eveneens – voor zover nodig – zal worden aangepast op de benodigde capaciteit. Waterveiligheid Het plangebied ligt niet in of nabij een waterkering. Vanuit waterveiligheid bezien is geen sprake van belemmeringen. Waterbezwaar ten gevolge van de Gilze-Rijenbreuk De nieuwe onderdoorgang komt ter hoogte van de Gilze-Rijenbreuk te liggen. De Gilze-Rijenbreuk is, vanaf 500 miljoen tot 1 miljoen jaar geleden, onstaan door het verschuiven van de continenten Amerika en Afrika ten opzichte van het continent Europa. Door botsingen is een stuk aarde (de Centrale Slenk/Roerdalslenk) naar beneden gedrukt. In Figuur 4.3 is dit schematisch weergegeven. Rijen ligt bij het linker breukvlak, de Gilze-Rijen breuk. Het oostelijke breukvlak, de Peelrandbreuk, ligt bij Uden, zo'n 50 km verder naar het oosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065634/1