CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

Gemeenteraad 17 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze30.772 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheids-, sociale-, milieukundige- en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitsgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De doelstelling van de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids is: • Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|26

• • •

Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid; Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren.

Toetsing De bebouwing wordt volgens de laatste duurzaamheidseisen gebouwd. De seniorenwoningen staan gericht op het zuiden en bieden mogelijkheden voor actieve en passieve zonne-energie. Met het planvoornemen is zodoende rekening gehouden met het functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot de openbare ruimte. Klimaatkaart Gilze en Rijen Het klimaat verandert: de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt en daarmee worden de gevolgen merkbaar. Het regent meer en harder, er komen meer dagen waarop het warmer is dan 30 graden. De bodem wordt op de ene plaats natter en op een andere plaats droogt deze uit. Vanuit het Deltaplan zijn gemeenten verplicht om een stresstest light te maken. Dat is voor Gilze en Rijen de klimaatonderlegger in de vorm van een kaart. Een kaart is een middel om de effecten die de gemeente kan verwachten inzichtelijk te maken. Voor de Klimaatkaart Gilze en Rijen is een aantal gegevens uit bronnen zoals de bodemkaart, hoogte, zonneatlas en de Klimaateffectatlas gecombineerd en grafisch weergegeven. Op deze kaart staan de gevolgen die we kunnen verwachten en de kansen om hiermee om te gaan. Het zijn globale gegevens dus we kunnen niet op perceel niveau bepalen welke effecten daar optreden. Aan de hand van de Klimaatkaart heeft de gemeente Gilze en Rijen de Klimaatgids opgesteld.

In deze gids wordt informatie gegeven over de klimaatgevolgen, wordt de klimaatkaart toegelicht en worden tips gegeven aan wat inwoners en planmakers kunnen doen. Een ontwikkeling biedt kansen om aandachtspunten aan te pakken. Bij dit project is de voornaamste kans het voorkomen van problemen op het gebied van wateroverlast en hittestress. Klimaatgids In de Klimaatgids zijn verschillende maatregelen voor het tegengaan van hittestress opgenomen. Ook geeft de gemeente in de Klimaatgids adviezen aan haar inwoners over hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren. Welke adviezen geeft de gemeente aan haar inwoners? • Het vervangen van de verharding in de tuin door planten of gras. • De gevels van de woning of schuur vergroenen door het planten van een geveltuin. • Het aanbrengen van groen op de daken van schuren en woningen. • Bedrijven kunnen ook bijdragen door parkeerplaatsen, erfafscheiding en het dak te vergoenen. • Dit kan gecombineerd worden met zonnepanelen waarmee bijdragen wordt geleverd voor het opwekken van duurzame energie.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|27

Uitsnede klimaatkaart Gilze en Rijen, plangebied globaal zwart omlijnd

Toetsing Het plan biedt de kans om een duurzame en klimaatadaptieve ontwikkeling mogelijk te maken door middel van een infiltratieriool onder het voetpad dat voor de seniorenwoningen doorloopt. Deze houden tijdelijk het hemelwater vast. Voor de bouw van 4 seniorenwoningen, kan gedacht worden aan een duurzame manier van bouwen. Denk aan energieopwekking door middel van zonnepanelen, aan energiebesparing door de bebouwing volledig te isoleren door middel van extra duurzame technieken en materialen en aan het aanbrengen van luchtcirculatiesystemen voor duurzaam warmtegebruik. VGRP gemeente Gilze en Rijen Riolering is in onze samenleving een onmisbare voorziening voor het verwijderen van afvalwater uit de woonomgeving. Deze voorziening beoogt de volksgezondheid en het milieu te beschermen. De inzameling en het transport van afvalwater is een gemeentelijke taak die zijn wettelijke basis vindt in de Wet Milieubeheer. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan is weergegeven hoe de gemeente Gilze en Rijen haar rioleringstaak de komende planperiode vorm wil geven. Een van de uitgangspunten is dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in principe waterneutraal dienen te zijn. De uitbreiding van het verhard oppervlakte mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden.

Hiertoe dient een compensatie voor het plangebied te worden gerealiseerd, welke bij verschillende omstandigheden moet worden getoetst. Voor compenserende maatregelen ten aanzien van afvoer naar oppervlaktewater, word de afstroming vergeleken met de landbouwkundige afvoer. Het verschil tussen de afstroming en de landbouwkundige afvoer wordt gecompenseerd in een voorziening met voldoende retentie. De voorkeur voor hemelwater gaat uit naar, indien mogelijk, bergen en/of infiltreren om verdroging te voorkomen. Zorgplicht afvalwater, hemelwater en grondwater • Maatregelen met als doel inzamelen afvalwater (1a) en transport van afvalwater (2a,d,e): Uitwerking in waterhuishoudings- en rioleringsplan in samenhang met opstellen stedenbouwkundig plan. Hierbij aandacht voor vloerpeilen van minimaal 0,15 – 0,30 m boven de weghoogte. Maatregelen met als doel inzamelen hemelwater (5a,e), verwerken hemelwater (6a,b,c,d,e) en voorkomen belemmering bestemming door grondwater (7a,b): • Systeemkeuze in de watertoets: alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden in principe waterneutraal uitgevoerd.

In eerste instantie wordt geprobeerd te voorkomen dat er negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater zijn; • Bij nieuwbouw waarbij de Keur niet van toepassing is, dient in principe 20 mm neerslag op eigen terrein of binnen het plangebied te worden geborgen in een infiltratievoorziening die ongeveer eens per 2 jaar vol mag raken. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging van 40 mm worden gevraagd; NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|28

•

•

Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (bijv. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlaktewater gelden de lozingseisen van Waterschap Brabantse Delta; Controle gescheiden aanlevering van hemelwater en afvalwater en het vloerpeil bij het verlenen van bouwvergunningen.

Kosten van onderzoek en maatregelen komen ten laste van de exploitatie van deze ontwikkelingen. De toetsing van onderhavig beleidsstuk vindt plaats in paragraaf 5.2 Water. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|29

5. RANDVOORWAARDEN 5.1

Bodemkwaliteit

Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Verkennend bodemonderzoek In opdracht van Vexpro bv heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. in 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkstraat 98/98A te Gilze. Het doel van dit verkennend bodemonderzoek is om de bodemkwaliteit ter plaatse te bepalen en mogelijke verontreinigingen in de grond en het grondwater te signaleren. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit de resultaten van het vooronderzoek (inclusief locatie-inspectie) blijkt dat de gehele locatie beschouwd dient te worden als heterogeen verdacht ten aanzien van zware metalen, minerale olie en PAK in grond.

De twee ondergrondse olietanks en de voormalige olieopslag zijn allen apart beschouwd als zijnde verdacht ten aanzien van minerale olie in grond en minerale olie en btexn in grondwater. De bovengrond is, vanwege (mogelijk) toekomstig grondverzet, aanvullend onderzocht op PFAS. Olietank 6.000 liter In de ondergrond nabij de olietank van circa 6.000 liter zijn ter plaatse van enkele boringen sterk verhoogde gehalten aan minerale oliën aangetroffen. De nadere onderzoekswaarde wordt daarbij overschreden. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan minerale olie aangetroffen. Vermoedelijk is de verontreiniging in de bodem en het grondwater afkomstig van de ondergrondse olietank. De ontstaansdatum van de verontreiniging is niet bekend. Redelijkerwijs kan gesteld worden dat de grondverontreiniging voor 1987 veroorzaakt is. Ter plaatse dient een nader onderzoek verricht te worden om de exacte omvang te bepalen (westzijde, verticaal), echter beperkt de verontreiniging zich waarschijnlijk tot de tanklocatie en niet verder onder het pand en het wegdek. Het totale volume verontreinigde grond op de locatie bedraagt minimaal 45 m2 x gemiddeld 0,5 m = circa 23 m3, hiervan is circa 15 m3 sterk verontreinigd.

Op basis van de aangetroffen mate en omvang van de verontreiniging kan gesteld worden dat geen sprake is van een ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’ (het geval indien een interventiewaarde overschreden wordt in minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater). Derhalve is geen sprake van een saneringsverplichting. Olietank 3.000 liter In de ondergrond nabij de olietank van circa 3.000 liter zijn ter plaatse van enkele boringen geen verhoogde gehalten aan minerale oliën aangetroffen. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie naftaleen aangetroffen. De nader onderzoekswaarde wordt daarbij niet overschreden. Nader onderzoek of nadere maatregelen worden ten aanzien van deze deellocatie derhalve niet noodzakelijk geacht. Olieopslag in schuurtje, circa 50 m² In de bovengrond en in het grondwater nabij het schuurtje voor olieopslag zijn ter plaatse van enkele boringen geen verhoogde gehalten en concentraties aan minerale oliën en btenx NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|30

aangetroffen. Nader onderzoek of nadere maatregelen worden ten aanzien van deze deellocatie derhalve niet noodzakelijk geacht. Gehele locatie In de bovengrond van de gehele locatie (1021 m²) zijn ter plaatse van enkele boringen licht verhoogde gehalten aan koper, zink, kwik, lood, PAK en cadmium aangetroffen. Er is ter plaatse van enkele boringen in de bovengrond geen verhoogd gehalte aan pfas aangetroffen. In de ondergrond van de gehele locatie zijn ter plaatse van enkele boringen licht verhoogde gehalten aan lood en PAK aangetroffen. In het grondwater nabij de tank is een licht verhoogde concentratie aan minerale olie aangetroffen. De nadere onderzoekswaarden worden niet overschreden, waardoor nader onderzoek of nadere maatregelen ten aanzien van deze deellocatie niet noodzakelijk worden geacht. Geadviseerd wordt om bij herinrichting van de locatie (ontwikkeling na sloop pand) de olieverontreiniging te saneren. Voorafgaand aan de sanering wordt geadviseerd een nader onderzoek te verrichten om de exacte omvang in kaart te brengen. Tevens wordt geadviseerd om de twee ondergrondse olietanks, conform richtlijnen KIWA, te saneren. In een voorstadium is hierover al contact geweest met Vexpro en met de afdeling vergunningen. De verontreiniging zit in het voorste gedeelte van het perceel, aan de zijde van de Kerkstraat.

In de omgevingsvergunning is een bepaling opgenomen dat er nader onderzoek gedaan moet worden, saneren en een evaluatierapport moeten overleggen alvorens te kunnen starten met de nieuwbouw. De bodemsanering is reeds uitgevoerd. De evaluatie bodemsanering is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Voor het gedeelte waar nu een bestemmingsplanwijziging nodig is, is de bodemkwaliteit ook in beeld gebracht. Hier worden alleen lichte verhogingen gezien en nog een olietank die verwijderd moet worden. De bodemkwaliteit is geen belemmering voor de bestemmingswijziging en ook niet voor het afgeven van de omgevingsvergunning in een later stadium. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

5.2

Water

Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.

Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|31

(inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Ne- 42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden derland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuurakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.

De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; • Beheersbaar programma voor de waterkeringen; • Doelmatig beheer van de waterketen, • Werkzaamheden slim combineren; • Het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP: • Voldoende water voor mens, plant en dier; • Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht) • Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • Verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Waterbeheerplan 2016-2021 (waterschap Brabantse Delta) Het Waterbeheerplan ‘Grenzeloos verbindend’ beschrijft de hoofdlijnen van het beheer van wateren zuiveringssystemen voor de periode 2016-2021. Het is een inhoudelijk vernieuwend plan, wat in dialoog met partners is opgesteld. In de uitvoering van ons werk houden wij rekening met de toekomst: klimaatadaptatie, innovaties, ruimtelijke ontwikkelingen, toekomstig medegebruik en het tegengaan van verdroging.

Deze ontwikkelingen geven aanleiding tot nieuwe accenten: • Het nationale Deltaprogramma voor waterveiligheid en de versterking van de dijken langs de Rijkswateren en de regionale rivieren; • Het optimaliseren van de zoetwatervoorziening met het oog op de toenemende droogte; • Inzet op de bewustwording van watergebruikers zodat hun inzicht groeit over wat ze zelf aan waterbeheer kunnen bijdragen; • Helderheid over zowel beperkingen als mogelijkheden voor de gebruiksfuncties van het watersysteem; • Het verbeteren van de waterkwaliteit in een meer integrale, gebiedsgerichte uitvoeringsstrategie (combineren van verbeteren van de waterstanden, onderhouden van sloten en treffen van inrichtingsmaatregelen); • Afvalstoffen steeds meer inzetten als waardevolle grondstoffen zoals terugwinning van fosfaat en productie van bioplastic uit afvalwater; • Een duurzame energiewinning. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|32

Binnen de algemene regelgeving van het Waterschap Brabantse Delta is de drempelwaarde die het waterschap hanteert voor het nemen van compenserende maatregelen bij een toename aan verhard oppervlak per 1 april 2021 gewijzigd van 2000 m² naar 500 m². De gedachtegang hierachter is het steeds grotere belang om water vast te moeten houden, vanwege de toename aan (langdurige) droge perioden. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 2.000 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater.

Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; • Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 2.000 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); • Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Maatregelen met als doel inzamelen afvalwater (1a) en transport van afvalwater: • Uitwerking in waterhuishoudings- en rioleringsplan in samenhang met opstellen stedenbouwkundig plan. Hierbij aandacht voor vloerpeilen van minimaal 0,15 –0,30 m boven de weghoogte. Maatregelen met als doel inzamelen hemelwater, verwerken hemelwater, voorkomen belemmering bestemming door grondwater: • Systeemkeuze in de watertoets: Alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten worden in principe waterneutraal uitgevoerd. In eerste instantie wordt geprobeerd te voorkomen dat er negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater zijn. Dit wil zeggen: o Hemelwater zo mogelijk bovengronds te bergen en te infiltreren om verdroging te voorkomen; o Hemelwater eventueel te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater. o In inbreidingsgebieden is een infiltratievoorziening van 20-40 mm vereist door de gemeente.

Een infiltratievoorziening van 20 mm raakt ongeveer eens per 2 jaar vol en zodoende neemt de kans op water op straat in de benedenstroomse riolering niet toe bij een toetsing van eens per 2 jaar. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd. Het waterschap vraagt bij watertoetsprocedures geen compensatie in de berging indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 2000 m² bedraagt. Bij een grotere toename worden ook door het waterschap eisen gesteld. o In uitbreidingsgebieden dient waterneutraal gebouwd te worden en wordt dus 40 mm berging in een infiltratievoorziening of in oppervlaktewater geëist. o Als dit binnen het plangebied niet mogelijk is, wordt er pas buiten het plangebied gecompenseerd. Eventueel zou de berging ook kunnen worden gerealiseerd in de vorm van een waterbergingsbank, (uitruil van waterberging tussen verschillende plannen) als de nieuwbouw niet leidt tot wateroverlast. o Bij nieuwbouw waarbij de Keur niet van toepassing is, dient in principe 20 mm neerslag op eigen terrein of binnen het plangebied te worden geborgen in een infiltratievoorziening die ongeveer eens per 2 jaar vol mag raken. In gebieden waar wateroverlast wordt geconstateerd kan door de gemeente worden afgeweken en een grotere berging worden gevraagd.

In het geval van bestemmingsplan “Den Door Gilze” houdt de gemeente vast aan 40 mm berging i.v.m. wateroverlast in het bemalingsgebied. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|33

o

Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (b.v. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlaktewater gelden de lozingseisen van Waterschap Brabante Delta.

Controle gescheiden aanlevering van hemelwater en afvalwater en het vloerpeil bij het verlenen van bouwvergunningen. Bestaande situatie Het plangebied ligt ten zuidwesten van de bebouwde kom van Gilze, in één van de vele bebouwingslinten. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 1.021 m². Ongeveer 50% van het plangebied is bebouwd en bestaat uit een leegstaand winkelpand en een bewoonde woning. De overige helft van het plangebied wordt gebruikt als tuin. Hemelwater Het plangebied bestaat in de huidige situatie voor ongeveer 50% uit verharding. In de bestaande situatie wordt de neerslag via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. De afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken verloopt op traditionele wijze door lozing op het rioolstelsel in de Kerkstraat. Oppervlaktewater Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Brabantse Delta. Binnen of nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Afvalwater In de huidige situatie is het afvalwater aangesloten op de riolering langs de Kerkstraat. Bodem en grondwater De ondergrond in midden Noord-Brabant is opgebouwd uit afzettingen, die geohydrologisch kunnen worden onderverdeeld in relatief goed en slecht waterdoorlatende lagen.

In de ondergrond van midden Noord-Brabant komen twee watervoerende pakketten voor, min of meer gescheiden door een slechte doorlatende laag. Volgens de bodematlas van de Provincie Noord-Brabant is de bodemkundige hoofdeenheid in de nabije omgeving van het plangebied eerdgrond. Dit is voedselrijke en vochtige tot droge grond. De geomorfologische kaart toont aan dat in de nabije omgeving van het plangebied een dekzandplateau aanwezig is. In 2020 heeft Moerdijk Bodemsanering B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkstraat 98/98A te Gilze. In het plangebied is vanaf het maaiveld tot cirva 2,0 m –mv een zandpakket aangetroffen. Onder dit zandpakket is tot circa 3,1 m –mv een verdeeld pakket van leem en zand aangetroffen. In zandgronden kan het water goed infiltreren in de bodem. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in de omgeving van het plangebied ligt tussen de 120 en 160 cm. De gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in de omgeving van het plangebied is meer dan 250 cm. Daarnaast kan het plangebied op basis van de wateratlas provincie NoordBrabant worden gekenmerkt als geschikt voor infiltratie. Toekomstige situatie Afkoppelen hemelwater In onderstaande tabel is voor de voormalige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt bij het maximale planologische gebruik van de locatie.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|34

Bruto (verharde) oppervlakten Totaal oppervlakte plangebied Bebouwing Verharding perceel Totaal verhard oppervlak Totaal onverhard oppervlak

Huidige situatie (m²) Ca. 1.021 Ca. 550 Ca. 0 Ca. 550 Ca. 471

Toename verhard oppervlak

Toekomstige situatie (m²) Ca. 1.021 Ca. 637 Ca. 384 Ca. 1.021 Ca. 0 Ca. 471

Het totaal verhard oppervlak neemt in de toekomstige situatie toe met circa 471 m2. Het gehele perceel aan de Kerkstraat 98/98A zal in de toekomstige situatie verhard zijn. Aan de Kerkstraat zijn reeds appartementen gebouwd, met daarachter een parkeerplaats en bergingen. Daarachter, aan de zijde van Het Patronaat, zijn 4 seniorenwoningen beoogd. Deze seniorenwoningen hebben weliswaar een kleine tuin, maar die wordt ook volledig verhard met een terras. Op basis van het beleid van het waterschap dient voor de toename van het verhard oppervlak tussen de 2.000 m 2 en 10.000 m2 compenserende maatregelen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Het verhard oppervlak neemt toe met circa 471 m². Dit ligt onder de grens van 2000 m². Een compenserende maatregel op basis van het beleid van het waterschap is daarmee niet noodzakelijk. De gemeente eist echter bij inbreidingsgebieden een infiltratievoorziening van 20-40 mm. Een infiltratievoorziening van 20 mm raakt ongeveer eens per 2 jaar vol en zodoende neemt de kans op water op straat in de benedenstroomse riolering niet toe bij een toetsing eens in de 2 jaar. De bergingsvoorziening moet daarom een bepaalde capaciteit hebben. Maatregelen: Appartementen De vervangende appartementen en parkeerterrein zijn conform de huidige situatie aangesloten op het bestaande rioolstelstel.

Het hemelwater wordt aan de terreingrens gescheiden van de droogweerafvoer aangeboden. Het hemelwater en het afvalwater worden afgevoerd via het bestaande gemeentelijk gescheiden rioolstelsel in de Kerkstraat. Seniorenwoningen Voor het hemelwater afkomstig van de seniorenwoningen (ca. 550 m²) is een bergingsvoorziening van 550 m² x 20 mm = 11 m³ nodig. Onder het voetpad dat voor de seniorenwoningen loopt wordt een infiltratieriool aangelegd. Het water kan hierdoor wegsijpelen in de ondergrond rondom de riolering en zoveel mogelijk geborgen worden in het plangebied zelf. Vanuit het infiltratieriool kan het hemelwater overgestort worden op het bestaande regenwaterriool in Het Patronaat. Bij de bouw van de seniorenwoningen worden milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt en worden uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC achterwege gelaten. De stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Afvalwater De bebouwing blijft aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. Wateradvies De uitwerking van het voorliggende plan in deze waterparagraaf wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg aan het waterschap Brabantse Delta toegezonden. Op 3 mei 2021 is van het waterschap een positief wateradvies ontvangen.

Het advies is verwerkt in voorliggende waterparagraaf. Conclusie Door het nemen van de juiste maatregelen levert het planvoornemen geen knelpunten op voor de waterhuishouding. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|35

5.3

Luchtkwaliteit

De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguur gemiddelde). De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdrage aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling ‘Niet in betekenende mate’(regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Voor de periode tussen het in werking treden van de Wet Luchtkwaliteit en het verlenen van derogatie door de EU is het begrip ‘Niet in betekenende mate’ gedefinieerd als 1% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Inmiddels is derogatie verleend en het NSL in werking getreden. De definitie NIBM is daardoor verschoven naar 3% van de grenswaarde. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging.

Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2020 (gegevens 2020) ter plaatse minder dan 8 μg/m³. De concentratie PM10 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse minder dan 18 μg/m³. De concentratie NO2 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse gelegen tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. NIBM Het voorliggende planvoornemen maakt de realisatie van maximaal 10 wooneenheden mogelijk. Dit aantal ligt ver onder de grens van 1.500 woningen die in de lijst van categorieën van gevallen is opgenomen. De realisatie van 10 wooneenheden draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.

NSL-monitoringstool In de NSL-monitoringstool is de huidige en toekomstige luchtkwaliteit weer gegeven. Op de kaarten van de NSL-monitoringstool zijn rekenpunten langs de Oranjestraat en Raadhuisstraat aanwezig. De dichtstbijzijnde rekenpunten liggen op circa 235 meter van het plangebied. Uit de resultaten blijkt dat zowel in 2018, 2020 en 2030 voor de stoffen stikstofdioxide en fijnstof geen sprake is van overschrijdingen van concentraties en aantal overschrijdingsdagen. Er kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|36

5.4

Geluid

Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen verkeerslawaai en industrielawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder iedere weg in beschouwing te worden genomen tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidgevoelige gebouwen (onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen zijn op basis van de Wgh niet beschermd tegen geluidshinder.

Onderzoek Ten behoeve van het planvoornemen heeft K+ Adviesgroep op 26 november 2020 een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de te verwachten optredende geluidbelastingen ter plaatse van de bebouwing in de nieuwe situatie. Dit onderzoek is uitgevoerd om te toetsen of er sprake is van overtreding van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Raadhuisstraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Kerkstraat en Het Patronaat tevens opgenomen in het akoestisch onderzoek. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Raadhuisstraat (50 km/uur) De geluidbelasting ten gevolge van de Raadhuisstraat is maximaal 37 dB (incl. aftrek artikel 110g). De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde, waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Kerkstraat en Het Patronaat (30 km/uur) De Kerkstraat en Het Patronaat kennen een snelheidsregime van 30 km/h, zodat deze wegen niet hoeven te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de wegen echter wel beschouwd. Om een afweging te kunnen maken is wel aansluiting gezocht bij de Wet geluidhinder en is dat toetsingskader dus ook gehanteerd voor deze wegen.

In een aantal waarneempunten op de appartementen zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de ‘voorkeursgrenswaarde’. Ter plaatse van de seniorenwoningen wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Kerkstraat is maximaal 60 dB (zonder aftrek artikel 110g). Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 55 dB, waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarde ten aanzien van deze weg worden aangevraagd. Formeel hoeven ten gevolge van de Kerkstraat geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid wordt voor de appartementen geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. De geluidbelasting ten gevolge van Het Patronaat is ten hoogste 41 dB (incl. aftrek artikel 110g), waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. Er is daarom sprake van een goed woon- en leefklimaat. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|37

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.

Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend”. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Alle bedrijven die in de buurt van het plangebied liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Milieucategorie Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.2 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m 5.2 700 m 5.3 1.000 m 6 1.500 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Onderzoek Met het planvoornemen wordt de bestemming gewijzigd van ‘Gemengd’ naar ‘Wonen’ en wordt de realisatie van 10 wooneenheden mogelijk gemaakt. De 6 appartementen zijn reeds gebouwd en NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|38

waren al vergund op basis van het huidige bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de vergunning van 4 seniorenwoningen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de bedrijvigheid in de nabije omgeving in beeld gebracht. De bebouwing binnen de woonbestemming moet voldoen aan de vereiste richtafstanden met betrekking tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. Het plangebied is gelegen aan de Kerkstraat. In de omgeving van het plangebied zijn reeds verschillende functies aanwezig. Door de aanwezigheid van verschillende functies geldt voor het plangebied het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel zijn de bestaande bedrijven rond het plangebied weergegeven met bijbehorende richtafstand. Locatie

Aard bedrijvigheid

Milieu categorie 1

Richtafstand gemengd gebied 0m

Afstand

Kerkstraat 20 Kerkstraat 51

Zorgcentrum Sint Franciscus Fietsenwinkel

1

0m

29 m

Kerkstraat 81

Seniorenvereniging

1

0m

84 m

Kerkstraat 93

Brood- en banketbakkerij

2

10 m

128 m

Kerkstraat 104

Cultureel centrum

2

10 m

15 m

Kerkstraat 106

Bibliotheek

1

0m

53 m

Kerkstraat 112

Basis- en algemeen onderwijs Kerkgebouw

2

10 m

71 m

2

10 m

118 m

Kerkstraat 116

66 m

Ter plaatse van het cultureel centrum de Schakel aan de Kerkstraat 104 is ook nog onderwijs mogelijk. Echter kent deze functie dezelfde milieucategorie als het cultureel centrum. Bij de ontwikkeling van de woningen in het plangebied wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. En andersom worden de omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

5.6

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve.

Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|39

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10 -6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken.

Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: • De kans op een ongeval; • Het effect van het ongeval; • Het aantal personen dat in de omgeving van de bron(inrichting of transportroute) verblijft; • De mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht. Onderzoek De provinciale Risicokaart geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Via de kaart wordt informatie gegeven over de risicobronnen en de kwetsbare objecten. In de onderstaande uitsnede van de risicokaart wordt de omgeving van het plangebied weergegeven.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|40

Uitsnede risicokaart Nederland

Inrichtingen Binnen of direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3, hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebied te worden opgesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich hemelsbreed op meer dan 200 meter van het plangebied. De rijksweg A58 ligt hemelsbreed op circa 1.300 meter van het plangebied. De spoorlijn ligt hemelsbreed op circa 4.500 meter van het plangebied. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt hemelsbreed op circa 775 meter afstand. Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen de defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichterbij het militaire terrein, hoe strenger de regels. Het plangebied is niet gelegen in één van deze zones. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|41

5.7

Natuurwetgeving

Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aangesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wet natuurwetbescherming (Wn) niet meer en andersom.

Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wn kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming: • Vogels o Alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wn). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|42

•

•

nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. Internationaal beschermde soorten o Alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wn). Overige beschermde soorten o Soorten genoemd in de bijlage bij de Wn, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wn). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wn niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wn worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wn) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Onderzoek In opdracht van Vexpro bv heeft Brouwers Groenaannemers B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd op de locatie Kerkstraat 98/98A te Gilze. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Soortbescherming De kans bestaat dat met het slopen van het gebouw nesten van gebouwbewonende soorten worden beschadigd of vernield. Hetzelfde geldt voor het verwijderen van aanwezige bomen en beplanting in het achterterrein.

Ten aanzien van deze broedvogels, waarvan de nesten uitsluitend beschermd zijn in de periode van broedactiviteit, kunnen overtredingen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie te voeren. Het valt aan te bevelen om de werkwijze vast te leggen in een ecologisch werkprotocol. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan worden uitgesloten. Ook ten aanzien van foerageeractiviteiten van vleermuizen gaat met de ingreep geen essentieel foerageergebied verloren. Met de ingreep verdwijnt potentieel leefgebied van soorten als egel, bosmuis, huisspitsmuis en rosse woelmuis. Voor deze beschermde soorten geldt, op basis van artikel 2.2 van de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant, vrijstelling van de algemene verbodsbepalingen. Wel dient zorgvuldig te worden gehandeld in het kader van de zorgplicht artikel 1.11, aangezien het opzettelijk doden van de betreffende soorten niet is vrijgesteld. Het valt zodoende aan te bevelen om voor de werkzaamheden een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin richtlijnen worden opgenomen voor het zorgvuldig uitvoeren van de werkzaamheden.

Overtredingen van de Wnb ten aanzien van overige beschermde soorten zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|43

Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen wettelijk beschermd gebied conform artikel 2 van de Wnb. Daarnaast kan met voldoende zekerheid worden geconcludeerd dat de ingreep niet leidt tot significante gevolgen voor beschermd gebied. Met de voorgenomen ingreep is zodoende geen sprake van vergunningplicht in het kader van artikel 2.7 van de Wnb. Bescherming houtopstanden De mogelijk te verwijderen houtopstanden in het achterterrein zijn niet beschermd conform artikel 4 van de Wnb. Bij de voorgenomen kap is dan ook geen sprake van een meldingsplicht en herplantverplichting in het kader van artikel 4.2 en 4.3 van de Wnb. Stikstof Voor het planvoornemen moet bekeken worden wat de invloed is van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Het Natura 2000-gebied ‘Regte Heide & Riels Laag’ is het dichtstbijzijnd gelegen op circa 6,1 km. Het natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ ligt op een afstand van circa 8,3 km van het plangebied. Met behulp van een stikstofdepositieonderzoek met de Aerius calculator is inzichtelijk gemaakt of het planvoornemen van invloed is op de Natura 2000 gebieden. Het betreft hier een berekening voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. De berekening voor de stikstofdepositie betreft de realisatie van 10 woningen aan de Kerkstraat 98/98A in Gilze.

Uit de berekeningen blijkt dat gedurende de aanleg- en gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist. Geconcludeerd kan worden dat stikstof geen problemen oplevert voor voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.8

Cultuurhistorie

Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|44

belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2019 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.

Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (plangebied zwart omlijnd)

Toetsing Cultuurhistorische Waardenkaart Regio ‘Baronie’ Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘Baronie’. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazige mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek. NL.IMRO.0784.BPKerkstraat98-ON01

bestemmingsplan Kerkstraat 98, Gilze

|45

De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Beekdal van de Mark” en “Dekzandeiland Alphen-Baarle”. Historische stedenbouw Op de CHW is af te lezen dat het plangebied deels in een gebied met historische stedenbouw ligt met een redelijk hoge waarde. Hierbij is de volgende omschrijving opgenomen: “Waarschijnlijk ontstaan als domeinakkerdorp, met ontwikkeling van plaatse (Heuvel), later baandorpontwikkeling met plein (Markt). Van hieruit deels breed geprofileerde, lintbebouwde straten met enkele herenhuizen, waartussen veelal eenlaagse, evenwijdig aan de straat gesitueerde, functioneel gemengde bebouwing, met enkele bedrijfspanden (veelal 1880-1920).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14236009/1