CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan De Nieuwe Erven, Molenschot (1075625)

Raadscommissie Ruimte 4 juni 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan De Nieuwe Erven, Molenschot30.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Binnen en aangrenzend aan het plangebied is foerageergebied van de huismus aanwezig in de vorm van struiken, struweel en hagen. Aangezien in de omgeving van het plangebied voldoende alternatief foerageergebied aanwezig is, betreft het geen essentieel foerageergebied. - Steenuil Tijdens het nader onderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van nestlocaties van de steenuil binnen het plangebied. Het gebruik van het plangebied als nestlocatie wordt hiermee uitgesloten. Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied van de steenuil. Het ruimtebeslag dat zal plaatsvinden op het leefgebied van de steenuil voor het realiseren van de nieuwbouw bedraagt minder dan 5%. Derhalve is er geen sprake van een significant negatief effect op het essentieel leefgebied van deze soort. Er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. - Kerkuil Tijdens het nader onderzoek zijn er geen waarnemingen gedaan van nestlocaties en paartjes kerkuilen, en zijn geen bedelende jongen en kerkuilen gehoord. Het gebruik van het plangebied als nest-locatie wordt hiermee uitgesloten. Het plangebied maakt onderdeel uit van het leefgebied van de kerkuil. Het ruimtebeslag dat zal plaatsvinden op het leefgebied van de kerkuil voor het realiseren van de nieuwbouw bedraagt minder dan 0,5%.

Derhalve is er geen sprake van een significante afname en is er geen significant negatief effect op het essentieel leefgebied van deze soort. Er zijn geen vervolgstappen noodzakelijk.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 47

Reptielen, amfibieën en vissen Geschikt habitat om te rusten, zich voort te planten of te overwinteren is voor beschermde reptielen, amfibieën en vissen in het projectgebied niet aanwezig. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Flora De beschermde plant ruw parelzaad is binnen het projectgebied in de bloemenweide te verwachten. Uitgebreider onderzoek tijdens de bloeitijd van deze planten (april-juni) moet uitwijzen of deze daadwerkelijk aanwezig zijn. Vervolgens kan bepaald worden of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. Ongewervelden Het projectgebied is mogelijk geschikt als habitat voor grote vos en teunisbloempijlstaart. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze soort daadwerkelijk aanwezig is en of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het onderzoek naar de teunisbloempijlstaart vindt in de periode juni-september plaats waarbij er wordt gezocht naar de rupsen op waardplanten. In juli en augustus is de piek vliegperiode van de grote vos waarin het onderzoek plaatsvindt. De conclusie van het nader ecologisch onderzoek t.a.v. grote vos en teunisbloempijlstaart is als volgt: Tijdens het nader onderzoek zijn geen rupsen van de teunisbloempijlstaart en geen imago’s van de grote vos waargenomen in het plangebied.

Het gebruik van het plangebied als habitat voor deze soorten is hiermee uitgesloten. Houtopstanden De bomen in het projectgebied vallen onder de bebouwde kom houtopstanden en zijn daarom vrijgesteld van de meld- en herplantplicht van de Wet natuurbescherming. Invasieve exoten Er zijn geen invasieve exoten aangetroffen binnen het projectgebied. Wet- en regelgeving voor invasieve exoten zijn daarom niet van toepassing. Overige soorten en maatregelen Tijdens het nader onderzoek zijn ook waarnemingen gedaan van meerdere soorten vallend onder de soortgroepen: algemene broedvogels, vogels met jaarrond beschermd nest (cat. 5), vogels met jaarrond beschermd nest (cat. 4), grondgebonden zoogdieren en ongewervelden. Gezien de meest voorkomende overige soorten nesten van algemene broedvogels betreft wordt geadviseerd om te werken buiten het broedseizoen. Voor de houtduif, witte kwikstaart en grondgebonden zoogdieren als egel, muis en vos dient te worden gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol. Een volledig overzicht is opgenomen in bijlage 5 van het nader ecologisch onderzoek. Om mogelijke indirecte effecten als verstoring door licht op naast gelegen foerageergebied, verblijfplaatsen en vliegroutes voor vleermuizen te voorkomen dient te worden gewerkt tussen zonsopgang en zonsondergang.

Indien toch gebruik moet worden gemaakt van kunstlicht, dient gebruik te worden gemaakt van gerichte verlichting. Hierbij dient lichtval op bomen, water en gebouwen in de omgeving te worden vermeden om verstoring te voorkomen. Daarnaast mogen er tussen zonsondergang en zonsopkomst geen obstructies in het water worden gelegd voor dieren die het water volgen als vliegroute.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 48

Conclusie In de conclusies van de quickscan en het nader onderzoek is bepaald dat vervolgstappen nodig zijn om overtredingen van verbodsbepalingen vanuit de Wet natuurbescherming te voorkomen. In onderstaande tabel is weergegeven welke vervolgstappen dat zijn. Mits wordt gewerkt volgens een ecologisch werkprotocol is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming voor de ontwikkeling niet nodig.

Tabel 8: Te nemen vervolgstappen teneinde overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 49

4.10

STIKSTOF

Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb, per 1 januari 2017) regelt de bescherming van natuurgebieden die uniek zijn voor Nederland en Europa, de bescherming van planten en dieren en van bossen en andere houtopstanden. Voor de Wet natuurbescherming heeft de Europese regelgeving als uitgangspunt gediend. De gebiedsbescherming in de Wnb richt zich uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Beoordeling Het plangebied ligt op een afstand van ca. 5 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied ‘Ulvenhoutse Bos’. Door Stantec is een onderzoek (zie bijlage 9) uitgevoerd naar de stikstofdepositie vanwege het stedenbouwkundig plan ‘de Nieuwe erven’ in Molenschot. Voor zowel de sloop/bouwfase en gebruiksfase is bepaald wat de bijdrage van het plan is aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is.

Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Om uit te sluiten dat er geen negatieve effecten met betrekking tot stikstof zijn, is een berekening uitgevoerd in de Aerius Calculator, versie 2023.0.1 (releasedatum 6 november 2023). In de berekening zijn de gegevens opgenomen van zowel de bouw- als de gebruiksfase van het plan. Conclusie Uit onderhavige voortoets blijkt dat op basis van objectieve gegevens er geen sprake is van stikstofdepositie; de depositie bedraagt 0,00 N mol/ha/jr. Derhalve wordt geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000- gebieden. Een Wnb-vergunning is dan ook niet benodigd. Voorwaarde is de toepassing van AdBlue zoals beschreven in bijlage 1 bij het stikstofonderzoek. In het kader van de zorgplicht wordt geadviseerd om AdBlue maximaal te gebruiken bij alle werktuigen waarbij dit mogelijk is. Geadviseerd wordt om het gebruik van AdBlue op te nemen als voorwaarde in de vergunning.

4.11

CULTUURHISTORIE

4.11.1 Cultuurhistorische waardenkaart In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 50

potentie) aanwezig zijn. In de onderstaande afbeelding is een uitsnede weergegeven van de Cultuurhistorische Waardenkaart (hierna CHW) ter plaatse van het plangebied.

Beoordeling en conclusie Binnen het plangebied zijn enkele objecten aanwezig die in de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant als cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid. Het gaat hierbij om de karakteristieke langegevelboerderijen op de Veenstraat 46. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van deze objecten. Het beoogde plan heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarde van het gebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het initiatief.

4.12

ARCHEOLOGIE

Toetsingskader Gemeenten hebben op basis van de Monumentenwet en de Wet op de archeologische monumentenzorg de rol van bevoegd gezag op gebied van archeologie. Dit betekent dat de zorg voor het bodemarchief niet langer vrijblijvend is, maar dat zij de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de archeologische monumentenzorg. Beoordeling en conclusie In het vigerend bestemmingsplan zijn locaties met een hoge archeologische verwachtingswaarde specifiek aangeduid. Het planperceel heeft in het geldende bestemmingsplan de aanduiding ‘Waarde-archeologie’. Op gronden met deze bestemming is het uitvoeren van een archeologisch onderzoek verplicht wanneer bebouwing wordt gerealiseerd of werkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan 40 cm onder het bestaande maaiveld.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 51

In mei 2022 heeft Transect B.V. in opdracht van Stantec een archeologisch vooronderzoek (zie bijlage 10) gedaan op de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase. De rapportage van dit onderzoek is toegevoegd als bijlage bij deze toelichting. De totale oppervlakte van het onderzoeksgebied is ongeveer 2,1 ha. Hieronder zijn de belangrijkste bevindingen en conclusies uit het onderzoek opgenomen. Uit het bureauonderzoek blijkt een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum B tot en met de Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied ter plaatse van een dekzandwelving, die omgeven wordt door beken en dekzandvlaktes. Dit relatief hooggelegen gebied heeft gunstige omstandigheden voor bewoning gehad. Op basis van historische kaarten is in elk geval ter plaatse van de Veenstraat 59 sprake van een erf uit de Midden- en Late Nieuwe tijd. Er worden niet of nauwelijks verstoringen van het archeologisch relevante niveau verwacht. Uit het veldonderzoek is gebleken dat het plangebied inderdaad ter plaatse van een dekzandwelving ligt. In twee van de boringen ter plaatse van het erf Veenstraat 59 is bovendien nog sprake van een uitbraaklaag te relateren aan het historische erf.

Daarom is de hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten te handhaven voor de periode Neolithicum – Nieuwe tijd. Aangezien de oorspronkelijke B- en BC-horizonten in het grootste gedeelte van het plangebied waarschijnlijk zijn opgenomen in het bouwlanddek, is de verwachting voor het Laat-Paleolithicum B en het Mesolithicum wel naar een middelhoge verwachting vast te stellen. Vondstconcentraties uit deze periode zijn mogelijk nog wel in verploegde vorm aan te treffen. Conclusie In het plangebied is sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf een diepte van 60-110 cm -Mv (7,5-7,8 m +NAP; deelgebied Veenstraat 59) en circa 20-100 cm - Mv (7,4-8,2 m +NAP; deelgebied Veenstraat 46), hetgeen een handhaving is van de bestaande verwachting op de archeologische beleidskaart. De archeologische dubbelbestemming blijft als zodanig gehandhaafd. Bij ingrepen in de groter dan 100 m2 en dieper dan 40 cm geldt een nadere onderzoeksplicht. Hiertoe wordt een archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), dat dient plaats te vinden conform een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). Het bovenstaande is een advies.

Op grond van de resultaten van het rapport zal het bevoegd gezag (de gemeente Gilze en Rijen) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 52

4.13

NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN

Toetsingskader Het plangebied is gelegen binnen een NGE-risicogebied (Niet gesprongen explosieven). Binnen deze gebieden kunnen mogelijk niet gesprongen explosieven worden aangetroffen als gevolg van achtergebleven afwerpmunitie uit de Tweede Wereldoorlog. Om het gebied geschikt te maken voor de nieuwe ontwikkeling is voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een onderzoek uitgevoerd naar niet gesprongen explosieven. Parallel aan het archeologisch onderzoek wordt ook veldonderzoek uitgevoerd naar niet gesprongen explosieven. De resultaten worden te zijner tijd in deze paragraaf verwerkt.

4.14

GEURHINDER

Toetsingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) en/of het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit de omliggende veehouderijen. Dat kader stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten (alleen intensieve veehouderijen) en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten (alle veehouderijen). Daarnaast moet worden beoordeeld of ter plaatse van het nieuwe geurgevoelig object sprake is van een goed woon- en verblijfsklimaat en mag het nieuw geurgevoelig object geen (aanvullende) beperking worden voor de omliggende veehouderijen. De geurbelasting is afkomstig van dieren, waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een emissiefactor is vastgesteld (bijvoorbeeld varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten). De geurbelasting wordt uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht (OUE/m3 ). De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of niet-concentratiegebieden en binnen of buiten de bebouwde kom). Naast geurnormen wordt in de Wgv ook rekening gehouden met (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Bij deze afstanden gaat het om dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld (bijvoorbeeld melkrundvee en paarden).

De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat gehouden wordt. De te toetsen afstand wordt gemeten tussen de buitenzijde van een geurgevoelig object en het dichtstbijzijnde emissiepunt. Beoordeling In de voorliggende situatie is sprake van de ontwikkeling van een woongebied met 66 woningen. In het kader van de Wgh moet worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wgv, dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de omliggende veehouderijen niet worden beperkt in hun mogelijkheden. In mei 2023 heeft Stantec een milieuonderzoek geur en veehouderij uitgevoerd. Het geuronderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 11 bij deze toelichting. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies uit het rapport samengevat.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 53

Volgens gegevens uit de kernregistratie dierverblijven bevinden zich binnen een straal van 2 km rond het plangebied 5 veehouderijen met vleeskuikens, leghennen of vleesvarkens. Hieronder valt de veehouderij aan de Veenstraat 46 te Molenschot die als onderdeel van het voorliggende plan is gestopt. Tabel 9 geeft een overzicht van de overige vier veehouderijen, de daarbij behorende emissie PM10, de berekende afstand (straal van de afstandscontour voor endotoxine) en de kortste afstand van het bouwvlak van de veehouderij tot het bouwvlak van de nieuwe woningen. Tabel 9: Beoordeling woon- en leefklimaat

Uit tabel 6 blijkt dat het plangebied niet is gesitueerd binnen de straal van de afstand contour voor endotoxine. Dit aspect vormt geen beperking voor de realisatie van woningen binnen het plangebied. Daarnaast blijkt dat ter plaatse van het plangebied voor het milieuaspect geur en veehouderij sprake is van een “Goed” tot “Zeer Goed” woon- en leefklimaat en het plan geen aanvullende beperking is voor de omliggende veehouderijen. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat voldaan wordt aan de vaste afstanden en geurbelastingen uit de Wet geurhinder en veehouderij. Daarnaast blijkt dat ter plaatse van het plangebied voor het milieuaspect geur en veehouderij sprake is van een “Goed” tot “Zeer Goed” woon- en leefklimaat en het plan geen aanvullende beperking is voor de omliggende veehouderijen. Binnen een straal van 2 rond het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen of veehouderijen die mogelijk een gezondheidsrisico veroorzaken ter plaatse van het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling niet stuit op beperkingen ten aanzien van het milieuaspect geur en veehouderij.

4.15

VOLKSGEZONDHEID I.R.T. VEEHOUDERIJEN

Toetsingskader Op dit moment zijn de belasting op de omgeving van veehouderijen en daarmee samenhangende gezondheidsrisico’s voor omwonenden slechts deels uitgewerkt in de milieuwetgeving. De Milieuwetgeving die voor gezondheid relevant is, richt zich op geurhinder en fijnstof (PM 2,5 en PM10). Naast geur en fijnstof spelen de mogelijke gevolgen van endotoxinen, zoönosen en resistente bacteriën ook nog een rol.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 54

Factoren die de grootste mate van invloed hebben op endotoxine-concentraties in de lucht zijn de afstand van een object tot een veehouderij en het aantal dieren. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van de methode uit het Endotoxine toetsingskader. Voor vleeskuikens, legkippen en vleesvarkens zijn afstandsgrafieken opgesteld. Hierbij wordt de advies emissiewaarde (PM10) van 30 EU/m3 voor endotoxinen uitgezet tegen de afstand tot een veehouderij. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen in de omgeving. De afstandsgrafieken zijn gebaseerd op de volgende formules: ▪ Vleeskuikens (variabele emissie): y=p1 * xp2 (p1=6,46065585 en p2=0,49242746); ▪ Leghennen (constante emissie): y=p1 * xp2 (p1=14,1291356 en p2=0,31511434); ▪ Vleesvarkens (constante emissie): y=p1 * ln(x) - p2 (p1=60,0608184 en p2=231,712643). In deze formules is y de straal van de afstandscontour en x is de PM 10 emissie in kg/jaar. De afstand dient gemeten te worden vanuit het dichstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf van de veehouderij tot de gevel van een gevoelig object. Uit het RIVM-rapport 2017-0062 (veehouderijen en Gezondheid (VGO) (aanvullende studies)) komt naar voren dat omwonenden van o.a.

geitenhouderijen een grotere kans hebben op het krijgen van een longontsteking. Dit geldt met name voor mensen die op een afstand tot 2 km van een geitenhouderij wonen. Hierbij geldt uiteraard dat hoe groter de afstand tot de geitenhouderij hoe kleiner de kans. Naar aanleiding daarvan hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant besloten tot een moratorium op de geitenhouderij, om het uitbreiden van dierverblijven en omschakelen naar geitenhouderij tegen te gaan. Daarnaast is woningbouw binnen de straal van 2 km slechts onder voorwaarden toegestaan. De gezondheidsrisico’s moeten goed worden afgewogen en verantwoord worden bevonden. Vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens Uit het geuronderzoek (zie paragraaf 4.14) is te zien welke veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied liggen. Binnen 2 kilometer bevinden zich de volgende bedrijven met vleeskuikens, leghennen en vleesvarkens: - Molenschotseweg 4: Vleesvarkens (emissie 21.597 OUE/s); - Aardstraat 12: Vleesvarkens (emissie 799 OUE/s); - Lijndonkseweg 11: Vleesvarkens (emissie 6.900 OUE/s); Aan de Aardstraat 12 is een veehouderij met vleesvarkens geregistreerd. Echter wordt deze veehouderij momenteel ontmanteld. De stallen zijn recent gesaneerd. De overige twee varkenshouders in de omgeving liggen op een afstand van 1,6 en 1,85 kilometer van het plangebied.

Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 kilometer rond het plangebied bevinden zich geen geitenhouderijen. Conclusie Uit toetsing op afstanden door de ODBN blijkt dat mogelijk wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1) en de ontwikkeling leidt niet tot een toename aan emissies (stap 2). Zoals in paragraaf 4.14 beschreven voldoet de locatie qua geurbelasting aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (stap 3).

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 55

De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van een geitenhouderij (stap 5a), binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf (stap 5b) of binnen 250 meter van overige veehouderijen: (stap 5c). Het bedrijfsmatig houden van meerdere diersoorten binnen één veehouderij is niet aan de orde (stap 4), evenals mestbe- of verwerking (stap 6). Er is geen ongerustheid bij omwonenden over volksgezondheid (stap 7). Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmeringen voor de haalbaarheid van dit initiatief.

4.16

M.E.R. BEOORDELING

Toetsingskader Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. in werking getreden. De vorm-vrije mer-beoordeling voor activiteiten onder de grenswaarde is vervangen door de mer- beoordelingsplicht. De merbeoordelingsplicht is van toepassing indien: • er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteit op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r.; • voor het plan een passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) is vereist. Beoordeling In de bijlage bij het Besluit mer is opgenomen welke activiteiten mer-plichtig zijn (de C-lijst) en welke activiteiten mer-beoordelingsplichtig zijn (de D-lijst). De activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn op grond van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. (beoordelings) plichtig. Dit project kan aangeduid worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (bijlage D 11.2). Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r. beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. Aan al deze criteria voldoet het plangebied (er komen beschrijving bouwenvelop) niet dus op grond hiervan is geen direct m.e.r.-plicht nodig.

Verder blijkt uit de in dit hoofdstuk genoemde onderzoeken dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, eventueel na het treffen van maatregelen, aanwezig zijn Conclusie Aangezien de ontwikkeling valt onder de activiteit D 11.2 van het Besluit m.e.r. is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Aangezien het plan onder de geldende drempelwaarden blijft is een beknopte aanmeldnotitie voldoende. Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen het woonen leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Het bevoegd gezag neemt op basis van een aanmeldnotitie een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het besluit wordt te zijner tijd als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 56

5.0

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

5.1

INLEIDING

Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De indeling en inhoud van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de systematiek van de gemeente Gilze-Rijen. De systematiek van de regels sluiten aan bij de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van het ‘bestemmingsplan Veenstraat 46-52 te Molenschot’. Voor het overige is de plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening). Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend.

Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee wordt ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld met andere overheden en samenwerkingspartners. Verder maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend. Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: ▪ Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; ▪ Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; ▪ Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; ▪ Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 57

5.2

TOELICHTING BESTEMMINGEN

In dit bestemmingsplan komen de volgende regels en bestemmingen voor:

5.2.1

Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hierin wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe dient te worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan.

5.2.2

Hoofdstuk 2: Bestemmingsplanregels

In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Artikel 3: Groen Gronden met de bestemming groen zijn bedoeld voor groenvoorzieningen. Hieronder vallen onder andere voorzieningen voor langzaam verkeer (voet- en fietspaden), speelvoorzieningen, straatmeubilair en kunstobjecten, kunstwerken, nutsvoorzieningen, ondergrondse voorzieningen en ondergeschikte voorzieningen voor verkeer parkeren en inritten. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4: Natuur Binnen deze bestemming zijn gronden aangewezen voor onder andere bos en natuurgebieden met recreatief medegebruik. Doel van deze bestemming is het behouden en ontwikkelen van de natuuren landschapswaarden. Bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals onder andere groenvoorzieningen, wandel- en fietspaden, nutsvoorzieningen en waterbergingsvoorzieningen zijn binnen deze bestemming toegestaan. Artikel 5: Verkeer – verblijfsgebied Gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, bermen en fiets- en voetpaden.

De gronden zijn verder ook bestemd voor nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen en (hoofd)riolering en groenvoorzieningen inclusief waterpartijen en –gangen, kunstwerken, kunstobjecten, speeltoestellen en straatmeubilair. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van een nutsvoorziening worden gebouwd. Artikel 6: Wonen Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de realisatie van 76 woningen, waarvan maximaal 52 grondgebonden woningen en 24 appartementen met zorgcomponent. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de afzonderlijke huisvesting van huishoudens. De woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming woningen zijn aanduidingen opgenomen met betrekking tot de maximaal toegestane goot- en bouwhoogtes.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 58

Artikel 7: Leiding – Water Deze gronden zijn mede bestemd voor watertransportleiding. Andere bestemmingen zijn op deze gronden mogelijk, waarbij geldt dat uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd, met een bouwhoogte van maximaal 4 meter. Artikel 8: Waarde Archeologie In het bestemmingsplan is, ter bescherming van de archeologische waarden, een dubbelbestemming opgenomen. De met 'Waarde – Archeologie' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met te verwachten archeologische waarden. Op deze gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning grondwerkzaamheden te verrichten dieper dan 40 cm, het verlagen van de waterpeil of het aanbrengen of rooien van bomen of houtgewas, waarbij stobben worden verwijderd. Dit verbod geldt niet voor bouwwerken met een oppervlakte van maximaal 100 m2 of een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Voor het overige zijn in dit bestemmingsplan de regels van het vigerende bestemmingsplan van toepassing verklaard.

5.2.3

Hoofdstuk 3: Algemene regels

Hieronder zijn begrepen de anti-dubbeltelregel, de algemene gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels en de overige regels. Algemene aanduidingsregels Onder de algemene aanduidingsregels zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen; - Overig - IHCS-1: De maximale bouwhoogte bouwwerk 56m boven NAP - Vrijwaringszone – ILS 5: De maximale bouwhoogte bouwwerk lineair interpolatie 32,6 m en 42,6 m boven NAP; - Luchtvaartverkeerzone – 7 De maximale bouwhoogte bouwwerk lineair interpolatie 40 m en 45 m boven NAP - Luchtvaartverkeerzone – 8 De maximale bouwhoogte bouwwerk lineair interpolatie 45 m en 50 m boven NAP - Luchtvaartverkeerzone – 9 De maximale bouwhoogte bouwwerk lineair interpolatie 50 m en 55 m boven NAP - Milieuzone – geluidsgevoelige functie 2 - Herbegrenzing stedelijk gebied Voor de herbegrenzing van het stedelijk gebied zijn er conform artikel 6.2 van de Interim Omgevingsverordening (Iov) enkele gebiedsaanduidingen opgenomen omtrent het opnemen en verwijderen van werkingsgebieden uit de Iov. Het gaat om de aanduidingen voor het verwijderen van het werkingsgebied ‘landelijk gebied’, ‘groenblauwe mantel’, ‘gemengd landelijk gebied’ en het opnemen van de werkingsgebieden ‘stedelijk gebied’ en ‘concentratiegebied’.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 59

Overige regels Onder overige regels is een regel opgenomen die voorziet in de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid. Hiertoe is de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’, of diens rechtsopvolger van toepassing verklaard.

5.2.4

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels

In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 60

6.0

UITVOERBAARHEID

6.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Gilze en Rijen en de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente Gilze en Rijen derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het opstellen van een exploitatieplan achterwege kan blijven. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.

6.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.2.1

Omgevingsdialoog

Naast de wettelijke procedures, besteden de gemeente en initiatiefnemer nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de belanghebbenden. Om belanghebbenden te informeren en om hen de gelegenheid te geven bezwaren en suggesties naar voren te brengen is een omgevingsdialoog gehouden. De omgevingsdialoog heeft in twee ronden plaatsgevonden. Op 20 juni 2023 is een informatieavond gehouden voor directe omwonenden. Daarnaast heeft op 13 juli een brede participatie plaatsgevonden in de vorm van een inloopavond voor Molenschot. De verslagen van deze informatieavonden worden te zijner tijd als bijlage bij deze toelichting opgenomen.

6.2.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept ontwerpbestemmingsplan aan de daarvoor in aanmerking komende instanties toegezonden. Het plan wordt o.a. gestuurd naar de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, defensie en de brandweer Midden- en West-Brabant. De reacties uit het vooroverleg worden te zijner tijd verwerkt in deze toelichting. De volgende partijen hebben een inhoudelijke reactie gegeven: Provincie Noord-Brabant: Op hoofdlijnen is dit bestemmingsplan in overeenstemming met de IOV. De provincie maakt een opmerking over: ▪ Tweedelijns bebouwing De provincie vraagt om de opzet van tweedelijns bebouwing aan de westelijke plandeel te heroverwegen. ▪ Inspanning kwaliteitsverbetering landschap De onderbouwing berekening en uitwerking hiervan moet in het bestemmingsplan worden opgenomen.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 61

Waterschap Brabantse Delta Het bestemmingsplan is dusdanig globaal dat het waterschap niet heel concreet op de aspecten in kan gaan. Het waterschap verzoekt daarom de waterhuishouding nader uit te werken in een waterhuishoudkundig plan en dit te toetsen aan het beleid van het waterschap en het beleid van de gemeente zelf. Defensie Over deze ontwikkeling is door Defensie eerder al aangegeven binnen welk contour wij het vullen van de open ruimte acceptabel vinden. Het voorliggende bouwplan blijft hier in hoofdzaak binnen. De overschrijdingen zijn beperkt en voor een belangrijk deel verder weg gelegen van de Vliegbasis. Defensie stemt in met de voorliggende ontwikkeling, op voorwaarden dat: ▪ Per bouwvlak het maximale aantal woningen wordt aangeduid op de verbeelding; ▪ De Ke contouren op de verbeelding opgenomen met daarbij in de planregels een passende regeling. Een passende regeling is in ieder geval dat het toevoegen van woningen niet is toegestaan binnen de contour 35-45 Ke contour, tenzij defensie hiermee in kan stemmen; ▪ Een voorwaardelijke bepaling wordt opgenomen in de regels voor het voldoen aan artikel 4.104 (Geluidwering bij luchtvaartlawaai) Besluit bouwwerken Leefomgeving (Bbl) voor wat betreft voldoende geluidwering voor de woningen i.r.t.

luchtvaartlawaai; ▪ Er actief wordt gecommuniceerd aan toekomstige bewoners dat er, hoe klein de kans ook mogen zijn, geluidsoverlast zou kunnen worden ervaren door de aanwezigheid van een vliegbasis en de Ke contour over hun woning. Met uitzondering van de opmerking van de provincie ten aanzien van tweedelijns bebouwing zijn alle vragen/opmerkingen uit het vooroverleg in voorliggend bestemmingsplan beantwoord.

6.2.3

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan wordt ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij de gelegenheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen. De resultaten van deze procedure worden te zijner tijd in de toelichting verwerkt.

Stantec | Bestemmingsplan ‘De Nieuwe Erven, Molenschot’ – D01 62

De Nieuwe Erven te Molenschot

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

2

Inhoudsopgave Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

6 6 14

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Groen Natuur Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Leiding - Water Waarde - Archeologie

16 16 18 20 21 27 29

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

31 31 32 33 34 36 37

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

38 38 39

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

3

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

4

Regels

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan:

Het bestemmingsplan De Nieuwe Erven te Molenschot met identificatienummer NL.IMRO.0784.BPdenieuweerven-ON01 van de gemeente Gilze en Rijen. 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0784.BPdenieuweerven-ON01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3

aan huis gebonden beroep:

een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, verzorgend, ontwerptechnisch, kunstzinnig of daarmee gelijk te stellen beroep met ondergeschikte functies zoals vermeld in de 'Lijst van vrije beroepen' Het beroep dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van ambachtelijke bedrijven; 1.4

aan huis gebonden bedrijf:

het beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk met ondergeschikte functies waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van het Inrichtingen of Vergunningenbesluit milieubeheer geldt. Het bedrijf dient qua omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij bijbehorende bijgebouwen te passen en de woonfunctie dient als primaire functie behouden en herkenbaar te blijven; 1.5

aan- / uitbouw:

een uit de gevel springend, in architectonisch opzicht ondergeschikt, deel van een hoofdgebouw dat door zijn indeling en inrichting is bestemd om hoofdzakelijk te worden gebruikt ten behoeve van de hoofdfunctie; 1.6

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8

aaneengebouwde woning:

een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

6

1.9

achtergevel

een van de weg afgekeerde gevel van een hoofdgebouw die parallel of nagenoeg parallel loopt aan de voorgevel; 1.10

afhankelijke woonruimte:

een tijdelijke zelfstandige woonvorm ten behoeve van mantelzorg, waarbij bewoning van een (bij)gebouw tijdelijk is toegestaan en er sprake is van de huisvesting van één huishouden; 1.11

ambachtelijk bedrijf:

een bedrijf -niet zijnde een aan-huis-gebonden beroep- waarbij het productieproces grotendeels wordt uitgevoerd met de hand of althans niet in hoofdzaak gemechaniseerd, geautomatiseerd of met behulp van werktuigen, die door energiebronnen buiten de menselijke arbeidskracht worden aangedreven. Voor zover van laatstbedoelde werktuigen gebruik wordt gemaakt, zijn deze als ondergeschikt te beschouwen aan de menselijke handvaardigheid. 1.12

archeologisch deskundige:

een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria VTH en adviseert en beoordeelt conform de ten tijde van het advies of beoordeling geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.13

archeologisch onderzoek:

onderzoek naar de (aanwezigheid en/of waarde van) archeologische relicten door een gecertificeerde instantie werkend volgens de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek). 1.14

archeologisch rapport:

rapport waarin de resultaten van archeologisch onderzoek zijn vastgelegd en dat is opgesteld conform de ten tijde van het onderzoek geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.15

archeologische verwachting:

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische sporen en relicten. 1.16

archeologische waarde:

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische sporen en relicten. 1.17

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

7

1.18

bedrijf:

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.19

begane grond:

bouwlaag waarvan het vloerpeil ter hoogte van het (straat)peil ligt, dan wel de bouwlaag boven een onderbouw; 1.20

behoudsmaatregelen:

document waarin maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien. 1.21

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.22

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.24

bijgebouw

een niet voor zelfstandige bewoning bestemd, vrijstaand of aangebouwd gebouw, dat zowel bouwkundig als functioneel ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en ten dienste staat van het hoofdgebouw. 1.25

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.26

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.27

bouwlaag:

een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

8

1.28

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.29

bouwperceelgrens:

een grens van een bouwperceel; 1.30

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.31

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.32

bouwwerk, geen gebouw zijnde:

een bouwwerk voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.33

dakopbouw:

bouwlaag welke maximaal 70% van het bebouwde oppervlak van de daaronder gelegen bouwlaag van het hoofdgebouw omvat. 1.34

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.35

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verrichten van diensten van of ten behoeve van het publiek al dan niet met baliefunctie, zoals een uitzendbureau, bank, stomerij, wasserette, apotheek, kapsalon, schoonheidssalon, schoenmaker of reisbureau; 1.36

eengezinswoning:

een gebouw dat uitsluitend één woning omvat; 1.37

eigen terrein:

ruimte in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

9

1.38

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met twee of meer wanden omsloten ruimte vormt; 1.39

geluidsbelasting

de geluidsbelasting vanwege het weg- of vliegverkeer, een industrieterrein en/of het spoorwegverkeer. 1.40

geluidsgevoelig object

gebouwen die dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit Geluidhinder. 1.41

geluidszoneringsplichtige inrichtingen:

een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder (Stbl. 1981, 533) rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden vastgesteld; 1.42

gestapelde woning:

een woning in een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat en/of woningen boven een andere functie op de begane grond en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid kan worden beschouwd; 1.43

hoofdgebouw:

een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.44

huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan. Kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen; 1.45

inwoning:

het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts toegestaan is in het hoofdgebouw, dan wel in met het hoofdgebouw verbonden aangebouwde bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerverhuur niet toegestaan is; 1.46

mantelzorg:

het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op basis van vrijwilligheid en buiten organisatorisch verband; 1.47

mantelzorgbehoevende:

eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

10

1.48

mantelzorgverlener:

diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgbehoevende voorziet; 1.49

meergeneratiewoning:

één woning die krachtens een omgevingsvergunning geschikt is gemaakt voor bewoning door twee huishoudens met een familierelatie en met een fysieke koppeling, waarbij sprake is van inwoning gerelateerd aan de familierelatie; 1.50

NAP:

Nieuw Amsterdams Peil; 1.51

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, milieuvoorzieningen, e.d.; 1.52

ondergeschikte functies:

functies waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de bebouwing als zodanig mag worden gebruikt; 1.53

overkapping/ carport:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van maximaal één gesloten wand; 1.54

pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.55

peil

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.56

perceelsgrens:

een grenslijn tussen bouwpercelen onderling en tussen bouwpercelen en openbaar gebied; 1.57

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

11

1.58

seks- en /of pornobedrijf:

een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, in welk gebouw of welk gedeelte, handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, welk gebouw of welk gedeelte is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verkopen, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf is hieronder begrepen; 1.59

stedenbouwkundige samenhang:

het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaald beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n); 1.60

twee-aaneengebouwde woningen:

blokken van twee eengezinswoningen welke aan maximaal één zijde in de zijdelingse perceelsgrens zijn gebouwd en door een gemeenschappelijke scheidingsmuur met elkaar zijn verbonden; 1.61

vloeroppervlakte:

de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aan-, uit- en bijgebouwen; a. bruto verkoopvloeroppervlak: de totale vloeroppervlakte van functies, gerekend op alle bouwlagen, met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten; b. netto verkoopvloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke (besloten) ruimtes, alleen op de begane grond, ten behoeve van de detailhandel; 1.62

voorgevellijn:

denkbeeldige lijn die strak loop langs de voorgevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen; 1.63

vrijstaand bijgebouw:

een bij een woning behorend gebouw, zoals een garage, huishoudelijke bergruimte, of hobbyruimte, dat niet in directe verbinding staat met de woning en dat niet voor bewoning is bestemd; 1.64

vrijstaande woning:

eengezinswoning welke aan beide zijden van de woning niet in de zijdelingse perceelsgrens is gebouwd;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

12

1.65

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan waterbergbezinbasins, retentievijvers, WADI’s, duikers, stuwen, gemalen, inlaten etc. 1.66

weg:

een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen, bermsloten en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende bushaltes, parkeerplaatsen en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.67

wonen:

de afzonderlijke huisvesting van huishoudens in woningen al dan niet in samenhang daarmee aan-huis-gebonden-beroepen; 1.68

woning:

een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; 1.69

zijdelingse en achterste perceelsgrens:

een grenslijn tussen bouwpercelen onderling. 1.70

zorgwoning:

zelfstandige woning voor mensen die vanwege hun leeftijd, gezondheid of beperkingen aangewezen zijn op zorg en ondersteuning aan huis. Het gaat om mensen die gemiddeld op niveau 3 zitten van de Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM).

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

13

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

wordt gemeten tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het betreffende bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2

het bebouwd oppervlak van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein:

de buitenwerks gemeten oppervlakte van het op een bouwperceel aanwezige c.q. op te richten gebouw, bouwwerken geen gebouwen zijnde of gebouwencomplex, gemeten op één meter boven het gemiddelde maaiveld van het aansluitende afgewerkte terrein; 2.3

bebouwingspercentage:

een aangegeven percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel of bouwvlak, dat ten hoogste mag worden bebouwd; 2.4

dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.5

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.6

de breedte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of tot het hart van de scheidingsmuren, met dien verstande, dat wanneer de betreffende gevelvlakken niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste maat; 2.7

de diepte van een gebouw:

horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels gemeten van de voorgevel tot de achtergevel en 1 m boven peil en waarbij de grootste maat (gemeten evenwijdig aan één van de zijgevels ) bepalend is; 2.8

de verticale diepte van een gebouw:

de diepte van een gebouw, gemeten vanaf peil; 2.9

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

14

2.10

lessenaarsdak:

een dakvorm die bestaat uit slechts één dakvlak of dakschild, dat onder een zekere helling is aangebracht. Hierbij betreft de goothoogte de laagste zijde en de bouwhoogte de hoogste zijde; 2.11

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.12

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.13

de lengte en breedte van een bouwwerk:

horizontaal tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van gemeenschappelijke scheidingsmuren), met dien verstande dat wanneer de zijgevels niet evenwijdig lopen of verspringen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte; 2.14

de vloeroppervlakte van een bouwwerk:

horizontaal tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren over alle bouwlagen; 2.15

peil:

a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 2.16

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, balkons, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftopbouwen, lichtkoepels, antennes, gevelen kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens met niet meer dan 1,0 meter wordt overschreden.

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

15

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

groenvoorzieningen, eventueel met recreatief medegebruik zoals speelplaats of speelveld; nutsvoorzieningen; voet- en fietspaden; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen en (hoofd)riolering; f. kunstobjecten; g. hondentoilet; h. straatmeubilair. 3.2

Bouwregels

3.2.1

Gebouwen

Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen deze bestemming mogen bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Overkappingen zijn niet toegestaan; b. De bouwhoogte van speeltoestellen inclusief skatevoorzieningen en kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 5 meter; c. De bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 meter. 3.3

Specifieke gebruiksregels

Onder verboden gebruik van de grond wordt in ieder geval verstaan: a. b. c. d.

tijdelijke of permanente bewoning; het gebruik als standplaats voor woonwagens; het gebruik als kampeerterrein; seks- en/of pornobedrijf en prostitutie.

3.4

Afwijken van de gebruiksregels

Bevoegd gezag kan afwijken bij omgevingsvergunning voor gebruik van het bepaalde in artikel 3.1 om parkeerplaatsen mogelijk te maken met dien verstande dat de noodzaak voor parkeerplaatsen moet worden aangetoond middels een parkeeronderzoek.

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

16

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1

Aanlegverbod zonder vergunning

Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Groen, met uitzondering van de eerste aanleg, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting; b. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; c. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of andere oppervlaktewater, het verwijderen van waterbergingsvoorzieningen, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; d. aanleggen van verharding (aanleg verharde wandel- of fietspaden en overige verhardingen > 50 m2 en kavelpaden); aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. e. het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen zoals een grondwal. 3.5.2

Uitzondering op aanlegverbod

Het verbod van artikel 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daartoe reeds verleende vergunning. 3.5.3

Voorwaarden voor een omgevingsvergunning

De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de landschappelijke inpassing niet onevenredig wordt of kan worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel daarvan niet onevenredig wordt of zal worden verkleind.

De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp

17

Artikel 4 4.1

Natuur

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

bos en natuurgebieden; behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden; recreatief medegebruik; bij deze doeleinden behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen, wandel- en fietspaden en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en waterberging;

4.2

Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m. 4.3

Specifieke gebruiksregels

Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt verstaan het niet uitvoeren van de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, zoals opgenomen in bijlage 3. De vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap moet worden uitgevoerd binnen twee jaar nadat de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen rechtskracht heeft verkregen en het aldus tot stand gebrachte dient daarna in stand te worden gehouden. 4.4

Aanleg vergunning

4.4.1

Aanlegverbod zonder aanlegvergunning

Het is verboden op of in gronden met de bestemming Natuur zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; b. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; c. blijvend omzetten van grasland naar bouwland; d. aanbrengen van opgaande beplanting; e. verwijderen, vellen of rooien van houtopstanden; f. aanleggen van verhardingen (aanleg verharde wandel- of fietspaden en overige verhardingen > 50 m² en kavelpaden); g. aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14154445/1