Bijlage 2 - Ontwerpbestemmingsplan De Nieuwe Erven
Tekst van het document
Uitzonderingen op aanlegverbod
Het verbod als bedoeld in lid 4.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende aanlegvergunning; De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
18
d. het verwijderen, vellen of rooien van houtopstanden betreffen die worden uitgevoerd in het kader van (agrarisch) natuur- en landschapsbeheer; e. passen binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming Natuur of worden genoemd in een beheersplan voor de betreffende natuurgebieden. 4.4.3
Voorwaarde voor de aanlegvergunning
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur- en landschapswaarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 4.4.4
Strafbaar feit
Overtreding van het verbod van lid 4.4.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
19
Artikel 5 5.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
wegen; voet- en fietspaden; bushaltes inclusief bijbehorende abri's; nutsvoorzieningen; parkeervoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen, inclusief waterpartijen en -gangen, kunstwerken, kunstobjecten, speeltoestellen en straatmeubilair.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Op deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: a. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 10 m². b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 6 meter. b. Overkappingen zijn niet toegestaan. 5.2.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. Het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van seks- en/of pornobedrijf; b. Het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. Het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
20
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de afzonderlijke huisvesting van huishoudens in vrijstaande, halfvrijstaande, aaneengebouwde eengezinshuizen, en gestapelde woningen al dan niet in samenhang daarmee aan huis gebonden beroepen; b. tuinen en erven; c. zorgwoningen ter plaatse van de aanduiding 'zorgwoning'; d. parkeervoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2
Bouwregels
Op deze gronden mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd en daarvoor gelden de volgende regels: 6.2.1
Algemeen
Voor het bouwen van gebouwen geldt in het algemeen de volgende regels: a. Alle bebouwing dient binnen het bouwvlak te worden gebouwd, waarbij geldt dat per bouwperceel ten hoogste één woning is toegestaan; b. Er mogen maximaal 52 grondgebonden woningen en 24 gestapelde woningen worden gebouwd binnen de gehele bestemming 'Wonen', met dien verstande dat per bouwvlak het maximum aantal woningen niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de maatvoering 'maximum aantal wooneenheden'. c. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is bouwen uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 10.2; d. De oppervlakte aan bijgebouwen en hoofdgebouw samen mag niet meer bedragen dan: 1. 50% van het bouwperceel met een maximum van 350 m² bij vrijstaande woningen; 2. 60% van het bouwperceel met een maximum van 250 m² bij twee-aaneen woningen; 3. 70% van het bouwperceel met een maximum van 150 m² bij aaneengebouwde woningen. per woning dient een onbebouwde buitenruimte aanwezig te zijn van minimaal 25 m2; 4. 100% van het bouwvlak bij gestapelde woningen. e. Per grondgebonden woning dient een onbebouwde buitenruimte aanwezig te zijn van minimaal 25 m2; f. Iedere woning dient te worden afgedekt door een hellend dakvlak, met dien verstande dat de helling minimaal 35º en maximaal 60º bedraagt. g.
In afwijking van het bepaalde onder f is ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' een plat dak toegestaan; 6.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd. b. Per bouwperceel is ten hoogste één woning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen toegestaan, tenzij anders is aangegeven. c. De goot- en bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m), maximale bouwhoogte (m)'.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
21
d. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen uitsluitend gestapelde woningen worden gebouwd. e. Voor aaneengebouwde woningen geldt dat niet meer dan 5 woningen aaneengebouwd mogen worden. f. De breedte van een hoofdgebouw in de vorm van: 1. twee-aaneen woningen mag niet minder bedragen dan 6 meter; 2. vrijstaande woningen mag niet minder bedragen dan 7 meter. 3. aaneengebouwde woningen mag niet minder bedragen dan 5,4 meter en niet meer dan 7,5 meter; g. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen voor: 1. vrijstaande woningen mag aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 meter; 2. twee-aaneen woningen mag aan één zijde niet minder bedragen dan 3 meter. 3. eindwoningen mag aan één zijnde niet minder bedragen dan 3 m. 6.2.3
Aan- uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' zijn aan- en uitbouwen en (vrijstaande) bijgebouwen toegestaan; b. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter. c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 meter, met dien verstande dat de absolute hoogte in elk geval moet zijn gelegen binnen een denkbeeldig vlak onder 60º gaande door de goothoogte op de zijdelingse perceelsgrens. d. Aan- en uitbouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de hoofdgebouwen te worden gebouwd. 6.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. erfafscheidingen, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 2 meter; b. carports en overkappingen dienen achter de voorgevellijn te worden gebouwd en uitsluitend binnen het bouwvlak; c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de bouwhoogte vóór de voorgevellijn maximaal 1 meter mag bedragen en achter de voorgevellijn maximaal 3 meter.
6.3
Specifieke bouwregels
Het gebruik van een object voor het wonen, als geluidgevoelige functie, is uitsluitend toegestaan indien: a. De karakteristieke geluidwering van een uitwendinge scheidingsconstructie van een verblijfsgebied van een gebruiksfunctie aantoonbaar niet kleiner is dan het in de tabel aangegeven geluidniveau; Geluidbelasting in Ke vereiste karakteristieke geluidwering in dB 36-40 30-33 41-45 33-36 46-50 36-40 meer dan 50 40 b. De uitwendinge scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2dB of dB(A) lager is dan de karakteristieke De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
22
geluidwering bedoeld in lid a. 6.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering, de bebouwingsdiepte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met inachtneming van de volgende regels: a. De nadere eisen dienen noodzakelijk te zijn ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, het stedenbouwkundig beeld en handhaving van het historisch beeld dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing. b. De nadere eisen dienen noodzakelijk te zijn ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken, met dien verstande dat van een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige samenhang sprake is als door een bebouwings- of gebruiksinitiatief: 1. de bebouwingskarakteristiek ('aaneengebouwd', 'twee-aaneen' en 'vrijstaand') wordt aangetast; 2. de karakteristiek van de openbare ruimte wordt aangetast; 3. de diversiteit (qua verschijning, functie of tijdsbeeld) en de stedenbouwkundige betekenis van de bebouwing wordt aangetast. 6.5
Afwijken van de bouwregels
a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van 1. Het bepaalde in artikel 6.2.1 sub f voor het bouwen van een afwijkende dakvorm, mits dit stedenbouwkundig verantwoord is; 2. Het bepaalde in artikel 6.2.3 sub d voor het realiseren van een aanbouw tot een diepte van maximaal 1,5 meter voor de voorgevelrooilijn, mits dit geen verstoring betekenen van de stedenbouwkundige opzet van het plan; 3. Het bepaalde in artikel 6.2.3 sub c voor het bouwen van een bijgebouw waarvan de nok (bij benadering) loodrecht op de zijdelingse perceelsgrens staat. 4. Het bepaalde in artikel 6.2.4sub c ten aanzien van de bouwhoogte van andere bouwwerken ten behoeve van de bouw van antennes tot een bouwhoogte van maximaal 15 meter; 5. het bepaalde in lid 6.2.2 sub b ten behoeve van het creëren van een extra wooneenheid ter plaatse van de bouwaanduiding 'karakteristiek' om het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle en beeldbepalende panden te stimuleren, met inachtneming van het volgende: na splitsing bedraagt de inhoud per wooneenheid ten minste 600 m³; de splitsing heeft alleen betrekking op de woningen, het bouwvlak dient gehandhaafd te blijven; na de splitsing dient de specifieke bouwaanduiding 'gesplitst' te worden opgenomen dat aangeeft dat de bebouwing gesplitst is; b.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld onder a dient het onderstaande in acht te worden genomen: 1. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 2. Er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu. 6.6
Specifieke gebruiksregels
6.6.1
Algemeen
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende bepalingen:
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
23
a. Het gebruik van bijgebouwen ten behoeve van een aan-huis-gebonden bedrijf is niet toegestaan. b. Het gebruik van de woning ten behoeve van een aan aan-huis-gebonden beroep is toegestaan, mits: 1. De woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij ten hoogste 50% van het grondoppervlak en ten hoogste 30% van het totale oppervlak van de gebouwen als zodanig mag worden gebruikt, tot een maximum van 60 m²; 2. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen; 3. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer; 4. geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan; 5. door uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest. 6.6.2
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor: a. b. c. d. e.
groothandels- en detailhandelsbedrijven; het gebruik van bijgebouwen als zelfstandige woning en/of afhankelijke woonruimte; seks- en/of pornobedrijf en prostitutie; voortuin als parkeerplaats met uitzondering van in-/uitritten behorende bij een woning; opslag van goederen.
6.6.3
Kwaliteitsverbetering landschap
De gronden en bouwwerken ter plaatse van de bestemming 'Wonen', mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de woondoeleinden indien de landschappelijke inpassing is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het inrichtingsplan zoals is toegevoegd in Bijlage 3 en met dien verstande dat de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap wordt uitgevoerd binnen twee jaar nadat het bestemmingsplan voor de betreffende locatie onherroepelijk in werking is getreden. 6.7
Afwijken van de gebruiksregels
6.7.1
Mantelzorg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.6.2 sub b en toestaan dat een vrijstaand bijgebouw tijdelijk wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte met inachtneming van het volgende: a. een dergelijke bewoning is aantoonbaar nodig vanuit een oogpunt van mantelzorg. Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen vraagt het bevoegd gezag hieromtrent een ter zake deskundige om advies; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; c. de ontwikkeling dient milieuhygienisch inpasbaar te zijn; d. de maximale oppervlakte welke wordt gebruikt als afhankelijke woonruimte mag niet meer bedragen dan 80 m2; e. de afhankelijke woonruimte dient te worden bewoond door degene die de zorg nodig heeft, en in voorkomend geval, zijn/haar partner zoals bepaald bij huwelijk, geregistreerd partnerschap of notariële samenlevingsovereenkomst; f. de oorspronkelijke woning dient bewoond te worden door de zorgverlener/-verleenster; g. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; h. de afhankelijke woonruimte dient te voldoen aan de specifieke zorgbehoefte, zoals gebleken uit het advies van een ter zake deskundige; De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
24
i. aan de afhankelijke woonruimte mag geen eigen ontsluiting worden toegevoegd; j. parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; k. het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. Binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van het intrekkingsbesluit dienen alle aanpassingen welke gedaan zijn uit een oogpunt van mantelzorg verwijderd te zijn. 6.7.2
Meergeneratiewoning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.1 sub a en toestaan dat een hoofdgebouw wordt gebruikt als meergeneratiewoning met inachtneming van het volgende: a. tussen hoofdbewoner en inwoner/inwoonster bestaat een familieverband (ouderskind); b. er blijft sprake van een woning (hoofdgebouw) met een huisnummer; c. er is sprake van een (bestaande) hoofdingang met een gezamenlijke verkeersader waarmee de beide wooneenheden direct te benaderen zijn (niet via een verblijfsgebied van de een naar de ander); d. beide woonruimten dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit; e. gezamenlijke energiemeters / watermeter / ontsluiting(en) naar de openbare weg/rioolaansluiting; f. gezamenlijke berging / garage; g. realisering binnen de bestaande bouwmassa, danwel binnen de uitbreidingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt; h. geen intern fysiek scheiding (of compartimentering) door middel van een scheidingsmuur zonder deuren tussen de twee woongedeelten; i. onderscheid in hoofdwoongedeelte en bijwoongedeelte; j. bijwoongedeelte moet voorzien zijn van een slaapkamer en badkamer op de begane grond; k. maximale vloeroppervlakte bijwoongedeelte 65 m2; l. geen privaatrechtelijke splitsing. Eigendom dient van een eigenaar te blijven, danwel van een gezamenlijk eigenaarschap; m. parkeren op eigen terrein; n.
het bevoegd gezag trekt de omgevingsvergunning in, indien de reden voor het instandhouden van de omgevingsvergunning niet meer aanwezig is. 6.7.3
Aan huis gebonden beroep of bedrijf
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning voor gebruik ten behoeve van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten afwijken van het bepaalde in artikel 6.6.1 , mits: a. de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd, waarbij maximaal 25% van het bebouwd oppervlak van de aanwezige bebouwing met een maximum van 60 m2 ten behoeve van een aan huis gebonden bedrijf mag worden gebruikt; b. de parkeerbalans in de directe woonomgeving niet onevenredig nadelig wordt of kan worden beïnvloed; c. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; d. de activiteit milieuhygiënisch inpasbaar is in de woonomgeving waarbij geldt dat deze past in milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; e. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner; f. door de uitoefening van de activiteiten het uiterlijk aanzien van de woning niet zodanig verandert, dat de woning het karakter van een woning geheel of gedeeltelijk verliest.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
25
6.8
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van het bouwvlak mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de inrichting van het perceel zodanig is dat voldoende ruimte aanwezig is om het parkeren op eigen terrein te kunnen afwikkelen conform de voorwaarden uit artikel 6.6.1 sub a; b. de vergroting en/of vormverandering niet ten koste gaat van de oppervlakte aan openbaar gebied.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
26
Artikel 7 7.1
Leiding - Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een watertransportleiding. 7.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 4 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 7.3
Ontheffing van de bouwregels
7.3.1
Ontheffing
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van lid 7.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. 7.3.2
Advisering over de ontheffing
Alvorens omtrent het verlenen van ontheffing te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder, omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 7.3.1. 7.4
Aanlegvergunning
7.4.1
Aanlegverbod zonder vergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Water zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden buiten het bouwvlak uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; b. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
27
7.4.2
Uitzonderingen op het aanlegverbod
Het verbod van lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor ontheffing is verleend, zoals in lid 7.3 bedoeld; b. norrmaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 7.4.3
Voorwaarden voor een aanlegvergunning
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 7.4.4
Advisering over de aanlegvergunning
Alvorens over een aanlegvergunning te beslissen, winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of wordt voldaan aan het bepaalde in lid 7.4.3. 7.4.5
Strafbaar feit
Overtreding van het verbod van lid 7.4.1 is een strafbaar feit, zoals bedoeld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten.
De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
28
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde bestemming en ten dienste van archeologisch onderzoek uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag binnen de bouwvlakken - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - worden gebouwd; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag voor de overige gronden - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de bouwvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade wordt voorkomen door aan de bouwvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; d.
het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken; 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 8.3
Aanlegvergunning
8.3.1
Aanlegverbod zonder aanlegvergunning
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Waarde - Archeologie zonder of in afwijking van een schriftelijke aanlegvergunning van burgemeester en wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden buiten het bouwvlak uit te voeren: a. egaliseren, ophogen, afgraven, grondwerkzaamheden dieper dan 40 cm (zoals diepploegen) en ontginnen; b. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; c. graven en dempen van sloten, afdammen, herprofileren van sloten of ander oppervlaktewater, aanleggen van drainage, uitgezonderd het vervangen van bestaande drainage; De Nieuwe Erven te Molenschot, ontwerp
29