Bijlage 2 Ontwerp BP - toelichtingen en bijlagen
Tekst van het document
De gemeente wil inspelen op een behoefte van veel mensen om dicht bij hun werk te wonen. Daarom moet het woningaanbod gevarieerd zijn: van betaalbare woningen en appartementen voor jonge gezinnen en ouderen tot exclusieve woonvormen. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van 14 starters-/seniorenappartementen en 11 patiowoningen binnen de bestaande grenzen van het stedelijk gebied. Het planvoornemen is daarbij met name gericht op huisvesting voor senioren in de vorm van een hofje. Het plan is in dat opzicht uniek. Het boort een nieuwe woonvorm aan, voor een doelgroep waar behoefte aan is. Het plan heeft door de doelgroep een meerwaarde in het woningaanbod in Gilze. Daarnaast voorziet het ontwerp in een kwalitatief hoogwaardig hof met publieke groene ruimtes, zowel aan straat (groene entree) als op het perceel zelf (behoud van bestaande bomen en de realisatie van een groen ‘pleintje’). Het planvoornemen is derhalve in lijn met de toekomstvisie. Woonvisie In november 2019 is de woonvisie ‘Wonen in Gilze en Rijen, doorstromend, duurzaam en divers’ vastgesteld. De woonvisie draagt bij aan de ambitie van Gilze en Rijen als een aantrekkelijke, duurzame en gezonde gemeente om in te wonen, te werken en te recreëren. De woonvisie functioneert daarnaast als belangrijke onderbouwing voor prestatieafspraken en woningbouwplannen.
De gemeente wil de komende jaren een inhaalslag doen op de nieuwbouw, om te voorzien in de uitgestelde woningbehoefte. Het is van belang de woningproductie te versnellen en te vergroten om aan de vraag vanuit de markt te kunnen voldoen. Dat betekent dat de gemeente in de eerstvolgende jaren een groter aantal nieuwbouwwoningen wil bouwen dan in de huidige provinciale prognose is opgenomen. De gemeente hanteert daarbij de provinciale prognose als richtgetal, maar niet als harde grens. Uit de nu bekende woningbouwinitiatieven volgt dat er plannen zijn voor zo’n 700 à 800 woningen. De gemeente is van plan om naast de vervangende woningbouw circa 125 tot 150 woningen per jaar te bouwen. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|29
Dit aantal is noodzakelijk om onder andere de voorzieningen in de kernen te behouden, de toestroom van (permanente) arbeidsmigranten te faciliteren en een alternatief te bieden voor (illegale) bewoning op recreatieparken. Deze inhaalslag zorgt op dit moment voor frictie met de provinciale prognose, maar verwacht wordt dat door de inhaalslag in de toekomst de provinciale prognose naar boven wordt bijgesteld. Op basis van deze woonvisie zal de gemeente de woningbouwprogrammering voor de komende jaren verder uitwerken. In de woningbouwprogrammering geeft de gemeente daarom een hogere prioritering aan bouwprojecten om zo de inhaalslag te bewerkstellen. Nieuwbouw bevordert de doorstroming en de aantrekkelijkheid van de gemeente voor nieuwe inwoners. Daarbij richten de gemeente zich op jonge gezinnen, die belangrijk zijn voor de vitaliteit van en diversiteit in de dorpen. In het kader van de vergrijzing wil men ook voor de oudere inwoners met een verhuiswens een passend woningaanbod bieden. In de woonvisie evenals in het coalitieakkoord is als doelstelling opgenomen dat er gebouwd wordt naar behoefte: ‘waar hebben woningzoekende behoefte aan en wat zijn de mogelijkheden daarin?’. Daarnaast streeft de gemeente naar inbreiding voor uitbreiding als overkoepelend thema voor alle woningbouwontwikkelingen.
Toetsing De beoogde woningbouwontwikkeling kan gezien worden als een inbreidingslocatie waar een vraaggestuurde vorm van bouwen beoogd wordt. Door het realiseren van voornamelijk levensloopbestendige seniorenwoningen (appartementen met lift en patiowoningen) kunnen de bewoners langer thuis blijven wonen. Deze woning komt tevens ter compensatie van het wegbestemmen c.q. saneringen van (verouderde) bedrijfsgebouwen, waardoor een kwaliteitsverbetering optreedt voor het centrumgebied van Gilze. Gesteld kan worden dat het voornemen past binnen het beleid van de Woonvisie. Welstandsnota Gemeente Gilze en Rijen Welstandstoezicht is begin twintigste eeuw ingesteld om te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte zouden ontsieren. De welstandsbeoordeling is gericht op het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk. Het bouwwerk moet zowel op zichzelf als ook in zijn omgeving worden beoordeeld, waarbij ook verwachte veranderingen van die omgeving een rol spelen. Het welstandsbeleid voor de gemeente Gilze en Rijen is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving.
Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Het welstandstoezicht is bedoel om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Gilze en Rijen.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|30
Het gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in de gemeente worden getoetst. Het gaat daarbij om algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke objecten en welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken. De algemene welstandscriteria richten zich op: • • • • • •
De relatie tussen vorm, gebruik en constructie; De relatie tussen bouwwerk en omgeving; De betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; Het evenwicht tussen helderheid en complexiteit; Schaal en maatverhoudingen; Materiaal, textuur, kleur en licht.
Op 20 december 2010 heeft de gemeenteraad ingestemd met het vernieuwen van het welstandsbeleid. Uit dit besluit blijkt dat de Welstandsnota Gilze en Rijen alleen nog geldt voor de rode gebieden op de bij het besluit behorende kaart. Voor de gele gebieden geldt de Welstandsnota Gilze en Rijen niet meer, maar in plaats daarvan zal de beoordeling aan redelijke eisen van welstand plaatsvinden door middel van de ‘algemene voorschriften gele gebieden’. Voor groene gebieden geldt de Welstandsnota Gilze en Rijen niet, met uitzondering van de excessenregeling.
Uitsnede kaart Welstandsnota (plangebied oranje omcirkeld)
Toetsing Het plangebied valt langs de Lange Wagenstraat, ter plaatse van de bedrijfsruimte met bovenwoning in het rode gebied ‘Welstandstoezicht door welstandscommissie’. De rest van het terrein ligt in het gele gebied ‘Welstandstoezicht door stadbouwmeester’.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|31
Voor de rode gebieden beoordeelt de Welstandscommissie de bouwplannen op basis van de Welstandsnota. Het bouwplan wordt voorgelegd aan de Welstandscommissie, die een advies zal geven. Beleidsplan Archeologie In 2010 heeft SRE Milieudienst een Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg en een beleidskaart voor het gehele grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen opgesteld. Omdat de kaarten sindsdien niet meer geactualiseerd waren en de gemeente Gilze en Rijen met oog op de Omgevingswet wil beschikken over een actuele en goed onderbouwde archeologische verwachtings- en beleidskaart, is dit beleid recent geactualiseerd. Op 19 december 2022 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde Archeologische verwachtings- en beleidskaart vastgesteld. De archeologische beleidskaart is in een aantal fases tot stand gekomen. Allereerst is gestart met een inventarisatie van de reeds bekende archeologische waarden, historische relicten, landschappelijke en geomorfologische opbouw, alsook bodem. Dit heeft geresulteerd in een archeologische informatiekaart, historische relictenkaart, archeolandschappelijke eenhedenkaart en een bodemkaart. Op basis van de inventarisatiekaarten zijn twee verwachtingskaarten vervaardigd: ‘Jagers en Verzamelaars’ en ‘Boeren- en Staatse samenlevingen’.
Ten slotte is aan de verschillende verwachtingseenheden beleid gekoppeld, waarmee de archeologische beleidskaart is ontstaan. De kaart houdt rekening met de specifieke context van de gemeente Gilze en Rijen. De bepaling van verwachtingen is zowel gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten, als op een studie van technische gegevens. Bij het opstellen van het bestemmingsplan dient de gemeente rekening te houden met alle terreinen die als archeologisch monument of zones van archeologische verwachtingswaarde zijn aangemerkt. Dit wordt bereikt door al deze terreinen/zones op de plankaart van het bestemmingsplan te plaatsen en te voorzien van de (dubbel)bestemming ‘archeologische waarde’. De archeologische waarde correspondeert met de waarden zoals deze op de archeologische beleidskaart staan weergegeven. De archeologische beleidskaart is dan ook het belangrijkste instrument voor de integratie van (verwachte) archeologische waarden in het bestemmingsplan. De archeologische beleidskaart is onderverdeeld in een tiental categorieën. Aan elke categorie zijn bepaalde beleidsregels gekoppeld. De beleidscategorieën zijn bedoeld om de eerste stap in de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) te bepalen. Na onderzoek wordt indien nodig een andere beleidscategorie gekozen voor het bestemmingsplan die passend is bij de resultaten van dat onderzoek.
De terreinen binnen de hierna genoemde categorieën dienen planologisch te worden beschermd door opname op de plankaart van het bestemmingsplan en in de bijbehorende regels. Bij ontwikkelingen op deze terreinen heeft inpassing van archeologische waarden te allen tijde de voorkeur. Bodemverstorende activiteiten of grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen worden niet toegestaan, tenzij met behulp van een waardestellend archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat de archeologische resten niet worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. In paragraaf 5.1 Archeologie wordt getoetst aan de relevante archeologische beleidsstukken.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|32
Groenstructuurplan 2011 De gemeente Gilze en Rijen staat bekend als een open en groen gemeente tussen de steden Tilburg en Breda. Op de eerste plaats bepaalt het aantrekkelijke buitengebied, bestaande uit bosgebieden en open (broek-)ontginningen met beekdalen, het groene karakter. Ten tweede draagt het groen in en direct grenzend aan de kernen bij aan de groene uitstraling. Bosgebieden verweven met de kern en historische structuren, begeleid door boomstructuren, dragen sterk bij aan de uitstraling van de kern. Het groenstructuurplan biedt kaders voor ontwikkeling van de groenstructuren binnen de kernen, met aandacht voor de kwaliteiten die het groen in de gemeente Gilze en Rijen heeft. Iedere kern heeft hierbij een andere ontstaansgeschiedenis en karakteristiek die belangrijke kaders bieden voor de ontwikkeling van de huidige groenstructuur. Groen binnen de kernen is echter niet vanzelfsprekend. Functies als woningbouw en parkeren vragen binnen de bebouwde kommen om ruimte, waardoor de structuren steeds verder verdicht raken. Door vast te leggen welk groen van belang is voor de uitstraling van de gemeente, wordt voorkomen dat groen een ander functie krijgt en zo verloren gaat.
De doelstelling van het groenstructuurplan is: Het beschrijven van de lange termijn visie van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen, om een waardevolle, karakteristieke, gebruiksvriendelijke en duurzame groenstructuur te behouden, ontwikkelen en versterken, binnen de bebouwde kommen.
Uitsnede Groenstructuurkaart (plangebied zwart omcirkeld)
Het groenstructuurplan heeft geen juridische status, maar met het vaststellen van de inhoud van het plan legt het gemeentebestuur zijn visie met betrekking tot het openbaar groen in de kernen voor een periode van 10 jaar vast. Het groenstructuurplan is daarmee een uitgangspunt in de discussie over het groen in de kern en bij het dagelijks werk in de gemeente. Daarnaast biedt dit plan uitgangspunten voor het opstellen en toetsen van andere ruimtelijke plannen.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|33
Ruimtelijke ontwikkeling Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een beperkte ruimte (met name bij inbreidingen), is de realisatie van een eigen sfeer met groenvoorzieningen van hoge kwaliteit het uitgangspunt. Deze groenvoorzieningen worden zoveel mogelijk gebundeld gerealiseerd en niet versnipperd door de wijk. Behoud van bestaande elementen is in alle gevallen een meerwaarde. De bijbehorende beleidsdoelen zijn: • Uitbreidingen kernen verbinden met het landschap door landschappelijk groen in de kern in te laten dringen; • Groenvoorzieningen van hoge kwaliteit bundelen bij in- en uitbreidingen, groen en rood zijn hierbij in balans; • Behoud bestaande waardevolle groenelementen waar mogelijk. Toetsing Het groen langs de Lange Wagenstraat is aangewezen als hoofdstructuur lijnelement. De visie voor deze structuur is het behouden van de groene waarden. Het planvoornemen leidt niet tot een verandering van de groenstructuur langs de Lange Wagenstraat. Duurzaam bouwen Gemeente Gilze en Rijen heeft specifieke ambities voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheids-, sociale-, milieukundige- en economische dimensies.
De Duurzaam Beeldkwaliteitsgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De doelstelling van de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids is: • Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; • Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; • Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid; • Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren. Toetsing Bij de beoogde ontwikkeling wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met aspect duurzaamheid. Zo worden de woningen energieneutraal gerealiseerd. Gedacht kan worden aan energieopwekking door middel van zonnepanelen, energiebesparing door de woningen volledig te isoleren door middel van extra duurzame technieken en materialen en het aanbrengen van luchtcirculatiesystemen voor duurzaam warmtegebruik.
Het is ook denkbaar om technieken toepassen voor het hergebruik van regenwater.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|34
De platte daken zijn uitstekend geschikt voor vergroening in combinatie met zonnepanelen. De daken worden bij voorkeur groen ingericht. Groene daken werken als een spons. Een groen dak kan circa 50% regenwater opnemen. Door de vertraagde afvoer van regenwater helpt een groen ingericht dak wateroverlast voorkomen. Tegenwoordig wordt bij de aanleg van parkeervoorzieningen sterk rekening gehouden met de elektrische auto. De realisatie van laadpalen voor elektrische auto’s wordt ook toegepast binnen voorliggend plan. Binnen het duurzame concept van het plan passen ook initiatieven zoals bijvoorbeeld gezamenlijke (openbare) laadvoorzieningen voor elektrische fietsen. Klimaatkaart Gilze en Rijen Het klimaat verandert: de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt en daarmee worden de gevolgen merkbaar. Het regent meer en harder, er komen meer dagen waarop het warmer is dan 30 graden. De bodem wordt op de ene plaats natter en op een andere plaats droogt deze uit. Vanuit het Deltaplan zijn gemeenten verplicht om een stresstest light te maken. Dat is voor Gilze en Rijen de klimaatonderlegger in de vorm van een kaart. Een kaart is een middel om de effecten die de gemeente kan verwachten inzichtelijk te maken. Voor de Klimaatkaart Gilze en Rijen is een aantal gegevens uit bronnen zoals de bodemkaart, hoogte, zonneatlas en de Klimaateffectatlas gecombineerd en grafisch weergegeven.
Op deze kaart staan de gevolgen die we kunnen verwachten en de kansen om hiermee om te gaan. Het zijn globale gegevens dus we kunnen niet op perceel niveau bepalen welke effecten daar optreden. Aan de hand van de Klimaatkaart heeft de gemeente Gilze en Rijen de Klimaatgids opgesteld. In deze gids wordt informatie gegeven over de klimaatgevolgen, wordt de klimaatkaart toegelicht en worden tips gegeven aan wat inwoners en planmakers kunnen doen. In de Klimaatgids zijn verschillende maatregelen voor het tegengaan van hittestress opgenomen. Ook geeft de gemeente in de Klimaatgids adviezen aan haar inwoners over hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren. Welke adviezen geeft de gemeente aan haar inwoners? • Het vervangen van de verharding in de tuin door planten of gras. • De gevels van de woning of schuur vergroenen door het planten van een geveltuin. • Het aanbrengen van groen op de daken van schuren en woningen. • Bedrijven kunnen ook bijdragen door parkeerplaatsen, erfafscheiding en het dak te vergoenen. • Dit kan gecombineerd worden met zonnepanelen waarmee bijdragen wordt geleverd voor het opwekken van duurzame energie.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|35
Toetsing
Uitsnede klimaatkaart (plangebied zwart omcirkeld)
Het planvoornemen biedt de kans om een duurzame en klimaatadaptieve ontwikkeling mogelijk te maken. Voor de bouw kan gedacht worden aan een duurzame manier van bouwen. Denk aan energieopwekking door middel van zonnepanelen, aan energiebesparing door de bebouwing volledig te isoleren door middel van extra duurzame technieken en materialen en aan het aanbrengen van luchtcirculatiesystemen voor duurzaam warmtegebruik. De platte daken zijn uitstekend geschikt voor vergroening in combinatie met zonnepanelen. De daken van de eerste bouwlaag worden bij voorkeur groen ingericht. Groene daken werken als een spons. Een groen dak kan circa 50% regenwater opnemen. Door de vertraagde afvoer van regenwater helpt een groen ingericht dak wateroverlast voorkomen. vGRP 2021 - 2025 De inzameling en het transport van afvalwater is een wettelijk vastgelegde gemeentelijke taak. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) 2021 – 2025 van december 2020 is weergegeven hoe de gemeente Gilze en Rijen haar rioleringstaak de komende planperiode vorm wil geven. Negatieve effecten op grond- en oppervlaktewater dienen te worden voorkomen. In dit vGRP 2021 – 2025 is ervoor gekozen om de huidige kwaliteit van de riolering en de overige kapitaalgoederen te behouden.
Dit betekent dat de ingezette koers van het vorig vGRP wordt voortgezet en daarnaast actief in te zetten op de uitvoering van klimaat adaptieve maatregelen. Dit plan gaat over de gemeentelijke taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|36
De rioleringszorg heeft tot hoofddoel, het duurzaam beschermen van de volksgezondheid, het bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving en het duurzaam beschermen van natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater). Een van de uitgangspunten is dat alle nieuwbouw- en herstructureringsprojecten in principe waterneutraal dienen te zijn. De uitbreiding van het verhard oppervlak mag niet leiden tot verhoging of verlaging van de grondwaterstand en de afvoer naar het oppervlaktewater, ook niet bij extremere omstandigheden. Hiertoe dient een compensatie voor het plangebied te worden gerealiseerd, welke bij verschillende omstandigheden moet worden getoetst. Bij nieuwe uitbreidingen en inbreidingen wordt hemelwater bij voorkeur niet meer afgevoerd naar de RWZI maar lokaal verwerkt. De gemeente streeft ernaar van zoveel mogelijk verhard oppervlak het afvloeiend regenwater te infiltreren dan wel vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater, zonder dat dit leidt tot wateroverlast of aantasting van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. In SWWB verband worden de mogelijkheden voor het optuigen van een retentie of waterbank verkend en uitgewerkt. Voor de retentiebehoefte is de voorkeursvolgorde infiltreren, retentie binnen het plangebied, retentie buiten het plangebied of berging in het bestaand watersysteem.
Bij de afweging spelen de kenmerken van het ontvangende watersysteem een belangrijke rol. De afweging met betrekking tot het watersysteem vindt plaats in paragraaf 5.12 Water. Conclusie De toetsing aan het gemeentelijk waterbeleid vindt nog plaats in paragraaf 5.12 en de toetsing aan de relevante archeologische beleidsstukken in paragraaf 5.1. Verder past het planvoornemen binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|37
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Archeologie
Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.
Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden. Gemeentelijk archeologiebeleid Op 19 december 2022 heeft de gemeenteraad de (geactualiseerde) Archeologische verwachtingsen beleidskaart vastgesteld, zoals reeds toegelicht in paragraaf 4.3. Het plangebied is aan deze kaart getoetst. Het plangebied ligt volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Gilze en Rijen in de zone die is aangewezen als ‘categorie 3’, zoals te zien in onderstaande afbeelding. De gebieden behorende tot categorie 3 betreffen zones bestaande uit de gebieden waaraan op basis van de modellen een verwachting is toegekend op het voorkomen van archeologische resten zoals weergegeven op de verwachtingskaart voor Boeren- en Staatse samenlevingen. Deze gebieden hebben een grote kans op het aantreffen van archeologische waarden vanaf het neolithicum toegekend gekregen.
Regime Het uitgangspunt voor de zones behorende tot categorie 3 is om behoud van archeologische waarden in originele context (behoud ‘in situ’) na te streven en bodemverstoringen (inclusief sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld) dieper dan 40 cm te vermijden. Bodemverstorende activiteiten, grootschalige dan wel langdurige grondwaterpeilverlagingen en sloopwerkzaamheden beneden het maaiveld (bijvoorbeeld sloop van funderingen, kelders, putten) worden niet toegestaan in plangebieden van 500 m² of groter, tenzij met behulp van een waardestellend archeologisch onderzoek kan worden aangetoond dat er geen archeologische resten worden bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|38
Ten behoeve van onderhavig planvoornemen wordt een archeologisch onderzoek daarom noodzakelijk geacht.
Uitsnede archeologische beleidskaart (2022), gemeente Gilze en Rijen (plangebied zwart omcirkeld)
Onderzoek Door Aeres Milieu is een archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Het volledige onderzoek is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Op basis van het verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat een groot deel van het plangebied bestaat uit (deels) intacte enkeerdgronden. Hierdoor is de kans groot dat archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het vooronderzoek opgestelde archeologische verwachting (hoog voor laat-paleolithicum – vroege middeleeuwen en middelhoog voor late middeleeuwen – nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. De graafwerkzaamheden bij de voorgenomen planontwikkeling kunnen een negatieve impact hebben op het verwachte aanwezige archeologische niveau. Op basis van de bodemkundige gesteldheid kunnen onder de humushoudende bovengrond (0 – 45 centimeter beneden maaiveld) archeologische resten aanwezig zijn. Wanneer er graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, dan kunnen eventueel aanwezige archeologische resten verloren gaan. Alvorens er bodemverstorende of voorbereidende activiteiten worden ondernomen wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te voeren.
De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Gilze en Rijen), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Door de handhaving van de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ wordt gewaarborgd dat het geadviseerde vervolgonderzoek wordt uitgevoerd. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|39
Conclusie Het aspect archeologie vormt een belemmering voor het planvoornemen, er dient nader onderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd te worden. Door de handhaving van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ wordt gewaarborgd dat het geadviseerde vervolgonderzoek wordt uitgevoerd.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer (Wm) zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. In de VNG-publicatie is een omschrijving van de gebiedstypes gemengd gebied en rustige woonwijk/rustig buitengebied gegeven. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.
Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Omgevingstype rustige woonwijk/rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. De minimale afstand per categorie is als volgt:
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|40
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Onderzoek Met het planvoornemen wordt een bedrijfsbestemming omgezet naar een woonbestemming. Gezien de ligging van het plangebied naast een woonwijk én bedrijventerrein kunnen de richtafstanden ten opzichte van een ‘gemengd gebied’ aangehouden worden. Het plangebied grenst aan het Bedrijventerrein Broekakkers. Op het bedrijventerrein bevinden zich diverse bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 4.2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het terrein van de drankenhandel Revera NL (een groothandel voor alcoholische dranken) grenst direct aan het plangebied. Dergelijk bedrijf valt onder milieucategorie 2 met een bijbehorende richtafstand van 30 meter ten aanzien van geluid en 0 meter ten aanzien van geur, stof en gevaar. Een deel van het beoogde appartementengebouw ligt binnen de bijbehorende hindercirkel van 30 meter ten aanzien van het aspect ‘geluid’. Daarom is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd naar de geluiduitstraling van Revera NL, om na te gaan of de nieuwbouw de bedrijfsvoering van de drankenhandel Revera NL beperkt. Langtijdgemiddelde geluidbelastingen De optredende belasting bedraagt maximaal 33 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van alle onderzochte waarneempunten. Hiermee wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG brochure.
Maximale geluidniveaus Het maximale niveau bedraagt voor alle waarneempunten ten hoogste 57 dB(A) voor de dagperiode. In de avond- en nachtperiode zijn er geen activiteiten, daarom zijn er ook geen belastingen in deze periodes. Voor alle waarneempunten wordt voldaan aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG brochure. Indirecte hinder De voertuigen rijden via de openbare weg naar de inrichting. Deze voertuigbewegingen over de openbare weg vallen onder indirecte hinder. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) van de circulaire “Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met de vergunningsverlening Wet Milieubeheer” wordt bij de onderzochte waarneempunten niet overschreden. Het aspect industrielawaai vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen. Daarnaast liggen de bestaande burgerwoningen Hippelpad 2 en 4 op kortere afstand van het bedrijf. De dichterbij gelegen woningen zijn daardoor bepalend voor de (uitbreidings)mogelijkheden van de bedrijfsbestemming. De beoogde woningbouwontwikkeling komt op een grotere afstand te liggen en vormt derhalve geen extra belemmering voor de mogelijkheden van de bedrijfsbestemming. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|41
Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.3
Bodemkwaliteit
Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek worden verricht. Onderzoek Door Aeres Milieu is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend onderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit het onderzoek volgen de navolgende conclusies en aanbevelingen: Tijdens de veldinspectie op locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. In het opgeboorde/opgegraven bodemmateriaal zijn onder de klinkerverharding bijmengingen met baksteen, beton en leisteen waargenomen.
Ter plaatse van een tweetal boorpunten is onder de klinkerverharding een laag menggranulaat aangetroffen. Asbest Bij het uitkomende bodemmateriaal zijn in de grove fractie geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de geanalyseerde mengmonsters van de fijne fractie zijn geen verhoogde concentraties aan asbest aangetoond. De locatie kan derhalve als onverdacht worden beschouwd op het voorkomen van asbest in de bodem. Bodem Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verhoogd is met lood, minerale olie en PCB. De ondergrond is licht verhoogd met cadmium, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK. Ter plaatse van de olie tanks is geen minerale olie aangetoond. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met cadmium en zink. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem rondom de garage vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling met nieuwbouw. Opgemerkt wordt dat er ter plaatse van de huidige bebouwing in het plangebied geen bodemonderzoek is uitgevoerd. Gezien de huidige onderzoeksresultaten rondom de bebouwing is geen omvangrijke bodemverontreiniging te verwachten. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|42
Desondanks dient na de sloop van de huidige bebouwing een aanvullend onderzoek (ter plaatse van de huidige panden) uitgevoerd te worden om eventuele bodemverontreiniging geheel uit te sluiten. Dit onderzoek wordt bij de omgevingsvergunningaanvraag gevoegd. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor de bestemmingsplanprocedure. Na sloop van de bebouwing zal nog een aanvullend onderzoek uitgevoerd worden om eventuele bodemverontreiniging geheel uit te sluiten.
5.4
Cultuurhistorie
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2024 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|43
Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) (plangebied zwart omcirkeld)
Cultuurhistorische Waardenkaart Regio Baronie Op de CHW is af te lezen dat het plangebied ligt in de regio ‘Baronie’. De Baronie is onderdeel van het dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Het zandlandschap bestaat uit een grofmazig mozaïek van oude en jonge zandontginningen en bossen. Kenmerkend voor de oude zandontginningen zijn dorpen en buurtschappen zonder open akkercomplexen en bijhorende groenstructuren. Op enkele plaatsen komen open akkercomplexen voor. De bebouwing en de akkers liggen vaak op de rand van de beekdalen, de graslanden (beemden) in het beekdal en de (voormalige) heidevelden op de hogere zandgronden. De jongere ontginningen hebben vaak een open karakter met een rationeel patroon van wegen, waterlopen en percelen. De openheid wordt onderbroken door erfbeplanting en wegbeplanting. Daarnaast komen ook meer besloten jonge zandontginningen voor, met bebouwing langs oude wegen, kleinschaligheid door de afwisseling van akkers en weiden met bosjes en losstaande bomen. Op de overgang van bos naar beekdal is een coulisselandschap ontstaan met transparante bomenrijen, gericht op de beek.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|44
De ontwikkelingsstrategie voor dit gebied is: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Baronie in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Beekdal van de Mark” en “Dekzandeiland Alphen-Baarle”. Overige bouwkunst De nabijgelegen panden Lange Wagenstraat 16-18 en Lange Wagenstraat 14 zijn op de CHW nog met blauwe bolletjes aangeduid als overige bouwkunst. Beide panden zijn inmiddels gesloopt. Aardkundig waardevolle gebieden Aardkundige gebieden zijn onderdelen van het landschap die iets vertellen over de oorsprong van het gebied. Het landschap in Noord-Brabant is honderden tot honderdduizenden of zelfs miljoenen jaren terug ontstaan. Deze dekzandruggen, stuifduinen en meanderende beeklopen zijn gezichtsbepalend voor het Brabants landschap. De provincie heeft de ‘Aardkundige waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ ontwikkeld, welke is opgenomen in kaart 3: ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkelingen en erfgoed’ van de Interim Omgevingsverordening.
De kaart geeft aan op welke gebieden de bestaande beleidsregels betrekking heeft. In de regels is extra ruimtelijke bescherming voor het beheer en onderhoud van die gebieden geregeld. Op de kaart ‘Aardkundig Waardevolle gebiedenkaart Noord-Brabant’ is te zien dat het plangebied niet in een aardkundig waardevol gebied ligt. Met het planvoornemen wordt een bedrijfsperceel ontwikkeld tot een woonerf, waarbij de bedrijfsruimte met bestaande bovenwoning langs de Lange Wagenstraat wordt omgezet naar een burgerwoning en 25 nieuwe woningen worden ontwikkeld. Er vinden geen ontwikkelingen plaats welke in strijd zijn met de ontwikkelingsstrategieën behorende bij de Cultuurhistorische Waardenkaart en de Aardkundige Waardevolle Gebiedenkaart Noord-Brabant Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|45
Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. De risico's dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve. Deze curve geeft aan hoe groot de kans is op een ongeval met een bepaald aantal slachtoffers. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10 -6.
Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar. Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10 -6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van: • De kans op een ongeval; • Het effect van het ongeval; • Het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft; • De mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeval.
Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico. Bij het opstellen van een bestemmingsplan, waarvan het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van een risicobron, geldt een verantwoordingsplicht.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|46
Onderzoek De provinciale Risicokaart geeft een beeld van de risico’s in de woon- en leefomgeving. Inrichtingen Binnen of direct grenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3, hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebied te worden opgesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op meer dan 200 meter van het plangebied. Het gaat hierbij om de rijksweg A58 (700 m), de spoorlijn Breda-Tilburg (3,9 km) en een gasleiding (230 m). Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen de defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichterbij het militaire terrein, hoe strenger de regels. Het plangebied is niet gelegen in één van deze zones. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
5.6
Geluid
Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen verkeerslawaai en industrielawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de Wet geluidhinder iedere weg in beschouwing te worden genomen tenzij de weg binnen een woonerf gelegen is of voor de weg een maximum rijsnelheid van 30 km/uur geldt. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats te vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (buitenstedelijk of binnenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidgevoelige gebouwen (onder andere onderwijsgebouwen, ziekenhuishuizen en verpleeghuizen). Objecten die niet onder deze categorieën zijn te scharen zijn op basis van de Wgh niet beschermd tegen geluidshinder.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|47
Wegverkeerslawaai In het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen in de omgeving van de Lange Wagenstraat te Gilze, is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Lange Wagenstraat en de Nieuwstraat. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Burgemeester van Mierlostraat opgenomen in het akoestisch onderzoek. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Uit de rapportage volgen de volgende conclusies. Lange Wagenstraat De geluidbelasting ten gevolge van de Lange Wagenstraat is maximaal 64 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Bij de gemeente Gilze en Rijen wordt een verzoek ingediend voor het verlenen van een hogere waarde. In de voorliggende situatie kan als ontheffingscriterium worden aangedragen dat het nieuwbouwproject wordt gebouwd te midden van bestaande woningen en ter vervanging van de bedrijfsruimte met bestaande bovenwoning. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren.
De geluidbelasting kan daarmee echter niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB of lager. Daarnaast worden de kosten voor dergelijke maatregelen geraamd op € 60.000,(200 m * 6m * € 50,-) en stuiten daarmee op bezwaren van financiële aard. Het plaatsen van geluidschermen om de geluidbelasting ten gevolge van de Lange Wagenstraat te reduceren stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige aard, vanwege de ligging van de woningen ten opzichte van deze weg. Bovendien wordt de voorkeursgrenswaarde op alle verdiepingen overschreden. Een geluidscherm zou dermate hoog moeten worden dat dit naast stedenbouwkundige bezwaren ook op bezwaren van uitvoerbaarheid en financiële aard stuit. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld, kan de gemeente aan deze ontheffing aanvullende voorwaarden stellen. Dit kan betekenen dat het bouwplan dient te beschikken over ten minste één geluidluwe gevel. Hieronder wordt veelal verstaan dat de gevelbelasting niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor elk van de te onderscheiden geluidbronnen. Het gebouw beschikt over tenminste één geluidluwe gevel, de linker achtergevel is een geluidluwe gevel. Conform Bouwbesluit worden in deze situatie eisen gesteld aan de minimale gevelgeluidwering.
Wanneer een hogere waarde wordt verleend, moet voor de nieuwe woningen worden aangetoond welke geluidwerende maatregelen aan de gevel noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan het gestelde in Afdeling 3.1 van het Bouwbesluit. De minimaal vereiste geluidwering is het verschil in geluidbelasting (zonder aftrek artikel 110g Wgh) en 33 dB. Nieuwstraat De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 36 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|48
Burgemeester van Mierlostraat Er is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de weg wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd. De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 45 dB, zonder aftrek artikel 110g. Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 40 dB waarmee deze onder de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Industrielawaai Het plangebied grenst aan het Bedrijventerrein Broekakkers. Op het bedrijventerrein bevinden zich diverse bedrijven in de milieucategorie 2 t/m 4.2 uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Het terrein van de drankenhandel Revera NL grenst direct aan het plangebied en (een deel van) het beoogde appartementengebouw ligt binnen de bijbehorende hindercirkel van 30 meter ten aanzien van het aspect ‘geluid’. Daarom is door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd naar de geluiduitstraling van Revera NL, om na te gaan of de nieuwbouw de bedrijfsvoering van de drankenhandel Revera NL beperkt. In paragraaf 5.2 is reeds toegelicht dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
Conclusie Burgemeester en wethouders hebben besloten een hogere waarde te verlenen. Het Ontwerp besluit Hogere Waarde is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Het besluit ligt tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage.
5.7
Luchtkwaliteit
De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguur gemiddelde). De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdrage aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling ‘Niet in betekenende mate’ (regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Voor de periode tussen het in werking treden van de Wet Luchtkwaliteit en het verlenen van derogatie door de EU is het begrip ‘Niet in betekenende mate’ gedefinieerd als 1% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Inmiddels is derogatie verleend en het NSL in werking getreden. De definitie NIBM is daardoor verschoven naar 3% van de grenswaarde.
In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen, die niet in betekenende mate bijdrage aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|49
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Onderzoek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu – RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2022) ter plaatse minder dan 10 μg/m³. De concentratie PM10 in 2025 (gegevens 2022) is ter plaatse minder dan 18 μg/m³. De concentratie NO2 in 2025 (gegevens 2022) ligt ter plaatse tussen de 10 en 15 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Er kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. NIBM Het planvoornemen betreft de woningbouwontwikkeling Weteringshof. Met het planvoornemen worden 25 nieuwe woningen gerealiseerd. Het voornemen ligt daarmee ver onder de gestelde grens van 1.500 woningen. De ontwikkeling van de woningen draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
5.8
Natuurwetgeving
Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. In het Natuurnetwerk Nederland liggen:
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|50
• • • • •
Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden.
Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aangesloten Pan Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd: • Vogels o Alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken. • Internationaal beschermde soorten o Alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb).
• Overige beschermde soorten o Soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd). De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.
NL.IMRO.0784.BPLangeWagenstr19-ON01
bestemmingsplan Lange Wagenstraat 19, Gilze
|51
Quickscan natuurwetgeving Door Aeres Milieu B.V in samenwerking met Faunaconsultant is een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden. De volledige rapportage is als bijlage bij de toelichting opgenomen. Natura 2000 De plannen zullen naar alle waarschijnlijkheid geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten is de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000gebieden bepaald middels een Aerius berekening. Hier wordt in de navolgende paragraaf verder op in gegaan. Natuurnetwerk Brabant (NNB) De sloop van de huidige bebouwing, de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het Natuurnetwerk Brabant. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd.
Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Huismus In het dak van de bovenwoning broeden mogelijk jaarlijks huismussen. Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd. Voordat deze gebouwen worden gesloopt, dient daarom eerst het voorkomen van huismusnesten conform Kennisdocument Huismus te worden onderzocht. Voor elk nest dat verloren gaat, dienen er meerdere alternatieve nestlocatie voor de huismus in de nieuwe situatie te worden gerealiseerd. Indien blijkt dat er huismusnesten aanwezig zijn, dient een ontheffing op de Wnb te worden aangevraagd. Vleermuizen Het magazijn en de showroom bevatten mogelijk vleermuisverblijven. Het slopen van deze gebouwen kan daarom leiden tot verstoring of vernietiging van vleermuizen en hun verblijven.