Bijlage 2- Bijlagen Toelichting Rielsebaan 48-52, Gilze
Tekst van het document
4500+
G
1700+
G
Peil=0
DOORSNEDE E-E , gebouw 7
9
DOORSNEDE H-H , sleufsilo's en voerplaten H
H
DOORSNEDE G-G , mestsilo 9
F
F
8 8.01
3 Loods
4.03
4.03 4.01
4.01
silo 6 ton 4.02
silo 6 ton
GS8
4.02
D Veldschuur
D
5.05 5.04 5.03
3
5.02
5
5.01
C
GS8
C
GS1
4
DOORSNEDE F-F , Gras torensilo
2 1
cv ketel 34,8
A
6
2.02 2.01
A
8
mestsilo
beton
beton
7
gras torensilo
beton
6
woonhuis
beton
baksteen
pannen
5
rundveestal
beton
baksteen
golfplaten
4
Benaming 5710+
voervijzel
0,55
4.01
2
mestschuif
2,2
2.02
1
hogedrukreiniger
2,2
2.01
1
compressor
1,5
Nr.
St. Benaming
kW
garage/stal
beton
baksteen
golfplaten
jongvee
30
A3
1
woonhuis
beton
baksteen
pannen
Vloerkonstruktie
Wandkonstruktie
30
Soort dieren
Aantal plaatsen
Aantal te houden
-
Huisvestingssysteem
BWL code
Cap.mestopslag
Peil=0 800-
DOORSNEDE A-A , gebouw 2
RENVOOI MOTOREN
RENVOOI PICTOGRAMMEN
Heteluchtkanon
V4
-
0,48
Boiler/geiser
Peil=0
V5
-
0,66
Brandblusser
1650-
V6
-
0,71
GS2 H.b.o.
V7
-
0,75
V8
-
V9 V10
5,0
1
2
0,37
0,5
4.02
A6
-
melkpomp
-
45
V3
1
2
stieren/ov. vleesvee 45
C.V. -ketel
5.02
melkrobot
golfplaten
0,28
1,1
2
damwand
-
vacuumpomp
4.03
klinkers
V2
1
-
veldschuur
GLV -straler
5.03
A3
3
0,22
3,0
28
A 1.100.2
-
koelaggregaat
28
114
V1
1
jongvee
114
Benaming
5.04
handgereedschap
koeien
Pict.
0,25
div
golfplaten
kWh
melktank+mixer
5.01
baksteen
Aantal
1
-
Aantal
Capaciteit
6400+
6100+
3500+ 2100+
Diameter
5.05
A3
RENVOOI STALLEN
RENVOOI VENTILATOREN
2,0
33
beton
Dakkonstruktie
motor torensilo
33
rundveestal
Bruto Oppervlak
1
jongvee
4
Nr. Benaming
8.01
a Member of the ForFarmers Group
1
Hendrix UTD B.V.
Projectleider:
Team Huisvesting en Vergunningen Postbus 1 NL -5830 MA Boxmeer tel.: 0485 -58 99 11
Dennis van Uijen email: erwin.van.kessel@hendrixfeed.eu mobiel: 0622-571959 fax: 0485-583833
email: huisvestingenvergunningen@hendrixfeed.eu
34,8
3500+
BEDRIJFSGEGEVENS
2000+
Peil=0 650-
DOORSNEDE C-C , gebouw 4
DOORSNEDE D-D , gebouw 5
V11 V12
1
pg12
GS1 Dieseltank
1
1500ltr dieselolie
2,52
GS8 Gastank
2
500ltr propaan
-
1,10
GS5 Medicijnkast GS4 Gewasbescherming-GS6 reinigingsmiddelen
-
2,20
Pompput
-
1,80
Grens inrichting
Olieleiding
Spuiwaterleiding
Gasleiding
Zuurleiding
Riolering
Regenwater/sloot
Aard van de inrichting:
Rundveehouderij
Behorende bij de aanvraag Omgevingsvergunning milieu van:
Mts. Vermeer Rielsebaan 48-52 5126 PL Gilze
Adres van de inrichting:
Rielsebaan 48-52 5126 PL Gilze
Tek.nr.: Blad: Schaal: Get: Datum:
M-4997 1 1 : 200 A&D:JvB januari 2012
Hendrix UTD
Gewijzigd:
Par:
Gewijzigd:
A B C D
EvK
E F G H
03-09-2012
Par:
Bijlage 2: Drone foto’s & foto’s erf
Drone-opname projectlocatie (d.d. maart 2021, noordelijke richting)
Drone-opname projectlocatie (d.d. maart 2021, zuidelijke richting)
AGRARISCHE BEDRIJFSOMVANG RIELSEBAAN 48 GILZE
LOCATIE BEDRIJF Rielsebaan 48 – 52 5126 PL Gilze
Initiatiefnemer:
Fam. Vermeer
Adviseur/contact:
FarmConsult Postbus 91 7240 AB Lochem farmconsult@forfarmers.eu
Datum:
April 2023
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
AGRARISCHE BEDRIJFSOMVANG RIELSEBAAN 48 GILZE
1
Inhoudsopgave
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
INLEIDING ........................................................................................................... 2 BEDRIJFSACTIVITEITEN RIELSEBAAN 48 .............................................................. 3 BEDRIJFSOMVANG IN RELATIE TOT OPBRENGSTEN .............................................. 4 CONCLUSIE ......................................................................................................... 6 BIJLAGE: SITUATIETEKENING TOEKOMST............................................................. 7 BIJLAGE: SO-BEREKENING VERMEER .................................................................... 8
1
Inleiding Het bedrijf van familie Vermeer (hierna: initiatiefnemer) bezit ter plaatse van Rielsebaan 48 - 52 een agrarische bedrijfslocatie. Op de locatie is een melkveebedrijf aanwezig. Het bouwvlak van het agrarische bedrijfsperceel bedraagt circa 18.000 m 2. Binnen het perceel zijn twee bedrijfswoningen aanwezig inclusief bijbehorende bijgebouwen.
Afbeelding 1 Uitsnede topografische kaart met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)
Daarnaast behoort Rielsebaan 52 (kadastrale percelen O710 en O1415) tot het voormalige melkveebedrijf. De dochter van initiatiefnemer is hier woonachtig. Initiatiefnemer wenst de bestemming om te zetten naar een woonbestemming met het behoud van het naastgelegen bijgebouw voor opslag, plus de mogelijkheid om in de toekomst te voorzien in een kleinschalige omschakeling. Dit gebouw heeft op dit moment een omvang van circa 490 m 2. In lijn met het beleid van de gemeente wordt dit gebouw gedeeltelijk gesloopt totdat het een grootte heeft van max. 400 m 2. Rielsebaan 52 blijft verder in dit document buitenbeschouwing. Met de ontwikkeling worden overtollige verharding, bedrijfsgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde geamoveerd. Conform landschappelijk inpassingsplan worden bovendien landschapselementen en een hemelwaterinfiltratiesysteem gerealiseerd.
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
Initiatiefnemer is voornemens om in de komende jaren de agrarische bedrijfsactiviteiten af te bouwen en wil daarom het bedrijfsperceel herontwikkelen. Ter plaatse van Rielsebaan 48 (kadastrale percelen O709 en O1416 ged.) wil initiatiefnemer de bedrijfswoning omzetten tot burgerwoning met behoud van 450 m2 aan bijgebouwen. Het bedrijfsmatig houden van melkvee wordt gestaakt en de oude melkveestal wordt gesloopt. In het bijgebouw zal wel nog gedeeltelijk hobbymatig vee worden gehouden in combinatie met akkerbouwactiviteiten rondom het bedrijf. Ten aanzien van de akkerbouwactiviteiten wordt het gebouw gebruikt ten behoeve van het onderhoud en stalling van materieel, werktuigen en handgereedschappen.
2
Bedrijfsactiviteiten Rielsebaan 48 De familie Vermeer bezit op dit moment een melkveebedrijf ter plaatse van Rielsebaan 48 – 52 te Gilze. Door ontwikkelingen in de sector en beleidsontwikkelingen in het land is initiatiefnemer voornemens om in de komende jaren de agrarische bedrijfsactiviteiten af te bouwen en wil daarom het bedrijfsperceel herontwikkelen. Hiertoe wordt de locatie middels een partiële herziening herbestemd zodat de beoogde activiteiten planologisch mogelijk worden gemaakt. Het bestaande melkveebedrijf houdt binnen afzienbare tijd op met bestaan. Initiatiefnemer wil met het oog op de veranderende wet- en regelgeving voor 1 januari 2024 de verouderde melkveestal, die plek biedt voor het houden van 114 melkkoeien, amoveren. In lijn met het afbouwen van de melkveeactiviteiten wordt ook een deel van de overige voorzieningen en rechten ingeleverd. Wat betreft sloop wordt er voorzien in de sloop van de grastoren silo, twee kuilvoer sleufsilo’s en een kuilvoer silo voor gras. In totaal bedraagt het bebouwde - en verharde oppervlak wat met deze ontwikkelingen verdwijnt circa 4.070 m 2. Het bebouwde oppervlak wat wordt gesloopt bedraagt 1.070 m 2.
Met het staken van de melkveeactiviteiten is initiatiefnemer voornemens om middels de planologische herziening de bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning en om als nevenactiviteit op het erf kleinschalige akkerbouwactiviteiten en het hobbymatig houden van vee voort te zetten. Naast de sloop van melkveestal blijft de jongveestal, die wordt omgebouwd tot volwaardig bijgebouw, behouden. De omvang van dit bijgebouw bedraagt 450 m2. In het bijgebouw zal gedeeltelijk hobbymatig vee worden gehouden in combinatie met akkerbouwactiviteiten rondom het bedrijf. Ten aanzien van de akkerbouwactiviteiten wordt het gebouw gebruikt ten behoeve van het onderhoud en stalling van materieel, werktuigen en handgereedschappen. De woonfunctie is de hoofdfunctie op locatie, de overige activiteiten zijn ondergeschikt en kleinschalig van aard ten opzichte van de woonfunctie. Voor wat betreft de akkerbouwactiviteiten zijn de gegevens als volgt: -
In totaal heeft de familie Vermeer 23 in eigen bezit. Hiervan is 2 ha in gebruik als blijvend grasland, circa 1 ha als bufferstrook en 20 ha ten behoeve van diverse teeltwisselingen in het kader van de akkerbouw. Suikerbieten, zomertarwe, aardappelen (consumptie) en snijmais worden verbouwd. Ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten maakt initiatiefnemer gebruik van diverse werktuigen en materieel die in eigen bezit zijn. Namelijk: een tractor, cultivator, ploeg en haspel.
Anders dan de melkveehouderij zullen de toekomstige activiteiten minder uren belasting geven. Het dagelijks verzorgen van de landbouwhuisdieren en hokken vergt geen volledige dagtaak. De onderhoud en verzorging van het erf betreft een terugkomende weektaak. De werkuren van het bewerken van akkerbouw- en grasland verschilt sterk per seizoen. Alom zal er derhalve geen sprake zijn van een volwaardige werkweek waardoor het bevestigt wordt dat de woonfunctie de hoofdfunctie zal zijn op locatie. De overige activiteiten zullen ondergeschikt en kleinschalig van aard zijn ten opzichte van de woonfunctie.
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
Qua het houden van landbouwhuisdieren op locatie is initiatiefnemer voornemens om hobbymatig 5 zoogkoeien, paar legkippen en paar schapen/geiten te houden. De landbouwhuisdieren worden gestald in het bijgebouw. Het bijgebouw dient daarnaast voor de opslag van hooi en stro, en als onderhoud en stalling van materieel, werktuigen en handgereedschappen. In het bijgebouw staan dus enkele wagens en hulpmiddelen voor de resterende agrarische activiteiten.
3
Bedrijfsomvang in relatie tot opbrengsten Agrarische bedrijven verschillen onderling sterk in bedrijfsopzet. Om bedrijven toch te kunnen indelen in homogene groepen, is de NSO-typering (opgesteld door WUR Wageningen) in gebruik. Daarbij worden economische normen gebruikt : de Standaardopbrengst (SO).
Bron: https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Economic-Research/Over-ons/Data-modellen-entools/Bedrijfsomvang-en-type.htm
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
De exploitatie van het bouwplan van het bedrijf in 2022* leidt tot het navolgende overzicht vlgs. SO normen:
4
De kengetallen en de berekening bevestigen dus het beeld dat ter plaatse van Rielsebaan 48 sprake zal zijn van een kleinschalige agrarische bedrijfsactiviteit. Deze bedrijfsactiviteit zullen ondergeschikt en kleinschalig van aard zijn ten opzichte van de hoofdfunctie, namelijk ‘wonen’.
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
De standaardopbrengst (SO) wordt met dit model berekend op €79.620,-. Dit is een lage SO wat resulteert in een standaardverdiencapaciteit (SVC) à €21.890,-. Een lage verdien capaciteit resulteert in een typering die overeenkomt met een ‘zeer klein bedrijf’.
5
Conclusie
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
De gewenste akkerbouwactiviteiten en het hobbymatig houden van enkele landbouwhuisdieren zijn van een dermate beperkte omvang dat ze niet als volwaardig en bedrijfsmatig kunnen worden aangemerkt. De agrarische activiteiten zullen ondergeschikt en kleinschalig van aard zijn ten opzichte van de woonfunctie op locatie Rielsebaan 48. Een woonfunctie in combinatie met een beperking op het maximaal oppervlakte bijgebouwen is derhalve te verantwoorden in een nieuw juridisch planologisch kader.
6
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
Bijlage: situatietekening toekomst
7
52
48 C.1
C.2
A. B.
schaal 1:750
D.
Bestaande (en te handhaven) bomenrij die onderdeel blijft van de agrarische bestemming
D. D.
D.
D.
A. Sloop melkveestal (circa 980 m2) ten behoeve van realisatie woonbestemming met bijgebouwen op zowel Rielsebaan 48 en Rielsebaan 52 B. Bestaande schuur (450 m2) - behouden als bijgebouw Rielsebaan 48 C.1 Bestaande schuur (400 m2) - behouden als bijgebouw Rielsebaan 52 C.2 Bestaande schuur (90 m2) - afbreken ten behoeve van maximale oppervlakte bijgebouwen D. Sloop silo en kuilplaatsen Titel
Ruimtelijke ontwikkelingen D.
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
6/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
D.
48
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
G.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
E.
A. Hoogstam fruitbomen B. Gemengde haag G. C. Poel D. Vitalisering groenstroken E. Bomenrij (lindes) F. Gemengde haag G. Bomenrij bestaand (Fraxinus excelsior)
B.
C.
B.
52
D.
F.
E.
E.
E.
F.
E.
E.
schaal 1:750
Bestaande robuuste houtsingels vitaliseren door het dunnen van bestaande beplanting. Het snoeien van de boomlaag (slechte bomen verwijderen, toekomstbomen snoeien op dood hout en kroonontwikkeling) en het dunnen van onderbeplanting. Doel is een evenwichtig, gemengde struiklaag in soort en leeftijdsopbouw met enkele solitaire boomvormers. Titel
Inpassingsmaatregelen Tekeningnummer
Getekend door
Datum
7/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Agrarische bedrijfsomvang Rielsebaan 48 Gilze
Bijlage: SO-berekening Vermeer
8
Bedrijfsomvang en -type volgens NSO-typering In statistiek en onderzoek worden bedrijven vaak ingedeeld naar bedrijfstype en bedrijfsomvang. Sinds 2010 wordt daarvoor de NSO-typering en de Standaardopbrengst (SO) gebruikt. Ook voor beleid wordt gebruik gemaakt van deze kengetallen. Wageningen Economic Research berekent en beheert de normen en biedt op internet een rekenmodule aan, waar bedrijfsgegevens kunnen worden ingevuld en waar deze rapportage wordt samengesteld. Dit rapport is via die rekenmodule samengesteld op
2023-04-05
De gegevens en de gebruikte normen horen bij de Landbouwtelling van 2022 De ingevoerde gegevens leiden tot de volgende informatie: Bedrijfstype volgens NSO-typering Hoofdtype
1 - Akkerbouwbedrijven
Subtype
1604 - Overige akkerbouwbedrijven Omschrijving
Resultaat
Eenheid
23
ha
Standaardopbrengst (SO)
79.620
euro
Standaardverdiencapaciteit (SVC)
21.890
euro
Grootteklasse o.b.v. SVC
Klasse 1: < 25.000 euro: zeer kleine bedrijven
Totale oppervlakte cultuurgrond
Specificatie van ingevoerde gegevens, normen en SO per product SO per eenheid
Standaardopbrengst
ha, gemeten maat
3.230
12.920
4
ha, gemeten maat
1.670
6.680
Aardappelen, consumptie
6
ha, gemeten maat
7.410
44.460
Snijmais
6
ha, gemeten maat
1.470
8.820
10
aantal dieren
10
100
1
ha, gemeten maat
0
0
2
ha, gemeten maat
1.180
2.360
5
aantal dieren
665
3.325
Bokken (7-12 maanden)
1
aantal dieren
130
130
Overige geiten mannelijk 1 jaar of ouder
1
aantal dieren
130
130
Categorie
Aantal
Eenheid
Suikerbieten
4
Zomertarwe
Akkerbouwgewassen
Eenden, kalkoenen en overig pluimvee Overig pluimvee
Gewassen en gronden zonder agrarische opbrengst Bufferstrook, rand (incl. eventuele oevervegetatie) Grasland en weiden Blijvend grasland Rundvee, vlees- of weidevee Overige koeien (2 jaar of ouder) Schapen en geiten
Categorie
Aantal
Eenheid
4
aantal dieren
SO per eenheid
Standaardopbrengst
175
700
Schapen en geiten Ooien vlees (12 maanden of ouder)
U kunt resultaten van groepen bedrijven bekijken in
Agrimatie
Wageningen Economic Research is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan door het gebruik van de Rekenmodule, door het beëindigen van het beschikbaar stellen ervan of door conclusies en besluiten van gebruikers op basis van de uitkomsten ervan.
Toelichting bij de kengetallen Bedrijfstype De agrarische bedrijven in Nederland verschillen onderling sterk in bedrijfsopzet. Op het ene bedrijf wordt bijvoorbeeld melk geproduceerd en op een ander bedrijf appels. Om bedrijven te kunnen indelen en met elkaar te kunnen vergelijken wordt de Standaardopbrengst (SO) gebruikt. Met behulp van de SO-normen kunnen de appels en de koeien bij elkaar worden geteld en kan de economische bedrijfsomvang (SO) en het NSO-bedrijfstype (specialisatiegraad) van agrarische bedrijven worden berekend. Informatie over de verschillende typen is opgenomen in de notities op de website: Wageningen Economic Research
Standaardopbrengst (SO) De bedrijfsomvang van een bedrijf wordt gemeten in Standaardopbrengst (SO). Voor elke gewas- en diersoort uit de Landbouwtelling is een SO-norm berekend, die de opbrengsten per eenheid weergeeft die onder normale omstandigheden op jaarbasis behaald worden. De bedrijfsomvang wordt berekend als een sommatie van alle eenheden van de producten maal hun SO-norm. De opbrengsten van toeslagen, subsidies en verbredingsactiviteiten zijn niet meegenomen in de normen en dus ook niet in de totale SO van het bedrijf.
Standaard verdiencapaciteit (SVC) De bedrijfsomvang in SO is over bedrijfstypen heen niet sterk gerelateerd met de arbeidsinzet of het resultaat van een bedrijf. Een akkerbouwer houdt van 100.000 euro opbrengsten bijvoorbeeld meer over dan een vleesvarkenshouder. Met het kengetal SVC wordt daarvoor gecorrigeerd. De SVC geeft een beeld van de vergoeding voor de inzet van arbeid en kapitaal (toegevoegde waarde) die op basis van standaarden gemiddeld in een jaar wordt behaald met de betreffende agrarische productie. De werkelijk gerealiseerde toegevoegde waarde van een bedrijf zal nooit gelijk zijn aan de berekende SVC, vanwege verschillen in prijsvorming, technisch resultaat, productbewerking, subsidies en/of multifunctionele activiteiten. Grootteklasse SVC Voor het handiger gebruik van de SVC zijn standaard-grootteklassen vastgesteld. De gehanteerde grenzen van die klassen zijn gebaseerd op de gemiddelde verhouding van de SVC per arbeidskracht en dus min of meer bij een gemiddeld-efficiënte arbeidsinzet. De werkelijke arbeidsinzet van een bedrijf hangt mede af van de mate van mechanisering. Omdat de werkelijke toegevoegde van een bedrijf af kan wijken van de norm is het mogelijk dat de omschrijving bij de grootteklasse niet van toepassing is op het individuele bedrijf. De uitkomsten moeten dan ook vooral als een (globale) richtlijn worden gezien.
Er zijn 5 klassen gedefinieerd op basis van het bedrag aan SVC: 1. < 25.000 euro: zeer kleine bedrijven Deze bedrijven vragen voor de agrarische activiteit volgens de in gebruik zijnde standaarden een arbeidsinzet van maximaal 0,75 arbeidsjaareenheden (aje), tenzij de arbeid duidelijk minder efficiënt of tegen een lagere vergoeding dan gemiddeld wordt ingezet. 2. 25.000 – 60.000 euro: kleine bedrijven Deze bedrijven vragen voor de agrarische activiteit volgens de in gebruik zijnde standaarden een arbeidsinzet van 0,75 tot maximaal 1,5 aje, afhankelijk van de mate van automatisering en de efficiëntie waarmee de arbeid kan worden ingezet. 3. 60.000 – 100.000 euro: middelgrote bedrijven Deze bedrijven zijn van dusdanige omvang dat voor ongeveer 1,5 tot 2,5 aje een gemiddelde toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd. 4. 100.000 – 250.000 euro: grote bedrijven Deze bedrijven zijn van dusdanige omvang dat voor ongeveer 2,5 tot 5 aje een gemiddelde toegevoegde waarde kan worden gerealiseerd. 5. >= 250.000 euro: zeer grote bedrijven Deze bedrijven kunnen aan meer dan 5 aje arbeid bieden tegen een gemiddelde vergoeding.
Landschappelijke inpassing Rielsebaan 48-52 Gilze
Landschappelijke inpassing
Opdrachtgever: Projectlocatie:
Familie Vermeer Rielsebaan 48-52 Gilze
Contactpersoon: ForFarmers Nederland B.V. de heer Robins Hoofdstraat 4 6598 AD Heijen +31657887375 sven.robins@forfarmers.eu Kadastraal:
Gemeente Gilze en Rijen Sectie O Nummer(s) 709, 710, 1415 en 1416
Opdrachtnemer: GV Advies Middelweg 4 3281 KH Numansdorp www.gvadvies.nl Contactpersoon: G. (Geert) Vink info@gvadvies.nl 06-27119742 Datum:
15 december 2022
Het plangebied Plangebied ligt circa 1.500 meter oostelijk van Gilze, zuidelijk van de A58
Titel
Plangebied en haar omgeving Tekeningnummer
Getekend door
Datum
1/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Rielsebaan
52
48
C. A.
B.
schaal 1:750
Bestaande (en te handhaven) bomenrij die onderdeel blijft van de agrarische bestemming E.
E.
E.
E.
A. Melkveestal (circa 980 m2) B. Bestaande schuur (450 m2) C. Bestaande schuur (circa 490 m2) D. Mestsilo E. Kuilplaats(en) Titel
D.
Verbeelding plangebied Tekeningnummer
Getekend door
Datum
2/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Houtopstanden (laanstructuur, eenzijdig, gemeentelijk) van zomereiken
Bebouwingsstructuren
Plangebied met bedrijfsvoering en erfbeplanting
Open landelijk gebied
Houtopstanden (laanstructuur, tweezijdig, gemeentelijk) van zomereiken
Titel
Plangebied - bestemming en ruimtegebruik bron: ruimtelijkeplannen.nl
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
3/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Afbeelding 1. Aangezicht plangebied (Rielsebaan 52) - noord
Afbeelding 2. Aangezicht plangebied (Rielsebaan 48) - noord
Titel
Plangebied in beeld
Afbeelding 3. Aangezicht plangebied noordoost
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
4/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Bestemmingsplan buitengebied
Structuurvisie
Analyse en landschappelijke inpassing Plangebied is omsloten door open landschap met sterk opgaande beplanting aan de achterzijde, meest noordelijk. Aan de voorzijde bevind zich een merendeels enkele rij laanbomen (bestaande uit berken- en eikenbomen). Aan de oostzijde bevind zich een breder struweel op enige afstand tot plangebied. Ter plaatse wordt het bestemmingsvlak uitgebreid van 15.000 m2 naar 20.000 m2 wat primair ten dienste komt van uitbreiding voedersilo's. Plangebied is omsloten door akkerland. Het aangezicht en beleving van bedrijfsvoering richt zich hoofdzakelijk op de voorzijde en korte afstand op aangrenzend percelen. Doorgezichten zijn gebasseerd op de aanwezige centrale paden welke zich op twee plaatsen op het erf bevinden. Plangebied kent momenteel beperkt aantal landschappelijk karakteristieke elementen met als voornaamste enkele solitaire bomen met landschappelijke waarde langs de zuiden westzijde van het plangebied. Voorgaande vormt een kans voor de nieuw te realiseren landschappelijke inpassing. Daarnaast is de visuele impact beperkt bij realisatie van de beoogde nieuwe functie. De te ontwikkelen houtsingel die aansluit op een bestaande groenstructuur aan de westzijde en vormt een duurzame buffer in het landschap. Aan de noord- en oostzijde zal er een houtsingel zonder boomvormers worden gerealiseerd om de impact op het open landschap minimaal te houden.
Titel
Beleid plangebied en omgeving Tekeningnummer
Getekend door
Datum
5/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
52
48 C.1
C.2
A. B.
schaal 1:750
D.
Bestaande (en te handhaven) bomenrij die onderdeel blijft van de agrarische bestemming
D. D.
D.
D.
A. Sloop melkveestal (circa 980 m2) ten behoeve van realisatie woonbestemming met bijgebouwen op zowel Rielsebaan 48 en Rielsebaan 52 B. Bestaande schuur (450 m2) - behouden als bijgebouw Rielsebaan 48 C.1 Bestaande schuur (400 m2) - behouden als bijgebouw Rielsebaan 52 C.2 Bestaande schuur (90 m2) - afbreken ten behoeve van maximale oppervlakte bijgebouwen D. Sloop silo en kuilplaatsen Titel
Ruimtelijke ontwikkelingen D.
Tekeningnummer
Getekend door
Datum
6/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
D.
48
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
G.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
A.
E.
A. Hoogstam fruitbomen B. Gemengde haag G. C. Poel D. Vitalisering groenstroken E. Bomenrij (lindes) F. Gemengde haag G. Bomenrij bestaand (Fraxinus excelsior)
B.
C.
B.
52
D.
F.
E.
E.
E.
F.
E.
E.
schaal 1:750
Bestaande robuuste houtsingels vitaliseren door het dunnen van bestaande beplanting. Het snoeien van de boomlaag (slechte bomen verwijderen, toekomstbomen snoeien op dood hout en kroonontwikkeling) en het dunnen van onderbeplanting. Doel is een evenwichtig, gemengde struiklaag in soort en leeftijdsopbouw met enkele solitaire boomvormers. Titel
Inpassingsmaatregelen Tekeningnummer
Getekend door
Datum
7/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Ligustrum ovalifolium
Amelanchier lamarckii
Rhamnus frangula
Viburnum opulus
Coryllus avellana
Tilia tomentosa
Hoogstam fruitboom
Titel
Detailleringen - sortiment en aantallen Tekeningnummer
Getekend door
Datum
8/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
Algemeen
Heesters
(Fruit-) bomen
Keuze Beplanting in onderhavig inpassingsplan is geselecteerd op basis van inheemse soorten. Deze soorten komen van oorsprong in de regio voor waarmee er enerzijds een bijdrage wordt gegeven aan de oorspronkelijke uitstraling van de regio en anderzijds betreft dit plantmateriaal wat past bij de aanwezige groeiomstandigheden.
Aanplant Zorg voor een ruim plantgat en grond waar de wortels goed in kunnen doordringen. Als je in lichte grond (zandgrond) plant is het goed dat te verbeteren door organisch materiaal (compost/vochtige potgrond) door de uitgegraven grond te mengen. Door zware kleigrond kun je fijn grind of grof zand mengen. Dat bevordert de drainage.
Aanplant
Keurmerk Bij de keuze van beplanting is het mogelijk om de keuze te maken voor autochtoon plantmateriaal. Deze keuze wordt aanbevolen omdat hiermee meer duurzaam plantmateriaal wordt aangeschaft. Het is mogelijk dat de beplanting in onderhavig plan niet met autochtoon keurmerk leverbaar is, er kan dan worden gekozen voor regulier plantmateriaal.
Beheer Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen.
Ontvangst Beplanting moet altijd weer zo snel mogelijk na ontvangst geplant worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan is het raadzaam beplanting tijdelijk met de wortels in zand te planten. Dit mag waar mogelijk gebundeld, doel is dat de wortels geen kans lopen uit te drogen. Bescherming tegen vraat Bescherm bomen, vruchtbomen, hagen en singels goed door op ruime afstand van beplanting gaas te spannen of een hekwerk te plaatsen.
Aanplant algemeen De voorkeur van aanplant gaat uit naar de rustperiode van beplanting (november-februari) waarbij het van belang is dat aanplant in een vorstvrije periode plaatsvind. Zorg voor aankoop dat betreffende plantlocatie vrij is van beplanting en plantklaar is. Hierbij gaat het erom dat de plantlocatie is gespit/gefreesd. Dit bevordert het gemak tijdens de aanplant. Volg bij de aanplant de plantafstand en het plantverband zoals opgenomen in onderhavig plan om te komen tot een evenwichtig en gezond eindbeeld van de beplantingstrook. Maak een royaal plantgat dat ook onderin goed wordt losgemaakt. Planten met een kale wortel zet je net zo diep als ze bij de kweker gestaan hebben. Dit kun je zien aan de verkleuring op de bast. Vaak is de stam groenachtig en de wortel roodbruinig. De overgang hiertussen is de wortelhals. Dat is de diepte die de beplanting moet krijgen. Na het planten moet de grond aangetrapt worden en moet de plant iets omhoog getrokken worden zodat het zand goed tussen de wortels komt. Niet te hard de grond aanstampen want dat zorgt ervoor dat de kieming van de wortels vertraagt.
Beheer algemeen Na aanplant (gedurende het eerste jaar) is het noodzakelijk de beplanting voldoende water te geven. Dit is geheel afhankelijk van weertype en voorkomt sterfte van beplanting. Bij water geven moet je rekening houden met de verdamping. Een plant zonder blad verdampt bijna geen water en ook met donker en regenachtig weer verliest uw plant nauwelijks vocht. Bij hogere temperaturen en niet te vergeten schrale (oosten)wind verdampt uw plant veel meer en droogt dan snel uit. Het is dus belangrijk om dan goed water te geven. Let wel: overmatig water geven is ook niet goed. Het gevaar bestaat dan dat de plant aan de wortels gaat rotten.
De periode waarin gesnoeid wordt hangt af van de doelstelling van de beplanting. Gangbare perioden zijn 5-10 jaar of 10-15 jaar (afhankelijk van de soort). Wilg kan na 5 jaar worden afgezet. De beste tijd voor het afzetten is januari tot maart. Stobben moeten voldoende licht hebben om weer uit te kunnen lopen. De beste afzethoogte is ongeveer 15 cm boven de grens tussen wortel en stam. Het hout moet enigszins schuin worden afgezaagd om inrotten te voorkomen. In het hakhout kunnen naar behoefte aanzichtbepalende bomen gespaard worden.
Hagen Aanplant Een gemengde haag heeft meerdere voordelen ten opzichte van beukenhagen of coniferenhagen: ·Een gemengde haag draagt optimaal bij aan de biodiversiteit. ·Een gemengde haag geeft een meer gevarieerd beeld in het landschap. ·Een haag welke bestaat uit één soort is extra gevoelig voor plagen en ziekten. In een gemengde haag kan een plaag of ziekte zich minder makkelijk uitbreiden.
Graaf een plantgat van ongeveer 50 x 50 x 50 cm. De bomen verankeren zich namelijk beter in losgemaakte grond. Voer de graskluiten of andere begroeiing af of verwerk dit in kleine stukken onder in het plantgat. Niet in de buurt van de wortels, want tijdens het verteren is zuurstof nodig en zuurstof hebben de wortels ook nodig. Het is altijd aan te raden een boompaal te zetten. Deze moet niet in de bodem van het plantgat worden geslagen als de boom daar al staat. Dan beschadig je de wortels. Dus bij voorkeur wordt eerst het gat gegraven, en daarna wordt de boompaal in de bodem geslagen, daarna zet je de boom erbij. Spreid de boomwortels er omheen uit. Gebruik een paal van onbehandeld hout. De boompaal moet minimaal 75 cm in de grond komen te staan. Let hierbij op voor kabels en leidingen. De boompalen altijd plaatsen aan noordwest- en zuidoostzijde van de boom. De boom zal zo bij de meest voorkomende windrichtingen in de boomband hangen, wat voorkomt dat de bast langs de boompaal kapot schuurt. Als de boompaal stevig staat strooit u een deel van de grond, eventueel vermengd met compost, in het plantgat (gebruik een beperkte hoeveelheid compost in verband met verbranding van de jonge wortels. Maximaal 1 emmer per boom en deze goed mengen met de grond). Plaatst de kant van de boom waaraan de minst ontwikkelde takken zitten op het zuiden.
Beheer Belangrijk is dat de boom zolang hij jong is geen last van onkruidgroei bij zijn wortels heeft. Houd een ruime cirkel grond (een zogenaamde boomspiegel) rond de stam vrij van onkruid door het eerst goed te wieden en daarna de grond af te dekken met een bijvoorbeeld boombastsnippers.
Zorg de eerste drie jaar na aanplant dat er geen concurrentie komt door de groei van onkruid. Hiervoor wordt geadviseerd om handmatig de beplantingstrook te schoffelen. Een haag kan als enkele rij of dubbele rij worden geplant. De plantafstand in de rij bedraagt 20 centimeter bij een enkele rij. Bij een dubbele rij worden er acht stuks per strekkende meter geplant in driehoeksverband. Verdeel eerst het plantmateriaal over de gehele lengte. Bevochtig de wortels, zet het plantsoen in de sleuf met de wortels goed uitgespreid. Schud tijdens het vullen het plantsoen iets om de aarde goed om de wortels te laten sluiten. Snoei vervolgens na het planten direct 1/3 van de hoogte van de hagen terug (dus 2/3 laten staan). Door in de beginjaren een haag regelmatig te knippen ontstaat een dicht vertakte haag. Wordt met het knippen te laat begonnen dan ontstaat er een brede slappe haag die kaal van onderen is. Door hagen van boven iets smaller te houden dan onderin komt er lager in de hagen ook voldoende licht bij, dit voorkomt kaal worden. Beheer Afhankelijk van het type haag wordt het beheer bepaald. Een beukenhaag moet bij voorkeur jaarlijks gesnoeid worden en bij een knip- en scheerheg mag dit eenmaal per twee jaar.
Titel
Aanleg- en beheeradvies Tekeningnummer
Getekend door
Datum
9/9
G. Vink
15-12-2022 2-9-2022
Bestandsnaam
Rielsebaan 48-52 Gilze
VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 RIELSEBAAN 48-52 TE GILZE
Opdrachtgever
:
For Farmers Nederland B.V. T.a.v. de heer S. Robins Postbus 91 7240 AB Lochem
Vestiging
:
ABO-Milieuconsult B.V. Curieweg 19 2408 BZ Alphen aan den Rijn Tel.: +31 (172) 44 98 27
Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage
: : :
ANL22-7109 Augustus 2022 9 september 2022
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING...................................................................................................................................... 3 1 INLEIDING ........................................................................................................................................ 5 2 VOORONDERZOEK......................................................................................................................... 6 2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 6 2.2 beeldmateriaal ........................................................ 8 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 8 2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie.................................................................. 9 2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ..................................................... 10 2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 11 3 VELDWERKZAAMHEDEN .............................................................................................................
12 3.1 Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 12 3.2 Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 12 4 LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 13 4.1 Opzet laboratoriumonderzoek................................................................................................. 13 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 13 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 14 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 14 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 15 5.1 Conclusies............................................................................................................................... 15 5.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................
16 TABELLEN TABEL 1: TABEL 2.1: TABEL 2.2: TABEL 3.1: TABEL 3.2: TABEL 4.1: TABEL 4.2: TABEL 4.3
Samenvatting onderzoeksresultaten Algemene bodem- en locatiegegevens Conclusie en hypothese vooronderzoek Verrichte veldwerkzaamheden Peilbuisgegevens Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Overschrijdingstabel grond Overschrijdingstabel grondwater
BIJLAGEN BIJLAGE 1a: BIJLAGE 1b: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7:
Aanduiding locatie op topografische ondergrond en Historische kaarten en luchtfoto Situatietekening onderzoekslocatie Boorprofielen Analyserapporten Toetsingstabellen grond en grondwater Toetsingskader Vooronderzoek
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
2/16
SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Rielsebaan 48-52 te Gilze is in augustus 2022 door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd. Rielsebaan 48 betreft de kadastrale gemeente Gilze, sectie O, perceelnummer 709 en 1416 (gedeeltelijk) en Rielsebaan 52 betreft de kadastrale gemeente Gilze, sectie O, perceelnummers 710 en 1415. Op verzoek van de opdrachtgever wordt alleen het bebouwde deel onderzocht. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 9.000 m2. Aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan. De locatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd, uitgezonderd de aanwezige bovengrondse dieseltank. Op de locatie is een melkveebedrijf met twee bedrijfswoningen en diverse opstallen aanwezig. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 23 boringen verricht. Boringen 07 t/m 20, 102 en 103 zijn tot 0,5 m-mv, boringen 03 t/m 06 zijn tot 2,0 m-mv, boringen 01 en 02 zijn tot 3,2 m-mv en boring 101 is tot 3,5 m-mv verricht. Hiervan zijn boringen 01, 02 en 101 afgewerkt met een peilbuis (01 filterstelling 2,3-3,3 m-mv, 02 filterstelling 2,2-3,2 m-mv en 101 filterstelling 2,5-3,5 m-mv). Ter plaatse van de locatie van de bovengrondse dieseltank is een steekbus genomen rond de grondwaterstand.
De grondwaterstand bevindt zich gemiddeld op 2,0 m-mv (d.d. 30 augustus 2022). Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten wordt het volgende geconcludeerd: Tabel 1: Samenvatting onderzoeksresultaten Deellocatie Zintuiglijke waarnemingen: Gehele locatie
Bovengrondse dieseltank (1.500 liter)
In de vrijkomende grond is in één boring (13; bovengrond) sporen baksteen aangetroffen. Bovengrond NEN 5740 (incl. De bovengrond is (plaatselijk) licht verontreinigd met PCB. OCB1)): Ondergrond NEN 5740: In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond van de geanalyseerde parameters. Grondwater NEN 5740: Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Zintuiglijke waarnemingen: In de grond zijn geen bijmengingen aangetroffen die wijzen op een verontreiniging met minerale olie. Ondergrond: De ondergrond rond de grondwaterstand is niet verontreinigd met (vluchtige) minerale olie of BTEXNS. Grondwater: Het grondwater is licht verontreinigd met minerale olie.
1)Organochloorbestrijdingsmiddelen
De hypothese "De onderzoekslocatie is onverdacht" dient, op basis van het licht verhoogde gehalte PCB in de grond en de licht verhoogde concentraties barium en minerale olie in het grondwater, verworpen te worden.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
3/16
Aanbevelingen Het licht verhoogde gehalte PCB in de bovengrond en de licht verhoogde concentraties barium en minerale olie in het grondwater zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken. Indien in het kader van de nieuwbouw grond moet worden afgevoerd moet rekening gehouden worden dat in het onderhavige rapport geen onderzoek is verricht naar PFAS en/of GenX. Plaatselijk is in de bovengrond (boring 13, traject 0,08-0,5 m-mv, zand) sporen baksteen aangetroffen. De aangetroffen sporen baksteen zijn niet asbestverdacht. Verder zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op het voorkomen van asbesthoudende materialen. De waarnemingen geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een asbestonderzoek. Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën.
Voldaan moet worden aan Besluit bodemkwaliteit. Veldmedewerkers:
De heer T.P.C. van Gils (BodemBasics B.V., erkend BRL 2001) De heer L.H.A. Knoop (BodemBasics B.V., erkend BRL 2002)
Projectadviseur:
De heer A. Kerkhoven Mevrouw Ir. A.M. Otting
Handtekening:
Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
4/16
1 INLEIDING Aan ABO-Milieuconsult B.V. is opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Rielsebaan 48-52 te Gilze. Omschrijving
: De onderzoekslocatie betreft de Rielsebaan 48 en 52 te Gilze. Op deze locaties bevinden zich twee agrarische bedrijfswoningen met tuin en diverse opstallen. De locatie is deels verhard met betonklinkers of asfalt (uitpandig) of beton in de opstallen.
Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan. Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
5/16
2
VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.
2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1.
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Rielsebaan 48 en 52 te Gilze
Burgerlijke gemeente
Gilze en Rijen
Kadaster
Kadastrale gemeente
Gemeente Gilze
Kadaster
Sectie
O
Kadaster
Nummers
709, 710, 1415 en 1416 (gedeeltelijk)
Kadaster
Oppervlakte (m2)
Circa 9.000
Kadaster perceel
Coördinaten
X: 126142 Y: 394625
Simontex.nl
Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
14,07
AHN
Ligging op kaart
Zie bijlage 1 en 2
Kadaster
Uitpandig: asfalt en betonklinkers Inpandig: beton
Opdrachtgever
2.
Opdrachtgever
Bodemopbouw
Verhardingen Antropogene lagen
Nee
DINO-loket
Dempingen
Nee
Provincie Noord-Brabant, Topotijdreis
Grondwaterbeheersplan
N.v.t.
Provincie Noord-Brabant
Geohydrologie
Zie §2.2
Dinoloket
3.
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)
Zone 1
Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
BKK klasse bovengrond
Achtergrondwaarde
Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
BKK klasse ondergrond
Achtergrondwaarde
Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
BKK functieklasse
Landbouw/ natuur
Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
Boomgaardenkaart (periode)
Locatie is in het verleden (gedeeltelijk) in gebruik geweest als boomgaard.
Topotijdreis
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
6/16
Aandachtsgebied lood
Niet bekend
Provincie Noord-Brabant
Aandachtsgebied arseen in grondwater
Ja, verhoogde kans
Provincie Noord-Brabant
Asbestkansenkaart
Niet gezoneerd
Provincie Noord-Brabant
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Stortplaatsenkaart Provincie NoordBrabant
Opslagtanks bekend
Ja, in de omgevingsrapportage van de Provincie Noord-Brabant wordt melding gemaakt van een (ondergrondse) brandstoftank ter plaatse van huisnummers 48 en 52. Volgens de informatie van de opdrachtgever is ter plaatse van de veldschuur een bovengrondse tank zonder opvangbak aanwezig.
Provincie Noord-Brabant
Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend
Onbekend
Provincie Noord-Brabant
Bodemdocumenten bekend
Ja
Provincie Noord-Brabant / Bodemloket
4.
Opdrachtgever
Gebruik en beïnvloeding van de locatie
Voormalig gebruik
Boerderij met bouw- en akkerland
Gemeente
Huidig gebruik
Twee bedrijfswoningen met tuin en diverse opstallen
Opdrachtgever
Toekomstig gebruik
Wonen met (moes)tuin en hobbymatig kleinvee
Aard bebouwing
Opdrachtgever BAG (gemeente)
Periode bebouwing
1968 - 1979
BAG (gemeente)
Belendingen
West: Akkerland, bouwland en Vijfhuizenbaan Noord: Rielsebaan, Akkerland en bouwland Oost: Akkerland, bouwland en Vossenbergse Loop Zuid: Akkerland en bouwland
Google Maps
Bedrijventerrein
Nee
Gemeente
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
Bodembedreigende activiteiten bekend
Ja, namelijk: Bovengrondse dieseltank zonder lekbak
Opdrachtgever Provincie Noord-Brabant
Relevante vergunningen beschikbaar
Ja
Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant
Toepassing asbestverdachte materialen
Ja, in het verleden zijn diverse asbestdaken gesaneerd en middels een Inspectieformulier 09-2013). In augustus 2022 is het asbestonderzoek geactualiseerd middels een inventarisatie (Ster asbestinventarisatie, SIA220809-4, d.d. 19-08-2022), waarbij geen asbesthoudende bronnen zijn aangetoond.
Opdrachtgever
Geen
d.d. 22 augustus 2022
5.
Terreinverkenning
Bijzonderheden
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
7/16
2.2 De onderzoekslocatie is gelegen aan de Rielsebaan 48 en 52 te Gilze. De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als melkveebedrijf De woonhuizen zijn volgens Perceelloep in 1975 en 1979 gebouwd. De melkveestal is gebouwd in 1975, de veldschuur, werktuigenopslag en garages in 1968. De Rielsebaan wordt in 1850 al weergegeven op historische kaarten. De omgeving betreft bouwgrond en natuur. Vanaf 1938 tot 1947 wordt een boomkwekerij weergegeven, hierna betreft het bouwland. Vanaf 1980 wordt de bebouwing op de onderzoekslocatie weergegeven. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Op de locatie zijn voor zover bekend geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Volgens de informatie van de opdrachtgever is ter plaatse van de veldschuur een bovengrondse tank zonder opvangbak aanwezig. Daarnaast wordt in de omgevingsrapportage van de Provincie Noord-Brabant melding gemaakt van een (ondergrondse) brandstoftank ter plaatse van huisnummers 48 en 52. Van de ondergrondse tanks zijn geen gegevens aanwezig. De ligging van de tanks is niet bekend evenals of de tanks reeds gesaneerd is. Wel zijn verkennende onderzoeken uitgevoerd in de nabije omgeving (straal van 25 meter) van de onderzoekslocatie (zie bijlage 7 voor de ligging van de onderzoekslocaties). Op de Rielsebaan 41 (AA078407079) is in 2008 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Milec, geen kenmerk, d.d. 31-12-2008).
Van dit onderzoek zijn geen verdere gegevens bekend. Op de Vijfhuizenbaan 10 (AA078407727) zijn twee onderzoeken uitgevoerd in 1998 en 2015. In 2015 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (MBS, geen kenmerk, d.d. 31-08-2015). Zintuiglijk: toplaag is puingranulaat (zintuiglijk geen asbestverdachte materialen). Grond onder puingranulaat niet verontreinigd boven de Achtergrondwaarde. In het grondwater is een lichte verontreiniging met barium aangetroffen. Het
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
8/16
2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 14,17 m+NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (30 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte lijn A snijdt de onderzoekslocatie. Figuur 1: Verticale doorsnede Rielsebaan 48-52 te Gilze
Antropogene afzettingen, esdekken Formatie van Boxtel, Laagpakket van Singraven (bovenste deel) Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden en Laagpakket van Kootwijk Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy Formatie van Peize en Formatie van Waalre
Lokaal wordt verwacht dat de bovenste 1,15 meter bestaat uit zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal siltig, lokaal humeus met daaronder tot 9,4 m-mv zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig. Een eenduidige freatische grondwaterstromingsrichting is niet bekend en wordt veelal beïnvloed door ondergrondse obstakels. De grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is vermoedelijk in noordelijke richting.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
9/16
2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie beperkt zich tot de locatie zoals weergegeven in bijlage 1 en 2 in onderhavige rapportage.
-
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? In de veldschuur aan de westelijke zijde van het perceel is een bovengrondse dieseltank (1500 liter) zonder lekbak aanwezig. In verband met de aanwezigheid van een boomgaard in het verleden, wordt de Volgens de omgevingsrapportage van de Provincie Noord Brabant is op de locatie een ondergrondse brandstoftanks aanwezig. Van de ondergrondse tanks zijn geen gegevens aanwezig. De ligging van de tanks is niet bekend evenals of de tanks reeds gesaneerd is.
-
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? boven- en ondergrond.
-
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft zand voor de boven- en ondergrond.
-
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot beïnvloeding vanuit de omgeving.
-
Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee.
-
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Nee, een verkennend bodemonderzoek is benodigd. Er zijn in het (recente) verleden geen verkennend bodemonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie.
-
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Zie §2.6
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
10/16
2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek (Deel)locatie
Bovengrondse dieseltank 1500 liter 2
Oppervlakte (m )
<100
Bijzonderheden
Geen
Conclusie
Grond
Verdacht, (vluchtige) minerale olie + BTEXNS*
Grondwater
Verdacht, (vluchtige) minerale olie + BTEXNS
Hypothese Onderzoeksstrategie
NEN5740
§5.3 VEP
(Deel)locatie
Onderzoekslocatie
Oppervlakte (m2)
9000
Bijzonderheden
-
Conclusie
Grond
Hypothese Onderzoeksstrategie
Onverdacht, In verband met de mogelijke aanwezigheid van een boomgaard in het verleden, wordt de bovengrond aanvullend
Grondwater
Onverdacht
NEN5740
§5.1 ONV-NL
* Bemonstering zal plaats vinden middels een steekbus
Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, wordt de hypothese voor de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verworpen.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
11/16
3
VELDWERKZAAMHEDEN
3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuizen is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V. De boorwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuizen zijn uitgevoerd op 22 augustus 2022 door de erkende veldwerker de heer T.P.C. van Gils. Het grondwater is bemonsterd op 30 augustus 2022 door de erkende veldwerker de heer L.H.A. Knoop. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Deellocatie Aantal boringen Onderzoekslocatie 14 boringen (07 t/m 20) tot 0,5 m-mv 4 boringen (03 t/m 06) tot 2,0 m-mv Bovengrondse dieseltank 2 boringen (102 en 103) tot 0,5 m-mv 1 boring (101) tot 3,5 m-mv Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand (m-mv) (m-mv) 01-1-1 2,3 - 3,3 2,08 02-1-1 2,2 - 3,2 1,70 101-1-1 2,5 - 3,5 2,22 EC: Elektrisch geleidingsvermogen pH: Zuurgraad NTU: Nephelometric Turbidity Unit
pH (-) 5,8 7,5 6,4
Aantal peilbuizen 1 peilbuis (02) filterstelling 2,2 1 peilbuis (01) filterstelling 2,3
3,2 m-mv 3,3 m-mv
1 peilbuis (101, filterstelling 2,5
3,5 m-mv)
EC (µS/cm) 390 600 300
Troebelheid (NTU) 65 72 45,2
Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater is een verhoogde troebelheid gemeten. Een verhoogde troebelheid kan In sommige gevallen kan een verhoogde troebelheid leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij onderhavig onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en zuurgraad (pH), behoudens peilbuis 02, in het grondwater is licht verlaagd mogelijk doordat de locatie zich bevindt in zandig gebied. De grond in het traject van 0,0 - 2,5 à 3,0 m-mv bestaat uit zand met daaronder tot 3,5 m-mv leem (maximale boordiepte). Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de bovengrond zijn bodemvreemde kenmerken waargenomen ter plaatse van boring 13. In het traject van 0,08 - 0,5 m-mv zijn sporen baksteen waargenomen in het zand. De aangetroffen sporen baksteen zijn niet asbestverdacht.
In de vrijkomende grond zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op het voorkomen van asbesthoudende materialen. Tijdens de werkzaamheden zijn geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van ondergrondse tanks.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
12/16
4
LABORATORIUMONDERZOEK
4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Deellocatie AnalyseTraject Deelmonsters Analysepakket* monster (m-mv) Gehele locatie M01 0,0 - 0,5 04 (0,0 - 0,5) Standaardpakket grond incl. LU/OS en OCB 07 (0,0 - 0,5) 08 (0,0 - 0,5) 09 (0,0 - 0,5) 10 (0,0 - 0,2) 11 (0,08 - 0,5) M02 0,0 - 0,5 14 (0,0 - 0,5) Standaardpakket grond incl. LU/OS en OCB 15 (0,0 - 0,5) 17 (0,0 - 0,5) 18 (0,0 - 0,5) 20 (0,0 - 0,5) 102 (0,08 - 0,5) M03 0,08 - 0,5 13 (0,08 - 0,5) Standaardpakket grond incl. LU/OS en OCB M04 1,5 - 2,5 01 (2,0 - 2,5) Standaardpakket grond incl. LU/OS 02 (2,0 - 2,5) 05 (1,5 - 2,0) 06 (1,5 - 2,0) 101 (1,5 - 2,0) M05 0,5 - 2,0 01 (0,5 - 1,0) Standaardpakket grond incl. LU/OS 02 (0,5 - 1,0) 03 (1,0 - 1,5) 04 (1,5 - 2,0) 06 (0,5 - 1,0) 01-01-1 2,2 - 3,2 Grondwater Standaard pakket grondwater 02-01-1 2,3 - 3,3 Grondwater Standaard pakket grondwater Bovengrondse S06 1,9 - 2,1 101 (1,9 - 2,1) BTEXNS + Minerale olie GC + Olie vluchtig dieseltank 101-01-1 2,5 - 3,5 Grondwater BTEXNS + Minerale olie GC + Olie vluchtig Standaard pakket grond:
Standaard pakket grondwater: * conform AS 3000: LU: OS: BTEXNS OCB:
Bestaat uit de parameters: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), somPCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), somnaftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie (GC), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen somxylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van19 stoffen. Voorbehandeling van monsters conform accreditatie schema 3000 Lutum Organische stof vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen som-xylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen Organochloorbestrijdingsmiddelen
In bijlage 4 zijn de analyserapporten van de grond(meng)monsters en de grondwatermonsters opgenomen. 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6.
Verkennend bodemonderzoek, Rielsebaan 48-52 te Gilze, ANL22-7109
13/16
4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd. In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit (indicatief) weergegeven. Op certificaatnummer 2022130381/1 wordt met betrekking tot het mengmonster M01 gemeld dat PCB 138 positief kan worden beïnvloed door PCB 163 en PCB 153 kan positief worden beïnvloed door PCB 132. Voor de bovengenoemde parameters heeft dit mogelijk gezorgd voor een verhoogd gehalte. Bij het 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven.
Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond (Wet bodembescherming (Wbb) en indicatief aan Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Deellocatie Analyse- Traject > AW (+index) > I (+index) BBK monsterconclusie monster (m -mv) Licht verontreinigd Sterk verontreinigd Indicatief Gehele locatie M01 0,0 - 0,5 PCB (som 7) (-) Altijd toepasbaar M02 0,0 - 0,5 Altijd toepasbaar M03 0,08 - 0,5 Altijd toepasbaar M04 1,5 - 2,5 Altijd toepasbaar M05 0,5 - 2,0 Altijd toepasbaar Bovengrondse dieseltank S06 1,9 - 2,1 Altijd toepasbaar : Geen overschrijding (voldoet aan de achtergrondwaarde) > AW : > Achtergrondwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - AW) / (I - AW)
Conclusie grond: In grondmengmonster M01 van de bovengrond wordt de achtergrondwaarde voor PCB overschreden. De gehalten van de overige geanalyseerde parameters zijn alle lager dan de achtergrondwaarden. In de grondmengmonsters M02, M03, M04 en M05 van de boven- en ondergrond zijn de gehalten van alle geanalyseerde parameters lager dan de achtergrondwaarden. In de steekbus, welke rond de grondwaterstand genomen is ter plaatse van de bovengrondse dieseltank, zijn de gehalten van de geanalyseerde parameters alle lager dan de achtergrondwaarden. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grondwater Deellocatie Watermonster Gehele locatie