CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bij technische vragen en antwoorden - Programma wonen

Gemeenteraad 23 september 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Wonen17.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Update toekomstverkenning Hart van Brabant Bijlage bij het onderzoek ‘Woningmarktonderzoek Hart van Brabant’ (december 2022)

Update toekomstverkenning Hart van Brabant Bijlage bij het onderzoek ‘Woningmarktonderzoek Hart van Brabant’ (december 2022)

Opdrachtgevers Gemeenten en corporaties in Hart van Brabant Contactpersoon Katrien van Gils, gemeente Tilburg

Datum 11-03-2024

Auteurs Johan van Iersel, In.Fact.Research Marlies van der Vlugt, In.Fact.Research

Inhoudsopgave

1

Inleiding..............................................................................................................................1

2

Ontwikkeling huishoudens en woningvoorraad in de SRBT ......................................3 2.1

De provinciale bevolkingsprognose ........................................................................3

2.2

Prognose van de woningvoorraad ..........................................................................6

2.3

Demografische varianten..........................................................................................8

3

Ontwikkeling huishoudens en behoefte in Hart van Brabant ................................... 10 3.1

Ontwikkeling huishoudens .................................................................................... 10

3.2

Ontwikkeling woningbehoefte .............................................................................. 16

3.3

Woningbehoefte versus beleid ............................................................................... 20

4

Factsheet Alphen-Chaam ............................................................................................... 23

5

Factsheet Baarle-Nassau ................................................................................................. 25

6

Factsheet Dongen ............................................................................................................ 27

7

Factsheet Gilze en Rijen .................................................................................................. 29

8

Factsheet Goirle ............................................................................................................... 31

9

Factsheet Heusden .......................................................................................................... 33

10

Factsheet Hilvarenbeek ............................................................................................... 35

11

Factsheet Loon op Zand.............................................................................................. 37

12

Factsheet Oisterwijk .................................................................................................... 39

13

Factsheet Tilburg ......................................................................................................... 41

14

Factsheet Waalwijk ...................................................................................................... 43

1

Inleiding

Aanleiding In maart 2023 hebben de gemeenten en corporaties in de Stedelijke Regio Breda -Tilburg (SRBT) een woondeal gesloten met de provincie en het Rijk. In deze woondeal zijn afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen. Belangrijke onderleggers voor de uitwerking van de afspraken in de woondeal zijn de door In.Fact.Research opgestelde onderzoeken ‘Woningmarktonderzoek Hart van Brabant’ (december 2022) en ‘Woningmarktonderzoek Subregio Breda’ (januari 2023). In beide onderzoeken is de toekomstverkenning mede gebaseerd op de provinciale huishoudensprognose 2020. In november 2023 heeft de provincie een actualisatie van deze prognose gepresenteerd. In voorliggende rapportage wordt inzicht geboden in de belangrijkste gevolgen van deze nieuwe huishoudensprognose voor de woningbehoefteontwikkeling in de SRBT en specifiek voor de regio Hart van Brabant. Naast de provinciale huishoudensprognose worden in deze studie twee extra prognosevarianten doorgerekend. Dit met name om de effecten van een hogere of lagere groei op de woningbehoefte in de regio inzichtelijk te maken. Er wordt een woondeal-variant doorgerekend, waarin qua ontwikkeling van het aantal woningen en huishoudens wordt aangesloten op de afspraken in de woondeal. Daarnaast wordt een variant doorgerekend die uitgaat van de provinciale woonbehoefteprognose.

In de voorliggende rapportage wordt gestart met een analyse en duiding van de nieuwe huishoudensprognose op SRBT niveau, omdat afspraken op dit niveau worden gemaakt (hoofdstuk 2). Vervolgens wordt ingegaan op de huishoudensontwikkeling en de woningbehoefte in de regio Hart van Brabant (hoofdstuk 3). Vervolgens worden per gemeente de belangrijkste uitkomsten weergegeven op factsheets. Deze studie dient als bijlage bij het in 2022 opgeleverde woningmarktonderzoek voor de regio Hart van Brabant. Er is aangesloten op de gehanteerde definities en gebiedsindeling in deze studie.

Regio-indeling In deze aanvullende studie is aangesloten bij de regio -indeling zoals gehanteerd in de eerder verrichte onderzoeken in de woningmarktregio Hart van Brabant 1 en Subregio Breda. De beide regio’s samen vormen de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT).

1

In het onderzoeksrapport uit 2022 is op verzoek van de opdrachtgevers Alphen-Chaam en Baarle-Nassau (ook) tot de woningmarktregio Hart van Brabant gerekend. Bij deze update is een gelijke gebiedsindeling gehanteerd.

In figuur 1-1 staat de regio-indeling weergegeven zoals opgenomen in de Woondeal SRBT. Voor Moerdijk geldt dat deze gemeente geen onderdeel uitmaakt van de onderzoeksregio. Voor Heusden geldt dat deze gemeente onderdeel uitmaakt van de woningmarktregio Hart van Brabant (en de SRBT), maar deelneemt aan de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant. figuur 1-1

Regio-indeling Hart van Brabant en Subregio Breda in de SRBT zoals gehanteerd in de Woondeal SRBT

Bron: Woondeal SRBT

2

2

Ontwikkeling huishoudens en woningvoorraad in de SRBT

2.1

De provinciale bevolkingsprognose

Op basis van de nieuwste prognose van de provincie (2023) wordt verwacht dat het aantal inwoners en huishoudens in de SRBT meer zal toenemen dan eerder geprognosticeerd in 2020. Voor de periode 2022 tot 2030 wordt verwacht dat het aantal huishoudens met bijna 37.000 zal toenemen in de SRBT, 8.215 huishoudens meer dan volgens de prognose uit 2020. Ook na 2030 zal het aantal huishoudens sterk blijven toenemen (tabel 2-1). tabel 2-1

Aantal huishoudens in 2022 in de SRBT en prognose tot 2030 en 2040 volgens de provinciale huishoudensprognose uit 2020 en 2023

aantal huishoudens 2022 ontwikkeling 2022-2030

ontwikkeling 2030-2040

CBS a. prov. 2020 b. prov. 2023 verschil b - a a. prov. 2020 b. prov. 2023 verschil b - a

SRBT 413.635 28.740 36.960 8.215 19.830 27.295 7.465

Bron: CBS, provinciale huishoudensprognoses 2020 en 2023, bewerking In.Fact.Research

De extra groei van het aantal huishoudens in de SRBT bestaat vooral uit één- en tweepersoonshuishoudens tussen 23 en 65 jaar (figuur 2-1). Ook het aantal gezinnen zal volgens de nieuwe prognose sterker toenemen. Er worden volgens de nieuwe prognose wat minder huishoudens van 65 jaar of ouder verwacht. Dit komt deels omdat men ervan uitgaat dat stellen langer samen blijven (meer tweepersoonshuishoudens en minder eenpersoonshuishoudens). Daarnaast geldt dat het effect van oversterfte onder ouderen in 2020/ 2021 als gevolg van de coronapandemie terug te zien is in de prognose. Sterftekansen en historische trends zijn door de coronapandemie beïnvloed en dergelijke trends worden door prognosemakers doorgetrokken naar de toekomst. In dit soort extrapolaties schuilen ook onzekerheden. Naast de levensverwachting is ook de mate van de extramuralisering van de verpleegzorg onzeker. Als de capaciteit aan verpleeghuizen daadwerkelijk wordt bevroren leidt dat tot een toename van het aantal oudere huishoudens (en een relatieve afname van de institutionele bevolking). De provincie houdt in de prognose wel al rekening met deze extramuralisering, maar desondanks neemt het aantal ouderen dus wat minder sterk toe dan in de vorige prognose.

3

figuur 2-1

Aantal huishoudens naar samenstelling in 2022 en 2030 in de SRBT volgens de provinciale huishoudensprognoses uit 2020 en 2023

120.000

2022

100.000

2030 prov 2020

80.000

2030 prov 2023

60.000 40.000 20.000 eenoudergezin

gezin

65+ tweepersoons

65+ eenpersoons

23 tot 65 jaar tweepersoons

23 tot 65 jaar eenpersoons

< 23 jaar

0

Bron: CBS, provinciale huishoudensprognoses 2020 en 2023, bewerking In.Fact.Research

Migratie De sterkere groei van het aantal inwoners en huishoudens heeft vooral te maken met aannamen over toekomstige migratiestromen. In de basis geldt dat de provincie bij het opstellen van de prognose de landelijke prognoses over migratiecijfers van het CBS volgt, die momenteel hoog zijn. Voor wat betreft de verdeling van de inwoners en huishoudens binnen de provincie geldt dat: a. Het binnenlands migratiesaldo verdeeld wordt over gemeenten in stedelijk concentratiegebied 2; b. Het buitenlands migratiesaldo over alle gemeenten verdeeld wordt op basis van het aantal inwoners. Bij voorgaande prognoses kende men ook de buitenlandse migratie grotendeels aan gemeenten in het stedelijk concentratiegebied toe. De toekomstige groei van de bevolking in de SRBT komt grotendeels op conto van de buitenlandse migratie. De afgelopen jaren was het buitenlands migratiesaldo sterk positief. Dit is historisch gezien geen vanzelfsprekendheid: in de periode 2003 t/m 2007 kampte Nederland (en de SRBT) met een vertrekoverschot. Dit had te maken met een daling van de asielmigratie, enerzijds vanwege een dalend aantal vluchtelingen wereldwijd en in Europa, anderzijds vanwege de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 die op 1 april 2001 in werking trad. 3 Een jaar later nam ook de gezinsmigratie af.

Het tij keerde in 2008, vooral door de komst van veel immigranten, waaronder arbeidsmigranten, uit de landen in Centraal en Oost-Europa die per 1 mei 2004 of 1 januari 2007 toetraden tot de EU.

2

In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor stedelijke ontwikkeling twee werkingsgebieden opgenomen, waaronder stedelijk gebied met een onderverdeling in stedelijk concentratiegebied en kernen in landelijk gebied. 3 Bron: Migratie naar en vanuit Nederland, 2009, Universiteit van Maastricht. 4

Sinds 2008 is er sprake van een oplopend buitenlands migratiesaldo in de SRBT. In figuur 2-3 staat aangegeven welke nationaliteiten bijdroegen aan het positieve buitenlandse migratiesaldo in de periode 2010 t/m 2022. In de afgelopen jaren is het saldo onder vrijwel alle groepen toegenomen. Deels ging het om migranten met een Midden- of Oost-Europese nationaliteit, maar vooral onder Syriërs en mensen uit Azië (uit Turkije, Jemen, Irak en Afghanistan) nam het migratiesaldo toe. Als gevolg van de Russische invasie in Oekraïne kwamen in 2022 ook veel Oekraïners naar Nederland. De toename van het buitenlands migratiesaldo bestond daarmee deels uit asielmigratie. Het is onzeker of de (asiel)migratie (het saldo) in de komende jaren op dit hoge niveau blijft. Oekraïners kunnen tot drie jaar verblijven in de Europese Unie, zonder dat zij asiel hoeven aan te vragen. Of zij na deze periode mogen blijven, of dat zij zelf besluiten terug te keren is onzeker. Ook bij de andere groepen immigranten is het niet zeker of de huidige hoge aantallen stand houden. Daarbij spelen wereldwijde en Europese ontwikkelingen een rol, maar ook nationale. Er is in de Tweede Kamer een rechtse meerderheid en alle signalen lijken te wijzen op een meer restrictief migratiebeleid. Een dergelijk restrictief beleid heeft een directe, maar ook indirecte werking.

Als groepen zich minder welkom voelen, zal een deel wegblijven. In die zin zal ook de krapte op de woningmarkt e ffect hebben, als er simpelweg geen woning (of baan) beschikbaar is, zal een deel van de groepen wegblijven. Dit alles geldt uiteraard niet voor de echte vluchtelingen zonder keuzeopties, maar dat is op de totale migratie een relatief kleine groep. De aanname in de prognose van de provincie is dat de piek in het migratiesaldo voorbij is en dat de komende decennia de migratie op een stabiel hoog niveau blijft . Na 2030 zal het saldo stabiliseren op gemiddeld een kleine 4.000 inwoners per jaar ( figuur 2-2), wat ongeveer gelijk is aan het gemiddelde saldo in de periode 2015 t/m 2020. Binnen- en buitenlands migratiesaldo in de SRBT, werkelijk in 2003 tot 2023 en prognose 2023 tot 2040

14.000

14.000

12.000

12.000

10.000

10.000 8.000

6.000

6.000

4.000

4.000

2.000

2.000

0

0

-2.000

-2.000

2003 2005 2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039

8.000

binnenlands migratiesaldo

prognose prov. 2023 prognose prov. 2023

werkelijk

werkelijk

2003 2005 2007 2009 2011 2013 2015 2017 2019 2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039

figuur 2-2

buitenlands migratiesaldo

Bron: CBS, provinciale prognose 2023, bewerking In.Fact.Research

5

figuur 2-3

Buitenlands migratiesaldo in de SRBT in 2010 t/m 2022 naar nationaliteit

14.000

Oekraïens

12.000

Overige nationaliteiten

10.000 Overige Aziatische nationaliteiten

8.000

Syrisch

6.000 4.000

Overig Europese nationaliteiten

2.000

GIPS-Nationaliteiten

0

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

2013

2012

2011

2010

-2.000

Midden- en Oost-Europese nationaliteiten in de EU Nederlands

Bron: CBS, bewerking In.Fact.Research

2.2

Prognose van de woningvoorraad

De provinciale woonbehoefteprognose Naast een huishoudensprognose stelt de provincie ook een woonbehoefteprognose op. In deze raming worden bovenop de verwachte groei van het aantal huishoudens woningen toegevoegd om het actuele woningtekort op te lossen. De provinciale prognose geeft daarbij helaas niet aan welke nieuwe huishoudens worden gevormd/ gehuisvest als het tekort volledig wordt weggewerkt. 4 Bij een woningtekort van nul woningen, zouden overigens alle jongeren die het ouderlijk huis willen verlaten per direct een woning of wooneenheid kunnen krijgen. Enige spanning op de markt is voor een gezonde woningmarkt dus gewenst. Deze prognosevariant wordt in deze studie vooral doorgerekend om de effecten van een hogere of lagere groei in de regio inzichtelijk te maken (als onderzoeksmatige exercitie). Totaal in de SRBT zijn er volgens de woonbehoefteprognose van de provincie tot 2030 een kleine 42.000 woningen/woonvormen benodigd om de toekomstige huishoudensgroei op te vangen (bijna 37.000 huishoudens) en om het actuele woningtekort (volledig) weg te werken (bijna 5.000 woningen/woonvormen, tabel 2-2). tabel 2-2

Prognose huishoudens en woonbehoefte in 2022 tot 2030 in de SRBT

2022-2030 a. prov. 2023 woonbehoefteprognose b. prov. 2023 huishoudensprognose verschil a - b

totaal SRBT 41.910 36.960 4.960

Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, bewerking In.Fact.Research

4

Ten behoeve van deze studie heeft In.Fact.Research de samenstelling naar huishoudenstype geraamd, op basis van bestaande trends (voor wat betreft de kwalitatieve verhuisstromen van en naar gemeenten). 6

Woondeal In maart 2023 hebben de gemeenten en corporaties in de Stedelijke Regio Breda -Tilburg (SRBT) een woondeal gesloten met de provincie en het Rijk. Hierin is de minimale netto woningbouwopgave in 2022 tot 2027 per gemeente in de SRBT aangegeven. Op het niveau van de SRBT is de netto opgave per jaar aangegeven tot het jaar 2031. 5 In tabel 2-3 is de netto opgave in de SRBT volgens de woondeal aangegeven voor de periode 2022 tot 2030 (het peiljaar in deze studie). Deze opgave is zowel inclusief als exclusief gemeente Heusden weergegeven. Heusden behoort tot de woningmarktregio Hart van Brabant, maar maakt onderdeel uit van de Regionale Woondeal Noordoost Brabant. 6 In de woondeals worden uitspraken gedaan over het aantal reguliere woningen. De prognoses van de provincie gaan over het totaal aantal huishoudens, inclusief die groep die onzelfstandig of in een andere woonvorm woont.7 In tabel 2-3 staat aangegeven hoeveel van de geprognosticeerde extra huishoudens er naar verwachting in reguliere woningen wonen (de toename van het aantal huishoudens exclusief de geraamde toename van 2.950 onzelfstandig wonende huishoudens). tabel 2-3

Prognose huishoudens in reguliere woningen in 2022 tot 2030 in de SRBT in 2022 tot 2030 bij drie varianten (exclusief onzelfstandig wonende huishoudens)

2022-2030

SRBT inclusief Heusden SRBT exclusief Heusden

a. prov. 2023 woonbehoefteprognose b. prov. 2023 huishoudensprognose c. opgave woondeal verschil a - c verschil b - c

38.665 34.085 37.035 1.630 -2.950

36.800 32.680 35.010 1.790 -2.330

Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, LC-model In.Fact.Research, bewerking In.Fact.Research

Voor de volledigheid zijn in tabel 2-4 de drie prognosevarianten voor de ontwikkeling van het totaal aantal huishoudens weergegeven. De woondeal variant is hierbij vermeerderd is met de (geraamde) toename van 2.950 onzelfstandig wonende huishoudens (op basis van de provinciale huishoudensprognose). In het verlengde van de woondeal wordt immers ook gewerkt aan het toevoegen van verpleegzorgplekken, studentenwoningen en standplaatsen voor woonwagens. De daarbij behorende aantallen zitten niet (allemaal) in de overeengekomen bo uwopgaven voor reguliere woningen.

5

Ook de bruto opgave is aangegeven in de woondeal. Netto worden er per saldo minder woningen toegevoegd, omdat er ook sprake is van sloop of op andere wijze onttrekken van woonruimte. 6 In deze woondeal worden alleen bruto aantallen vermeld. De netto opgave voor Heusden is geraamd door de bruto-netto verhouding zoals in de SRBT woondeal toe te passen op de bruto aantallen in de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant. 7 De termen “onzelfstandig wonende huishoudens” en “onzelfstandige eenheden” worden gebruikt als aanduiding voor alle niet reguliere woningen: dus onzelfstandige eenheden én bewoonde andere ruimten. 7

De woningbouwopgave volgens de woondeals ligt tussen de twee prognosevarianten van de provincie in: boven de huishoudensprognose en onder de woonbehoefteprognose. Als de afspraken in de woondeal worden gerealiseerd, wordt het actuele tekort in de regio dus deels ingelopen. tabel 2-4

Prognose huishoudens in 2022 tot 2030 in de SRBT in 2022 tot 2030 bij drie varianten (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens)

2022-2030

SRBT inclusief Heusden SRBT exclusief Heusden

a. prov. 2023 woonbehoefteprognose b. prov. 2023 huishoudensprognose c. opgave woondeal verschil a - c verschil b - c

41.910 36.960 39.910 2.000 -2.950

39.905 35.445 37.775 2.130 -2.330

Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, bewerking In.Fact.Research

2.3

Demografische varianten

In deze studie worden drie demografische prognosevarianten doorgerekend voor inzicht in de effecten van de demografische ontwikkelingen op de ontwikkeling van inkomensgroepen en de ontwikkeling van de woonbehoefte. Het gaat om: 1. Een variant die uitgaat van de provinciale huishoudensprognose 2023 (tot 2040); 2. Een variant die uitgaat van de provinciale woonbehoefteprognose 2023 (tot 2040); 3. Een variant die aansluit op de ambities uit de woondeal (tot 2030). In figuur 2-4 staan de verschillende prognosevarianten vo or de SRBT weergegeven, uitgedrukt in de ontwikkeling van het totaal aantal huishoudens. De woondeal variant ligt op regionaal niveau tussen de prognosevarianten van de provincie in. Daardoor liggen de lijnen bijna op elkaar en zijn ze wat moeilijk te onderscheiden. In elk van de drie varianten in figuur 2-4 ligt de toekomstige groei boven de trend van de huishoudensontwikkeling in de afgelopen tien jaar. Dit is ook het beeld in de landelijke prognoses van het CBS en ABF uit 2023. De oorzaak voor de sterke groei is dat in deze prognoses wordt uitgegaan van ee n blijvend hoog buitenlands migratiesaldo. Zoals in paragraaf 2.1 aangegeven is het geen zekerheid dat deze aanname bewaarheid wordt. In figuur 2-4 is daarom ook een vierde prognosevariant toegevoegd, die uitgaat van 80% van de geprognosticeerde huishoudensgroei.

Deze variant ligt dichtbij de provinciale prognose uit 2020 (en sluit dus aan op de aannamen die drie jaar geleden als realistisch werden gezien). Deze variant met een beperktere groei wordt in deze studie niet verder doorgerekend, maar is in de figuur toegevoegd om aan te geven dat de groei ook lager kan uitvallen.

8

figuur 2-4

Ontwikkeling huishoudens in de SRBT in 2005 tot 2023 en in 2022 tot 2040 volgens vier demografische prognosevarianten* (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens)

500.000 werkelijk

aantal huishoudens

480.000 460.000

prov 2023 woonbehoefte

440.000

prov 2023 huishoudens

420.000

woondeal variant (tot 2031)

400.000

beperkte groeivariant

380.000 360.000

SRBT 2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

340.000

*De woondealvariant en de variant ‘prov 2023 woonbehoefte’ zijn tot stand gekomen door de ontwikkeling in 2022 tot 2030 toe te passen op het aantal huishoudens in 2022. Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, bewerking In.Fact.Research

9

3

Ontwikkeling huishoudens en behoefte in Hart van Brabant

3.1

Ontwikkeling huishoudens

De provinciale bevolkingsprognoses uit 2020 en 2023 Op basis van de nieuwste prognose van de provincie wordt verwacht dat het aantal inwoners en huishoudens in Hart van Brabant meer zal toenemen dan in 2020 geprognosticeerd. Voor de periode 2022 tot 2030 geldt dit voor elke gemeente in Hart van Brabant. Voor deze periode wordt verwacht dat het aantal huishoudens in de regio met ruim 5.100 huishoudens meer zal toenemen dan volgens de voorgaande prognose (uit 2020). Ook na 2030 zal het aantal huishoudens sterk blijven toenemen (tabel 3-1). Net als voor de SRBT als geheel bestaat de extra groei van het aantal huishoudens vooral uit één- en tweepersoonshuishoudens tussen 23 en 65 jaar (figuur 3-1). Ook het aantal gezinnen zal naar verwachting sterker toenemen. Er worden minder huishoudens van 65 jaar of ouder verwacht (zie ook paragraaf 2.1). tabel 3-1

Aantal huishoudens in 2022 in de gemeenten in Hart van Brabant en prognose tot 2030 en 2040 volgens de provinciale prognose uit 2020 en 2023

huishoudens Hart van Brabant Alphen-Chaam Baarle-Nassau Dongen Gilze en Rijen Goirle Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk totaal Hart van Brabant

ontwikkeling 2022-2030 ontwikkeling 2030-2040 2022 CBS prov. 2020 prov. 2023 verschil prov. 2020 prov. 2023 verschil 4.330 20 260 240 -5 20 25 3.070 125 175 50 -235 -90 145 11.415 690 1.120 430 340 615 275 11.260 820 915 95 625 290 -335 10.295 490 790 300 130 340 210 19.685 1.025 1.515 490 825 1.330 505 6.735 195 475 280 -120 210 330 10.355 510 575 65 110 200 90 14.135 390 850 460 90 430 340 111.850 11.105 12.950 1.845 9.760 11.420 1.660 22.490 1.260 2.110 850 1.345 1.640 295 225.620 16.630 21.735 5.105 12.865 16.405 3.540

Bron: CBS, provinciale huishoudensprognoses 2020 en 2023, bewerking In.Fact.Research

figuur 3-1

Aantal huishoudens naar samenstelling in 2022 en 2030 in Hart van Brabant volgens de provinciale prognose uit 2020 en 2023

70.000 60.000 50.000 40.000 30.000 20.000 10.000 0

2022 2030 prov 2020

eenoudergezin

gezin

65+ tweepersoons

65+ eenpersoons

23 tot 65 jaar tweepersoons

23 tot 65 jaar eenpersoons

< 23 jaar

2030 prov 2023

Bron: CBS, provinciale huishoudensprognoses 2020 en 2023, bewerking In.Fact.Research 10

Drie demografische varianten In deze studie worden drie demografische varianten doorgerekend, die zijn gebaseerd op de nieuwe huishoudensprognose en woonbehoefteraming van de provincie (tot 2040) en de ambities in de woondeals (tot 2030). In maart 2023 hebben de gemeenten en corporaties in de Stedelijke Regio Breda -Tilburg (SRBT) een woondeal gesloten met de provincie en het Rijk. Op het niveau van de regio Hart van Brabant is in de woondeal de netto opgave per jaar aangegeven tot het jaar 2031. Op het niveau van de gemeenten in de SRBT is de netto minimale woningbouwopgave in 2022 tot 2027 opgenomen. Deze opgave is per gemeente weergegeven in tabel 3-2 8. Daarnaast is in tabel 3-2 – uitgaande van trends – per gemeente de (geraamde) opgave weergegeven voor de periode 2022 tot 2030 (het peiljaar in deze studie). Het regionale totaal voor 2022 tot 2030 komt overeen met het regionale totaal zoals af te leiden uit de woondeal. In de tabel is ook de opgave voor de gemeente Heusden weergegeven. Heusden behoort tot de woningmarktregio Hart van Brabant, maar maakt onderdeel uit van de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant. 9 In de woondeals worden uitspraken gedaan over het aantal reguliere woningen. Een deel van de door provincie voorspelde huishoudensgroei zal onzelfstandig of in een andere woonvorm wonen.

10 In tabel 3-2 zijn de twee prognosevarianten van de provincie weergegeven exclusief de (geraamde) toename van onzelfstandig wonende huishoudens (zodat de varianten met elkaar vergelijkbaar zijn). Het gaat in de tabel dus om de toename van het aantal huishoudens in reguliere woningen. Uit tabel 3-2 blijkt dat de woningbouwopgave volgens de woondeals op regionaal niveau tussen de twee prognosevarianten van de provincie in ligt: boven de huishoudensprognose en onder de woonbehoefteprognose. Dit beeld verschilt per gemeente. Zo ligt de woondeal variant voor de gemeenten Tilburg, Heusden, Loon op Zand en Gilze en Rijen boven de huishoudensprognose van de provincie, terwijl in Waalwijk en Dongen de woondealvariant onder de huishoudensprognose ligt.

8

De gemeenten Alphen-Chaam en Baarle Nassau worden in de woondeal gerekend tot de Subregio Breda. In het ‘Woningmarktonderzoek Hart van Brabant’ (december 2022) zijn beide gemeenten (ook) tot de regio Hart van Brabant gerekend. Bij deze update is een gelijke gebiedsindeling gehanteerd. 9 In deze woondeal worden alleen bruto aantallen vermeld. De netto opgave voor Heusden is geraamd door de bruto-netto verhouding zoals in de SRBT woondeal toe te passen op de bruto aantallen in de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant. 10 De termen “onzelfstandig wonende huishoudens” en “onzelfstandige eenheden” worden gebruikt als aanduiding voor alle niet reguliere woningen: dus onzelfstandige eenheden én bewoonde andere ruimten. 11

tabel 3-2

Netto opgave woondeal in 2022 tot 2027 en prognose ontwikkeling huishoudens in reguliere woningen in 2022 tot 2030 bij drie varianten in de gemeenten in Hart van Brabant (exclusief onzelfstandig wonende huishoudens) 2022 tot 2027

ontwikkeling huishoudens in reguliere woningen in 2022 tot 2030

netto opgave woondeal Alphen-Chaam 195 Baarle-Nassau 95 Dongen 680 Gilze en Rijen 830 Goirle 615 Heusden 1.405 Hilvarenbeek 435 Loon op Zand 660 Oisterwijk 565 Tilburg 8.055 Waalwijk 1.180 totaal Hart van Brabant 14.715 totaal Hart van Brabant, excl. Heusden 13.310

a. woondeal variant 290 110 985 1.195 875 2.030 540 970 805 12.305 1.855 21.965 19.935

b. huishoudens c. woonbehoefte verschil verschil prov. 2023 prov. 2023 b-a c-a 250 335 -40 45 120 165 10 55 1.075 1.350 90 365 915 1.190 -280 -5 750 1.005 -125 130 1.400 1.865 -630 -165 460 585 -80 45 515 760 -455 -210 765 1.015 -40 210 11.680 12.145 -625 -160 1.960 2.075 105 220 19.895 22.500 -2.070 535 18.495 20.635 -1.440 700

Bron: CBS, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, provinciale huishoudensprognoses 2023, LCmodel In.Fact.Research, bewerking In.Fact.Research

In figuur 3-2 staat voor elke gemeente de ontwikkeling van het totaal aantal huishoudens volgens drie prognosevarianten weergegeven (de prognoses van de provincie tot 2040 en de woondeal variant tot 2031). De woondeal variant is voor een aantal gemeenten ongeveer gelijk aan de huishoudensprognose of de woonbehoefteprognose. Daardoor liggen de lijnen op elkaar en zijn ze wat moeilijk te onderscheiden.

12

figuur 3-2

Ontwikkeling huishoudens in de gemeenten in Hart van Brabant, werkelijk in 2000 tot 2023 en in 2022 tot 2040 bij drie demografische prognosevarianten* (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens)

5.500

3.750 werkelijk

werkelijk 3.500 prov 2023 woonbehoefte

4.500 4.000

prov 2023 huishoudens

3.500

woondeal variant

aantal huishoudens

aantal huishoudens

5.000

3.000

prov 2023 woonbehoefte

3.250 3.000

prov 2023 huishoudens

2.750

woondeal variant

2.500 2.250

Baarle-Nassau

Alphen-Chaam

15.000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2.000

2000

2.500

14.000 werkelijk

werkelijk 13.000

13.000

prov 2023 woonbehoefte

12.000

prov 2023 huishoudens woondeal variant

11.000 10.000

aantal huishoudens

aantal huishoudens

14.000

prov 2023 woonbehoefte

12.000

prov 2023 huishoudens

11.000

woondeal variant

10.000 9.000

9.000

Dongen

Gilze en Rijen

13.000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

8.000

2000

8.000

26.000 werkelijk

werkelijk 24.000

prov 2023 woonbehoefte

11.000 10.000

prov 2023 huishoudens

9.000

woondeal variant

8.000

aantal huishoudens

aantal huishoudens

12.000

prov 2023 woonbehoefte

22.000 20.000

prov 2023 huishoudens

18.000

woondeal variant

16.000

Heusden

Goirle 2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

14.000

2000

7.000

*De woondealvariant en de variant ‘prov 2023 woonbehoefte’ zijn tot stand gekomen door de ontwikkeling in 2022 tot 2030 toe te passen op het aantal huishoudens in 2022. Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, bewerking In.Fact.Research

13

figuur 3-2

Vervolg - Ontwikkeling huishoudens in de gemeenten in Hart van Brabant, werkelijk in 2000 tot 2023 en in 2022 tot 2040 bij drie demografische prognosevarianten* (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens)

8.500

13.000 werkelijk

werkelijk 12.000

prov 2023 woonbehoefte

7.500 7.000

prov 2023 huishoudens

6.500

woondeal variant

6.000

aantal huishoudens

aantal huishoudens

8.000

prov 2023 woonbehoefte

11.000 10.000

prov 2023 huishoudens

9.000

woondeal variant

5.500 8.000

5.000

Hilvarenbeek

Loon op Zand

17.000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

7.000

2000

4.500

140.000 werkelijk

werkelijk 130.000

15.000

prov 2023 woonbehoefte

14.000

prov 2023 huishoudens

13.000

woondeal variant

12.000

aantal huishoudens

prov 2023 woonbehoefte

120.000

prov 2023 huishoudens

110.000

woondeal variant 100.000 90.000

11.000

Oisterwijk

Tilburg

30.000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2000

80.000

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

10.000

2005

aantal huishoudens

16.000

280.000

werkelijk

werkelijk 260.000 prov 2023 woonbehoefte

25.000

prov 2023 huishoudens

22.500

woondeal variant 20.000

240.000

prov 2023 woonbehoefte

220.000

prov 2023 huishoudens

200.000

woondeal variant (tot 2031)

180.000

Hart van Brabant 2040

2035

2030

2025

2020

2015

160.000

2010

2040

2035

2030

2025

2020

2015

2010

2005

2000

15.000

2000

Waalwijk

2005

17.500

aantal huishoudens

aantal huishoudens

27.500

*De woondealvariant en de variant ‘prov 2023 woonbehoefte’ zijn tot stand gekomen door de ontwikkeling in 2022 tot 2030 toe te passen op het aantal huishoudens in 2022. Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, Woondeal SRBT, Regionale Woondeal Noordoost-Brabant, bewerking In.Fact.Research

Ontwikkeling huishoudenssamenstelling Bij elke demografische prognosevariant zal er in de toekomst een sterke groei zijn van het aantal huishoudens van 65 jaar of ouder (tabel 3-3). Op basis van de huishoudensprognose van de provincie bestaat circa 55% van de totale huishoudensgroei in 2022 tot 2030 uit 65-plussers. Bij de woondealvariant gaat het om 51% en bij de woonbehoefte variant om 50%. De extra groei bij deze twee varianten bestaat vooral uit jongere huishoudens die tot de beroepsbevolking behoren. Zij zijn daardoor bij beide varianten wat sterker vertegenwoordigd. Het gaat vooral om eenpersoonshuishoudens tussen 23 en 65 jaar, maar ook het aantal gezinnen en tweepersoonshuishoudens neemt sterker toe. 14

Ook na 2030 zal het aantal huishoudens blijven toenemen. De belangrijkste afname na 2030 zit bij de groep tweepersoonshuishoudens tussen 55 en 65 jaar. Deze groep neemt af door het proces van vergrijzer: men wordt ouder en belandt in de leeftijdsklasse 65 plus. De hierdoor veroorzaakte afname is groter dan het aantal nieuwe tweepersoonshuishoudens in de jongere leeftijdsgroepen. tabel 3-3

Ontwikkeling aantal huishoudens naar leeftijd en type huishouden in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens) 2022

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal variant

< 23 jaar 7.450 23 tot 65 jaar eenpersoons 51.665 23 tot 65 jaar tweepersoons 34.860 65+ eenpersoons 28.210 65+ tweepersoons 32.215 gezin 55.525 eenoudergezin 15.695 totaal 225.620

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

145 6.250 550 7.525 4.715 2.235 2.395 23.820

35 5.645 115 7.400 4.580 1.685 2.275 21.735

185 6.455 660 7.595 4.780 2.440 2.435 24.560

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte -210 1.020 -3.755 8.950 4.160 3.575 2.665 16.405

-215 2.145 -3.130 9.175 4.430 5.540 3.110 21.050

Bron: CBS, provinciale prognoses 2023, LC-model In.Fact.Research, bewerking In.Fact.Research

In tabel 3-4 is de verwachte ontwikkeling van inkomensgroepen weergegeven 11. Bij elke variant neemt vooral de ‘overige doelgroep van de corporaties’ toe, ofwel huishoudens met een inkomen boven de inkomensgrens van passend toewijzen en onder de inkomensgrens om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. Deze toename hangt samen met de vergrijzing en bestaat vooral uit alleenstaande ouderen. Deze ouderen gaan met pensioen en krijgen daardoor te maken met een daling van het belastbaar jaarinkomen. Van deze ouderen heeft overigens een toenemend aandeel vermogen in de vorm van een grotendeels afgeloste eigen woning. Wat betreft de verschillen tussen de varianten geldt dat bij de woondeal variant en de woonbehoefte variant het aantal midden- en hogere inkomens sterker toeneemt, samenhangend met de extra toename van de beroepsbevolking. Ook de doelgroep van de corporaties is bij deze varianten wat groter.

11

Uitgaande van een koopkrachtgroei van gemiddeld 0,3% per jaar voor de periode 2022 t/m 2030 en van gemiddeld 0,4% per jaar voor de periode 2030 tot 2040. 15

tabel 3-4

Ontwikkeling inkomensgroepen in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten (inclusief onzelfstandig wonende huishoudens) 2022

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal variant

sociaal minimum 120% sociaal minimum doelgroep passend toewijzen overige doelgroep corporaties lage middeninkomens hoge middeninkomens hogere inkomens totaal huishoudens totaal doelgroep corporaties

22.245 11.200 33.670 43.555 22.950 32.870 59.130 225.620 110.665

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

1.525 1.805 3.270 6.760 3.165 2.280 5.015 23.815 13.360

1.295 1.730 3.030 6.355 2.930 1.920 4.475 21.735 12.405

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

1.620 1.835 3.355 6.900 3.230 2.385 5.230 24.560 13.715

345 1.435 2.755 4.725 1.720 855 4.560 16.400 9.260

615 1.570 3.210 5.500 2.200 1.650 6.300 21.050 10.900

Bron: LC-model In.Fact.Research

3.2

Ontwikkeling woningbehoefte

Behoefte op basis van de provinciale bevolkingsprognoses uit 2020 en 2023 In paragraaf 3.1 is aangegeven dat de nieuwe prognose van de provincie voor de periode 2022 tot 2030 ruim 5.100 huishoudens hoger ligt dan de voorgaande prognose (2020). In tabel 3-5 staat op basis van beide provinciale huishoudensprognoses de ontwikkeling van de woningbehoefte weergegeven. De extra huishoudensgroei volgens de nieuwe provinciale prognose zorgt zowel in de koop- als in de huursector voor een extra toename van de behoefte.

Uitgangspunten woningbehoefte Bij de verkenning van de woningbehoefte is uitgegaan van constante woonpatronen. Hierbij wordt verondersteld dat de woonpatronen naar leeftijd, huishoudensamenstellin g en inkomen in de toekomst gelijk blijven aan de situatie van dit moment. Voor ouderen is gecorrigeerd voor generatieverschillen: de ouderen van de toekomst wonen vaker dan de huidige generatie 75 -plussers in (grondgebonden) koopwoningen. Het uitgangspunt van constante woonpatronen betekent dat ook de relatieve marktpositie van de gemeenten in de regio constant blijft. Dit betekent bijvoorbeeld dat gemeenten die nu vooral gezinnen en midden inkomens aantrekken, dat ook in de toekomst zullen blijven doen. Elke gemeente heeft een specifieke marktpositie die we voor de toekomst constant veronderstellen. De uitkomsten moeten echter in de huidige (beleids)context anders worden geïnterpreteerd. In het verleden was de ontwikkeling van de ‘eigen behoefte’ in gemee nten grotendeels leidend bij de woningbouwprogrammering. In het nieuwe rijksbeleid wordt de huisvesting van kwetsbare aandachtsgroepen gezien als een maatschappelijke opgave, waaraan elke gemeenten een evenredige bijdrage moeten leveren. Dit onder andere doordat alle gemeenten moeten streven naar een aandeel sociale huurwoningen dat gelijk is aan het landelijk gemiddelde.

Daarnaast moet de nieuwbouw voor twee derde uit betaalbare woningen en voor zo’n 30% uit sociale huurwoningen bestaan. In de volgende paragraaf wordt aangegeven hoe deze beleidsmatige uitgangspunten zich verhouden tot de behoefteontwikkelingen.

16

Een deel van de extra huishoudensgroei van de nieuwe prognose bestaat uit tweepersoonshuishoudens tussen 23 en 65 jaar. Uitgaande van de actuele woonpatronen wonen tweepersoonshuishoudens ook in de toekomst vaak in grondgebonden woningen. Dat zorgt ervoor dat uitgaande van constante woonpatronen niet alleen de behoefte aan appartementen, maar vooral ook de behoefte aan grondgebonden (koop)woningen sterk toeneemt. Dit is weergegeven in figuur 3-3. Het aantal tweepersoonshuishoudens tussen 23 en 65 jaar in de grondgebonden koopsector neemt niet meer af, maar blijft ongeveer constant van omvang. Beleidsmatig kunnen daar andere keuzen in worden gemaakt: een deel van deze groep kan ook in een appartement worden gehuisvest. tabel 3-5

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom en woningtype in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 op basis van de provinciale prognoses uit 2020 en 2023

koop grondgebonden koop appartement huur grondgebonden huur appartement onzelfstandig totaal

ontwikkeling 2022-2030 2022 a. prov 2020 b. prov 2023 verschil b - a 114.175 7.530 10.160 2.630 13.330 2.310 2.580 270 40.615 1.195 1.865 670 43.010 4.170 5.290 1.120 14.490 1.435 1.840 405 225.620 16.635 21.740 5.105

Bron: LC-model In.Fact.Research

figuur 3-3

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom, woningtype en huishoudenstype in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 op basis van de provinciale prognoses uit 2020 en 2023

12.000

12.000

10.000

10.000

7.535

8.000

8.000 4.170

6.000 2.310

4.000

4.000

1.195

2.000

6.000

0

-2.000

-2.000 app.

grondg.

koop

eenoudergezin gezin

gezin 5.290

65+ tweepersoons 2.580 65+ eenpersoons 1.865

app.

huur

23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar grondg. app. eenpersoons

23 tot 65 jaar tweepersoons

23 tot 65 jaar eenpersoons < 23 jaar grondg.

koop

prov. 2020

65+ tweepersoons 65+ eenpersoons

2.000

0 grondg.

eenoudergezin 10.165

app.

totaal 2022-2030 (saldo)

huur

prov. 2023

Bron: LC-model In.Fact.Research

Behoefte op basis van de provinciale bevolkingsprognoses 2023 en de twee varianten In tabel 3-6 is de ontwikkeling van de woningbehoefte weergegeven uitgaande van de nieuwe huishoudensprognose, de woondeal variant en de woonbehoefte variant (in 2022 tot 2030). Bij deze twee varianten neemt – als gevolg van de extra huisho udensgroei van stellen en gezinnen – vooral de behoefte aan grondgebonden koopwoningen en deels ook grondgebonden huurwoningen sterker toe. De extra toename van jongere

17

eenpersoonshuishoudens bij de twee varianten zorgt ervoor dat de behoefte aan huurappartementen sterker toeneemt. Het gaat – uitgaande van constante woonpatronen – om zowel huurwoningen van particulieren als van woningcorporaties ( tabel 3-7). Ook de behoefte aan onzelfstandige woonvormen neemt toe, en is voor meer dan de helft afkomstig van de groeiende groep ouderen. Bij de huishoudensprognose en de woonbehoefteprognose van de provincie is de behoefte aan onzelfstandi ge woonvormen uitkomst van de raming van de woningbehoefte. Bij de woondeal variant zijn de afspraken over de woningbouwopgave van reguliere woningen leidend. Er zijn (nog) geen afspraken gemaakt over onzelfstandige woonvormen. Voor de opgave aan onzelfstandige woonvormen is voor deze variant aangesloten op de uitkomst op basis van de provinciale huishoudensprognose. In tabel 3-6 en tabel 3-7 zijn de aantallen bij ‘onzelfstandig’ daarom gelijk aan elkaar. Voor de toenemende behoefte aan koopwoningen geldt dat er in elke prijsklasse sprake is van een toenemende behoefte, met name in het segment tussen € 225.000 tot € 355.000 (onder de NHG-grens in 2022). Bij elke variant gaat rond de 54% van de toenemende behoefte aan koopwoningen uit naar woningen onder de NHG -grens (tabel 3-8). tabel 3-6

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom en woningtype in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten 2022

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal variant

koop grondgebonden koop appartement huur grondgebonden huur appartement onzelfstandig totaal

114.175 13.330 40.615 43.010 14.490 225.620

11.185 2.700 2.245 5.840 1.840 23.815

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte 10.160 2.580 1.865 5.290 1.840 21.740

11.575 2.740 2.325 5.860 2.060 24.565

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte 9.260 1.820 1.055 3.305 960 16.400

12.150 2.065 1.790 3.960 1.085 21.045

Bron: LC-model In.Fact.Research

tabel 3-7

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten 2022

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal variant

koop particuliere huur corporatie huur onzelfstandig totaal

127.505 25.900 57.730 14.490 225.620

13.885 3.455 4.630 1.840 23.810

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte huishoudens woonbehoefte 12.740 3.005 4.145 1.840 21.735

Bron: LC-model In.Fact.Research

18

14.320 3.470 4.710 2.060 24.560

11.085 700 3.655 960 16.400

14.210 1.155 4.595 1.085 21.045

tabel 3-8

Ontwikkeling behoefte aan koopwoningen in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten 2022

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal variant

tot € 225.000 €225.000 - €355.000 €355.000 - €450.000 €450.000 - €550.000 meer dan € 550.000 totaal koop

9.775 50.350 22.140 18.385 26.850 127.505

1.370 6.095 2.395 1.895 2.135 13.890

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte huishoudens woonbehoefte 1.295 5.610 2.170 1.725 1.940 12.745

1.400 6.245 2.475 1.965 2.240 14.320

1.095 4.085 1.780 1.595 2.530 11.085

1.280 5.210 2.360 2.105 3.255 14.210

Bron: LC-model In.Fact.Research

In tabel 3-9 en tabel 3-10 staat de ontwikkeling van de behoefte aan huurwoningen weergegeven naar prijsklassen, voor de totale huursector (tabel 3-9) en voor het corporatiesbezit (tabel 3-10). De totale behoefte aan gereguleerde huurwoningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens (€ 763 in 2022) neemt toe met tussen de 4.620 woningen in 2022 tot 2030 (op basis van de huishoudensprognose) tot rond de 5.300 a 5.400 woningen (op basis van de twee varianten). tabel 3-9

Ontwikkeling behoefte aan huurwoningen in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten 2022

2022 tot 2030 woondeal variant

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal huur tot € 763

12.355 38.055 9.820 8.785 10.780 3.835 83.625 69.015

2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte huishoudens woonbehoefte

865 2.820 695 950 2.065 685 8.085 5.330

660 2.510 610 840 1.910 625 7.155 4.620

855 2.870 720 965 2.075 700 8.185 5.410

65 1.830 520 620 1.095 225 4.360 3.035

225 2.395 700 800 1.310 320 5.750 4.120

Bron: LC-model In.Fact.Research

tabel 3-10

Ontwikkeling behoefte aan corporatie huurwoningen in Hart van Brabant in 2022 tot 2030 en 2040 bij drie demografische prognosevarianten 2022

2022 tot 2030 woondeal variant

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal corporatie huur tot € 763

7.790 34.165 8.240 5.105 2.415 10 57.725 55.300

640 2.395 495 510 590 5 4.630 4.040

2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte huishoudens woonbehoefte 545 2.140 435 455 565 0 4.145 3.575

Bron: LC-model In.Fact.Research

19

645 2.445 515 515 590 5 4.710 4.120

175 1.785 505 545 645 5 3.660 3.010

290 2.290 660 660 690 5 4.595 3.900

3.3

Woningbehoefte versus beleid

In de woondeals is afgesproken dat twee derde (67%) van de nieuwbouw moet bestaan uit betaalbare woningen 12 en dat 30% moet bestaan uit sociale huurwoningen (tot € 763, prijspeil 2022). In tabel 3-11 staat weergegeven om welke aantallen het hierbij grofweg gaat in Hart van Brabant. Daarnaast staan ook de aantallen weergegeven uit de behoefteraming (woondeal variant, constante woonpatronen). Uit de tabel blijkt dat het uitgangspunt van twee derde betaalbare woningbouw op zichzelf goed aansluit op de ontwikkeling van de woningbehoefte in de regio. Per gemeente zijn de verschillen groter (tabel 3-12). De behoefte uit Tilburg aan woningen in het betaalbare segment wordt volgens de afspraken deels in de regiogemeenten opgevangen. tabel 3-11

Ontwikkeling behoefte aan woningen in de sociale sector en het betaalbare segment in 2022 tot 2030 (woondeal variant) en de beleidsmatig vastgestelde samenstelling van de uitbreidingsopgave in Hart van Brabant

woondeal variant 2022 tot 2030 a. ontwikkeling b. uitgangspunt behoefte beleid a. betaalbaar: sociale huur b. betaalbaar: overig c. (middel)duur totaal woningen totaal betaalbaar: a + b

5.335 9.530 7.105 21.975 14.870

6.590 8.055 7.325 21.975 14.650

verschil b - a 1.255 -1.475 220 -220

Bron: LC-model In.Fact.Research, woondeals, bewerking In.Fact.Research

tabel 3-12

Ontwikkeling behoefte aan woningen in het betaalbare segment in 2022 tot 2030 (woondeal variant) en de beleidsmatig vastgestelde samenstelling van de uitbreidingsopgave (tweederde betaalbaar) in de gemeenten in Hart van Brabant Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek

a. ontwikkeling behoefte b.uitgangspunt beleid verschil b - a

Loon op Hart van Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant

140

50

725

490

465

1.140

210

680

205

9.535

1.225

14.870

195

75

660

795

585

1.350

365

645

540

8.200

1.235

14.650

50

25

-65

305

120

210

150

-30

335

-1.335

15

-220

Bron: LC-model In.Fact.Research, woondeals, bewerking In.Fact.Research

De toename van de behoefte aan huurwoningen in het sociale segment bedraagt in totaal 5.335 woningen in 2022 tot 2030 (woondeal variant). Op basis van de uitgangspunten in de woondeals (30% sociaal) bedraagt de uitbreidingsopgave minimaal 6.590 sociale huurwoningen. Naast de 5.330 woningen die benodigd zijn om de huishoudensgroei op te vangen, komen er bij realisatie van de afspraken dus regionaal 1.260 extra sociale

12

In 2022 ging het om huurwoningen met een huurprijs tot € 1.000 en koopwoningen tot de grens van € 355.000. 20

huurwoningen beschikbaar om het actuele tekort op te lossen en om bijvoorbeeld kwetsbare groepen als statushouders en mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen op te vangen. Op gemeentelijk niveau moeten de afspraken ook leiden tot een betere spreiding van de sociale huurwoningvoorraad (en de kwetsbare aandachtsgroepen). Gemeenten met nu weinig sociale huur, hebben in samenhang daarmee een welvarende bevolking. Daardoor laat een raming van de ‘eigen behoefte’ slechts een beperkte toename van de behoefte aan sociale huur zien. Deze gemeenten bouwen de komende periode vooral sociale huurwoningen als bijdrage aan de regionale opgaven ( zie ook tabel 3-13). De behoefte uit Tilburg wordt volgens de afspraken deels in de regiogemeenten opgevangen. tabel 3-13

Ontwikkeling behoefte aan huurwoningen in het sociale segment in 2022 tot 2030 (woondeal variant) en de beleidsmatig vastgestelde samenstelling van de uitbreidingsopgave (30% sociale huur) in de gemeenten in Hart van Brabant Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek

a. ontwikkeling behoefte b.uitgangspunt beleid verschil b - a

Loon op Hart van Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant

25

-5

240

15

155

300

50

250

-30

3.960

380

5.335

85

35

295

360

265

610

165

290

240

3.690

555

6.590

60

40

55

340

105

310

110

40

275

-270

180

1.255

Bron: LC-model In.Fact.Research, woondeals, bewerking In.Fact.Research

Alle gemeenten moeten – conform de uitgangspunten van het Rijk – stappen zetten naar een aandeel sociale huurwoningen binnen de totale woningvoorraad dat gelijk is aan het landelijk gemiddelde. Anno 2022 lag dit percentage op 27%. Voor de regio geldt dat bij realisatie van de afspraken uit de woondeal de omvang van het gereguleerde sociale huursegment (van de woningcorporaties) groeit van 26% in 2022 tot 27% in 2030. Maar tabel 3-14 laat zien dat de verdeling over de gemeenten veel robuuster is. Daar wezenlijke veranderingen in aanbrengen is meer een zaak van de lange adem . tabel 3-14

2022 2030

Aandeel sociale huur van woningcorporaties in 2022 en 2030 bij realisatie van de afspraken in de woondeals in de gemeenten in Hart van Brabant Alphen- BaarleGilze en Hilvaren Chaam Nassau Dongen Rijen Goirle Heusden beek 12% 11% 20% 27% 21% 24% 13% 13% 12% 21% 27% 22% 24% 15%

Loon op Hart van Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk Brabant 23% 19% 30% 30% 26% 24% 20% 30% 30% 27%

Bron: LC-model In.Fact.Research, woondeals, bewerking In.Fact.Research

Voor wat betreft de spreiding van de kwetsbare aandachtsgroepen kunnen mogelijk sneller stappen worden gezet. Dit bijvoorbeeld door de bouw van sociale huurwoningen de komende jaren specifiek te richten op de kwetsbare aandachtsgroepen. Daardoor kan ervoor worden gezorgd dat met een relatief beperkt aantal sociale huurwoningen (zoals in Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Hilvarenbeek), toch een grotere bijdrage wordt geleverd aan de huisvestingsopgave van kwetsbare aandachtsgroepen.

21

Tot slot geldt dat met de afspraken uit de woondeal doelgroepen worden bediend van buiten de gemeenten, regio en zelfs van buiten het land. De samenstelling van de totale groep en de woonwensen zijn daardoor deels onbekend. En: welke groep wordt aangetrokken, zal deels worden bepaald door de uiteindelijke uitwerking van het bouwprogramma. En: omgekeerd geldt dat het bouwprogramma in de loop der jaren zal worden afgestemd op de (actuele) woningvraag. De visie/richting voor het voorraadbeleid in de komende periode is duidelijk. Ook zijn er concrete afspraken gemaakt. Met de concrete invulling van deze afspraken kunnen de doelstellingen – rekening houdend met de actuele context – nader worden geconcretiseerd. Aan het eind van de woondealperiode is het zaak te evalueren en desgewenst het beleid bij te stellen.

22

4

Factsheet Alphen-Chaam

Demografische ontwikkelingen 2022

< 23 jaar 23 tot 65 jaar eenpersoons 23 tot 65 jaar tweepersoons 65+ eenpersoons 65+ tweepersoons gezin eenoudergezin totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

25 590 715 520 915 1.370 200 4.330

0 -20 35 220 65 -55 65 300

2022

sociaal minimum 120% sociaal minimum doelgroep passend toewijzen overige doelgroep corporaties lage middeninkomens hoge middeninkomens hogere inkomens totaal huishoudens totaal doelgroep corporaties

-5 -25 25 215 60 -70 60 260

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

0 -10 45 220 70 -45 65 345

-5 -70 -40 80 50 -45 45 20

-5 -45 -10 90 65 10 60 160

ontwikkeling 2022 tot 2030

ontwikkeling 2030 tot 2040

woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

165 125 525 695 455 680 1.685 4.330 1.510

15 35 60 90 35 15 55 305 195

10 35 55 80 30 10 40 260 180

20 35 65 95 40 25 70 345 215

-10 20 35 5 10 -45 10 20 50

-5 20 50 30 20 -25 70 160 90

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom en woningtype 2022

koop grondgebonden koop appartement huur grondgebonden huur appartement onzelfstandig totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

3.170 150 610 325 70 4.330

215 20 15 40 10 300

190 15 10 35 10 260

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

240 20 25 45 10 345

50 15 -25 -15 -5 20

155 20 -5 0 0 165

ontw. behoefte naar type hh, 2022-2030

Ontwikkeling woningbehoefte naar huishoudenstype, bij de provinciale prognose 2023 en terugblik provinciale prognoses 2020 300 250 200 150 100 50 0 -50 -100 -150 -200

190

20

grondg.

koop

app.

35

10

grondg.

300 250 200 150 100 50 0 -50 -100 -150 -200

app.

huur

eenoudergezin

eenoudergezin

gezin

gezin

15 3065+ tweepersoons

65+ tweepersoons 5

-25

65+ eenpersoons 23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar grondg. app. eenpersoons koop

23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar eenpersoons

< 23 jaar grondg.

app.

huur

prov. 2020 huishoudens

prov. 2023 huishoudens

23

65+ eenpersoons

totaal 2022-2030 (saldo)

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom 2022

koop particuliere huur corporatie huur onzelfstandig totaal

3.325 420 515 70 4.330

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte 235 35 25 10 300

205 25 20 10 260

260 40 30 10 345

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte 65 -35 -5 -5 20

175 -20 10 0 160

Ontwikkeling behoefte koopwoningen koop

tot € 225.000 €225.000 - €355.000 €355.000 - €450.000 €450.000 - €550.000 meer dan € 550.000 totaal koop

2022

85 650 575 610 1.405 3.325

Ontwikkeling behoefte huurwoningen totaal huur 2022

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal huur tot € 763

105 335 130 135 155 85 935 700

corporatie huur

2022

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal corporatie huur tot € 763

25 285 100 85 20 0 515 495

ontwikkeling 2022 tot 2030

ontwikkeling 2030 tot 2040

woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

5 90 50 35 45 235

5 85 45 30 35 205

5 100 60 40 55 260

2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte 0 10 10 10 20 10 55 25

-5 5 10 5 20 10 45 15

0 10 15 10 25 15 70 35

2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte 0 10 10 0 5 0 25 20

0 10 5 0 5 0 20 15

0 15 10 5 5 0 30 25

0 20 5 -10 50 65

2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte -10 -25 0 0 -5 0 -40 -35

a. betaalbaar: sociale huur b. betaalbaar: overig c. (middel)duur totaal woningen totaal betaalbaar: a + b

140

195 24

-10 -15 5 5 0 5 -10 -15

2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte 0 -20 5 5 10 0 -5 -15

Woningbehoefte versus beleid woondeal variant 2022 tot 2030 a. ontwikkeling behoefte b. uitgangspunt beleid 25 85 115 105 150 95 290 290

5 40 25 10 95 175

verschil b - a 60 -10 -55 50

0 -10 5 5 10 0 10 0

5

Factsheet Baarle-Nassau

Demografische ontwikkelingen 2022

< 23 jaar 23 tot 65 jaar eenpersoons 23 tot 65 jaar tweepersoons 65+ eenpersoons 65+ tweepersoons gezin eenoudergezin totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

15 485 455 485 645 795 190 3.070

10 0 -30 130 35 -25 50 165

2022

sociaal minimum 120% sociaal minimum doelgroep passend toewijzen overige doelgroep corporaties lage middeninkomens hoge middeninkomens hogere inkomens totaal huishoudens totaal doelgroep corporaties

10 5 -30 130 35 -20 50 175

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

10 15 -20 135 40 -10 55 225

-5 -25 -65 45 -30 -15 0 -90

-5 -5 -50 60 -20 15 10 0

ontwikkeling 2022 tot 2030

ontwikkeling 2030 tot 2040

woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

180 180 405 555 345 460 945 3.070 1.320

30 40 45 20 15 -10 25 165 130

30 40 45 20 15 -5 30 175 135

35 45 50 30 20 0 45 225 160

-25 30 -10 -10 -20 -35 -20 -90 -15

-20 35 -5 5 -10 -25 15 0 20

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom en woningtype 2022

koop grondgebonden koop appartement huur grondgebonden huur appartement onzelfstandig totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

1.855 115 520 265 310 3.070

80 15 0 20 55 165

85 15 0 20 55 175

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

115 20 10 25 60 225

-30 0 -40 -15 0 -90

25 0 -25 -5 5 0

ontw. behoefte naar type hh, 2022-2030

Ontwikkeling woningbehoefte naar huishoudenstype, bij de provinciale prognose 2023 en terugblik provinciale prognoses 2020 150 100

150 85

100 20

50

20

eenoudergezin

eenoudergezin gezin

70gezin

50

15 15 65+ tweepersoons

0

0

65+ eenpersoons

-50

-50

-100

-100 grondg.

koop

app.

0

grondg.

app.

huur

23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar grondg. app. eenpersoons koop

65+ tweepersoons 0

23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar eenpersoons

< 23 jaar grondg.

app.

huur

prov. 2020 huishoudens

prov. 2023 huishoudens

25

65+ eenpersoons

totaal 2022-2030 (saldo)

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom 2022

koop particuliere huur corporatie huur onzelfstandig totaal

1.975 485 305 310 3.070

Ontwikkeling behoefte koopwoningen 2022 koop

tot € 225.000 €225.000 - €355.000 €355.000 - €450.000 €450.000 - €550.000 meer dan € 550.000 totaal koop

80 525 350 355 655 1.970

Ontwikkeling behoefte huurwoningen 2022 totaal huur

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal huur tot € 763

110 225 95 100 165 95 790 530

corporatie huur

2022

tot € 442 € 442 tot € 633 € 633 tot € 679 € 679 tot € 763 € 763 tot € 1000 > € 1.000 totaal corporatie huur tot € 763

25 170 65 40 0 0 305 305

ontwikkeling 2022 tot 2030 prov 2023 prov 2023 woondeal variant huishoudens woonbehoefte 100 30 -10 55 175

95 30 -10 55 165

130 40 -5 60 225

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte -35 -35 -20 0 -90

ontwikkeling 2022 tot 2030

ontwikkeling 2030 tot 2040

prov 2023 prov 2023 woondeal variant huishoudens woonbehoefte

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

5 40 25 15 15 100

5 40 25 15 10 95

10 50 30 20 25 135

2022 tot 2030 prov 2023 prov 2023 woondeal variant huishoudens woonbehoefte 10 -15 0 -5 10 15 20 -5

10 -15 0 -5 10 15 20 -5

15 -10 5 -5 15 15 35 5

2022 tot 2030 prov 2023 prov 2023 woondeal variant huishoudens woonbehoefte 0 -10 5 -5 0 0 -10 -10

0 -10 5 -5 0 0 -10 -10

0 -10 5 -5 0 0 -5 -5

0 0 -5 -10 -20 -35

totaal betaalbaar: a + b

woondeal variant 2022 tot 2030 a. ontwikkeling behoefte b. uitgangspunt beleid 35 -5 40 55 35 60 110 110 75

50 26

0 15 5 0 0 25

2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte -10 -15 -5 -5 -10 0 -50 -40

-5 -10 -5 -5 -5 0 -30 -25

2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte 0 -10 -5 0 0 0 -20 -20

Woningbehoefte versus beleid

a. betaalbaar: sociale huur b. betaalbaar: overig c. (middel)duur totaal woningen

25 -20 -10 5 0

verschil b - a 40 -15 -25 25

0 -5 -5 0 0 0 -10 -10

6

Factsheet Dongen

Demografische ontwikkelingen 2022

< 23 jaar 23 tot 65 jaar eenpersoons 23 tot 65 jaar tweepersoons 65+ eenpersoons 65+ tweepersoons gezin eenoudergezin totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

75 1.835 1.860 1.525 2.005 3.365 750 11.415

25 315 -60 455 230 5 70 1.040

2022

sociaal minimum 120% sociaal minimum doelgroep passend toewijzen overige doelgroep corporaties lage middeninkomens hoge middeninkomens hogere inkomens totaal huishoudens totaal doelgroep corporaties

30 335 -45 460 240 30 75 1.120

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

35 405 10 490 265 110 90 1.405

-20 -75 -210 515 175 65 170 615

-20 15 -150 540 210 250 210 1.050

ontwikkeling 2022 tot 2030

ontwikkeling 2030 tot 2040

woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

555 475 1.530 2.225 1.250 2.010 3.370 11.410 4.785

50 110 180 365 120 40 175 1.040 705

55 110 185 380 130 55 200 1.120 735

75 120 220 445 160 110 280 1.410 860

5 100 135 180 40 -25 175 615 420

25 110 175 255 85 60 340 1.050 565

Ontwikkeling woningbehoefte naar eigendom en woningtype 2022

koop grondgebonden koop appartement huur grondgebonden huur appartement onzelfstandig totaal

ontwikkeling 2022 tot 2030 woondeal prov 2023 prov 2023 variant huishoudens woonbehoefte

7.440 500 1.985 1.315 170 11.410

520 100 135 235 50 1.040

575 105 150 250 50 1.120

ontwikkeling 2030 tot 2040 prov 2023 prov 2023 huishoudens woonbehoefte

745 120 195 290 55 1.410

425 45 5 135 10 615

730 60 70 175 15 1.050

ontw. behoefte naar type hh, 2022-2030

Ontwikkeling woningbehoefte naar huishoudenstype, bij de provinciale prognose 2023 en terugblik provinciale prognoses 2020 700 600 500 400 300 200 100 0 -100 -200

575

250 105

grondg.

koop

app.

150

grondg.

700 600 500 400 300 200 100 0 -100 -200

app.

huur

eenoudergezin

eenoudergezin gezin

410gezin

65+ tweepersoons

65+ tweepersoons 75 65 65+ eenpersoons 23 tot 65 jaar tweepersoons 23 tot 65 jaar grondg. app. eenpersoons koop

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14505307/1