CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2- Beoordelingsformulier

Gemeenteraad 2 oktober 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern5.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beoordelingsformulier IBT 2023 systematisch toezicht omgevingsrecht Gemeente Gilze en Rijen

Procesinformatie Beoordeelde documenten: Beleidsplan VTH: Uitvoeringsprogramma VTH 2023: Evaluatieverslag VTH 2022: Naam beoordelaar: H.M. Damme

Beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Uitvoeringsprogramma VTH 2023 Evaluatie Uitvoeringsprogramma VTH 2022

Beoordeling afgerond:

Reactie gevraagd:

Reactie ontvangen:

Reactie verwerkt:

15 mei 2023

15 mei 2023

25 mei 2023

26 juli 2023

Beoordelingsvragen Deze beoordelingsvragen zien op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTH-documenten van gemeenten. De wettelijke basis daarvan ligt in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) met bijbehorende uitvoeringsbesluiten (procescriteria VTH) en de provinciale Verordening systematisch toezichtinformatie Noord-Brabant. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving van de procescriteria VTH uit de Wabo opgenomen in de Omgevingswet met bijbehorend Omgevingsbesluit. De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking. Het doel van de wetgever is dat provincies, gemeenten en waterschappen hun VTH-organisatie zodanig professioneel inrichten dat een goede kwaliteit van de uitvoering van die taken is gewaarborgd. Daaronder verstaat de wetgever met name dat de VTH-taken op een strategische en programmatische manier worden gedaan met aandacht voor onderlinge afstemming van de werkzaamheden. Dat levert een stevige bijdrage op aan het realiseren van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. En deze op een duurzame en doelmatige wijze te behouden en te ontwikkelen voor het bereiken van maatschappelijke opgaven. Met interbestuurlijk toezicht draagt de provincie bij aan een bestendig en veilig Brabant met een sterke kwaliteit van het openbaar bestuur.

Een bestuur dat het goede voorbeeld geeft richting burgers en bedrijven. Een bestuur waar de mensen op kunnen vertrouwen. Een tijdige en goede naleving van de procescriteria VTH is niet alleen wettelijke verplicht. Het is ook belangrijk voor een goede sturing op de VTH-beleidscyclus en voor de instandhouding van een professionele VTHstructuur; om risico’s te voorkomen op het gebied van volksgezondheid, veiligheid of onomkeerbare schade aan de leefomgeving. De ambitie van de provincie is samen met gemeenten en waterschappen ervoor te zorgen dat alle VTHdocumenten 100% actueel en op tijd zijn en voldoen aan de procescriteria VTH. De beoordelingsvragen en de criteria voor de beoordeling ‘Voldoet’, ‘Voldoet gedeeltelijk’ of ‘Voldoet niet’, staan in de Uitvoeringsagenda IBT 2023. De normering voor het eindoordeel is toegelicht onderaan dit format van het beoordelingsformulier. De beoordelingsvragen zijn in concept op 7 december 2022 bekend gemaakt aan de contactpersonen IBT Omgevings-recht bij gemeenten en waterschappen. Dat is gebeurd via een nieuwsbericht op de IBT-website in de SharePoint werkomgeving met gelegenheid voor reactie. Er zijn geen reacties ontvangen. Het definitieve beoordelingsformulier is vervolgens op 19 december 2022 gepubliceerd op de IBT-website.

1

Verordening kwaliteit VTH 1a. Evalueren B&W jaarlijks over de naleving van de geldende kwaliteitscriteria VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst en doen zij daarover mededeling aan de gemeenteraad? 1b. Als blijkt dat de kwaliteitscriteria VTH niet zijn of niet konden worden nageleefd, motiveren B&W dan de reden waarom en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd? (Modelverordening kwaliteit VTH art. 5, lid 2 en 3) Toelichting wetgever: Over de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de gemeenteraad. Het gaat hier om een belangrijke inhoudelijke mededelingsplicht die kan worden meegenomen in bestaande jaarlijkse rapportages, in de op grond van het Besluit omgevingsrecht op te stellen documenten. Definitief oordeel: Voldoet. De gemeente doorloopt jaarlijks de beleidscyclus, waarbij ook op actieve wijze de Kwaliteitscriteria worden betrokken. In het evaluatieverslag (§ 2.3) wordt de personele capaciteit en kwaliteit geëvalueerd. Hoewel in het Evaluatieverslag VTH 2021 stond dat de medewerkers (en daarmee de organisatie) voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2, kan dat in het Evaluatieverslag VTH 2022 vooralsnog niet worden gesteld.

Omdat na invoering van de Omgevingswet de nieuwe Kwaliteitscriteria 2.3 van toepassing zijn, voert een externe partij op dit moment een onderzoek uit om na te gaan in hoeverre de ABG-organisatie daaraan voldoet. De OMWB heeft laten zien, dat zij voldoet aan de kwaliteitscriteria voor zover het activiteiten betreft die de ABG-organisatie door haar laat uitvoeren. Het evaluatieverslag wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden, waarmee ook voldaan wordt aan het tweede deel van vraag 1a. Bovendien wordt nog een aparte memo voorbereid, waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over de evaluatie van de kwaliteitscriteria. Verbeterpunten: Voeg de door het externe bureau uitgevoerde onderzoek naar het voldoen aan de kwaliteitscriteria toe aan het evaluatieverslag. Reactie gemeente: Het onderzoek loopt nog. Zodra het onderzoek gereed is, wordt dit toegevoegd aan het evaluatieverslag en worden betrokkenen geïnformeerd. 2. Voldoen B&W aan deskundigheidsgebied 26 (Cultuurhistorie) van de geldende kwaliteitscriteria VTH? Toelichting wetgever: Onderdeel 26 van de geldende kwaliteitscriteria 2.2 (deel B kritieke massa) bevat de eisen aan de VTHmedewerkers en aan de organisaties die de daar genoemde activiteiten op het gebied van cultuurhistorie uitvoeren. De criteria voor kritieke massa hebben geen relatie met de omvang van het werkaanbod.

Ze geven de organisaties een ondergrens van het aantal medewerkers en hun deskundigheid, die nodig is om activiteiten in continuïteit uit te kunnen voeren. Definitief oordeel: Voldoet. Uit de evaluatie van de kwaliteitscriteria in 2021 blijkt dat op dat moment voldaan werd aan de kwaliteitscriteria. Naast de eigen medewerker is er ook een regioarcheoloog van de RWB beschikbaar. Het team Regioarcheologie en Cultuurhistorie van de RWB adviseert en ondersteunt RWB-gemeenten beleidsmatig bij de uitvoering van hun zorgplicht. 2

Beleidsplan 3a. Stellen B&W voor de taken, niet zijnde de basistaken van de omgevingsdienst, het VTHbeleid vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen zij zichzelf stellen en welke activiteiten zij daartoe zullen uitvoeren? (Bor 7.2, lid 1) 3b. Wordt het handhavingsbeleid ook afgestemd met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.2, lid 1) Toelichting wetgever: Het is de bedoeling dat gemeenten en waterschappen ieder voor zich VTH-beleid vaststellen en schriftelijk vastleggen. Dat kan in een gezamenlijk VTH-beleidsdocument of apart. VTH-beleid bevat het geheel van prioriteiten, doelstellingen, strategie en werkwijze. Voor vergunningverlening hoort daar een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen bij. Het op elkaar afstemmen van doelen van vergunningverlening en handhaving is belangrijk. VTH-beleid wordt, indien nodig, ook afgestemd met andere bestuursorganen. Met wie hangt af van de vraag welke andere bestuursorganen door het beleid worden geraakt, bijv. omdat samenwerking aan de orde is. Een goede interne afstemming tussen de werkeenheden vergunningverlening en handhaving en met andere werkterreinen binnen de eigen organisatie is ook van belang. Over handhaving vindt ook afstemming plaats met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, zoals het Openbaar Ministerie en de politie.

Dit artikel is mede gebaseerd op artikel 58a lid 1 van de Wet op de economische delicten. Hiermee wordt de bestaande verplichting voor het bestuur en de toezichthouders tot afstemming met de strafrechtelijke instanties uitgebreid tot een afstemmingsverplichting over en weer. Definitief oordeel: Voldoet. Op 3 december 2019 hebben B&W een nieuw beleidsplan VTH voor de periode 2020 tot 2024 vastgesteld. Een bijlagenboek maakt hier deel van uit. Hierin zijn naast de beleidsdoelstellingen de activiteiten opgenomen. Bovendien ontbreken ook indicatoren niet, zij het dat hier geen aantallen of percentages zijn benoemd om de prestatie te meten. Een compliment voor deze werkwijze! In § 5.2 (Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking) van het evaluatieverslag staat dat het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente wordt afgestemd met de politie.

Uit § 5.2 (Afstemming/voorlichting/regionale samenwerking): Het integraal veiligheidsbeleid van de gemeente, waar de strafrechtelijke handhaving een voornamere rol heeft, wordt wel afgestemd met de politie. De thema’s in het integraal veiligheidsbeleid komen overeen met het regionaal beleidsplan van de politie. 4. Gaan B&W in het beleidsplan VTH ook in op de uitvoering (lees: vergunningverlening) en handhaving van de Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet? (Wabo 5.1 en Bor 7.2 lid 1) Toelichting wetgever: De Erfgoedwet bepaalt in artikel 9.1 welke onderdelen van de Monumentenwet 1988 van toepassing blijven tot het tijdstip waarop de Omgevingswet tot wet is verheven en in werking is getreden. De Monumentenwet 1988 bepaalt in artikel 63 lid 3 dat de wettelijke procescriteria VTH van toepassing zijn op de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Dwz dat in de omgevings- / probleemanalyse en de prioriteitenstelling die tot het beleidsplan VTH behoren wordt ingegaan op voornoemd onderdeel van de Monumentenwet. Als gemeenten de VTH-taken op het gebied van de archeologische en de gebouwde monumentenzorg niet goed uitvoeren, is het risico groot dat onroerend cultureel erfgoed beschadigd wordt of zelfs verloren gaat. 3

Definitief oordeel: Voldoet. In §2.4.2 (Prioriteiten vergunningverlening) heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning voor ‘beschermde rijksmonumenten’ de prioriteit ‘zeer hoog’, de prioriteit ‘hoog’ geldt voor de aanvraag om een omgevingsvergunning voor ‘slopen bouwwerken op grond van bestemmingsplan of erfgoedverordening’. De prioriteiten voor toezicht en handhaving staan in § 2.4.3. Ook hier is er een prioriteit ‘zeer hoog’ voor het zonder omgevingsvergunning of instandhoudingsplicht ‘wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument’. Het in strijd met In strijd met een omgevingsvergunning of instandhoudingsplicht ‘wijzigen, slopen of in afwijking verbouwen beschermd monument’ heeft de prioriteit ‘hoog’. Een compliment voor de manier waarop dit is procescriterium is beschreven in het VTH-beleid!

Uit § 3.3.2.3 (Toetsing: inhoudelijke criteria): Activiteit ‘beschermde monumenten/objecten of gebieden’ (artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder f

Wabo, artikel 2.2, lid 1 aanhef en onder b & artikel 2.2, lid 2 Wabo) Voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van (rijks)monumenten of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van (rijks)monumenten is vaak een omgevingsvergunning nodig. Er zijn twee categorieën monumenten:  rijksmonumenten, welke worden beschermd door de Erfgoedwet (artikel 2.1 Wabo); en  gemeentelijke monumenten/objecten of gebieden (artikel 2.2 Wabo), welke worden beschermd door de gemeentelijke Erfgoedverordening. Het kan dan o.a. gaan om bouwwerken aangewezen als monument, beschermde stads- en dorpsgezichten, archeologische verwachtingswaarden, groenmonumenten en/of cultuurhistorische waarden. Voor handelingen die een wijziging inhouden van een rijksmonument is of de reguliere procedure of de uitgebreide procedure van toepassing. Dit is afhankelijk van de werkzaamheden. Wij vragen advies aan de Stichting Advisering Monumenten & Ruimtelijke Kwaliteit Brabant. Bij de uitgebreide procedure vraagt de gemeente zowel aan de gemeentelijke monumentencommissie als ook aan de Rijksdienst voor Cultureel erfgoed advies. Is het monument buiten de bebouwde kom gelegen, dan vraagt de gemeente tevens advies aan de provincie, officieel het College van Gedeputeerde Staten. 5.

Geeft het handhavingsbeleid inzicht in de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking met en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.2, lid 7a) Toelichting wetgever: Dit onderdeel heeft betrekking op de sanctiestrategie, ook wel interventiestrategie genoemd. Die strategie verbindt het bestuurs- en strafrecht met elkaar. Definitief oordeel: Voldoet. § 4.6 (Afstemming werkzaamheden) beschrijft met welke (externe) partners wordt samengewerkt.

Uit § 4.6 (Afstemming werkzaamheden):

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Jaarlijks worden met de OMWB in een werkprogramma maatwerkafspraken gemaakt. De OMWB heeft een aantal boa’s domein II (milieu, welzijn en infrastructuur) in dienst die ingezet kunnen worden voor repressieve strafrechtelijke handhaving en de opsporing van (economische) milieudelicten. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Wij hebben regulier bestuurlijk overleg over politiezaken, de veiligheidsregio en de samenwerking met de andere gemeenten. Binnen het kader van gezamenlijke afspraken worden diverse zaken vastgelegd.

4

Taskforce Brabant en Zeeland

De rol van de Taskforce BZ is om de geïntegreerde aanpak van georganiseerde criminaliteit in heel Brabant en Zeeland uit te rollen. Alle partners (gemeenten, OM, politie, Belastingdienst) trekken samen op en delen hun informatie om het voor criminele groeperingen zo moeilijk mogelijk te maken in Brabant en Zeeland te opereren. Politie en Justitie

Bespreking van specifieke handhavingszaken en de afstemming tussen politie, justitie en de gemeente vindt bilateraal plaats. Bestuurlijk vindt periodiek afstemming plaats tussen politie, openbaar ministerie en de gemeente (burgemeester) in het driehoeksoverleg. 6. Bezien B&W regelmatig, maar in ieder geval naar aanleiding van de evaluatie bedoeld in artikel 7.7, tweede lid, het vastgestelde VTH-beleid en passen ze dit in ieder geval bij gebleken noodzaak zo spoedig mogelijk aan? (Bor 7.2, lid 8) Toelichting wetgever: Het VTH-beleid wordt regelmatig bezien en waar nodig aangepast. De periode waarop het beleid betrekking dient te hebben, is niet voorgeschreven. Het ligt echter voor de hand dat het beleid betrekking heeft op een periode van minstens een jaar. Het bestuursorgaan is vrij om een langere periode te kiezen. Het feit dat de periode waarvoor het beleid wordt vastgesteld meerdere jaren kan bedragen, neemt niet weg dat ten minste eenmaal per jaar moet worden bezien of het vastgestelde beleid door wijziging van het desbetreffende document moet worden aangepast. Tussentijdse aanpassingen doorvoeren en opnemen als beleid is ook mogelijk. Definitief oordeel: Voldoet. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. Die evaluatie kan leiden tot het aanpassen van het beleid.

Zo ontstaat er een continu proces van opstellen, uitvoeren en aanpassen van alle taken die op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving moeten worden uitgevoerd. 7. Maken B&W het VTH-beleid bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.2, lid 9) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet. In het B&W-voorstel van 20 november 2019 staat dat B&W besluiten het VTH-beleid ter kennisname te sturen naar de gemeenteraad.

Uitvoeringsprogramma 8. Werken B&W jaarlijks het VTH-beleid uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de vastgestelde activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, waarbij zij rekening houden met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten? (Bor 7.3, lid 1) Toelichting wetgever: Het uitvoeringsprogramma dat het bestuursorgaan jaarlijks moet opstellen voor zijn activiteiten, legt een relatie met het geldende ingevolge artikel 7.2 vastgestelde uitvoerings- en handhavingsbeleid. Het programmeren van de activiteiten moet plaatsvinden in lijn met de prioriteitenstelling van activiteiten die op haar beurt weer in relatie moet staan met de door het bestuursorgaan geformuleerde doelen die met VTH moeten worden bereikt.

5

Definitief oordeel: Voldoet. In hoofdstuk 5 staat welke werkzaamheden naar verwachting worden uitgevoerd voor Vergunningverlening. Vergunningverlening is namelijk een vraaggestuurd proces, zodat geen exacte aantallen kunnen worden gegeven. Per taak is een doelstelling geformuleerd, welke indicator daarbij hoort en hoe monitoring plaatsvindt. De werkzaamheden voor Toezicht en handhaving staan in hoofdstuk 6. Ook hier zijn per taak doelen, indicatoren en monitoring beschreven. Bij de vastgestelde activiteiten houdt men rekening met de gestelde doelen en gestelde prioriteiten. 9. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma VTH ook in op de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet? (Wabo 5.1 en Bor 7.3 lid 1) Toelichting wetgever: De Erfgoedwet bepaalt in artikel 9.1 welke onderdelen van de Monumentenwet 1988 van toepassing blijven tot het tijdstip waarop de Omgevingswet tot wet is verheven en in werking is getreden. De Monumentenwet 1988 bepaalt in artikel 63 lid 3 dat de wettelijke procescriteria VTH van toepassing zijn op de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Definitief oordeel: Voldoet.

Bij de programmering voor 2023 gaat gemeente Gilze en Rijen ervan uit dat twee vergunningaanvragen voor de activiteit ‘veranderen van een monument’ behandeld gaan worden en daarmee 16 uren zijn gemoeid. Bij het programmatisch toezicht is er ook aandacht voor monumenten. 10. Gaan B&W in het uitvoeringsprogramma VTH ook in op de wijze waarop in het komende jaar uitvoering wordt gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van de Wro? (Wro 10.1 lid 1) Toelichting wetgever: De regering acht het van belang dat de bestuursorganen die belast zijn met de bestuursrechtelijke handhaving, jaarlijks hun voornemens bekend maken hoe zij in het komende jaar uitvoering geven aan hun taken en verantwoordelijkheden. Definitief oordeel: Voldoet. In hoofdstuk 6 (Toezicht en handhaving Wabo en milieu) staat dat er toezicht is op bestemmingsplannen. Uit § 6.1 (Inleiding): De toezicht- en handhavingstaken van de gemeente Gilze en Rijen bestaan uit:  uitvoeren van preventieve controles op de naleving van de milieuregelgeving, bouwregelgeving, bestemmingsplannen en brandveiligheid. Deze controles kunnen periodiek, bedrijfstakgericht, gebiedsgericht en projectmatig worden uitgevoerd;  verrichten van hercontroles naar aanleiding van overtredingen;  opstellen van sanctiebeschikkingen in handhavingsgevallen;  behandeling van bezwaar-, beroeps- en hoger beroepszaken;  […].

6

11. Stemmen B&W het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving? (Bor 7.3, lid 2) Toelichting wetgever: Evenals met betrekking tot het handhavingsbeleid het geval is, moet het uitvoeringsprogramma worden afgestemd met de betrokken andere bestuursorganen en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma moet in ieder geval worden afgestemd met andere bestuursorganen in situaties waarin sprake is van meer dan één tot bestuursrechtelijke handhaving bevoegd gezag of van meerdere bestuursorganen die na elkaar – in een keten – bevoegd zijn, bijvoorbeeld met betrekking tot handelingen met afvalstoffen. Verder kan uit de in de bestuursovereenkomsten over de handhaving gemaakte afspraken worden afgeleid met wie afstemming van handhavingsprogramma’s wenselijk is. Voorlopig oordeel: Voldoet niet. § 8.3 (Toelichting programmering 2023) beschrijft de toekomstvisie boa’s. Deze heeft vooral betrekking op de samenwerking met politie in domein I. Wat is de rolverdeling tussen boa en politie? ‘Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over onder andere welke handhavingstaken vallen onder de noemer ‘leefbaarheid’ en het werkterrein van de boa’s en waar de taken van de politie beginnen als het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid.’, zo staat er te lezen.

Tekortkomingen: Niet duidelijk is in hoeverre het uitvoeringsprogramma wordt afgestemd met organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Deze tekortkoming is in 2018 ook al opgemerkt, waarna de gemeente als reactie op het voorlopig toezichtoordeel aangeeft dit als verbeterpunt mee te nemen. Echter in 2022 is bij de beoordeling van de VTH-documenten nog steeds dezelfde tekortkoming geconstateerd. Vanuit de gemeente is toen als volgt gereageerd: “Deze opmerking zal worden meegenomen in het toekomstig uitvoeringsprogramma.” Verbeterpunten: Stem het uitvoeringsprogramma voor het onderdeel handhaving af met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Neem in het uitvoeringsprogramma een aparte paragraaf op waarin specifiek wordt ingegaan op de afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Beschrijf hierin welke afspraken (vooraf) zijn gemaakt. Reactie gemeente: Met de politie is (en wordt) in het lokale driehoeksoverleg besproken wat de taakverdeling is (strafrechtelijk én bestuursrechtelijk). De gemaakte afspraken in dat overleg worden ook regelmatig met elkaar gemonitord. Daarnaast vindt sinds 2022 structureel overleg plaats met de politie en de gemeente waarin het uitvoeringsprogramma gezamenlijk wordt besproken. Ook de input van de politie wordt hierin meegenomen.

Na vaststelling wordt de voortgang van het programma geregeld besproken. Zoals in het uitvoeringsprogramma is te lezen, is een duidelijke afspraak dat de prioriteiten zoals genoemd in het uitvoeringsprogramma leidend zijn. Als in het uitvoeringsprogramma een aparte paragraaf gewenst is met afspraken (die vooraf zijn gemaakt), dan zullen wij dat in de toekomst meenemen. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting en de voorgenomen werkwijze om voorafgaand aan de bestuurlijke vaststelling het uitvoeringsprogramma af te stemmen met onder andere de politie. Het voorlopig oordeel wordt gewijzigd.

7

Definitief oordeel: Voldoet. 12. Stellen B&W het uitvoeringsprogramma VTH jaarlijks vóór 1 februari vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art. 3, lid 1 en lid 2, onder b, en lid 4 en lid 6) Toelichting wetgever: Jaarlijks wordt het uitvoerings- en handhavingsbeleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma met de uit te voeren activiteiten in het komende jaar. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Het uitvoeringsprogramma is op 10 januari 2023 door B&W vastgesteld. 13. Maken B&W het uitvoeringsprogramma VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.3, lid 4) Toelichting wetgever: De gemeenteraad is het politiek verantwoordelijke orgaan. Doel is om hen informatie te verschaffen om intern toezicht te kunnen uitoefenen (= horizontale verantwoording). In welke vorm of op welke wijze dat plaatsvindt is aan het bestuursorgaan zelf. Definitief oordeel: Voldoet. Met de raadsinformatiebrief, gedateerd 10 januari 2023 en met zaaknummer 1000030, wordt de raad geïnformeerd over het uitvoeringsprogramma van de eigen organisatie.

Borging van middelen 14. Zorgen B&W ervoor dat voor VTH: a. de voor het bereiken van de gestelde doelen en de voor het uitvoeren van de aangegeven activiteiten benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; b. de wijze van berekening van de benodigde financiële en personele middelen, bedoeld onder a, inzichtelijk wordt gemaakt; c. voor de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s van de eigen organisatie en de omgevingsdienst voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld of de uitvoeringsprogramma’s zo nodig worden aangepast? (Bor 7.5) Toelichting wetgever: De gemeente zorgt ervoor dat de voor de uitvoering van het VTH-beleid benodigde en beschikbare financiële en personele middelen in de begroting worden opgenomen en worden toegelicht. Voor de in het uitvoeringsprogramma concreet beschreven activiteiten moet worden aangegeven wat de voor die activiteiten benodigde en beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn. Capaciteit en financiële middelen moeten uiteraard toereikend zijn voor de uitvoering van het programma. Dit geldt niet alleen bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma; ook tijdens de uitvoering moeten de capaciteit en financiële middelen worden bewaakt.

8

Definitief oordeel: Voldoet. De beschikbare formatie voor zowel de gemeente als voor de ABG-organisatie is weergegeven in een tabel in § 3.2. De geprogrammeerde capaciteit, uitgedrukt in een raming aan uren, voor vergunningverlening en voor toezicht en handhaving staat in een tabel in § 4.2. Dit komt financieel overeen met wat beschikbaar is in de begroting. § 5.2 geeft inzicht in de te verwachten aantallen Wabo-aanvragen en het aantal uren dat per activiteit is gemoeid. In § 5.4 gaat in op het Werkprogramma 2023 van de OMWB ten aanzien van vergunningverlening. Voor toezicht en handhaving zijn de benodigde en beschikbare personele capaciteit beschreven in hoofdstuk 6. De raming van uren voor toezicht en handhaving op milieu door de OMWB staat in § 6.4 en worden nader toegelicht in § 6.5. Het Werkprogramma 2023 van de OMWB is als bijlage toegevoegd aan het uitvoeringsprogramma.

Uit § 3.3 (Financiële borging): 3.3.1 Algemeen Alle activiteiten die het komende jaar worden uitgevoerd, zoals beschreven in dit uitvoeringsprogramma om zo de doelstellingen uit het beleidsplan VTH 2020-2024 te behalen, vallen binnen de middelen die zijn opgenomen in de begroting van 2023. Als gedurende het jaar blijkt dat de middelen toch niet toereikend zijn, dan kunnen ze in de 1e of 2e tussentijdse rapportage bijgesteld worden dan wel wordt het uitvoeringsprogramma aangepast.

Monitoring 15. Bewaken B&W de resultaten en de voortgang van: a. het bereiken van de gestelde VTH-doelen voor de eigen organisatie en voor de omgevingsdienst; b. de uitvoering van de uitvoeringsprogramma’s VTH van de eigen organisatie en van de omgevingsdienst? (Bor 7.6, lid 1) Toelichting wetgever: Om te kunnen vaststellen of de VTH-doelstellingen worden bereikt, zal het bestuursorgaan een methodiek moeten hanteren aan de hand waarvan monitoring en evaluatie kunnen plaatsvinden. Het ligt voor de hand dat bepaalde indicatoren in deze methodiek een rol spelen. Het is gebruikelijk om daarbij cijfermatige gegevens te hanteren die in het kader van de VTH zijn verkregen over bijvoorbeeld aantallen verleende omgevingsvergunningen, uitgevoerde controles, geconstateerde overtredingen en opgelegde bestuursrechtelijke en strafrechtelijke sancties (zoals processen-verbaal en aangeboden transacties). Ingevolge Bor, artikel 7.6, tweede lid, moeten (dergelijke) in het kader van de handhaving verkregen gegevens worden geregistreerd. De relatie tussen de gekozen methodiek en de handhavingsdoelstellingen impliceert dat deze doelen voldoende concreet (als meetbare prestaties geformuleerd) moeten zijn. Definitief oordeel: Voldoet. Gedurende het jaar worden de werkprocessen gemonitord. § 9.2 (Uitvoering, monitoring en verantwoording) beschrijft de werkwijze.

De ABG-werkorganisatie maakt daarbij gebruik van:  maandelijkse managementrapportages;  zaaksysteem met o.a. termijnbewaking waarvan wekelijks een rapportage (aantal meldingen, aanvragen waarop (niet) tijdig is beschikt, doorlooptijden);  ICT-systeem van de OMWB waar wij dossiers in kunnen zien;  rapportages van de OMWB die maandelijks door de gemeente Gilze en Rijen wordt besproken met de OMWB.

9

Uit § 5.3 (Toelichting programmering Wabo 2023): Monitoring en verantwoording We monitoren of de in het VTH-beleidsplan genoemde doelstellingen gehaald worden. Als blijkt dat deze niet gehaald worden, wordt er tussentijds bijgesteld. De monitoring van vergunningverlening gebeurt met een aantal softwarepakketten. Aanvragen, meldingen en informatieverzoeken met bijbehorende documenten worden geregistreerd in het zaaksysteem. In CLO wordt de workflow van de Wabo-vergunningen en –meldingen bewaakt. We controleren wekelijks of de wettelijke termijnen worden gehaald. Daarnaast controleren we maandelijks hoe de werkelijke prestaties zijn ten opzichte van de jaarplanning. Ook houden we de werkelijke doorlooptijden bij, analyseren die en kijken of we die verder kunnen verkorten. Dat doen we aan de hand van (management)rapportages. Tevens kan er op ieder gewenst moment een overzicht gemaakt worden van alle in behandeling zijnde en verleende aanvragen en meldingen. Door de registratie van alle aanvragen, vooroverleggen, informatieverzoeken en vergunning checks op het netwerk van de ABG-organisatie kan iedere werknemer op de hoogte zijn van activiteiten die op een bepaalt adres spelen, wie de behandelend ambtenaar is en wat de stand van zaken en/ of uitkomst is. Dit bevordert een integrale werkwijze.

Rapportage 16. Rapporteren B&W periodiek over de uitvoering van de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden? (Bor 7.7, lid 1, onder b) Toelichting wetgever: De rapportages moeten worden uitgebracht aan de gemeenteraad. Het is belangrijk dat de beleidsmakers, vergunningverleners en andere handhavende organisatieonderdelen van het bestuursorgaan van de rapportages kennis kunnen nemen. Definitief oordeel: Voldoet. In het Evaluatieverslag VTH 2022 informeren B&W de gemeenteraad over onder meer repressieve handhaving door zowel de eigen organisatie als de OMWB. In 2022 zijn twaalf zaken overgedragen naar repressieve handhaving (bestuursrechtelijk) en twee keer een proces-verbaal (strafrechtelijk). Uit § 4.2 (Milieu): Repressieve handhaving basistaken regulier Bij repressieve handhaving is er sprake van het niet naleven van wet- en regelgeving en is een overtreding begaan. Wanneer er een overtreding is begaan, worden er gepaste maatregelen genomen volgens de landelijke handhavingsstrategie. Welke maatregel wordt genomen is per situatie afhankelijk van de aard en de ernst van de overtreding alsmede het gedrag van de overtreder.

Repressieve handhaving basistaken asbest De OMWB heeft een repressieve handhavingszaak met betrekking tot asbest nog in behandeling. Een andere is inmiddels afgehandeld. Uit T3-rapportage OMWB (Programma 1: NIG: Asbest repressief): […] Betreffende de locatie Monseigneur Ariënsstraat in Rijen is door het asbestverwijderingsbedrijf tijdens de uitvoering van de werkzaamheden afgeweken van de geaccepteerde sloopmelding. Deze zaak is overgedragen aan strafrecht omdat dit een herhaalde overtreding betreft. Uit T3-rapportage OMWB (Programma 2: niet basistaken): […] Tijdens een toezicht op sloopwerkzaamheden werd asbestverdacht materiaal aangetroffen die niet is gemeld en is geconstateerd dat de eigenaar zelf asbesthoudend materiaal heeft verwijderd. De eigenaar en sloper hebben een waarschuwing ontvangen. De overtreding vanuit de sloper is overgedragen naar strafrecht.

10

Uit T3-rapportage OMWB (Bijlage 3 Ketengericht milieutoezicht): Ad-hoc onderzoeken en interventies. Uit een onderzoek van team asbest op internetpagina’s en sociale media is een klussenbedrijf naar voren gekomen die met regelmaat asbest saneert. Dit bedrijf bleek gevestigd in Tilburg maar heeft door heel de provincie klussen uitgevoerd waarbij onttrokken aan toezicht asbest is gesaneerd zonder te beschikken over de benodigde certificering. Deze casus is besproken met de politie en dat heeft ertoe geleid dat een strafrechtelijk onderzoek door de politie is gestart. Op dit moment loopt dit onderzoek nog. 17. Evalueren B&W jaarlijks of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s VTH voor de eigen organisatie en de omgevingsdienst zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen? (Bor 7.7, lid 2) Toelichting wetgever: Een cyclisch verlopend uitvoeringsproces wordt door middel van evaluatie afgesloten met een rapportage over en verantwoording van de uitgevoerde activiteiten aan de gemeenteraad. Daarbij wordt getoetst of de geleverde inspanningen ook het bereiken van de uitvoeringsdoelstellingen hebben opgeleverd. Indien deze doelstellingen zijn bereikt, zal dit in algemene zin leiden – indirect – tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit.

Indien deze doelstellingen niet zijn bereikt, kan dit leiden tot conclusies en aanbevelingen over aanpassingen van het VTH-beleid, het uitvoeringsprogramma of de uitgevoerde VTH-activiteiten. Voor input voor het uitvoeringsprogramma van het komende jaar is het belangrijk dat de interne evaluatie voorafgaand aan het opstellen van het uitvoeringsprogramma wordt gedaan. Definitief oordeel: Voldoet. In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt nu wel nagegaan in hoeverre activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen. Een compliment is op z’n plaats! 18. Gaan B&W in het evaluatieverslag VTH ook in op de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet? (Wabo 5.1 en Bor 7.7) Toelichting wetgever: De Erfgoedwet bepaalt in artikel 9.1 welke onderdelen van de Monumentenwet 1988 van toepassing blijven tot het tijdstip waarop de Omgevingswet tot wet is verheven en in werking is getreden. De Monumentenwet 1988 bepaalt in artikel 63 lid 3 dat de wettelijke procescriteria VTH van toepassing zijn op de uitvoering en de handhaving van het onderdeel ‘vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering’. Het gaat daarbij mede om de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers. Voorlopig oordeel: Voldoet gedeeltelijk.

In de evaluatie wordt in gegaan op het aantal verleende vergunningen en welke prioriteit monumenten hebben bij toezicht en handhaving. Tekortkomingen: Inhoudelijk wordt niets gezegd over de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet 1988 voor zover van kracht overeenkomstig artikel 9.1 van de Erfgoedwet. Verbeterpunten: Beschrijf de uitvoering en handhaving van de Monumentenwet 1988 en ga daar onder andere in op de manier waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers.

11

Reactie gemeente: De uitvoering en handhaving heeft plaatsgevonden conform het uitvoeringsprogramma en het handhavingsbeleid. In 2022 heeft de gemeente Gilze en Rijen 2 klachten/tips ontvangen over rijksmonumenten. Dit waren geen officiële handhavingsverzoeken. Deze klachten/tips zijn met voorrang behandeld, vanwege de toegekende prioriteit ‘zeer hoog’. Daarbij is opgetreden conform het handhavingsbeleid. In 1 van de 2 gevallen is een bouwstop opgelegd. Daarvoor loopt momenteel een vergunningprocedure. In het andere geval is inmiddels een vergunning verleend en blijven we toezicht houden op de uitvoering. Verwerking reactie: Akkoord met de toelichting. Het voorlopig oordeel wordt gewijzigd. Definitief oordeel: Voldoet. 19. Doen B&W jaarlijks verslag aan de gemeenteraad van de wijze waarop in het voorafgaande jaar uitvoering is gegeven aan de bestuursrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de Wet ruimtelijke ordening en de verlening van omgevingsvergunningen voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c en g, van de Wabo? (Wro 10.1 lid 2) Toelichting wetgever: De regering zegt dat het verslag kan worden uitgebracht in het kader van de jaarlijkse begroting. Het gaat daarbij mede om de wijze waarop is omgegaan met klachten en verzoeken van burgers.

Een dergelijke rapportage kan leiden tot een publiek en politiek debat over het gevoerde handhavingsbeleid en tot verbeteringen daarvan. De genoemde omgevingsvergunningen gaan over de Wabo activiteiten bouwen van een bouwwerk, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, in gevallen waarin dat bij een bestemmingsplan, beheerverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheerverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet en het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheerverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald. Definitief oordeel: Voldoet. In de evaluatie wordt in gegaan op de Activiteit “afwijken ruimtelijke regels” en de prioriteit bij toezicht en handhaving voor wat betreft onder meer het zonder omgevingsvergunning gebruiken in strijd met ruimtelijke regels. 20. Stellen B&W het evaluatieverslag VTH jaarlijks vóór 1 mei vast? (Verordening systematische toezichtinformatie Noord-Brabant art.

3, lid 1 en lid 2, onder d, en lid 5) Toelichting wetgever: Jaarlijks evalueert een gemeente of de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de vastgestelde beleidsdoelen. De provincie heeft de wettelijke taak van interbestuurlijk toezichthouder op de kwaliteit van de taakuitvoering door gemeenten en waterschappen onder meer op het domein omgevingsrecht. Doel is om informatie te verschaffen om systematisch toezicht te kunnen uitoefenen. Definitief oordeel: Voldoet. Met de vaststelling op 18 april 2023 hebben B&W voldaan aan de Verordening. 12

21. Maken B&W het evaluatieverslag VTH bekend aan de gemeenteraad? (Bor 7.7, lid 3) Toelichting wetgever: Zie toelichting bij vraag 13. Definitief oordeel: Voldoet. De raadsinformatiebrief met zaaknummer 1025522 gaat over het Evaluatieverslag VTH 2022.

Eindoordeel Op basis van de behaalde scores en conform de vastgestelde beoordelingscriteria en normen, is het eindoordeel: voldoet. Aantal

Punten

Toetsingsvragen

21

Score Voldoet (2 punten)

21

42

Score Voldoet gedeeltelijk (1 punt)

0

0

Score Voldoet niet (0 punten)

0

0

Totaal aantal punten

42

Eindoordeel o.b.v. punten

42/42 x 100 = 100,00

Toelichting eindoordeel:

≥ 80 = Voldoet ≥ 60 en < 80 = Voldoet gedeeltelijk < 60 = Voldoet niet

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13137287/1