Bijlage 2 - Algemene subsidieverordening Gilze en Rijen 2024 - aanpassingen zichtbaar
Tekst van het document
Algemene subsidieverordening gemeente Gilze en Rijen 20162024 DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 8 december 2015; 26 maart 2024; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: B E S L U I T: vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Gilze en Rijen 20162024
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.
1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47).
Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college van burgemeester en wethouders, (hierna: het college), met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c. en d. van de Algemene wet bestuursrecht. 2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouderskan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.
Artikel 23. Bevoegdheden college 1. Het college is belast met de uitvoering van deze verordening. 2. Het college is bevoegd te beslissen op aanvragen om subsidie, inclusief aanvragen op grond van artikel 4:23, derde lid, onder c. en d. van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Burgemeester en wethouders stellenHet college stelt bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald wie subsidie kunnen aanvragen, welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
Artikel 4. Staatssteunregels 4.1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouderskan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.
2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader. HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD Artikel 35. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Burgemeester en wethouders kunnenHet college kan subsidieplafonds als bedoeld in artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht vaststellen. In dat geval bepalen zijbepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnenHet college kan een subsidieplafond verlagen: a. als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of
b. als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE Artikel 46. Aanvraag Een aanvraag omHet college kan bij subsidieregeling voorschrijven dat voor bepaalde categorieën 1. 1. subsidie wordt het gebruik van een schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een of digitaal aanvraagformulier verplicht is. 2. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteitenactiviteit(en) waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteitenactiviteit(en) worden nagestreefd, en hoe de activiteiten activiteit(en) daaraan bijdragen; c. een begroting van de kosten voor de activiteit(en);) en een toelichting op de aard en hoogte van deze kosten; d. een begroting van de opbrengsten van de activiteit(en), waaronder ten minste:);
I. II. III.
een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteit(en) onder vermelding van de stand van zaken daarvan; e. een actueel overzicht van de aanwezige (bestemmings)reserves en voorzieningen inclusief (indien van toepassing) het onderliggende bestedingsplan;. een opgave van de wijze waarop de aanvrager getracht heeft andere middelen te verzamelen om uitvoering te kunnen geven aan de gewenste activiteit(en) en de mate waarin de aanvrager daarin is geslaagd (bijvoorbeeld contributie of entreegelden). e. een overzicht van de wijzen waarop de aanvrager de gewenste activiteiten in samenwerking met
3.
4.
andere actoren voornemens is te realiseren; 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten en een opgaaf van de zittende bestuursleden toe aan de aanvraag, alsmede een afschrift van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar zoals die door de penningmeester of accountant zijn opgemaakt, indien van toepassing door de accountant op juistheid zijn gecontroleerd en ter goedkeuring en vaststelling zijn aangeboden aan bestuur of leden. 4. Het college is bevoegd ook andere gegevens te verlangen dan genoemd in het tweede en derde lid indien die andere gegevens voor het nemen van een beslissing op de aanvraag noodzakelijk zijn. Indien voor het nemen van een beslissing niet alle in het tweede en derde lid genoemde gegevens noodzakelijk zijn kan het college de te overleggen gegevens beperken.
Artikel 57. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die voor een of meer kalenderjaren wordt verstrekt, moet zijn ontvangen op uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 1.2. Andere aanvragen om subsidie moeten zijn ontvangen tussenten minste 8 en 16 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnenstart met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd zijn ontvangen. 2.3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.
Artikel 68. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissenHet college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 57, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.
2. Burgemeester en wethouders beslissenHet college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 57, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. De termijn genoemd in het eerste en tweede lid kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 3.4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4.5. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE Artikel 79. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval voor zover de verlening een steunmaatregel zou vormen die in strijd is met artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b.
als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethoudersweigert het college de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 2.3. Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen, tenzij de subsidie wordt gedekt door een specifieke uitkering van derden die mede is bestemd voor andere gemeenten; b. voor zover activiteiten niet in overeenstemming zijn met het gemeentelijke beleid, waaronder de Kadernotitie subsidiebeleid 2016-2019 en de subsidieregeling; c. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; d.
voor zover de activiteiten al door (andere) overheidsinstellingen worden bekostigd; e. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; f. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; g. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; h. als de aanvrager niet alle benodigde vergunningen of ontheffingen heeft; i. als de aanvrager niet aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet; j. als een eenmalige/incidentele subsidie wordt gevraagd voor activiteiten die tot de reguliere gesubsidieerde activiteiten van de aanvrager behoren; k. voor zoverals het college al subsidie is verstrektheeft verleend voor dezelfde activiteitactiviteiten; l. voor zover activiteiten gericht zijn op het uitdragen van levensbeschouwelijke of politieke overtuigingen; m. voor zover bepaalde groepen van deelname aan de activiteiten worden uitgesloten en daarmee naar het oordeel van burgemeester en wethoudershet college niet een nuttig doel wordt gediend, zodat sprake is van ontoelaatbare discriminatie; n. voor zover activiteiten gericht zijn op het maken van winst; o. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.; p.
Burgemeester en wethouders kunnenals de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt. 3.4. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.5. Burgemeester en wethouders vorderenHet college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.
HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE Artikel 8. Verantwoording10. Verlening subsidie 1. In de beschikking tot het verlenen van de subsidie geeft het college in ieder geval aan: a. voor welke activiteiten de subsidie wordt verleend; b. het bedrag van de subsidie en de wijze waarop het bedrag is bepaald; c. de periode waarop de subsidie betrekking heeft; d. indien van toepassing, de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend. 2. Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvangersubsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.
3. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie. 4. Voor zover een subsidie wordt verleend voor een activiteit die mede door derden wordt gefinancierd (ook wel koppelsubsidie genoemd), kan het college de subsidie verlenen onder de voorwaarde dat de subsidieontvanger de nodige bewijsstukken overlegt om aan te tonen dat de financiering ook daadwerkelijk rond komt. De voorwaarde wordt expliciet opgenomen in het verleningsbesluit. Artikel 911. Betaling en bevoorschotting 1. Indien besloten wordt tot het verlenen van subsidie, kan een voorschot worden toegekend. In dat geval wordt in de beschikking tot subsidieverlening de hoogte van het voorschot bepaald, alsmede de eventuele termijnen waarin het voorschot wordt uitgekeerd; 2. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie; 3. Na de subsidievaststelling vindt verrekening plaats met de reeds uitgekeerde voorschotten. HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER Artikel 12. Algemene verplichtingen van de subsidie-ontvangersubsidieontvanger 1.
Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvangersubsidieontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethoudershet college. 2. Een subsidie-ontvangersubsidieontvanger informeert burgemeester en wethoudershet college onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.
Artikel 1013. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot: a. het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht; b. de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de activiteiten voor alle inwoners met een beperking; c. de inzet bij de activiteiten van personen die onder de zorgplicht van de gemeente vallen in het kader van de Participatiewet, Jeugdwet en Wmo. 2. Bij subsidies hoger dan € 50.000,--, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.
Artikel 11. Reserves14. Financiële reserves Het college kan bij subsidieregeling of in de subsidieovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht bepalingen opnemen over het vormen van financiële reserves.
HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE Artikel 1215. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000,-1. Subsidies tot en met € 5.000,-- worden door burgemeester en wethoudershet college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgendetweede lid – binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.
Binnen twee weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, meldt de aanvrager schriftelijk bij de gemeente of en hoe de activiteiten hebben plaatsgevonden. 3.2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en, dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen en/of dat de activiteiten hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 4.
In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000,-- wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.
5.
Indien de subsidie gezamenlijk is aangevraagd door twee of meer aanvragers gelden de verplichtingen uit dit artikel voor elke aanvrager afzonderlijk.
Artikel 1316. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 5.000,-1. Bij subsidies van meer dan € 5.000,-- dient de subsidie-ontvangersubsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en hebben bijgedragen aan de gemeentelijke doelen; a.b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening, die door de penningmeester of accountant is opgemaakt en ter goedkeuring en vaststelling is aangeboden aan bestuur of leden); b.c. een overzichtbalans met toelichting waaruit blijkt in hoeverre vermogen is gevormd; c.d. indien de subsidie meer bedraagt dan € 100.000,-- een subsidieverklaring van een onafhankelijke accountant (overeenkomstig het door het college vastgestelde protocol) of indien een gesubsidieerde organisatie valt onder de wettelijk verplichte accountantscontrole: een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en een controleverklaring door een onafhankelijk accountant;. 3.
Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd. 4. Indien de subsidie meer dan € 5.000 bedraagt en gezamenlijk is aangevraagd door twee of meer aanvragers, gelden de verplichtingen uit dit artikel voor elke aanvrager afzonderlijk.
Artikel 1417. Subsidievaststelling 1. Burgemeester en wethouders stellenHet college stelt een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt vast voor 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt. 2. Andere subsidies dan bedoeld in het eerste lid stellen burgemeester en wethouders vaststelt het college binnen 8 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling vast, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 3. De termijn genoemd in het eerste en tweede lid kan eenmaal voor ten hoogste 8 weken worden verdaagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidie-ontvangerssubsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 5. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel 1316, eerste lid, aanhef en onder a en b, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouderskan het college de subsidieontvangersubsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. 6. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld.
7. Het college kan de subsidie lager vaststellen, conform artikel 4:46 lid 2 en lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 1518. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden(uur)tarieven, kan het college bepalen dat deze door de subsidieaanvrager berekend worden met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze. 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.
HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN Artikel 1619. Hardheidsclausule 1. Burgemeester en wethouders kunnenHet college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 1 en ,2 en 3, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. 2. Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit.
Artikel 1720. Overgangs- en slotbepalingen 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Gilze en Rijen 2016 wordt ingetrokken. 2.
a. Voor subsidiesSubsidies die per kalenderjaar worden verstrekt wordt de subsidie die voor het jaar 2015
b.
is verstrekt voortgezet tot 1 juli 2016.
c.
In afwijking van artikel 5, eerste lid, dienen subsidieaanvragen voor deze activiteiten voor de periode 1 juli 2016 tot 1 januari 2017 uiterlijk voor 1 april 2016 te zijn ontvangen.
d.
In afwijking van artikel 6, eerste lid, beslissen burgemeester en wethouders op de aanvraag als bedoeld onder b. voor 1 juli 2016.
e.
in afwijking van hetgeen hiervoor onder a., b. en c. is vermeld gelden de volgende afwijkende overgangsregelingen voor: i.
Kunstpodium: zijn aparte afspraken over afbouw gemaakt conform collegebesluiten d.d. 17 december 2013 (BW13.00889) en 8 juli 2014 (BW14.00443).
ii.
Brede School : subsidie loopt van schooljaar tot schooljaar en moet worden aangevraagd voor 1 april 2016. De subsidie voor het schooljaar 2016/2017 wordt onder het nieuwe beleid gebracht.
iii.
Senioren Vereniging Rijen : heeft tijdelijk in 2014/2015 geen subsidie ontvangen. Subsidie voor de periode 1 januari 2016 – 1 juli 2016 overeenkomstig regels voorgaand beleid.
iv.
Lokaal Steunpunt Mantelzorg: heeft tijdelijk geen subsidie ontvangen. Subsidie voor de periode 1 januari 2016 – 1 juli 2016 overeenkomstig regels voorgaand beleid. 3.2. Op subsidiebesluiten die zijn genomen voor 1 januari 2016 en dievolledig betrekking hebben op subsidie voor het jaar 2016, blijfteen periode voor 1 juli 2024 worden afgedaan volgens de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Gilze en Rijen 2016 van toepassing. 4.3. Deze verordening treedt in werking opmet ingang van 1 januari 2016juli 2024. 5.4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Gilze en Rijen 20162024.
8
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Gilze en Rijen op 13 mei 2024.
S. van Dijk Griffier
D.A. Alssema Voorzitter
9