Bijlage 1- Woondeal
Tekst van het document
Regionale woondeal SRBT
Pagina 19 van 33
6 Samenwerking, monitoring en sturing Met de woondeal wordt de basis gelegd voor een langjarige (t/m 2030) samenwerking tussen Rijk, provincie, gemeenten en woningbouwcorporaties. Dit partnerschap is van groot belang om uitvoering te geven aan de realisatie en versnelling van de woonopgave. We maken daarom - naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over de governance. Denk daarbij aan het monitoring en rapportage om zicht te houden op de voortgang, de overlegstructuur om de voortgang en eventuele knelpunten te en het indien nodig oplossen van belemmeringen en nemen van besluiten. 6.1 Monitoring en bespreken voortgang Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie en de regio. Dit noemen we het woondeal SRBT-overleg. De woondeal maken we als SRBT-regio. Dat betekent dat er ook een overlegstructuur voor de totale regio moet gaan ontstaan. We erkennen voor de korte termijn de kracht bij de uitwerking van de individuele deelopgaven en ambities vanuit de beide regio’s. Voor een passende overlegstructuur, die ook recht doet aan de input en samenwerking van alle individuele partners, gaan we samen in 2023 op zoek naar de juiste samenwerkingsvormen, vanuit de bestaande overlegstructuren.
Waar nodig zorgen we dat deze bestaande overlegstructuren, wat betreft frequentie en inhoud van de agenda beter op elkaar aansluiten. In ieder geval zullen we samen met marktpartijen een versnellingstafel oprichten. Ook organiseren we periodiek bestuurlijk overleg (woondealoverleg en woontafel) waar alle gemeenten en corporaties binnen de SRBT-regio bij aan tafel zitten. Belemmeringen oplossen en besluiten nemen Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn. Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van o.a. de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is dus ‘’los het op, of schaal het op’’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw hun knelpunten agenderen.
Dit kan ook via andere tafels zoals de landelijke versnellingstafel.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 20 van 33
7 Kritische succesfactoren en ondersteuning Het realiseren van de woningbouwopgave kan alleen als het Rijk helpt bij het oplossen van de kritische succesfactoren voor realisatie van de afgesproken woningen. Denk daarbij aan de beschikbaarheid van geld, ambtelijke capaciteit en wettelijke vereisten voor stikstof en geluid. Maar bij nieuwe woningen moet ook rekeningen gehouden worden met bijvoorbeeld bereikbaarheid, betaalbaarheid en de energietransitie. 7.1 Kritische succesfactoren Hieronder schetsen we de belangrijkste regionale kritische succesfactoren. Voldoende en structurele rijksmiddelen voor uitvoering van de woondeal Partijen onderkennen dat veel projecten te maken hebben met een publiek onrendabele top. De forse investeringen die nodig zijn voor woningbouw kunnen de gemeenten niet altijd zelf opbrengen of verhalen op de ontwikkelaar. Partijen gaan met elkaar in gesprek over het wegnemen van de onrendabele top en hoe de verschillende instrumenten, zoals bijvoorbeeld de woningbouwimpuls, hieraan kunnen bijdragen. Voor de regio is het belangrijk dat de WBI-procedures zo eenvoudig en efficiënt mogelijk zijn. Het rijk betrekt de provincie en regio bij de (door)ontwikkeling van de Woningbouwimpuls en mogelijke aanpassingen.
Zo blijven we in gesprek over de werkwijze van de WBI en mogelijke verbeteringen ten aanzien van de effectiviteit en doelmatigheid van het instrument in zowel de aanvraag-, beoordeling- als beheerfase. Personele capaciteit Om plannen voor woningbouwlocaties uit te werken met partijen en door de procedures te leiden, is voldoende ambtelijke capaciteit bij gemeenten nodig. In veel gemeenten is dit kwantitatief en kwalitatief een knelpunt. et de regeling ‘Flexpool Versnelling Woningbouw’ ondersteunen Rijk en provincie de gemeenten. Voor het uitvoeren van de afspraken, waaronder de procesorganisatie voor de regionale woondeals, maar bijvoorbeeld ook de intensivering op de monitoring, is extra ambtelijke capaciteit nodig. Het Rijk stelt een “Specifieke uitkering woondeals” beschikbaar. De regio zal op korte termijn een aanvraag doen om aanspraak te doen op deze uitkering. Vereenvoudiging planprocedures en inperken bezwaar Daarnaast helpt het als gemeenten worden ontlast als het gaat om de onderzoekslast die komt kijken bij ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij valt te denken aan het vergoeden van MER-onderzoeken, bestemmingsplanontwikkelingen en andere onderzoeken. Maar ook vertraging van woningbouwprojecten vanuit de Wet Natuurbescherming (2017) door een gebrek aan toegankelijkheid, mogelijkheden tot afstemming en lange doorlooptijden bij de omgevingsdiensten.
De regio vraagt aandacht voor vereenvoudigde planprocedures, het inperken van bezwaarprocedures en transparantie in Raad van Stateprocedures. Het Rijk bereidt het actieplan Versnelling Woningbouwprocedures voor, waarin dit een plek krijgt. Het gezamenlijk, verder invullen en uitvoeren van dit actieplan is randvoorwaardelijk voor het slagen van deze Woondeal. In het verlengde hiervan speelt voor een deel van de woningbouwplannen, dat deze in een procedure door de Raad van State behandeld moeten worden. Door gebrek aan capaciteit bij de Raad van State loopt de proceduretijd op en is er risico op woningbouwvertraging. Gemeenten zetten vervolgens hun beperkte ambtelijke capaciteit in op het opstarten van planprocedures van andere woningbouwplannen. Het Rijk heeft voor vier jaar extra budget van 3 miljoen euro beschikbaar gesteld voor uitbreiding van capaciteit bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Knelpunten als gevolg van belemmeringen van de capaciteit en gebrek aan expertise bij mede- overheden en Raad van State worden geagendeerd op de woondealtafels. Desgewenst kan via de regionale versnellingstafels de landelijke versnellingstafel worden ingezet. Mobiliteit Verschillende woningbouwplannen in de regio kunnen niet gerealiseerd worden vanwege de kosten voor de noodzakelijke mobiliteitsmaatregelen.
Investeringen zijn noodzakelijk om de woningbouw mogelijk te maken. Een aantal gemeenten in de regio ontvangt al een deel van de benodigde middelen vanuit de versnellingsafspraken die zijn gemaakt in het BO-MIRT 2022. Denk hierbij aan het multimodale mobiliteitspakket voor de SRBT. Dit wordt op dit moment verder uitgewerkt op basis van afspraken in het BO-MIRT. Extra middelen vanuit het Mobiliteitsfonds zijn deze kabinetsperiode niet voorzien. Wel kan de regio voorstellen indienen voor de door de WBI beschikbare Rijksmiddelen. De regio verwacht een deel van de beschikbare middelen aan te vragen die passen bij de woonopgave. Externe veiligheid Voor de ontwikkeling van locaties langs het spoor is het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor een aandachtspunt. Eventuele verdere intensivering van het vervoer kan leiden tot aanvullende maatregelen, vertraging of beperkingen ten aanzien van de verdichtingsopgave door de toename van overlast en risico’s. Tegelijk is het vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor voor deze en omliggende regio’s van groot sociaaleconomisch belang en zijn er weinig alternatieven transportwijzen beschikbaar.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 21 van 33
Stikstof Een goede aanpak van de stikstofproblematiek is sterk randvoorwaardelijk voor de realisatie van woningen. Rechtstreeks ten behoeve van de bouw van woningen maar ook ‘indirect’ als bijvoorbeeld reeds afgesproken mobiliteitsmaatregelen niet gerealiseerd kunnen worden waardoor de bereikbaarheid van nieuwe woningen slechter wordt. Het is randvoorwaardelijk dat erop korte termijn duidelijkheid komt over de aanpak van de stikstofproblematiek. Energie Beschikbaarheid van energie: ons huidige energiesysteem loopt nu al tegen haar grenzen aan. Vooralsnog is er voor de woningbouwopgave voldoende aansluitcapaciteit gereserveerd, maar bijvoorbeeld niet voor de benodigde voorzieningen. Dit betekent dus ook dat er geprogrammeerd en geprioriteerd zal moeten worden. De mate waarin we als gezamenlijke overheden dit gaan aanpakken is zodoende een belangrijke voorwaarde voor te realiseren woningen. Investeringscapaciteit woningcorporaties De rijksoverheid en woningcorporaties hebben nationale prestatieafspraken gemaakt. Deze afspraken zien toe op een zeer forse ambitie in verduurzaming, nieuwbouw én betaalbaarheid. Het afschaffen van de verhuurderheffing is een goede en zeer belangrijke stap om corporaties aan investeringsruimte te helpen die nodig is voor het realiseren van de opgave.
De afschaffing van de verhuurderheffing zorgt er namelijk voor dat de investeringscapaciteit van woningcorporaties op landelijk niveau toeneemt. De extra investeringscapaciteit die de afschaffing van de verhuurderheffing oplevert gebruiken woningcorporaties voor het realiseren van de opgaven uit de Nationale prestatieafspraken. Uit een doorrekening van de Nationale prestatieafspraken blijkt dat de opgaven landelijk financieel haalbaar zijn. Hierbij is rekening gehouden met de afschaffing van de verhuurderheffing en een stijging van de vennootschapsbelasting (incl. ATAD1). In de Nationale prestatieafspraken is ook afgesproken dat de (fiscale) lastendruk van corporaties actief zal worden gemonitord, in het licht van de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven van corporaties. Er is afgesproken om de financiële haalbaarheid van de maatschappelijke opgaven door corporaties in 2024 integraal in beeld te brengen. Vanwege de sterk veranderende macro-economische omstandigheden wordt deze geplande update een jaar naar voren gehaald en reeds in 2023 uitgevoerd. Daarin worden ook de fiscale aspecten meegenomen waar de woningcorporaties in de voorbereiding van deze Woondeal hun zorgen over hebben geuit. Monitoring en rapportage Voor het naleven en herijken van de afspraken is een goede monitoring nodig.
Het Rijk kondigt een Interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw aan. Het is voor de regio van belang dat deze monitor, naast kwantitatieve gegevens, ook kwalitatieve informatie gaat bevatten. Daarnaast is er natuurlijk ook al monitoring beschikbaar vanuit Provincie, de Aedes-forecast en lokale monitoring van prestatieafspraken. De regio pleit ervoor geen extra monitoring in te richten, maar gebruik te maken van en aan te sluiten op de provinciale monitoring. Voor het slagen van de uitvoering van de Woondeal is het noodzakelijk dat op korte termijn duidelijk wordt hoe de monitoring eruit gaat zien, wat de rol van gemeenten en provincie is in het aanleveren van gegevens. Op dit moment heeft de woningmarkt te maken met een tekort aan bouwpersoneel, grondstoffen en bouwmaterialen. Daardoor nemen de bouwkosten snel toe. Het aantal verkochte huizen en de huizenprijzen nemen sterk af. Dat is vooral een gevolg van het oplopen van de hypotheekrente. Daardoor kunnen mensen nu minder lenen. Omdat de bouwkosten hoog zijn en de opbrengsten dalen staat de business case van woningbouwprojecten onder druk. Omdat de huizenprijzen in de SRBT-regio lager liggen dan in andere regio’s staat de bouwproductie en betaalbaarheid hier ook sneller onder druk. Dit kan voor vertraging zorgen. Uiteindelijk zou er wel weer een nieuw evenwicht op de markt moeten kunnen ontstaan.
Maar deze marktomstandigheden kunnen wel leiden tot een risico op het niet kunnen realiseren van de bestuurlijke versnellingsafspraken. 7.2 Ondersteuning bij de woningbouwopgave Het realiseren van de woningbouwopgave is complex. Kritische succesfactoren dienen opgelost te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is naast inzet van woningcorporaties en gemeentes ook ondersteuning vanuit het Rijk en de provincie nodig. Onderstaand wordt (1) aangegeven op welke wijze het Rijk en de provincie op dit moment al ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave. Daarna wordt aangegeven (2) welke ondersteuning aanvullend nodig is. Hierin wordt de koppeling gemaakt met de eerdergenoemde kritische succesfactoren. Ondersteuning provincie en Rijk: De regio wordt op dit moment op onderdelen al ondersteund door de provincie en het Rijk. Deze ondersteuning bestaat uit het verstrekken van expertise, capaciteit en procesgeld. 1.
Procesgeld: Het Rijk ondersteunt de SRBT-regio in het uitvoeren van de regionale Woondeal middels procesgeld. Dit bedrag wordt gebruikt voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het uitvoeren van de Woondeal.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 22 van 33
2.
Versnellingsgelden: Het Rijk heeft via het BO MIRT een bijdragen gegeven aan mobiliteitsmaatregelen voor een aantal locaties in de SRBT-regio waar woningbouw versneld kan worden.
3.
Capaciteit en expertise: Vanuit de flexpoolregeling van de provincie zijn aan diverse gemeenten in de regio gelden toegekend die daarmee woningbouwplannen kunnen versnellen.
Aanvullende ondersteuningsvraag aan provincie en Rijk De regio vraagt aanvullend project specifieke ondersteuning aan Rijk en de provincie op het moment dat sleutelgebieden of sleutellocaties niet tot ontwikkeling kunnen komen. Naast inzetten op grootschalige stedelijke woningbouwlocaties is de inzet op de realisatie van kleine projecten in landelijke kernen van belang. Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB heeft recent met de studie ‘ leine groene woonlocaties’ kleinschalige locaties in beeld gebracht. Het Rijk vindt de inzet op kleinschalige projecten belangrijk en start daarom een vervolgonderzoek met het EIB. Daarmee verwachten zij meer inzicht te krijgen in belemmeringen die realisatie in de weg staan en wordt bezien of en zo ja hoe deze belemmeringen kunnen worden weggenomen. Een overzicht van de ondersteuning van het Rijk en de provincie via generieke (financiële) regelingen is opgenomen in de bijlage. Rijk en provincie informeren gemeenten wanneer er nieuwe regelingen opengesteld worden en dienen als eerste vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 23 van 33
Ondertekening Deze woondeal is ondertekend door: • • • •
Gemeenten binnen de SRBT-regio, zijnde de gemeenten XXX handelend ter uitvoering van het besluit van de colleges van burgemeester en wethouders en middels volmacht rechtsgeldig vertegenwoordigd; Provincie Noord-Brabant, op grond van artikel 176 van de Provinciewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer XXX, Portefeuillehouder Wonen, hierna te noemen: provincie; Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, de heer H. de Jonge, hierna te noemen: minister/Rijk. Woningcorporaties binnen de SRBT-regio, zijnde de corporaties XXX, middels volmacht vertegenwoordigd door XXX als vertegenwoordiger namens, XXX, hierna gezamenlijk te noemen: de woningcorporaties.
Naam Functie
Naam Functie
----------------------
----------------------
Naam Functie
Naam Functie
----------------------
----------------------
Regionale woondeal SRBT
Pagina 24 van 33
Definities en afkortingen Definities Betaalbare woning
Een betaalbare woning is een sociale huur of middenhuur woning door corporaties en een middenhuur woning of betaalbare koopwoning door marktpartijen. Betaalbare huurwoningen zijn sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen die gereguleerd worden door WWS-puntenstelsel €1.000 prijspeil 2023 ; betaalbare koopwoningen zijn woningen tot aan de jaarlijks door het Rijk vastgestelde betaalbaarheidsgrens €355.000 prijspeil 2023:). Flexwoningen zijn kleine woningen die verplaatsbaar, stapelbaar, schakelbaar of splitsbaar zijn. Daarnaast heeft één van de volgende aspecten een tijdelijk karakter: 1. De woning zelf 2. De bewoning (door het gebruik van tijdelijke huurcontracten) of 3. De locatie (Bron: RVO expertteam woningbouw flexwonen)
Flexwoningen
Geclusterde (ouderen)woning
Hart van Brabant
Huisvesting arbeidsmigranten Nultredenwoning
Geclusterde woonvorm, vaak met ontmoetingsruimte en primair gericht op woonwensen van ouderen. (definitie conform programma wonen en zorg voor ouderen) Denk aan hofjeswoningen, serviceflats en seniorenflats. De woningen zijn tenminste nultreden toegankelijk en gericht op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan. Nabijheid van voorzieningen is belangrijk (definitie conform programma wonen en zorg voor ouderen BZK) Samenwerkingsverband met gemeenten Dongen, , Gilze en Rijen, Goirle, Heusen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk Betreft (grootschalige)logiesvoorzieningen (geen zelfstandige woningen). De plekken maken geen onderdeel van de woningbouwopgave of plancapaciteit. Een woning is een nultredenwoning als de woonkamer van de woning of woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen (externe toegankelijkheid) én vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste 1 slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn (interne toegankelijkheid).
Plancapaciteit Bruto plancapaciteit
Alle woningbouwplannen. De bruto toe te voegen woningen.
Netto plancapaciteit
Woningbouwplannen minus sloop en/of transformatie. De netto toe te voegen woningen. Optelsom van harde en zachte plannencapaciteit
Totale plancapaciteit Harde plancapaciteit Zachte plancapaciteit
Woningbouwplannen waarvan het bestemmingsplan vastgesteld onherroepelijk is. Hierbij is dus de planologische procedure al doorlopen. Woningbouwplannen met een positief principebesluit.
of
Provinciaal Woonbod
Doorvertaling van nationale woondoelen in bestuurlijke afspraken woningbouw tussen provincie en het Rijk.
Regio SRBT
De Stedelijke Regio Breda – Tilburg (SRBT) is de regionale samenwerking tussen de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk en Zundert, de Waterschappen Brabantse Delta, Dommel, Aa en Maas, Rivierenland en de Provincie Noord-Brabant. De Woondeal regio SRBT heeft betrekking op de gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Dongen, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oosterhout, Oisterwijk, Tilburg, Waalwijk en Zundert en de corporaties Alwel, Bazalt Wonen, Casade, Land van Altena, Laurentius, Leystromen, TBV Wonen, Thuisvester, Tiwos, WonenBreburg en Woonvizier. De gemeente Moerdijk is voor de Woondeal onderdeel van de regio West Brabant West.
Woondeal regio SRBT
Regionale woondeal SRBT
Pagina 25 van 33
Regionale Woondeal
Doorvertaling van de bestuurlijke afspraken tussen provincie, Rijk voor de SRBTregio, waarbij met de regiogemeenten en woningcorporaties wederkerige afspraken zijn gemaakt. Sociale huur omvat alle woningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens. Vanuit rijksbeleid wordt een aanscherping verwacht o.a. ten aanzien van de termijn waarop deze woningen in stand moeten worden gehouden. Deze aanscherping nemen we over, met de kanttekening dat we de sociale huur opgave primair beleggen bij de lokale en regionale corporaties. Grotere woningbouwplannen die een belangrijke bijdrage leveren aan de versnelling van de regionale woningbouwopgave en de afspraken in deze Woondeal. Samenwerkingsverband op het gebied van en met gemeenten Alphen-Chaam, Altena, Baarle-Nassau, Breda, Drimmelen, Etten-Leur, Geertruidenberg, Oosterhout en Zundert. Een deel van de geclusterde woonvormen betreffen zorggeschikte woningen. Deze woningen hebben extra voorzieningen, zodat deze beter zijn voor mensen met een beperking of voor het verlenen van zorg. Het kabinet heeft in het coalitieakkoord besloten om nieuwe verpleegzorgplekken in te richten op basis van scheiden wonen en zorg. Bewoners betalen de lage eigen bijdrage voor de langdurige zorg die zij ontvangen en betalen zelf de woonkosten van hun woning.
(definitie conform programma wonen en zorg voor ouderen, BZK) Uitwerking van de verstedelijkingsopgave voor de SRBT-regio tot 2040 met bouwstenen, ontwerpprincipes en afspraken over de toepassing daarvan in de verschillende gebiedsuitwerkingen.
Sociale huur
Sleutelgebieden Subregio Breda Verpleegzorgplekken
Ontwikkelingsstrategie
Afkortingen BO MIRT
Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport
BZK
Ministerie van Binnenlandse Zaken
CPO
Collectief particulier opdrachtgeverschap
GS
Gedeputeerde Staten
I&W
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
NOVI
Nationale Omgevingsvisie
RIA
Regionale Investeringsagenda
WBI
Woningbouwimpuls
SRBT
Stedelijke Regio Breda - Tilburg
Regionale woondeal SRBT
Pagina 26 van 33
Bijlage 1 Bestuurlijke afspraken Rijk - provincie Noord-Brabant Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant (hierna: GS) en de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening (hierna: minister voor VRO) bevestigen dat ze gezamenlijk alle inspanningen zullen verrichten ter uitvoering van onderstaande afspraken, gebaseerd op de randvoorwaardelijke provinciale woonopgave (bijlage 1) en bijbehorende tabel (bijlage 2). GS en de minister voor VRO zien deze afspraken als een inspanningsverplichting. 1. Woningbouwopgave: van landelijke naar provinciale opgave •
•
We hebben een gezamenlijke opgave. Om het huidige woningtekort aan te pakken, is het noodzakelijk de komende jaren versneld meer woningen bij te bouwen. Deze afspraken zijn een uitwerking van het programma Woningbouw. Met het programma Woningbouw zet de minister voor VRO nationaal in op de bouw van in totaal 900.000 woningen tot en met 2030. Het streven is dat twee derde van deze woningen betaalbaar is. Voor die betaalbaarheidsdoelstelling is nationaal de bouw van 250.000 sociale huurwoningen, 350.000 woningen in het middensegment (midden huur- en koopwoningen onder de 355.000 euro), waarvan 50.000 corporatiewoningen in de middenhuur benodigd. Met de provinciale woonopgave (bijlage 1 en 2) draagt GS bij aan realisatie van de nationale opgave. GS en de minister voor VRO zetten zich gezamenlijk in voor de realisatie van de kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave, zoals opgenomen in bijlage 1 en 2. GS zet zich - in samenwerking met gemeenten, woningbouwcorporaties, de bouwsector en andere relevante partijen op het gebied van wonen - in voor tijdige realisatie van de provinciale woningbouwopgave. De minister voor VRO zet zich in voor de realisatie van de woningbouwopgave door (eventuele) verstrekking van financiële middelen en met wet- en regelgeving die gemeenten, provincies en Rijk hiertoe nodig hebben. Realisatie van de opgave is randvoorwaardelijk c.q.
afhankelijk van de invulling van kritische succesfactoren (zie paragraaf 5). Vanuit de coördinerende rol zet de minister voor VRO zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren aan te pakken.
2. Voldoende (harde) plancapaciteit en tijdige vergunningverlening voor realisatie van de provinciale woningbouwopgave •
• •
Voldoende plancapaciteit is cruciaal voor het bouwen van woningen. De primaire verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de gemeenten. GS zet zich er samen met gemeenten in regionaal verband voor in dat de totaal beschikbare plancapaciteit voldoende is voor de realisatie van de afgesproken kwantitatieve en kwalitatieve provinciale woningbouwopgave. GS zet zich, via afspraken met gemeenten in de regionale woondeals, ervoor in dat er tijdig voldoende harde plancapaciteit beschikbaar is om de woningbouwopgave te kunnen realiseren. Met name voor de periode tot en met 2024 wordt daarbij ingezet op het verder vergroten van de harde plancapaciteit. Om het woningtekort in te lopen, moet landelijk worden toegewerkt naar de bouw van 100.000 woningen per jaar in 2024. Een sterkere focus op realisatie van harde plannen is nodig voor de versnelling van de woningbouw. GS voert daartoe op basis van monitoringsgegevens frequent overleg met gemeenten over tijdige vergunningverlening voor de bouw van woningen en zet in op een hoge jaarlijkse woningbouwproductie om daarmee versneld het woningtekort in te lopen.
3. Toewerken naar meer balans in de sociale huur in de woningvoorraad
- GS draagt bij aan het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad in de provincie en een evenwichtige verdeling van de opgave tussen gemeenten binnen de regio. Deze evenwichtige verdeling is gericht op het streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande woningvoorraad zowel in regionaal verband als per gemeente. Dit streven is opgenomen in het nationale beleidsprogramma ‘ en thuis voor iedereen’.
- GS doet dit door afspraken met gemeenten te maken in de regionale woondeals over voldoende (harde) plancapaciteit voor de bouw van de sociale huurwoningen in regionaal verband en in gemeenten die nu een sociale huurvoorraad hebben die onder de 30% van de totale gemeentelijke woningvoorraad ligt. De minister voor VRO zal in de in de voorbereiding zijnde “Wet versterking regie op de Volkshuisvesting” zorgen voor versterking van het instrumentarium dat hiervoor nodig is voor gemeenten, provincies en Rijk. 4. Doorvertaling van de afspraken in de regionale woondeals -
-
Uiterlijk in maart 2023- vertaalt GS de voorliggende bestuurlijke afspraken in regionale woondeals. GS, de gemeenten en de minister voor VRO maken in de regionale woondeals wederkerige afspraken. De kwalitatieve (betaalbaarheidsdoelstelling) en kwantitatieve woningbouwopgave per regio, die wordt vastgelegd in de regionale woondeals, telt op tot de provinciale woningbouwopgave 3. De minister voor VRO ondertekent, naast de provincie en de gemeenten, alle regionale woondeals. In de regionale woondeals vertaalt GS samen met gemeenten en andere partijen -in regionaal verband- de provinciale woningbouwopgave naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw. Focus ligt hierbij op de realisatie van bestaande plannen. Ook maken partijen daarbij afspraken die bijdragen aan het toewerken naar meer balans in de sociale huur in de woningvoorraad (zie paragraaf 3).
Regionale woondeal SRBT
Pagina 27 van 33
-
-
In de regionale woondeals maken partijen in 2023 afspraken over tijdelijke woningen en transformatiewoningen. Ook maken partijen afspraken over bouwen voor aandachtsgroepen (waaronder ouderen), toekomstbestendige bouw, ruimtelijke ordeningsaspecten, de herstructureringsopgave, het aantal verpleegzorgplekken (er is landelijk behoefte aan 50.000 verpleegzorgplekken), studentenhuisvesting, vakantieparken en de doorvertaling van de woon- zorgvisies. Waar dit in 2023 niet of niet geheel mogelijk is, overleggen provincie en Rijk waarover procesafspraken kunnen worden gemaakt. Onderstaande kritische succesfactoren (zie paragraaf 5) worden bij de uitwerking in de regionale woondeals vertaald naar de regio-specifieke situatie. Partijen maken hierbij afspraken over zowel de Rijksbijdrage als de bijdrage vanuit de provincie.
5. Kritische succesfactoren 4. De partijen onderkennen dat de woonopgaven complex zijn, met invloed van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en vele externe factoren (prijsontwikkelingen, beschikbaarheid van locaties, grondstoffen, bouwmaterialen en bouwpersoneel, energie en tijdige beschikbaarheid van energie-infrastructuur, (ambtelijke) capaciteit, investeringscapaciteit van woningcorporaties en ontwikkelaars, knellende wet- en regelgeving, economische ontwikkelingen etc.). Het halen van de afspraken is hiervan afhankelijk. Realisatie van de opgave is randvoorwaardelijk c.q. afhankelijk van de invulling van kritische succesfactoren (zie paragraaf 4 uitwerking randvoorwaardelijke provinciale woonopgaven). 6. Samenwerking en sturing: governance o
Een intensievere samenwerking, actieve sturing en monitoring van de uitvoering is noodzakelijk voor de realisatie van de voorliggende bestuurlijke afspraken. Het college van GS en de minister voor VRO maken daarom – naast de afspraken over de woningbouwopgave - ook afspraken over een gezamenlijk overleg, over het gezamenlijk volgen van de voortgang via monitoring en rapportage. Ook maken we afspraken over een escalatieladder om bij te sturen als de voortgang stokt.
o
Eén overheid: Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de versterking van de regie op de woningbouw en het realiseren van de woningbouwopgave. Alle overheidslagen dragen bij aan de woningbouwopgave vanuit hun specifieke rol in aansluiting op het huis van Thorbecke, en wet- en regelgeving zoals de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wet Ruimtelijke Ordening en de Omgevingswet. In aansluiting daarop herbevestigen we het volgende:
1.
Het College van B&W is als eerste bestuursorgaan verantwoordelijk voor de zorg voor de fysieke leefomgeving. In aansluiting daarop zetten de gemeenten zich in voor voldoende bouwlocaties in ruimtelijke plannen voor de realisatie van de woningbouwafspraken uit de regionale woondeals. Met inzet van de wettelijke instrumenten zorgen gemeenten voor de benodigde (harde) plancapaciteit in de verschillende prijssegmenten (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) en voor verlening van omgevingsvergunningen.
2.
Het Dagelijks Bestuur van het waterschap is verantwoordelijk voor een doelmatig waterbeheer. In het Omgevingsplan houdt de gemeenteraad rekening met het waterbelang met het oog op behoud van waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast, droogte en overstromingen om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locatie, onder meer woningbouwlocaties.
3.
De Provinciale Omgevingsvisie, omgevingsverordening en programma vormen het bovenliggende beleidskader en bevat de regels en voorwaarden voor de regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Vanuit deze wettelijke bevoegdheid is het college van Gedeputeerde Staten van de provincie verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de (ruimtelijke) doorvertaling van de provinciale woningbouwopgave in regionaal verband met de gemeenten. Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie stuurt actief op de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogrammering, waarbij het kwalitatieve in deze afspraken voor nu vooral de betaalbaarheid betreft. Doel is het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad, met een streven naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad op provinciaal niveau, regionaal niveau en lokaal niveau. Provincies bevorderen door actieve sturing deze evenwichtige verdeling tussen en in de woondealregio’s. Eventueel extra noodzakelijk juridisch instrumentarium zal onderdeel uitmaken van de wet regie volkshuisvesting.
1.
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is verantwoordelijk voor de realisatie van de nationale opgave en stelselverantwoordelijk voor de versterking van het wettelijk instrumentarium voor de medeoverheden om de woningbouwopgave te realiseren en voor ondersteuning van de uitvoering via inzet van (financiële) middelen. De minister stuurt actief op de realisatie van de nationale opgave door intensief en periodiek overleg met medeoverheden en monitoring van de woningbouw. Daarnaast coördineert de minister de opgaven die samenhangen met de woningbouw met de medeoverheden en andere departementen. Zo nodig hakt de minister voor VRO samen met collega-bewindspersonen knopen door.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 28 van 33
o
Het college van GS en de minister voor VRO werken samen vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid en zetten gezamenlijk en gecoördineerd hun instrumenten en middelen in om de overeengekomen opgave te realiseren.
A. Monitoring en intensivering overleg over realisatie van de woningbouwopgave 1. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. o
Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie.
o
De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Bij een aantal woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het inisterie van BZ op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS.
o
De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen.
o
Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
B. Inzet escalatieladder 9. Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, verstedelijkingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. 10. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 29 van 33
Handtekeningen namens het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant
De heer H.A.G. Ronnes Gedeputeerde Wonen, Werken en Leefomgeving De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
De heer H.M. De Jonge
Regionale woondeal SRBT
Pagina 30 van 33
Bijlage 2 Generieke ondersteuning woningbouw Het Rijk ondersteunt door: 1. Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. et gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. et Rijk informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden. Ook dient het Rijk als vraagbaak bij eventuele onduidelijkheden omtrent de aanvraag van financiële middelen. 2.
Procesgeld gekoppeld aan de woondeals:
1.1.0. 1.1.1. 1.1.2. 1.1.3. 1.1.4. 1.1.5. 1.1.6. 3.
Woningbouwimpuls Regeling flexpools Regeling huisvesting aandachtsgroepen Volkshuisvestingsfonds Transformatie faciliteit Tijdelijke huisvesting Mogelijke ondersteuning verpleegzorgplekken
Het verstrekken van kennis en expertise wanneer projecten vastlopen. Het kan hierbij zowel gaan om concrete- als generieke vragen.
1.0.7. 1.1.8. 1.1.9. 1.1.10.
Inzet expertteams (Expertteam Woningbouw) Taskforce Nieuwbouw Woningcorporaties Taskforce versnelling tijdelijke huisvesting Landelijke versnellingstafels
4.
Wet- en regelgeving voor de realisatie van de woningbouwopgave. Voor versterking van dit instrumentarium wordt het wetsvoorstel versterken regie op de volkshuisvesting voorbereid.
5.
BZK coördineert de opgave die samenhangen met woningbouw en fungeert als eerste aanspreekpunt richting andere departementen. De Minister voor VRO zet zich maximaal in om samen met de verantwoordelijke collega-ministers kritische succesfactoren als stikstof, geluid en de aansluiting op nutsvoorzieningen aan te pakken.
De provincie ondersteunt door: 6.
Het verstrekken van financiële middelen via diverse regelingen en subsidies waar de regio aanspraak op kan maken. et gaat hierbij om middelen die generiek beschikbaar zijn, ook andere regio’s kunnen hier aanspraak op maken. De provincie informeert via de woondealtafel over nieuwe regelingen en subsidiemogelijkheden.
7.
Procesgeld woondeals
1.0.11. 1.1.12. 1.1.13. 1.1.14. 8.
Flexpool versnelling woningbouw deel 1A en 1B Flexpool versnelling woningbouw deel 2 (medio 2023) Ondersteuning bij transformatieopgaven in B5 en M7 Financiële ondersteuning regionale woningbouwopgaven
Het verstrekken van kennis, informatie en expertise. Structurele monitoring woningbouw plannen en realisatie. Periodiek uitvoeren van bevolkings- en woningbehoefteprognoses. Ondersteunen regionaal overleg en afstemming. Ondersteuningsverklaringen bij aanvragen Woningbouwimpuls
Regionale woondeal SRBT
Pagina 31 van 33
Bijlage 3 Monitoring en bespreking voortgang 1. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven ten einde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. 2.
Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken vindt er regulier overleg plaats tussen vertegenwoordigers van het Ministerie van BZK en de provincie.
3.
De frequentie van het regulier overleg over de voortgang van de woningbouw op ambtelijk niveau tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK en provincie wordt nader bepaald in overleg met provincie en gemeenten. Bij een aantal woondealregio’s met een zeer complexe opgave geldt dat er een regulier overleg op ambtelijk niveau is tussen het Ministerie van BZK, de provincie en afgevaardigden vanuit de woondealregio. Een overleg tussen de directeur Woningbouw en directeuren en/of opgavemanagers van provincie vindt vier keer per jaar plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het inisterie van BZ op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Er vindt twee keer per jaar een bestuurlijk overleg plaats tussen de minister voor VRO en een afvaardiging van het college van GS.
4.
De afspraken worden jaarlijks herijkt. Daarbij worden de nieuwste prognose van de woningbouwbehoefte tot en met 2030 betrokken. Deze wordt eveneens jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot en met 2030 wordt bijgewerkt op basis van deze prognose, de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2024 vindt de eerste herijking plaats. Op dat moment is de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2024 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals. Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken.
5.
Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.
Regionale woondeal SRBT
Pagina 32 van 33