Bijlage 1 -Wijkgerichte aanpak BOA's Gilze en Rijen (2)
Tekst van het document
Wijkgerichte aanpak BOA’s Van motie naar beleid: een wijkgerichte inzet van BOA’s binnen de ABG-organisatie voor de gemeente Gilze en Rijen.
Portefeuillehouder: Burgemeester Derk Alssema s Afdeling: Veiligheid Zaaknummer: 1132064 Datum: januari 2026 Versie 2.
Inhoudsopgave 1
Samenvatting.
3
2
Inleiding.
3
2.1
213a onderzoek uit 2022.
3
2.2
Rol van de overlastregisseur.
4
2.3
Rol van de wijk-BOA’s.
5
3
Scenario’s.
7
4
Afwegingen.
10
4.1
Vergelijking van scenario’s op relevante criteria.
10
4.2
Relatie met beleidsdoelen, financiën en uitvoerbaarheid.
11
5
Financiën.
11
5.1
Structurele kosten.
12
5.2
Effect op begroting en meerjarenraming inclusief scenario’s.
12
6
Ambtelijk advies.
13
7
Participatie en communicatie.
14
7.1
Betrokken ketenpartners.
14
7.2
Communicatie na besluitvorming.
15
8
Uitvoering en planning.
15
8.1
Planning en fasering
15
8.2
Evaluatie en bijsturing
16
9
Bijlagen.
17
I.
Prioriteitenmatrix wijkgerichte BOA-inzet per scenario
17
2 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
1
Samenvatting.
De motie wijkgerichte aanpak verkent op welke wijze de inzet van wijkgerichte BOA’s in Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot kan worden versterkt. Daartoe zijn drie scenario’s uitgewerkt, variërend van handhaving van de huidige formatie tot uitbreiding met extra BOA-capaciteit, met als doel de zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en structurele aanwezigheid in de kernen te vergroten en zo bij te dragen aan leefbaarheid en veiligheid.
2
Inleiding.
De gemeenteraad van Gilze en Rijen heeft op 10 november 2025 met een unaniem aangenomen motie het college verzocht te onderzoeken op welke wijze binnen de huidige dan wel toekomstige formatie structureel vaste buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: BOA’s) kunnen worden ingezet in de kernen Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot. Dit verzoek vloeit niet voort uit een ambtelijk vastgesteld knelpunt, maar uit een door de raad uitgesproken wens en ambitie om de zichtbare aanwezigheid van handhaving in de wijken te versterken. De raad beoogt met deze ambitie inwoners te voorzien van een herkenbaar en laagdrempelig aanspreekpunt in de eigen kern en de samenwerking tussen BOA’s en wijkagenten verder te intensiveren. Vanuit signalen die de raad ontvangt van inwoners blijkt dat met name overlast wordt ervaren op het gebied van onder andere zwerfafval, fatbikes en parkeeroverlast. In dat kader geven inwoners aan dat de inzet van BOA’s regelmatig als onvoldoende zichtbaar wordt ervaren. Deze ervaren beperkte zichtbaarheid hangt samen met de spreiding van de beschikbare capaciteit en het omvangrijke, deels buitenstedelijke werkgebied van de drie ABG-gemeenten. Als gevolg hiervan wordt de zichtbaarheid per kern niet altijd als toereikend ervaren en staat een structurele, wijk- en kerngerichte benadering van overlast en zogenoemde ‘kleine ergernissen’ onder druk.
Dit vormt geen directe probleemdefinitie vanuit de ambtelijke organisatie, maar wel de aanleiding voor de raad om haar ambitie nader te laten verkennen. In uitvoering van de unaniem aangenomen motie wordt daarom onderzocht op welke wijze de zichtbaarheid en aanwezigheid van BOA’s in de kernen Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot kan worden vergroot. Door BOA’s structureel te verbinden aan de overlastregisseur kan overlast gerichter en effectiever worden aangepakt, passend bij de door de raad gewenste koers en in lijn met de doelstellingen zoals vastgelegd in het programma Veiligheid (2018–2022).
2.1
213a onderzoek uit 2022.
In 2022 heeft de gemeenteraad een artikel 213a-onderzoek (doelmatigheidsonderzoek) laten uitvoeren naar de formatie en taken van de BOA’s. Naar aanleiding van dit onderzoek, uitgevoerd door Van Berkel Professionals, zijn diverse aanbevelingen gedaan en inmiddels geïmplementeerd. Het betreft onder meer de volgende maatregelen:
3 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
• • • •
BOA-formatie is uitgebreid van 4,5 naar 6,5 fte, waarvan 0,5 fte is ingezet voor beleidsmatige ondersteuning; Afbakening en specialisatie van taken, waarbij controles op de handhaving van dranken horecawetgeving aan het takenpakket zijn toegevoegd; Invoering van informatie gestuurd werken, waarbij de inzet van BOA’s is gekoppeld aan vooraf vastgestelde prioriteiten en doelstellingen; Uitbreiding van de beschikbare middelen, waaronder de inzet van een tweede dienstauto en een dienstrooster met twee diensten per dag.
De bovenstaande maatregelen zijn inmiddels uitgevoerd en vormen de basis voor het optreden van de BOA’s. De BOA’s werken conform het BOA-handboek en worden ingezet op basis van de kaders en prioriteiten zoals vastgesteld door de gemeenteraad en de portefeuillehouder. Daarnaast heeft het onderzoeksbureau een benchmark uitgevoerd met vergelijkbare gemeenten. Binnen de ABG-organisatie vindt de inzet van BOA’s plaats op basis van een verdeelsleutel, waarbij de beschikbare capaciteit in uren wordt verdeeld over de drie deelnemende gemeenten. Op basis van deze verdeelsleutel beschikt de gemeente Gilze en Rijen over circa 3,2 fte BOA-capaciteit voor 27.343 inwoners. Ter vergelijking: de gemeente Dongen heeft met 27.620 inwoners 4 fte BOA’s in dienst en de gemeente Oosterhout beschikt over 9 fte wijk-BOA’s voor 53.380 inwoners. Daarbij komt dat de gemeente Gilze en Rijen specifieke kenmerken kent die bij veel vergelijkbare gemeenten niet of in mindere mate aanwezig zijn, zoals de aanwezigheid van een groot asielzoekerscentrum, een NS-station, een winkelcentrum en de ligging tussen twee grotere steden (Tilburg en Breda). Deze factoren leiden tot een relatief hogere druk op toezicht, handhaving en openbare orde en veiligheid.
Door de huidige spreiding van de BOA-inzet over alle kernen en gemeenten is niet altijd voldoende ruimte om structureel en gericht aandacht te besteden aan deze omvangrijke thema’s. Dit leidt tot versnippering van inzet en beperkt de zichtbaarheid en herkenbaarheid van BOA’s in de afzonderlijke kernen.
2.2
Rol van de overlastregisseur.
De overlastregisseur vervult binnen de gemeente Gilze en Rijen reeds een bestaande functie voor 36u per week en speelt een centrale en verbindende rol in de wijkgerichte aanpak. In het kader van de verstrekte inzet van wijk-BOA’s wordt deze taakstelling uitgebreid, waarbij de overlastregisseur de BOA’s ondersteunt op zowel operationeel als tactisch niveau. Hij of zij fungeert als eerste escalatiepunt bij (complexe) casuïstiek waarin BOA’s niet direct tot een oplossing komen en treedt op als sparringpartner door te adviseren over methodiek en de aanpak van meldingen en klachten. Daarnaast borgt de overlastregisseur dat BOA’s voldoende tijd en ruimte hebben om structurele wijkgerichte werkzaamheden uit te voeren en zichtbaar aanwezig te zijn in de
4 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
wijken. Als verbindende schakel onderhoudt de overlastregisseur korte lijnen met ketenpartners zoals politie, jongerenwerk, wijk- en buurtbeheer en het sociaal team, met als doel te komen tot een integrale en samenhangende aanpak van overlast- en leefbaarheidsvraagstukken. De overlastregisseur ondersteunt de BOA’s tevens bij het verder ontwikkelen en toepassen van een wijkgerichte werkwijze en bij het coördineren van projecten en acties. In nauwe samenwerking met de BOA’s wordt zo gewerkt aan een gestructureerde en consistente afhandeling van meldingen en klachten. Door de inzet van digitale hulpmiddelen, zoals City Control, kan de overlastregisseur deze rol samen met de senior BOA verder versterken. Deze middelen maken het mogelijk om gerichte opdrachten aan BOA’s te koppelen, hotspots te identificeren, rijroutes te optimaliseren en de beschikbare capaciteit efficiënt en datagedreven in te zetten.
2.3
Rol van de wijk-BOA’s.
De inzet van wijk-BOA’s vormt een gerichte versterking van de wijkgerichte aanpak van leefbaarheid en veiligheid binnen de gemeente Gilze en Rijen. Deze inzet is niet te integreren binnen de huidige BOA-formatie en werkwijze. Dit hangt samen met de bestaande taakbelasting en de toename van nieuwe en aanvullende taken binnen het BOA-domein. Binnen de huidige formatie is de beschikbare capaciteit primair benodigd voor het uitvoeren van het reguliere, gemeente brede handhavingspakket en het afhandelen van meldingen, waardoor structurele en wijkgerichte aanwezigheid niet kan worden uitgevoerd. Met wijk-BOA’s wordt gekozen voor een andere vorm van inzet, waarbij BOA’s structureel worden gekoppeld aan vaste kernen. Hierdoor ontstaat continuïteit in aanwezigheid, uitvoering en samenwerking. De wijk-BOA fungeert als een herkenbaar, zichtbaar en laagdrempelig aanspreekpunt voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners en levert daarmee een directe bijdrage aan het veiligheidsgevoel en het vertrouwen in de gemeentelijke aanpak. Centrale en verbindende rol in de wijk. De wijk-BOA vervult binnen deze aanpak een centrale, verbindende rol en functioneert nadrukkelijk als spin in het web. Vanuit een vast werkgebied heeft de wijk-BOA overzicht over wat er speelt in de kern en onderhoudt hij of zij actief relaties met inwoners, ondernemers en ketenpartners.
Deze structurele aanwezigheid maakt het mogelijk ontwikkelingen vroegtijdig te signaleren, verbanden te leggen tussen signalen en waar nodig vervolgacties in gang te zetten of partijen met elkaar te verbinden. Daarmee vormt de wijk-BOA de schakel tussen de wijk en de gemeentelijke organisatie. Deze werkwijze vraagt om tijd, aanwezigheid en relationeel werken. Juist deze elementen zijn binnen de huidige inzet van BOA’s onvoldoende te organiseren, omdat zij grotendeels reactief
5 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
worden ingezet op meldingen, incidenten en uiteenlopende taakgebieden, verspreid over meerdere kernen en gemeenten. Preventie, signalering en handhaving in samenhang. De wijk-BOA opereert niet uitsluitend handhavend, maar combineert toezicht en handhaving met preventie, signalering en advisering. Door frequente en zichtbare aanwezigheid in de openbare ruimte ontwikkelt de wijk-BOA diepgaande kennis van de lokale context, sociale verhoudingen en terugkerende problematiek. Hierdoor kunnen overlast en zogenoemde ‘kleine ergernissen’, zoals zwerfafval, parkeeroverlast, verkeersgedrag (waaronder fatbikes) en lichte vormen van jeugd- en leefbaarheidsoverlast, vroegtijdig worden herkend en effectief worden aangepakt. Binnen de huidige BOA-inzet ligt de nadruk noodgedwongen op het afhandelen van meldingen en prioritaire taken, waardoor deze preventieve en signalerende rol slechts beperkt en incidenteel kan worden ingevuld. Een structurele wijkgerichte aanpak vraagt daarom om BOA’s die hier expliciet voor zijn vrijgemaakt. Laagdrempelig aanspreekpunt voor inwoners. Voor inwoners betekent de inzet van wijk-BOA’s een toegankelijke en herkenbare vertegenwoordiger van de gemeente in de wijk. De wijk-BOA is aanspreekbaar in de openbare ruimte en aanvullend bereikbaar via laagdrempelige digitale kanalen, zoals de gemeentelijke website en sociale media.
Deze vaste aanwezigheid verlaagt de drempel om signalen te delen en versterkt het vertrouwen in de gemeentelijke aanpak. Binnen de huidige werkwijze, waarin BOA’s wisselend en taakgericht worden ingezet, kan deze herkenbaarheid onvoldoende worden opgebouwd. Samenwerking en regie in de uitvoering. De wijk-BOA vervult tevens een signalerende en coördinerende rol richting de gemeentelijke organisatie en ketenpartners. Relevante signalen en casuïstiek worden actief gedeeld met de overlastregisseur, die fungeert als escalatiepunt en sparringpartner bij complexere situaties. In deze samenwerking bewaakt de wijk-BOA de voortgang en samenhang op wijkniveau, terwijl de overlastregisseur zorgt voor afstemming, prioritering en verbinding met andere disciplines. Dit voorkomt versnippering van inzet en borgt dat wijk-BOA’s voldoende ruimte houden voor structurele wijkgerichte werkzaamheden. De wijk-BOA onderhoudt daarnaast structureel contact met partners zoals wijkagenten, jongerenwerk, scholen, zorgpartijen, het COA, wijk- en buurtbeheer en ondernemers. Door deze relaties actief te onderhouden ontstaat een integrale en samenhangende aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken. Positionering ten opzichte van reguliere ABG-BOA’s. De inzet van wijk-BOA’s onderscheidt zich nadrukkelijk van die van de reguliere ABG-BOA’s.
Waar wijk-BOA’s wijkgericht, structureel en relationeel werken vanuit een vast gebied, blijven de reguliere BOA’s binnen de ABG-organisatie flexibel inzetbaar en primair verantwoordelijk voor het uitvoeren van het reguliere handhavingspakket. Dit omvat onder meer APV-
6 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
handhaving, verkeers- en parkeerhandhaving, milieu- en afvalhandhaving, evenementen- en horecatoezicht en de afhandeling van prioritaire en BuitenBeter-meldingen. Deze rolverdeling is noodzakelijk, mede omdat de BOA-functie landelijk een ontwikkeling doormaakt waarbij de inzet zich steeds meer verplaatst van uitsluitend leefbaarheidstoezicht naar bredere taken binnen het domein van openbare orde en veiligheid. Deze ontwikkeling leidt tot een verdere verbreding van het takenpakket en daarmee tot een toenemende druk op de beschikbare capaciteit. Zonder aanvullende, specifiek gepositioneerde wijk-BOA’s resulteert dit in versnippering van inzet en verlies van structurele aanwezigheid in de wijken. De inzet van wijk-BOA’s is gericht op een versterking van de wijkgerichte aanpak en niet op het realiseren van een efficiency winst. Door de structurele aanwezigheid van wijk-BOA’s wordt verwacht dat signalen en meldingen eerder en deels preventief kunnen worden opgepakt. Tegelijkertijd wordt verwacht dat deze inzet zich niet op financieel vlak terugverdient, aangezien van wijk-BOA’s andere taken en werkzaamheden worden gevraagd dan van reguliere BOA’s en het reguliere handhavingswerk daarmee niet wordt vervangen.
De meerwaarde van wijk-BOA’s ligt in preventie, vroeg signalering, relatiebeheer en samenwerking, waardoor een duurzame bijdrage wordt geleverd aan leefbaarheid en veiligheid in de kernen, zonder dat dit afdoet aan de noodzaak van voldoende capaciteit voor het reguliere BOA takenpakket.
3
Scenario’s.
Naar aanleiding van de aangenomen motie over een wijkgerichtere inzet van BOA’s in de gemeente Gilze en Rijen is verkend op welke wijze deze wens organisatorisch en formatief kan worden ingevuld binnen de ABG-organisatie. De motie benadrukt het belang van zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en structurele aanwezigheid van BOA’s in de verschillende kernen. In dit hoofdstuk worden drie scenario’s uitgewerkt, variërend van het handhaven van de huidige formatie tot uitbreiding van de BOA-capaciteit specifiek voor de gemeente Gilze en Rijen. Per scenario wordt inzicht gegeven in de gevolgen voor inzet, verdeling over de kernen en de mate waarin invulling kan worden gegeven aan de rol van wijk-BOA. Scenario 1: basis/nulscenario. In dit scenario blijft de huidige formatie van zes fte BOA’s voor de ABG-gemeenten ongewijzigd. Binnen deze bestaande capaciteit wordt gezocht naar mogelijkheden om elementen van wijkgericht werken te realiseren door interne herschikking van taken, prioriteiten en inzet. Er vindt geen structurele uitbreiding plaats specifiek voor de gemeente Gilze en Rijen. Effecten op beleid en uitvoering. De beleidsmatige ambitie om wijkgericht te werken kan in dit scenario zeer beperkt worden ingevuld. Omdat de beschikbare capaciteit ongewijzigd blijft en al volledig is belegd met
7 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
reguliere taken (zoals APV-handhaving, verkeers- en parkeerhandhaving, milieu en meldingenafhandeling), betekent een verschuiving richting wijkgericht werken automatisch dat andere werkzaamheden minder of niet meer worden uitgevoerd. De inzet van BOA’s blijft grotendeels reactief en flexibel over de drie ABG-gemeenten, waardoor structurele aanwezigheid per kern niet kan worden gegarandeerd. Relatieopbouw met inwoners en ketenpartners is incidenteel en persoonsafhankelijk, zonder borging in tijd en capaciteit. De rol van wijk-BOA blijft hierdoor fragmentarisch en kwetsbaar. Dit scenario betreft geen uitbreiding van beleid, maar een herprioritering binnen bestaande kaders, met het risico dat reguliere handhaving, meldingenafhandeling of piekinzet onder druk komt te staan. Financiële consequenties. Aan dit scenario zijn geen extra structurele kosten verbonden. De uitvoering vindt plaats binnen de bestaande personele en financiële kaders. Voor- en nadelen. Voordelen: • Geen extra financiële lasten; • Organisatorisch uitvoerbaar op korte termijn. Nadelen: • Onvoldoende invulling van de aangenomen motie; • Geen structurele wijk- of kern gebonden BOA’s; • Andere taken blijven liggen of worden minder uitgevoerd; • Beperkte zichtbaarheid en nauwelijks ruimte voor preventie en relatiebeheer; Scenario 2: alternatief A (twee extra fte BOA’s).
In dit scenario worden twee fte BOA’s specifiek toegevoegd voor de gemeente Gilze en Rijen. Deze extra capaciteit wordt verdeeld over de vier kernen, waarbij één BOA primair wordt ingezet in Rijen en één BOA voor Gilze, Hulten en Molenschot gezamenlijk. Hierdoor ontstaat een herkenbaarder aanspreekpunt, zij het met beperkte inzet per kern. Effecten op beleid en uitvoering. Dit scenario maakt een eerste concrete stap richting wijkgericht werken mogelijk. Door de extra capaciteit ontstaat ruimte om BOA’s vaker en consistenter in de kernen aanwezig te laten zijn. Dit versterkt zichtbaarheid, preventie en vroegsignalering en maakt het mogelijk om relaties met inwoners en lokale netwerken op te bouwen. Het relatiebeheer met inwoners en ketenpartners is in dit scenario echter functioneel en beperkt van aard. Door de verdeling van capaciteit over meerdere kernen blijft de beschikbare tijd per kern beperkt, waardoor duurzame relatieopbouw, structurele deelname aan overleggen en intensieve samenwerking slechts gedeeltelijk mogelijk zijn. De wijk-BOA blijft deels uitvoerend en deels reagerend, met beperkte ruimte voor regie.
8 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Financiële consequenties. Dit scenario leidt tot structurele personeelslasten voor twee fte BOA’s, inclusief salaris- en aansturingskosten. Deze lasten dienen structureel te worden opgenomen en gedekt binnen de gemeentelijke begroting. Een nadere uitwerking is opgenomen in hoofdstuk 5. Voor- en nadelen. Voordelen: • Duidelijke verbetering van zichtbaarheid en aanspreekbaarheid; • Balans tussen beleidsambitie en financiële impact; • Flexibele inzet binnen de gemeente blijft mogelijk. Nadelen: • Beperkte capaciteit per kern, waardoor wijkgericht werken kwetsbaar blijft; • Relatiebeheer met inwoners en ketenpartners is niet structureel geborgd; • Minder robuust bij ziekte, verlof of piekbelasting; • Geen volledige dekking van alle kernen op elk moment.
Scenario 3: alternatief B (vier extra fte BOA’s). In dit scenario worden vier fte BOA’s specifiek toegevoegd voor de gemeente Gilze en Rijen. De inzet wordt verdeeld als volgt: Gilze 1,5 fte, Rijen 2 fte en Hulten en Molenschot gezamenlijk 0,5 fte. Hierdoor ontstaat per kern een structurele, herkenbare en grotendeels vaste inzet van wijk-BOA’s. Effecten op beleid en uitvoering. Dit scenario maakt een volwaardige en duurzame uitvoering van wijkgericht werken mogelijk. De structurele aanwezigheid per kern biedt BOA’s voldoende tijd en ruimte om daadwerkelijk te functioneren als wijk-BOA en als spin in het web. Er is substantieel meer ruimte voor preventie, vroegsignalering en maatwerk. In tegenstelling tot scenario 2 kunnen wijk-BOA’s in dit scenario duurzame relaties opbouwen met inwoners, ondernemers en ketenpartners zoals politie, jongerenwerk, scholen, zorgpartijen en het COA. Relatiebeheer wordt daarmee een structureel onderdeel van het werk en niet langer een neventaak. De wijk-BOA kan actief deelnemen aan lokale overleggen, signalen opvolgen en regie voeren op leefbaarheidsvraagstukken. De doelstellingen uit de aangenomen motie worden met dit scenario volledig gerealiseerd. Financiële consequenties. Dit scenario heeft de hoogste structurele financiële impact door de uitbreiding met vier fte BOA’s.
Naast personeelskosten dient rekening te worden gehouden met aanvullende kosten voor faciliteiten, materieel en aansturing.
9 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Voor- en nadelen. Voordelen: • Volledige en structurele invulling van wijkgericht werken; • Hoge zichtbaarheid en herkenbaarheid per kern; • Structureel relatiebeheer met inwoners en ketenpartners; • Meer ruimte voor preventie, maatwerk en regie; • Minder kwetsbaar bij uitval of piekbelasting. Nadelen: • Aanzienlijke structurele kosten; • Grotere organisatorische impact binnen de ABG-organisatie; • Vereist duidelijke bestuurlijke keuze en lange termijn commitment.
4
Afwegingen.
In dit hoofdstuk worden de voorliggende scenario’s voor de inzet van wijk-BOA’s in de gemeente Gilze en Rijen tegen elkaar afgewogen. De afweging is bedoeld om inzicht te geven in de consequenties van de verschillende keuzemogelijkheden. De scenario’s worden beoordeeld op hun bijdrage aan de uitvoering van de aangenomen motie en de beleidsdoelen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, in samenhang met de financiële impact en de uitvoerbaarheid binnen de ABG-organisatie. Daarbij wordt expliciet inzichtelijk gemaakt in hoeverre de gewenste zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en structurele aanwezigheid van BOA’s in de kernen kan worden gerealiseerd.
4.1
Vergelijking van scenario’s op relevante criteria.
De voorgestelde scenario’s zijn beoordeeld op de volgende criteria: zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van de BOA’s, invulling van het wijkgericht werken, robuustheid van de inzet, organisatorische haalbaarheid en financiële impact. Scenario 1: basis/nulscenario. Dit scenario scoort beperkt op zichtbaarheid en wijkgericht werken. Door het handhaven van de huidige formatie en de spreiding van capaciteit over de drie ABG-gemeenten blijft de inzet voornamelijk reactief en flexibel. Structurele aanwezigheid per kern is niet te garanderen en de rol van wijk-BOA kan slechts marginaal worden ingevuld. De robuustheid is kwetsbaar bij piekbelasting, ziekte of verlof. Het scenario is financieel neutraal. Scenario 2: alternatief A (twee extra fte BOA’s). De toevoeging van twee fte aan BOA’s maakt een herkenbaarder aanspreekpunt per kern mogelijk en versterkt de zichtbaarheid in de wijken. Wijkgericht werken kan hiermee worden ingevuld, met meer ruimte voor preventie en samenwerking. Tegelijkertijd blijft de inzet kwetsbaar: volledige structurele dekking per kern is niet gegarandeerd en de robuustheid bij uitval of extra druk blijft een zwakte. Financieel vraagt dit scenario om structurele middelen.
10 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Scenario 3: alternatief B (vier extra fte BOA’s). Met vier extra fte ontstaat per kern een structurele, herkenbare en robuuste inzet van wijkBOA’s. Hierdoor kan wijkgericht werken volledig worden gerealiseerd en is de inzet minder kwetsbaar bij uitval en beter bestand tegen piekbelasting. Daartegenover staat een aanzienlijke structurele financiële en organisatorische impact.
4.2
Relatie met beleidsdoelen, financiën en uitvoerbaarheid.
De aangenomen motie en het programma Veiligheid benadrukken het belang van zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en structurele aanwezigheid van de BOA’s in de wijken. • Beleidsdoelen: Scenario 1 sluit slechts beperkt aan bij deze doelstellingen. Scenario 2 geeft hier gedeeltelijk invulling aan, terwijl scenario 3 de beleidsdoelen volledig ondersteunt en operationaliseert. • Financiën: Scenario 1 kent geen extra kosten, maar levert ook weinig beleidsmatige winst op. Scenario 2 vraagt om structurele financiële dekking voor twee fte en vormt een middenweg tussen ambitie en betaalbaarheid. Scenario 3 vergt de hoogste structurele investering, inclusief bijkomende kosten voor faciliteiten en aansturing. • Uitvoerbaarheid: Organisatorisch zijn alle scenario’s uitvoerbaar binnen de ABG-organisatie. Scenario 1 vraagt de minste aanpassing, maar biedt ook weinig perspectief op verbetering. Scenario 2 is uitvoerbaar met beperkte organisatorische impact. Scenario 3 vraagt om een grotere herinrichting van inzet en aansturing, maar biedt tegelijkertijd duidelijkheid en stabiliteit in de uitvoering.
5
Financiën.
Bij de inzet van extra BOA-capaciteit zijn de financiële gevolgen afhankelijk van het gekozen scenario. Hieronder worden de belangrijkste financiële elementen beschreven, uitgaande van een BOA in CAO-schaal 8 bij een fulltime dienstverband van 36 uur. De inzet van BOA’s vindt plaats binnen een dagvenster van 07.00 tot 22.00 uur, waardoor BOA’s flexibel inzetbaar zijn en tegelijkertijd wordt bijgedragen aan voorspelbaarheid, zichtbaarheid en een efficiënte inzet binnen de kernen. De structurele financiële investering bestaat hoofdzakelijk uit personeelskosten en een aanvullend werkbudget dat noodzakelijk is om de wijkgerichte inzet daadwerkelijk vorm te geven. Deze investering is gericht op het versterken van preventie, vroegsignalering en structurele aanwezigheid in de wijk en is nadrukkelijk niet bedoeld als kostenbesparende maatregel.
11 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Ten aanzien van vervoerskosten wordt uitgegaan van een beperkte financiële impact. Voor de wijkgerichte inzet wordt bewust gekozen voor laagdrempelige vormen van vervoer, zoals lopen en fietsen, om de zichtbaarheid en benaderbaarheid van de wijk-BOA’s in de kernen te maximaliseren. Eventuele aanvullende kosten voor vervoer of bijbehorende faciliteiten worden als eenmalige uitgaven beschouwd en kunnen worden gedekt vanuit het beschikbare werkbudget, zonder dat dit leidt tot structurele extra lasten.
5.1
Structurele kosten.
De kosten van een structurele uitbreiding bestaan uit het bruto jaarsalaris van een BOA in schaal 8, vermeerderd met werkgeverslasten (waaronder pensioenpremies en sociale lasten), alsmede kosten voor aansturing, planning en overige personele overhead. Op basis hiervan wordt uitgegaan van loonkosten van € 84.300 per fte per jaar bij een fulltime dienstverband van 36 uur, aangevuld met werkplekkosten (voor ICT en andere facilitaire zaken) van € 10.600 per fte per jaar. Dit resulteert in totale structurele personeelskosten van € 94.900 per fte per jaar. Naast deze structurele personeelskosten dient rekening te worden gehouden met een jaarlijks werkbudget van € 10.000. Dit budget is noodzakelijk om de wijkgerichte inzet daadwerkelijk vorm te geven en heeft betrekking op onder meer communicatie en zichtbaarheid in de wijk, deelname aan wijkactiviteiten, ondersteuning van preventieve acties, kleine faciliteiten en overige uitvoeringsgerichte uitgaven die niet binnen de reguliere personeelsbudgetten kunnen worden opgevangen.
5.2
Effect op begroting en meerjarenraming inclusief scenario’s.
Begroting lopend jaar. Afhankelijk van het gekozen scenario leidt een uitbreiding van: • 1 fte tot extra structurele kosten van €94.900 per jaar; • 2 fte tot circa € 189.800 per jaar; • 4 fte tot circa € 379.600 per jaar. Deze bedragen zijn exclusief incidentele kosten en exclusief het jaarlijkse werkbudget van €10.000. Meerjarenraming. Een structurele uitbreiding van de BOA-capaciteit heeft een doorwerkend effect op de meerjarenbegroting. Naast de personeelskosten moet rekening worden gehouden met jaarlijkse indexeringen, mogelijke aanvullende opleidingskosten en het structurele werkbudget. Op dit moment is geen structurele financiële dekking beschikbaar voor de uitvoering van de aangenomen motie. Om die reden wordt verzocht de voorgestelde keuze te betrekken bij de behandeling van de Perspectiefnota 2027.
12 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Scenario
Extra Structurele kosten fte per jaar 0 €0
Scenario 1: nulscenario Scenario 2: 2 alternatief A Scenario 3: 4 alternatief B
6
€189.800 + €10.000 werkbudget €379.600 + €10.000 werkbudget
Toelichting Geen uitbreiding van BOA-capaciteit; uitvoering blijft binnen huidige formatie. Twee extra fte BOA’s voor de gemeente Gilze en Rijen. Structurele dekking benodigd, inclusief jaarlijks werkbudget. Vier extra fte BOA’s, verdeeld over de kernen. Hoogste structurele kosten, inclusief jaarlijks werkbudget. Volledige invulling van wijkgerichte inzet en robuustheid van de capaciteit.
Ambtelijk advies.
Naar aanleiding van de unaniem aangenomen motie “Meer wijkgerichte aanpak BOA’s” is onderzocht op welke wijze de inzet van BOA’s in de gemeente Gilze en Rijen kan worden versterkt door een wijkgerichte benadering. Uit deze verkenning blijkt dat de gewenste wijkgerichte inzet niet kan worden gerealiseerd binnen de huidige BOA-formatie en de werkwijze. De bestaande capaciteit is noodzakelijk voor het uitvoeren van het reguliere handhavingspakket en het afhandelen van meldingen op uiteenlopende taakvelden. Hierdoor ontbreekt structureel de ruimte om BOA’s langdurig en herkenbaar aan vaste kernen te verbinden en invulling te geven aan preventie, vroegsignalering en relationeel werken in de wijk. De beoogde wijk-BOA’s vormen daarmee een ander vorm van inzet dan de huidige BOA’s die voornamelijk reactief en flexibel worden ingezet binnen de drie ABG-gemeenten. Wijk-BOA’s zijn juist gericht op structurele aanwezigheid, het opbouwen van relaties met inwoners en partners en het vroegtijdig signaleren van leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken. Deze werkwijze sluit aan bij de ontwikkeling binnen het BOA-domein, waarin taken zich landelijk steeds meer verplaatsen van uitsluitend leefbaarheidstoezicht naar bredere verantwoordelijkheden binnen openbare orde en veiligheid.
Deze verbreding van het takenpakket leidt tot een verdere versnippering van de beschikbare capaciteit, waardoor zonder aanvullende inzet geen structurele wijkgerichte aanpak kan worden geborgd. Bij de uitwerking van deze aanpak is nadrukkelijk gekeken naar ervaringen van andere gemeenten. In gesprekken met de gemeenten Breda en Oosterhout is bevestigd dat de inzet van wijk-BOA’s daar een duidelijke toegevoegde waarde heeft. Beide gemeenten geven aan dat vaste aanwezigheid en herkenbaarheid in de wijk bijdragen aan preventie, vroegtijdige signalering en het voorkomen van escalatie van problematiek. Ook vanuit de politie wordt positief gereageerd op een versterkte wijkgerichte inzet van BOA’s. De politie ziet wijk-BOA’s als een waardevolle aanvulling op de huidige bezetting van BOA’s, juist doordat zij laagdrempelig aanwezig zijn in de wijk en vanuit preventie en vroegsignalering verbinding
13 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
leggen met inwoners en partners, in plaats van uitsluitend repressief op te treden. Daarnaast geeft ook het jongerenwerk aan positief te staan tegenover het werken met wijk-BOA’s, omdat dit ruimte biedt om aan de ‘achterkant’ inhoudelijk te sparren, signalen te duiden en elkaar waar nodig en mogelijk aanvullend te ondersteunen in de aanpak van jeugd- en leefbaarheidsvraagstukken. Gelet op deze bevindingen wordt geconcludeerd dat een wijkgerichte inzet van BOA’s inhoudelijk wenselijk en effectief is, maar niet kan worden ingepast binnen de huidige formatie en werkwijze. Om daadwerkelijk invulling te geven aan de motie en de zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en samenhang in de wijken te versterken, is aanvullende, specifiek gepositioneerde BOA-capaciteit noodzakelijk. Hiermee wordt niet alleen de wijkgerichte aanpak versterkt, maar ontstaat tevens een duidelijkere taakafbakening binnen de totale BOA-inzet, wat bijdraagt aan een duurzame en toekomstbestendige aanpak van leefbaarheid en veiligheid in de kernen Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot.
7
Participatie en communicatie.
Participatie en communicatie vormen een essentieel onderdeel van de verdere uitwerking en implementatie van de motie wijkgerichte inzet van BOA’s. Wijkgericht werken is nadrukkelijk geen eenzijdige opgave van de wijk-BOA, maar vraagt om een gezamenlijke inspanning van de gemeente en haar ketenpartners. Door betrokkenen tijdig en zorgvuldig te informeren en te betrekken, wordt gewerkt aan draagvlak, realistische verwachtingen en een effectieve en duurzame uitvoering. Binnen deze aanpak vervult de wijk-BOA een centrale, verbindende rol als spin in het web. De wijk-BOA brengt signalen uit de wijk samen, verbindt inwoners, partners en gemeentelijke disciplines en draagt bij aan een samenhangende aanpak van leefbaarheids- en veiligheidsvraagstukken. De verdere invulling van wijkgericht werken krijgt dan ook in belangrijke mate vorm in samenwerking met ketenpartners en vraagt ook van hen een actieve en constructieve bijdrage. Deze samenwerking wordt nader geconcretiseerd in een integraal voorstel, dat na besluitvorming wordt opgesteld. In dit voorstel worden afspraken vastgelegd over participatie, communicatie, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken partners, waaronder het jongerenwerk, dorpsverbinders en de relevante gemeentelijke afdelingen.
Het integrale voorstel vormt daarmee een belangrijk kader voor een samenhangende, herkenbare en effectieve wijkgerichte aanpak, waarin zichtbaarheid, aanspreekbaarheid en samenwerking centraal staan.
7.1
Betrokken ketenpartners.
Bij de wijkgerichte inzet van BOA’s in de kernen Gilze, Rijen, Hulten en Molenschot zijn verschillende interne en externe ketenpartners betrokken. • Inwoners en ondernemers in de kernen; • Gemeenteraad en het college van B&W; • BOA’s en de overlastregisseur; • Politieteam Langstraat;
14 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
• •
Ketenpartners zoals jongerenwerk, wijk- en buurtbeheer, sociaal team en het COA; De ABG-organisatie.
Van deze ketenpartners wordt verwacht dat zij, in afstemming met de wijk-BOA, bijdragen aan het verder vormgeven van wijkgericht werken. Dit betekent onder meer het delen van relevante signalen, het aansluiten bij overlegstructuren, het afstemmen van werkzaamheden en het gezamenlijk bepalen van prioriteiten in de wijk. De wijk-BOA fungeert hierbij als eerste aanspreekpunt en verbinder, maar de effectiviteit van de aanpak is afhankelijk van de bereidheid van partners om samen te werken en eigenaarschap te nemen binnen hun eigen rol.
7.2
Communicatie na besluitvorming.
Na besluitvorming door de gemeenteraad wordt ingezet op duidelijke, toegankelijke en positieve communicatie: • Richting inwoners: inwoners worden actief geïnformeerd over de introductie van wijkBOA’s in de kernen. Via onder andere sociale media, de gemeentelijke website en lokale communicatiekanalen worden de wijk-BOA’s voorgesteld als herkenbar en laagdrempelige aanspreekpunten in de wijk. Door persoonlijke introducties en praktische informatie te delen, wordt de drempel verlaagd om contact te leggen en signalen te delen. Deze aanpak stimuleert nabijheid, vertrouwen en wederzijdse betrokkenheid. • Richting ketenpartners: er vindt gerichte communicatie en afstemming plaats over rollen, verantwoordelijkheden en samenwerking, zodat de wijkgerichte inzet aansluit bij bestaande afspraken en netwerken. • Intern: de BOA’s, overlastregisseur en ondersteunende afdelingen worden duidelijk geïnformeerd over de gekozen werkwijze, prioriteiten en aansturing. De communicatie wordt afgestemd op het gekozen scenario en heeft als doel draagvlak te versterken, verwachtingen te managen en de effectiviteit van de wijkgerichte inzet van BOA’s te vergroten.
8
Uitvoering en planning.
De uitvoering van de gekozen inzet van wijk-BOA’s vraagt om een zorgvuldige organisatie, heldere verantwoordelijkheden en een realistische planning. Afhankelijk van het door de gemeenteraad vastgestelde scenario verschilt de omvang en complexiteit van de uitvoering, maar de uitgangspunten voor sturing, monitoring en bijsturing zijn in alle gevallen gelijk.
8.1
Planning en fasering
De uitvoering wordt gefaseerd ingericht om zorgvuldigheid, continuïteit en effectiviteit te waarborgen:
15 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
• Besluitvorming: Vaststelling van het gekozen scenario door de gemeenteraad en verwerking van het besluit in begroting en organisatie. • Voorbereiding: Uitwerking van functieprofielen, opstart van werving en selectie, voorbereiding van communicatie en interne werkafspraken. In deze fase wordt tevens gestart met het opstellen van het integrale voorstel, waarin de wijkgerichte samenwerking met partners en betrokken afdelingen nader wordt uitgewerkt. • Implementatie: Indiensttreding en inwerken van BOA’s, toewijzing aan kernen, inrichting van de wijkgerichte werkwijze en inzet van digitale hulpmiddelen. Het integrale voorstel wordt in deze fase afgerond en betrokken bij de verdere inrichting van de wijkgerichte aanpak. • Operationele fase: Structurele inzet van BOA’s in de kernen volgens het gekozen scenario, conform de gemaakte afspraken in het uitvoeringsplan en het integrale voorstel. De exacte doorlooptijden zijn afhankelijk van het gekozen scenario en de beschikbare arbeidsmarkt. Gezien het uitgebreide en specifieke profiel van de wijk-BOA kan het langer duren om geschikte kandidaten te vinden. Dit kan invloed hebben op de planning van de implementatie en de termijn waarop de wijkgerichte inzet volledig operationeel is.
8.2
Evaluatie en bijsturing
Na implementatie wordt de inzet van BOA’s periodiek geëvalueerd. Hierbij wordt gekeken naar: • • • • •
Zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van BOA’s in de kernen; Aantal en aard van meldingen en klachten; Samenwerking met politie en ketenpartners; Ervaringen van inwoners en ondernemers; Belastbaarheid en inzetbaarheid van de BOA-capaciteit.
De eerste evaluatie vindt plaats binnen 12 maanden na start van de operationele fase. Op basis van de uitkomsten kan bijsturing plaatsvinden in inzet, prioriteiten of werkwijze.
16 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
9
Bijlagen. I.
Prioriteitenmatrix wijkgerichte BOA-inzet per scenario
Overkoepelende prioriteit
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Vaste wijk- en kerngebonden BOA’s
–
◐
✓
Preventieve inzet (i.p.v. vooral handhaving)
◐
✓
✓
Actieve signaleringsfunctie (jeugd/zorg/veiligheid)
◐
✓
✓
Structurele samenwerking met partners
◐
◐
✓
Professionele voorbereiding & begeleiding evenementen ◐
✓
✓
Legenda ✓ = structureel mogelijk ◐ = beperkt / incidenteel mogelijk – = niet of nauwelijks mogelijk
Toelichting: • • •
Bij 6fte BOA-capaciteit (scenario 1) ligt de nadruk op basisuitvoering en incidentafhandeling; Bij 8fte BOA-capaciteit (scenario 2) ontstaat ruimte voor prioritering en gedeeltelijke wijkgerichtheid; Bij 10 fte BOA-capaciteit (scenario 3) is wijkgericht werken structureel uitvoerbaar.
Prioriteit Rijen
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Structurele aanwezigheid jeugd- en overlastlocaties ◐
✓
✓
Scholenbezoeken
◐
✓
✓
Deelname jeugdoverleggen / casuïstiek
–
◐
✓
Evenementenschouwen en -begeleiding
◐
✓
✓
Toezicht winkelgebieden / openbare ruimte
◐
✓
✓
17 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Prioriteit Rijen
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Structurele signalering zorg & veiligheid
–
✓
◐
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Prioriteit Gilze
Structurele AZC-inzet (toezicht & aanspreekpunt) ◐
✓
✓
Afstemming met COA, politie en partners
◐
◐
✓
Scholenbezoeken en preventie
◐
✓
✓
Deelname jeugd-/zorg-/veiligheidsoverleggen
–
◐
✓
Ondersteuning dorpsactiviteiten en evenementen ◐
✓
✓
Structureel toezicht leefbaarheid
✓
✓
Prioriteit Hulten
◐
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Periodieke zichtbaarheid (vaste momenten) –
◐
✓
Vast aanspreekpunt dorpsraad
–
◐
✓
Evenementenschouwen en begeleiding
◐
✓
✓
Toezicht verkeersveiligheid en leefbaarheid ◐
◐
✓
Signalering kwetsbare situaties
–
◐
✓
Prioriteit Molenschot
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Regelmatige wijkrondes
–
◐
✓
Contact met scholen en verenigingen
–
◐
✓
18 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s
Prioriteit Molenschot
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3 6 fte 8 fte 10 fte
Deelname lokale overleggen
–
◐
✓
Evenementenschouwen / dorpsactiviteiten ◐
✓
✓
Toezicht buitengebied en verkeersveiligheid ◐
◐
✓
19 – Gemeente Gilze en Rijen | Wijkgerichte aanpak BOA’s