Bijlage 1-Uitvoeringsagenda Duurzaamheid
Tekst van het document
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028
INLEIDING........................................................................................................................................ 3 1
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 ENERGIETRANSITIE........................................................................................................................... 5 BIODIVERSITEIT................................................................................................................................ 9 CIRCULARITEIT................................................................................................................................11 DUURZAME MOBILITEIT................................................................................................................... 13 COMMUNICATIE & PARTICIPATIE...................................................................................................... 13 VOORTGANG EN BREDE CONTEXT.................................................................................................... 14
2
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Inleiding Samen in beweging In het voorjaar van 2024 is de Strategie Duurzaamheid vastgesteld door het college van B&W en de gemeenteraad. Hierin staan 4 actielijnen centraal: energietransitie, klimaatadaptatie & biodiversiteit, circulariteit en duurzame mobiliteit. Deze actielijnen worden ondersteund door communicatie & participatie. Met deze Uitvoeringsagenda als basis gaan we de komende jaren aan de slag met de grootste opgaven van dit moment. We werken integraal samen met interne en externe samenwerkingspartners zodat we mensen en middelen slimmer kunnen inzetten. Want samen hebben we meer impact. De genoemde thema’s worden verder uitgewerkt in plannen van aanpak, projecten en activiteiten. Samen duurzaam doen is het uitgangspunt van onze strategie en die lijn trekken we natuurlijk door in de uitvoering van onze actielijnen en de manier waarop we de opgave organiseren. Dit betekent dat we zowel buiten in het maatschappelijke veld als binnen in de ambtelijke werkorganisatie een grote transitieopgave hebben die we alleen samen kunnen doorlopen. Om optimaal gebruik te maken van de samenkracht van de ABG is deze Uitvoeringsagenda integraal opgesteld voor de drie gemeenten, met gescheiden begrotingen. Uitgangpunt is: zoveel mogelijk samen doen mét ruimte voor lokaal maatwerk.
Gemeentelijke
rollen
We werken aan duurzaamheid in verschillende rollen, hoofdzakelijk faciliterend en stimulerend maar wanneer nodig ook initiërend en inspirerend. Dat doen we door: - het goede voorbeeld te geven op het gebied van bedrijfsvoering en bij de uitvoering van projecten en activiteiten; - heldere ambities, kaders en afspraken te formuleren, inclusief vereenvoudiging van regelgeving en procedures; - ruimte en verantwoordelijkheid te geven aan maatschappelijke initiatieven, inwoners en partners; - maatschappelijke initiatieven en bewegingen te stimuleren/ aan te jagen door mensen en middelen ter beschikking te stellen.
3
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Werken aan grotere opgaven met oog voor lokale initiatieven Op basis van de bestuurlijke en ambtelijke wens om meer focus aan te brengen in de werkzaamheden rondom duurzaamheid en dit ook meer programmatisch in te richten, is een mix gemaakt van grote impactvolle/meerjarige activiteiten en kleinere/ eenmalige activiteiten en initiatieven. Op deze manier werken we aan grotere regionale/landelijke opgaven terwijl we ook oog hebben voor lokale belangen van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Zo gaan we aan de slag met het isoleren van ‘laagste label-woningen’ en daarmee het tegengaan van energie-armoede. Deze activiteiten worden gebundeld in het plan van aanpak Nationaal Isolatie Programma (NIP). Met behulp van een bijdrage van het rijk gaan we met en voor inwoners aan de slag om samen op een haalbare en betaalbare manier te komen tot een comfortabele en gezonde woonomgeving. Hierbij wordt gestart met het isoleren van de slechtst geïsoleerde woningen van eigenaren met beperkte financiële middelen. Daarnaast gaat de inzet de komende jaren naar het werken met het soortenmanagementplan (SMP), zodat onze inwoners op een natuur inclusieve manier hun woningen kunnen isoleren en we bijdragen aan het beschermen van lokale diersoorten.
Via een bijdrage in mensen en middelen aan verschillende Green Deals en andere regionale en lokale (maatschappelijke) initiatieven werken we samen met publieke en private partijen aan het verbeteren van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Bij de actielijn circulariteit zetten we in op het voorkomen van afval en het stimuleren van afvalscheiding. Ook leveren we een bijdrage aan de transitie van de milieustraat en gaan we aan de slag met initiatieven op weg naar een meer circulaire economie. Op organisatievlak starten we in 2025 met het verder inbedden van het programma Duurzaamheid als programma in de ambtelijke werkorganisatie. Het streven is de gezamenlijke duurzaamheidsambities en de bijbehorende mensen en middelen structureel te verankeren in de organisatie en zoveel mogelijk thema’s integraal aan te pakken. Dit betekent ook dat de besluitvorming en uitvoering gezamenlijk is waar het kan, en apart waar het moet. Bovenstaande actielijnen worden ondersteund met gerichte communicatie en participatie, waarbij we aandacht hebben en houden voor initiatieven vanuit onze gemeenschappen. We zetten onze vrijwilligers regelmatig in het zonnetje en we stimuleren een duurzame mindset bij scholieren en studenten via educatieve programma’s en de Jeugdgemeenteraad Gilze en Rijen.
Daarnaast verbinden en stimuleren we duurzame initiatieven, bijvoorbeeld via Klimaatsubsidies, energiebesparingsadvies en maatregelen op maat, duurzaamheidsleningen en tijdens de Nationale Klimaatweek.
4
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028
Energietransitie In de energietransitie zetten we op basis van de Strategie duurzaamheid de komende jaren in op vier doelstellingen: 1. We gebruiken minder energie; 2. We stappen over op duurzame warmte; 3. We wekken duurzame elektriciteit op; 4. We leveren een bijdrage aan het oplossen van netcongestie. Per doelstelling worden in de voorliggende agenda acties en projecten geformuleerd.
We gebruiken minder energie. Woningen: Lokale Aanpak Isolatie Met goed geïsoleerde woningen vermindert de vraag naar energie en zijn huishoudens onafhankelijker van energieprijzen. Het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) heeft daarom als doel om 2,5 miljoen huur- en koopwoningen uiterlijk in 2030 te isoleren. Hiervoor zijn verschillende maatregelen afgesproken:
Lokale Aanpak Isolatie, door gemeenten, om 750.000 koopwoningen te isoleren; Isoleren van 1 miljoen huurwoningen door verhuurders; Energie besparen met laagdrempelige maatregelen, zoals energiecoaches.
De ABG-gemeenten hebben de Specifieke Uitkering Lokale Aanpak Isolatie ontvangen. Deze middelen kunnen worden ingezet om woningen met een WOZ onder de € 429.000 en een lager energielabels (D en slechter) te isoleren. Hiermee vermindert het energieverbruik en daarmee de CO2-uitstoot. Ook draagt het sterk bij aan een verbeterd woonklimaat en daarmee aan een gezondere en meer comfortabele woning. Voor de ABG-gemeenten gaat het om respectievelijk een kleine 600 (Alphen-Chaam), ruim 400 (Baarle-Nassau) en bijna 1300 (Gilze en Rijen) woningen. Door de wettelijk voorschriften en afspraken met betrekking tot bescherming van diersoorten zal het isolatieprogramma gefaseerd tot uitvoering komen. In 2025 wordt gestart met deze isolatieactie. De isolatieaanpak zal tot en met 2030 doorlopen en tegelijkertijd ontwikkelen we de wijkaanpak door.
5
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Bij het isoleren van gebouwen moeten eigenaren en isolatiebedrijven rekening houden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en andere beschermde diersoorten en dat heeft gevolgen voor de uitvoering van de Lokale Aanpak Isolatie. De ABG-gemeenten zorgen daarom dat aan de benodigde randvoorwaarden wordt voldaan zodat inwoners zoveel mogelijk worden ontzorgd op dit gebied. Daarnaast wordt samengewerkt met energiecoöperaties en woningcorporaties om lokale duurzame projecten en energiebesparing te stimuleren. Zij zijn de schakel tussen de inwoners en de gemeenten en spelen daarom een belangrijke rol in het stimuleren van lokale duurzame energieprojecten en besparingen bij inwoners.
Aanpak energiearmoede In nauwe samenwerking met het sociaal domein zorgen we dat inwoners die het meest geraakt worden door energie-armoede ondersteund worden. Dat doen we met zowel kennis als middelen. Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen gebruiken deze aanpak om hun inwoners zoveel mogelijk te faciliteren en te ontzorgen, zowel op financieel als procedureel gebied. Om krachten te bundelen in kennis en uitvoeringskracht werken we samen met regionale en lokale samenwerkingspartners. In die lijn past ook de aansluiting op het GALA-akkoord (Gezond en Actief Leven Akkoord) dat gezamenlijke verantwoordelijkheid in de energietransitie bevordert. Door samen te werken met bedrijven en maatschappelijke organisaties kan de gemeente sneller stappen zetten in energiebesparing en lokale opwekking van duurzame energie.
Bedrijven en bedrijfspanden Voor bedrijven en bedrijfspanden gelden de volgende verplichtingen: - De energielabel C verplichting voor kantoorpanden, die sinds 2023 geldt. Bedrijven moeten minimaal energielabel C behalen om hun panden te blijven gebruiken; - Plicht tot de verduurzaming van het energiegebruik, informatieplicht en de onderzoeksplicht energiebesparing; - De EED- auditplicht voor grote ondernemingen en instellingen (≥250 medewerkers, of >€50 miljoen omzet én >€43 miljoen balanstotaal) met een economische activiteit. Dit houdt in dat zij moeten voldaan aan de Europese richtlijn Energy-EfficiencyDirective (EED) en verplicht zijn om elke vier jaar een energie-audit uit te voeren, waarmee inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel energie ze verbruiken en hoe ze dat kunnen verminderen - Co₂-reductie werk gebonden personenmobiliteit voor bedrijven met meer dan 100 medewerkers vanaf 2024; De omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) voert dit in opdracht van de ABG-gemeenten uit. Naast deze verplichtingen richten we ons ook op het verlagen van het energieverbruik bij bedrijven door het duurzamer organiseren/afsluiten van Green Deals op de bedrijventerreinen. In 2025 is een samenwerkingsovereenkomst ondertekend voor de Centrum Green Deal, gericht op verduurzaming van de centrumgebieden.
De Green Deals voor bedrijventerreinen Broekakkers (Gilze) en Haansberg (Rijen) worden komend jaar opgesteld, met ondertekening gepland eind 2025/begin 2026.
6
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Verduurzaming gemeentelijk en ander maatschappelijk vastgoed We versterken de beleids- en uitvoeringscapaciteit voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en de verdere implementatie van de interne Handreiking Duurzaam Bouwen. We ondersteunen de verduurzaming van gemeentelijk/maatschappelijk vastgoed door op projectniveau mee te denken over duurzame oplossingen en daar waar nodig ondersteuning te bieden in mensen en middelen.
We stappen over op duurzame warmte In 2026 moet wettelijk het nieuwe Warmteprogramma worden opgeleverd als vervolg van de Transitievisie Warmte uit 2021, wat de nodige werkzaamheden in 2025 vereist. Het warmteprogramma richt zich op de overgang naar duurzame warmtebronnen. Hierbij kijken we ook naar de doorvertaling van regionaal bronnenonderzoek naar lokale vraagstukken en doen we waar nodig aanvullend onderzoek. Daarnaast starten we ook met het opstellen van de volgende versie, waarin de wijkaanpak verder wordt verdiept en meer wordt ingaan op de strategie voor de volgende wijken.
Alphen-Chaam en Baarle-Nassau: Groen gas Ter uitvoering van de RES West-Brabant voeren we een verdiepend onderzoek uit naar groen gas. In Alphen-Chaam en Baarle-Nassau wordt onderzoek gedaan samen met onder andere waterschap en ZLTO omdat de potentie erg groot is.
We wekken duurzame elektriciteit op In regionaal verband werken we samen in de Regionale Energie (-en klimaat) Strategie (RES/REKS). De ABG-gemeenten vallen in twee RES-regio’s. Alphen-Chaam en Baarle-Nassau werken mee aan de RES West-Brabant en Gilze en Rijen aan de REKS Hart van Brabant. In deze RES-en nemen we deel aan verschillende werkgroepen (bijvoorbeeld over warmte) waarin we met de regio nadenken over bovenlokale energie-oplossingen. In Hart van Brabant starten we in 2025 regionaal met een verkenning naar ‘Wind boven nieuw bos’ en herijken we de REKS. In WestBrabant voldoen Alphen-Chaam en Baarle-Nassau tot 2030 aan de afgesproken opwekdoelstellingen. We starten een energieverkenning om onze regierol m.b.t. de energie-infrastructuur te kunnen versterken.
We leveren een bijdrage aan het oplossen van netcongestie We geven graag het goede voorbeeld en onderzoeken op verschillende plekken de (lokale) mogelijkheden om netcongestie te verminderen. Ook werken we samen met Enexis aan het versnellen van de verzwaring van het huidige elektriciteitsnet via de buurtaanpak via een samenwerkingsovereenkomst.
7
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 De gemeente Gilze en Rijen doet naast de educatieactiviteiten voor basisscholen ook mee aan een pilot met hogeschool Avans voor een ‘Serious game’ over de energietransitie. Resultaten
1. We hebben de Lokale Isolatie Aanpak uitgevoerd en daarmee veel huishoudens ondersteund met het isoleren van hun woning. 2. We verminderen de energiearmoede in onze gemeenten. 3. Ondersteunen bedrijven bij verduurzamen – en handhaven waar nodig i.s.m. OMWB. 4. Energievisie en inrichten lokale/regionale afstemming energieinfrastructuur . 5. Versterkt lokaal draagvlak en betrokkenheid inwoners. 6. Advies m.b.t. optimaliseren regionale samenwerkingen. 7. Evaluatie & uitvoeringsplan Transitievisie Warmte 1.0 à Warmteprogramma 2.0.
8
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Biodiversiteit Voor biodiversiteit werken we aan het opstellen en uitvoeren van het Soortenmanagementplan (SMP). Hiermee beschermen we bedreigde diersoorten, die anders mogelijk in de knel komen bij het uitvoeren van isolatiewerkzaamheden. Via deze weg ondersteunen we dus zowel de verduurzaming van woningen als de biodiversiteit. We zijn (en blijven) een bij-vriendelijke gemeente door zelf ecologisch verantwoord te werken in (her)inrichtings-projecten, beheer en onderhoud. Ook worden de bermen en sloten in onze gemeente ecologisch en bij-vriendelijk onderhouden en werken we samen met lokale natuurorganisaties. Daarnaast werken we integraal aan het behouden en het versterken van een groene buffer tussen de gemeenten Tilburg en Gilze en Rijen. We stimuleren de aanleg en het onderhoud van meer ecologische (verbindings)zones (EVZ) in de buiten- en centrumgebieden, bijvoorbeeld door het stimuleren van meer geveltuinen (Gilze en Rijen). In het kader van ‘tegels eruit, groen erin’ werken we samen met lokale bomentelers voor aantrekkelijk geprijsde (fruit)bomen voor deelnemers.
Klimaatadaptatie We blijven ons inzetten op maatregelen om de gevolgen van klimaatverandering te mitigeren, in nauwe samenwerking met de afdeling Leefomgeving. Activiteiten omvatten het analyseren van de effecten van extreme weersomstandigheden op bewoners en infrastructuur, het identificeren van risico’s voor vitale objecten en faciliteiten en het uitvoeren van een nulmeting om de staat van biodiversiteit vast te stellen. Dit vormt de basis voor gerichte maatregelen en beleidsinterventies. We stimuleren het afkoppelen van hemelwater op afvalwaterriolering en voorkomen nieuwe aansluitingen. We dragen zorg voor de opstelling van nieuw waterbeleid voor hemel-, grond- en oppervlaktewater en we stimuleren klimaat adaptieve uitvoering bij beheer, onderhoud en inrichting van de openbare ruimte. Waar mogelijk ondersteunen we (maatschappelijke) initiatieven die bijdragen aan klimaat adaptieve en bio diverse ontwikkeling van bedrijventerreinen. Alphen-Chaam en Baarle-Nassau: gebruik cofinanciering Kleine Oogst. We ontharden en vergroenen bedrijventerreinen om droogte, hittestress en wateroverlast te verminderen. De SPUK-gelden voor het bevorderen van een duurzame organisatiegraad op bedrijventerreinen kunnen worden ingezet in combinatie met het project Kleine Oogst.
Educatie en bewustwording voor jongere generaties: Wij financieren de Spraakwaterrap en Spraakwaterridders van Oogpunt, gericht op water, milieu, klimaatadaptatie, riool en afval. Met creatieve werkvormen zoals rapvideo’s en interactieve spellen worden basisschoolleerlingen op een aansprekende manier betrokken bij duurzaamheid. Deze succesvol gebleken projecten versterken het bewustzijn en de betrokkenheid van jongere generaties en wordt uitgevoerd in samenwerking met scholen.
9
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Gilze en Rijen: we faciliteren de procesbegeleiding voor de gebiedsontwikkeling Wouwervallei om te komen tot een meer klimaat adaptief en bio divers gebied en voeren de REKS uit. De Klimaatsubsidie wordt ingezet voor het stimuleren van inwoners en ondernemers voor het afkoppelen van hemelwater en verwijdering van verharde oppervlakten. De samenwerking met Waterschap Brabantse Delta helpt de gemeente bij het beheren van waterveiligheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Samen ontwikkelen we beleid voor waterbeheer, bescherming tegen overstromingen, extreme droogte en de bevordering van ecologische gezondheid, met gedeelde kennis en middelen voor regionale oplossingen. Het HIOR (Handboek Inrichting Openbare Ruimte 2009) biedt richtlijnen en standaarden voor de inrichting en het beheer van onze openbare ruimte. Actualisatie van dit handboek biedt kansen voor een duurzamere inrichting van de buitenruimte.
Resultaten
1. 2. 3. 4. 5. 6.
Basiskaarten feitelijke situatie bodem, groen en water. Inzicht in lange termijn effecten (analysekaarten voor integrale gebiedsprocessen). Basis voor risicodialogen, onderbouwd beleid en maatregelen. Versterkte publiek-private samenwerking Wouwervallei (PPS) + meer klimaatadaptief en biodivers gebied. Beleid voor waterbeheer i.s.m. Waterschap Brabantse Delta. Bijgewerkt Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR), inclusief digitalisering en versterking regionale samenwerking. 7. Aanleg nieuwe geveltuinen centrum Gilze en Rijen.
10
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Circulariteit De basis van de transitie van een lineaire economie naar een meer circulaire economie is afzien van gebruik en/of intensiever gebruik (‘refuse en rethink’). Op dit moment zetten we vooral in op slimmer/bewuster inkopen, betere verwerking en hergebruik/terugwinning van materialen (‘recover’). De mogelijkheden om ook andere strategieën voor circulariteit in te zetten worden in 2025 verkend. Streven is het vergroten van basiskennis over circulariteit als basis voor beleid en activiteiten. We zetten maximaal in op bewustwording van inwoners en ondernemers om verbruik te verminderen. In onze duurzaamheidscommunicatie nemen we dit zoveel mogelijk op en proberen we bewustzijn bij inwoners en bedrijven te vergroten. We gaan aan de slag met het in beeld brengen van afvalstromen via een grondstoffenmonitor. Daarnaast wordt de realisatie van een regionaal ambachtscentrum/grondstoffenplatform onderzocht ter bevordering van duurzaam gebruik van secundaire afvalstromen. Gilze en Rijen: We sluiten aan bij de verdere ontwikkeling van de milieustraat in Gilze en Rijen om nog beter grondstoffen te kunnen scheiden en daarmee hergebruik te faciliteren. Circulaire economie In de ABG-gemeenten liggen kansen m.b.t. circulaire economie voor duurzame landbouw, biobased teelten en natuurlijke (bouw)materialen.
De transitie naar een circulaire en biobased (bouw)economie vraagt om een drastische vermindering van nietnatuurlijke grondstoffen. Als ABG-gemeenten kunnen we i.s.m. partijen zoals Building Balance, RWB en Leystrom akkerbouwers, veetelers en bouwbedrijven ondersteunen bij hun omschakeling naar vezelgewassen. o o o
We faciliteren de ondernemers en andere initiatiefnemers met procesondersteuning bij de gebiedsontwikkeling Rimpelaar We brengen in samenwerking met Economie de grondstoffenstromen in kaart en verkennen de (hergebruik)mogelijkheden voor het MKB. Met lokale initiatieven, zoals de Business Game de “Weg naar Circulariteit”, onderzoeken we knelpunten, ontwikkelen we oplossingen en stimuleren we de samenwerking met kennisinstellingen en organisaties zoals REWIN en Midpoint Brabant.
Intern zorgen we voor de verdere inbedding van het Convenant duurzaam bouwen en het ambtelijke Handboek Duurzaam Bouwen. Ook geven we input voor meer circulair inkopen en aanbesteden Alphen-Chaam en Baarle-Nassau: In de Regio West-Brabant (RWB) werken we samen aan een circulaire regio. Daarnaast kan de Regio Deal West-Brabant de positie van West-Brabant als plantaardige en circulaire hub versterken waardoor lokale economieën worden gestimuleerd en de klimaatdoelen van de ABG-gemeenten gerealiseerd kunnen worden.
11
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Gilze en Rijen: Gate2 heeft zich de afgelopen jaren gericht op innovatie in productietechnieken, simulatie en digitalisering en momenteel worden kansen onderzocht met betrekking tot duurzaam en circulair produceren. In samenwerking met Midpoint Brabant, onderwijsinstellingen en de gemeente Tilburg wordt een nieuw programma ontwikkeld om deze transitie te ondersteunen. Het streven is Gate2 te ontwikkelen tot een implementatiecentrum voor duurzaam en circulair produceren. De samenwerking biedt een grote impuls voor de regio en draagt bij aan de overgang naar een circulaire economie.
Resultaten
1. We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen: in 2030 willen we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 is onze economie volledig circulair. 2. We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen in onze eigen organisatie: in 2030 zijn 50% van onze inkopen en aanbestedingen circulair en in 2050 zijn onze inkopen en aanbestedingen volledig circulair. 3. We stimuleren biobased grondstoffen waar ze een vervanging kunnen zijn voor niet-duurzaam geproduceerde grondstoffen. 4. We stimuleren en faciliteren bedrijven in de transitie naar een circulaire economie. 5. Opnemen indicatoren circulariteit/grondstoffen voor monitoring 6. Quick-wins milieustraat Gilze en Rijen 7. Uitvoering Green Deals/verduurzamen bedrijventerreinen 8. Verkenning inzet groen gas voor de energietransitie/agrarische transitie
12
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Duurzame mobiliteit De manier waarop we ons verplaatsen heeft grote gevolgen voor het milieu, levenskwaliteit en het klimaat. We onderzoeken en bevorderen daarom duurzame mobiliteitsoplossingen die niet alleen de ecologische impact verminderen maar ook bijdragen aan een leefbare en gezonde omgeving. Uitgangspunt is het vervullen van behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties in gevaar te brengen.
Resultaten
1. 2. 3. 4.
We blijven de transitie van fossiele naar meer duurzame mobiliteit stimuleren. We maken een visie op duurzame mobiliteit, waarin we ook de mogelijkheden voor deelmobiliteit onderzoeken. We zetten in op een gezonde balans tussen schone lucht, geluid en klimaat. We verduurzamen de mobiliteit van onze eigen organisatie: we stimuleren duurzaam werk-werk en woonwerkverkeer van onze medewerkers en verduurzamen ons eigen wagenpark. 5. We stellen een laadbeleid op en breiden onze openbare laadinfrastructuur uit.
Communicatie & Participatie Alle actielijnen worden ondersteund door gerichte communicatie en participatie, zeker als het gaat om het behalen van de doelstellingen op de grote projecten die we de komende jaren gaan inzetten. We blijven inzetten op het breed informeren en betrekken van inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Dit doen we bijvoorbeeld door community building ter ondersteuning van de wijkaanpak en het gericht stimuleren van gedragsverandering. We werken op vier niveaus: Opgaveniveau: communicatie via gemeentelijke kanalen. Themaniveau: communicatie en participatie per thema (energietransitie, circulaire economie, biodiversiteit & klimaatadaptatie en mobiliteit). Projectniveau: communicatie over specifieke projecten binnen de vier thema's. Voorbeelden: Bedrijventerrein Broekakkers, Wijkaanpak TVW, witgoedregeling. Snel en direct: actualiteiten waar we direct op in moeten spelen.
13
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Voortgang en brede context In de Strategie duurzaamheid heeft de raad de ambities bepaald op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, circulaire economie en duurzame mobiliteit. Voor bepaalde ambities zijn kwantitatieve doelen gesteld en voor andere kwalitatieve doelstellingen. Voor de evaluatie en monitoring van het thema duurzaamheid gebruiken we verschillende indicatoren. Er zijn vaste indicatoren voor duurzaamheid die ook landelijk en regionaal worden gemonitord. De doelen in de Strategie duurzaamheid worden tussentijds geëvalueerd om bijsturing mogelijk te maken. De tabellen op de volgende pagina geven per doelstelling aan hoe evaluatie plaatsvindt en welke rol tussentijdse doelstellingen daarbij spelen. Bij elke evaluatie worden de volgende vragen gesteld: - Welke resultaten zijn behaald? - Welke rol hebben gemeente en/of omgevingsfactoren gespeeld? - Welke invloed kunnen we uitoefenen op het behalen van de doelen? - Zijn andere/ aanvullende maatregelen of acties nodig om de doelstelling te behalen? We verzamelen en visualiseren (real-time) gegevens over duurzaamheidsdoelstellingen. Dat biedt inzicht in de voortgang en prestaties en ondersteunt de bijsturing van beleid. Naast het dashboard wordt ook gemonitord middels de CO2 prestatieladder en we werken aan aansluiting op de richtlijn CSRD. 1.
We gebruiken zoveel als mogelijk Rijksdata (PBL/CBS/RVO) die jaarlijks een update krijgt; 2. We verrijken deze data met lokale data; 3. We maken een inschatting voor relevante indicatoren waarvoor geen data beschikbaar is. In 2027 evalueren we of we de doelen in 2030 gaan halen of dat extra bijsturing of inzet nodig is. Voor bepaalde doelstellingen is sprake van een complex speelveld en zijn we in hoge mate afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen, technologische vooruitgang en geopolitieke gebeurtenissen. Hierdoor kunnen sommige doelstellingen sneller of juist langzamer binnen bereik komen dan oorspronkelijk voorzien.
14
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028
15
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Energietransitie Doelstelling We dringen onze CO2emissie terug
We gebruiken minder energie
We stappen over op duurzame warmte
We wekken duurzame elektriciteit op
Eigen organisatie
Waar willen we heen? We sluiten aan bij de landelijke doelstelling uit het klimaatakkoord om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 willen we CO2-neutraal zijn. We sluiten aan bij de doelstelling uit de REKS 1.0 om in Hart van Brabant in 2030 20% te besparen op het gebruik van energie t.o.v. 1990 en in 2050 50%.
Waar staan we nu? We stoten momenteel ca. 16% minder CO2 uit dan in 1990[1]. De grootste CO2-uitstoot komt vanuit de gebouwde omgeving (41%) en verkeer en vervoer (43%).
Welke indicatoren hanteren we?
We gaan de stand van zaken in beeld brengen over welk percentage energiebesparing t.o.v. 1990 we behaald hebben.
Totaal energiegebruik per sector (TJ/jaar)
In de Transitievisie Warmte (TVW) hebben we afgesproken dat we in 2026 een verschuiving van 10% willen realiseren in het energielabel van woningen.
Het aardgasgebruik is tussen 2015-2021 licht afgenomen met ca. 6%. Het overgrote deel van het aardgasgebruik vindt plaats in woningen (82%). In 2022 waren 4,4%[2] van de woningen aardgasvrij, dit zijn ca. 200 woningen.
Aantal aardgasvrije bestaande woningen
We sluiten aan bij de doelstelling uit de REKS 1.0 om in de Regio Hart van Brabant 300 ha zon op bedrijfsdaken te realiseren. Voor de gemeente Gilze en Rijen vertaalt dit zich naar ca. 22,75 ha bedrijfsdaken (46.252 MWh).
Van de REKS doelstelling voor zon op bedrijfsdaken was in april 2022 15.579 MWh gerealiseerd.
Hernieuwbare energie opwek per soort (TJ/jaar) Zon op bedrijfsdaken (GWh/jaar) Zon op woningen (percentage en TJ/jaar)
In 2030 willen we dat (bijna) alle gemeentelijke gebouwen zijn
Momenteel hebben 7 van de 16 gemeentelijke gebouwen een label A(+++). Voor de rest van de
Totale CO2-uitstoot per sector (kton/jaar) Totale CO2-uitstoot per inwoner (kton/jaar)
Energielabels woningen (percentage labels C of hoger) Evaluatie, tussentijdse bijsturing en actualisatie van doelen vindt plaats binnen de REKS. De raad wordt daar actief over geïnformeerd.
Aardgasgebruik gebouwde omgeving (m3/jaar) Geen tussentijdse evaluatie nodig aangezien doel voor 2026 geldt. Grote afhankelijkheid met evaluatie van REKS.
Evaluatie, tussentijdse bijsturing en actualisatie van doelen vindt plaats binnen de REKS. De raad wordt daar actief over geïnformeerd. Energielabels gemeentelijke gebouwen
16
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 voorzien van het energielabel A en dat de energie die we gebruiken duurzaam wordt opgewekt.
gebouwen wordt onderzocht welk energielabel haalbaar is.
Energiegebruik gemeentelijke gebouwen (TJ/jaar) Hernieuwbare energie opwek op gemeentelijke gebouwen (TJ/jaar) De opgave bestaat uit 9 resterende gebouwen. Halverwege de beleidsperiode wordt geëvalueerd of meer inzet nodig is.
17
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 Klimaatadaptatie en biodiversiteit Doelstelling We zijn beter voorbereid op perioden van extreme weersomstandig heden
Waar willen we heen? Het doel is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. We sluiten aan bij deze landelijke ambitie en willen in 2030 beter voorbereid zijn op extremer weer. De inwoners en ondernemers zijn en handelen klimaatbewust. De inrichting van de openbare ruimte is klimaatbestendig ingericht.
Waar staan we nu? - In 2020 is er een stresstest uitgevoerd; - Koppelkansen worden vaak benut in projecten;
Welke indicatoren hanteren we? Elke zes jaar de klimaatstresstesten herhalen; Aansluiten bij landelijke en regionale initiatieven om klimaatadaptatie te monitoren.
- We zijn plannen aan het opstellen voor het vergroenen van bedrijventerrein Broekakkers; - De inwoners worden betrokken bij klimaatadaptatie d.m.v. acties en via communicatiekanalen
De verhouding groen/grijs op het bedrijventerrein Broekakkers;
We zijn een biodiverse gemeente
We streven naar meer en betere kwaliteit groen binnen de kernen We streven naar meer en een hogere kwaliteit van natuur in het buitengebied.
We monitoren de biodiversiteit met de Nationale Databank Flora en Fauna.
We zorgen voor klimaatrobuuste natuur en landschap in het buitengebied
- We streven naar klimaatrobuuste ingerichte beekdalen; - We streven naar een betere sponswerking van de bodem; - We hebben het risico van o.a. natuurbranden in beeld. We geven als gemeente zelf het goede voorbeeld
- We zijn een bij-vriendelijke gemeente door zelf ecologisch verantwoord te werken in (her)inrichtings-projecten, beheer en onderhoud; - We zijn aangesloten bij Bijenlandschap West-Brabant. - We participeren bij de Visie Weerbare Beekdalen van Waterschap Brabantse Delta; - We gaan de sponswerking van de bodem en het risico op natuurbranden in beeld brengen.
We hebben de grote lijnen beeld om de vertaalslag naar lokaal beleid te
Het vastgestelde beleid omvat aanpassingen gericht op klimaatadaptatie.
We nemen samen met bewoners en ondernemers maatregelen
We vertalen landelijke
Het aantal aangevraagde klimaatsubsidies.
De monitoring is mogelijk nadat de risico’s en kansen in beeld zijn gebracht.
18
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 richtlijnen naar lokaal beleid
door klimaatbestendige ontwikkelingen in ons beleid te borgen en als organisatie zelf klimaatadaptief te handelen.
kunnen maken.
Circulaire economie Doelstelling
Waar willen we heen?
We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen We voeren ons afvalbeheer duurzaam uit
In 2030 willen we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 is onze economie volledig circulair. We streven de VANGdoelstellingen na dragen hiermee bij aan de doelstelling om in 2025 een maximale scheiding van restafval te hebben.
We verminderen het gebruik van primaire grondstoffen in onze eigen organisatie We stimuleren biobased grondstoffen
In 2030 zijn 50% van onze inkopen en aanbestedingen circulair en in 2050 zijn onze inkopen en aanbestedingen volledig circulair. Voor 2030 zijn de volgende doelen omschreven: Minstens 30% van de
Waar staan we nu? (zie bijlage 3) We hebben meer inzicht in het primaire grondstoffen gebruik in onze gemeente nodig.
Welke indicatoren hanteren we?
We meten de kg restafval per inwoners per jaar. Momenteel ligt dit rond de 62 kg. Het landelijk gemiddelde ligt rond de 100 kg per inwoner per jaar.
Scheidingspercentage huishoudelijk afval Kg restafval per inwoner Percentage hergebruik
We gaan de stand van zaken in beeld brengen over welk percentage van onze inkopen en aanbestedingen circulair is.
Percentage circulaire inkopen en aanbestedingen
Op dit moment zijn worden biobased grondstoffen alleen toegepast wanneer een huiseigenaren, ondernemers of
De doelen worden opgenomen in de handreiking duurzaam bouwen
Er wordt een grondstoffenmonitor opgesteld
We evalueren in 2025 of we op koers liggen of dat extra bijsturing of inzet nodig is.
In 2027 evalueren we tussentijds of minimaal 25% van onze inkopen en aanbestedingen circulair zijn.
Monitor BBE van WUR
19
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028 nieuwbouwwoningen is gerealiseerd met 30% biobased materialen of meer. Minstens 30% van de isolatie voor verduurzaming is uitgevoerd met biobased materialen. Minstens 30% van de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw is biobased.
projectontwikkelaars hier intrinsiek mee bezig zijn.
In 2027 evalueren we of minstens 15% van de nieuwbouwwoningen is gerealiseerd met minimaal 30% bio based materialen. In 2027 evalueren we of minstens 15% van de verduurzaming is uitgevoerd met bio based materialen. In 2027 evalueren we of minstens 15% van de gebruikte materialen voor utiliteitsgebouwen bio based is.
Duurzame mobiliteit Doelstelling We dringen onze CO2emissie terug
Uitbreiding van de openbare laadinfrastructuur
Waar willen we heen? We sluiten aan bij de landelijke doelstelling uit het klimaatakkoord om in 2030 55% minder CO2 uit te stoten ten opzichte van 1990. In 2050 willen we CO2-neutraal zijn. We sluiten aan bij de NAL doelstelling door te zorgen dat laadinfrastructuur in de publieke ruimte geen obstakel is voor de uitrol van elektrisch rijden. Volgens de prognoses van ElaadNL zijn er in 2030 in Gilze en Rijen 518 publieke laadpunten benodigd. In 2050 zijn dit 2043 publieke laadpunten[2]. De
Waar staan we nu? (zie bijlage 3) We stoten momenteel ca. 16% minder CO2 uit dan in 1990[1]. In 2021 was verkeer en vervoer verantwoordelijk voor 43% van de totale CO2-uitstoot (zie figuren in bijlage 3).
Welke indicatoren hanteren we?
Er waren in 2023 in de gemeente Gilze en Rijen 501 volledig elektrische voertuigen en 217 plug-in hybride voertuigen geregistreerd[3]. In september 2023 waren er in totaal in de gemeente Gilze en Rijen 130 publieke laadpunten[4].
Aantal publieke laadpunten Aantal geregistreerde elektrische voertuigen
Totale CO2-uitstoot per sector (kton/jaar) Totale CO2-uitstoot per inwoner (kton/jaar)
In 2027 evalueren we of in Gilze en Rijen minimaal 259 publieke laadpalen zijn gerealiseerd.
20
Uitvoeringsagenda duurzaamheid | 2025-2028
Stimuleren van alternatieve vormen van mobiliteit Eigen organisatie
invulling hiervan wordt uitgewerkt in een integrale laadvisie. We bevorderen schone en duurzame mobiliteitsvormen met als doel het verminderen van het vervoer op de wegen. Als gemeente spannen we ons in om onze eigen mobiliteit te verduurzamen.
Op dit moment ontbreekt de mogelijkheid tot deelmobiliteit in de gemeente. Dit wordt verder in beeld gebracht in de Mobiliteitsvisie. We brengen de huidige stand van zaken in beeld.
Aantal deelauto’s en -tweewielers Modal split
Totaal aantal gereisde kilometers (per vervoersmiddel en gebruikte brandstof)
21