CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting Ruimte voor Ruimte Bolberg

Gemeenteraad 22 mei 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern29.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

(semi)openbare ruimte Bruto (verharde) oppervlakten openbare ruimte

Verharding (semi)openbare ruimte

Toekomstige situatie (m²) 580

Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 35

• Woonkavels Voor de verharding op de woonkavels (woning, bijbehorende bouwwerken en verhardingen) wordt uitgegaan van een gemiddeld van 350 m2 per woning. Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|84

Bruto (verharde) oppervlakten woonkavels 4 nieuwe vrijstaande woningen (350 m2 per woning)

oppervlakte (m²)

Ca. 1.400

Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 84

Het totale verharde oppervlak van de 4 nieuwe woonkavels met de semi openbare ruimte in de toekomstige situatie bedraagt ca. 1.980 m2. In de bestaande situatie is ca. 5.433 m2 aan te slopen verhard oppervlak aanwezig. De afname van het verhard oppervlak bedraagt ca. 3.453 m2. Conform het beleid van de gemeente en het waterschap dient er 60 mm berging per m2 verharding gerealiseerd te worden. Aangezien hier sprake is van nieuwbouw geldt de norm van 60 mm voor het nieuw te ontwikkelen deel van het plangebied, een verhard oppervlak van ca. 1.980 m2. Er dient in totaal te worden voorzien in ca. 119 m3 aan benodigde waterberging voor de gehele planontwikkeling. Om te voorzien in de benodigde waterberging worden de onderstaande maatregelen genomen. Bij de vrijstaande woningen zal watercompensatie op eigen terrein worden gemaakt. Bijvoorbeeld in de vorm van infiltratiekratten onder de oprit of een verlaging / wadi in de tuin. Per woning zal gemiddeld tussen de 21 m3 aan waterberging gerealiseerd moeten worden. Bij een diepte van de voorziening van 0,5 m is er een oppervlakte van 42 m2 per woning nodig. Hierbij kan indien nodig een noodafvoer richting het openbaar gebied worden aangebracht. De semi openbare ruimte van het gemeenschappelijk erf zal voorzien worden van een infiltratievoorziening onder de verharding, bijvoorbeeld in de vorm van een lava-fundering of infiltratiekratten.

Hierbij kan indien nodig een noodafvoer richting het openbaar gebied worden aangebracht. De benodigde compensatie heeft als boven- en ondergrens respectievelijk de noodoverloopconstructie en de lokale grondwaterstand. De grondwaterstand is bepaald op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), zodat infiltratie in de bodem mogelijk is en de capaciteit niet wordt beperkt door grondwater. Bij de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen de omvang en ligging van de bergings- en infiltratievoorzieningen nader worden uitgewerkt. In de tuinen is zo min mogelijk verharding aanwezig. In dit bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen dat voor het verharden van de tuinen een omgevingsvergunning noodzakelijk is. De omgevingsvergunning wordt verleend indien: a. aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt; én b. de gronden binnen deze bestemming niet voor meer dan 60% worden verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meeberekend. Watergangen De bestaande watergangen rondom het plangebied blijven behouden.

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|85

Locatie 4: Versterstraat 26 Bodem en grondwater Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 17,0 meter +NAP.

Uitsnede kaart Grondwaterstanden bodematlas Noord Brabant

Volgens de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant is ter plaatse van het plangebied en de omgeving grondwatertrap VI aanwezig. Dit betekent dat het grondwater gemiddeld diep in de ondergrond aanwezig is, waarbij de GHG tussen 40 en 80 cm onder het maaiveld ligt. Volgens de kaart GHG liggen de hoogste grondwaterstanden tussen 60 en 80 cm-mv. Tijdens het bodemonderzoek (juli 2022) zijn grondwaterstanden van 2,30 m-mv aangetroffen. Binnen en in de omgeving van het plangebied is geen grondwateroverlast bekend. De onderzoekslocatie ligt niet in een (grond)waterbeschermingsgebied. Oppervlaktewater Aan de noordzijde van het plangebied is een B-watergang aanwezig. Tevens loopt aan de overzijde van de Versterstraat een A-watergang. Werkzaamheden en wijzigingen binnen het plangebied door het planvoornemen mogen geen negatieve impact hebben op de kwaliteit van het oppervlaktewater

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|86

Uitsnede leggerkaart Waterschap Brabantse Delta

Afval- en hemelwater De huidige bebouwing is aangesloten op het drukrioolstelsel langs de Versterstraat. Afkoppelen hemelwater Momenteel is een groot deel van het plangebied verhard (bebouwd en bestraat). Het algemeen beleid is erop gericht om verhard oppervlak te beperken bij nieuw- en verbouwprojecten. Het plangebied ligt volgens de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant in een infiltratiegebied. Het infiltreren van neerslag levert een positieve hydrologische bijdrage, mits de juiste milieuhygiënische maatregelen worden getroffen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient hemelwater, afkomstig van ‘schoon’ afvoerend oppervlak, waar mogelijk, ter plaatse geïnfiltreerd te worden. Bestaande situatie In de bestaande situatie is een groot deel van het perceel verhard met te slopen gebouwen. Dit betreft een te slopen oppervlakte van ca. 2.420 m2. De bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen worden omgezet naar een reguliere bestemming Wonen. Tevens zullen twee schuren (deels) behouden blijven en worden omgebouwd naar een woning en een kinderdagverblijf. Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn de volgende verharde oppervlakten aanwezig. •

(semi)openbare ruimte Bruto (verharde) oppervlakten openbare ruimte

Verharding (semi)openbare ruimte

Toekomstige situatie (m²) 1.050

Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 63

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|87

• Woonkavels Voor de verharding op de woonkavels (woning, bijbehorende bouwwerken en verhardingen) wordt uitgegaan van een gemiddeld van 350 m2 per woning. Bruto (verharde) oppervlakten woonkavels 4 nieuwe vrijstaande woningen (350 m2 per woning)

oppervlakte (m²)

Ca. 1.400

Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 84

Het totale verharde oppervlak van de 4 nieuwe woonkavels met de semi openbare ruimte in de toekomstige situatie bedraagt ca. 2.450 m2. In de bestaande situatie is ca. 2.420 m2 aan te slopen verhard oppervlak aanwezig. Het verhard oppervlak blijft ongeveer gelijk. Conform het beleid van de gemeente en het waterschap dient er 60 mm berging per m2 verharding gerealiseerd te worden. Aangezien hier sprake is van nieuwbouw geldt de norm van 60 mm voor het nieuw te ontwikkelen deel van het plangebied, een verhard oppervlak van ca. 2.450 m2. Er dient in totaal te worden voorzien in ca. 147 m3 aan benodigde waterberging voor de gehele planontwikkeling. Om te voorzien in de benodigde waterberging worden de onderstaande maatregelen genomen. Bij de vrijstaande woningen zal watercompensatie op eigen terrein worden gemaakt. Bijvoorbeeld in de vorm van infiltratiekratten onder de oprit of een verlaging / wadi in de tuin. Per woning zal gemiddeld tussen de 21 m3 aan waterberging gerealiseerd moeten worden. Bij een diepte van de voorziening van 0,5 m is er een oppervlakte van 42 m2 per woning nodig. Hierbij kan indien nodig een noodafvoer richting het openbaar gebied worden aangebracht. De semi openbare ruimte van het gemeenschappelijk erf zal voorzien worden van een infiltratievoorziening onder de verharding, bijvoorbeeld in de vorm van een lava-fundering of infiltratiekratten.

Hierbij kan indien nodig een noodafvoer richting het openbaar gebied worden aangebracht. De benodigde compensatie heeft als boven- en ondergrens respectievelijk de noodoverloopconstructie en de lokale grondwaterstand. De grondwaterstand is bepaald op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), zodat infiltratie in de bodem mogelijk is en de capaciteit niet wordt beperkt door grondwater. Bij de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen de omvang en ligging van de bergings- en infiltratievoorzieningen nader worden uitgewerkt. In de tuinen is zo min mogelijk verharding aanwezig. In dit bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen dat voor het verharden van de tuinen een omgevingsvergunning noodzakelijk is. De omgevingsvergunning wordt verleend indien: a. aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt; én b. de gronden binnen deze bestemming niet voor meer dan 60% worden verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meeberekend. Watergangen Aan de noordzijde van het plangebied ligt een B-waterloop. Zover bekend blijft deze watergang behouden. Afhankelijk van eventuele werkzaamheden, bomen of wijzigingen in of nabij het oppervlaktewater dient men hiervoor een melding of vergunning aan te vragen.

Om de kwaliteit van het oppervlaktewater te waarborgen is het belangrijk om te bouwen met duurzame en nietuitlogende bouwmaterialen. Hieraan kan voldaan worden bij de nieuwbouw.

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|88

Overige algemene aandachtspunten en randvoorwaarden Afvalwater De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande (druk)rioleringsstelsel langs de Alphensebaan, Bolberg en Versterstraat. Bij de uitwerking van de ontwikkeling wordt ook de afvalwaterriolering, zoals de ligging en het afvoerpunt, gedetailleerd uitgewerkt. Waterkwaliteit Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen. Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat. • Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten. Ontwaterings- en afwateringsnormen Om problemen met draagkracht, opvriezen, natte kruipruimtes en grondwateroverlast te voorkomen, dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de GHG en het hoogtepeil van de functies.

De te hanteren ontwateringsdieptes/-normen zijn: • Wegen primair: 1,0 m; • Wegen secundair: 0,7 m; • Bebouwing (onderkant vloer) en aanliggend maaiveld: 0,7 m bij bouwen met kruipruimtes. Wanneer wordt uitgegaan van een vloerdikte van 0,2 m, komt de ontwaterings-diepte voor het vloerpeil uit op 0,9 m. Bij kruipruimte loos bouwen, kan de ontwaterings-diepte met 0,3 m verminderd worden. Vooralsnog wordt uitgegaan van bouwen met kruipruimtes; • Groen/tuin: 0,5 m. Voor het vloerpeil van de woningen geldt dat deze minimaal 0,15 – 0,3 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil dient te liggen. Dit is nodig in verband met de volgende aspecten: • Benodigd afschot van verhardingen voor afvoer hemelwater; • Benodigde diepteligging en afschot in de rioolleidingen voor de afval- en hemelwaterafvoer; • Voorkomen van wateroverlast in situaties bij water op straat. Wateradvies Op 10 februari 2023 is een positief wateradvies van het waterschap Brabantse Delta ontvangen (opgenomen in de bijlage). Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.11

Niet gesprongen explosieven

De raad van de gemeente Gilze en Rijen heeft in februari 2013 besloten een risico-kaart te laten opstellen om niet gesprongen explosieven in kaart te brengen. Op deze kaart worden gebieden met het risico op niet gesprongen explosieven inzichtelijk gemaakt. Vóór de start van de bouw wordt het plangebied eventueel nader onderzocht op niet gesprongen explosieven. Hiermee wordt voorkomen dat bij aanvang van de bouw eventueel nog explosieven aanwezig zijn. Onderzoek Door REASeuro is in juli 2022 een projectgebonden risicoanalyse niet gesprongen explosieven uitgevoerd. Het volledige rapport is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|89

In het rapport is vastgesteld dat NGE voor het totale project een zeer hoog risico vormen. Onderstaand wordt geadviseerd hoe de werkzaamheden veilig uitgevoerd kunnen worden. De sloop van de opstallen en het verwijderen van bestaande kabels en leidingen kan uitgevoerd worden zonder aanvullende maatregelen mits deze werkzaamheden beperkt blijven tot de reeds naoorlogs geroerde bodem. Wel wordt geadviseerd bij deze werkzaamheden het protocol ‘onverwachts aantreffen van NGE’ in acht te nemen, mocht er alsnog een NGE aangetroffen worden in een naoorlogse geroerde laag. Voor de overige delen van het terrein waar grondroeringen gepland staan in een ongeroerde laag wordt een NGE-bodemonderzoek geadviseerd.

5.12

Vormvrije MER-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaard toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elke besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG – richtlijn milieueffectbeoordeling. Onderzoek Bij de sanering van de vier intensieve veehouderijen en de herontwikkeling naar woningen is geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Hiervoor kan worden aangesloten bij een relatief recente uitspraak 19487/201901439-1-r1. Naar het oordeel van de Afdeling kan de ontwikkeling van twaalf vrijstaande woningen binnen de bebouwde kom die in het plan is voorzien, gelet op de omvang ervan, niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is ook van belang dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Door de sanering en sloop van de stallen neemt het ruimtebeslag af. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (en aanmeldnotitie) behoeft daarom niet te worden uitgevoerd. Door de sanering van de vier intensieve varkenshouderijen zal de milieusituatie voor de omgeving sterk verbeteren. Conclusie Het plan brengt geen belangrijke nadelige gevolgen met zich mee voor het milieu.

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|90

6.

JURIDISCHE REGELGEVING

6.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe de juridische regeling is vormgegeven.

6.2

Systematiek van de regels

Voor wat betreft de regels wordt voor het onderhavige bestemmingsplan “Kwaalburg 2 Alphen” aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan “Correctieve herziening Buitengebied Alphen-Chaam 2010” van de gemeente Alphen-Chaam. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP 2012 en IMRO 2012) vastgesteld welke kleuren, lijnen, symbolen, e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.

Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels voor (bedrijfs)gebouwen; • Bouwregels voor bijgebouwen; • Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; • Eventuele afwijkingen van de bouwregels; • Eventuele specifieke gebruiksregels; In dit hoofdstuk worden de bestemming van de gronden als eerste beschreven, gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Anti-dubbelteregel • Algemene bouwregels; • Algemene gebruiksregels; • Algemene afwijkingsregels; • Overige regels.

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|91

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven staan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en het opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; • Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

6.3

Beschrijving van de bestemmingen

Artikel 3 Agrarisch Het perceel Langenbergseweg 8 heeft de bestemming Agrarisch met een bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf. De delen van de overige voormalige agrarische bouwvlakken die geen bestemming Wonen, Tuin, Gemengd of Groen – Landschappelijke inpassing hebben, behouden de bestemming Agrarisch, maar dan zonder bouwvlak. Artikel 4 Groen - Landschappelijke inpassing Voor de bestaande en nieuw aan te planten groenvoorzieningen in het plangebied is de bestemming ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ opgenomen. Naast het in stand houden van gebiedseigen beplanting overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan, ter inpassing van de gebouwen, verhardingen en andere voorzieningen in het landschap zijn binnen deze bestemming ook water- en huishoudkundige voorzieningen, onverharde fiets- en wandelpaden, extensief dag recreatief medegebruik en een en ander bijbehorende voorzieningen toegestaan. Artikel 5 Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuin met de daarbij behorende in- en uitritten, ontsluitingswegen en -paden, waterpartijen, terrassen en bouwwerken. Ter plaatse mogen alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.

Artikel 6 Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf, waaronder wegen, paden en parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en behoud van landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in de vorm van wegbeplanting of laanbeplanting. Artikel 7 Wonen De om te zetten bedrijfswoningen hebben de bestemming Wonen gekregen. De regeling sluit aan bij de bestemming Wonen uit het bestemmingsplan Buitengebied. Artikel 8 Wonen – Ruimte voor Ruimte 1 De nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen in het bebouwingslint hebben de bestemming Wonen – Ruimte voor Ruimte 1. Artikel 9 Wonen – Ruimte voor Ruimte 2 De nieuwe Ruimte voor Ruimte woningen aan de boerenerven hebben de bestemming Wonen – Ruimte voor Ruimte 2. Artikel 10 Waarde – Archeologie De voor ‘Waarde – Archeologie’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden. Artikel 11/12 Waarde – Landschap 3 en 4 De voor ‘Waarde landschap 3 of 4’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de landschappelijke waarden. Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

|92

7.

UITVOERBAARHEID

7.1

Economische haalbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Besluit ruimtelijke ordening dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De ontwikkelingen betreffen een particulier initiatief en bevinden zich op particulier terrein. Er wordt een overeenkomst opgesteld tussen de initiatiefnemer en de gemeente ten behoeve van de kosten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft geen exploitatieplan conform de Wro te worden opgesteld. Daarnaast wordt een planschadeovereenkomst vóór de terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan afgesloten met de initiatiefnemer.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog Op donderdag 13 oktober 2022 is de omgevingsdialoog uitgevoerd in de vorm van een informatiebijeenkomst in de Hooikar te Gilze. Tijdens de informatiebijeenkomst waren ca. 84 mensen van 60 afzonderlijke adressen aanwezig. De bijeenkomst op 13 oktober 2022 verliep over het algemeen positief en constructief. Er was ruimte voor suggesties, tips en denkrichtingen. Dit blijkt ook uit de input die via de reactieformulieren is gedeeld. Van de bijeenkomst is een verslag gemaakt dat aan de aanwezigen is toegezonden. Daarnaast zijn er reactieformulieren en emails van de omwonenden ontvangen. Het verslag van de omgevingsdialoog is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Vooroverleg In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept ontwerp-bestemmingsplan voorgelegd aan de vooroverleg partners: de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta. Van het waterschap Brabantse Delta is op 10 februari 2023 een positief wateradvies ontvangen. Ontwerp Na de instemming van het college van burgemeester en wethouders op het ontwerpbestemmingsplan is het ontwerp 6 weken ter inzage gelegd. In deze periode heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijze in te dienen bij het college van burgemeester en wethouders.

PM Vaststelling Na vaststelling wordt het plan, samen met het besluit tot vaststelling hiervan, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan beroep worden ingesteld tegen de eventueel gewijzigde onderdelen. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.

Bestemmingsplan Ruimte voor Ruimte Bolberg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12564633/1