CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting Rielsebaan 48-52 Gilze

Raadscommissie Ruimte 12 maart 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Rielsebaan 48-52, Gilze24.731 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

45

Afbeelding 20 Ligging ten opzichte van aanduidingen Natuur Netwerk Brabant (ecologische verbindingszone)

Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling zullen de omgevingscondities erop vooruitgaan. Met het planvoornemen wordt op de betreffende locatie agrarisch gebruik verkleind. Dit betekent bovendien dat milieueffecten voor in de toekomst worden beperkt. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden Bij de plannen worden verder geen (onderdelen van) houtopstanden verwijderd, de kenmerkende laanbeplanting aan de Rielsebaan wordt bovendien niet aangetast. Daardoor is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

Na het uitvoeren van het voornemen blijft het bedrijf en de directe omgeving gelijk geschikt als leefgebied, voor diverse vogelsoorten wordt het geschikter. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot aantasting van verblijfplaatsen, het foerageer-gebied of vliegroutes. Door de geplande aanplant na sloop is er tevens sprake van uitbreiding van begroeiing en een hemelwaterbassin welke het stimuleren van voorkomen van o.a. vogels zal ondersteunen. De beoogde werkzaamheden kunnen zonder effecten op broedvogels of overige beschermde soorten uitgevoerd worden. Er is geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is ook voor de overige natuurwaarden geen ontheffing noodzakelijk. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Conclusie Op basis van uitgevoerde quickscan wordt vervolgonderzoek naar effecten op beschermde gebieden (Natura 2000/NNB) niet noodzakelijk geacht. Het plan kan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Soortenbescherming Op basis van de uitgevoerde quickscan flora en fauna wordt volgende geconcludeerd:

46

4.2.3 Waterhuishouding Per 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets toe te passen. Deze verplichting is wettelijk geregeld in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze watertoets moet inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente voorafgaand aan de procedure het voornemen van de ruimtelijke ingreep aan het waterschap te verzenden. De gemeente en het waterschap kunnen afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. In deze waterparagraaf komen de volgende onderdelen aan bod: beschrijving waterrelevant beleid en beschrijving kenmerken van het watersysteem ter plaatse van het plangebied gelegen aan Rielsebaan 48-52 te Gilze.

Beleidskader

EU- en Rijksniveau De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is vanaf 22 december 2000 van kracht. De KRW heeft als doel om te komen tot schone, ecologisch gezonde stroomgebieden, waarin water op een duurzame manier wordt gebruikt. Om dit doel te bereiken is een systematiek opgesteld die alle Europese lidstaten in de nationale wetgeving moeten implementeren en uitvoeren. De Nederlandse regering heeft invulling aan de KRW gegeven middels de Waterwet, die in werking is getreden op 22 december 2009. De Waterwet regelt het beheer van het oppervlakte- en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De visies met betrekking tot het waterbeleid worden door de verschillende bestuurslagen in diverse plannen beschreven. Provincie Noord-Brabant Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Het belangrijkste gezamenlijke punt uit de Europese, landelijke en provinciale beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende drietrapsstrategieën zijn leidend: -

vasthouden – bergen – afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen – scheiden – zuiveren (waterkwaliteit).

-

Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding;

De watertoets en de wijze waarop de provincie daar mee omgaat is beschreven in het Provinciaal Milieu en Waterplan (PMWP). Provinciale Staten hebben op 18 december 2015 het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 – 2021 ‘Samen naar een duurzaam gezonde en veilige leefomgeving in Brabant vastgesteld (PMWP). Hiermee zijn twee aparte provinciale plannen samengevoegd, te weten het voormalige ‘PWP 2010-2015’ en het ‘Provinciale Milieuplan 2012-2015’. Het doel van dit plan is het creëren van een gezonde leefomgeving voor mens, dier en plant, waarin we veilig kunnen wonen en waar ruimte is voor economische, maatschappelijke en ecologische ontwikkelingen. Het aspect water maakt hier onderdeel van uit. Kort gezegd gaat het PMWP voor: -

voldoende water voor mens, plan en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; verduurzaming van de grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

In de provincie Noord-Brabant is dit beleid vertaald in de Structuurvisie 2010 en de Interim omgevingsverordening. In de structuurvisie komen over het onderwerp water de volgende aspecten aan bod

47

Afbeelding 22 Uitsnede IOV Kaart 1 ‘Rechtstreekst werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Afbeelding 21 Uitsnede IOV Kaart 8 ‘Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en –berging’ met aanduiding plangebied (rood omlijnd)

48

Gemeenten en waterschappen dienen hun waterbeleid te baseren op de uitgangspunten die de provincie in hun PMWP stelt. De PMWP is enkel voor de provincie Noord-Brabant zelf bindend. Voor wat betreft het plangebied geldt dat het plangebied niet is gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, regionale waterberging danwel reservering waterberging. Zoals weergeven in voorgaande afbeelding heeft het plangebied in de IOV de waterhuishoudkundige norm ‘Wateroverlast buiten Stedelijk gebied’ toegewezen gekregen. Daarnaast wordt thema ‘water’ weergeven in de eerste kaart van de IOV Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen. In plangebied gelden gebiedsaanduidingen: -

Diep grondwaterlichaam; Geen attentiezone waterhuishouding; Waterwinning voor menselijke consumptie; Grondwaterbeschermingsgebied; Grondwaterbeschermingsgebied – maximale boordiepte 20 meter.

Voor een impressie zie voorgaande afbeeldingen. Dit plan heeft geen negatieve gevolgen voor de waterhuishouding. Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. Het plangebied zal gelet op de aard en omvang geen negatieve invloed hebben op het grondwaterbeschermingsgebied. Waterschap Brabantse Delta - Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het Waterbeheerprogramma van Waterschap Brabantse Delta is op 21 december 2021 in werking getreden. Het programma omschrijft de koers en de ambities van het waterschap voor de periode 20222027. Het waterschap streeft naar een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap voor Middenen West-Brabant voor de (middellange) termijn. Met het Waterbeheerprogramma wordt bijgedragen aan duurzame ontwikkeling. Duurzaam betekent rekening houdend met het lokale bodem- en watersysteem. De kerntaken van het waterschap zijn uitgangspunt: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is.

1. Het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie), maar ook op het beperken van die gevolgen. 2. Het beperken van overstromingsrisico’s (waterveiligheid), inclusief onderhoud en versterken van dijken. 3. Gezond en schoon water. Er wordt gestreefd om de Europese normen voor waterkwaliteit te halen. Daarbij wordt gekeken naar maatregelen in de natuur, maar ook naar het terugdringen van vervuilende stoffen. 4. Bij de zorg voor voldoende water staat het vasthouden en infiltreren van water bovenaan als doelstelling in het Waterbeheerprogramma. Er is maatwerk nodig om verdroging tegen te gaan en de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater te vergroten. 5. Het waterschap voert in opdracht van de provincie Noord-Brabant het vaarwegbeheer uit, onder andere op de Mark en Dintel en de Vliet. 6. Verduurzaming van gehele waterketen. Een van de instrumenten van het waterschap om zijn taken uit te oefenen is de Keur. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder vergunning geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren.

Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Het waterschap richt zich samenvattend op een aantal kerntaken:

49

watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een vergunning bij het waterschap moet worden gevraagd. In onderhavig plan worden geen sloten en watergangen veranderd en derhalve is de Keur niet van toepassing. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 De gemeente Gilze en rijen heeft in het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) drie hoofddoelen omschreven: 1. Het duurzaam beschermen van de volksgezondheid; 2. Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving; 3. Het duurzaam beschermen van natuur en milieu (bodem, grond- en oppervlaktewater). Deze drie hoofddoelen zijn uitgewerkt in de volgende zeven doelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Doelmatig inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater; Doelmatig inzamelen en verwerken van stedelijk afvalwater; Voorkomen dat grondwater de bestemming van een gebied structureel nadelig beïnvloedt; Zo min mogelijk overlast voor de omgeving veroorzaken; Doelmatig beheer en goed gebruik van de riolering; Zo mogelijk infiltratie van regenwater in de bodem; Ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem en grondwater zoveel mogelijk voorkomen.

Het gemeentelijk beleid is erop gericht dat een versnelde afvoer of vergrote afvoer van hemelwater zoveel mogelijk voorkomen wordt door infiltratie of retentie. Voor nieuwbouw is het uitgangspunt om de ontwikkeling hydrologisch neutraal te ontwikkelen tot een bui van t=100 (een bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Dit komt overeen met een compensatie-eis van 60 mm. In de onderstaande tabel zijn de compensatie-eisen weergegeven:

Verbouwing oppervlak Nieuwbouw

met

vergroting

van

verhard

Compensatie-eis Geen aanvullende retentie van hemelwater Retentie van 7 mm hemelwater, van toepassing op het gehele gebied Retentie van 60 mm hemelwater, enkel van toepassing op het extra verhard oppervlak Retentie van 60 mm hemelwater, van toepassing op het gehele gebied.

Onderhavig ontwikkeling betreft een ‘Verbouwing zonder vergroting verhard oppervlak’. Met de ontwikkeling van de plannen voor het hemelwaterbassin is desondanks rekening gehouden met 60 mm, dat is een stuk meer dan de 7 mm welke vereist is op grond van de vGRP. Het hemelwaterbassin is gesitueerd in het midden van het plangebied, waardoor de infiltratie voor het gehele gebied geldt. Door middel van de realisatie van het hemelwaterbassin wordt voldaan aan de compensatie-eis en wordt een meerwaarde gecreëerd ten aanzien van water en klimaat. Voor meer informatie zie sub-paragraaf ‘hemelwater’

Kenmerken van het watersysteem en toetsing wateraspecten

De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: beschermde gebieden, bodem en grondwater, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Situatie Bestaande situatie Verbouwing zonder vergroting verhard oppervlak

50

Beschermde gebieden Het plangebied is gedeeltelijk gelegen binnen een beschermd diep grondwaterlichaam, waterwinning voor menselijke consumptie en grondwaterbeschermingsgebied. Hiertoe geldt voor ontwikkelingen een maximale boordiepte van 20 meter. Met het planvoornemen wordt een veehouderij in juridisch planologische zin formeel gestaakt en omgezet naar een woonbestemming. Met het planvoornemen worden geen boringen gezet. Het planvoornemen zal geen negatieve invloed hebben op de aanwezige beschermde gebieden. Bodem en grondwater De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 14,02 meter boven NAP. De grond ter plaatse van het plangebied betreft volgens de provinciale wateratlas een veldpodzolgrond: leemarm en zwak lemig fijn zand (code Hn21). De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) ter plaatse bedraagt 200-250 cm-mv. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied bedraagt 100-120 cm-mv.

Afbeelding 23 Uitsnede Leggerkaart Waterschap Brabantse Delta met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Oppervlaktewater Op basis van de Leggerkaart van Waterschap Brabantse Delta is het mogelijk om de oppervlaktewateren in de omgeving van het plangebied inzichtelijk te maken. Ter impressie zie voorgaande afbeelding. Op basis van de leggerkaart van waterschap Brabantse is binnen het plangebied een B-watergang gelegen. Met de beoogde herontwikkeling van het plangebied zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op de aanwezige watergang. De aanwezige watergang blijft onaangetast. Het hemelwaterbassin die wordt gerealiseerd op het erf, wordt niet aangesloten op de B-watergang. Afvalwater In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een afval persleiding aanwezig. Dit betekent dat uitsluitend afvalwater op het gemeentelijk riool aangesloten kan worden en hier geen hemelwater (uit

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

De planlocatie ligt in een grondwaterbeschermingsgebied en waterwingebied voor menselijke consumptie. Het plangebied zal gelet op de aard en omvang geen negatieve invloed hebben op deze gebieden.

51

de noodoverloop van de berging bijvoorbeeld) op mag worden aangesloten. In de toekomstige situatie wordt een hemelwaterbassin aangelegd, welke het hemelwater op gaat vangen. In de toekomstige situatie wordt dus een groter gedeelte geïnfiltreerd. Hemelwater Met de voorgenomen ontwikkeling wordt het bebouwde en verharde oppervlak gewijzigd. Zoals uit navolgende tabel kan worden opgemaakt is in de huidige situatie sprake van een totaaloppervlakte bedrijfsbebouwing à 2.160 m2, totaal verhard oppervlak à 5.570 m2 en 10.270 m2 onverhard oppervlak. In de toekomstige situatie, waarbij o.a. de oude melkveestal wordt gesloopt en vergroening plaatsvindt zoals in het landschappelijk inpassingsplan beschreven, wijzigt de verhouding verhard- en bebouwd oppervlak ten opzichte van het onverharde oppervlakte. In de toekomstige situatie is sprake van een totaaloppervlakte bedrijfsbebouwing à 1.090 m2, totaal verhard oppervlak à 2.570 m2 en 14.340 m2 onverhard oppervlak. Tabel 7: impressie verhouding verhard-, bebouwd- en onverhard oppervlak (oppervlakten bij benadering)

Bestaande situatie Functie

Toekomstige situatie

Bedrijfsgebouwen

Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 1.920

Bedrijfswoningen Verharding Onverhard (groenelement)

240 5.570 10.270

Totaal

18.000

Functie Bijgebouwen (sloop 1.070 m2) Burgerwoningen Verharding Onverhard (groenelementen en weides, akkergronden)

Totaal

Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 850 240 2.570 14.340

18.000

Wat betreft de ontwikkeling van dit plan gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de bestemmingsplanregels. Voor nu gaat het hier enkel om een bestemmingswijziging voor de bedrijfswoningen naar bestemming ‘Wonen’ en de sloop van gebouwen met bijbehorende voorzieningen en verharding. In lijn met deze aanvraag wordt in totaal circa 1.070 m2 aan gebouwen gesloopt. Daarnaast wordt circa 3.000 m2 aan voorzieningen en verharding geamoveerd. Hierdoor wordt er meer ruimte voor groen gecreëerd. Zoals uit het landschappelijke inpassingsplan blijkt, zie paragraaf 2.4, is binnen het erf meer ruimte voorzien voor groen en voor de realisatie van een hemelwaterbassin. Hiermee is er meer ruimte voor infiltratie in plaats van het afstromen en afvoeren van water. In de situatie van het plangebied Rielsebaan 48-52 geldt, inclusief de realisatie van de bedrijfswoning en de sloop van de bedrijfsbebouwing, een toekomstige bebouwd en verhard oppervlak à 3.660 m2. De berekening van de beringscapaciteit is dan oppervlak in m2 maal regen in m1 (0,06) = hoeveelheid m3. Voor onderhavige ontwikkeling betreft de berekening dan: 3.660 x 0,06 = 219,6 m3. Centraal gelegen in het plangebied, ter plaatse van de te slopen melkveestal, zal het hemelwaterbassin worden gevestigd. Voor een nadere impressie zie bijlage 4.

De exacte wijze waarop het hemelwaterbassin zal worden uitgewerkt, zal nader worden bepaald in overleg met het Waterschap Brabantse Delta en worden uitgewerkt in het kader van de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor slopen van de bebouwing. Dit omdat de exacte wijze van ontwikkeling

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Conform het beleid dient bij elke ontwikkeling binnen het plangebied een bui van 60mm regen in 1 uur op eigen terrein opgevangen en binnen 24 uren verwerkt te worden. Er mag geen afvloeiing naar riolering of andere percelen plaats vinden. Bij hevigere buien dan het gestelde mag het meerdere wel geloosd worden op bij voorkeur een sloot of gemeentelijke infiltratievoorziening middels een overstortconstructie. De berekening van de bergingscapaciteit is dan oppervlak in m2 maal regen in m1 (0,06) = hoeveelheid m3.

52

binnen gewijzigde bouwvlak nog niet definitief en gedetailleerd is uitgewerkt. In ieder geval dient rekening worden gehouden met een voldoende ontwateringsdiepte in verband met de gemiddelde hoogste grondwaterstand. Hiertoe wordt in het kader van het op te stellen bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Voor meer informatie hieromtrent zie paragraaf 5.3. De wijze waarop en de dimensionering van de waterberging dient dan in het sloopvergunning traject met het waterschap te worden afgestemd en door het waterschap te worden goedgekeurd. Watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. De watertoets zorgt ervoor dat bij alle ruimtelijke plannen aandacht is voor de kwaliteit én kwantiteit van water. De watertoets is verplicht bij alle plannen voor landelijk én stedelijk gebied. De gemeente doorloopt met het waterschap het watertoetsproces, dat bestaat uit advisering, toetsing en goedkeuring door het waterschap. Dit bestemmingsplan wordt voorgelegd aan het Waterschap Brabantse Delta.

Reactie Waterschap Brabantse Delta Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan geven wij een positief wateradvies. Ter kennisgeving wordt medegedeeld dat in de toekomstige situatie rekening moet worden gehouden met het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en dienen uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC achterwege worden gelaten. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Onderhavig plan voorziet in bestemmingswijziging van bestaande gebouwen. Het advies van het waterschap wordt gehonoreerd. Conclusie: Gezien het bovenstaande wordt het aspect waterhuishouding in voldoende mate geborgd in onderhavig bestemmingsplan. Ten aanzien van de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen.

4.2.4 Verkeer en parkeren

Onderhavig initiatief betreft een enerzijds de ontwikkelingen op Rielsebaan 48, anderzijds de ontwikkelingen op Rielsebaan 52. Op nummer 48 komt een woonbestemming en de oude melkveestal (980 m2) wordt gesloopt. Het toekomstige bijgebouw, dan met een oppervlakte van 450 m 2, wordt gebruikt ten behoeve van kleinschalige akkerbouwactiviteiten en hobbymatig houden van enkele landbouwhuisdieren. Op Rielsebaan 52 wordt ook de bestemming omgezet naar wonen en wordt een gedeelte van het bijbehorende bedrijfsgebouw (90 m2) gesloopt. Op termijn wordt middels een regeling in onderhavig bestemmingsplan de realisatie van kleinschalige recreatievoorziening à 400 m2 mogelijk gemaakt. Tot die tijd wordt het bijgebouw gebruikt als garage en voor statische opslag. Desondanks is die voorziening wel reeds meegenomen in onderhavige berekeningen. Om de parkeernormen van de ontwikkeling te berekenen, wordt rekening gehouden met de Nota Parkeernormen (2017) van de gemeente Gilze en Rijen. De parkeernormen die in de nota zijn voorgesteld, bieden houvast bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen bij woningen, kantoren, winkels et cetera. Het gebruik van de juiste parkeernormen draagt bij aan een gunstig leef-

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Het plangebied is in de huidige situatie via drie in- en uitrit constructies ontsloten op de Rielsebaan. Het perceel is en blijft gebruik maken van de bestaande ontsluiting. Hier worden in het kader van het planvoornemen geen wijzigingen in aangebracht. Ten westen sluit de Rielsebaan aan op de Spoelstraat. Via deze weg is de kern van Gilze te bereiken. Aan de oostkant gaat de Rielsebaan over in de Gilzerbaan. De Gilzerbaan gaat via het Zandeind naar de kern van Riel. De Rielsebaan betreft een 60 km/uur-weg.

53

en woonklimaat. De parkeernota hebben betrekking op nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functies, daar waar een omgevingsvergunning en/of wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk is. Om de verkeersgeneratie van de ontwikkeling in beeld te brengen worden de richtlijnen van de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ toegepast.

Parkeren

Op basis van de Nota Parkeernormen van Gemeente Gilze en Rijen is er geen directe categorie ‘opslagruimte, bedrijfsruimte en hobbyruimte’. Desondanks komen zowel de bedrijfsactiviteiten ter plaatse van Rielsebaan 48 overeen is met de categorie ‘bedrijf arbeidsextensief/bezoekers extensief’ in verband het relatief lage aandeel bezoekers door de kleinschalige bedrijfsactiviteiten op locatie. Dit geldt voor zowel de huidige als toekomstige situatie. Het verschil zit hem enkel in het feit dat de oppervlakte opslag, door de sloop van de verouderde melkveestal à 980 m2, zal afnemen. Voor wat betreft de bestemmingswijziging naar wonen geldt dat deze overeenkomt met de categorie Wonen ‘koop, huis, vrijstaand’. In het matig stedelijke buitengebied waarin het plangebied gelegen is, komt dit uit op totaal 7 parkeerplaatsen.

Afbeelding 24 Verhard oppervlak t.h.v. plangebied ten behoeve van parkeren

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Voor wat betreft Rielsebaan 52 geldt ook dat de bestemming van de bedrijfswoning naar een woonbestemming wordt gewijzigd. In het matig stedelijk buitengebied waarin het plangebied gelegen is, komt dat neer op 2 parkeerplaatsen. Daarnaast wordt in onderhavig plan de mogelijke ontwikkeling opgenomen om kleinschalige verblijfsrecreatie te vestigen in het bedrijfsgebouw. De categorie ‘Bungalow’ komt in dit geval het dichtst bij in de voorgenomen ontwikkeling. Hiervoor gelden 1,7 parkeerplaatsen per bungalow. Samen met de parkeerplaatsen per woning zouden bij Rielsebaan 52 afgerond 4 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn in de toekomstige situatie.

54

Voor beide huisnummers samen geldt dat in de toekomstige situatie 11 parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn. Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein. De realisatie van de parkeerplaatsen wordt meegenomen in de uiteindelijke omgevingsvergunning aanvraag voor slopen. De parkeerbehoefte is geborgd in de regels, voor meer informatie zie paragraaf 5.3. Voor wat betreft de toekomstige activiteiten is in totaal sprake van een parkeerbehoefte van 11 parkeerplaatsen. Dit aantal is worstcase en valt naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk lager uit. Desalniettemin is het verhard oppervlak meer dan voldoende om te voorzien in voldoende parkeervoorzieningen en laad- en los mogelijkheden ten behoeve van de kleinschalige bedrijfsactiviteiten. In voorgaande afbeelding is namelijk te zien dat er circa 1.800 m2 aan verharding beschikbaar is om te voorzien in de parkeerbehoefte. Kortom, binnen het bedrijfsperceel zal voldoende oppervlakte en ruimte aanwezig om de activiteiten veilig plaats te laten vinden ten aanzien van parkeren, laad- en los mogelijkheden. Het aspect parkeren vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Verkeersgeneratie

Op basis van de CROW-rekentool is in de toekomstige situatie sprake van een verkeersgeneratie van gemiddeld 46 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Hierbij is uitgegaan van het oppervlak van de twee bedrijfsgebouwen in de toekomstige situatie (950 m2) inclusief de verkeersgeneratie van de twee woningen in het gebiedstype ‘buitengebied’ in de gemeente Gilze en Rijen (matig stedelijke gemeente). De verkeersgeneratie vormt door het geringe aantal geen belemmering voor het omliggende wegennet. Daarnaast blijft de bestaande verkeersontsluiting ongewijzigd, waardoor er ten aanzien van verkeersveiligheid geen veranderingen optreden. Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen functiewijziging. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.2.5 Kabels en leidingen Er zijn blijkens het geldende bestemmingsplan en de risicokaart via Atlas van de leefomgeving in of rond het plangebied geen kabels of leidingen gelegen met een bestemmingsplanplichtige of andere planologische beschermingszone die van invloed zou kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 M.e.r.-(beoordelings)plicht Algemeen

Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. In het kader van onderhavige ontwikkeling wordt de bestemming ‘Agrarisch’ gewijzigd naar ‘Wonen’, worden enkele oude stallen gesloopt, verharding en voorzieningen gesaneerd, plus kleinschalige akkerbouw gevestigd in het bijgebouw bij Rielsebaan 48. Daarnaast is er een mogelijk voornemen dat

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.

55

op termijn in het bestaand bijgebouw bij Rielsebaan 52 kleinschalige verblijfsrecreatie wordt gevestigd. In verband met deze toekomstige ontwikkelingen dient bepaald te worden of een m.e.r.-beoordeling benodigd is.

4.3.1 Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling In onderdeel D, kolom 1 van het Besluit m.e.r. staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Voor onderhavige ontwikkeling geldt D11.2: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Er is met het initiatief immers sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. In kolom 2 staan voor deze activiteit drempelwaarden genoemd. In het geval dat de activiteit betrekking heeft op meer dan de genoemde drempelwaarde dan is direct een m.e.r. beoordeling noodzakelijk. Indien de activiteit beneden de drempelwaarde ligt, is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. Een oppervlakte van 100 hectare of meer 2. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het voorgenomen plan ziet toe op de bestemmingswijziging, waarin beide bedrijfswoningen (Rielsebaan 48 en 52) worden omgezet naar bestemming ‘Wonen’.

Daarnaast wordt het bijgebouw bij Rielsebaan 48 in de toekomst gebruikt voor opslag van akkerbouwbenodigdheden en het hobbymatig houden van enkele landbouwhuisdieren. Ter plaatse van Rielsebaan 52 wordt in de toekomst mogelijk kleinschalige verblijfsrecreatie gevestigd in de bestaande bebouwing. Ter plaatse van het plangebied vinden activiteiten plaats maximaal tot en met milieucategorie 1. In feite dekken de typologieën ‘opslag’ en ‘bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 1’ de activiteiten die plaatsvinden ter plaatse van de bijgebouwen. Het planvoornemen valt derhalve onder de uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Echter wordt qua omvang van deze activiteit niet voldaan aan de gevallen als genoemd in D11.2, kolom 2. Er is immers geen sprake van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2.

Afweging

4.3.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk; 2. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Aangezien niet aan de gevallen als genoemd in D11.2, kolom 2, wordt voldaan, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. In navolgende paragraaf is de vormvrije m.e.r.-beoordeling nader uitgewerkt.

56

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het plan; 2. de plaats van het plan; 3. de kenmerken van het potentiële effect. 1. Kenmerken van het project • • • • • •

•

Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling)

2. Plaats van het project • • •

Bestaande en goedgekeurde grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; b. kustgebieden en het maritieme milieu; c. berg- en bosgebieden; d. natuurreservaten en –parken; e. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; f. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

• • • • • • •

•

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) de aard van het effect het grensoverschrijdende karakter van het effect de intensiteit en complexiteit van het effect de waarschijnlijkheid van het effect de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de voorliggende toelichting. In onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

3. Kenmerken van het potentiële effect

57

Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Feitelijke situatie Ter plaatse van Rielsebaan 48-52 zijn vijf bedrijfsgebouwen aanwezig. Het betreffen onder andere werktuigberging, veldschuur, melkveestal, jongveestal (gebouwd in 2015) en mestopslag. Diverse daken binnen het perceel zijn voorzien van zonnepanelen. Het agrarische bedrijfsperceel inclusief twee bedrijfswoningen is ontsloten via drie inritten op de Rielsebaan. In de huidige situatie sprake van een totaaloppervlakte bedrijfsbebouwing à 2.160 m2, totaal verhard oppervlak à 5.570 m2 en 10.270 m2 onverhard oppervlak. Voorgenomen situatie Het voorgenomen plan ziet toe in het afbouwen van de agrarische bedrijfsactiviteiten. Hiertoe worden de oude melkveestallen gesloopt. In lijn met het afbouwen van de melkveeactiviteiten wordt ook een deel van de overige voorzieningen gesloopt. Daarnaast wordt een groot gedeelte van de verharding geamoveerd. In de bestaande jongveestal bij nr. 48, is de initiatiefnemer voornemens enkele agrarische (akkerbouw)activiteiten uit te voeren en hobbymatig enkele landbouwhuisdieren te houden. In het bijgebouw bij Rielsebaan 52 is ondernemer voornemens op termijn een kleinschalige verblijfsrecreatie te vestigen, indien dit vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar en mogelijk is.

In de toekomstige situatie is sprake van een totaaloppervlakte bedrijfsbebouwing à 1.090 m2, totaal verhard oppervlak à 2.570 m2 en 14.340 m2 onverhard oppervlak.

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen

Binnen de bestaande inrichting is sprake van het gebruik van gas, elektriciteit en water. Bovendien zijn op enkele daken zonnepanelen gelegen. In de toekomstige situatie zal dit ongewijzigd blijft.

Productie van afvalstoffen

De bestaande situatie wat betreft de woningen blijft ongewijzigd, het gaat hier namelijk enkel om een functiewijziging. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op de afval persleiding. Er wordt geen verontreinigd (afval)water geloosd op het oppervlaktewater. Schoon hemelwater wordt afgekoppeld en opgevangen in de hemelwaterinfiltratievoorziening.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkelingen vinden plaats in het buitengebied van de gemeente Gilze en Rijen. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen kan worden uitgesloten dat het plan milieuhinder kan veroorzaken vanwege emissies van amoniak, geur en geluid. Daarnaast vinden er geen bodembedreigende activiteiten plaats in het planologische spoor. Met deze ontwikkeling wordt een duurzame bedrijfsvoering in juridisch planologisch oogpunt geborgd. In lijn met het plan wordt het erf landschappelijk ingepast wat ten goede van de ruimtelijke uitstraling. In hoofdstuk 4 zijn de aspecten en maatregelen voor wat betreft verontreiniging en hinder nader uitgewerkt.

Risico van ongevallen

In de bestaande situatie is er geen sprake van een kwetsbaar object binnen een plaatsgebonden risicocontour van een risicovolle inrichting. Het plangebied is buiten de risicocontour gelegen van een nabijgelegen transportroute (Rijksweg A58) en buisleiding. In paragraaf 4.1.4 worden deze aspecten nader uitgewerkt.

Risico’s voor de menselijke gezondheid

Bij de realisatie van de voorgenomen plannen wordt rekening gehouden met invloeden vanuit het plan op de omgeving. Ten behoeve van het onderhavige plan zijn de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten uitgewerkt in hoofdstuk 4. De voorgenomen plannen leiden niet tot een verhoging, maar wel tot een verlaging van het risico voor de menselijke gezondheid van omwonenden.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Cumulatie met In de directe omgeving zijn agrarische bedrijven gelegen, een enkel niet-agrarisch bedrijf en een andere aantal burgerwoningen. De bebouwingsconcentratie rondom de Rielsebaan maakt een transitie projecten door. In de komende jaren zullen de nodige aanwezige veehouderijen hun bedrijfsactiviteiten staken. Of dat hier woningen danwel andersoortige (bedrijfs)activiteiten voor terugkomen is op dit moment onduidelijk. Cumulatieve effecten met andere agrarische bedrijven of projecten zullen derhalve niet optreden.

58

Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Het bedrijfsperceel is grotendeels bebouwd en verhard. Er zijn vijf bedrijfsgebouwen aanwezig. De gronden zijn agrarisch in gebruik. Op een gedeelte van het perceel is de grond voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit en N.v.t. het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: • gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van door de Wet natuurbescherming beschermde gebieden. Zie ook paragraaf 4.2.2 ‘Ecologie’.

• gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Nee

• gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

N.v.t.

• landschappen van historisch, Cultuurhistorie: het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering in het cultureel of archeologisch belang. kader van het planvoornemen. Voor meer informatie zie § 4.2.1. Archeologie: het aspect archeologie vormt geen belemmering in het kader van het planvoornemen. Voor meer informatie zie § 4.2.1.

Kenmerken van het potentiële effect Gevoelig gebied

Toets

Grensoverschrijdende karakter van het effect

n.v.t.

Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect

Er is met het planvoornemen sprake van een stedelijke ontwikkeling. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting. Met het planvoornemen worden milieunadelige effecten enkel verminderd. In hoofdstuk 4 zijn de effecten en maatregelen nader uitgewerkt.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Bereik van het effect De planlocatie bestaat reeds uit een (agrarische) bedrijfsfunctie met (geografische zone en grootte van daaromheen agrarische gronden. De effecten van de plannen zijn beperkt tot de getroffen bevolking) de locatie zelf. De effecten op de omgeving zijn beperkt en voldoen aan de daarvoor gestelde voorwaarden. In hoofdstuk 4 zijn de effecten en maatregelen nader uitgewerkt.

59

Conclusie

Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; geen sprake is van onevenredige effecten door onderhavig planvoornemen. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

4.4 Economische aspecten De voorgestane ontwikkeling aan Rielsebaan 48-52 te Gilze betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Afspraken omtrent planschade worden vastgelegd in een planschade overeenkomst. Eventuele planschade is voor rekening voor initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee in voldoende mate anderszins verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

4.5 Handhaafbaarheid

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Een belangrijk aspect in de uitvoering van het bestemmingsplan is van juridische aard. Het gaat hierbij om de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten te kunnen bewaren. Daarnaast is handhaving van belang uit het oogpunt van rechtszekerheid. Alle gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze aan het bestemmingsplan te worden gehouden. Met deze oogmerken is in het bestemmingsplan gestreefd naar een eenvoud van in het bijzonder de planregels. Door de toegankelijkheid en de leesbaarheid daarvan worden de mogelijkheden om toe te zien op de naleving vergroot.

60

Hoofdstuk 5 – Juridische planopzet 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels en verbeelding zijn opgesteld op basis van de landelijk geldende standaarden (SVBP 2012) en het bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Gilze en Rijen op 1 juli 2013.

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen aanduidingen zijn aangegeven, waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. De opgenomen verklaring is niet juridisch bindend en is op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding.

5.3 Toelichting op de regels De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels.

De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: • Hoofdstuk 1: Inleidende regels; • Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3: Algemene regels; • Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

5.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten.

Begrippen

In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.

Wijze van meten

Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Met onderhavig bestemmingsplan wordt voorzien in een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan waarbij wordt voorzien in het juridisch planologisch borgen van het vestigen van een bedrijf dat opslagunits verhuurt, de realisatie van een bedrijfswoning op termijn en het repareren van de juridisch planologische situatie. De reparatie is tweeledig. Er wordt een gedeelte van het gebouw in het bouwvlak gesitueerd en een deel van de bedrijfsactiviteiten (die op agrarische grond plaatsvonden) binnen de bedrijfsbestemming gebracht. Voorliggend bestemmingsplan voorziet derhalve in de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied ter plaatse van Rielsebaan 48 en 52 te Gilze.

61

5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: • • • • • • • • •

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid.

Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.

Agrarisch

Wonen

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep; terras, tuinen, erven en terreinen; (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ter plaatse van Rielsebaan 48 geldt een maximale maatvoeringsaanduiding ten behoeve van het oppervlakte bijgebouwen à 450 m2. Dit bijgebouw dient ten behoeve van kleinschalige akkerbouwactiviteiten en hobbymatig houden van enkele landbouwhuisdieren. Hiertoe is op locatie een functieaanduiding opgenomen. Ter plaatse van Rielsebaan 52 is eveneens een maximale maatvoeringsaanduiding opgenomen. Ditmaal ten behoeve van het oppervlakte bijgebouwen à 400 m2. Dit gebouw dient eveneens ten behoeve van het voortzetten van de kleinschalige akkerbouwactiviteiten en privé gebruik (opslag, hobbyschuur, garage).

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

De bestemming ‘Agrarisch’ wordt opgenomen in onderhavig bestemmingsplan in verband met de wijziging van het bouwvlak ter plaatse van de gronden O 1416 (ged.). In de huidige situatie is hier nog bouwvlak gelegen inclusief diverse voorzieningen, waaronder sleufsilo’s en een mestsilo. Deze voorzieningen worden meegenomen in de sloopopgave en de gronden worden betrokken bij de omliggende akkerlanden. De bestemming ‘Agrarisch’ wordt overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Ter plaatse van deze gronden wordt geen bouwvlak opgenomen en wordt derhalve geen bouwmogelijkheid geboden voor de bouw van een gebouw.

62

Voor het gebruik van de gronden ten behoeve van de bestemming ‘Wonen’ is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, namelijk het landschappelijk inpassingsplan en een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de sloop van bebouwing en het verwijderen van de agrarische voorzieningen.

Groen – Landschappelijke inpassing

De voor ‘Groen – Landschappelijke inpassing’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten. Tot deze bestemming hoort de voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het landschappelijk inpassingsplan zoals weergegeven in Bijlage 2 bij de regels.

Waarde – Archeologie

Ter bescherming van de archeologische waarden is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Bij een omgevingsvergunning aanvraag dient getoetst te worden aan deze archeologische dubbelbestemming.

5.3.3 Algemene regels In de algemene regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen, te weten de antidubbeltelregel, algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings-, wijzigings- en procedureregels en overige regels.

Anti-dubbeltelregel

In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk.

Algemene bouwregels

In de algemene bouwregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van bestaande maten, afstanden van woningen tot wegen, afstanden gevoelige objecten ten opzichte van landbouwbedrijven, afstand gevoelige objecten ten opzichte van kassen en ondergronds bouwen.

Algemene gebruiksregels

In de algemene gebruiksregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van strijdig gebruik en een verbod op buitenopslag.

Algemene aanduidingsregels

Algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels

In de algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van het afwijken van de regels in het voorliggende bestemmingsplan ten behoeve van recreatieve ontwikkelingen en mantelzorg. Voor toepassing van deze afwijkingsregels gelden specifieke voorwaarden. Daarnaast zijn algemene wijzigingsregels opgenomen ten behoeve van het wijzigen van de dubbelbestemming archeologie en verandering van het bouwvlak.

Algemene procedure regels en overige regels

In de algemene procedure regels en overige regels zijn standaard bepalingen opgenomen.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

In de algemene aanduidingsregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van de geldende gebiedsaanduidingen, namelijk de gebiedsaanduiding ‘overige zone - ihcs – 1’.

63

5.3.4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen.

Overgangsrecht

In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.

Slotregel

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

64

Hoofdstuk 6 – Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt geen inspraakprocedure gehouden. Het plan wordt rechtstreeks als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om een zienswijze op het plan in te dienen. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden. Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerpplan in te dienen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1.

Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is.

Reactie vooroverleg Veiligheidsregio (Brandweer Midden- en West Brabant) Voor het “voorontwerp bestemmingsplan Rielsebaan 48-52 in Gilze” kan voor het aspect externe veiligheid gebruik worden gemaakt van het standaardadvies. Binnen een afstand van 200 meter zijn twee brandkranen aanwezig. Vanuit externe veiligheid is er geen belemmering voor het verlenen van planologische toestemming voor de beoogde bestemmingsplanwijziging. Reactie vooroverleg Waterschap Brabantse Delta Het Waterschap kan instemmen met het bestemmingsplan. Aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen in het bestemmingsplan geeft het waterschap een positief wateradvies. Wel dient in de waterparagraaf aandacht worden besteed aan het gebruik van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Paragraaf 4.2.3 is hierop aangepast. Reactie vooroverleg Provincie Noord-Brabant In een vooroverlegreactie (d.d. 8 februari 2023) heeft de Provincie Noord-Brabant enkele opmerkingen geplaatst. Het betreft opmerkingen in lijn met het juridisch planologisch kader en de keuze voor

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

In het kader van onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van het planvoornemen wordt ten behoeve van het vooroverleg een voorontwerp bestemmingsplan aangeboden bij de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Brabantse Delta en de Veiligheidsregio (Brandweer Midden- en West Brabant). De reacties zijn uitgebreid omschreven in de nota van inspraak en vooroverleg in bijlage 10 behorende tot deze toelichting. De reacties zijn (samengevat) als volgt:

65

woonbestemmingen, de omvang van het akkerbouwbedrijf, de omvang van de bijgebouwen en de inrichting van de landschappelijke inpassing op locatie. De reactie van de Provincie Noord-Brabant is als zodanig verwerkt in onderliggend bestemmingsplan en specifiek paragraaf 2.2 en paragraaf 4.1.5. Daarnaast is een nieuwe bijlage 3 toegevoegd.

Conclusie

De vooroverlegreacties hebben op enkele punten geleid tot aanpassingen. Het wettelijke vooroverleg kan daarmee als afgerond worden beschouwd. Omgevingsdialoog Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toelicht en met de omgeving wordt besproken. Doel van een omgevingsdialoog is om omwonenden de informeren en in gelegenheid te stellen hun bezwaren hiertegen kenbaar te maken. Voorafgaand aan de formele voorbereidingsprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners van de Rielsebaan en omgeving. Een samenvatting van de omgevingsdialoog wordt hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage in bijlage 11. Initiatiefnemer heeft een rondgang gemaakt langs de deuren in de buurt. Alle omwonenden hebben positief gereageerd op de plannen en wensten initiatiefnemer succes met het voltooien hiervan. Omwonenden hebben daarnaast de mogelijkheid om formeel te reageren tijdens de procedure van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemming worden te zijner tijd beschreven in navolgend hoofdstuk.

66

Hoofdstuk 7 – Procedure 7.1 Algemeen Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke procedure start met de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: • • • • • •

• •

Vooroverleg met betrokken instanties; Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan ‘Rielsebaan 48-52 te Gilze’ heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wro ter inzage gelegen van XX tot en met XX. Gedurende deze periode is een zienswijze ingediend door … PM

7.3 Vastgesteld bestemmingsplan

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

Het bestemmingsplan is op PM datum raadsvergadering door de gemeenteraad van Gilze en Rijen vastgesteld.

67

Bijlagen

Bestemmingsplan “ Rielsebaan 48 – 52 te Gilze”

1. Milieutekening bestaande situatie 2. Drone foto’s bedrijfsperceel 3. Bedrijfsplan & SO-berekening 4. Landschappelijk inpassingsplan 5. Verkennend bodemonderzoek 6. Rapport asbestinventarisatie gebouwen 7. Standaard advies Veiligheidsregio 8. Quickscan Flora en Fauna 9. AERIUS stikstofdepositieberekening 10. Nota van inspraak en vooroverleg 11. Omgevingsdialoog

68

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13836629/2