CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Toelichting - regels - bijbehorende bijlagen

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Intern29.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023 Gemeente Gilze en Rijen Ontwerp

Paraplubestemmingsplan Gilze en Rijen 2023 Gemeente Gilze en Rijen Ontwerp

Rapportnummer:

P05277

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0784.BPGilzeenRijen23-ON01

Datum:

21 november 2023

Projectteam BRO:

JRi, JvdA

Concept:

juni 2023

Voorontwerp:

september 2023, oktober 2023

Ontwerp:

november 2023

Vaststelling: Bron foto kaft:

BRO, abstract

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

TOELICHTING

Hoofdstuk 6

48

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende ruimtelijke plannen 1.4 Leeswijzer

4 4 7 8 8

2. BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid

9 9 11

2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 2.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 2.3 Gemeentelijk beleid

11 13 14

2.3.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen 2.3.2 Archeologisch beleid Gilze en Rijen 2.3.3 Parkeerbeleid Gilze en Rijen

14 15 15

3. PLANBESCHRIJVING

17

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

24 25

4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Archeologie

25 25 27 27

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Cultuurhistorie 4.4 Overige omgevingsaspecten

27 34 36 37 41

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Opbouw van het bestemmingsplan

Inhoudsopgave

42 42 42 43

2

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

45 45

6.1.1 Financieel-economische haalbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

BIJLAGEN Bijlage 1: Gilze en Rijen locaties geen selectiebesluit Bijlage 2: Gilze en Rijen locaties archeologisch onderzoek

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Naar verwachting treedt de Omgevingswet in werking op 1 januari 2024. Vanaf de inwerkingtreding van deze wet beschikt de gemeente Gilze en Rijen over één omgevingsplan van rechtswege. Het betreft hier het zogenoemde tijdelijke deel van het omgevingsplan, als bedoeld in artikel 22.1 van de Omgevingswet. Alle regels uit de op 1 januari 2024 vigerende bestemmingsplannen gaan onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Op grond van artikel 22.6 van de Omgevingswet is het niet mogelijk om regels uit bestaande ruimtelijke plannen aan te passen dan wel gedeeltelijk te laten vervallen. Indien een regel uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor een bepaalde locatie komt te vervallen, vervallen namelijk alle regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor een bepaalde locatie. Aangezien de regels uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan voor een locatie komen te vervallen als één regel voor betreffende locatie komt te vervallen, is het wenselijk om de juridisch-planologische kaders die betrekking hebben op het gehele gemeentelijke grondgebied en die geactualiseerd dienen te worden nog voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet te actualiseren. Het is in beginsel wel mogelijk om onderwerpen themagewijs op te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, mits dit niet leidt tot conflicten met het tijdelijke deel.

Voor de onderwerpen archeologie en parkeren geldt echter dat deze reeds geregeld zullen zijn in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Om die reden is het voor beide onderwerpen niet mogelijk om deze themagewijs op te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan en het tijdelijke deel van het omgevingsplan tegelijkertijd volledig intact te laten. Er is daarom niet gekozen voor het themagewijs opnemen van beide onderwerpen in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet allereerst in de gewenste actualisatie ten aanzien van regels voor de onderwerpen archeologie en parkeren voor de gronden waarvoor binnen de gemeente Gilze en Rijen op dit moment bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen of wijzigingsplannen gelden. Verder voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan in het bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13 in Rijen met de bestemming ‘Wonen’. Tot slot voorziet voorliggend paraplubestemmingsplan in het aanwijzen van de bebouwing aan de Hoofdstraat 59 in Rijen als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Voor de gebieden waar nu een beheersverordening geldt, kan volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS; Afdeling) geen paraplubestemmingsplan worden vastgesteld 1.

Een besluit tot wijziging van een bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan een beheersverordening volgens de Afdeling niet wijzigen of aanvullen, omdat een beheersverordening een besluit is op een andere grondslag, namelijk op artikel 3.38 Wro. Aangezien

1

ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2519.

Hoofdstuk 1

4

binnen de gemeente Gilze en Rijen geen beheersverordeningen gelden, en het meest actuele juridisch-planologische kader overal binnen de gemeente wordt gevormd door een bestemmings-, wijzigings- of uitwerkingsplan, heeft onderhavig paraplubestemmingsplan betrekking op het gehele gemeentelijke grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen. Archeologie Een eerste onderwerp ten aanzien waarvan onderhavig paraplubestemmingsplan een geactualiseerd juridisch-planologisch kader biedt is archeologie. De gemeente Gilze en Rijen heeft een eigen archeologische beleidskaart vastgesteld. Aangezien hetgeen is opgenomen op deze beleidskaart slechts doorwerking heeft gevonden in enkele bestemmingsplanherzieningen van na de vaststelling van de archeologische beleidskaart, kan het meest recente archeologiebeleid niet volledig juridisch worden geëffectueerd. De gemeente Gilze en Rijen heeft daarom de wens om te komen tot een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie. Onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet in dit toetsingskader. Door het opnemen van dit kader in dit instrument wordt bewerkstelligd dat reeds in het tijdelijke deel van het omgevingsplan een adequate regeling omtrent archeologie is opgenomen. Parkeren Het tweede onderwerp ten aanzien waarvan onderhavig paraplubestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader is parkeren.

Vanwege de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014 op 29 november 2014 is de wettelijke grondslag voor het opnemen van stedenbouwkundige voorschriften in de gemeentelijke bouwverordening komen te vervallen. Deze wet regelt dat gemeenten de stedenbouwkundige maatregelen uit de gemeentelijke bouwverordening voor 1 juli 2018 in hun reeds vastgestelde bestemmingsplannen en beheersverordeningen opgenomen moesten hebben om ze nog te kunnen effectueren. Deze overgangstermijn gold niet voor ruimtelijke plannen die werden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 2014. Per 1 juli 2018 zijn alle stedenbouwkundige bepalingen uit de gemeentelijke bouwverordening definitief komen te vervallen. Aangezien parkeerregelingen kunnen worden aangemerkt als stedenbouwkundige bepalingen, is ook de parkeerregeling uit de gemeentelijke bouwverordening van de gemeente Gilze en Rijen definitief komen te vervallen. In niet alle ruimtelijke plannen van de gemeente Gilze en Rijen is een regeling omtrent parkeren opgenomen. Gelet op het vervallen van de parkeerregeling uit de gemeentelijke bouwverordening is het binnen de plangebieden en besluitgebieden van betreffende ruimtelijke plannen niet mogelijk om het gemeentelijke parkeerbeleid te effectueren.

Tevens zijn er ruimtelijke plannen die weliswaar een parkeerregeling bevatten maar waarbij als gevolg van een fixatie in de regels of een statische verwijzing in de regels enkel verouderd parkeerbeleid kan worden toegepast. Tot slot gelden er ook ruimtelijke plannen waarin wel een dynamische verwijzing is opgenomen naar het gemeentelijke parkeerbeleid. De gemeente Gilze en Rijen heeft de wens om te komen tot een uniform en actueel toetsingskader voor het parkeren en laden en lossen. Aangezien het hiervoor noodzakelijk is de bestaande parkeerregeling in een aantal ruimtelijke plannen te laten vervallen, is het niet mogelijk om dit onder het stelsel van de Omgevingswet te doen zonder ook alle regels voor betreffende locaties te laten vervallen.

Hoofdstuk 1

5

Dit heeft aanleiding gegeven om middels onderhavig paraplubestemmingsplan te voorzien in een juridisch-planologisch kader omtrent parkeren. Marga Klompélaan 13, Rijen Aan de Marga Klompélaan 13 in Rijen bevindt zich één pand. In dit pand wordt gewoond. Op 29 maart 1994 is voor de locatie Marga Klompélaan 11-13 een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning met kantoor (nr. B1993/257, corsa: BV000013075). Het daarop volgende bestemmingsplan was ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ (vastgesteld op 18-11-1996). Hierbinnen had de locatie de bestemming ‘Kantoor en woondoeleinden’. Zelfstandig wonen was binnen deze bestemming toegestaan. Uit zowel de verleende vergunning als uit het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ blijkt dat ‘wonen’ een gewenste functie is op de locatie. In het op dit moment geldende bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’ is enkel de bestemming ‘Kantoor’ overgenomen voor het betreffende pand. Omdat de functie wonen eerder via een vergunning en via het bestemmingsplan is toegestaan, is het voorstelbaar de locatie te bestemmen als ‘Wonen’. Dit heeft aanleiding gegeven om de locatie aan de Marga Klompélaan 13, Rijen middels onderhavig paraplubestemmingsplan te bestemmen met de bestemming ‘Wonen’. Hiermee wordt het pand bestemd met de hiervoor gewenste bestemming.

Hierbij wordt tevens een afwijkende dakvorm, waarover het pand beschikt, toegestaan. Hoofdstraat 59, Rijen Op 19 april 1993 is het bestemmingsplan ‘Kerngebied Rijen’ vastgesteld. Op 7 december 1993 is dit bestemmingsplan goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. In dit bestemmingsplan is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Op 27 mei 2013 is het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ vastgesteld. In bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ is een aantal objecten aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. In de papieren versie van de bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. In het elektronische document, zoals dat raadpleegbaar is via www.ruimtelijkeplannen.nl, kent het pand Hoofdstraat 59, Rijen deze aanduiding niet, terwijl wel sprake is van een cultuurhistorisch waardevol gebouw. Op grond van artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geldt dat indien het elektronische document tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, het elektronische document leidend is. Dit betekent dat de cultuurhistorische waarden van het pand Hoofdstraat 59, Rijen op dit moment niet worden beschermd in juridisch-planologisch opzicht, ondanks dat in de papieren versie van het plan deze bescherming wel is geborgd.

Om deze bescherming in juridischplanologisch opzicht te borgen, heeft de gemeente ervoor gekozen het betreffende pand in onderhavig paraplubestemmingsplan aan te duiden als cultuurhistorisch waardevol. Hiermee wordt rekening gehouden met de feitelijk aanwezige cultuurhistorische waarde van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen en wordt gezorgd voor een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand.

Hoofdstuk 1

6

Voor een verdere toelichting ten aanzien van de cultuurhistorische waarde van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen wordt verwezen naar paragraaf 4.3.

1.2 Plangebied Dit paraplubestemmingsplan betreft een overkoepelend bestemmingsplan voor die delen van de gemeente Gilze en Rijen waarvoor het meest actuele juridisch-planologische kader op dit moment wordt gevormd door een bestemmings-, wijzigings- of uitwerkingsplan. Dit betreft het gehele gemeentelijk grondgebied. Het plangebied voor onderhavig paraplubestemmingsplan is weergegeven in de navolgende figuur.

Figuur 1: Plangebied onderhavig paraplubestemmingsplan (bron: BRO).

Opgemerkt wordt dat de exacte begrenzing van het plangebied volgt uit de verbeelding die onderdeel uitmaakt van onderhavig paraplubestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

7

1.3 Vigerende ruimtelijke plannen Binnen het plangebied gelden momenteel diverse ruimtelijke plannen. Deze plannen zijn onderliggend aan onderhavig paraplubestemmingsplan en in beginsel nog steeds van toepassing. Onderhavig paraplubestemmingsplan betreft een partiële herziening van deze plannen op bepaalde onderdelen. In dit geval betreft het de regels rondom parkeren en archeologie. Hierbij worden de diverse ruimtelijke plannen welke gelden binnen de planbegrenzing van het paraplubestemmingsplan aangepast of aangevuld met specifieke regels en/of aanduidingen met betrekking tot de thema’s waarop dit paraplubestemmingsplan ziet. Voor het overige blijven de desbetreffende ruimtelijke plannen van kracht. Alleen die onderdelen van deze plannen waarover expliciet iets over wordt gezegd in de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan worden hierbij dus gewijzigd of aangevuld.

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin relevant rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid wordt beschreven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van de onderwerpen in dit paraplubestemmingsplan gegeven. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse milieukundige en planologische aspecten die van belang zijn in het kader van dit paraplubestemmingsplan. In hoofdstukken 3 en 5 is de (juridische) toelichting op de opzet van het paraplubestemmingsplan gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

8

2.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het paraplubestemmingsplan toegelicht. Het paraplubestemmingsplan wordt tevens aan dit beleidskader getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

2.1 Rijksbeleid Algemeen In onderhavig paraplubestemmingsplan zijn de volgende zaken juridisch-planologisch geregeld:  een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie;  een uniform en actueel toetsingskader ten aanzien van parkeren en laden en lossen;  het bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’;  het juridisch-planologisch borgen van de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen. Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt. Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de gebruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings- uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat in zoverre tevens niet wordt voorzien in extra mogelijkheden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Met bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’ wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie.

Tevens wordt aangesloten bij het gegeven dat het zelfstandig bewonen van het pand op dit adres in het verleden is toegestaan op grond van het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ en een verleende vergunning. De aard en omvang van deze wijziging in het juridisch-planologische kader voor deze locatie is zodanig dat geen sprake is van (extra mogelijkheden voor) nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Daarom is het niet noodzakelijk in het kader van onderhavig paraplubestemmingsplan een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Er is om die reden dan ook geen sprake is van (extra mogelijkheden voor)

Hoofdstuk 2

9

nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Daarom is het niet noodzakelijk in het kader van onderhavig paraplubestemmingsplan een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen. Gezien de aard van onderhavig paraplubestemmingsplan zijn er in beginsel geen rijksbelangen in het geding. Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro/Rarro) Binnen het plangebied zijn het militair oefenterrein Vijf Eiken en het militair luchtvaartterrein Vliegbasis Gilze-Rijen aanwezig. Het militair oefenterrein Vijf Eiken is conform de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) als ‘militair terrein’ aangewezen. In figuur 2 is dit weergegeven. Artikel 2.6.3 van het Barro bepaalt dat in een bestemmingsplan voor een dergelijk terrein geen bestemmingen mogen worden opgenomen, die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dergelijke terreinen.

Figuur 2: ligging militair oefenterrein Vijf Eiken op basis van Rarro (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

De vliegbasis Gilze-Rijen is in het Rarro aangewezen als ‘militair luchtvaartterrein’. Dit is op figuur 3 weergegeven. Artikel 2.6.4 van het Barro bepaalt dat in een bestemmingsplan voor een dergelijk terrein geen bestemmingen mogen worden opgenomen, die een belemmering kunnen vormen voor de functionele bruikbaarheid van dergelijke terreinen.

Hoofdstuk 2

10

Figuur 3: ligging vliegbasis Gilze-Rijen op basis van Rarro (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Met het oog op het bepaalde in artikel 2.6.3 en 2.6.4 van het Barro, wordt de werking van de regeling voor parkeren en laden en lossen op beide terreinen uitgesloten in de planregels. Op de verbeelding zijn hiertoe zones opgenomen (aanduidingen ‘overige zone – militair terrein’ en ‘overige zone – vliegbasis’). Op deze wijze wordt voldaan aan het Barro en het Rarro.

2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse Leefomgeving vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen.

Hoofdstuk 2

11

Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden:  gaan voor meerwaarde-creatie;  gaan voor technische én sociale innovatie;  gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;  gaan voor steeds beter;  gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel. De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd:  Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”.  Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen.

Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”. De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd:  werken aan de Brabantse energietransitie;  werken aan een klimaatproof Brabant;  werken aan de slimme netwerkstad;  werken aan een concurrerende, duurzame economie. Doorwerking plangebied Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt. Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de gebruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings-, uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dat betekent dat in zoverre tevens niet wordt voorzien in extra mogelijkheden voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

Met bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’ wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Tevens wordt aangesloten bij het gegeven dat het zelfstandig bewonen van het pand op dit adres in het verleden is

Hoofdstuk 2

12

toegestaan op grond van het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ en een verleende vergunning. De aard en omvang van deze wijziging in het juridisch-planologische kader voor deze locatie is zodanig dat geen sprake is van (extra mogelijkheden voor) nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Er bestaat hiermee geen strijdigheid met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Er is om die reden dan ook geen sprake is van (extra mogelijkheden voor) nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Dit leidt tot het oordeel dat geen sprake is van strijdigheid met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 2.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld.

De Interim omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken van een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant. Doorwerking plangebied Een belangrijk deel van de planregels van onderhavig paraplubestemmingsplan ziet op het bieden van een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie, parkeren en laden en lossen. Door het bieden van een toetsingskader ten aanzien van archeologie en archeologische waarden wordt vormgegeven aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Specifiek wordt bijgedragen aan het behoud van de waarden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, van dit artikel. Hierbij is sprake van toepassing van de lagenbenadering als bedoeld in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In onderhavig geval heeft de toepassing van deze lagenbenadering specifiek betrekking op de effecten als beschreven in artikel 3.7, tweede lid, onderdeel a (effecten op de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden). Hiermee wordt met onderhavig paraplubestemmingsplan aangesloten bij de principes als verwoord in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

Hoofdstuk 2

13

Met bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’ wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Tevens wordt aangesloten bij het gegeven dat het zelfstandig bewonen van het pand op dit adres in het verleden is toegestaan op grond van het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ en een verleende vergunning. De aard en omvang van deze wijziging in het juridisch-planologische kader voor deze locatie is zodanig dat geen sprake is van (extra mogelijkheden voor) nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Het toevoegen van een woonbestemming op de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen vindt bovendien plaats binnen gebied dat in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is aangemerkt als ‘Stedelijk gebied’. Er bestaat hiermee geen strijdigheid met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’.

Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Er is om die reden dan ook geen sprake is van (extra mogelijkheden voor) nieuwe stedelijke ontwikkelingen en er is geen sprake van strijdigheid met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen Op 17 juni 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Gilze en Rijen de ‘Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen’ vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid zijn vastgelegd voor het stedelijk gebied van de gemeente Gilze en Rijen. Deze visie bevat geen concreet beleid omtrent archeologie. Parkeren komt als onderwerp op enkele punten in de visie terug. Zo is een beleidsuitgangspunt ten aanzien van perifere detailhandel dat parkeermogelijkheden ‘voor de deur’ aanwezig moeten zijn benoemd in de visie. Ook wordt er ten aanzien van verschillende deelgebieden kort ingegaan op de parkeren. Meer specifiek parkeerbeleid, bijvoorbeeld met betrekking tot het voorzien in voldoende parkeergelegenheid, is niet opgenomen in de Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen’ maar in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’. Verder wordt in de structuurvisie behoud van cultuurhistorische waarden benoemd als doelstelling ter verbetering van de kwaliteit van de woonomgeving.

Met het introduceren van een juridisch-planologische bescherming van de cultuurhistorische waarden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen wordt aangesloten bij deze doelstelling.

Hoofdstuk 2

14

2.3.2 Archeologisch beleid Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen beschikt over eigen archeologisch beleid. Voor een beschrijving van dit beleid wordt verwezen naar paragraaf 4.2. Zoals beschreven in paragraaf 1.1 heeft het gemeentelijke archeologische beleid slechts in een beperkt deel van de vigerende ruimtelijke plannen doorwerking gevonden. Dit leidt ertoe dat het meest recente archeologische beleid niet volledig juridisch kan worden geëffectueerd. Voorliggend paraplubestemmingsplan bevat een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie aan de hand waarvan het archeologische beleid wel adequaat kan worden geëffectueerd. 2.3.3 Parkeerbeleid Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft haar parkeernormen vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’ (hierna ook: de Nota). In de Nota zijn parkeernormen voor verschillende functies opgenomen. De parkeernormen zijn geformuleerd aan de hand van verschillende uitgangspunten, waaronder:  Parkeren op eigen terrein: bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt de parkeervraag in basis op eigen terrein gerealiseerd of, ingeval van grootschalige ontwikkelingen, binnen het plangebied;  Minimale grens: Een berekende parkeerbehoefte kan een minimale of een maximale grens zijn. Uitgangspunt in Gilze en Rijen is de minimale grens.

De minimale grens houdt in dat het berekende aantal parkeerplaatsen de ondergrens is. Als men meer parkeerplaatsen wil realiseren dan de norm aangeeft, is dat toegestaan. Er mogen echter niet minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd;  Faciliterend parkeerbeleid: Het uitgangspunt is faciliterend parkeerbeleid. De huidige situatie is daarbij het gegeven. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op de bestaande parkeervraag. Het oplossen van eventuele bestaande parkeerdrukproblemen worden niet bij een initiatiefnemer neergelegd (zoals dit bij sturend parkeerbeleid wel het geval is). In de Nota wordt een gebiedsindeling gehanteerd. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de gebieden ‘centrum’ en ‘overig’. De parkeernormen voor het gebiedstype ‘overig’ gelden hierbij voor de rest van de bebouwde kom en het buitengebied. De gemeente Gilze en Rijen conformeert zich aan de Nota. Hierbij merkt de gemeente op dat sommige ontwikkelingen vragen om maatwerk en flexibiliteit. In bepaalde gevallen wil het college flexibel omgaan met de parkeereis en in andere gevallen wil het college juist maatwerk bieden met betrekking tot de invulling van de parkeereis. Om dit maatwerk mogelijk te maken zijn in de Nota een aantal maatwerkbepalingen opgenomen. Deze hebben betrekking op:  Maatwerk parkeereis: de gemeente wil flexibel omgaan met ontwikkelingen met een geringe parkeereis.

Dit betekent dat er vrijstelling wordt verleend voor alle ontwikkelingen met een resterende parkeereis van minder dan 1,5 parkeerplaats. Het leveren van een financiële vergoeding en/of het uitvoeren van een parkeerdrukonderzoek is in dat geval niet noodzakelijk;

Hoofdstuk 2

15

Maatwerk voor verplichting eigen terrein: Een ontwikkeling moet in de basis voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Soms is deze eis niet haalbaar. Voor ontwikkelingen met een resterende parkeereis groter of gelijk dan 1,5 parkeerplaats, moet een ontwikkelaar onderbouwd aangeven waarom deze niet op eigen terrein gerealiseerd kan worden. In dat geval komt hij mogelijk in aanmerking voor maatwerk; Hardheidsclausule: Het college van burgemeester en wethouders kan voor bepaalde ontwikkelingen besluiten gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het gaat daarbij om ontwikkelingen die bijzonder waardevol zijn voor de gemeente Gilze en Rijen maar die niet passen binnen de parkeernormen en/of de mogelijkheden voor maatwerk; Overgangsregeling: Voor bestaande bouwinitiatieven wordt een overgangsregeling gehanteerd. De oude parkeerkencijfers blijven van toepassing op aanvragen die zijn ontvangen voor de inwerkingtreding van de Nota.

Het is niet in alle gevallen mogelijk om het meest recente parkeerbeleid te effectueren. De reden hiervoor zijn reeds benoemd in paragraaf 1.1. Om het meest recente parkeerbeleid in alle gevallen te kunnen effectueren, is daarom een uniforme regeling omtrent parkeren en laden en lossen opgenomen in onderhavig paraplubestemmingsplan. In deze regeling is een dynamische verwijzing opgenomen naar het parkeerbeleid van de gemeente Gilze en Rijen. In hoofdstuk 3 van deze toelichting wordt de gekozen regeling nader toegelicht.

Hoofdstuk 2

16

3.

PLANBESCHRIJVING Binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Gilze en Rijen geldt een veelheid aan ruimtelijke plannen, waaronder een verscheidenheid aan bestemmings-, uitwerkings- en/of wijzigingsplannen en één beheersverordening. De binnen op dit moment binnen de gemeentegrenzen geldende bestemmings-, uitwerkings- en wijzigingsplannen zijn onderliggend aan voorliggend paraplubestemmingsplan. Onderhavig paraplubestemmingsplan bevat:  een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie;  een uniform en actueel toetsingskader ten aanzien van parkeren en laden en lossen;  het bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’;  het juridisch-planologisch borgen van de bescherming van de cultuurhistorische waarden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen. In het vervolg van dit hoofdstuk is een nadere toelichting opgenomen ten aanzien van beide toetsingskaders zoals deze zijn opgenomen in onderhavig paraplubestemmingsplan. Archeologie De gemeente Gilze en Rijen beschikt over eigen beleid op het gebied van archeologie. Onderdeel van dit archeologische beleid is een archeologische beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn meerdere archeologische kaarteenheden, variërend van een hoge archeologische verwachting tot een lage archeologische verwachting en archeologische waarden, weergegeven.

In totaal zijn er 12 verschillende archeologische waarden- en verwachtingszones op de beleidskaart opgenomen. Elke beleidscategorie heeft een eigen kleur en nummer gekregen. De 12 beleidscategorieën zijn in onderhavig paraplubestemmingsplan vertaald naar 7 verschillende archeologische dubbelbestemmingen. Het betreft hierbij de archeologische dubbelbestemmingen. Het betreft hierbij de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’, ‘Waarde – Archeologie 2a’, ‘Waarde – Archeologie 2b’, ‘Waarde – Archeologie 3a’, ‘Waarde – Archeologie 3b’, ‘Waarde – Archeologie 4’ en ‘Waarde – Archeologie 5’. In de tabel op de volgende pagina is aangegeven op wijze de beleidscategorieën zijn vertaald naar archeologische dubbelbestemmingen. Voor specifieke locaties binnen de gemeente Gilze en Rijen geldt dat reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd, maar dat dit onderzoek nog niet is afgerond. Dat wil zeggen dat op basis van het vooronderzoek nog vervolgonderzoek noodzakelijk is. Voor betreffende locaties zijn in onderhavig paraplubestemmingsplan maatwerkregimes opgenomen. Dit is in beginsel gebeurd middels het opnemen van aanduidingen op de verbeelding van onderhavig paraplubestemmingsplan, tenzij een beoogd maatwerkregime voor een locatie overeenkwam met het regime voor één van de archeologische dubbelbestemmingen.

Wanneer dit laatste het geval was, is ervoor gekozen voor een dergelijke locatie geen aanduiding op de verbeelding op te nemen maar om hiervoor een archeologische dubbelbestemming te hanteren.

Hoofdstuk 3

17

Figuur 4: vertaling archeologische beleidskaart naar dubbelbestemmingen (bron: BAAC/BRO)

Daarnaast zijn er locaties waarvoor na vaststelling van de archeologische beleidskaart archeologisch onderzoek is uitgevoerd en die naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek zijn vrijgegeven. Ook in deze gevallen wordt een maatwerkregime gehanteerd, in die zin dat geen archeologische dubbelbestemming (meer) wordt gehanteerd voor de vrijgegeven locaties. Aangezien het archeologisch onderzoek voor de locaties waarvoor een maatwerkregime is opgenomen pas is uitgevoerd na vaststelling van de archeologische beleidskaart, zijn de maatwerkregimes niet als zodanig te herkennen op de archeologische beleidskaart. BAAC heeft geïnventariseerd en inzichtelijk gemaakt voor welke locaties maatwerkregimes dienen te worden gehanteerd. In onderstaand overzicht is aangegeven welke locaties het betreft. Hierbij is tevens aangegeven welke vertaalslag er heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 3

18

Figuur 5: Inventarisatiekaart maatwerkregimes (bron: BAAC/BRO).

Vanwege het hanteren van maatwerkregimes voor locaties waar reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd maar waar dit onderzoek nog niet is afgerond is er is er, aanvullend op de archeologische dubbelbestemmingen die een vertaling zijn van de beleidscategorieën uit de archeologische beleidskaart, ook een bestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ opgenomen in de regels van onderhavig paraplubestemmingsplan. Tot slot zijn er locaties waarvoor weliswaar archeologisch onderzoek is uitgevoerd, maar waarbij het archeologisch onderzoek nooit is voorgelegd aan de gemeente. Daarom heeft de gemeente Gilze en Rijen nooit een selectiebesluit ten aanzien van de locaties kunnen nemen. In de bijlagen is aangegeven om welke locaties het gaat. Een uitsnede uit de in de bijlagen opgenomen kaart is weergegeven in de navolgende figuur.

Hoofdstuk 3

19

Figuur 6: Locaties waarvoor wel archeologisch onderzoek is uitgevoerd maar geen selectiebesluit is genomen (in blauw; bron: BAAC).

Zoals vermeld in de tabel met daarin de vertaling van beleidscategorieën uit de archeologische beleidskaart naar archeologische dubbelbestemmingen zijn er geen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen voor archeologische monumenten. De reden hiervoor is dat deze archeologische monumenten anderszins worden beschermd. Archeologische monumenten komen binnen het plangebied overigens ook niet voor. Parkeren De gemeente Gilze en Rijen beschikt over eigen beleid omtrent parkeren en laden en lossen. Dit beleid is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’ (hierna ook: de Nota). In de Nota zijn parkeernormen voor verschillende functies opgenomen. Uitgangspunt is dat op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Op basis van de Nota kan van dit uitgangspunt onder omstandigheden worden afgeweken. In hoofdstuk 3 van de parkeernota zijn enkele mogelijkheden tot maatwerk opgenomen, die het college in voorkomende gevallen kan toepassen.

Hoofdstuk 3

20

Het gaat hierbij om:  maatwerk met betrekking tot de parkeereis;  maatwerk met betrekking tot het (niet kunnen) realiseren van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;  een hardheidsclausule;  een overgangsregeling voor bestaande bouwinitiatieven. Voor een verdere toelichting op de hierboven genoemde maatwerkbepalingen wordt verwezen naar subparagraaf 2.3.3 van deze bestemmingsplantoelichting en naar hoofdstuk 3 van de Nota. Het is niet in alle gevallen mogelijk om het meest recente parkeerbeleid te effectueren. De redenen hiervoor zijn reeds benoemd in paragraaf 1.1. Om het meest recente parkeerbeleid in alle gevallen te kunnen effectueren, is daarom een uniforme regeling omtrent parkeren en laden en lossen opgenomen in onderhavig paraplubestemmingsplan. Concreet gezien is geregeld dat bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van het bouwen van een bouwwerk waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het planologisch regime moet worden verzekerd dat in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien. Dit betekent ten minste dient te worden voldaan aan de parkeernormen en uitgangspunten als opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’.

Dit kan al dan niet door middel van het toepassen van de in de Nota opgenomen mogelijkheden tot maatwerk. De afweging om de mogelijkheden tot maatwerk al dan niet toe te passen wordt dan op dezelfde wijze en volgens dezelfde criteria (zoals opgenomen in de Nota) gedaan als thans het geval is. Hiervoor is geen separate omgevingsvergunning om af te wijken van het paraplubestemmingsplan nodig. Het kan in bepaalde gevallen wenselijk zijn om, indien er concrete omstandigheden aan de orde zijn en de mogelijkheden tot maatwerk uit de Nota niet toereikend zijn, toch een omgevingsvergunning te kunnen verlenen zonder dat aan de gestelde parkeernorm op eigen terrein wordt voldaan. Daarom is het wenselijk om in de parkeerregeling in het paraplubestemmingsplan een mogelijkheid op te nemen om in bijzondere omstandigheden van het parkeerbeleid te kunnen afwijken. Als voorwaarde wordt hiervoor gesteld dat moet worden onderbouwd dat dit de bereikbaarheid niet onevenredig aantast. Ook geldt in een dergelijk geval altijd de eis dat er sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening. Tot slot is bepaald dat indien het gemeentelijke parkeerbeleid gedurende de werking van onderhavig paraplubestemmingsplan wordt gewijzigd, bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening wordt gehouden met deze wijziging.

Het opnemen van deze laatste bepaling maakt de verwijzing naar het gemeentelijke parkeerbeleid dynamisch. Zodoende kan altijd het meest actuele beleid worden toegepast en kan worden ingespeeld op toekomstige trends, ontwikkelingen en inzichten, zonder dat hiervoor telkens van het planologisch regime moet worden afgeweken.

Hoofdstuk 3

21

Marga Klompélaan 13, Rijen Zoals reeds beschreven in paragraaf 1.1 van deze toelichting bevindt zich aan de Marga Klompélaan 13 in Rijen één pand. Op 29 maart 1994 is voor de locatie Marga Klompélaan 11-13 een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een woning met kantoor (nr. B1993/257, corsa: BV000013075). Het daarop volgende bestemmingsplan was ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ (vastgesteld op 18-111996). Hierbinnen had de locatie de bestemming ‘Kantoor en woondoeleinden’, zie figuur 7. Zelfstandig wonen was binnen deze bestemming toegestaan. Uit zowel de verleende vergunning als uit het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ blijkt dat ‘wonen’ een gewenste functie is op de locatie.

Figuur 7: uitsnede verbeelding voorgaand bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ (vastgesteld op 18-11-1996) ter plaatse van de locatie Marga Klompélaan 13 te Rijen

In het op dit moment geldende bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’ is enkel de bestemming ‘Kantoor’ overgenomen voor het betreffende pand. Omdat de functie wonen eerder via een vergunning en via het bestemmingsplan is toegestaan, heeft de gemeente het voorstelbaar geacht de locatie te bestemmen als ‘Wonen’. Ruimtelijk gezien is een woonfunctie namelijk passend in de omgeving. In de directe omgeving van de locatie staan voornamelijk woningen. Daarnaast maakt de locatie deel uit van de woonwijk ‘Vliegende Vennen’. Vliegende Vennen is een woonwijk, waarin de nadruk ligt op de functie wonen. Hierdoor is er geen nadruk op het behoud van een verscheidenheid aan functies. In lijn hiermee is het volledige perceel aan de Marga Klompélaan 13, Rijen in onderhavig paraplubestemmingsplan bestemd met de bestemming ‘Wonen’. Voor de begrenzing van het bouwvlak en de toegestane goot- en bouwhoogten is aansluiting gezocht bij hetgeen is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’. De enkelbestemming ‘Kantoor’ komt hiermee op deze locatie te vervallen. Het hoofdgebouwen aan de Marga Klompélaan 13 is voorzien van een afwijkende dakvorm. Dit was bij het verlenen van de vergunning op 29 maart 1994 al het geval. Dit is nu echter niet rechtstreeks

Hoofdstuk 3

22

toegestaan in het geldende bestemmingsplan ‘Woongebied Rijen’. Artikel 17.2.1 onder f. stelt namelijk dat een woning een hellingshoek van 35-60 graden moet hebben. Artikel 25.2 bevat een ‘bestaande maten’ regeling. Deze ziet echter alleen op afstanden, bouwhoogten, aantallen of oppervlakten van bestaande legale bouwwerken. Het betreft hier een afwijkende hellingshoek. Om deze omissie te herstellen wordt in dit paraplubestemmingsplan een specifieke regeling opgenomen, waarmee de bestaande afwijkende hellingshoek positief wordt bestemd conform de in 1994 verleende vergunning. Hoofdstraat 59, Rijen Op 19 april 1993 is het bestemmingsplan ‘Kerngebied Rijen’ vastgesteld. Op 7 december 1993 is dit bestemmingsplan goedgekeurd door Gedeputeerde Staten. In dit bestemmingsplan is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’. Op 27 mei 2013 is het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ vastgesteld. In bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ is een aantal objecten aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’. In de papieren versie van de bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ is het pand Hoofdstraat 59, Rijen aangeduid als ‘cultuurhistorisch waardevolle bebouwing’.

In het elektronische document, zoals dat raadpleegbaar is via www.ruimtelijkeplannen.nl, kent het pand Hoofdstraat 59, Rijen deze aanduiding niet, terwijl wel sprake is van een cultuurhistorisch waardevol gebouw. Zoals beschreven in paragraaf 1.1 is de elektronische versie van het bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’ leidend. Dit betekent dat de cultuurhistorische waarden van het pand Hoofdstraat 59, Rijen op dit moment niet worden beschermd in juridisch-planologisch opzicht, ondanks dat in de papieren versie van het plan deze bescherming wel is geborgd. Om deze waarden toch te borgen, is ervoor gekozen in onderhavig paraplubestemmingsplan ter plaatse van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen een aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - bouwhistorische waarde’ op te nemen. In de planregels is een koppeling gelegd met deze aanduiding. Hiermee wordt rekening gehouden met de feitelijk aanwezige cultuurhistorische waarde van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen en wordt gezorgd voor een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Voor het overige wordt op deze locatie aangesloten bij hetgeen bepaald is in het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. De regels van dat bestemmingsplan blijven van toepassing.

Hoofdstuk 3

23

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse omgevingsaspecten aangehaald. Het paraplubestemmingsplan wordt aan deze elementen getoetst. Een en ander dient ter onderbouwing waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening bij de in onderhavig paraplubestemmingsplan opgenomen planologische mogelijkheden. Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt. Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de gebruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings- uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Met bestemmen van de locatie Marga Klompélaan 13, Rijen met de bestemming ‘Wonen’ wordt de juridisch-planologische situatie in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Tevens wordt aangesloten bij het gegeven dat het zelfstandig bewonen van het pand op dit adres in het verleden is toegestaan op grond van het vorige bestemmingsplan ‘Vliegende Vennen Noord en Zuid’ en een verleende vergunning.

Deze wijziging in het juridisch-planologie kader heeft ruimtelijk-functioneel een dusdanig beperkte impact dat nadere onderzoeken op het gebied van waarden en milieuhygiëne niet noodzakelijk zijn. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Betreffende wijziging in het juridisch-planologie kader heeft ruimtelijk-functioneel een dusdanig beperkte impact dat nadere onderzoeken op het gebied van waarden en milieuhygiëne niet noodzakelijk zijn. Gelet op het hiervoor beschrevene is de aard van onderhavig bestemmingsplan hoofdzakelijk consoliderend. Dit betekent dat op voorhand kan worden gesteld dat de meeste omgevingsaspecten, met uitzondering van verkeer en parkeren, archeologie en cultuurhistorie, minder relevant zijn in het kader van onderhavig paraplubestemmingsplan.

Hoofdstuk 4

24

4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bepaald wat de effecten van onderhavig paraplubestemmingsplan op de verkeersaantrekkende werking van de functies binnen het plangebied zijn. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van CROW-publicatie 381. Deze kengetallen geven een indicatie van de met het paraplubestemmingsplan gepaard gaande extra verkeersgeneratie. Ook bieden ze richtlijnen voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen. Gemeenten kunnen er echter ook voor kiezen om zelf parkeernormen vaststellen. De gemeente Gilze en Rijen heeft ervoor gekozen om zelf parkeernormen vast te stellen. De meest actuele gemeentelijke parkeernormen voor de gemeente Gilze en Rijen zijn opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’. De doelstelling waarmee deze nota is opgesteld is het bieden van een toetsingskader voor het bepalen van de parkeerbehoefte van ruimtelijke plannen en ontwikkelingen in de gemeente Gilze en Rijen om daarmee de bereikbaarheid en leefbaarheid te waarborgen. Met behulp van dit toetsingskader moet worden voorkomen dat als gevolg van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen parkeerproblemen in de openbare ruimte ontstaan. De parkeernormen voor diverse functies zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze nota.

Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen parkeernormen voor twee verschillende gebiedstypen: ‘centrum’ en ‘overig’. In de nota is ten aanzien hiervan een gebiedsindeling opgenomen. Vermeld dient te worden dat de opgenomen parkeernormen minimale parkeernormen zijn en dat de parkeerbehoefte in beginsel op eigen terrein dient te worden gerealiseerd. 4.1.2 Onderzoek Verkeer Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt. Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de gebruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings- uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het opnemen van een toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen leidt dan ook niet tot veranderingen in de verkeersgeneratie van de functies binnen het plangebied van onderhavig paraplubestemmingsplan. Met het bestemming van de locatie aan de Marga Klompélaan 13, Rijen wordt de woning die feitelijk gezien al op dit adres aanwezig is ook juridisch-planologisch bestemd voor ‘Wonen’.

De juridisch-planologische situatie wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Omdat de functie wonen eerder via een vergunning en via het bestemmingsplan is toegestaan, is ook het voorstelbaar de locatie te bestemmen voor ‘Wonen’. Door het bestemmen van deze locatie voor ‘Wonen’

Hoofdstuk 4

25

neemt hierdoor feitelijk gezien niet toe. Dit betekent dat hierdoor ook geen feitelijke toename in de verkeersgeneratie wordt veroorzaakt. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Daarom gaat deze wijziging in het juridisch-planologische regime niet gepaard met een verandering in de verkeersgeneratie. Gelet op het hiervoor beschrevene kan een verdere kwantitatieve onderbouwing ten aanzien van het deelaspect verkeer achterwege blijven. Bij de realisatie van nieuwe functies en/of het toestaan van nieuwe rechtstreekse gebruiksmogelijkheden zal per specifiek geval moeten worden bekeken of sprake is van een mogelijke toename in de verkeersgeneratie.

Parkeren Onderhavig paraplubestemmingsplan is onder andere opgesteld omdat het parkeerbeleid van de gemeente Gilze en Rijen, als vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen Gilze en Rijen 2017’, op dit moment niet in alle gevallen kan worden geëffectueerd. Hiervoor zijn, indien dit laatste het geval is, verschillende redenen. Het gaat hierbij om één of meerdere van de volgende redenen:  In niet alle ruimtelijke plannen van de gemeente Gilze en Rijen is een regeling omtrent parkeren opgenomen.  De parkeerregeling uit de gemeentelijke bouwverordening is per 1 juli 2018 komen te vervallen. Hierdoor kan niet worden teruggevallen op deze regeling.  In sommige ruimtelijke plannen is weliswaar een parkeerregeling opgenomen, maar als gevolg van een fixatie of een statische verwijzing in de regels van deze plannen kan enkel verouderd parkeerbeleid worden toegepast. Onderhavig paraplubestemmingsplan draagt ertoe bij dat het meest recente parkeerbeleid kan worden geëffectueerd op locaties waarvoor bestemmings-, uitwerkings- of wijzigingsplan het meest actuele juridisch-planologische kader vormt. Door het middels onderhavig paraplubestemmingsplan voorzien in een uniform en actueel planologisch toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen worden geen nieuwe (hoofd)functies mogelijk gemaakt.

Ook vindt er hiermee geen verruiming plaats van de gebruiksmogelijkheden van bestaande functies. In zoverre voorziet onderhavig paraplubestemmingsplan, ten opzichte van de reeds voor het plangebied vigerende bestemmings- uitwerkings- en wijzigingsplannen, niet in nieuwe planologische mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het opnemen van een toetsingskader met betrekking tot archeologie en parkeren en laden en lossen leidt dan ook niet tot veranderingen in de parkeerbehoefte van de functies binnen het plangebied van onderhavig paraplubestemmingsplan.

Hoofdstuk 4

26

Met het bestemming van de locatie aan de Marga Klompélaan 13, Rijen wordt de woning die feitelijk gezien al op dit adres aanwezig is ook juridisch-planologisch bestemd voor ‘Wonen’. De juridisch-planologische situatie wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de feitelijke situatie. Omdat de functie wonen eerder via een vergunning en via het bestemmingsplan is toegestaan, is ook het voorstelbaar de locatie te bestemmen voor ‘Wonen’. Door het bestemmen van deze locatie voor ‘Wonen’ neemt hierdoor feitelijk gezien niet toe. Dit betekent dat hierdoor ook geen feitelijke toename in de parkeerbehoefte wordt veroorzaakt. Middels het aanduiden van het pand aan de Hoofdstraat 59, Rijen als cultuurhistorisch waardevol wordt voorzien in een adequaat beschermingsregime ten aanzien van dit cultuurhistorisch waardevolle pand. Bovendien wordt hiermee bewerkstelligd dat het beschermingsregime zoals dit elektronisch raadpleegbaar is via ruimtelijkeplannen.nl overeenkomst met het beschermingsregime zoals oorspronkelijk beoogd in het kader van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied Rijen’. Met het voorzien in dit beschermingsregime wordt niet voorzien in nieuwe functies, functiewijzigingen en/of nieuwe gebruiksmogelijkheden. Daarom gaat deze wijziging in het juridisch-planologische regime niet gepaard met een verandering in de parkeerbehoefte.

Bij de realisatie van nieuwe functies en/of het toestaan van nieuwe rechtstreekse gebruiksmogelijkheden zal per specifiek geval moeten worden bekeken in hoeverre wordt voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid. 4.1.3 Conclusie Er is geen sprake van belemmeringen met betrekking tot het aspect verkeer en parkeren.

4.2 Archeologie 4.2.1 Toetsingskader Europese Unie (voormalig: Raad van Europa) Verdrag van Malta Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ of ‘Verdrag van Valletta’ genoemd. Het ‘Verdrag van Malta’ heeft als doel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. Uitgangspunt van dit verdrag is om het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ (ter plekke in de bodem) te behouden. Sindsdien geldt dat waar dit niet mogelijk is, het bodemarchief met zorg ontsloten dient te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de planologische besluitvormingsprocessen. De veroorzaker van de bodemverstoring is verantwoordelijk voor het vroegtijdig (laten) uitvoeren van archeologisch onderzoek en de financiering daarvan (het ‘veroorzaker betaalt principe’). Onderzoek

Hoofdstuk 4

27

moet worden uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerde instantie en worden afgesloten met een schriftelijke wetenschappelijke verslaglegging. Een informatieplicht is vastgelegd in de vorm van verplichte uitwisseling van informatie en het actueel houden van een databank met archeologische gegevens. Dit is een taak die bij het Rijk is belegd. Rijk Monumentenwet 1988 en Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 Het ‘Verdrag van Malta’ is in 1998 door Nederland geratificeerd (Monumentenwet 1988) en op 1 september 2007 via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz wijzigt onder andere de Monumentenwet 1988, waardoor overheden bij bodemingrepen verplicht rekening moesten gaan houden met in de bodem (te verwachten) archeologische waarden. Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Het doel van de Wamz is om archeologische resten waar nodig te beschermen, zonder daarbij meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk. Vergeleken met de doelstelling van het ‘Verdrag van Malta’ kent de Wamz een nuancering. De wetgever geeft namelijk aan dat de bescherming van archeologie naar verhouding dient te zijn. Dit geeft ruimte voor een belangenafweging. De uitgangspunten van de Wamz sluiten veelal aan bij het ‘Verdrag van Malta’.

Zo wordt veel waarde gehecht aan behoud en beheer in de bodem. Ook het ‘veroorzaker-betaalt-principe’ is integraal overgenomen. Daarnaast geldt vanuit de wet 100 m² als vrijstellingsgrens ten aanzien van de onderzoeksverplichting voor ‘projecten', wel met dien verstande dat de gemeenteraad een hiervan afwijkende beargumenteerde andere oppervlakte kan vaststellen. De bevoegdheid ten aanzien van de omgang met het bodemarchief is sindsdien dus in de meeste gevallen bij de gemeentelijke overheden komen te liggen. Gemeenten moeten sindsdien bij het vaststellen van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden: één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. De Erfgoedwet bundelt eerdere wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden tenminste worden gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt samen met de toekomstige Omgevingswet de opvolger van de Monumentenwet 1988 en daarmee ook van de Wamz. Laatstgenoemde twee wetten zijn derhalve met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet grotendeels vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13578620/1