CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Startnotitie warmteprogramma Gilze en Rijen

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorsel startnotitie warmteprogramma Gilze en Rijen1.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Startnotitie Warmteprogramma Gemeente Gilze en Rijen

1. Aanleiding en context Startnotitie Voor het Warmteprogramma gaat de gemeente Gilze en Rijen voor het eerst met een startnotitie werken. Hierdoor wordt de raad in een vroeg stadium van het proces goed in positie gebracht. Aangezien het de eerste keer is dat we met een startnotitie werken, zien we dit als een experiment waarvan we samen kunnen leren.

Warmteprogramma De gemeenteraad van Gilze en Rijen stelde op 20 december 2021 de Transitievisie Warmte vast. Per 1 januari 2026 vervangt de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) de Transitievisie Warmte door een verplicht Warmteprogramma. Dit Warmteprogramma moet uiterlijk op 31 december 2026 worden vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Gilze en Rijen. Het Warmteprogramma ondersteunt de overstap naar aardgasvrij wonen en sluit aan bij landelijke klimaatdoelstellingen: in 2030 moeten 1,5 miljoen woningen verduurzaamd of aardgasvrij zijn en 500.000 extra woningen op een warmtenet zijn aangesloten.

Gemeentelijke regie Het Warmteprogramma is wettelijk verplicht, maar biedt daarnaast ook kansen om als gemeente regie te nemen in deze complexe transitie. Met duidelijke plannen kan draagvlak worden gecreëerd, kunnen investeringen worden gestimuleerd en kan er worden gewerkt aan een eerlijke en haalbare ‘warmte’-toekomst.

Energiesysteemverkenning In Q3 2025 is in opdracht van de gemeente Gilze en Rijen een Energiesysteemverkenning opgestart. Doel is om in kaart te brengen hoe vraag en aanbod van energie er tot 2050 uit kunnen zien, en wat dit betekent voor het inrichten van een energiesysteem dat in balans is. Deze verkenning wordt gelijktijdig ook voor de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau uitgevoerd. Voorgaande onderzoeken vormen de basis voor deze verkenning en is de Energiesysteemverkenning een verrijking hierop.

2. Doel en reikwijdte Doel Het Warmteprogramma biedt een duidelijke en gestructureerde aanpak voor de transitie naar duurzame warmtebronnen.

Scope Het programma richt zich in ieder geval op de gebouwde omgeving: • Woningen (huur en koop) • Utiliteitsbouw • Bestaande bouw Het Warmteprogramma loopt tot 2035 met een doorkijk naar 2050 en wordt elke vijf jaar herijkt.

1

Opgave Op basis van bekende en geschatte energielabels is door DeWarmteTransitieMakers berekend dat er in de gemeente Gilze en Rijen circa 5.984 woningen geïsoleerd moeten worden naar de standaard van energielabel B. Dit aantal betreft het totaal aantal woningen met energielabels C tot en met G.

Gerelateerde thema’s Het Warmteprogramma kan verschillende thema’s raken, waaronder de energie-infrastructuur (ruimte voor leidingen en elektriciteitsstations), landschappelijke inpassing (warmtebuffers, zonnepark) en ook het milieu-geluidsaspect.

3. Participatie De Omgevingswet schrijft niet voor welke vorm participatie moet hebben, maar er moet wel voldaan worden aan een motiveringsplicht. Hierin moet worden onderbouwd hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen betrokken zijn en wat de resultaten hiervan zijn. In januari 2025 hebben de gemeenteraden van Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen een gezamenlijke visie op participatie vastgesteld: “Samen voor een fijne samenleving". In deze visie zijn vijf ambities geformuleerd die leidend zijn in het organiseren van participatietrajecten en in het meedoen aan participatietrajecten van inwoners of andere externe initiatiefnemers. Deze ambities zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Iedereen mag en kan meedoen Participatie staat aan de basis van ons handelen De wederzijdse betrokkenheid van inwoners en de gemeenten vergroten Betrokkenheid en eigenaarschap We zijn omgevingsbewust en werken omgevingsgericht

Participatie voor het warmteprogramma Het warmteprogramma is bindend als beleidsdocument voor gemeenten, maar het heeft pas directe gevolgen voor bewoners en bedrijven zodra een concreet besluit voor een wijk wordt genomen. In de huidige planvormende fase is het daarom niet passend om brede participatie onder alle inwoners te organiseren. In plaats van brede participatie wordt gesproken met vertegenwoordigers van partijen die direct betrokken zijn bij de gebouwde omgeving.

Planning Hieronder worden de processtappen weergegeven die we doorlopen om te komen tot het warmteprogramma. Wanneer we uitvoering gaan geven aan het warmteprogramma, zullen er opnieuw participatiemoment worden ingepland waarbij we de wijk in gaan.

2

Fase 1 en 2 De eerste twee fases zijn vooral gericht op het verzamelen van informatie. Hierin spelen dus vooral de interne stakeholders een rol. Fase 3 In deze fase gaan we samen met een aantal externe stakeholders het gesprek aan. Enexis speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol in het verkennen van de mogelijkheden op het net. Daarnaast onderzoeken we samen met de woningcorporaties de koppelkansen. Tot slot heeft energiecoöperatie: Energie Gilze en Rijen een breed beeld van de gemeente en haar inwoners en speelt zij een grote rol in het vertalen van de gemeentelijke plannen. Fase 4 In fase vier vragen we feedback en advies van bewonersgroepen, wijkverenigingen en de gemeenteraad. Zij dragen geen directe verantwoordelijkheid voor het opstellen van het warmteprogramma, maar spelen wel een belangrijke rol in de toetsing ervan. We doen dit in een tweetrapsraket: nadat we de feedback van de externe stakeholders hebben verwerkt, geven we de raad de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te dienen op de aangepaste conceptversie van het warmteprogramma. Fase 5 Deze fase betreft de formele vaststelling van het warmteprogramma. Gedurende zes weken voorafgaand aan de vaststelling ligt het warmteprogramma ter inzage en kunnen er zienswijzen worden ingediend.

Gemeenteraad: De gemeenteraad wordt op verschillende momenten en op verschillende participatieniveaus meegenomen in het traject richting Warmteprogramma. De volgende participatiemomenten vormen in ieder geval onderdeel van het traject: - Fase 2: Een raadsinformatieavond (oktober 2025). - Fase 3: Deze startnotitie (vaststelling door gemeenteraad in Q4 2025). - Fase 4: Na afronding van het participatieproces onder externe actoren bieden wij het concept warmteprogramma aan de raad aan voor het indienen van wensen en bedenkingen (Q2 &Q3 2026). We informeren de raad over de uitkomsten van het participatieproces middels een participatienotitie. - Fase 5: Na de ter inzage legging informeren we de raad door middel van een raadsinformatiebrief over de ingediende zienswijzen (Q4 2026). Nadat de raad is geïnformeerd middels een RIB neemt het college een besluit.

3

Participatieniveaus Hieronder staan voor elk participatieniveau de desbetreffende actoren en de passende rol in het proces onder elkaar. Erna wordt dit verder toegelicht. Niveau

Rol in proces

Actoren

Meebepalen

Kaders en richting bepalen

College, portefeuillehouder, gemeenteraad, werkgroep, stuurgroep

Meewerken

Inhoudelijke input leveren en keuzes mee vormgeven

Woningbouwcorporatie, Enexis, Energie Gilze Rijen, ambtelijk

Meedenken

Adviseren, ervaringen delen, feedback geven

Gemeenteraad, bewonersgroepen, wijkverenigingen

Meeweten

Via consultatie en communicatie op de hoogte blijven

Inwoners, ondernemers, natuurorganisaties

Werkorganisatie: Het Warmteprogramma is een groot en veelomvattend programma, waar doorlopend aan wordt gewerkt. Er is een Werkgroep opgericht die zich bezighoudt met het opstellen van het warmteprogramma. Daarnaast is er een Stuurgroep opgericht waaraan ook de wethouder deelneemt. Zowel de Werkgroep als de Stuurgroep hebben als rol meebepalen.

Externe stakeholders: Om stappen te kunnen zetten in het vormgeven van het Warmteprogramma, is het belangrijk om ook externe stakeholders te betrekken en te bevragen. Dat zijn de participatiemomenten. Meewerken: Deze groep helpt actief mee aan het realiseren van doelstellingen door taken uit te voeren. - Enexis - Woningbouwcorporatie - Intern ambtelijk - Energie Gilze Rijen Meedenken: Hieronder vallen mensen die adviseren en feedback geven, maar geen directe verantwoordelijkheid dragen voor het opstellen van het warmteprogramma. - Gemeenteraad - Bewonersgroepen zoals de seniorenvereniging, de Verenigingen van Eigenaren en wijkverenigingen - Brabantse Milieufederatie Meeweten: Het is belangrijk dat mensen op de hoogte zijn en blijven, ook al hebben zij geen actieve rol in het totstandkomingsproces. - Woningeigenaren - Dorpsteam - Defensie - Onderwijs - Natuurmonumenten - Natuur- en Landschapsvereniging Gilze en Rijen (NLGR) - Brabants Landschap en Staatsbosbeheer - Makelaars

4

-

Ondernemers Provincie Noord-Brabant Brabant Water Agrariërs / ZLTO

Wanneer de energiesysteemverkenning aanleiding geeft bepaalde stakeholders (zoals de ondernemers) actiever of in een andere fase te betrekken, dan doen we dat. Communicatie Communicatie is erg belangrijk gedurende het gehele proces. De warmtetransitie raakt al onze inwoners. Belangrijk om het perspectief vanuit die inwoners goed mee te nemen en op passende wijze met hen te communiceren. Dit doen we door middel van een nieuwsbrief en artikelen op de gemeentelijke website.

4. Juridische en beleidsmatige kaders Een warmteprogramma moet aansluiten bij verschillende beleidskaders op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Landelijk gaat het om de WGIW (vanaf 2025 verplicht), de Klimaatwet (55% CO₂-reductie in 2030, klimaatneutraliteit in 2050), het Nationaal Warmteprogramma, de aankomende Wet collectieve warmte en de Omgevingswet, die ruimtelijke inpassing, vergunningverlening en participatie van inwoners regelt. Regionaal en lokaal zijn de REKS en de woningbouwopgave belangrijke bouwstenen. Daarnaast spelen randvoorwaarden zoals netcongestie, beschikbare subsidies, klimaatadaptatie en betaalbaarheid voor bewoners een belangrijke rol.

Aanwijsbevoegdheid De aanwijsbevoegdheid geeft gemeenten de mogelijkheid specifieke gebieden aan te wijzen waar de gasvoorziening kan worden beëindigd, om zo de transitie naar duurzame warmtebronnen te versnellen. Indien de gemeente Gilze en Rijen daadwerkelijk deze aanwijsbevoegdheid wil inzetten, zal in een later stadium, bij het vaststellen van het omgevingsplan, hierover een besluit genomen moeten worden.

Milieueffecten rapportage: (plan)MER Een MER (milieueffectrapportage) is een rapport dat de milieugevolgen van een specifiek project of plan analyseert. Een planMER is specifiek voor de milieugevolgen van een plan of programma, zoals het Warmteprogramma. De plan-MER brengt verwachte milieueffecten in kaart van de keuzes die in een Warmteprogramma worden gemaakt, bijvoorbeeld met betrekking tot luchtkwaliteit, geluidshinder en biodiversiteit. De gemeente kan een plan-MERbeoordeling uitvoeren om te bepalen of een milieueffectrapportage nodig is. Deze is met name nodig als er sprake is van een aanpak per wijk (wijkaanpak) of een grootschalige aanpak.

5. Financiële aspecten en middelen Voor het opstellen van het warmteprogramma zijn geen extra middelen nodig. De coördinatie en de invulling van het projectteam, evenals de uitbesteding van de Energiesysteemverkenning, worden gedekt met de CDOKE-gelden. Nadat het warmteprogramma is vastgesteld, volgen de wijkuitvoeringsplannen. Hierbij zal opnieuw gekeken worden naar de financiering van de plannen. Financiën en capaciteit vormen onderdeel van het proces en krijgen een plek in de plannen.

5

6. Risico’s en aandachtspunten Landelijke wetgeving Niet alle landelijke wetgeving in relatie tot het warmteprogramma is vastgesteld. De Wgiw is aangenomen door de Eerste Kamer en treedt op 1 januari 2026 in werking. Het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Dit is een nadere uitwerking van de Wgiw en geeft nadere invulling aan aanwijsbevoegdheid. Het Bgiw moet nog worden gepubliceerd in de Staatscourant en is dan pas definitief. Ook op het gebied van de planMer komen nog nadere richtlijnen. Het warmteprogramma zal uiterlijk in 2026 vastgesteld moeten worden. Dit vraagt om een pragmatische aanpak van het proces, met de mogelijkheid om flexibel mee te kunnen bewegen. Indien nodig vindt bijsturing plaats op basis van nieuwe informatie en wetgeving.

Regionaal Warmtebedrijf Brabant De provincie Noord-Brabant, Enexis en EBN onderzoeken de haalbaarheid van een publiek meerderheidsbelang in een warmtebedrijf voor collectieve warmte. Dit warmtebedrijf moet bijdragen aan een aardgasvrije gebouwde omgeving, in lijn met de aankomende Wet Collectieve Warmte. Voor de gemeente Gilze en Rijen is het relevant om deze ontwikkeling te volgen, met name omdat de provincie hiermee op verschillende manieren (zoals juridisch en financieel) steun zou kunnen bieden aan kleinschalige warmtenetten.

Netcongestie Het overstappen op warmtepompen verhoogt het elektriciteitsverbruik, waardoor het netwerk moet worden verzwaard en uitgebreid. Samenwerking met netbeheerder Enexis is essentieel om overbelasting en wachttijden bij nieuwe aansluitingen te voorkomen.

Beschermde diersoorten Bij woningisolatie moet rekening worden gehouden met beschermde soorten, zoals vleermuizen. De gemeente stelt een SoortenManagementPlan (SMP) op om natuurbehoud en bouwprojecten te combineren.

7. Kaderstelling De Raadsinformatieavond op 6 oktober 2025 hebben wij enerzijds benut om de gemeenteraad te informeren. Anderzijds hebben wij de gemeenteraad om kaders gevraagd ten aanzien van een drietal onderwerpen:

Uitgangspunten warmteprogramma De uitgangspunten van het warmteprogramma van de gemeente Gilze en Rijen zijn als volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Inclusief– iedereen moet kunnen meedoen. Flexibel en toekomstgericht – inspelen op innovaties. Werk met werk maken – aansluiten bij bestaande initiatieven. Samen – inwoners, interne en externe stakeholders. Overstap op duurzame en toekomstbestendige energiebronnen.

Het is belangrijk dat de uitgangspunten realistisch zijn en het proces niet vertragen.

6

Scope van het warmteprogramma We nemen nieuwbouw, industrie- en bedrijventerreinen mee in het warmteprogramma. We willen namelijk zo breed mogelijk inzetten en kansen benutten. Dit voorkomt dat we aanpassingen moeten doen in de toekomst.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16227455/1