Bijlage 1 Routekaart omgevingsvisie
Tekst van het document
Routekaart Omgevingsvisie Op weg naar een integrale strategische koers
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding ........................................................................................................................ 3
1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................... 3
1.2
Doel ..................................................................................................................................................... 4
2
Rolverdeling en strategische component ................................................................... 5
2.1
Rolverdeling ....................................................................................................................................... 5
2.2
Strategische component .................................................................................................................... 5
2.3
Uitgangspunten .................................................................................................................................. 7
3
Programma’s en gebiedsvisies ................................................................................... 8
3.1
Vastgestelde programma’s ............................................................................................................... 8
3.2
In voorbereiding zijnde en geplande programma’s ......................................................................... 8
3.3
Gebiedsvisies ...................................................................................................................................... 9
4
Integrale samenhang ..................................................................................................10
4.1 Strategische component per programma ...................................................................................... 10 4.1.1 Programma Wonen ............................................................................................................................ 10 4.1.2 Programma Duurzaamheid ............................................................................................................... 10 4.1.3 Programma Vrijetijdseconomie ........................................................................................................ 11 4.1.4 Programma Groen ............................................................................................................................. 12 4.1.5 Programma Erfgoed .......................................................................................................................... 12 4.1.6 Ontwerpprogramma Mobiliteit ........................................................................................................ 12 4.2 Confrontatie tussen programma's .................................................................................................. 13 4.2.1 Conflicten ...............................................................................................................................................
13 4.2.2 Synergie .................................................................................................................................................. 14 4.3
Keuzes maken en richting bepalen ................................................................................................. 15
4.3.1
Thema’s .............................................................................................................................................. 15
4.3.2
Omgevingsvisie 2.0 ............................................................................................................................ 16
5
Procesafspraken ..........................................................................................................19
5.1
Uitgangspunten ................................................................................................................................ 19
5.2
Huidige werkwijze ............................................................................................................................ 19
5.3
Voorgestelde werkwijze ................................................................................................................... 20
5.4
Procesvoorstel Omgevingsvisie 2.0 ................................................................................................. 20
2 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
1 Inleiding 1.1 Aanleiding De raad van Gilze en Rijen heeft op 15 december 2025 de omgevingsvisie Gilze en Rijen vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale visie met strategische hoofdkeuzen van beleid voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. De Omgevingsvisie komt in de plaats van de Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen met aanvulling Stationsomgeving Rijen en de Structuurvisie Buitengebied. De Structuurvisie Stedelijk gebied kunnen we nog als actueel beschouwen. Deze structuurvisie is na de eerste vaststelling in 2015 nog 2 keer herzien en aangevuld met onderwerpen in het fysieke domein waarvoor de raad kaders wilde stellen. Een dergelijke werkwijze lijkt al veel op de werkwijze die wordt beoogd met de omgevingsvisie onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie is als gevolg hiervan beleidsneutraal opgesteld met de structuurvisie Stedelijk Gebied als basis. Nieuw vastgesteld beleid zoals dat is opgenomen in programma’s en algemeen aanvaarde uitgangspunten op onderwerpen als ‘water en bodem’ en ‘gezondheid’ zijn ook onderdeel van de omgevingsvisie geworden. Deze eerste versie van de omgevingsvisie kunnen we daarom zien als omgevingsvisie 1.0. De omgevingsvisie heeft een redelijk hoog abstractieniveau en algemeen geformuleerde ambities en doelstellingen. De stap naar concrete uitvoering is daardoor groot.
We willen daarom in programma’s en wijzigingen van de omgevingsvisies de algemene ambities en doelstellingen doorontwikkelen. Bij de vaststelling van de omgevingsvisie heeft de raad dit onderkend en het college via een amendement de volgende opdracht meegegeven: Elk programma bevat naast uitvoeringsmaatregelen een strategische component: de wijze waarop het programma keuzes voor de fysieke leefomgeving richting geeft. Om de gemeenteraad in staat te stellen deze strategische componenten integraal te beoordelen, stelt het college uiterlijk in mei 2026 een routekaart voor en biedt deze ter vaststelling aan de raad aan. De routekaart richt zich niet op de uitvoering van de programma’s, maar borgt dat de strategische component van een programma op een transparante manier doorwerkt in de Omgevingsvisie. Bij de vaststelling van ieder programma wordt expliciet omschreven welke tekst uit het programma wordt aangeduid als “strategische component” voor het betreffende programma. Die “strategische component”-tekst wordt indien nodig na vaststelling van het programma 1-op-1 verwerkt in een wijziging van de Omgevingsvisie. De routekaart geeft de raad overzicht van de onderdelen die nodig zijn om de Omgevingsvisie verder te verrijken en om daaraan uitvoering te geven.
De routekaart fungeert tevens als startnotitie om te komen tot een strategische koers voor de gemeente en daarmee een wijziging van de
3 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Omgevingsvisie, waarbij de uitwerking van dit onderdeel van de routekaart uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 gereed moet zijn. De routekaart bevat ten minste: • Een overzicht en planning van alle vastgestelde en in voorbereiding zijnde programma’s. • Per programma een beschrijving van de strategische component (de beoogde sturing en keuzes), of – voor nieuwe programma’s – hoe deze component daarin wordt opgenomen. • Eén integraal overzichtsdocument voor de raad, waarin overlap, afhankelijkheden, koppelkansen en mogelijke tegenstrijdigheden tussen strategische componenten uit alle vastgestelde programma’s gezamenlijk worden beoordeeld. • In geval van wijzigingen van strategische componenten in de programma’s dient de omgevingsvisie gewijzigd te worden. • Uit pragmatische overwegingen worden wijzigingen van programma’s, die binnen een termijn van drie maanden worden vastgesteld, gecombineerd aangepast in de omgevingsvisie en door de raad vastgesteld. • Afspraken over de betrokkenheid van de raad bij dit proces, inclusief wijze en momenten van deelname aan de voorbereiding en mogelijke herzieningen van de Omgevingsvisie. De beoogde werkwijze in de routekaart geeft de raad en college houvast om te komen tot een gezamenlijke strategische koers, in relatie tot de te ontwikkelen programma’s en helpt dit proces een plek te geven in de eigen strategische agenda.
Indien gewenst met advies van (extern) deskundigen. Indien uit de integrale toetsing blijkt dat onderdelen van de visie niet langer consistent of volledig zijn, kan de raad tussentijds – of op voorstel van het college – besluiten de Omgevingsvisie te wijzigen. Toelichting: Het proces van vaststellen van de omgevingsvisie en de daaruit voortkomende programma’s is nieuw voor de raad. Het is moeilijk om de omvang, detaillering en consequenties van het proces te overzien, en daarom wordt er gekozen voor dit proces met tussenstappen van mogelijke aanpassingen van de omgevingsvisie gebaseerd op voortschrijdend inzicht.
1.2 Doel Deze routekaart geeft invulling aan het amendement van de raad en vormt daarmee een gebruiksaanwijzing, afsprakenkader en plan van aanpak om visie en beleid vorm te geven in de omgevingsvisie en programma’s.
4 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
2 Rolverdeling en strategische component 2.1 Rolverdeling De Omgevingswet vraagt om een nieuwe manier van samenwerken tussen de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders. Waar de raad de grote lijnen uitzet in de omgevingsvisie en de juridische regels bepaalt in het omgevingsplan, is het college aan zet voor de uitvoering. Het college vertaalt de ambities uit de visie naar concrete acties in programma’s of projecten en beslist over omgevingsvergunningen op basis van het omgevingsplan. Hoewel de wet deze rollen formeel scheidt, kunnen ze in de praktijk niet zonder elkaar. Een visie heeft pas waarde als er uitvoering aan wordt gegeven, en uitvoering is alleen legitiem als deze past binnen de kaders van de raad. In hoofdstuk 5 leggen we vast hoe we elkaar informeren en betrekken. Zo borgen we de democratische controle door de raad, terwijl het college de slagkracht behoudt om projecten te realiseren. Samen zorgen we voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, met oog voor een gezonde en veilige leefomgeving.
2.2 Strategische component De Omgevingswet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Een bestuursorgaan van een gemeente oefent zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uit met het oog op de doelen van de wet. De Omgevingswet heeft daarnaast een aantal regels opgenomen over afstemming en samenwerking: 1. Een bestuursorgaan houdt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet rekening met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en stemt zonodig met deze andere bestuursorganen af. 2. Bestuursorganen kunnen taken en bevoegdheden gezamenlijk uitoefenen. Daarbij wordt niet voorzien in een overdracht van taken of bevoegdheden. 3. Een bestuursorgaan treedt bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden slechts in de taken en bevoegdheden van een ander bestuursorgaan voor zover dat nodig is voor de uitoefening van zijn eigen taken en bevoegdheden.
5 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Ieder bestuursorgaan heeft eigen taken en bevoegdheden, maar er dient wel samengewerkt te worden. De gemeenteraad is verantwoordelijk voor het vaststellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. In de omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van: 1. de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; 2. de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied; 3. het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. In het omgevingsplan staan regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Samengevat is de gemeenteraad verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving in de gemeente. In de omgevingsvisie is dat op hoofdlijnen en op strategisch niveau opgenomen. In programma’s kunnen deze hoofdlijnen nader uitgewerkt of doorontwikkeld worden. Hiermee kan de stap naar uitvoering gemakkelijker gemaakt worden. In programma’s wordt de strategische component opgenomen die over het betreffende onderwerp, thema of gebied in de omgevingsvisie is opgenomen. Een strategische component is een onderdeel van een programma dat een fundamentele keuze bevat over de inrichting, het gebruik of de bescherming van de fysieke leefomgeving. Het gaat om keuzes die: • Functies toedelen: Bepalen welke activiteit (wonen, werken, natuur) op welke plek voorrang krijgt (ETFAL-principe).
• Normen stellen: Harde afspraken maken over kwaliteit (bijv. hoeveelheid groen, geluid of duurzaamheid en energieopwekking). • Belangen wegen: Een definitieve keuze maken tussen twee botsende ambities uit de omgevingsvisie. • Lange termijneffect hebben: Gevolgen hebben voor de generaties na ons (richting 20402050). De strategische component die in programma’s wordt opgenomen, is idealiter een uitwerking van een ambitie en/of doelstelling die in de omgevingsvisie is opgenomen. Indien over het betreffende onderwerp nog geen ambitie of doelstelling is opgenomen, wordt deze bepaald in het programma. Zoals in hoofdstuk 5 ‘Afsprakenkader’ terugkomt, zal de raad hierbij betrokken worden. Als een programma een concrete invulling geeft die niet (geheel) overeenkomt met de omgevingsvisie, moet er eerst een wijziging van de visie door de raad worden vastgesteld voordat het programma wordt vastgesteld door het college. Tegelijk is het noodzakelijk dat de doorontwikkeling van visie en beleid integraal wordt benaderd. Er zal steeds een confrontatie dienen plaats te vinden met andere thema’s en onderwerpen. Deze confrontatie zal bij voorkeur dienen te leiden tot het maken van keuzes of het aanwijzen van richtingen die in de uitvoering gebruikt kunnen worden.
6 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
2.3 Uitgangspunten De raad wordt betrokken bij het opstellen van programma’s (participatie door de raad). Een programma is een doorontwikkeling of een concrete invulling van ambities en doelstellingen die de raad eerder heeft vastgesteld in de omgevingsvisie. Indien tijdens het voorbereidingsproces om te komen tot een programma blijkt dat er redenen zijn om de raad meer te betrekken dan de gebruikelijke participatie door de raad, wordt dit georganiseerd. Daarvan kan sprake in de volgende gevallen: • Financiële impact: Als een programma financiële gevolgen heeft die verder gaan dan is begroot. • Maatschappelijke gevoeligheid: Als een programma tot veel weerstand leidt in de samenleving. • Afwijking van de omgevingsvisie: Als een programma een ambitie of doelstelling uit de omgevingsvisie wijzigt of invulling geeft aan een nog niet opgenomen ambitie of doelstelling.
7 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
3 Programma’s en gebiedsvisies Het college is bevoegd gezag voor programma’s en de raad is bevoegd gezag voor gebiedsvisies. Programma’s kunnen over thema’s én gebieden gaan. Gebiedsvisies zijn gebiedsgerichte wijzigingen en/of uitwerkingen van de omgevingsvisie die een strategische koers uitzetten voor een gebied en kaders bevatten waarvoor de raad verantwoordelijk is. Na vaststelling worden gebiedsvisies ook als bijlage aan de omgevingsvisie toegevoegd. In onderstaande tabellen wordt in de kolom tijdspad het kwartaal genoemd waarin vaststelling heeft plaatsgevonden of is gepland.
3.1 Vastgestelde programma’s Overzicht van vastgestelde programma’s: Onderwerp Duurzaamheid Wonen
Vrijetijdseconomie
Groen
Erfgoed
Doel Vaststellen van concrete doelen op gebied van duurzaamheid. Opvolger woonvisie; concreet maken ambities en doelstellingen op het gebied van Wonen in de omgevingsvisie; uitvoeringsgerichte keuzes uitwerken Doorontwikkelen van de ambitie om de recreatieve potentie van de gemeente beter te benutten. Vaststellen van speerpunten en acties. Doorontwikkelen van de ambitie om de recreatieve potentie van de gemeente beter te benutten. Vaststellen van speerpunten en acties. Uitvoeringsgerichte maatregelen voor het behoud, beheer, gebruik en ontwikkeling van erfgoed.
Status Vastgesteld
Tijdspad Q3 2024
Vastgesteld
Q4 2024
Vastgesteld
Q1 2025
Vastgesteld
Q4 2025
Vastgesteld
Q1 2026
3.2 In voorbereiding zijnde en geplande programma’s Overzicht van in voorbereiding zijnde en geplande programma’s: Onderwerp Mobiliteit
Midden-Brabant Poort
Water en riolering
Doel Plan van aanpak en strategie voor de actualisatie, harmonisatie en aanscherping van het mobiliteitsbeleid. Gebiedsuitwerking voor de uitbreiding van bedrijventerrein Midden-Brabant Poort en de verlenging van het voorkeursrecht van de gemeente. Opvolger van het Gemeentelijk Water en RioleringsPlan. Uitvoeringsgerichte maatregelen.
8 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Status Ontwerp
Tijdspad Q2 2026
In voorbereiding
Q3 2026
In voorbereiding
Q4 2026
Warmte
Volkshuisvesting Werklocaties
Buitengebied
Vaststellen van een ontwikkelingspad voor een transitie naar gebruik van duurzame bronnen voor warmteopwekking. Wettelijk verplicht, herziening programma Wonen? Doorontwikkelen van de ambities in de omgevingsvisie over de bedrijventerreinen in Gilze en Rijen. Regionaal is afgesproken om hier beleid op te maken. Uitwerken van beleidskaders voor ontwikkelingen in het buitengebied.
In voorbereiding
Q4 2026
In voorbereiding Op te starten
Q4 2026 Q4 2027
Op te starten
Q4 2027
3.3 Gebiedsvisies De raad is bevoegd gezag om gebiedsvisies vast te stellen. Feitelijk is een gebiedsvisie een gebiedsgerichte wijziging van de omgevingsvisie. Deze producten hebben daarom een andere voorbereidingsprocedure. In het afsprakenkader in hoofdstuk 5 staat hierover meer. Het verschil met een programma is dat de gebiedsvisie vanaf de start een wijziging van de omgevingsvisie is voor een bepaald gebied. Het proces dient dan ook te worden benaderd zoals een wijziging van de omgevingsvisie wordt benaderd, inclusief de toepassing van de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Naast de participatie die wordt toegepast, wordt een ontwerpwijziging voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Binnen die periode kunnen zienswijzen worden ingediend. De raad betrekt zienswijzen bij de besluitvorming over de wijziging van de omgevingsvisie. Onderwerp Rimpelaar Spoorzone Rijen
Rijens Broek
Doel Gebiedsvisie waarin de ontwikkelingsrichting van het gebied Rimpelaar wordt bepaald. Gebiedsvisie waarin de ontwikkelingsrichting en de ontwikkelingsstrategie voor de spoorzone in Rijen wordt bepaald. Gebiedsvisie waarin de ontwikkelingsrichting van het gebied Rijens Broek wordt bepaald.
9 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Status Ontwerp
Tijdspad Q4 2026
In voorbereiding
Q1 2027
Te starten
Q4 2027
4 Integrale samenhang 4.1 Strategische component per programma Overzicht van de strategische component in vastgestelde en in ontwerp zijnde programma’s. Gebiedsvisies zijn gebiedsgerichte uitwerkingen van de omgevingsvisie en op daarom wijzigingen van de omgevingsvisie. De raad is hiervan het bevoegd gezag. De strategische componenten van de reeds vastgestelde programma’s en ontwerpprogramma’s zijn opgenomen in de omgevingsvisie die op 15 december 2025 is vastgesteld. Hieronder zijn per programma de strategische componenten van dat programma op een rij gezet.
4.1.1 Programma Wonen • • • • • • • •
• • • •
Meer regie en meer samenwerking om goed wonen voor iedereen in de gemeente te realiseren. We spelen in op de veranderende bevolkingssamenstelling en de huisvestingsvraag die daarbij hoort. We willen een robuustere woningvoorraad. Goed wonen staat niet op zichzelf; we geven voldoende ruimte aan werken, voorzieningen, recreatie, groen en water houden zo de leefbaarheid op peil. Er is sprake van dubbele vergrijzing; er zijn steeds meer ouderen en zij worden ook ouder. Langer thuis wonen en zorgen voor elkaar worden daardoor noodzakelijker. We willen bouwen voor ouderen, jonge gezinnen en starters. We stimuleren het langer thuis wonen. We zetten erop in dat 2/3 van de nieuwbouw betaalbare woningen zijn, waarvan 30% sociale huur (de vereiste percentages zijn 30% sociale huurwoningen, 40% middenhuurwoningen of betaalbare koopwoningen en 30% duurdere koopwoningen en vrije sectorhuurwoningen.) Gebiedsgerichte verschillen binnen de gemeente zijn mogelijk en wenselijk. We zetten in op strategische en actieve grondpolitiek. We stellen per kern een gebiedsvisie op. We werken aan een strategie voor het landelijk gebied en betrekken de functie wonen daarbij.
4.1.2 Programma Duurzaamheid •
We dringen onze CO2-emissie terug. We willen in 2030 55% minder uitstoten dan in 1990 en in 2050 CO2-neutraal zijn. De grootste CO2-uitstoot komt vanuit de gebouwde omgeving (41%) en verkeer en vervoer (43%).
10 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
• •
•
• • • • •
• •
We willen in 2030 20% minder energie gebruiken dan in 1990 en in 2050 50% minder. In 2026 is 10% van de woningen verschoven naar een beter energielabel. Daarmee worden woningen geschikter voor de uiteindelijke overstap naar aardgasvrij, zoals afgesproken in onze Transitievisie Warmte. In 2030 hebben we in onze gemeente 22,75 hectare aan zonnepanelen op bedrijfsdaken gerealiseerd en in 2030 is de energie die we gebruiken in onze gemeentelijke gebouwen volledig duurzaam opgewekt. We leveren een bijdrage aan het oplossen van netcongestieproblematiek. Het doel is om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust ingericht te zijn. We streven naar meer en betere kwaliteit groen binnen de kernen en we streven naar meer en een hogere kwaliteit van natuur in het buitengebied. In 2030 willen we 50% minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 is onze economie volledig circulair. Voor 2030 zijn de volgende doelen omschreven: o Minstens 30% van de nieuwbouwwoningen is gerealiseerd met 30% biobased materialen of meer. o Minstens 30% van de isolatie voor verduurzaming is uitgevoerd met biobased materialen. o Minstens 30% van de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw is biobased. We breiden de openbare laadstructuur (elektrisch rijden) uit. We bevorderen schone en duurzame mobiliteitsvormen met als doel het verminderen van het vervoer op de wegen.
4.1.3 Programma Vrijetijdseconomie • •
•
•
In 2040 benut de gemeente Gilze en Rijen optimaal de strategische ligging tussen de twee grote steden Breda en Tilburg. In de gemeente weten recreatieondernemers elkaar goed te vinden. Door deze samenwerking inspireren ze elkaar en versterken ze het toeristisch product van de gemeente. Onze inwoners profiteren van deze samenwerking door een toename van voorzieningen en activiteiten welke zorgt voor meer reuring en verbondenheid in en tussen de kernen. Voorzieningen als fiets- en wandelroutes, horeca, verblijfsrecreatie en dagrecreatie zijn zo ontwikkeld dat inwoners en bezoekers hier op passende wijze van kunnen genieten zonder dat het schade toebrengt aan de landschappen of de natuur. We willen onze geschiedenis en de verhalen die hierbij horen beter gaan uitdragen en vertellen. Er zijn veel verhalen te vertellen over de rijke historie, waarbij voornamelijk de militaire historie uniek is voor de gemeente. Maar ook de industriële, agrarische en religieuze historie willen we verder uitdragen.
11 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
4.1.4 Programma Groen • • • • • •
•
We hebben de ambitie dat elke kern in 2050 voldoet aan de 3-30-300 regel (zicht op 3 bomen, 30% kroonbedekking in de wijk, 300 meter tot openbaar groen). We willen al in 2035 10% meer openbaar groen in onze kernen hebben. Inrichting van ons groen past binnen de stedenbouwkundige opzet van de wijk/buurt en er is aandacht voor de historische structuren en pleinen. Het aanwezige groen in onze leef- en werkomgeving draagt bij aan de gezondheid. Het groen in de kernen draagt bij aan een toekomstbestendige leefomgeving die bestand is tegen de gevolgen van het veranderende klimaat. We streven naar een (redelijke) stabiele stand van populaties van de verschillende soorten flora en fauna. Onder andere daarvoor is het belangrijk dat de haarvaten vanuit het omliggende landschap tot in de kernen reiken. Bewoners met initiatieven voor vergroening kunnen binnen gestelde kaders rekenen op ondersteuning van de gemeente. De gemeente Gilze en Rijen heeft hierbij een voorbeeldfunctie, inspireert, geeft voorlichting en faciliteert participatie.
4.1.5 Programma Erfgoed •
• •
We geven onze kennis een plek in het omgevingsplan. We zien kansen voor het mooi en leefbaar houden van onze gemeente door oog te hebben voor de historie van onze gemeente. We geven erfgoed een duidelijke rol bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. We hebben de ambitie om ons erfgoed voor iedereen zichtbaar en beleefbaar te maken.
4.1.6 Ontwerpprogramma Mobiliteit •
• •
Het is belangrijk dat onze inwoners en bezoekers zich altijd en overal veilig kunnen verplaatsen. Ze moeten zich veilig voelen bij het maken van verplaatsingen. Dat betekent dat er niet te hard wordt gereden en auto’s en fietsers waar nodig van elkaar worden gescheiden. Door ons samen op een duurzame manier te verplaatsen, blijft de omgeving leefbaar. De openbare ruimte is zo ingericht dat iedereen zich er prettig en (sociaal) veilig voelt. We blijven goed bereikbaar met verschillende vervoerswijzen. Zo blijft de gemeente een fijne plek om te wonen, te werken en te bezoeken. Ook blijft de regio makkelijk te bereiken.
12 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
4.2 Confrontatie tussen programma's 4.2.1 Conflicten Wanneer verschillende ambities aanspraak maken op dezelfde beperkte ruimte of budgetten, ontstaan er potentiële conflicten. In onderstaande tabel zijn mogelijke conflicten tussen beleidsthema’s op een rij gezet. Dit overzicht en het overzicht synergie dat daarna volgt is niet bedoeld als uitputtende lijst, maar als inspiratie voor een verrijking van de omgevingsvisie en als aandachtspunt bij het opstellen van programma’s. Onderwerp Betaalbaarheid vs. duurzaamheid
Conflict tussen Wonen & Duurzaamheid
Verdichting vs. groennormen
Wonen & Groen
Erfgoed vs. energietransitie
Erfgoed & Duurzaamheid
Reuring vs. rust & natuur
Vrijetijdseconomie & Groen/Natuur
Energietransitie vs. openbare ruimte
Duurzaamheid & Mobiliteit/Groen
Toelichting De eis dat 2/3 van de nieuwbouw betaalbaar moet zijn (30% sociaal, 40% midden) botst mogelijk met de ambitie voor 30% biobased bouwen en strenge CO2-eisen. Deze duurzame materialen en technieken zijn vaak duurder, wat de businesscase voor betaalbare woningen onder druk zet. Het programma Groen streeft naar de 3-30-300 regel en 10% meer groen in de kernen. Echter, de vraag naar woningen voor ouderen, starters en gezinnen vraagt om bouwvolume. Veel groen in de wijk gaat ten koste van het aantal te realiseren woningen per hectare. Met name bij inbreidingslocaties kunnen de ambities conflicteren. De ambitie om erfgoed zichtbaar te houden en een rol te geven in het omgevingsplan kan botsen met het verduurzamen van de gebouwde omgeving (bijv. zonnepanelen op historische daken of isolatie van monumentale gevels). De vrijetijdseconomie wil meer "reuring" en toeristische activiteiten. Dit kan conflicteren met het streven naar een stabiele stand van flora en fauna en het behoud van de rust in de landschappelijke "haarvaten". De Strategie Duurzaamheid benadrukt de noodzaak om ruimte te reserveren voor de energietransitie. Dit vertaalt zich in een groeiende claim op de openbare ruimte voor laadpalen, transformatorhuisjes en buurtbatterijen.
Deze claim concurreert direct met de doelen uit het Programma Groen (behoud van schaars groen) en de wensen van inwoners (behoud van parkeerplaatsen).
13 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Parkeerdruk vs. woonruimte
Wonen & Mobiliteit
Mobiliteit vs. verblijfskwaliteit
Mobiliteit & Wonen/Groen
Netcongestie vs. ambitie
Duurzaamheid & Wonen/Economie
Buitengebied vs Werklocaties
Buitengebied & Werklocaties
Om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen, maakt het Programma Wonen een strategische keuze: parkeereisen kunnen versoepeld worden als dit het splitsen van grote woningen in meerdere, kleinere eenheden mogelijk maakt. Deze flexibiliteit botst echter met de wens van veel inwoners, zoals verwoord in de Omgevingsvisie en het Programma Mobiliteit, om voldoende parkeergelegenheid in de eigen straat te behouden. De wens om "goed bereikbaar" te blijven (Mobiliteit) kan leiden tot verkeersdruk die de leefbaarheid en het "fijn wonen" (Wonen) aantast, of ruimte inneemt die bedoeld is voor extra openbaar groen. De bijdrage aan het oplossen van netcongestie is een randvoorwaarde. Grootschalige plannen voor elektrische laadinfrastructuur en warmtepompen in de woningbouw kunnen de voortgang van woningbouwprojecten vertragen als het net vol is. Een potentieel conflict is dat wij enerzijds kiezen voor ruimtelijke concentratie van economische functies op bedrijventerreinen en centrumgebieden en anderzijds economische functies willen toevoegen in het buitengebied om bijv. stoppende agrariërs perspectief te bieden.
4.2.2 Synergie Veel beleidsdoelen trekken aan hetzelfde touw en kunnen elkaar versterken als ze slim gecombineerd worden. De onderstaande tabel ‘synergie’ is daarom de tegenhanger van de tabel ‘conflicten’. Onderwerp Klimaatadaptief bouwen
Versterking tussen Groen & Duurzaamheid
Toekomstbestendig Wonen & wonen Mobiliteit
Toelichting Meer groen in de kernen (3-30-300 regel) helpt direct bij het doel om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. Groen koelt de stedelijke omgeving (minder hittestress) en vangt water op. Door woningen voor ouderen nabij voorzieningen en OV-knooppunten te bouwen,
14 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Identiteit & toerisme
Erfgoed & Vrijetijdseconomie
Gezondheid & mobiliteit
Groen & Mobiliteit
Circulair bouwen
Duurzaamheid & Wonen
Participatie & groen
Groen & Wonen
Buitengebied vs Werklocaties
Buitengebied & Werklocaties
wordt de noodzaak voor autogebruik minder en wordt voldaan aan de vraag naar "langer thuis wonen". Het zichtbaar maken van de (militaire) historie (Erfgoed) biedt unieke kansen voor het toeristisch product. Verhalen over de geschiedenis trekken bezoekers aan en versterken de lokale economie. De inzet op schone mobiliteitsvormen (wandelen/fietsen) wordt gestimuleerd door een groene inrichting van de openbare ruimte. Dit draagt bij aan de gezondheid en de sociale veiligheid in de wijken. De focus op biobased materialen (30%) in de nieuwbouw draagt bij aan de CO2reductiedoelen en zorgt tegelijkertijd voor een gezonder binnenklimaat in de nieuwe woningen. Burgerinitiatieven voor vergroening versterken de sociale verbondenheid in de buurt, wat weer bijdraagt aan de leefbaarheid en het "zorgen voor elkaar" in een vergrijzende samenleving. Kans voor synergie door goed af te bakenen welke economische functies voorstelbaar zijn in het buitengebied of juist niet en welke in het stedelijke gebied.
4.3 Keuzes maken en richting bepalen 4.3.1 Thema’s De beleidsconfrontatie helpt bij het maken van keuzes en het bepalen van richting. In de uitgangspunten die in hoofdstuk 5 zijn genoemd, is daarom opgenomen dat in elk programma aandacht besteed moet worden aan de beleidsconfrontatie. Een programma voor een thema of een gebied staat niet op zichzelf, maar zal integraal aangepakt moeten worden. De beleidsconfrontatie kan ook aanleiding zijn voor zowel college als raad om vastgestelde kaders aan te passen. Hierin speelt ieder de rol die hoort bij de eigen bevoegdheid. In de omgevingsvisie zijn 6 thema’s opgenomen: Thema’s Strategische component 1. Goed wonen Uitgewerkt in Programma Wonen 2. Vitale economie Focus op MKB en een bedrijvensector die past bij de aard en omvang van de gemeente Gilze en
15 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
3. Natuur, landbouw en recreatie 4. Sociale en gezonde samenleving 5. Bereikbaar en verbonden 6. Duurzaamheid
Rijen; voldoende voorzieningen passend bij de dorpen Water en bodem sturend; programma Vrijetijdseconomie; landschappelijke waarden Gezonde samenleving en verblijven en ontmoeten Uitgewerkt in Ontwerpprogramma Mobiliteit Uitgewerkt in Programma Duurzaamheid
Deze thema’s geven de onderwerpen aan die op dit moment als het belangrijkst worden gezien. Dit betekent niet dat andere onderwerpen of thema’s niet belangrijk zijn of dat op andere thema’s de gemeente geen ambities heeft. Op hoofdlijnen zijn dit echter de belangrijkste thema’s voor de fysieke leefomgeving. Daarnaast is in de omgevingsvisie een gebiedsgerichte uitwerking opgenomen voor de kernen en het buitengebied. Hierin zijn ontwikkelingsrichtingen opgenomen en gebieden aangewezen waar een gebiedsvisie wordt gemaakt. Voor de Rimpelaar en de Spoorzone is een gebiedsvisie in de maak. Voor het Rijens Broek is een gebiedsvisie gepland. Die vormen een aanvulling op en zo nodig aanpassing van de omgevingsvisie.
4.3.2 Omgevingsvisie 2.0 In 2027 wil de gemeenteraad de omgevingsvisie verrijken tot een versie 2.0. In de verrijking zullen keuzes en richtingen beter naar voren dienen te komen. Uit het proces en de participatie voor de in december 2025 vastgestelde omgevingsvisie zijn een aantal kernwoorden naar voren gekomen die als leidraad kunnen dienen voor de omgevingsvisie 2.0.
Een grote uitdaging voor deze verrijking van de omgevingsvisie tot een 2.0 variant zal zijn hoe de raad kaders meer concreet kan maken en op deze manier meer kan sturen zonder dat de uitvoering onuitvoerbaar wordt. Als mogelijke oplossing kan gedacht worden aan richtingwijzers. Op basis van de bovenstaande kernwoorden kunnen kaders worden bepaald door het vaststellen van richtingwijzers.
16 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
De richtingwijzers geven richting aan ontwikkelingen. Het is niet waarschijnlijk dat we altijd in dezelfde mate kunnen voldoen aan alle ambities en doelstellingen. De richtingwijzers geven aan dat elke ontwikkeling een bepaalde richting op moet. In de praktijk wordt dan altijd gezocht naar een balans tussen de richtingen.
Figuur 1 Mogelijke richtingen
De richtingen zijn allemaal even belangrijk. Gezamenlijk zorgen ze voor integraliteit in ontwikkelingen. Voor iedere ontwikkeling, voor een gebied of een thema, kan door het betreffende bevoegd gezag bepaald worden waar de focus komt te liggen. Niet iedere richting hoeft voor 100% terug te komen in een ontwikkeling. We bepalen in het afsprakenkader waar het bevoegd gezag ligt bij welke ontwikkeling.
De omgevingsvisie 2.0 geeft invulling aan deze richtingen. Op deze manier geeft de omgevingsvisie meer sturing en kunnen ontwikkelingen beter aansluiten op deze visie die door de raad wordt vastgesteld. Iedere ontwikkeling die een uitwerking is van de omgevingsvisie start met een verkenning die eindigt in een startnotitie die wordt vastgesteld door het betreffende bevoegd gezag. Hierin worden de richtingaanwijzers bepaald voor de betreffende ontwikkeling. Een ontwikkeling kan gaan over een thematisch programma, een gebiedsvisie of een ruimtelijk project. Het bevoegd gezag kan hiermee per ontwikkeling bepalen waar de nadruk op gelegd dient te worden, gebaseerd op de omgevingsvisie 2.0. De figuur van het mengpaneel waar aan de knoppen gedraaid kan worden kan hiervoor model staan. Dit is slechts een mogelijke oplossing die in het proces om te komen tot een omgevingsvisie 2.0 verder met de raad uitgewerkt wordt.
Figuur 2 Mengpaneel
17 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
18 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
5 Procesafspraken 5.1 Uitgangspunten • • • •
•
•
• • • •
De raad is verantwoordelijk voor de kaders en het college voert uit. Participatie door de samenleving is belangrijk, maar participatie is maatwerk per programma en wijziging omgevingsvisie. Relevante input door de samenleving in de omgevingsvisie en programma’s wordt betrokken bij het opstellen van latere programma’s. In een programma worden de strategische componenten opgenomen en er wordt aandacht besteed aan een confrontatie met andere programma’s en beleidsthema’s opgenomen. De raad is participant in de voorbereiding van een programma én wordt in de gelegenheid gesteld tot het geven van wensen en bedenkingen voordat het college een programma vaststelt. Het college biedt daarbij inzicht in de participatie. Indien bij de voorbereiding van een programma blijkt dat de omgevingsvisie gewijzigd dient te worden, wordt een programma pas vastgesteld als de raad de omgevingsvisie heeft gewijzigd. Het college bereidt besluitvorming door de raad voor. Het bevoegd orgaan van een omgevingswet-instrument is opdrachtgever. Het bevoegd orgaan stelt een startnotitie op voordat een beleidsproces start en een participatieplan maakt er deel vanuit. Het college informeert de raad over het besluit om een programma op te stellen en deelt de startnotitie daarvoor.
5.2 Huidige werkwijze De huidige werkwijze komt voort uit de situatie en noodzaak dat programma’s zijn gemaakt zonder dat we een onder de werking van de Omgevingswet vastgestelde omgevingsvisie hadden. Op grond van overgangsrecht geldt tot de vaststelling van een omgevingsvisie de structuurvisie. Het programma Wonen is daarom gebaseerd op de structuurvisie. De Strategie Duurzaamheid is door de raad zelf vastgesteld. Deze strategie beschouwen we als een programma, zodat het een omgevingswet-instrument is en gepubliceerd kan worden op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We willen de omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan op het DSO publiceren, omdat er dan een compleet beeld ontstaat van het beleid over de fysieke leefomgeving van de gemeente. Het college besluit een programma voor een beleidsthema of -gebied op te stellen. Hiervoor wordt een startnotitie opgesteld, waarin de strategische component uit de omgevingsvisie en/of de wettelijke basis wordt aangegeven en waarin het participatieplan staat. De startnotitie wordt op dit moment in een aantal gevallen ter vaststelling aan de raad aangeboden.
19 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Het college gaat aan de slag met het opstellen van het programma en voert daarbij het participatieplan uit. Tussentijds wordt de raad geconsulteerd. Dit leidt tot een ontwerpprogramma. Het ter inzage leggen van een ontwerpprogramma op grond van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is niet wettelijk vereist. Indien besloten is om wel een ontwerpprogramma ter inzage te leggen, wordt dat uitgevoerd en kan iedereen binnen 6 weken een zienswijze indienen. Het ontwerp en het resultaat van de participatie wordt aan de raad voorgelegd. De raad kan wensen en bedenkingen meegeven aan het college. Het college weegt de participatie en de inbreng van de raad af en neemt een besluit over het vaststellen van het programma. Het programma wordt vervolgens gepubliceerd op het DSO en bekendgemaakt.
5.3 Voorgestelde werkwijze De huidige werkwijze is niet in overeenstemming met de uitgangspunten. Het college is namelijk bevoegd gezag om een programma vast te stellen. De raad is niet het aangewezen orgaan om voor programma’s een startnotitie vast te stellen. Nu de omgevingsvisie is vastgesteld, gaan we ervan uit dat de kaders, ambities en doelstellingen daarin door de raad zijn vastgelegd. Dat betekent dat het college de opdracht verleent en de startnotitie vaststelt. In het proces dient de raad wel betrokken te worden. De primaire vraag daarbij zal zijn of de strategische componenten die in de omgevingsvisie zijn opgenomen voldoende zijn voor het betreffende programma. Hierbij zal de secundaire vraag gesteld dienen te worden of het programma dient te leiden tot wijziging van de omgevingsvisie. Die vraag zal aan de raad voorgelegd worden als een ontwerpprogramma voor wensen en bedenkingen aan de raad wordt voorgelegd. Tijdens de voorbereidende participatie door de raad zal hier expliciet aandacht aan worden besteed.
5.4 Procesvoorstel Omgevingsvisie 2.0 In het amendement voor de vaststelling van de omgevingsvisie op 15 december 2025 is opgenomen dat de routekaart tevens fungeert als startnotitie om te komen tot een strategische koers voor de gemeente en daarmee een wijziging van de omgevingsvisie, waarbij de uitwerking van dit onderdeel van de routekaart uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 gereed moet zijn. Het doel is een verrijking van de omgevingsvisie waaruit de strategische koers van de gemeente blijkt. Dit duiden we aan als de omgevingsvisie 2.0. Technisch gezien betreft dit een wijziging van de omgevingsvisie. Hierbij dient de openbare voorbereidingsprocedure zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht gevolgd te worden. Dat betekent dat een ontwerp ter inzage gelegd dient te worden en dat zienswijzen door iedereen kunnen worden ingediend die de gemeenteraad vervolgens betrekt bij het vaststellingsbesluit.
20 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie
Het proces om te komen tot de omgevingsvisie 2.0 zal een samenspel worden tussen gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie. Dit proces start met het vaststellen van deze routekaart.
21 – Gemeente Gilze en Rijen | Routekaart Omgevingsvisie