CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Raadsrapportage Sociaal domein 2022 Gilze en Rijen

Raadscommissie Samenleving 6 december 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: 23-066 Raadsrapportage Sociaal domein 2022 (CDA-VVD-D66-PvdA)6.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsrapportage sociaal domein 2022

2

3

4

Onze gemeente Gilze en Rijen (2022) Op het dashboard ‘Onze gemeente’ staan algemene gegevens die ondersteunend of overkoepelend zijn voor de dashboards per leefgebied. Deze toelichting begint met de uitgangspositie van de gemeente: de demografische gegevens en de sociaal economische status. Dan schetsen we het beeld hoe inwoners zelf aangeven weerbaar te zijn en mee te kunnen doen. Ten slotte geven we informatie over de ondersteuning van inwoners door het dorpsteam en door beschikte zorg. Demografie en samenstelling van huishoudens Gedurende 2022 is het aantal is het aantal inwoners met 258 personen toegenomen. Deze stijging is geheel veroorzaakt doordat in 2022 meer mensen naar onze gemeente toetrokken. De natuurlijke aanwas is negatief: er zijn meer inwoners overleden dan geboren. Het aantal huishoudens is ook licht toegenomen. In 2022 is het aandeel inwoners met een migratieachtergrond gelijk gebleven met 18%: 10% niet-westers en 8% westers. De gemiddelde leeftijd is de afgelopen 5 jaar gestegen van 42,7 jaar naar 43,6. De vergrijzing zet door. Daarmee nam ook in 2022 de druk van de zorg voor jongeren en ouderen op de schouders van 20 – 65 jarigen toe. De stijging zit de afgelopen 5 jaren vooral in de categorie 75 jaar en ouder. Weerbaarheid

Het aantal weerbare inwoners, inwoners die zowel op individueel welzijn als op maatschappelijke participatie hoog scoren, is met 45% iets hoger dan vergelijkbare gemeenten. Ook het aantal kwetsbare inwoners ligt relatief hoog in Gilze en Rijen. Kwetsbare inwoners scoren op beide aspecten juist niet goed. Zorgelijk is dat zij daarbij in vergelijking tot andere gemeenten op alle sub-indicatoren relatief laag scoren. 9,2% Van de bevolking bevindt zich op basis van het individueel welzijn en de maatschappelijke participatie in een zorgwekkende situatie; meer dan de referentiegroep. Zeer opvallend is het lage aantal ‘compenseerders’: inwoners die op individueel welzijn laag scoren en op maatschappelijke participatie juist hoog. Dit percentage is ten opzichte van 2020 afgenomen. Het aantal inwoners met een hoog individueel welzijn dat maatschappelijk actief is, is juist toegenomen. Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

5

Als we kijken naar de weerbaarheid per leeftijdscategorie valt de groep 18-40 jarigen op. Zij scoren op veel sub-indicatoren lager dan in vergelijkbare gemeenten. Juist op deze leeftijdsgroep neemt de maatschappelijke druk de komende jaren toe vanwege de vergrijzing.

Opvallend is dat inwoners van de gemeente Gilze en Rijen over de hele linie vaker een belemmering om aan het maatschappelijk leven mee te doen dan inwoners in vergelijkbare gemeenten. In 2020 was dat niet het geval. Het moment van meten, voor Gilze en Rijen september 2022 kan van invloed zijn geweest op de resultaten en de mogelijkheid tot vergelijk: - De vraagstelling in de burgerpeiling bij deze vragen is vanaf september 2022 (dus ook bij ‘onze’ peiling) iets anders geformuleerd. Mogelijk is daarmee een harde vergelijking met andere gemeenten met een eerder meetmoment ook niet realistisch. - Op het moment van onze meting hadden we te maken met maatschappelijke omstandigheden die mogelijk van invloed zijn op het sentiment in onze samenleving. Gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest voorkomende redenen die het meedoen belemmeren. Dat is vergelijkbaar met andere gemeenten. Ook de mentale gezondheid speelt vaak een belemmerende rol. In Gilze en Rijen is de mentale gezondheid vaker aangegeven als belemmering dan in andere gemeenten. Voorzieningen (beschikte zorg) Het aantal huishoudens in onze gemeente dat gebruik maakt van geïndiceerde zorg is in 2022 licht toegenomen ten opzicht van 2021. In vergelijking met andere gemeenten uit dezelfde grootteklasse zijn er in Gilze en Rijen ook meer huishoudens met geïndiceerde zorg (21,5% versus 19,7%).

Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door meer gebruik van Wmo voorzieningen, vooral hulp bij het huishouden en vervoersdiensten, en re-integratievoorzieningen. Tweederde van de Wmo voorzieningen wordt ingezet bij de leeftijdsgroep 75+. Als het gaat om stapeling van zorg wijkt Gilze en Rijen nauwelijks af van vergelijkbare gemeenten. Het aantal huishoudens met 1 of 2 voorzieningen is het grootst. Het gaat daarbij veelal om 2 voorzieningen op grond van dezelfde wet (Wmo / Jeugdwet / Participatiewet). Wanneer huishoudens gebruik maken van voorzieningen op grond van verschillende wetten, zien we vooral de combinatie Wmo en Participatiewet.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

6

Er zijn verschillen zichtbaar in het zorggebruik in de verschillende kernen van de gemeente. De cijfers over de kern Rijen zitten op alle onderdelen (totaal, Wmo, jeugdhulp, stapelingen) net boven het gemeentelijke gemiddelde. De cijfers over de kern Gilze liggen juist net onder het gemeentelijke gemiddelde, met uitzondering van het gebruik van Wmo voorzieningen. Daar scoort Gilze juist weer wat hoger dan het gemeentelijke gemiddelde. De cijfers van de kleinere kernen wijken meer af van de gemeentelijke gemiddelden. In Hulten en Molenschot zijn er significant minder huishouders met geïndiceerde zorg. Wat verder opvalt is dat in beide kernen het jeugdhulpgebruik relatief hoger is dan het Wmo gebruik. In Hulten constateerden we dit vorig jaar al en lijkt dit demografisch verklaarbaar. Dat geldt niet voor Molenschot. In de burgerpeiling 2022 is voor de eerste keer de vraag gesteld of er contact is geweest met het dorpsteam. 7% van de inwoners heeft contact gehad met het dorpsteam. In de kleinere kernen is dat vaker: 14%. Het dorpsteam geeft aan dat het aantal lichte ondersteuningsvragen afnam, maar ondersteuningstrajecten toenam (436 versus 355). Dat duidt dat de ernst en complexiteit van vragen die aan het dorpsteam worden gesteld toe neemt. Een groot deel van die vragen wordt zonder beschikte zorg (65%) opgelost.

De meeste vragen gingen over een kansrijke en veilige thuissituatie waaronder opvoed- en opgroeivragen (26%), wonen (24%) en lichamelijke en geestelijke gezondheid (21%). Hierbij merken wij op dat het dorpsteam aangeeft dat de registratie van individuele vragen door professionals van de verschillende organisaties nog onvoldoende eenduidig en daarmee betrouwbaar is. In 2023 gaan de dorpsteams werken met één gezamenlijk registratiesysteem, waardoor we vanaf 2024 wel betrouwbare conclusies kunnen gaan trekken.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

7

8

Prettig wonen in je wijk Hoe beleven inwoners het wonen in de wijk en voelen ze zich daar prettig bij? Hebben ze het gevoel dat de gemeente goed naar hen luistert en met hen samenwerkt? Bij dit leefgebied kijken we naar de sociale samenhang, de ontwikkeling van de buurt, de relatie met de gemeente, de tevredenheid met voorzieningen en hoe inwoners de buurt als woon- en leefomgeving waarderen. Buurt als leefomgeving Over het algeheel wijkt de waardering voor de leefomgeving niet veel af van andere gemeenten. Op het gebied van verbondenheid, sociale veiligheid en het voorzieningenniveau zitten we op of iets boven gemiddeld. Over de fysieke leefomgeving zijn onze inwoners minder tevreden. Verbondenheid in de buurt 90% van de inwoners in onze gemeente voelt zich thuis in de buurt. Het vertrouwen in buurtbewoners is hoog. Meer dan elders vinden we dat buurtbewoners altijd voor elkaar klaar staan. De hulp die onze inwoners ook daadwerkelijk bieden aan buren (56%) ligt juist lager dan bij vergelijkbare gemeenten (65%). Zorg/mantelzorg wordt meer vanuit naasten verleend (dit komt ook terug in andere leefgebieden). We concluderen dat een deel van de inwoners hun buren wel willen helpen, maar dat nu vaak (nog) niet doen. Ongeveer 1 op de 5 inwoners heeft weleens het gevoel er niet bij te horen.

In de kleinere kernen Molenschot/Hulten heeft de helft daarvan dit gevoel in flinke mate, terwijl in Gilze en Rijen dat gevoel vooral in lichte mate aanwezig is. Binnen de hele gemeente geven 24% van de inwoners aan behoefte te hebben aan meer (betekenisvol) contact met mensen. Buurtgenoten kunnen daar ook een rol in spelen. Sociale veiligheid Het gevoel van veiligheid is in de jaren 2017 t/m 2021 toegenomen. Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat 84% van de inwoners zich veilig voelt in de buurt. Dat is nog wel minder dan in vergelijkbare gemeenten. Dit lagere percentage kan komen door de vaker ervaren overlast van andere buurtbewoners. Voorzieningen De scores voor tevredenheid van de voorzieningen voor welzijn, gezondheid, spelen en sport liggen hoger dan het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten. Inwoners zijn erg tevreden over de nabijheid van winkels, basisonderwijs en zorgvoorzieningen. Voor de nabijheid van openbaar vervoer geldt een iets lagere waardering dan vergelijkbare gemeenten. Fysieke leefomgeving Een kwart van onze inwoners is van mening dat de buurt achteruit is gegaan. Inwoners scoren de staat van het onderhoud van perken, goed begaanbare troittoirs en een schone buurt relatief laag. Hierdoor wordt de buurt minder uitnodigend voor ontmoeting en informele contacten.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

9

Werken aan leefbaarheid Net als in andere gemeenten, vindt ongeveer een kwart van de inwoners dat de gemeente de buurt voldoende betrekt bij de aanpak van leefbaarheid. De leefbaarheid in een buurt hangt mede af van inwoners zelf. De inzetbereidheid inwoners voor leefbaarheid scoort 73% ten opzichte van vergelijkbare gemeenten 79%. Voor 3 op de 10 buurtbewoners geldt dat ze nu niet actief zijn, maar dit wel zouden willen worden. Hier liggen nog kansen. Woningen De verhouding koop/huur wijkt in Gilze en Rijen niet af van vergelijkbare gemeenten. De huurwoningen zijn bij ons wel vaker in bezit van de woningcorporatie. De prijzen bij de corporatie liggen meestal lager dan in de particuliere sector. Bij de corporatie kan op vrijwel alle woningen huurtoeslag aangevraagd worden als de bewoner daarvoor in aanmerking komt. In onze gemeente is het percentage goedkope scheefwoners (goedkopere huur dan hun inkomsten zouden kunnen dragen) iets hoger dan in vergelijkbare gemeenten.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

10

11

12

Veilige en kansrijke thuissituatie De gemeente biedt inwoners onder andere ondersteuning door middel van individuele / maatwerkvoorzieningen op het gebied van Jeugd en Wmo. Het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ geeft inzicht in de mate waarin inwoners en huishoudens hiervan gebruik maken. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over Wmo, jeugd(zorg) en Veilig Thuis. Wmo Het aantal inwoners met een maatwerkarrangement Wmo is in 2022 gestegen ten opzichte van 2021. Als we naar de categorieën binnen de WMO kijken zien we ten opzichte van vorig jaar: - Dat de stijging in het aantal voorzieningen voor hulp bij het huishouden zich, net als afgelopen jaren, voortzet. Gemiddeld genomen is hier een constante stijging zichtbaar sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019. Huishoudelijke hulp is in 2022 de voorziening die het meest wordt verstrekt, terwijl dit vorig jaar nog het aantal vervoersdiensten was. - Het aantal woonvoorzieningen lijkt te stabiliseren ten opzichte van 2021. Echter, langer thuis wonen en vergrijzing zijn nog steeds aan de orde. Ook zit de woningmarkt op slot en is er geen doorstroom. Hierdoor worden veel woonvoorzieningen en woningaanpassingen verstrekt, zodat mensen langer in hun eigen huis kunnen blijven wonen.

Opvallend is dat gemeente Gilze en Rijen aanzienlijk meer hulpmiddelen en diensten verstrekt dan vergelijkbare gemeenten. In totaal geeft gemeente Gilze en Rijen, net als in 2021, op het gebied van de Wmo meer voorzieningen af dan vergelijkbare gemeenten. Met name het aantal inwoners met een voorziening voor hulp bij het huishouden en hulpmiddelen en diensten ligt in vergelijking met de referentiegroep hoger. Jeugd(zorg) Het aantal jeugdzorgtrajecten in totaal is in vergelijking met andere gemeenten in Gilze en Rijen iets hoger. Jeugdhulp zonder verblijf is in 2022 ten opzichte van 2021 wederom iets gestegen. Dit is jeugdhulp waarbij jongeren thuis wonen, maar wel zorg ontvangen via een zorgaanbieder. Deze vorm van jeugdhulp wordt het meest geïndiceerd. In 2020 was hier ten opzichte van 2019 juist een daling zichtbaar. Deze dip in 2020 is een landelijke trend en we zien hier duidelijk de gevolgen van de coronacrisis. De daling in 2020 was namelijk deels te wijten aan de coronacrisis, omdat mensen tijdens de lockdown waarschijnlijk huiverig waren om zorginstellingen en hulpverleners te bezoeken. Gedurende de crisis hebben aanbieders zich aangepast aan de situatie en werden in 2021 ook de maatregelen meer losgelaten, waardoor er makkelijker en op een veilige manier toch weer hulp geboden kon worden. Dit verklaart de toename van de jeugdhulp zonder verblijf in 2021 en 2022.

Ook in vergelijking met andere gemeenten van dezelfde grootte is het aantal jeugdigen met jeugdhulp zonder verblijf gestegen.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

13

Het aantal jongeren met jeugdhulp met verblijf is in 2022 ten opzichte van 2021 fors gedaald. Dit aantal is ook fors lager in vergelijking met andere gemeenten van dezelfde grootte. Dat is een positieve ontwikkeling, want het doel is uiteindelijk om jongeren zoveel mogelijk in hun eigen thuissituatie hulp te laten ontvangen. Indien verblijf niet nodig is, willen we dat ook zoveel mogelijk voorkomen. Ten slotte is ook het aantal jongeren met jeugdbescherming ook fors gedaald ten opzichte van 2021. Veilig Thuis Ten opzichte van 2021 is het aantal Veilig Thuis meldingen van (ex)partnergeweld licht gedaald. Het aantal Veilig Thuis meldingen van kindermishandeling is toegenomen en ligt net als voorgaande jaren hoger dan bij andere gemeenten van dezelfde grootte. De grootste stijging was te zien in het tweede half jaar van 2020 en het eerste halfjaar van 2021. In het tweede halfjaar van 2021 was weer een daling zichtbaar. Dit zou verklaard kunnen worden doordat er gedurende corona meer spanningen zijn ontstaan, wat heeft geleid tot meer meldingen.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

14

15

Financieel rondkomen In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied Financieel rondkomen relevant zijn. Wat hebben onze inwoners gemiddeld te besteden en voelt dit als een belemmering om mee te doen in de samenleving? Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over mee kunnen doen, inkomenssituaties, financiële schuld en ondersteuning (bijstandsuitkeringen). De gegevens over meedoen zijn uit de burgerpeiling wel bekend van 2022; van andere indicatoren komen de meest recente gegevens uit 2019, 2020 of 2021. Meedoen Uit de burgerpeiling 2022 blijkt dat meedoen belemmerd door ‘financiën’ door inwoners van Gilze en Rijen is gestegen van 15% in 2020 naar 26% in 2022. De stijging zit zowel op lichte als ernstige belemmeringen. Gezien de burgerpeiling in het najaar van 2022 is uitgezet, is de stijging waarschijnlijk te verklaren door de energieprijzen en inflatie op dat moment. Uit de burgerpeiling blijkt dat er geen grote verschillen zijn tussen de verschillende kernen in de gemeente. Inkomenssituaties Vanuit onderzoek weten we dat sociaal-economische status een belangrijke indicator is voor financiële redzaamheid. Naast het werkelijke inkomen worden ook arbeid en opleiding onderdelen in de sociaaleconomische status. De cijfers sociaaleconomische status zijn niet vernieuwd t.o.v. de raadsrapportage 2021.

In Gilze en Rijen ligt de gemiddelde sociaaleconomische status iets onder het niveau van vergelijkbare gemeenten, maar in alle kernen boven het landelijk gemiddelde. Van de kernen is deze in Hulten het hoogst; in Rijen het laagst. Naast de sociaaleconomische status ligt ook het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden (al omgerekend naar grootte en samenstelling van het huishouden) in onze gemeente iets lager dan bij vergelijkbare gemeenten. Ongeveer 10% van het aantal werkenden in Gilze en Rijen heeft inkomen als ZZP-er. Het aandeel ZZP-ers met een laag inkomen ligt nog steeds iets hoger dan bij andere gemeenten. Schuldenproblematiek De cijfers m.b.t. schuldenproblematiek zijn niet vernieuwd t.o.v. de raadsrapportage 2021. In 2020 zien we in Gilze en Rijen een hoger aandeel huishoudens met schulden dan bij vergelijkbare gemeenten. Per kern zien we hierin grote verschillen. In Rijen ligt het percentage inwoners met schulden op 7,2%. In Gilze ligt dit percentage op 5,3% en in Molenschot op 5,9%. Hulten is niet weergegeven. Opvallend is dat de schuldenproblematiek in 2020 in Gilze en Rijen is gestegen, terwijl het bij referentiegemeenten daalde. Er waren ook meer instromers met schuld in onze gemeente. Vanaf 1 januari 2021 werkt de gemeente samen met het Dorpsteam, woningbouwverenigingen, energieleveranciers en zorgverzekeraars m.b.t. vroegsignalering.

In november 2022 is er een extra budgetcafé geopend in Gilze. De gemeente heeft nu zowel in Rijen als in Gilze wekelijks een inloopspreekuur waar inwoners terecht kunnen met (financiële) vragen. In het budgetcafé zijn o.a. de Kredietbank Nederland, consulenten van de gemeente en het Dorpsteam vertegenwoordigd.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

16

Bijstandsuitkeringen In 2021 is zowel het aantal personen als het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering gedaald ten opzichte van 2020. In 2020 zagen we landelijk een tijdelijke piek door de TOZO uitkeringen. Ten opzichte van gemeenten van gelijke grootte heeft Gilze en Rijen in 2021 meer huishoudens, maar minder personen met een bijstandsuitkering. Dat zien we ook terug in de ontwikkeling van het aantal alleenstaanden met een uitkering: in de loop van 2021 is het aantal alleenstaanden met een uitkering toegenomen. (Zodra één van de partners een minimuminkomen gaat verdienen, stromen beide partners uit de uitkering). Het aantal personen gaat dan om volwassenen, en zegt niets over kinderen in een uitkeringsgezin. In het leefgebied ‘Veilige en kansrijke thuissituatie’ zien we dat het aantal kinderen in een uitkeringsgezin en het aantal kinderen in een eenouderhuishouden hoger ligt dan elders.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

17

18

Zinvolle daginvulling In het dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied zinvolle daginvulling relevant zijn. Met name de mate waarin inwoners zingeving ervaren is van belang: doen de dingen die ik doe ertoe? Inwoners uit Gilze en Rijen scoren dit een 7,8. Het leefgebied zinvolle daginvulling is opgedeeld in verschillende indicatoren over werk, maatschappelijke inzet en school. Meedoen Inwoners is in de burgerpeiling 2022 gevraagd of ze hun dag goed kunnen invullen, zich kunnen ontwikkelen en het gevoel hebben er toe te doen. Driekwart heeft het gevoel dat hij/zij ertoe doet. 78% heeft het gevoel dat zij zichzelf voldoende kunnen ontwikkelen en 87% kan zijn/haar dag goed invullen. Omdat dit maatwerkvragen voor onze gemeente zijn, staan deze niet in het dashboard en zijn ze niet goed te benchmarken. Maatschappelijke inzet In het hoofdstuk ‘Onze gemeente’ is al gesproken over de verschillende weerbaarheidsgroepen in onze gemeente. Betekenisvolle participatie is een factor binnen de weerbaarheid van het individu en van de samenleving. Mensen die zich maatschappelijk inzetten, ervaren over het algemeen meer zingeving en sociaal contact. En ze dragen bij aan de leefomgeving of maatschappij.

Ten opzichte van vergelijkbare gemeenten zien we bij alle groepen in Gilze en Rijen dat de bereidheid tot maatschappelijke inzet lager is, terwijl de daadwerkelijke inzet alleen lager is bij de groepen compenseerders en kwetsbaren. Kijkend naar het soort inzet zien we dat inwoners van Gilze en Rijen vaker actief zijn in het verenigingsleven dan in 2020, waardoor deze inzet nu vergelijkbaar is met referentie gemeenten. De inzet als vrijwilliger is ligt gedaald, terwijl 24% van de inwoners aangaf dat ze niet actief zijn als vrijwilliger, maar wel willen worden. Opvallend is dat de mate waarin inwoners van Gilze en Rijen hulp geven aan een hulpbehoevende naaste hoog is ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Dit is flink gestegen, van 44% in 2020 naar 64% in 2022. Hoewel het aandeel van mantelzorg hoger ligt dan bij vergelijkbare gemeenten, wordt het juist minder als een belemmering ervaren. Een klein deel van de mantelzorgers (3%) voelt de zorg wel als een grote belemmering (zie ook het leefgebied Fit en Veerkrachtig). In andere gemeenten is dat 7 of 8% (bron: Rapport burgerpeiling, figuur 5.13). Omdat de vraagstelling in de burgerpeiling sinds de tweede helft van 2022 iets anders geformuleerd is, is deze vergelijking met andere gemeenten niet helemaal te maken. Werk Werk is voor de meeste mensen een zinvolle daginvulling.

Sinds 2013 daalt de werkloosheid ieder jaar, met een kleine onderbreking in het coronajaar 2020. In Gilze en Rijen is de werkloosheid verder gedaald van 3,3% naar 2,9%. Daarmee daalt de werkloosheid in onze gemeente iets sneller dan in gemeenten van vergelijkbare grootte en ligt het werkloosheidspercentage lager. De werkloosheid die hier bedoeld wordt gaat over zowel inwoners met een WW-uitkering, werkzoekenden zonder uitkering en inwoners met een bijstandsuitkering. Een specifieke toelichting op het aantal inwoners met een bijstandsuitkering wordt toegelicht in het leefgebied Financieel rondkomen.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

19

Re-integratie Als gemeente helpen we inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt om weer aan het werk te komen. Dit geldt zowel voor inwoners met als zonder bijstandsuitkering. Deze ondersteuning noemen we re-integratie. Hiervoor hebben we een aantal voorzieningen die we kunnen inzetten samen met onze partners. We zetten relatief veel re-integratievoorzieningen in ten opzichte van vergelijkbare gemeenten, omdat we het belangrijk vinden om inwoners een steuntje in de rug te geven als dat nodig is. Dit heeft voornamelijk te maken met de verandering van de doelgroep in de bijstand. Door de krappe arbeidsmarkt is iedereen die in staat is om te werken, aan het werk. Inwoners die instromen in de bijstandsuitkering, of die er al langere tijd in zitten, hebben steeds meer (complexe) psychische of fysieke problematiek. De afstand die zij ervaren tot de arbeidsmarkt, of zelfs de samenleving, is groter dan een aantal jaar geleden. Zij vragen hierdoor meer tijd en ondersteuning om weer mee te gaan doen aan de samenleving, te participeren, om daarna mogelijk weer mee te doen op de arbeidsmarkt (met eventuele begeleiding). Dit verklaart ook het hoge aantal ‘niet werkend met bijstand’ binnen het onderdeel personen met lopende re-integratievoorziening. Een voorbeeld van een voorziening die we inzetten is de Groeituin.

School In Gilze en Rijen is zowel het aantal relatief verzuim als absoluut verzuim gestegen ten opzichte van vorig jaar. De meest actuele cijfers zijn: -

Relatief: gestegen ten opzichte van vorig jaar van 19 naar 24 per 1000 leerlingen Absoluut: gestegen ten opzichte van vorig jaar van 36 naar 53 per 1000 leerlingen

Navraag bij de leerplichtambtenaar geeft daarnaast het volgende beeld: De toename van absoluut en relatief verzuim heeft te maken met het AZC. De jongeren die in het AZC zitten en leerplichtig zijn, komen ten laste van de gemeente Gilze en Rijen. De registratie hiervan is niet goed up-to-date, waardoor jongeren worden geregistreerd die in werkelijkheid niet in het AZC (meer) wonen. De stijging van deze verzuimcijfers heeft dan ook met name te maken met de stijging van het aantal vluchtelingen.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

20

21

Fit en Veerkrachtig In dit dashboard staan de gegevens die voor het leefgebied fit en veerkrachtig relevant zijn. Fitte en veerkrachtige inwoners kunnen beter meedoen in onze samenleving. Deze geschreven duiding bevat interpretatie en achtergrond voor de data over positieve gezondheid en de onderdelen fysieke gezondheid, mentale gezondheid en meedoen worden nader gespecificeerd. Positieve gezondheid Fitheid en veerkracht worden beïnvloed door meerdere factoren. Op basis van het concept Positieve Gezondheid wordt gezondheid vanuit een breder perspectief benaderd. Kenmerken hieruit (zingeving, kwaliteit van leven, meedoen, dagelijks functioneren, lichaamsfuncties en mentaal welbevinden) komen ook terug bij andere leefgebieden. In de burgerpeiling (2022) geven inwoners aan dat zij hun gezondheid zelf waarderen met een 7,6. Dit is vergelijkbaar met andere gemeenten. Fysieke gezondheid Uit de Corona Gezondheidsmonitor 2022 komt naar voren dat de ervaren gezondheid is gedaald ten opzichte van de jaren ervoor. Met name laagopgeleiden en 75+’ers scoren het laagst op ervaren gezondheid. Lichamelijke gezondheid en fysiek functioneren zijn de meest genoemde beperkingen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Dit geldt voor zowel inwoners van Gilze en Rijen als voor referentiegemeenten.

(Burgerpeiling, 2022) De GGD gezondheidsmonitor laat zien dat de meest genoemde chronische klacht onder volwassenen moeheid is en onder ouderen is dit klachten aan been/heup/knie/voet. Voor de fysieke gezondheid kijken we zowel naar beweging als naar overgewicht en roken. Als we kijken naar de beweegnormen, bewegen volwassenen in Gilze en Rijen iets meer dan in vergelijkbare gemeenten. In Gilze is het aantal inwoners dat voldoende beweegt het hoogst (49,1%) en in Hulten is dit het laagst (43,8%). (Gezondheidsmonitor volwassenen, 2020). Uit de Corona Gezondheidsmonitor 2022 blijkt dat 10% van de inwoners aangeeft minder te bewegen als gevolg van de coronaperiode. Waar bewegen een positieve invloed op de gezondheid heeft, hebben roken en overgewicht hier een negatieve invloed op. Overgewicht is na roken de belangrijkste oorzaak van ziekten. Wat opvalt in de GGD monitor 2020) is dat het percentage ouderen met overgewicht in Gilze en Rijen aanzienlijk hoger is dan in vergelijkbare gemeenten, terwijl dit bij de groep 18 tot 64 jarigen vergelijkbaar is met andere gemeenten. In Rijen is het aantal inwoners met overgewicht het hoogst (55,7%), terwijl dit in Hulten het laagst is (50,4%) (Gezondheidsmonitor volwassenen, 2020).

In Gilze en Rijen is het percentage volwassen rokers flink lager dan in gemeenten van gelijke grootte Het percentage rokers is het laagst in de kernen Hulten en Molenschot en het hoogst in Rijen. (Gezondheidsmonitor volwassenen, 2020). De GGD gezondheidsmonitor volwassenen 2022 toont een stijging in het aantal rokers ten opzichte van 2020.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

22

Uit de Corona Gezondheidsmonitor 2022 blijkt dat 41% van de inwoners van Gilze en Rijen niet meer dan één glas alcohol per dag drinkt en daarmee voldoet aan de huidige richtlijn. 6% van de inwoners is een overmatige drinker en 10% is een zware drinker. Dit is vergelijkbaar met de regio. Van de jongeren in de 2e en 4e klas van het Voortgezet Onderwijs geeft 29% aan recent alcohol te hebben gedronken. Dit is iets lager dan in de regio. Ook het percentage jongeren dat recent heeft binge gedronken en ooit wiet of hasj heeft gebruikt is lager dan in de regio. (GGD Gezondheidsmonitor, 2021). Mentale gezondheid In de gemeente Gilze en Rijen heeft 17% van de volwassen inwoners psychische klachten ervaren in de laatste vier weken. Dit is gelijk aan de regio Hart voor Brabant. In de regio hebben met name volwassenen tot 35 jaar en laagopgeleiden psychische klachten. (Corona Gezondheidsmonitor, 2022) Bij de burgerpeiling (2022) is het aantal inwoners van onze gemeente dat aangeeft hun geestelijke gezondheid géén of nauwelijks een beperking te vinden om aan het maatschappelijk leven deel te nemen, lager dan van de referentiegemeenten. Ook het aantal inwoners dat zegt makkelijk de draad weer op te pakken na tegenspoed is iets lager dan in vergelijkbare gemeenten.

Desondanks maken in Gilze en Rijen minder mensen gebruik maken van de basis GGZ en/of POH GGZ ten opzichte van andere gemeenten (Vektis, 2021). Een klein percentage van Overbelasting door mantelzorg lijkt geen grote rol meer te spelen. In de laatste twaalf maanden heeft 9% van de inwoners van de gemeente Gilze en Rijen een enkele keer of zelfs vaak serieus nagedacht over suïcide. In de regio komen suïcidegedachten vaker voor bij volwassenen tot 35 jaar en bij midden- en laagopgeleiden. (Corona Gezondheidsmonitor, 2022) Het risico op psychische problemen bestaat bij 6% van de jongeren en bij 16% van de kinderen tussen de 4-11 jaar; dit is hoger dan in de regio. Uit de GGD monitor van 2021 blijkt dat 30% van de middelbare scholieren uit Gilze-Rijen psychische klachten heeft. 12% van de kinderen tussen de 4 en 11 jaar heeft een aanwijzing voor de aanwezigheid van psychische problemen. In 2017 was dit nog 16%. Een kwart van de kinderen tussen de 4 en 11 jaar wordt soms, vaak of heel vaak gepest. Van de middelbare scholieren geeft 15% aan in de afgelopen 3 maanden gepest te zijn.

Raadsrapportage Sociaal domein Gilze en Rijen 2022

23

Indicatoren Overzicht Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein Versie juli 2022

24

Hoofdstuk in rapportage

Indicator 1

Definitie2

Frequentie

Ook op wijkniveau beschikbaar?3

Bron

1. Huidige situatie

1.1 Samenstelling huishoudens Aantal huishoudens per 1000 inwoners, naar type huishouden.

Aantal huishoudens per 1000 inwoners 1. Alleenstaande huishoudens 2. Samenwonenden zonder kinderen 3. Samenwonenden met kinderen 4. Eenoudergezinnen Huishoudens bestaan uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de referentiepersoon.

Jaarlijks

Ja

CBS – Kerncijfers Wijken en Buurten

1.2 Ontwikkeling van de SociaalEconomische Statusscore (SES WOA)

Deze tabel bevat cijfers over de ontwikkeling van de sociaal-economische status (SES-WOA) van gemeenten in Nederland in vergelijking met de referentiegroep. De gegevens hebben betrekking op de periode 2014 tot en met 2019. Deze status wordt beschreven in termen van de financiële welvaart, het opleidingsniveau en het recente arbeidsverleden van particuliere huishoudens op 1 januari van het verslagjaar. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners

Onregelmatig

Ja

CBS-

1

De eenheid in deze kolom betreft de eenheid zoals de indicator in het rapport van de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein wordt gepresenteerd. In de database van Waarstaatjegemeente.nl kunnen de meeste indicatoren in een andere eenheid worden getoond. 2 Voor een toelichting op specifieke begrippen, zie de definitielijst op de website van VNG Realisatie. 3 De cijfers van de wijken binnen een gemeente tellen niet altijd op tot het totaal van de gemeente. Dit komt omdat van sommige personen en huishoudens niet bepaald kan worden in welke wijk ze wonen. 2

25

-

25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners 300.000 inwoners

1.3 SES-WOA score per wijk

De SES-WOA score per wijk. De gegevens hebben betrekking op de periode 2014 tot en met 2019. Voor alle gegevens, ongeacht verslagjaar, geldt dat de gemeente/wijk/buurt-indeling van 2021 is toegepast.

Onregelmatig

Ja

CBS

1.3 Huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning Percentage huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning

Verhouding tussen huishoudens met en zonder zorg en ondersteuning, ten opzichte van het totaal aantal huishoudens. 1. Met zorg en ondersteuning 2. Zonder zorg en ondersteuning Onder zorg en ondersteuning wordt verstaan de individuele voorzieningen op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en/of de Participatiewet.

Halfjaarlijks

Ja

CBS –Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

1.3 Stapeling per voorziening Aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per 1.000 huishoudens, naar aantal voorzieningen en vergeleken met de referentiegroep.

Wanneer huishoudens meerdere voorzieningen tegelijkertijd ontvangen, betreft dit de zogenaamde stapeling van voorzieningen. De gestapelde staafdiagram toont het aantal huishoudens met voorzieningen per 1.000 huishoudens, naar aantal voorzieningen. 1. 1 voorziening 2. 2 voorzieningen 3. 3 voorzieningen 4. 4 voorzieningen 5. 5 voorzieningen 6. 6 of meer voorzieningen Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

3

26

Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners 25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners 300.000 inwoners 1.4. Stapeling per domein Aantal huishoudens met zorg en ondersteuning per 1.000 huishoudens, naar domein en vergeleken met de referentiegroep.

Wanneer huishoudens meerdere voorzieningen tegelijkertijd ontvangen, betreft dit de zogenaamde stapeling van voorzieningen. De gestapelde staafdiagram toont het aantal huishoudens met voorzieningen per 1.000 huishoudens, naar domein. 1. Alleen jeugdwet (jeugd) 2. Alleen Participatie-wet (P-Wet) 3. Alleen Wmo 4. Jeugd en P-Wet 5. Jeugd en Wmo 6. P-Wet en Wmo 7. Jeugd, P-Wet en Wmo

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Gemeenten kunnen met elkaar vergeleken worden op basis van grootteklasse. De referentiegroep wordt bij deze indicator getoond. Gemeenten zijn hierbij ingedeeld in vijf grootteklassen op basis van aantal inwoners: < 25.000 inwoners 25.000 – 50.000 inwoners 50.000 – 100.000 inwoners 100.000 – 300.000 inwoners > 300.000 inwoners

4

27

2. Ontwikkelingen per domein

2.1 Ontwikkeling van het percentage jongeren met Jeugdzorg-trajecten Percentage jongeren met Jeugdzorgtrajecten, naar type traject per half jaar.

Percentage jongeren per categorie Jeugdzorg-traject ten opzichte van het totaal aantal Jeugdzorgtrajecten. 1. Jeugdhulp zonder verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 2. Jeugdhulp met verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 3. Jeugdbescherming, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 4. Jeugdreclassering, aantal per 1.000 jongeren van 12 tot 23 jaar. De grafiek toont de trendlijnen met de ontwikkeling van de percentages per half jaar.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Beleidsinformatie Jeugd

2.2 Aantal jongeren met Jeugdzorgtrajecten vergeleken Aantal jongeren met Jeugdzorgtrajecten per 1.000 jongeren, naar type traject.

Aantal jongeren met jeugdzorg-trajecten per 1.000 jongeren. 1. Jeugdhulp zonder verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 2. Jeugdhulp met verblijf, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar. 3. Jeugdbescherming, aantal per 1.000 jongeren tot 18 jaar.

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Beleidsinformatie Jeugd

4.

Jeugdreclassering, aantal per 1.000 jongeren van 12 tot 23 jaar. Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

5

28

2.3 Ontwikkeling van het aantal inwoners met Wmo voorzieningen Aantal personen met Wmovoorzieningen, naar type voorziening en totaal per half jaar.

Aantal inwoners met een Wmo-voorziening per categorie ten opzichte van het totaal aantal personen met een Wmo-voorziening. 1. Ondersteuning Thuis 2. Hulp bij het huishouden 3. Verblijf en Opvang 4. Hulpmiddelen en Diensten 5. Totaal De grafiek toont de trendlijnen met de ontwikkeling van de aantallen per half jaar. Omdat inwoners gebruik kunnen maken van meerdere voorzieningen, kan het totaal aantal inwoners met een voorziening afwijken van de opgetelde totalen per categorie. Per categorie wordt een inwoner slechts één keer meegeteld. Daarnaast wordt een inwoner met voorzieningen in meerdere categorieën in al die categorieën afzonderlijk meegeteld.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

2.4 Aantal inwoners met Wmo voorziening per categorie Aantal personen met Wmovoorzieningen per 1.000 inwoners, naar type voorziening

Aantal inwoners met een Wmo-voorziening per 1.000 inwoners, naar type voorziening. 1. Cliënten met hulp bij het huishouden 2. Begeleiding 3. Persoonlijke verzorging 4. Dagbesteding 5. Kortdurend verblijf 6. Woonvoorzieningen 7. Rolstoelen 8. Vervoersvoorzieningen 9. Vervoersdiensten 10. Woondiensten

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

6

29

2.5 Gemeentelijk beleid naar type Wmo voorziening Het gemeentelijk beleid per jaar, naar type voorziening.

Deze tabel bevat informatie over het gekozen lokale beleid in een gegeven jaar, naar type voorziening. 1. Hulp bij het huishouden 2. Begeleiding 3. Dagbesteding

Jaarlijks

Nee

CBS – Monitor Abonnementstarief

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Gemeenten bieden hun voorzieningen op een van de volgende manieren aan. Alleen maatwerkvoorzieningen Voornamelijk maatwerkvoorzieningen Evenveel algemene als maatwerkvoorzieningen Voornamelijk algemene voorzieningen Alleen algemene voorzieningen Waneer gemeenten een bepaalde voorzieining niet aanbieden dan is ‘niet van toepassing’ ingevuld. 2.6 Aantal inwoners met Wmovoorzieningen vergeleken Aantal personen met een Wmovoorziening per 1.000 inwoners, naar type voorziening.

Aantal personen met Wmo-voorzieningen per 1.000 inwoners van de betreffende doelgroep. 1. Ondersteuning Thuis 2. Hulp bij het Huishouden 3. Verblijf en Opvang 4. Hulpmiddelen en Diensten 5. Totaal Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

7

30

2.7 Aantal inwoners in beschermd wonen per regio Aantal inwoners in beschermd wonen per 1.000 inwoners, naar beschermd wonen-regio.

De figuur toont het aantal inwoners met een arrangement beschermd wonen per 1.000 inwoners, naar beschermd wonen-regio. 1. <1.6 2. 1.6 < 2.0 3. 2.0 < 2.4 4. 2.4 < 2.8

5.

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

Halfjaarlijks

Ja

CBS – Bijstandsuitkeringenstatistiek

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Bijstandsuitkeringenstatistiek

>= 2.8

De regio waartoe de gemeente behoort is rood omrand. 2.8 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per halfjaar, naar leeftijdscategorie.

De kruistabel toont het absolute aantal personen met een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet per halfjaar, naar leeftijdscategorie: 1. Bijstand gerelateerde uitkering tot AOWleeftijd 2. Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd

3.

2.9 Aantal inwoners met een bijstandsuitkering vergeleken Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners per halfjaar, naar leeftijdscategorie.

Bijstandsuitkeringen (totaal)

Aantal inwoners met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners, naar leeftijdscategorie 1. Bijstand gerelateerde uitkering tot AOWleeftijd 2. Bijstand gerelateerde uitkering vanaf AOW-leeftijd 3. Bijstandsuitkeringen (totaal) Onderverdeling naar gemeente en referentiegroep.

8

31

2.10 Aantal inwoners met een reintegratie/participatievoorziening

Het absolute aantal inwoners met een reintegratievoorziening wordt getoond per maand.

Maandelijks

Nee

CBS – Statistiek Re-integratie door Gemeenten

2.11 Aantal reintegratie/participatievoorzieningen per 1.000 inwoners vergeleken

Het aantal personen met een reintegratievoorziening per 1.000 inwoners van 15 – 74 jaar, naar halve jaren.

Halfjaarljks

Nee

CBS - Statistiek Re-integratie door Gemeenten

Jaarlijks

Ja

CBS – Kerncijfers Wijken en Buurten

3.1 Leeftijdsopbouw Percentage inwoners per leeftijdscategorie, gemeente en referentiegroep

3.

Uitgangspositie

Vergelijking tussen gemeente en referentiegroep. Het percentage inwoners per leeftijdscategorie 1. Jonger dan 18 jaar 2. 18 tot 23 jaar 3. 23 tot 27 jaar 4. 27 tot 50 jaar 5. 50 tot 68 jaar 6. 68 tot 75 jaar 7. 75 jaar en ouder Vergelijking tussen gemeente en referentiegroep. 3.2 Werkloze beroepsbevolking Aantal werkloze personen per jaar, gemeente en referentiegroep

De werkloze beroepsbevolking wordt hier weergegeven als het aantal werkloze personen per 1.000 inwoners tussen de 15 – 75 jaar. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Nee

CBS – Arbeidsdeelname

3.3 Werkloze jongeren Percentage werkloze jongeren per jaar, gemeente en referentiegroep

Werkloze jongeren wordt hier weergegeven als het percentage werkloze jongeren van 16 tot en met 22 jaar. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

9

32

3.4 Voortijdig schoolverlaters Aantal voortijdig schoolverlaters per 1.000 leerlingen, naar leeftijdscategorie.

Het aantal voortijdig schoolverlaters in het Voortgezet onderwijs en het MBO per 1.000 leerlingen, naar leeftijdscategorie. 1. Jonger dan 18 jaar 2. 18 tot 23 jaar Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Jaarlijks

Nee

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.5 Leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs Aantal leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs per 1.000 leerlingen, per jaar.

Het aantal leerlingen in het Speciaal Basisonderwijs per 1.000 leerlingen, per jaar. De drie meest recente jaren worden getoond. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Jaarlijks

Nee

Dienst Uitvoering Onderwijs

3.6 Kinderen in uitkeringsgezinnen Percentage kinderen tot 18 jaar in uitkeringsgezinnen, per jaar.

Het percentage kinderen tot 18 jaar, die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep. De 5 meest recente jaren worden getoond.

Jaarlijks

Ja

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

3.7 Kindermishandeling Aantal gevallen kindermishandeling per 100.000 inwoners, naar type registratie.

Aantal bekende gevallen met betrekking tot kindermishandeling bij Veilig Thuis per 100.000 inwoners, naar type registratie 1. Gestarte adviezen

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Beleidsinformatie Veilig Thuis

2.

Meldingen

10

33

Resultaten 4.

3.8 Kwetsbaarheid Percentage inwoners dat als kwetsbaar wordt beschouwd, naar type problematiek.

Percentage inwoners van 18 jaar en ouder dat als kwetsbaar wordt beschouwd, naar type problematiek. 1. Psychische problematiek, totaal aantal personen 2. Twee of meer aandoeningen, totaal aantal personen 3. Verminderde mobiliteit, volwassenen van 19+ 4. Eenzaamheid, volwassenen van 19+ Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

4-jaarlijks & Jaarlijks

Nee

Vektis, GGD-GHOR/RIVM

4.1 Cliëntervaringsonderzoek Wmo Vanaf 2021 wordt het cliëntervaringsonderzoek Wmo op een andere wijze uitgevoerd. In de nieuwe opzet voor het CEO Wmo krijgen gemeenten de huidige standaardvragenlijst en bijbehorende onderzoeksaanpak niet meer voorgeschreven. Het staat hen wel vrij deze te blijven gebruiken. Zij mogen er echter ook voor kiezen om het onderzoek – binnen bepaalde voorgeschreven kaders – op een andere wijze in te richten. Naar verwachting wordt een deel van de resultaten over CEO-Wmo 2020 eind augustus gepubliceerd.

Er is een nieuw format ontwikkeld voor het

Jaarlijks

Nee

Cliëntervaringsonderzoek Wmo

rapporteren van de resultaten dat uit de volgende drie onderdelen bestaat, te weten: 1. Doel, opzet en uitvoering van het cliëntenervaringsonderzoek Wmo 2. Uitkomsten van het cliëntenervaringsonderzoek Wmo 3. Opvolging van de uitkomsten van het onderzoek

11

34

4.2 Inwoners van 70 jaar en ouder die zelfstandig of in een zorginstelling wonen Aantal inwoners van 70 jaar en ouder per 1.000 inwoners, naar type woonvorm.

Het aantal inwoners van 70 jaar en ouder per 1.000 inwoners, naar type woonvorm 1. Zelfstandig wonend 2. Wonend in een instelling Een vergelijking wordt gemaakt tussen gemeente en referentiegroep.

Per kwartaal

Nee

CBS

4.3 Aantal inwoners naar reden beëindiging Wmo-voorzieningen Het aantal beëindigde wmovoorzieningen per half jaar, naar type beëindiging.

Deze tabel bevat informatie over het aantal beëindigde wmo-voorzieningen per half jaar, naar type beëindiging. 1. Totaal beëindigd 2. Overlijden 3. Levering volgens plan beëindigd 4. Verhuizing naar andere gemeente 5. Overig/onbekend

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

4.4 Jongeren met een beëindigd Jeugdzorg-traject naar reden beëindiging Het aantal beëindigde jeugdzorgtrajecten per half jaar, naar type beëindiging.

Deze tabel bevat informatie over het aantal beëindigde jeugdzorg-trajecten per half jaar, naar type beëindiging. 1. Beëindigd volgens plan 2. Waarvan in overeenstemming 3. Waarvan eenzijdig door cliënt 4. Waarvan eenzijdig door aanbieder 5. Waarvan wegens externe omstandigheden 6. Voortijdig afgesloten

Halfjaarlijks

Nee

CBS – Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein

12

35

4.5 Kosten Begrote en gerealiseerde kosten voor Wmo en Jeugdzorg per jaar, naar type voorziening.

De tabellen tonen de begrote en geraliseerde kosten van het meest actuele jaar voor Wmo en Jeugdzorg in duizend euro’s, naar type voorziening.

Jaarlijks

Nee

CBS – Monitor Abonnementstarief

Wmo-maatwerkvoorzienignen: 1. Hulp bij het huishouden 2. Ondersteuning thuis 3. Hulpmiddelen en diensten 4. Verblijf en opvang 5. Totaal Wmo-maatwerkvoorzieningen Jeugdzorg: 1. Jeugdhulp zonder verblijf – geleverd door wijkteam 2. Jeugdhulp zonder verblijf – niet geleverd door wijkteam 3. Jeugdhulp met verblijf 4. Kinderbeschermingsmaatregelen 5. Jeugdreclassering 6. Activiteiten in het preventieve justitiële kader 7. Totaal jeugdzorg De kosten omvatten het volgende: De begrote kosten betreffen het budget dat is gereserveerd op grond van de voorzieningen die in de gegeven periode zijn toegekend of voorzien. De uitvraag van begrotingscijfers voor de GMSD betreft niet de budgetten die door het Rijk ter beschikking zijn gesteld, maar de door de Raad vastgestelde begroting.

-

De gerealiseerde kosten die betaald zijn of kosten van voorzieningen die in de periode zijn afgesloten waarvan de betaling later plaats kan vinden. De vuistregel bij twijfel is het aanhouden zoals door de Raad wordt behandeld.

13

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13492248/1