Bijlage 1 - Ontwerp bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
Tekst van het document
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|27
De buurt wordt aan de west- en zuidzijde omzoomd door een groenzone in de vorm van een houtwal die een groene overgang vormt van bebouwd gebied naar landschap. Op een walletje van 0,50 meter hoogte en een breedte van 5 meter wordt een mix van bomen en struiken aangeplant. De beplanting bestaat uit een struweelmix van lijsterbes, meidoorn, hazelaar, hulst, hondsroos en boomvormers bestaande uit de eik en de berk. Per kavel worden er minimaal twee boomvormers geplaatst, afhankelijk van de toekomstige woningplattegrond. Het beheer dient te worden voldaan door bewoners grenzend aan de houtwal. In het beeldkwaliteitsplan (Bijlage 1) is de landschappelijke inpassing nader uitgewerkt. Zie ook paragraaf 3.3. De groenzone is op de verbeelding specifiek aangewezen. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarmee de aanleg en onderhoud van de groenzone juridisch geborgd is.
Profieltekening - struweelwal en kavelgrens
Investering aanleg en beheer landschapselementen Aanleg en beheer landschapselementen Oppervlakte Kosten aanleg, (m2) norm per eenheid
Nieuwe houtsingel
1.060 m2 (64 planten per are: 678 planten)
€ 1,87/stuk
Totaal
2.
Kosten aanleg
€ 1267,86
Kosten beheer 1 jaar, norm per eenheid € 1.775,02 / ha/jr
Kosten beheer 10 jaar
Investering
€ 1.881,52
€ 3.149,38
€ 3.149,38
Investering in burgerinitiatief Wouwervallei Het resterende bedrag van ca. € 14.968,72 wordt geïnvesteerd in het burgerinitiatief Wouwervallei. Hiervoor zullen door de ontwikkelaar afspraken worden gemaakt met de Natuur en Landschapsvereniging Gilze en Rijen, het Brabants Landschap en de gemeente Gilze en Rijen. Op deze wijze wordt aangesloten op de investering die ook in het kader van het aangrenzende bestemmingsplan RvR Laarspad in het burgerinitiatief Wouwervallei is gedaan.
Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal beleid.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|28
4.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen De gemeente Gilze en Rijen heeft de Structuurvisie Stedelijk Gebied vastgesteld op 21 december 2015. De basis voor de structuurvisie wordt gevormd door zowel de toekomstvisie ‘Wij zijn Gilze en Rijen’ als het ambitiedocument ‘Ambities Gilze en Rijen – Nieuwe kansen!’. De hoofdambities zijn bepaald en hierin vastgelegd. Met het opstellen van de structuurvisie zet de gemeente een belangrijke stap in de concretisering van de ruimtelijke ambities. De structuurvisie is daarmee een uitvoeringsdocument dat als onderlegger dient om aan de slag te gaan met de ambities en de hoofdkeuzes, bij toekomstige projecten en bestemmingsplan. De rol van de structuurvisie is veelzijdig: • De structuurvisie concretiseert de toekomstvisie en het ambitiedocument, voor het ruimtelijke domein. De structuurvisie draagt daardoor bij aan het vormgeven van de lokale en regionale ambities; • Met de structuurvisie laat de gemeente zien hoe zij aansluiten bij de lokale en regionale kracht en hoe de gemeente zich onderscheidt. Zo kan de gemeente de structuurvisie strategisch inzetten tijdens overleg met bovengemeentelijke partners; • De structuurvisie zorgt vanuit de integraliteit ook voor overzicht.
Het is het instrument bij uitstek om dwarsverbanden te leggen tussen de verschillende lokale en regionale beleidsvelden; • Ook geeft de structuurvisie de mogelijkheid om projecten voor de komende jaren te prioriteren. In samenspraak met burgers en belanghebbenden heeft de gemeente Gilze en Rijen vier ruimtelijke hoofdkeuzes geformuleerd: 1. Nieuwe Noodzakelijkheid “Een nieuwe manier van denken over wonen” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap o Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid 2. Sterke Schakels “Bereikbaar voor iedereen” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaamverkeer) van de kernen en hun specifieke functies o Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk 3. Levendige Centra “Sterke en vitale dorpsharten” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Herkenbare en levendige dorpsharten o Goed functionerende winkelconcentratiegebieden 4. Karakteristieke Bedrijvigheid “Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel” Dit betekent dat de gemeente kiest voor: o Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid o Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|29
Uitsnede visiekaart Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen
Beleidsuitgangspunten Gilze Het plangebied valt binnen de Structuurvisie Stedelijk Gebied voor het grootste gedeelte binnen het gebied aangeduid als ‘Uitbreidingslocatie woningbouw’. Alleen de bedrijfslocatie en tankstation vallen onder reeds bebouwd gebied. Voor Gilze bevat de Structuurvisie Stedelijk Gebied het volgende relevante beleid voor de planlocatie: ‘Bouwen naar behoefte’ en ‘inbreiden voor uitbreiden’ is een overkoepelend thema voor alle woningbouwontwikkelingen in de gemeente Gilze en Rijen. Dit wil zeggen, dat er eerst gezocht wordt naar woningbouwlocaties binnen het stedelijk gebied, voordat naar nieuwe uitbreidingslocaties wordt gekeken. Dit principe wordt ook toegepast op Gilze. Eerst wordt gekeken naar de verdichtingsmogelijkheden van buurtschappen en/of herontwikkeling van bestaande erven. Pas daarna wordt gekeken naar nieuwe locaties. Op de visiekaart Gilze zijn de grootschalige uitbreidingslocaties voor woningbouw met meer dan 30 woningen vastgelegd. Dit betekent dat er eerst gezocht wordt naar woningbouwlocaties binnen het stedelijk gebied, voordat naar nieuwe uitleglocaties wordt gekeken. Het woningbouwprogramma en de prioritering van locaties hebben een sterke relatie met het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Immers, woningbouw kan de motor zijn voor herstructurering.
Daarbij bepaalt het aanzicht van de woningen voor een deel de ruimtelijke kwaliteit. Hoewel grote dele van de dorpen een hoge woonkwaliteit kennen, zijn er op verschillende plekken ook verbeteringen mogelijk. Daarom heeft de gemeente in de Structuurvisie Stedelijk Gebied vier doelstellingen geformuleerd, aan de hand waarvan de kwaliteit van de woonomgeving kan worden getoetst. De gemeente kan deze doelstellingen gebruiken om het woningbouwprogramma de komende jaren te prioriteren en te faseren. Deze vier doelstellingen ter verbetering van de kwaliteit van de woonomgeving, zijn: • Versterking van de hoofdstructuur. Ofwel, de herkenbaarheid van de structuur van linten en radialen. Op hoofdlijnen kenmerken onze linten zich door de relatief fijne korrel en wisselende rooilijnen, waarbij woningen op het lint zijn georiënteerd. In onze linten zijn momenteel ietwat verloederde plekken te vinden. Ook bedrijfsmatige functies zorgen hier en daar voor een mindere uitstraling. Het zorgvuldig invullen, of hergebruiken, van deze locaties geeft een hogere kwaliteit aan de woonomgeving. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|30
•
•
•
Behoud van cultuurhistorische waarden. Dit speelt met name bij de oude fabriekspanden in Rijen, gelegen achter het lint. Ontwikkelingen die bijdragen aan de herkenbare instandhouding van elementen uit dit industriële verleden krijgen voorrang. Sociale duurzaamheid. Het beleid ten aanzien van WMO, jeugdzorg en zorg aan langdurig zieken en ouderen is dynamisch van aard. Het vraagt om een specifieke aanpak. Uit dit beleid vloeien nieuwe ruimtelijke vraagstukken voort. Deze nieuwe ontwikkelingen worden zo goed mogelijk ingepast in onze kernen, waardoor de sociaal maatschappelijk cohesie ter plaatse wordt vergroot. Functionele noodzaak. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij woningen die van slechte kwaliteit zijn of bij verouderde bedrijfspanden.
Toetsing Het plangebied valt binnen de Structuurvisie Stedelijk Gebied voor het grootste gedeelte binnen het gebied aangeduid als ‘Uitbreidingslocatie woningbouw’. Alleen de bedrijfslocatie en tankstation vallen onder ‘reeds bebouwd gebied’. Aan de Oranjestaat liggen vooral vrijstaande en half vrijstaande woningen. Het perceel Oranjestraat 113 is nog één van de weinige bedrijfspercelen aan de Oranjestraat. Door het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning en het toevoegen van twee half vrijstaande woningen aan de Oranjestraat wordt de structuur van de Oranjestraat versterkt en wordt de omgevingskwaliteit verbeterd. Ter plaatse van Oranjestraat 113 zijn een paar verouderde bedrijfsgebouwen en een lpg tankstation gevestigd. Het saneren van dit perceel is functioneel noodzakelijk in verband met de externe veiligheid van de omliggende woningen en de verpaupering van het perceel. Tevens dient de nieuwe weg, die door het plangebied loopt, als gebiedsontsluitingsweg voor de naastgelegen woningbouwlocatie. Geconcludeerd kan worden dat het voorliggend planvoornemen passend is binnen de Structuurvisie Stedelijk Gebied. Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 De toekomstvisie ‘Samen werken aan Ontwikkeling: Wij zijn Gilze en Rijen!’ geeft een beeld van de gewenste ontwikkelingen van de gemeente tussen nu en 2025. Gemeente Gilze en Rijen heeft haar inwoners veel te bieden.
Het is goed wonen, werken en leven in de gemeente. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteiten te behouden en ze verder te versterken en om nieuwe kwaliteiten te ontwikkelen. Dat kan alleen als er met z’n alle aan gewerkt wordt. Het is nodig dat de gemeente verbindingen legt met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties en met ons omringende gemeenten. De toekomstvisie heeft als functie dat zij: • Een beeld geeft van de gewenste ontwikkelingen van de gemeente Gilze en Rijen, de kernen en het buitengebied tussen nu en 2025; • Richtsnoer is voor het toekomstig handelen van de gemeente; • Aangeeft wat de rollen van inwoners, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties daarbij zijn; • Aan het gemeentebestuur een afwegingskader biedt voor het maken van toekomstige richtinggevende keuzes over taak- en rolopvattingen op verschillende beleidsterreinen, binnen de financiële mogelijkheden. De toekomstvisie is een richtsnoer en inspiratiebron voor de toekomstige ontwikkelingen van de gemeente. De toekomstvisie is ook de basis voor het ambitiedocument, waarin de belangrijkste gemeentelijke ambities zijn neergelegd.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|31
In de toekomstvisie staan een aantal ambities genoemd: • Het versterken van de gemeentelijke positie als woongemeente in het groen tussen twee steden; • Het benutten van de strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant, plus het versterken van de gemeentelijke positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven; • Het versterken van de vitaliteit van de kernen door goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur, die optimaal worden gebruikt; • Het versterken van de economische draagkracht van het buitengebied en van de belevingswaarde van het buitengebied. Dorpen in het groen en tussen twee steden Gilze en Rijen is een aantrekkelijke woongemeente in het groen tussen twee steden. Dat wil de gemeente versterken en in regionaal verband uitdragen. Met het oog op het vitaal houden van de kernen zet de gemeente in op het realiseren van extra groei door het aantrekken van nieuwe inwoners. Dit is gekoppeld aan toenamen van de werkgelegenheid. De gemeente wil zo veel mogelijk mensen die binnen de gemeente hun brood verdient ook maatschappelijk aan de gemeente binden. De gemeente wil inspelen op een behoefte van veel mensen om dicht bij hun werk te wonen. Daarom moet het woningaanbod gevarieerd zijn: van betaalbare woningen en appartementen voor jonge gezinnen en ouderen tot exclusieve woonvormen.
Toetsing In de gemeente is tot 2025 voldoende ruimte voor woningbouw voorhanden. Die ruimte is zowel voor inbreiding in de bestaande kernen Gilze en Rijen, als voor uitbreiding. Het uitgangspunt is dat inbreiding voor uitbreiding gaat, als bouwkosten dat toelaten. De gemeente wil de ruimte in en om de kernen Gilze en Rijen op een kwalitatief hoogwaardige manier invullen: met passende woningbouw of met publieke (groene) ruimte. Dat komt de kwaliteit van de bebouwde structuur van de kernen ten goede. Uitbreidingslocaties in de kern Gilze zijn Wendel-Zuid en Gilze-Zuid. De gemeente kiest ervoor om te bouwen voor een regionale behoefte. Daardoor blijft er voldoende draagkracht voor (winkel-)voorzieningen in de kernen. Welstandsnota Gilze Rijen Het welstandsbeleid voor de gemeente Gilze en Rijen is opgesteld vanuit de overtuiging dat de gemeente, ondernemers en inwoners het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving. Dat betekent dat de verschijningsvorm van een bouwwerk geen zaak is van de eigenaar van het bouwwerk alleen; elke voorbijganger wordt ermee geconfronteerd, of hij nu wil of niet. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat.
Het welstandstoezicht is bedoel om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente Gilze en Rijen. Het gemeentelijk welstandsbeleid bevat de welstandsaspecten en de criteria waaraan bouwplannen in de gemeente worden getoetst. Het gaat daarbij om algemene welstandscriteria, gebiedsgerichte welstandscriteria, welstandscriteria voor specifieke objecten en welstandscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken. De algemene welstandscriteria richten zich op: • De relatie tussen vorm, gebruik en constructie; • De relatie tussen bouwwerk en omgeving; • De betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; • Het evenwicht tussen helderheid en complexiteit; • Schaal en maatverhoudingen; • Materiaal, textuur, kleur en licht.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|32
Op 20 december 2010 heeft de gemeenteraad ingestemd met het vernieuwen van het welstandsbeleid. Uit dit besluit blijkt dat de Welstandsnota Gilze en Rijen alleen nog geldt voor de rode gebieden op de bij het besluit behorende kaart. Voor de gele gebieden geldt de Welstandsnota Gilze en Rijen niet meer, maar in plaats daarvan zal de beoordeling aan redelijk eisen van welstand plaatsvinden door middel van de ‘algemene voorschriften gele gebieden’. Voor de groene gebieden geldt de Welstandsnota Gilze en Rijen ook niet meer, met uitzondering van de excessenregeling.
Uitsnede Welstandsnota
Het plangebied valt zowel in het rode gebied (terrein van het bedrijf Hessels), als het gele gebied (achterliggende weitjes en de Dahliatuin), als in het groene gebied. Voor de rode gebieden beoordeelt de Welstandscommissie de bouwplannen op basis van de Welstandsnota. Voor de gele gebieden beoordeelt de Welstandscommissie de bouwplannen aan redelijke eisen van welstand op basis van ‘algemene voorschriften voor gele gebieden’. Het plangebied valt binnen de gebiedscategorie kleinschalige dorpslinten. Kleinschalige dorpslinten In Gilze en Rijen zijn de kleinschalige dorpslinten in de loop van de tijd grotendeels opgegaan in de planmatige uitbreiding van de kernen. Hierdoor is de van oorsprong beeldbepalende relatie met het open agrarisch gebied verloren gegaan. De uitstraling van deze linten heeft een duidelijk dorpskarakter gekregen. Het straatprofiel is ingericht met een klinkerrijbaan aan weerszijden begeleid door een betontegel trottoir en in sommige linten bomenrijen. De stedenbouwkundige structuur wordt gekarakteriseerd door een licht gebogen straatverloop met daarlangs relatief gesloten gevelwanden, die zorgen voor een duidelijke begeleiding van de weg. Het veelal ontbreken van voortuinen zorgt voor een stenig karakter van de straten. Er is sprake van een gevarieerde bebouwingsopzet.
De gevelwanden zijn voornamelijk opgebouwd uit vrijstaande en aaneengebouwde kleinschalige lintbebouwing, uit verschillende bouwperioden, welke dicht aan de weg, in de voorgevelrooilijn zijn gepositioneerd. De architectuur van de organisch gegroeide lintbebouwing wordt gekenmerkt door een bouwhoogte van overwegend één of twee bouwlagen met kap. De dakvormen zijn veelal zadel- of mansardedaken met de noklijn evenwijdig aan de straat, afgewisseld met topgevels en samengestelde daken.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|33
Voornamelijk de vooroorlogse bebouwing wordt gekenmerkt door verticale gevelgeleding en fraaie detaillering in de vorm van speklagen, rolbogen, gevelplinten, daklijsten en siergoten. Het materiaalgebruik bestaat hoofdzakelijk uit aardkleurige baksteen in donkere en lichte tinten, afgewisseld met licht gepleisterde gevels en dakbedekking van donkere of rode dakpannen. Waardebepaling, gewenste ontwikkeling en beleid De kleinschalige dorpslinten vormen de organisch gegroeide historische routes waaraan de dorpen zijn ontstaan. De lintbebouwing bestaat voornamelijk uit een vermenging van historische woon- en bedrijfsbebouwing, nieuwbouw en aan- en uitbouwen, waarin cultuurhistorisch waardevolle bebouwingselementen zeer belangrijk zijn voor de uitstraling van de kleinschalige dorpslinten. De ruimtelijke karakteristiek wordt gekenmerkt door een open straatprofiel begeleid door relatief gesloten gevelwanden. Deze zijn opgebouwd uit vrijstaande en aaneengebouwde kleinschalige lintbebouwing, verspringend ten opzichte van de voorgevelrooilijn al dan niet voorzien van een voortuin. Gevelwanden vertonen een variatie voor wat betreft bouw- en goothoogte, kapvorm en – richting, bouwstijl en gevelopbouw. De gevoeligheden binnen de kleinschalige dorpslinten liggen in vervangende nieuwbouw en toevoegingen aan de bebouwing die het gevelbeeld verstoren.
Het welstandsbeleid is erop gericht te zorgen voor een zorgvuldige inpassing van nieuwe bebouwingselementen binnen de bestaande omgeving. Welstandscriteria Onderstaande criteria vloeien voort uit de bestaande aanwezige karakteristieken en het gewenste beeld. De welstandscriteria dienen altijd in samenhang met de hiervoor behandelde beschrijving, waardebepaling en beleidsrichting van het gebied gehanteerd te worden. Situering (kleinschalige dorpslinten Rijen en Gilze) • Behouden van autonome ligging en uitstraling tussen planmatige uitbreidingen; • Interpreteren van de gesloten en begeleidende karakteristiek in de straatwanden; • Interpreteren van een positionering in de voorgevellijn direct aan het trottoir. Massa en vorm • Behouden van de maat en schaal van bebouwing gerelateerd aan de bebouwde omgeving (m.a.w. maat en schaal binnen de marges van bestaande bebouwing); • Interpreteren van dakvorm en –richting van de bebouwing in de directe omgeving. Gevarieerde dakvorm en –richting is wenselijk; • Interpreteren van kleinschaligheid, diversiteit en beslotenheid in het gevelbeeld. Gevelkarakteristiek • Interpreteren van diversiteit in straatbeeld door individuele vormgeving en architectonische verschil met de belenende woning; • Geen dichte gevels (muren) op voetgangersniveau.
Visuele toegankelijkheid door transparante vormgeving wenselijk; • Respecteren van authentieke detailleringen en ornamenten; • Gevarieerde gevelindeling is wenselijk. Kleur en materiaal • Interpreteren van aardkleurig metselwerk en dakbedekking van rode of donkere dakpannen. Wit stucwerk is mogelijk; • Met de omgeving harmoniërende kleuren is wenselijk.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|34
Algemene voorschriften voor gele gebieden Voor de gele gebieden gelden de volgende algemene voorschriften en uitgangspunten: • Het uiterlijk van het gebouw of bouwwerk is een begrijpelijke en logische keuze vanuit het gebruik of de bestemming; • Het gebouw of bouwwerk is een begrijpelijke en logische keuze t.o.v. zijn omgeving; • De gekozen stijlvorm is begrijpelijk en logisch; • De samenhang tussen maatverhouding in ruimtes, volumes en vlakverdelingen is logisch en begrijpelijk; • Materiaalgebruik, kleur en textuur is logisch en begrijpelijk. Uitgangspunt bij de beoordeling is, dat: • Niet gestreefd wordt naar een ‘8’ maar naar een ‘6’; • De beoordeling plaatsvindt ‘door de oogwimpers’ dat wil zeggen globaal. Toetsing Het welstandsbeleid richt zich op het zorgvuldig inpassen van nieuwe bebouwingselementen binnen de bestaande omgeving. De gevoeligheid binnen de kleinschalige dorpslinten liggen in vervangende nieuwbouw en toevoegingen aan de bebouwing die het gevelbeeld verstoren. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van twee half vrijstaande woningen aan de Oranjestraat (groen/ rood gebied) en 41 woningen op het achterterrein. Om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken wordt het tankstation en de enkele bedrijfsgebouwen gesloopt.
Met het planvoornemen wordt de kwaliteit van de bebouwing aan de Oranjestraat niet geschaad en blijft de maat en schaal gerelateerd aan de bebouwde omgeving. Het stedenbouwkundig plan wordt voorgelegd aan de welstandscommissie. Beleidsplan Archeologie In 2010 heeft SRE Milieudienst een Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg en een beleidskaart voor het gehele grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen opgesteld. Het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg en beleidskaart met bijbehorende toelichting zijn op 26 april 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Beleidskaart De gemeentelijke beleidskaart is gebaseerd op een grote hoeveelheid (veld-)gegevens die toegespitst zijn op de lokale situatie. Hierdoor ontstaat een goed onderbouwd beleidsdocument en kunnen verantwoorde keuzes gemaakt worden over het al dan niet hoeven uitvoeren van archeologisch onderzoek. Door de verwachtingswaarde in categorieën onder te verdelen, wordt tevens onderscheidt gemaakt in de omvang van de ingreep. Met andere woorden: hoe lager de verwachtingswaarde, hoe groter een ingreep mag worden uitgevoerd, zonder voorafgaand archeologisch onderzoek. In de praktijk betekent dit dat aanvragers slechts dan een archeologisch onderzoek moeten uitvoeren, als er sprake is van een gefundeerde en goed beargumenteerde verwachtingswaarde.
Dus minder vaak onderzoek verplicht voor de burgers/bedrijven en pas onderzoek verplicht bij activiteiten van grotere omvang. Anderzijds worden de locaties met hoge(re) verwachtingswaarden nog steeds goed beschermd. Juist doordat de beleidskaart een zeer getrouw beeld geeft van de verwachtingswaarden, mag dit beleid dan ook op groot draagkracht rekenen. Het beleid zorgt dus voor lastenverlichting voor de aanvragers en doet tegelijkertijd geen enkele afbreuk aan de bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed. Het gemeentelijk archeologiebeleid bestaat uit: • Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, gemeente Gilze en Rijen • Beleidskaart en toelichting
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|35
De archeologische beleidskaart vertaalt de archeologische waarden en –verwachting naar concrete maatregelen. Op basis van de beleidskaart wordt de gemeente onderverdeeld in verschillende categorieën met daaraan gekoppelde voorschriften. De beleidskaart wordt vertaald in de bestemmingsplannen. In paragraaf 5.10 ‘Archeologie’ wordt getoetst aan de relevante archeologische beleidsstukken. Groenstructuurplan 2011 De gemeente Gilze en Rijen staat bekend als een open en groen gemeente tussen de steden Tilburg en Breda. Op de eerste plaats bepaalt het aantrekkelijke buitengebied, bestaande uit bosgebieden en open (broek-)ontginningen met beekdalen, het groene karakter. Ten tweede draagt het groen in en direct grenzend aan de kernen bij aan de groene uitstraling. Bosgebieden verweven met de kern en historische structuren, begeleid door boomstructuren, dragen sterk bij aan de uitstraling van de kern. Het groenstructuurplan biedt kaders voor ontwikkeling van de groenstructuren binnen de kernen, met aandacht voor de kwaliteiten die het groen in de gemeente Gilze en Rijen heeft. Iedere kern heeft hierbij een andere ontstaansgeschiedenis en karakteristiek die belangrijke kaders bieden voor de ontwikkeling van de huidige groenstructuur. Groen binnen de kernen is echter niet vanzelfsprekend.
Functies als woningbouw en parkeren vragen binnen de bebouwde kommen om ruimte, waardoor de structuren steeds verder verdicht raken. Door vast te leggen welk groen van belang is voor de uitstraling van de gemeente, wordt voorkomen dat groen een ander functie krijgt en zo verloren gaat. De doelstelling van het groenstructuurplan is: Het beschrijven van de lange termijn visie van de gemeente Gilze en Rijen ten aanzien van de inrichting van het openbaar groen, om een waardevolle, karakteristieke, gebruiksvriendelijke en duurzame groenstructuur te behouden, ontwikkelen en versterken, binnen de bebouwde kommen.
Uitsnede Groenstructuurkaart
Het groenstructuurplan heeft geen juridische status, maar met het vaststellen van de inhoud van het plan legt het gemeentebestuur zijn visie met betrekking tot het openbaar groen in de kernen voor een periode van 10 jaar vast. Het groenstructuurplan is daarmee een uitgangspunt in de discussie over het groen in de kern en bij het dagelijks werk in de gemeente. Daarnaast biedt dit plan uitgangspunten voor het opstellen en toetsen van andere ruimtelijke plannen.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|36
Oranjestraat De Oranjestraat heeft een nieuwe eenzijdige structuur van lindes. Deze structuur sluit uitstekend aan bij de bebouwing. Naarmate het profiel ruimer is, zijn meer bomen en uiteindelijk een tweezijdige structuur toegepast. Ruimtelijke ontwikkeling Bij de realisatie van nieuwe wijken aan de randen van de kernen dient nadrukkelijk de relatie met het landschap beleefbaar te zijn. Natuurlijke, ruim opgezette groenvoorzieningen verbinden hierbij het landschap met de kern. De groenvoorzieningen dringen als groene vingers door in de kern. De bijbehorende beleidsdoelen zijn: • Uitbreidingen kernen verbinden met het landschap door landschappelijk groen in de kern in te laten dringen; • Groenvoorzieningen van hoge kwaliteit bundelen bij in- en uitbreidingen, groen en rood zijn hierbij in balans; • Behoud bestaande waardevolle groenelementen waar mogelijk; • Gemeente beoordeelt altijd beheerbaarheid door middel van beheertoets door gemeentelijk groenbeheerder. Toetsing Het planvoornemen leidt niet tot een verandering in de groenstructuur aan de Oranjestraat. Duurzaam bouwen Gemeente Gilze en Rijen heeft een specifieke ambities voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids.
Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheids-, sociale-, milieukundige- en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitsgids daagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De doelstelling van de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids is: • Duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk in zijn omgeving. Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: • Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving; • Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk; • Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot openbare ruimte en omgevingsfactoren; • Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid; • Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren. Toetsing De bebouwing wordt volgens de laatste duurzaamheidseisen gebouwd. Klimaatkaart Gilze Rijen Het klimaat verandert: de gemiddelde wereldtemperatuur stijgt en daarmee worden de gevolgen merkbaar. Het regent meer en harder, er komen meer dagen waarop het warmer is dan 30 graden.
De bodem wordt op de ene plaats natter en op een andere plaats droogt deze uit. Vanuit het Deltaplan zijn gemeenten verplicht om een stresstest light te maken. Dat is voor Gilze en Rijen de klimaatonderlegger in de vorm van een kaart. Een kaart is een middel om de effecten die we kunnen verwachten inzichtelijk te maken. Voor de Klimaatkaart Gilze en Rijen is een aantal gegevens uit bronnen zoals de bodemkaart, hoogte, zonneatlas en de Klimaateffectatlas gecombineerd en grafisch weergegeven. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|37
Op deze kaart staan de gevolgen die we kunnen verwachten en de kansen om hiermee om te gaan. Het zijn globale gegevens dus we kunnen niet op perceel niveau bepalen welke effecten daar optreden. Aan de hand van de Klimaatkaart heeft de gemeente Gilze en Rijen de Klimaatgids opgesteld. In deze gids wordt informatie gegeven over de klimaatgevolgen, wordt de klimaatkaart toegelicht en worden tips gegeven aan wat inwoners en planmakers kunnen doen. Een nieuwe ontwikkeling biedt kansen om aandachtspunten aan te pakken. Bij dit project is de voornaamste kans het voorkomen van problemen op het gebied van wateroverlast en hittestress. Klimaatgids In de Klimaatgids zijn verschillende maatregelen voor het tegengaan van hittestress opgenomen. Ook geeft de gemeente in de Klimaatgids adviezen aan haar inwoners over hoe zij zelf een bijdrage kunnen leveren. Welke adviezen geeft de gemeente aan haar inwoners? • Het vervangen van de verharding in de tuin door planten of gras. • De gevels van de woning of schuur vergroenen door het planten van een geveltuin. • Het aanbrengen van groen op de daken van schuren en woningen. • Bedrijven kunnen ook bijdragen door parkeerplaatsen, erfafscheiding en het dak te vergoenen. Dit kan gecombineerd worden met zonnepanelen waarmee bijdragen wordt geleverd voor het opwekken van duurzame energie.
Uitsnede klimaatkaart Gilze en Rijen
Toetsing Het plan biedt de kans om een duurzame en klimaatadaptieve ontwikkeling mogelijk te maken, in aansluiting op de delen van de reeds in ontwikkeling zijnde uitbreidingswijk ten zuiden van het Laarspad. De op de klimaatkaart aangegeven groene rand wordt aangelegd in de vorm van de groenstrook / houtwal met een breedte van 5 meter. Centraal in het plangebied komen open groene ruimtes rondom de bestaande te behouden bomen, waar de waterberging plaats zal vinden. Op deze wijze wordt een robuuste en klimaatadaptief watersysteem aangelegd.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|38
De woningen zullen op een duurzame manier worden gebouwd. Denk aan energieopwekking door middel van zonnepanelen, aan energiebesparing door de bebouwing volledig te isoleren door middel van extra duurzame technieken en materialen. In en rond de woningen zullen maatregelen voor natuurinclusief bouwen worden getroffen, in de vorm van bijvoorbeeld nestkasten. Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|39
5.
RANDVOORWAARDEN
5.1
Bodemkwaliteit
Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Actualiserend vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek Door Aeres Milieu B.V. is een actualiserend vooronderzoek uitgevoerd voor de locaties A en C en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locaties B en D. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
Plandeel A Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie ter plaatse van het tankstation en de wasboxen als ‘verdacht’ beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Ter plaatse is in 2016 reeds een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd waarbij plaatselijk slechts een lichte verhoging met PAK aangetroffen is. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Het is geadviseerd om na beëindiging van de bedrijfsactiviteiten een eindsituatie onderzoek uit te voeren ter plaatse van het tankstation, de ondergrondse tank, de wasboxen en twee oliescheiders. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem kan plaatselijk (twee bestaande panden en twee reeds gesloopte panden) niet uitgesloten worden (verdacht). Middels een asbest inventarisatie kan nagegaan worden of de bestaande daken daadwerkelijk asbesthoudend zijn. Afhankelijk hiervan is de deellocatie plaatselijk verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|40
Bij een ontwikkeling ter plaatse van de asbestverdachte panden dient voorafgaand een verkennend asbest in bodem onderzoek conform de NEN 5707 plaats te vinden om de eventuele aanwezigheid van asbest te onderzoeken. Middels een voorwaardelijke verplichting is dit geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Plandeel B en D Ter plaatse hiervan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In het opgeboorde bodemmateriaal zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond van deellocatie B geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten zijn. De bovengrond van deellocatie D is plaatselijk licht verhoogd met lood. In de ondergrond van locatie D zijn geen gehalten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten. Het freatisch grondwater binnen beide deellocaties is niet onderzocht aangezien het grondwater gedurende het veldwerk niet binnen 5,0 meter -mv aangetroffen is waardoor conform de NEN 5740 grondwateronderzoek achterwege kan blijven. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling (woningbouw).
In het kader van dit bodemonderzoek is geen specifiek onderzoek conform NEN 5707 verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een inspectie van het terrein plaatsgevonden. Op het maaiveld en in de vrijkomende grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- en afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Plandeel C Uit de verzamelde (historische) informatie en het uitgevoerde locatiebezoek is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie in de periode 2016-heden geen potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Recent is ter plaatse een asfaltverharde bouwweg aangelegd richting het zuidelijk gelegen Laarspad. Gebaseerd op de verzamelde gegevens kan de onderzoekslocatie als ‘onverdacht’ worden beschouwd. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht). Voor de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie wordt een nieuw verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 niet noodzakelijk geacht. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Tijdelijk Handelingskader PFAS van toepassing.
Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|41
5.2
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuurakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.
De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; beheersbaar programma voor de waterkeringen; doelmatig beheer van de waterketen, Werkzaamheden slim combineren; het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 Op 3 december 2021 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 vastgesteld. Het RWP treedt in werking op 22 december 2021. Het RWP is gebaseerd op de Waterwet en sorteert al voor op de Omgevingswet. Voldoende water, schoon water, veilig water, vitale bodem en klimaatadaptatie zijn van belang voor vrijwel alle provinciale opgaven. De ambitie in het RWP is daarom dat Brabant in 2050 een klimaatbestendig en robuust water- en bodemsysteem heeft dat bestand is tegen extremen. Deze ambitie vergt een nieuwe manier van denken en handelen, waarbij de draagkracht van het water- en bodemsysteem leidend is voor het gebruik van gronden. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|42
Het RWP formuleert de tussendoelen voor 2027 die nodig zijn om de uiteindelijke ambitie in 2050 te behalen, waaronder de belangrijke opgave voor het behalen van de Europese Kader Richtlijn Water-doelstellingen. Waterbeheerprogramma 2021-2027 (Waterschap Brabantse Delta) In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022-2027 uitvoert. Er staan doelstellingen en ambities in. Het Waterbeheerprogramma komt voort uit afspraken in de Omgevingswet. Bij het opstellen van het Waterbeheerprogramma hebben we aan organisaties en andere belanghebbenden om hun inbreng gevraagd. Maar ook met trends en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaat, de inrichting van de ruimte en economische activiteiten is rekening gehouden in het Waterbeheerprogramma. Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte.
Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; • Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan, verbreed GRP Gilze en Rijen 2021-2025, moet bij nieuwbouw en herstructureringsprojecten voorkomen worden dat er negatieve effecten op de waterhuishouding optreden. Bij nieuwbouw of toenemend verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 60 mm. Bestaande situatie Het plangebied ligt in het westen van de bebouwde kom van Gilze, in één van de vele bebouwingslinten. Het plangebied bestaat aan de zijde van de Oranjestraat uit een geheel verhard bedrijfsterrein waar een bedrijfswoning, een tankstation en diverse bedrijfsgebouwen aanwezig zijn. Aan de achterzijde ligt een weide waar enkele schuurtjes aanwezig zijn.
Het zuidelijkste gedeelte aan de zijde van het Laarspad bestaat uit een moestuinencomplex met enkele gebouwtjes. Bodem en grondwater De ondergrond in midden Noord-Brabant is opgebouwd uit afzettingen, die geohydrologisch kunnen worden onderverdeeld in relatief goed en slecht waterdoorlatende lagen. In de ondergrond van midden Noord-Brabant komen twee watervoerende pakketten voor, min of meer gescheiden door een slechte doorlatende laag.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|43
Algemene Hoogtekaart Nederland (plangebied rood omlijnd)
De maaiveldhoogte in plangebied varieert van 16.50 meter +NAP aan de voorzijde (Oranjestraat) tot 15.70 meter +NAP aan de zuidzijde van het perceel. Het zuidelijke deel (weiland, tuinen) ligt wat lager dan het noordelijke deel (bedrijven) en de omliggende woningen. In het terrein zelf zit weinig hoogteverschil. De aangrenzende tuinen van de woningen aan de Hoevenaarstraat liggen ca. 0,40 tot 0,80 meter hoger. De geohydrologische situatie voor het plangebied is als volgt weer te geven. De bodem ter plaatse van het bedrijfsterrein bestaat tot de verkende diepte van 3,1 m-mv uit matig fijn siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Er wordt leem aangetroffen vanaf een diepte van ongeveer 2,5 m-mv. De bodem ter plaatse van de weide is globaal als volgt opgebouwd: Vanaf maaiveld is tot circa 2,1 m -mv een zandpakket aangetroffen. Hierna bevindt zich tot 3,1 m -mv leem. Bodematlas Brabant Uit de gegevens van de bodematlas van de provincie Brabant waaruit blijkt dat de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand zich op deze locatie op circa 1,00 m tot 1,40 m onder maaiveld bevindt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (zomer) ligt volgens de bodematlas dieper dan 2,00 m onder maaiveld. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (winter) ligt echter voor het zuidelijke deel van het perceel volgens de bodematlas met waarden tussen de 0,20 en 0,60 m onder maaiveld aanzienlijk hoger.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|44
Gemiddeld hoogste grondwaterstand plangebied (rood omlijnd)
Peilbuis Uit gegevens van het Dinoloket blijkt dat ter hoogte van de Meierstraat gegevens van een peilbuis bekend zijn. De grondwaterstand in deze peilbuis fluctueren tussen de 2,30 en 1,10 m-mv.
Grondwaterstand peilbuis ter hoogte van de Meierstraat
Grondwaterstanden bodemonderzoeken Voor het plangebied zijn de afgelopen jaren meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. De gemeten grondwaterstanden uit deze bodemonderzoeken geven deels een ander beeld dan de gegevens uit de bodematlas. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|45
Uit het bodemonderzoek van april 2016 in het noordelijke en middelste gedeelte lag de grondwaterspiegel in april in het noordelijke (verharde gedeelte) tussen de 1,54 en 1,80 m onder maaiveld. Bij het onverharde gedeelte aan de zuidzijde lag de grondwaterspiegel in april op 0,85 meter onder het maaiveld. De grondwaterspiegel bedraagt volgens het uitgevoerde bodemonderzoek van september 2016 in het zuidoostelijke gedeelte 1,74 meter onder maaiveld. Uit het bodemonderzoek van december 2019 voor het agrarische perceel aan de westrand bleek de grondwaterstand in december 3,90 m onder maaiveld te liggen. In december 2021 is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de groeituinen en het westelijke agrarische perceel. In de boring op de groeituinen is tot een diepte van 5,5 m onder het maaiveld geen grondwater aangetroffen. Conclusie grondwater Geconcludeerd kan worden dat de gemiddeld laagste grondwaterstanden in het gehele gebied 2,00 m-mv of dieper zijn gelegen. De gemiddeld hoogste grondwaterstand van het noordelijke, verharde gedeelte ligt waarschijnlijk dieper dan 1,50 m-mv, hetgeen aansluit bij de grondwaterstanden rondom de Oranjestraat en Meierstraat. Ter hoogte van de weide aan de zuidzijde van het plangebied lijkt volgens de gegevens van de bodematlas sprake te zijn van een natter gebied met hogere gemiddeld hoogste grondwaterstand, namelijk 0,20-0,60 m-mv.
Dit komt echter niet overeen met de gemeten grondwaterstanden uit de bodemonderzoeken in april 2016, september 2016, december 2019 en december 2021 waar in en rondom dit “nattere” gebied grondwaterstanden van 0,85 m-mv, 1,74 m-mv, 3,90 m-mv en dieper dan 5,5 m-mv zijn aangetroffen. Het nattere gebied lijkt in de werkelijkheid niet aanwezig te zijn. Mogelijk is wel sprake van hangwater als gevolg van de leemlaag. In het kader van de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen een infiltratieonderzoek en aanvullende grondwatermetingen worden uitgevoerd. Het grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend noordwestelijke richting. De locatie ligt niet in een grondwaterwinning of –beschermingsgebied. Er is sprake van een infiltratiesituatie. Infiltratie Uit de landbouwliteratuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van zand. Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodem ter plaatse bestaat uit matig fijn zand met een matige tot redelijke doorlatendheid. Dit correspondeert vanuit de literatuur met een snelheid van wateropname van circa 0,3 tot 0,32 m/d. De eerste laag in de bodemopbouw (tot 1,5 m–mv) geeft mogelijkheden om het hemelwater te laten infiltreren. De diepere tweede laag (1,5-5 m-mv) kent een slechte doorlatendheid, waardoor infiltratie hier beperkt is. Het water zal hier meer horizontaal wegvloeien.
Oppervlaktewater Het plangebied valt binnen het beheergebied van het waterschap Brabantse Delta. Aan de zuidzijde van het Laarspad, net buiten het plangebied, ligt een A-watergang die in het beheer is van het waterschap. Langs de westzijde van het plangebied ligt een greppel die niet in beheer is bij het waterschap of is opgenomen in de legger. Afvalwater In de huidige situatie is het afvalwater aangesloten op de riolering langs de Oranjestraat. Hemelwater Het plangebied bestaat in de huidige situatie deels uit verharding en deels uit grasland. De verharding aan de zijde van de Oranjestraat is aangesloten op het infiltratieriool in de Oranjestraat. Het hemelwater ter hoogte van het grasland valt rechtstreeks op de onverharde grond en wordt door inzijging, verdamping en afstroming naar de aangrenzende sloten afgevoerd. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|46
Toekomstige situatie Afkoppelen hemelwater In onderstaande tabel is voor de toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt bij het maximale planologische gebruik van de locatie. Bestaande situatie In de bestaande situatie is het gehele noordelijke deel aan de Oranjestraat verhard met bestrating en gebouwen. Dit betreft een oppervlakte van ca. 3.500 m2. Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn de volgende verharde oppervlakten aanwezig. •
Openbare ruimte Bruto (verharde) oppervlakten openbare ruimte
Toekomstige situatie (m²)
Verharding openbare ruimte
Ca. 3.110
Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 187
• Woonkavels De te verharden oppervlakten van de woonkavels zijn gebaseerd op de maximale bebouwingspercentages en te bebouwen oppervlakten uit de bestemmingsplanregels: -
Vrijstaande woningen (infiltratie eigen terrein): 50% Halfvrijstaande woningen: 60% Patiowoningen: 70% Aaneengebouwde woningen: 70% Bruto (verharde) oppervlakten woonkavels
oppervlakte (m²)
Vrijstaande woningen (50%) Halfvrijstaande woningen (60%) Patiowoningen (70%) Aaneengebouwde woningen (70%) Totaal
Ca. 4.105 Ca. 4.168 Ca. 2.100 Ca. 964 Ca. 11.337
Toename verhard oppervlak (m2) Ca. 2.053 Ca. 2.501 Ca. 1.470 Ca. 675 Ca. 6.699
Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 123 150 88 41 402
Het totale verharde oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt ca. 9.809 m2 (openbare ruimte en woonkavels samen). In de bestaande situatie is ca. 3.500 m2 aan verhard oppervlak aanwezig. De toename van het verhard oppervlak bedraagt ca. 6.309 m2. Conform het beleid van de gemeente en het waterschap dient er 60 mm berging per m2 verharding gerealiseerd te worden. Aangezien hier sprake is van nieuwbouw geldt de norm van 60 mm voor het gehele nieuw te ontwikkelen deel van het plangebied, een verhard oppervlak van ca. 9.809 m2. Er dient in totaal te worden voorzien in ca. 589 m3 aan benodigde waterberging voor de gehele planontwikkeling. Om te voorzien in de benodigde waterberging worden de onderstaande maatregelen genomen. De benodigde compensatie heeft als boven- en ondergrens respectievelijk de noodoverloopconstructie en de lokale grondwaterstand. De grondwaterstand is bepaald op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), zodat infiltratie in de bodem mogelijk is en de capaciteit niet wordt beperkt door grondwater. Bij de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen de omvang en ligging van de bergings- en infiltratievoorzieningen nader worden uitgewerkt. NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|47
Wadi’s in centrale groenzone In het plangebied zijn in de centrale groenzones wadi’s voorzien. Deze wadi’s zijn zodanig vormgegeven dat ze rond de bestaande bomen slingeren. Deze bestaande bomen blijven buiten de wadi’s zodat ze geen hinder ondervinden van een andere ondergrond en waterhuishouding. Tevens zijn kleinere wadi’s mogelijk aan het einde van de woonpaden met venster op het landschap en aan de oostzijde van de patiowoningen. De geplande wadi’s hebben de volgende oppervlakten en capaciteit: • • • •
wadi centrale groenzone oostzijde: ca. 500 m2 / ca. 250 m3 (diepte wadi 0,5 m) wadi centrale groenzone westzijde: ca. 140 m2 / ca. 70 m3 (diepte wadi 0,5 m) wadi’s vensters landschap: 2 x 75 m2 = 150 m2/ 2 x 37,5 m3 = 75 m3 (diepte wadi 0,5 m) wadi oostzijde patiowoningen: 60 m2 / 30 m3 (diepte wadi 0,5 m)
In het plangebied is een oppervlakte van ca. 850 m2 aan wadi’s voorzien. Bij een gemiddelde diepte van de wadi’s in het plangebied van 0,5 m bedraagt de bergingscapaciteit 425 m3. Hierbij is infiltratie niet meegerekend. Bij de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen de omvang en ligging van de wadi’s nader worden uitgewerkt, waarbij ook rekening wordt gehouden met de taluds. De centrale wadi’s worden voorzien van een noodafvoer naar de naastgelegen A-watergang langs het Laarspad.
Waterstructuur NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|48
Openbare ruimte In de openbare ruimte is ca. 3.110 m2 aan verharding aanwezig. Hierbij is uitgegaan van een worstcasescenario, waarbij ook de parkeerplaatsen volledig en inritten als volledig verhard zijn meegerekend. Volgens het ontwerp zullen deze echter deels uitgevoerd worden in een open grasklinker beton en deels waterdoorlatend zijn.
Dwarsdoorsnede zuid-noord
Voor de verharding in de openbare ruimte is ca. 187 m3 aan watercompensatie noodzakelijk. Het hemelwater op de verharding in de openbare ruimte wordt bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar de twee centrale wadi’s en de kleinere wadi’s aan de randen van het plangebied. Indien bovengrondse afvoer civieltechnisch niet mogelijk blijkt kan ook gekozen worden voor een infiltratie- of hemelwaterriool richting de centrale wadi’s. De wadi’s hebben een capaciteit van ca. 425 m3, hetgeen ruim voldoende is voor de opvang van hemelwater van de openbare ruimte (ca. 187 m3). Er is een restcapaciteit van ca. 238 m3 aanwezig om hemelwater van (een deel van) de woningen in de wadi’s op te vangen. Vrijstaande en halfvrijstaande woningen Bij de vrijstaande en halfvrijstaande woningen kan watercompensatie op eigen terrein worden gemaakt. Bijvoorbeeld in de vorm van infiltratiekratten onder de oprit of een verlaging / wadi in de tuin. Per woning zal gemiddeld tussen de 8 en 15 m3 aan waterberging gerealiseerd moeten worden. Bij een diepte van de voorziening van 0,5 m is er een oppervlakte van 16 tot 30 m2 per woning nodig. Hierbij kan indien nodig een noodafvoer richting het openbaar gebied worden aangebracht. Op deze wijze kan in de volgende watercompensatie worden voorzien: Bruto (verharde) oppervlakten
Vrijstaande woningen (50%) Halfvrijstaande woningen (60%)
oppervlakte (m²)
Ca. 4.105 Ca. 4.168
Toename verhard oppervlak (m2) Ca. 2.053 Ca. 2.501
Benodigde waterberging (m3) 123 150
Patiowoningen Voor de patiowoningen zal een oplossing op maat worden gemaakt. Enerzijds zou het hemelwater afkomstig van deze woningen richting de centrale wadi geleid kunnen worden. Anderzijds is ook een oplossing met een groen sedumdak of andere innovatieve waterbergingssystemen, zoals berging in de schutting, denkbaar.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|49
Op deze wijze kan in de volgende watercompensatie worden voorzien: Bruto (verharde) oppervlakten woonkavels Patiowoningen (70%)
oppervlakte (m²)
Ca. 2.100
Toename verhard oppervlak (m2) Ca. 1.470
Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 88
Starterswoningen Voor de starterswoningen zal een oplossing op maat worden gemaakt. Enerzijds zou het hemelwater afkomstig van deze woningen richting de centrale wadi geleid kunnen worden. Anderzijds is ook een oplossing met een groen sedumdak of andere innovatieve waterbergingssystemen, zoals berging in de schutting, denkbaar. Op deze wijze kan in de volgende watercompensatie worden voorzien: Bruto (verharde) oppervlakten woonkavels
oppervlakte (m²)
Aaneengebouwde woningen (70%)
Ca. 964
Toename verhard oppervlak (m2) Ca. 675
Benodigde watercompensatie (m3) (60 mm) 41
Conclusie watercompensatie woningen Binnen de restcapaciteit van de wadi’s (na opvang hemelwater openbare ruimte) van ca. 238 m3 is voldoende ruimte om het hemelwater van de patiowoningen (88 m3) en starterwoningen (41 m3) op te vangen. Daarnaast zou ook een deel van het hemelwater van de halfvrijstaande woningen (109 van de benodigde 150 m3) opgevangen kunnen worden. In principe zullen echter alle vrijstaande en halfvrijstaande woningen het hemelwater op eigen terrein opvangen en infiltreren. Ook voor de patiowoningen en starterswoningen wordt ernaar gestreefd om door toepassing van groene daken en andere innovatieve waterbergingssystemen het hemelwater zo veel mogelijk op eigen terrein op te vangen. Bij de nadere uitwerking van de waterhuishouding in een waterhuishoudkundig plan zullen de omvang en ligging van de bergings- en infiltratievoorzieningen nader worden uitgewerkt. Afvalwater De nieuwe woningen worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de Oranjestraat. Bij de uitwerking van de ontwikkeling wordt ook de afvalwaterriolering, zoals de ligging en het afvoerpunt, gedetailleerd uitgewerkt. Waterkwaliteit Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater en grondwater te voorkomen wordt geadviseerd duurzaam te bouwen.
Dit houdt in dat het gebruik van uitlogende materialen zoals lood, zink, koper, bitumineuze materialen en geïmpregneerd hout voorkomen dienen te worden. Toe te passen duurzame materialen: • Hellende daken: dakpannen van beton of keramisch materiaal. • Platte daken: beton of bekleed met EPDM rubber; APP en/of SBS gemodificeerd bitumen. • Dakgoten en afvoerpijpen: PVC/PP/PE/ staal, aluminium of zink, alle gecoat. • Ontsluitingspaden, wegen, terrassen: voorzien van niet uitloogbare materialen zoals beton of keramische producten.
NL.IMRO.0784.BPOranjestraat113-ON01
bestemmingsplan Oranjestraat 113, Gilze
|50
Ontwaterings- en afwateringsnormen Om problemen met draagkracht, opvriezen, natte kruipruimtes en grondwateroverlast te voorkomen, dient de ontwateringsdiepte voldoende te zijn. De ontwateringsdiepte is de afstand tussen de GHG en het hoogtepeil van de functies. De te hanteren ontwateringsdieptes/-normen zijn: • Wegen primair: 1,0 m; • Wegen secundair: 0,7 m; • Bebouwing (onderkant vloer) en aanliggend maaiveld: 0,7 m bij bouwen met kruipruimtes. Wanneer wordt uitgegaan van een vloerdikte van 0,2 m, komt de ontwaterings-diepte voor het vloerpeil uit op 0,9 m. Bij kruipruimte loos bouwen, kan de ontwaterings-diepte met 0,3 m verminderd worden. Vooralsnog wordt uitgegaan van bouwen met kruipruimtes; • Groen/tuin: 0,5 m. Voor het vloerpeil van de woningen geldt dat deze minimaal 0,15 – 0,3 m boven het dichtstbijzijnde wegpeil dient te liggen. Dit is nodig in verband met de volgende aspecten: • Benodigd afschot van verhardingen voor afvoer hemelwater; • Benodigde diepteligging en afschot in de rioolleidingen voor de afval- en hemelwaterafvoer; • Voorkomen van wateroverlast in situaties bij water op straat. Wateradvies De uitwerking van het voorliggende plan in deze waterparagraaf is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan het waterschap Brabantse Delta toegezonden. Op 8 april 2022 is van het waterschap een vooralsnog negatief wateradvies ontvangen.
Het waterschap vroeg om meer inzicht in de bergingsopgave van de plannen. Tevens gaf het waterschap open te staan voor een adviserend gesprek hoe dit beter te borgen is. Het advies is verwerkt in voorliggende waterparagraaf. De nadere planuitwerking zal door het waterschap worden beoordeeld ten behoeve van de noodzakelijke vergunningverlening.
5.3
Luchtkwaliteit
Wet luchtkwaliteit De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintiguur gemiddelde). De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdrage aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling ‘Niet in betekenende mate’ (regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Voor de periode tussen het in werking treden van de Wet Luchtkwaliteit en het verlenen van derogatie door de EU is het begrip ‘Niet in betekenende mate’ gedefinieerd als 1% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. Inmiddels is derogatie verleend en het NSL in werking getreden. De definitie NIBM is daardoor verschoven naar 3% van de grenswaarde.