CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid

Gemeenteraad 3 april 2023, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel Hervatten project Spoorzone Rijen14.999 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

s

RAPPORT

Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid In opdracht van gemeente Gilze en Rijen

Wim Wensink, Leon Ziengs, Annelotte de van der Schueren

18 oktober 2022 | Versie 3.1

Managementsamenvatting In de gemeente Gilze en Rijen wordt gewerkt aan het project Spoorzone Rijen. Als onderdeel hiervan wordt de overweg Stationsstraat-Julianastraat vervangen door een onderdoorgang. Als gevolg van gewijzigde ambities in de gemeente (nieuwe coalitie na gemeenteraadsverkiezingen maart 2022) zet de nieuwe coalitie in op een onderdoorgang die enkel bedoeld is voor langzaam verkeer en met een beperkte doorrijdhoogte van 2,5 m niet meer geschikt is voor passage door de brandweer. Dit betekent dat de brandweer, gekazerneerd in Rijen-Noord, bij incidenten een andere aanrijdroute naar Rijen-Zuid (en de vliegbasis Gilze-Rijen) moet gebruiken. In 2020 heeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant verschillende alternatieve opties hiervoor al eens in kaart gebracht. Nu de brandweer geen gebruik meer kan maken van de nieuwe ondergang, heeft de gemeente Gilze en Rijen aan adviesbureau TwynstraGudde gevraagd te onderzoeken in hoeverre het overzicht van door de veiligheidsregio geïnventariseerde opties kan worden geactualiseerd, en welk van de geactualiseerde opties het meest geschikte alternatief is voor de te vervallen overweg.

Dit in samenspraak met diverse stakeholders en gericht op voortschrijdende inzichten ten aanzien van a) organisatieontwikkelingen bij de veiligheidsregio en brandweer, b) de middellangetermijnvisie voor Rijen-Zuid en c) de autonome ontwikkelingen op het spoor. Het onderzoek richt zich daarbij op de (middel)lange termijn: uitgangspunt betreft de situatie dat het project Spoorzone volgens planning gerealiseerd is, te weten 2029/2030 en daarna. De beantwoording van bovengenoemde onderzoeksvraag heeft plaatsgevonden aan de hand van onderzoek van door de gemeente aangeleverde documentatie, een schouw van de lokale situatie en 6 interviews. Het gaat om interviews met vertegenwoordigers vanuit, of namens, het Burgerinitiatief Rijen Ontspoort, de Vliegbasis Gilze-Rijen, de Woningcorporatie Leystromen, de Brandweer Rijen, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Gemeente Gilze en Rijen zelf. In aanvulling op deze interviews heeft ProRail aanvullende gegevens aangeleverd ten aanzien van de ontwikkeling van het spoorvervoer door Rijen, en de toekomstige beschikbaarheid van overwegen. Het onderzoek richt zich op 7 eerder door de veiligheidsregio geïdentificeerde opties en heeft geen opties opgeleverd die als aanvulling hierop in overweging genomen zouden kunnen worden.

Aan de hand van de documentanalyse, schouw en interviewronde is voor elk van de 7 opties inzichtelijk gemaakt welke voor- en/of nadelen deze opties met zich meebrengen op het gebied van de afwegingscriteria responssnelheid, organisatie van het brandweerkorps op (middel-)lange termijn, en initiële en structurele kosten. Daarnaast is de haalbaarheid en wenselijkheid volgens respondenten in kaart gebracht. De resultaten hiervan zijn samengevat in de volgende tabel.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 2 / 37

Haalbaarheid

Snelheid* Organisatie brandweer

Kosten

Wenselijk

Optie 2

Haalbaar maar voor gebruik als

-2:00 min

Geen gevolgen, maar brandweer

€250.000 geraamd voor

3

(Vincent van

permanente i.p.v. tijdelijke route meer

zal vaker moeten wachten voor

tijdelijke route,

Goghstraat)

aanpassingen nodig die haaks staan op de

dichte overgang, hetgeen

permanent geschat op

doelstellingen voor de Militaire wijk, en

hulpverleners zal frustreren.

circa €350.000

onzekerheid over beschikbaarheid overgang: blijft deze in de toekomst? Optie 3

Niet haalbaar, want voldoet niet aan de

Spanning met huidig beleid

Initieel €250.000,

(Qua hoogte

brandweernormen voor TS6. Beleid

-3:15 min

gericht op standaardisatie

structureel €20.000

aangepast

VRMWB is geen niet-standaard

omwille van

blusvoertuig)

voertuigen in de regio, en ook qua

uitwisselingsmogelijkheden bij

investering niet binnen beleid. Past niet

onderhoud/grootschalige inzet.

2,1

binnen het bestemmingsplan voor de onderdoorgang op de Julianastraat. Optie 4

Niet haalbaar vanwege besparingsbeleid

+1:24 min Wisselen van kazerne veroorzaakt Initieel €350.000

(Brandweer-

VRMWB, gematigde winst en hoge eisen

(mits

verwarring en vertraging, en

kazerne, €420.000

kazerne voor

aan vrijwillige brandweer.

voorzien

vraagt van vrijwilligers

blusvoertuig, €9.000

alleen

in extra

permanente beschikking over

bluspakken, evt.

blusvoertuig)

voorzie-

elektrische fiets/scooter, met

fietsen/scooters.

ningen)

mogelijk negatieve gevolgen

Structureel: onderhoud

2,3

voor vrijwilligersbestand. Optie 5

Haalbaar, maar erg kwetsbaar.

-3:15 min

Brandweer vliegbasis zou, al dan

Afhankelijk van aard en

(Samenwerking

Beschikbaarheid brandweer vliegbasis niet

niet met civiele brandweer,

omvang

brandweer

te garanderen, inzet TS4 leidt formeel niet

moeten oefenen en trainen op

samenwerkings-

vliegbasis)

tot behalen norm, zekerheid op duurzame

nieuwe taak.

afspraken

3

samenwerking wordt laag ingeschat. Optie 6

Mogelijk inzet ten behoeve van

Kosten voor eventuele

(Brandveiligheids Wel een goede ‘extra’ die actueel is

Als op zichzelf staande optie niet haalbaar. -3:15 min

campagnes brandveiligheid,

campagnes en

-toepassingen en

vanwege aankomende renovatie in de

brandweer wordt sneller

toepassingen ten laste

veiligheids-

militaire wijk (Rijen-Zuid) en recente

gealarmeerd. Verschuiving focus

van

bewustzijn

verplichting van rookmelders in woningen.

van incidentbestrijding naar

brandweer/gemeente

burger)

1,7

preventie.

Optie 7

Haalbaar. Wel doorsteek richting Atalanta

Geen significante gevolgen voor

Onbekend, maar

(Tunnel Ooster-

nodig. Zou goed aansluiten op de

-3:15 min

de organisatie van de

wegaanpassingen en

houtseweg)

actualiteit, want op korte termijn al

brandweer.

doorsteek t.h.v.

nieuwe stoplichten gepland.

2,3

Sportpark nodig.

Optie 8

Haalbaar maar dure optie die problemen

-1:07 min

Langere opkomsttijd voor

Initieel €1.500.000,-

(Verplaatsing

deels verlegd: geringe winst in

(maar

vrijwilligers. De naar verwachting

(verplaatsen kazerne),

kazerne naar

opkomsttijden voor Rijen-Zuid ten koste

-4:08 min

meest te gebruiken aanrijdroute

mogelijk minstens het

oostzijde kern)

van opkomsttijden voor Noordwest-Rijen.

NW-

kent veel snelheidsbeperkende

dubbele.

Rijen)

maatregelen.

1,3

* Snelheid weergegeven als verslechtering (- x minuten) dan wel verbetering (+ x minuten) ten opzichte van de huidige opkomsttijd van 8 minuten en 8 seconden (huidige aanrijdroute via de overgang op de Julianastraat).

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 3 / 37

Uit het onderzoek volgt dat 3 van de 7 opties geen haalbaar alternatief voor de huidige overweg lijken te zijn. Optie 3 (Qua hoogte aangepast brandweervoertuig) staat op gespannen voet met bestaande kaders en normen binnen de brandweerzorg. Optie 4 (Brandweerkazerne voor alleen blusvoertuig) vereist een relatief hoge investering die nu niet als opportuun wordt beschouwd, en overvraagt vrijwilligers. Optie 6 (Brandveiligheidstoepassingen) wordt door geen van de respondenten beschouwd als een volwaardige optie, althans niet als op zichzelf staande optie. Aan 2 van de overblijvende 4 opties, namelijk opties 5 en 8, kleven dermate veel bezwaren, dat geadviseerd wordt deze opties niet in overweging te nemen. Optie 5 (Samenwerking brandweer vliegbasis) lijkt niet raadzaam vanwege het feit dat dit een afhankelijkheid van inzet van de brandweer van de vliegbasis in Rijen-Zuid creëert die niet valt te garanderen, gezien de prioriteit van Defensie ten aanzien van (het vliegend materieel op) de basis zelf. Maar ook het feit dat het aanrijden van de TS4 van de vliegbasis formeel niet leidt tot het voldoen aan de opkomsttijden (aankomst TS6 leidend) en het lage vertrouwen in de duurzaamheid van de samenwerking maken dit geen robuuste toekomstige optie.

Optie 8 (Verplaatsing kazerne naar oostzijde kern) wordt afgeraden vanwege de hoge kosten die nauwelijks in verhouding staan tot de geringe verbetering van de opkomsttijd in Rijen-Zuid, maar vooral omdat deze optie als keerzijde heeft dat de opkomsttijden van de brandweer voor de rest van Rijen significant achteruit zouden gaan. Daarmee blijven Opties 2 en 7 over als beschikbaar alternatief voor de huidige overweg op de Julianastraat, hoewel bij beide kanttekeningen gemaakt moeten worden. Optie 2 (Vincent van Goghstraat) behelst een achteruitgang van de responssnelheid die ten opzichte van de andere opties gemiddeld genoemd kan worden, heeft geen noemenswaardige organisatorische gevolgen voor de brandweerorganisatie, en van de opties waar initiële kosten voor bekend zijn, is alleen optie 3 minder duur. Tijdens de interviews is aan deze optie dan ook een relatief hoge gemiddelde score ten aanzien van wenselijkheid toegekend (3). Respondenten die deze optie laag waardeerden doen dat vanwege het niet stroken met de inrichtingsplannen van de Militaire wijk en de hierdoor verwachte weerstand bij de bewoners, en het feit dat de kosten die aan deze optie verbonden zijn naar hun mening wel hoog zijn. Daarnaast wijzen respondenten op de afhankelijkheid van het spoor.

Door de spoorwegovergang is en blijft optie 2 immers sterk afhankelijk van de intensiteit van vervoersstromen over het spoor op de middellange en lange termijn, die buiten de invloedssfeer van de gemeente en veiligheidsregio liggen. Bovendien heeft ProRail desgevraagd laten weten dat zij niet kan garanderen dat ProRail de overgang op de Vincent van Goghstraat in de toekomst open wil blijven houden omdat het altijd mogelijk is dat er een wens tot het opheffen van een overweg ontstaat. ProRail geeft daarbij wel aan dat voor sluiting altijd medewerking nodig is van de wegbeheerder (in casu de gemeente), en dat bij een beslissing daarover altijd rekening wordt gehouden met de aanrijdroutes. Mocht het ontbreken van een garantie van ProRail onvoldoende vertrouwen bieden dat met Optie 2 een toekomstbestendige keuze wordt gemaakt waarmee de brandweerzorg in Rijen ook voor de langere termijn op orde is, rest Optie 7 (Tunnel Oosterhoutseweg). Met deze optie verdwijnt elke afhankelijkheid van (toekomstige) ontwikkelingen op het spoor of ten aanzien van overwegen. De vraag is echter of de nadelen van deze optie, te weten de naar verwachting beduidend langere opkomsttijd en of de nog onvoldoende geconcretiseerde kosten voor noodzakelijke aanpassingen aan de weginrichting wel opwegen tegen de onzekerheid rondom beschikbaarheid die Optie 2 met zich meebrengt.

Tot slot wordt erop gewezen dat vrijwel alle respondenten Optie 6 (Brandveiligheidstoepassingen en veiligheidsbewustzijn burger) beschouwen als een interessante aanvulling op de uiteindelijk gekozen optie.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 4 / 37

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

2

Inhoudsopgave

5

1. Inleiding

6

1.1. Aanleiding onderzoek 1.2. Doel- en vraagstelling 1.3. Leeswijzer

6 6 7

2. Onderzoeksmethode

8

2.1. Stappen 2.2. Begrippenkader

8 9

3. Beschouwing eerder geïnventariseerde opties

11

3.1. Optie 1 (VERVALLEN): Tunnel Stationsstraat-Julianastraat 3,5m 3.2. Optie 2: Vincent van Goghstraat 3.3. Optie 3: Qua hoogte aangepast blusvoertuig 3.4. Optie 4: Brandweerkazerne voor alleen blusvoertuig aan zuidzijde spoor 3.5. Optie 5: Samenwerking brandweer vliegbasis 3.6. Optie 6: Brandveiligheidstoepassingen en veiligheidsbewustzijn burger 3.7. Optie 7: Tunnel Oosterhoutseweg (via klein Vospad of Sportparkweg) 3.8. Optie 8: Verplaatsing kazerne naar oostzijde kern (nabij Maczektunnel)

12 12 16 18 21 23 25 27

4. Aanvullende suggesties

29

5. Afweging en advies

30

5.1. Afweging opties 5.2. Advies en aandachtspunten

30 34

Bijlagen Bijlage 1: Gebruikte afkortingen Bijlage 2: Rapport Spoorzone Gilze en Rijen (VRMWB 2020) Bijlage 3: Aangeleverde documentatie Bijlage 4: Respondenten interviews

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 5 / 37

1. Inleiding 1.1. Aanleiding onderzoek In de gemeente Gilze en Rijen wordt gewerkt aan het project Spoorzone Rijen. Als onderdeel hiervan wordt de overweg over het spoor tussen Tilburg en Breda (Stationsstraat-Julianastraat) vervangen door een onderdoorgang. Als gevolg van gewijzigde ambities in de gemeente (nieuwe coalitie na gemeenteraadsverkiezingen) zal de onderdoorgang enkel bedoeld zijn voor langzaam verkeer en met een beperkte doorrijdhoogte van 2,5 m niet meer geschikt zijn voor passage door de brandweer. Dit is een wijziging ten opzichte van het plan dat voorheen werd uitgewerkt, waarbij sprake was van een onderdoorgang voor fietsers, auto’s én hulpdiensten (waaronder brandweer). De gewijzigde koers betekent dat de brandweer, die gekazerneerd is in Rijen-Noord, bij incidenten een andere aanrijdroute naar Rijen-Zuid (en de vliegbasis Gilze-Rijen) moet gaan gebruiken om een aanvaardbaar niveau van brandweerzorg te behouden. De spoorlijn (Brabantroute) die Rijen-Noord en -Zuid van elkaar scheidt wordt druk bereden door goederentreinen, intercity’s en sprinters en het Rijk is voornemens om de intensiteit van de dienstregeling te vergroten. Ook de gevolgen daarvan voor brandweerzorg, zoals langere en frequentere sluiting van overwegen, dient bij een selecteren van een nieuwe aanrijdroute meegenomen te worden.

De gemeente Gilze en Rijen heeft daarom besloten te onderzoeken hoe de brandweerzorg van Rijen-Zuid op een aanvaardbaar niveau kan blijven. Eerdere onderzoeken vormen het vertrekpunt voor dit onderzoek. Centraal daarbij staat het rapport van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van 17 december 2020 (bijlage 2).

1.2. Doel- en vraagstelling Doel van het voorliggend onderzoek is zicht te krijgen op wat er nodig is om de brandweerzorg van Rijen-Zuid op een aanvaardbaar niveau te handhaven. Het onderzoek richt zich daarom op de vraag, welke van de eerder door de veiligheidsregio geïnventariseerde opties het meest geschikte alternatief is voor de te vervallen overweg StationsstraatJulianastraat, die nu nog door de brandweer gebruikt wordt om aan te rijden op Rijen-Zuid.1 Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om het onderzoek van de veiligheidsregio opnieuw uit te voeren, maar om samen met diverse partners het eerdere overzicht van opties uit 2020 te actualiseren. Dit op basis van voortschrijdend inzicht ten aanzien van a) organisatieontwikkelingen bij de veiligheidsregio en brandweer, b) de middellangetermijnvisie voor Rijen-Zuid en c) de autonome ontwikkelingen op het spoor. De onderzoeksvraag luidt daarom: In hoeverre kan het overzicht van door de veiligheidsregio geïnventariseerde opties worden geactualiseerd, en welk van de geactualiseerde opties is het meest geschikte alternatief voor de te vervallen overweg Stationsstraat-Julianastraat om de brandweer te laten aanrijden op Rijen-Zuid?

1

Gezien de uitgangspunten voor de onderdoorgang Stationsstraat-Julianastraat in het collegebesluit van maart 2021 (uitsluitend voor langzaam verkeer), valt

optie 1 uit het rapport van de veiligheidsregio (tunnel Stationsstraat-Juliastraat, geschikt voor standaard tankautospuit) buiten de scope van dit onderzoek.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 6 / 37

Voor de afweging van de verschillende oplossingsrichtingen zijn de volgende criteria meegegeven vanuit de gemeente: • Responssnelheid van de brandweer bij een calamiteit;2 • Gevolgen voor de organisatie van het brandweerkorps op (middel-)lange termijn; • Initiële en structurele kosten. Het onderzoek beperkt zich tot de inzet van de brandweer. Voor de vraag, welke optie het meest geschikt is, geldt dat hierbij de situatie vanaf 2029/2030 en verder (middellange en lange termijn) het vertrekpunt vormt, aangezien vanaf dat moment de aanpassingen in het kader van het project Spoorzone volgens planning gerealiseerd moeten zijn. Met andere woorden, het onderzoek ziet niet toe op aanrijden gedurende de tijdelijke situatie. In hoofdstuk 2 wordt de gehanteerde onderzoeksmethode nader toegelicht.

1.3. Leeswijzer Deze rapportage begint met een korte beschrijving van de gehanteerde onderzoeksmethode en enkele veelgebruikte begrippen in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de aanvullingen op de eerder geïnventariseerde mogelijkheden voor de brandweerzorg in Rijen-Zuid. Deze aanvullingen komen voort uit documentenanalyse en 7 interviews met 15 personen. Daarbij is voor iedere optie in hoofdstuk 3 uitgewerkt wat de voor- en nadelen zijn, wat elke optie betekent voor de responssnelheid bij calamiteiten, de brandweerorganisatie en welke structurele en initiële kosten hiermee gemoeid zijn. Daarbij wordt ook de wenselijkheid van iedere optie weergegeven, zoals ervaren door de respondenten. In hoofdstuk 4 wordt stilgestaan bij nieuwe suggesties, voortkomend uit de interviews. Hoofdstuk 5 tenslotte betreft een afweging van de verschillende opties, waarna een advies gegeven wordt over de bruikbaarheid van deze opties en aandachtspunten worden meegegeven bij de best bruikbare opties. Aan het eind van het rapport zijn een lijst met gebruikte afkortingen, het onderzoek van de Veiligheidsregio Middenen West-Brabant d.d. 17 december 2020, de literatuurlijst en een overzicht van respondenten opgenomen als bijlage.

2

De responssnelheid wordt in deze rapportage geduid in het voor brandweerzorg gangbare begrip opkomsttijd (= verwerkingstijd melding + uitruktijd

basisbrandweereenheid + rijdtijd naar plaats incident). Zie begrippenkader en afbeelding in paragraaf 2.2.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 7 / 37

2. Onderzoeksmethode Dit hoofdstuk beschrijft in paragraaf 2.1 hoe het onderzoek naar mogelijkheden voor de brandweerzorg in Rijen-Zuid is uitgevoerd. Paragraaf 2.2 gaat in op het gehanteerde begrippenkader.

2.1. Stappen Om tot een antwoord te komen op de vraag, in hoeverre het overzicht van door de veiligheidsregio geïnventariseerde opties worden geactualiseerd, en welk van de geactualiseerde opties het meest geschikte alternatief is voor de te vervallen overweg Stationsstraat-Julianastraat, heeft TwynstraGudde kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Dit aan de hand van de volgende stappen: Stap 1: Voorbereiding Allereerst is in overleg met de gemeente als opdrachtgever de opzet van het onderzoek nogmaals gevalideerd. Ook is tijdens deze fase in overleg met de opdrachtgever de lijst van relevante stakeholderorganisaties en bijbehorende respondenten vastgesteld. Stap 2: Documentonderzoek In deze stap is de door de gemeente aangeleverde rapportage van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van december 2020 bestudeerd, evenals aanvullende informatie die door de gemeente is aangeleverd. Een overzicht van deze informatie is terug te vinden in bijlage 3. Stap 3: Schouw lokale situatie Om zo goed mogelijk beeld te krijgen van de lokale situatie heeft er een schouw plaatsgevonden op locatie.

Tijdens deze schouw zijn enkele voor het onderzoek relevante locaties bezocht en enkele aanrijdroutes (met een tankautospuit van de brandweer, het standaard voertuig voor uitrukken bij brand) gereden, om goed gevoel te krijgen bij de voor- en nadelen van aanrijden via de door de veiligheidsregio geïdentificeerde opties. Stap 4: Interviewronde Gedurende deze stap zijn op verzoek van de gemeente 6 gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van door de gemeente aangeleverde stakeholderorganisaties. Het gaat om gesprekken met 15 personen vanuit, of namens, organisaties die vanuit diverse perspectieven zijn bevraagd: Burgerinitiatief Rijen Ontspoort, de vliegbasis Gilze-Rijen, de woningcorporatie Leystromen, de Brandweer Rijen, de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de gemeente Gilze en Rijen zelf. Een overzicht van de respondenten is terug te vinden in bijlage 4. In aanvulling op de 6 gevoerde interviews heeft ProRail op verzoek aanvullende gegevens aangeleverd ten aanzien van de autonome ontwikkeling van het spoor, bijvoorbeeld over de intensiteit van spoorgebruik in Rijen en ten aanzien van de prognoses voor 2029 en verder.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 8 / 37

De volgende 3 aspecten kwamen in ieder geval aan de orde tijdens de interviews: 1. Actualiseren en waar mogelijk completeren lijst met eerder geïnventariseerde opties uit 2020: 2. Ophalen aanvullende informatie over opties, met name ten aanzien van responssnelheid3 van de brandweer bij een calamiteit, de gevolgen voor de organisatie van het brandweerkorps op (middel-)lange termijn, en initiële en structurele kosten, voor zover deze gegevens beschikbaar waren. 3. Inventarisatie van draagvlak van opties bij stakeholders. Om de verschillende beelden bij de respondenten, ondanks het mogelijk subjectieve karakter, zo goed mogelijk te kunnen vergelijken, is hen daarbij gevraagd hun beoordeling van wenselijkheid per optie uit te drukken met behulp van een vijfpuntschaal (1 = minst wenselijk, 5 is meest wenselijk), en expliciet te motiveren welke kenmerken van de diverse opties bij de beoordeling maatgevend waren. Op verzoek van de opdrachtgever is de respondenten die betrokken waren bij het derde interview over de ruimtelijke ontwikkeling van Rijen na de totstandkoming van versie 2.0 van dit rapport de gelegenheid geboden hun input aan te scherpen, hetgeen geresulteerd heeft in versie 3.1 definitief van dit rapport. Dit omdat bij hen na oplevering van het rapport het gevoel bestond dat een deel van de uit dit interview gebruikte informatie aanvullende nuancering behoefte.

Stap 5: Afwegingskader opstellen In deze stap zijn de uitkomsten van de interviewronde op een rij gezet. Dit door de uitkomsten in een gestructureerd overzicht weer te geven, die de geactualiseerde en mogelijk aangevulde lijst met opties weergeeft met daarin per optie de volgende gegevens: • Geactualiseerde en aangevulde inventarisatie van voor- en nadelen (algemene aandachtspunten); • Inventarisatie van voor- en nadelen (specifieke aandachtspunten gericht op responssnelheid, gevolgen brandweerkorps, kosten);4 • Duiding van het draagvlak bij de stakeholders. Stap 6: Rapportage Aan de hand van de resultaten van de voorgaande stappen is voorliggende rapportage opgesteld.

2.2. Begrippenkader Voor een goed begrip is een aantal vaak gebruikte termen in het onderzoek hieronder gedefinieerd. • •

3

Aanrijdtijd: de tijd tussen het vertrek van de basisbrandweereenheid (TS6) vanaf de brandweerkazerne tot het moment van ter plaatse komen op de locatie van het incident. Dichtligtijd: de tijd dat een overweg vanwege passage van een trein niet beschikbaar is voor het wegverkeer.

Bij de afweging van de responssnelheid van de brandweer zijn de gegevens uit het rapport van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van

december 2020 als uitgangspunt genomen. Zoals dat rapport benadrukt zijn bij deze opkomsttijden de dichtligtijden van het spoor niet meegenomen. Het maken van aanvullende (her)berekeningen van de opkomsttijden valt buiten de scope van het huidige onderzoek. 4

Waar de kosten uit het rapport van de veiligheidsregio zijn overgenomen, betreft dit een inschatting van de kosten in het jaar van de totstandkoming van

dat rapport, dus prijspeil 2020.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 9 / 37

•

• • • •

Gebiedsgerichte aanrijdtijden: de normen voor aanrijdtijden op basis van het profiel van een specifiek gebied5 die naar verwachting met ingang van 2023 de huidige normen voor opkomsttijden in het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr), op basis van de functie van een gebouw, zullen vervangen.6 Opkomsttijd: de tijd tussen het ontvangen van de melding en het moment dat vrijwillige brandweerlieden aankomen op de plaats van het incident. TS4: tankspuitauto voor vier personen, zoals aanwezig op de vliegbasis in Rijen. TS6: tankspuitauto voor zes personen, de wettelijke norm voor brandweerzorg en bepalend voor de aanrijdtijden, in regelgeving ook wel aangeduid als basisbrandweereenheid. Uitruktijd: de tijd tussen alarmering van de brandweer en het moment dat de basisbrandweereenheid (TS6) vertrekt van de brandweerkazerne.

In de onderstaande afbeelding is te zien hoe de begrippen opkomsttijd, uitruktijd en aanrijdtijd zich tot elkaar verhouden. Afbeelding 1. Opkomsttijd, uitruktijd en aanrijdtijd. Bron: Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant7

5

Normen voor opkomsttijden worden vanaf 2023 (naar verwachting) in het Besluit veiligheidsregio’s aangepast naar bandbreedtes voor de snelheid waarmee

de brandweereenheid in een bepaald gebied ter plaatse wil zijn. Een gebied wordt ingedeeld in één van totaal drie categorieën, die het overheersende karakter van het gebied beschrijven (zoals oude binnensteden, woningen of verspreid liggende woningen) (Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (2020, 17 december). Deze duiding bepaalt vervolgens de bandbreedte voor de opkomsttijd voor het gebied, respectievelijk 4-10, 7-13, en 12-18 minuten). Op basis hiervan geldt vanaf 2023 dat een basisbrandweereenheid (TS6) Rijen-Zuid (categorie II woningen) binnen een bandbreedte van 7-13 minuten moet bereiken. 6

Daarbij geldt nu als norm 5 minuten bij gebouwen met een winkelfunctie met gesloten constructie, gebouwen met een woonfunctie boven een gebouw

met een winkelfunctie of gebouwen met een celfunctie, 6 minuten bij portiekwoningen, portiekflats of gebouwen met een woonfunctie voor verminderd zelfredzamen, 8 minuten bij gebouwen met een andere woonfunctie dan bedoeld onder de eerste twee punten of met een winkelfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie of logiesfunctie, en 10 minuten bij gebouwen met een kantoorfunctie, industriefunctie, sportfunctie, bijeenkomstfunctie of een overige gebruiksfunctie. 7

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (2020). Spoorzone Gilze en Rijen.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 10 / 37

3. Beschouwing eerder geïnventariseerde opties Dit hoofdstuk gaat nader in op de alternatieve aanrijdroutes bij het vervallen van de huidige overweg StationsstraatJulianastraat, zoals deze in 2020 zijn geïdentificeerd door de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (zie bijlage 2). Daarbij zijn de opties nader uitgewerkt en soms op basis van voortschrijdend inzicht geactualiseerd op basis van de documentanalyse, de gevoerde interviews, en van ProRail verkregen informatie. In de volgende paragrafen wordt per optie beschreven welke aanvullende informatie erover is opgehaald met betrekking tot 1) (actualisatie) van de haalbaarheid, 2) de responssnelheid bij calamiteit, 3) de gevolgen voor de brandweerorganisatie op de (middel)lange termijn, 4) de initiële en/of structurele kosten, en 5) de wenselijkheid van de opties volgens de respondenten. Elke paragraaf sluit af met een tabel waarin bovengenoemde elementen worden samengevat. In de onderstaande afbeelding zijn de belangrijkste locaties die in dit rapport genoemd worden weergeven. Afbeelding 2. Belangrijkste locaties

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 11 / 37

3.1. Optie 1 (VERVALLEN): Tunnel Stationsstraat-Julianastraat 3,5m (Actualisatie) haalbaarheid Optie 1 valt buiten de scope van het huidige onderzoek, aangezien in het collegebesluit van 21 juni 20228 is vastgelegd dat de onderdoorgang enkel bedoeld zijn voor langzaam verkeer en met een beperkte doorrijdhoogte van 2,5 m niet meer geschikt zijn voor passage door de brandweer.

3.2. Optie 2: Vincent van Goghstraat Deze optie betreft het gebruik van de Vincent van Goghstraat als alternatieve aanrijdroute naar Rijen-Zuid met gebruik van een automatisch beweegbare paal bij deze overweg, die ook veel gebruikt wordt door fietsende bezoekers van het Sportpark. (Actualisatie) haalbaarheid Zoals het rapport uit 2020 al aangaf, is het gebruik van de overgang op de Vincent van Goghstraat alleen mogelijk met aanpassingen aan het wegprofiel rondom de overgang en aan de overgang zelf. Deze aanpassingen zijn vereist om zowel de wijk Atalanta als de Militaire Wijk bereikbaar en begaanbaar te maken voor de brandweer. Dit houdt onder andere in dat er een doorsteek tussen deze wijken nodig is, een automatisch beweegbare paal bij de overgang geplaatst moet worden, en het wegprofiel op sommige plaatsen verbreed moet worden. Het huidige wegprofiel rondom de Vincent van Goghstraat is namelijk niet geschikt om veilig met hoge snelheid te gebruiken met een TS6. Respondenten werkzaam bij de gemeente, brandweer en veiligheidsregio geven aan dat er aanpassingen zijn vereist aan het wegprofiel zodat deze hogere snelheden wel veilig bereikt kunnen worden. Tegelijkertijd zijn de doelstellingen voor de openbare ruimte rondom de overgang juist gericht op snelheidsbeperkende aanpassingen in dit gebied. Beide wijken zijn momenteel 30km/u gebieden, met veel drempels en smalle wegen.

De eisen voor aanrijdroutes van de brandweer staan volgens enkele gemeentelijke respondenten haaks op de inrichtingseis voor de openbare ruimte en de wensen van inwoners. In de Militaire wijk zijn grootschalige herinrichtingen uitgewerkt met bewoners om het openbaar gebied als ontmoetings- en verblijfruimte in te richten. De wijk, en de Karel Doormanstraat in het bijzonder, kent zeer smalle straatprofielen met nu al amper ruimte voor trottoirs, wegen en groen. Bovendien zijn in het verleden veel verkeersremmende maatregelen nodig geweest vanwege te hoge snelheden. Ingenieursbureau RA infra heeft in september 2020 een rapport opgemaakt waar de benodigde aanpassingen en bijbehorende kosten uiteen zijn gezet voor tijdelijke aanpassingen ten behoeve van de aanleg van de onderdoorgang Julianastraat. De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant heeft daarop in een memo aan de burgemeester en de toenmalig wethouder (ruimtelijke ontwikkeling, verkeer en vervoer, spoorzaken) aangegeven dat, om te voldoen aan de minimale eisen9 voor aanrijdroutes, er meer aanpassingen aan het wegennet zijn vereist dan opgenomen in het rapport van RA Infra. Ook vanuit de gemeente is tijdens de interviews aangegeven dat er meer aanpassingen nodig zijn in de wijken dan momenteel benoemd, en dat deze met de bewoners/buurtverenigingen zullen moeten worden afgestemd. 8

Gemeente Gilze en Rijen (2022). Collegebesluit 21-06-2022 Vervolg project spoorzone en bijbehorende projectopdracht.

9

Belangrijke eisen waaraan nu niet voldaan wordt zijn: Op gebiedsontsluitingswegen met tweerichtingsverkeer is een minimaal verharde breedte van 8.00

meter benodigd; een verkeersader geeft een onbelemmerde doorgang; de weg is geschikt voor voertuigen met een totaalgewicht van ten minste 30 ton; de minimale buitenbochtstraal bedraagt R10; automatische afsluitingen bij de overweg, en mogelijk op andere punten. (Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant (2021). Memo aanvullende vragen naar aanleiding van brandweerrapport Spoortunnel Rijen).

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 12 / 37

Ingenieursbureau RA infra heeft de kosten voor aanpassingen daarop in november 2021 geraamd op €250.000, maar dit betreft enkel de tijdelijke route.10 De gemeente schatte de bijkomende kosten voor een permanente route in een raadsbrief in 2021 ongeveer €100.000 hoger, waarmee de kosten voor aanpassingen zouden uitkomen op circa €350.00011. Een belangrijk aandachtspunt bij gebruik van deze overgang, nu en in de toekomst, is de intensiteit van het spoorgebruik in relatie tot de dichtligtijden van de overgang. Gevraagd naar de prognoses van de gebruiksintensiteit van het spoor door Gilze-Rijen, heeft ProRail aangegeven dat het rapport van de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant van december 2020 nog actueel is met betrekking tot de prognoses voor 2030. Op kortere termijn (vanaf 2025) is aangegeven dat het aantal sprinters gelijk blijft, en er 10 intercity’s en 9 à 10 goederentreinen per uur gaan rijden. Volgens planning wordt in 2028 een treinbrug (de boog bij Meteren) in gebruik genomen, al bestaat er onzekerheid over de haalbaarheid hiervan. Zodra de boog bij Meteren in dienst is genomen, zou het aantal goederentreinen afnemen tot 4 per uur. Op basis van deze prognoses en de analyse in het rapport van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant wordt vanaf 2029/2030 uitgegaan van een dichtligtijd van de overgang Vincent van Goghstraat van 23 minuten per uur.

Bovendien is in de interviews meermaals naar voren gekomen dat het niet zeker is of ProRail de overgang op de Vincent van Goghstraat op termijn wil openhouden, omdat er landelijk steeds meer overgangen verdwijnen. ProRail heeft desgevraagd aangegeven dat zij “geen garantie kan geven de Vincent van Goghstraat in de toekomst open te willen houden omdat het altijd mogelijk is dat een productstap binnen het railverkeersysteem leidt tot de wens tot het opheffen van een overweg”. Hierbij geeft ProRail wel aan dat zij dit niet eigenstandig kan doen, maar daarvoor altijd medewerking nodig heeft van de wegbeheerder (gemeente vanwege haar verantwoordelijkheid voor lokale wegen), en dat bij een beslissing daarover altijd rekening wordt gehouden met de benodigde aanrijdroutes voor hulpverleningsvoertuigen. Desondanks is het mogelijk dat ProRail in de toekomst de wens zal hebben, al dan niet vanwege landelijk beleid, om de overgang op de Vincent van Goghstraat te sluiten. De website van ProRail suggereert overigens dat het actuele sluitingsbeleid rondom overwegen zich richt op publiek toegankelijke overwegen die niet beveiligd zijn met spoorbomen, lampen en bellen.12 De overweg Vincent van Goghstraat, een intensief gebruikte fietsroute voor bezoekers van het Sportpark, beschikt hier wel over.

Responssnelheid bij calamiteit Voor bepaling van de responssnelheid bij calamiteiten wordt uitgegaan van de opkomsttijden zoals opgenomen in het rapport van de Veiligheidsregio uit december 2020. Voor alternatief 2 (overgang Vincent van Goghstraat) is daarin een opkomsttijd berekend van 10 minuten en 08 seconden. Een belangrijke kanttekening daarbij is dat het rapport van de veiligheidsregio uitging van het gebruik van de Vincent van Goghstraat als tijdelijke, niet als permanente optie. De veiligheidsregio heeft in een later memo berekend dat permanente aanpassingen aan de overgang op de Vincent van Goghstraat en de wijk Atalanta zouden leiden tot een opkomsttijd van 9 minuten en 3 seconden (referentiepunt Saksen Weimarstraat/Frederikplein), mits voldaan wordt aan alle voorwaarden zoals gesteld door de Veiligheidsregio Midden-

10

RA Infra (2021). Kredietraming Spoorzone Rijen gemeentelijk deel Gemeente Gilze en Rijen.

11

Gemeente Gilze en Rijen (2021). Raadsvoorstel tot besluit over ontwerpeis gemiddeld hellingspercentage van 4% voor onderdoorgang Julianastraat-

Stationsstraat en keuze verlengen zuidelijke toerit onderdoorgang Julianastraat-stationsstraat Rijen. 12

Zie https://www.prorail.nl/veiligheid/overwegen (geraadpleegd op 22 augustus 2022), waarop ProRail vermeldt in opdracht van het Ministerie van

Infrastructuur en Waterstaat enerzijds te werken aan verbeteren van veilige doorstroom rondom overwegen (Landelijk Verbeterprogramma Overwegen) en anderzijds te werken aan het opheffen of aanpassen van alle publiek toegankelijke overwegen die niet beveiligd zijn met spoorbomen, lampen en bellen (programma Niet Actief Beveiligde Overwegen).

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 13 / 37

en West-Brabant, zoals het geschikt maken van de beoogde gebiedsontsluitingswegen voor een snelheid van 50 km/h.13 Voor beide berekeningen geldt dat de dichtligtijden van de overweg daarbij niet zijn meegerekend. De gemiddelde dichtligtijd per minuut wordt geschat op 22 seconden.14 Gevolgen organisatie brandweer Respondenten zien bij deze optie geringe gevolgen voor de organisatie van de brandweer op middellange en lange termijn. Het gebruik van de overgang op de Vincent van Goghstraat betekent een andere aanrijdroute dan nu, waar chauffeurs rekening mee moeten houden. Daarnaast gaat de brandweer ervan uit dat er rekening gehouden zal moeten worden met regelmatiger oponthoud vanwege treinpassage, wat uitermate frustrerend kan zijn voor hulpverleners. Desondanks benadrukt de brandweer dat wachten op de trein minder vertraging oplevert dan omrijden. Ook heeft de brandweer de hoop dat het in de nabije toekomst voor de brandweer mogelijk wordt om real-time inzicht te krijgen in de treinbewegingen van goederenverkeer, die – anders dan de aan het spoorboekje gebonden bewegingen van reizigerstreinen – onvoorspelbaar zijn. ProRail heeft per mail aangegeven (vooralsnog) geen zicht te hebben op het beschikbaar komen van dergelijke gegevens.

Initiële en structurele kosten Op basis van de hierboven genoemde raming van RA Infra bedragen de initiële kosten voor de benodigde aanpassingen €250.000,- excl. BTW. Volgens respondenten zullen deze kosten hoger uitvallen, enerzijds vanwege de huidige inflatie, anderzijds omdat deze kostenraming is gebaseerd op een tijdelijke route via de Vincent van Goghstraat; een permanente route zou structurele aanpassingen behoeven met hogere kosten. De gemeente gaat daarbij uit van een bedrag van €350.000,- 15. Wenselijkheid De gemiddelde waardering van wenselijkheid door respondenten voor het benaderen van Rijen-Zuid via de overgang op de Vincent van Goghstraat is een 3. De onderbouwingen hierbij richten zich voornamelijk op de opkomsttijden. Bij de waardering is sprake van twee duidelijke uitersten. In drie van de zes interviews is deze optie gewaardeerd met een 5 en als beste alternatief bestempeld. Hierbij is wel meerdere keren aangegeven dat dit nadrukkelijk voortkomt uit een gebrek aan realistischere en passendere alternatieven en dat de verlenging van opkomsttijden alsnog als onwenselijke situatie wordt beschouwd. Anders gezegd wordt deze oplossing gezien als de minste verslechtering in opkomsttijden.

In de overige interviews (met Defensie, het projectteam Spoorzone en Ruimtelijke Ontwikkeling/Leystromen) is dit alternatief echter gewaardeerd met een 1: in het eerste geval vanwege zorgen over tijdige bereikbaarheid van de vliegbasis, in het tweede geval vanwege zorgen over de vereiste aanpassingen aan de ruimtelijke inrichting die haaks staan op de doelstellingen voor de wijk, en mogelijke weerstand vanuit de buurt vanwege overlast door brandweervoertuigen in combinatie met risico op sluipverkeer. Daarnaast bestaan er zorgen over de duurzame beschikbaarheid van de overweg – blijft deze in de toekomst beschikbaar?

13

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (2021). Memo aanvullende vragen naar aanleiding van brandweerrapport Spoortunnel Rijen.

14

Berekend als ‘netto aanrijdtijd plus de kans op dichte overweg (minuten per uur) x de gemiddelde dichtligtijd (57 seconden) per trein komt (de annotatie

bij) het collegebesluit van 29-3-2021 bij benadering op een dichtlichttijd van 22 seconden. 15

Gemeente Gilze en Rijen (2021). Raadsvoorstel tot besluit over ontwerpeis gemiddeld hellingspercentage van 4% voor onderdoorgang Julianastraat-

Stationsstraat en keuze verlengen zuidelijke toerit onderdoorgang Julianastraat-stationsstraat Rijen.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 14 / 37

Tabel 1. Vincent van Goghstraat

Optie 2 Beschrijving optie in rapport Veiligheidsregio december 2020 Optie

Voordelen

Nadelen

2

Vincent van Goghstraat

Financiën

Opkomsttijd referentiepunt

(paal met driekantsleutel

Overweg wordt al geschikt gemaakt

Verslechtering van de huidige opkomsttijd: 10 min.

vervangen door automatisch

voor de brandweer als tijdelijke bypass

08 sec.

beweegbare paal)

voor hulpdiensten tijdens aanleg van

Risico

beide tunnels. Kosten bekend bij

Intensiteit van het treinverkeer neemt toe. Overweg

gemeente.

Vincent van Goghstraat verwachte sluitingstijd ruim 30 min. Per uur. Blijft de overweg in de toekomst? Essentieel voor de brandweer. Overweg wordt veel gebruikt door jonge fietsers.

Aanvullende bevindingen (Actualisatie) haalbaarheid

Meer aanpassingen benodigd aan het wegprofiel dan in eerste instantie ingeschat. Ook is er geen garantie dat de overweg op de Vincent van Goghstraat openblijft in de toekomst.

Responssnelheid calamiteit

Opkomsttijd berekend van 10 minuten en 08 seconden, een vertraging van 2 minuten vergeleken met de huidige opkomsttijd. Hierin zijn de dichtligtijden van de overweg en permanente aanpassingen aan het wegprofiel niet meegenomen.

Organisatie brandweer

Dit alternatief heeft geen gevolgen voor de organisatieontwikkelingen bij de brandweer. Wel zal de brandweer vaker een afweging moeten maken tussen wachten en omrijden wanneer de overweg is gesloten.

Initiële en structurele kosten

€250.000 geraamd, maar dit betreft de kosten voor een tijdelijke route. Gemeente schat de kosten voor een permanente route op circa €350.000,- .16

Wenselijkheid

Gemiddelde score op wenselijkheid van respondenten is een 3.

16

Gemeente Gilze en Rijen (2021). Raadsvoorstel tot besluit over ontwerpeis gemiddeld hellingspercentage van 4% voor onderdoorgang Julianastraat-

Stationsstraat en keuze verlengen zuidelijke toerit onderdoorgang Julianastraat-stationsstraat Rijen.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 15 / 37

3.3. Optie 3: Qua hoogte aangepast blusvoertuig Deze optie uit het rapport van de Veiligheidsregio uit 2020 betreft het aanschaffen van een blusvoertuig met een aangepaste hoogte, die wel gebruik zou kunnen maken van de ondertunneling met een hoogte van 2,5 m. (Actualisatie) haalbaarheid In het rapport van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant van december 2020 is reeds genoemd dat het gebruik van een kleiner voertuig niet binnen de uitgangspunten van de Veiligheidsregio past. Daarnaast zou een kleiner voertuig formeel niet leiden tot een verbetering in opkomsttijden, omdat de nu nog geldende normen voor opkomsttijden uitgaan van het ter plaatse komen van een TS6, en een kleiner voertuig hier niet aan voldoet. Tijdens de interviews zijn deze zelfde punten nader toegelicht. Eén van de redenen dat een kleiner blusvoertuig niet binnen de uitgangspunten van de Veiligheidsregio past, is het staande beleid om geen voertuigen in de regio te gebruiken die afwijken van de standaarden. Het uitgangspunt is namelijk dat brandweervoertuigen regionaal uniform zijn, om uitwisseling van voertuigen en brandweerlieden bij onderhoud of onder andere omstandigheden mogelijk te maken. Bovendien gaat een kleiner voertuig in tegen de trend dat blusvoertuigen juist toenemen in hoogte.

Ter actualisatie van het rapport uit 2020 geven diverse respondenten verder aan dat er binnen de Veiligheidsregio momenteel sprake is van bezuinigingen, waardoor extra investeringen in een op maat gemaakt brandweervoertuig (en dan alleen ten behoeve van een klein deel van de regio, namelijk een enkele gemeente) niet opportuun lijkt. Wat haalbaarheid betreft moet er ook op worden gewezen dat college eerder besloten heeft om in de onderdoorgang op de Julianastraat alleen langzaam verkeer toe te staan, oftewel voetgangers en fietsverkeer. Dat betekent dat een blus- of hulpverleningsvoertuig in welke vorm dan ook geen toegang zou hebben tot de onderdoorgang, tenzij uitzonderingen worden gemaakt voor hulpverlening en dat technisch ook mogelijk blijft, bijvoorbeeld met behulp van een automatisch beweegbare paal. Dat scenario stuit echter op bezwaren bij bewoners, vanwege zorgen dat fietsers en voetgangers in een onderdoorgang geen uitwijkmogelijkheden hebben bij een onverwacht brandweervoertuig. Responssnelheid bij calamiteit Het gebruik van een kleiner blusvoertuig brengt, althans formeel, geen verbetering in opkomsttijden, omdat voor het kunnen noteren van een opkomsttijd het ter plaatse komen van een TS6 leidend is. Bij deze optie moet dus, zoals de Veiligheidsregio in 2020 ook al aangaf, uitgegaan worden van een langere opkomsttijd dan bij de huidige overweg Julianastraat.

De opkomsttijd van de snelste alternatieve route voor een TS6 uit het overzicht van de door de Veiligheidsregio geïdentificeerde opties (Oosterhoutseweg) is 11 minuten en 23 seconden. Gevolgen organisatie brandweer Het gebruik van een kleiner blusvoertuig zou vergaande gevolgen hebben voor de organisatie van de brandweer op middellange en lange termijn. Het zou een breuk betekenen met de beleidslijn om geen andere voertuigen dan standaardvoertuigen in de regio te gebruiken om voertuigen makkelijk te kunnen uitwisselen bij onderhoud of grootschalige inzet, met alle nadelen van dien. Een kleiner blusvoertuig zou bovendien speciaal moeten worden ontwikkeld voor de gemeente Rijen: een dergelijk voertuig is geen onderdeel van het standaardaanbod. Initiële en structurele kosten De verwachte initiële kosten voor een blusvoertuig voor vier personen (TS4) zijn €250.000,-. Omdat dit een voertuig betreft die niet ‘off-the-shelf’ te verkrijgen is, zullen deze kosten variëren afhankelijk van de eisen aan het voertuig. Daarnaast verwacht de Veiligheidsregio structurele onderhoudskosten van €20.000,- per jaar.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 16 / 37

Wenselijkheid Deze optie is gemiddeld gewaardeerd met een 2,2. Het is belangrijk hierbij te vermelden, dat in drie van de zes interviews (waaronder die met de Veiligheidsregio) aan deze optie een 1 is toegekend vanwege de praktische en financiële bezwaren die hierboven zijn genoemd. De interviews waarin deze optie met een 3 (tweemaal) of een 4 (eenmaal) is gewaardeerd, werden voorwaarden gesteld aan het gebruik en de toepasbaarheid van het voertuig. Zo is genoemd dat het onwaarschijnlijk is dat het voertuig voldoende blusstof kan vervoeren, terwijl het laag genoeg is om door de onderdoorgang te gaan. Een andere voorwaarde die genoemd wordt is dat de opkomsttijden bij keuze voor deze optie moeten leiden tot significante verbetering van de opkomsttijden. Hier is in het rapport van de Veiligheidsregio, gezien de norm van een TS6, geen sprake van. Sommige respondenten gaan er juist vanuit dat de aanrijdtijd zal verslechteren indien de onderdoorgang alleen stapvoets begaanbaar zou zijn.

Tabel 2 Qua hoogte aangepast blusvoertuig

Optie 3 Beschrijving optie in rapport Veiligheidsregio december 2020 Optie

3

Voordelen

Nadelen

Qua hoogte aangepast

Algemeen

blusvoertuig

Past niet binnen de uitgangspunten van de brandweer Midden en West-Brabant (opschaling, geen reserve voertuig). Financiën Bus voor 4 brandweermensen, ca. €250.000,-. Onderhoud €20.000,- per jaar. Opkomsttijd referentiepunt Hoger dan de huidige opkomsttijd. De opkomsttijd geldt voor de aankomst van de TS6 en niet voor de TS4. Zie andere alternatieven.

Aanvullende bevindingen (Actualisatie) haalbaarheid

Een lager blusvoertuig past niet binnen de uitgangspunten van de Veiligheidsregio vanwege besparende maatregelen en het beleid om standaardvoertuigen in de regio te gebruiken. Ook passen hulpvoertuigen door de onderdoorgang op de Julianastraat niet binnen het gemeentebesluit (fietsers en voetgangers) en ziet de omgeving bezwaren met betrekking tot uitwijkmogelijkheden.

Responssnelheid calamiteit

Deze optie leidt tot een verslechtering van 3 minuten en 15 seconden ten opzichte van de huidige opkomsttijd (8 min en 8 seconden). De opkomsttijd is namelijk gebaseerd op de norm van een TS6, omrijden via de Oosterhoutseweg zou een opkomsttijd van 11 minuten en 23 seconden betekenen.

Organisatie brandweer

Spanning met huidig beleid gericht op standaardisatie van voertuigen van de brandweer omwille van uitwisselingsmogelijkheden of grootschalige inzet elders.

Initiële en structurele kosten

Initiële kosten zijn geschat op €250.000,- en structurele kosten op €20.000,- per jaar.

Wenselijkheid

Gemiddelde score van respondenten op wenselijkheid is een 2,2.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 17 / 37

3.4. Optie 4: Brandweerkazerne voor alleen blusvoertuig aan zuidzijde spoor Deze optie betreft het realiseren van een extra, kleinschalige, brandweerkazerne aan de zuidzijde van het spoor. Deze zou worden bemand door dezelfde vrijwilligers en worden gebruikt wanneer een inzet is vereist in Rijen-Zuid of op de vliegbasis. Veel respondenten halen deze extra brandweerkazerne aan als de ‘satellietkazerne’. (Actualisatie) haalbaarheid Respondenten bij de Veiligheidsregio en gemeente geven aan dat het beleid van de Veiligheidsregio gericht op het zo efficiënt mogelijk inrichten van de brandweerzorg. Met het oog op deze beleidsdoelstellingen is het volgens hen zeer onwaarschijnlijk dat een satellietkazerne gefinancierd zal worden vanuit het budget voor de regionale brandweerzorg. Zij geven aan dat een extra kazerne financieel niet te verantwoorden valt zolang de opkomsttijden binnen de landelijke normen vallen, hetgeen zowel volgens de huidige regelgeving als onder het verwachte systeem van gebiedsgerichte opkomsttijden het geval is. Hoewel de gemeente een satellietkazerne in theorie uit eigen zak kan financieren, valt dit niet goed te verenigen met de (landelijke en regionale) praktijk dat gemeenten ten aanzien van veiligheidsvraagstukken en -ontwikkelingen binnen Veiligheidsregio’s juist meer en meer in gezamenlijkheid optrekken.

Responssnelheid bij calamiteit De verwachte responssnelheid bij calamiteiten is 6 minuten en 44 seconden, een verbetering van 1 minuut 24 seconden ten opzichte van de huidige opkomsttijd via de overweg Julianastraat. De uitruktijd van vrijwilligers naar de kazerne aan de noordzijde is 4,5 minuten. In het rapport van de Veiligheidsregio is een inschatting gemaakt van de uitruktijd naar de satellietkazerne van 5 minuten. Hierbij werd echter nog uitgegaan van een onderdoorgang op de Julianastraat waar laag autoverkeer gebruik van kon maken. Gezien het huidige uitgangspunt om de onderdoorgang alleen toegankelijk te maken voor langzaam verkeer kunnen vrijwilligers de satellietkazerne dus niet rechtstreeks met een auto bereiken. Dit vertraagt de uitruktijd, omdat op het moment nagenoeg alle vrijwilligers woonachtig zijn in Rijen-Noord en zij om moeten rijden via de Maczektunnel of de Oosterhoutseweg.17 Gedurende de interviews is daarnaast regelmatig naar voren gekomen dat een satellietkazerne voor verwarring en vertraging bij vrijwilligers kan zorgen, doordat de kazerne waarnaar zij zich dienen te begeven per incident kan verschillen. De beperking van het gebruik van de onderdoorgang Julianastraat voor de hulpdiensten zal zonder aanvullende voorzieningen dus vermoedelijk tot een langere responssnelheid bij calamiteiten leiden dan de berekende 6 minuten en 44 seconden.

Gevolgen organisatie brandweer Om de berekende verbetering daadwerkelijk te kunnen realiseren is geopperd om vrijwilligers te voorzien van elektrische fietsen of scooters, zodat zij de satellietkazerne wel kunnen bereiken via de onderdoorgang op de Julianastraat. De brandweer ziet dit echter niet als realistische optie, aangezien dat zou betekenen dat hun huidige vrijwilligers dan te allen tijde een elektrische fiets of scooter binnen handbereik moeten houden, met alle beperkingen van hun bewegingsvrijheid van dien. De Veiligheidsregio wijst er daarnaast op, dat deze vervoersmiddelen ook vertraging met zich meebrengen, omdat vrijwilligers zich – anders dan bij het gebruik van een auto – eerst op slecht weer (kou, neerslag) zullen moeten kleden alvorens zij zich naar de kazerne begeven.

17

Het vinden en behouden van vrijwilligers kost brandweerkorpsen in Nederland steeds meer moeite, zie bijvoorbeeld

https://www.brandweernederland.nl/onderwerpen/vrijwilliger/. De brandweer Rijen, na de nodige inspanningen qua bemensing op orde, geeft aan het werven van voldoende nieuwe vrijwilligers van de zuidzijde van het spoor als antwoord op de afhankelijkheid van het gebruik van de tunnel - zeker op korte termijn - niet als haalbare kaart te zien.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 18 / 37

Respondenten werkzaam bij de brandweer, gemeente en Veiligheidsregio hebben aangegeven dat dergelijke aanpassingen te veel vragen van vrijwilligers en dit negatieve implicaties kan hebben voor het toch al kwetsbare vrijwilligersbestand. In lijn met landelijke ontwikkelingen kampt de regio namelijk met een grote druk op de capaciteit vanwege uitstroom en vergrijzing van vrijwilligers. Het korps in Rijen heeft hier ook last van; tot op heden blijft de bemensing op sterkte, maar continue inspanningen tot het werven en behouden van vrijwilligers blijven noodzakelijk. Het continue moeten beschikken over een elektrische fiets of scooter zou volgens respondenten een aantal vrijwilligers aan kunnen zetten tot beëindiging van hun inzet. Gezien de inspanningen die nodig zijn om het huidige vrijwilligersbestand op peil te houden, lijkt het ook niet voor de hand te liggen dat het korps (op korte termijn) nieuwe vrijwilligers uit Rijen-Zuid zal kunnen werven. Initiële en structurele kosten De initiële kosten voor een extra kazerne zonder grondaankoop, met blusvoertuig en extra bluspakken voor vrijwilligers, werden in 2020 door de Veiligheidsregio geschat op €350.000,- voor de kazerne, €425.000 voor het blusvoertuig, en €9.000,- voor bluspakken.

Mogelijk bijkomende initiële kosten betreffen benodigde technische en organisatorische aanpassingen ten aanzien van de brandweerorganisatie bij ingebruikname van een nieuwe kazerne, zoals systeemaanpassingen. Andere bijkomende kosten betreffen de aanschaf en het onderhoud van eventuele elektrische fietsen of scooters voor vrijwilligers. De structurele kosten manifesteren zich volgens het rapport van de Veiligheidsregio in de vorm van de afschrijving van het blusvoertuig (15 jaar) en de bluspakken (5 jaar). Daarnaast worden structurele kosten verwacht voor het onderhoud van de kazerne en het blusvoertuig, die (nog) niet zijn uitgewerkt. Onder de aanname dat onderhoud aan een TS6 even duur is als voor een TS4, zou dit €20.000,- aan jaarlijkse kosten met zich meebrengen. Wenselijkheid Respondenten waarderen deze optie gemiddeld met een score van 2,3. De verdeling van scores ziet er als volgt uit: 1 punt in 2 interviews, 2 punten in 2 interviews, 4 punten in 2 interviews. Respondenten die deze optie met een score van 4 waarderen, geven aan dat dit is vanwege de significante verbetering in opkomsttijden. In de interviews waarbij deze optie een score van 2 kreeg, is benadrukten de respondenten dat de investering niet in verhouding is met de baten en er veel te veel kanttekeningen blijven. Alleen vanwege de verbeterde opkomsttijd kenden zij deze optie een 2 toe.

Respondenten die deze optie met een 1 waarderen beschouwen de financiering en de benodigde aanpassingen, verplichtingen en implicaties voor de brandweerorganisatie en haar vrijwilligers als absoluut onmogelijk en onwenselijk.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 19 / 37

Tabel 3 Brandweerkazerne voor alleen blusvoertuig

Optie 4 Beschrijving optie in rapport Veiligheidsregio december 2020 Optie

Voordelen

Nadelen

4

Brandweerkazerne voor

Opkomsttijd referentiepunt

Algemeen

alleen blusvoertuig aan

Verbetering van de huidige

Geeft veel organisatorische aanpassingen voor een

Zuidzijde van het spoor in

opkomsttijd: 6 min. en 44 sec.

klein aantal uitrukken.

de buurt van Rijen-Zuid. Met

Geeft verwarring bij vrijwilligers naar welke kazerne

dezelfde vrijwilligers

men moet opkomen. Financiën €350.000,- beperkte kazerne zonder grond aankoop. €420.000,- blusvoertuig (afschrijving 15 jaar). € 9.000,- voor bluspakken (afschrijving 5 jaar).

Aanvullende bevindingen (Actualisatie) haalbaarheid

Met het oog de huidige beleidsdoelstellingen en bestuurlijke afwegingen binnen de Veiligheidsregio en gemeenten en de significante en vergaande implicaties voor vrijwilligers, lijkt deze optie nu niet opportuun en bovendien moeilijk realiseerbaar.

Responssnelheid calamiteit

Verbetering van opkomsttijd met 1 minuut en 24 seconden. Deze verbetering is mogelijk kleiner omdat inmiddels duidelijk is dat de onderdoorgang op de Julianastraat niet begaanbaar zal zijn per auto, wat effect heeft op de uitruktijd van vrijwilligers.

Organisatie brandweer

Behalve dat deze optie verwarring kan veroorzaken, vraagt dit volgens brandweer en Veiligheidsregio té veel van vrijwilligers, aangezien zij permanent mobiel moeten zijn met een scooter of elektrische fiets. Dit heeft mogelijk negatieve effecten op het vrijwilligersbestand.

Initiële en structurele kosten

Initiële kosten: €350.000,- voor de kazerne, 420.000,- voor een blusvoertuig en €9.000,- voor bluspakken, eventueel aanschafkosten scooters/fietsen. Structurele kosten voor onderhoud van kazerne, blusvoertuig, bluspakken en scooters/fietsen.

Wenselijkheid

Gemiddelde score op wenselijkheid is een 2,3.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 20 / 37

3.5. Optie 5: Samenwerking brandweer vliegbasis Deze optie betreft een samenwerking met de professionele brandweer van de vliegbasis aan de zuidzijde van Rijen, waarbij deze vanwege de korte aanrijdtijd naar Rijen-Zuid een rol krijgt bij incidentbestrijding aldaar. (Actualisatie) haalbaarheid Respondenten werkzaam bij Defensie en gemeente zien wel degelijk mogelijkheden in deze samenwerking, maar deze kan helaas nooit voor 100% worden gegarandeerd. Respondenten werkzaam bij de vliegbasis geven aan dat structurele inzet bij de ondersteuning van de civiele brandweerzorg niet gegarandeerd kan worden. De taakstelling van de luchtmachtbrandweer is namelijk niet ingericht op civiele inzet en de bestrijding van incidenten op de vliegbasis zal altijd eerste prioriteit zijn. Zo zou de luchtmachtbrandweer altijd op de vliegbasis aanwezig moeten zijn wanneer er wordt gevlogen, ook als er een levensbedreigende situatie voordoet in Rijen-Zuid. Bovendien is momenteel alleen een TS4 beschikbaar op de vliegbasis, waardoor formeel niet aan de opkomsttijdennormen wordt voldaan totdat de civiele brandweer alsnog ter plaatse komt met een TS6. Respondenten werkzaam bij de gemeente en Veiligheidsregio spreken hun zorgen uit over de onzekerheid die komt kijken bij een mogelijke samenwerking.

Daarbij wordt gewezen op de bezuinigingen op de brandweerzorg bij Defensie in 2022, waardoor er mogelijk geen of te weinig capaciteit is om ook buiten de poort van de vliegbasis uit te rukken, en naar een eerder initiatief tot civiel-militaire samenwerking op het gebied van geneeskundige hulpverlening in 2013, dat Defensie na 8 maanden onverwacht en eenzijdig moest afbreken. Respondenten vrezen dat dit ook ten aanzien van deze optie zou kunnen gebeuren, bijvoorbeeld wanneer de financiën van Defensie de extra inzet niet meer toelaten, of prioriteiten veranderen bij personele wisselingen op de vliegbasis. Responssnelheid bij calamiteit De opkomsttijden van de luchtmachtbrandweer naar Rijen-Zuid met een TS4 zijn in het rapport van de Veiligheidsregio niet berekend. Om aan de norm van een TS6 te voldoen, moet formeel dus uitgegaan worden van de opkomsttijd voor het snelst beschikbare alternatief uit het rapport van de Veiligheidsregio, te weten aanrijden via de Oosterhoutseweg (11 minuten en 23 seconden, een vertraging van 3 minuten en 15 seconden ten opzichte van de huidige opkomsttijd).

Defensie heeft tijdens het interview geopperd dat het probleem van het niet kunnen voldoen aan de op de TS-6 gebaseerde norm vanwege het gebruik van een TS4 zou kunnen worden opgelost door met gemeente- of Veiligheidsregio-budget te voorzien in financiering van 2 extra manschappen op de vliegbasis en een nieuw voertuig. Defensie gaf te schatten dat dit zo’n 8 ton per jaar aan FTE zou kosten aan FTE, een blusvoertuig zou (vergelijk optie 4) volgens de Veiligheidsregio zo’n €420.000 kosten. Wanneer zowel brandweervrijwilligers als de TS4 van de luchtmacht uitrukken, is er volgens respondenten bij de Veiligheidsregio een kleine tijdswinst te behalen, ervan uitgaande dat de eerste twee civiele vrijwilligers met de TS4 een basis brandweereenheid vormen die sneller ter plaatse zijn dan de civiele TS6. Het is echter niet duidelijk aan welke opkomsttijd daarbij concreet gedacht moet worden. Gevolgen organisatie brandweer De organisatie van de civiele brandweer ondervindt volgens respondenten geen tot weinig grote gevolgen wanneer een samenwerking met de luchtmachtbrandweer wordt gerealiseerd. De organisatie van de luchtmachtbrandweer zal echter wijzigingen ervaren. De taak van de civiele brandweer en hun inzet ziet er namelijk anders uit dan de taken en inzet van de luchtmachtbrandweer; deze zal hierop moeten trainen en oefenen.

Eindrapport Onderzoek brandweerzorg Rijen-Zuid | Pagina 21 / 37

Initiële en structurele kosten Eventuele initiële en structurele kosten voor gemeente of Defensie bij deze samenwerking zijn in het rapport van de Veiligheidsregio niet verkend. De interviews hebben niet tot nieuwe informatie geleid op dit vlak. Verondersteld wordt dat de hoogte van de kosten sterk afhankelijk zou zijn van te maken afspraken. Wenselijkheid De wenselijkheid van dit alternatief is gemiddeld gewaardeerd met een 3. De motivatie bij deze waardering liep uiteen. Lagere scores (1 en 2) werden in drie interviews toegekend door respondenten die dit niet als een structurele en zekere oplossing zien vanwege de hierboven genoemde onzekerheden en het feit dat deze optie uitgaat van een TS4, waarmee formeel niet wordt voldaan aan de opkomstnormen. Beduidend hogere scores (4 en 5) werden in drie interviews toegekend door respondenten die het verkennen van de samenwerking als een zeer kansrijke en positieve ontwikkeling zagen vanwege de snelle inzet van professionele hulpverlening voor Rijen-Zuid, en de onafhankelijkheid van deze inzet van treinpassages en/of de toekomstige beschikbaarheid van overwegen. Tabel 4 Samenwerking brandweer vliegbasis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12531429/1