CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Gronddepot Kl Zw ruimtelijke onderbouwing

Raadscommissie Ruimte 23 april 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel verklaring voor geen bezwaar Gronddepot Klein Zwitserland26.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het Bevb bevat regels voor de exploitant, regels voor gemeenten over het opnemen van buisleidingen in bestemmingsplannen en regels voor het melden van ongewone voorvallen. Daarnaast vervangt het Bevb de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie (1991). In het Bevb is geen sprake meer van veiligheids-/bebouwings- en toetsingsafstanden zoals deze werden voorgeschreven in de circulaires. Het Bevb gaat uit van grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoordingsplicht van het groepsrisico (GR). De regeling voor buisleidingen is hiermee vergelijkbaar met de regeling voor inrichtingen zoals vastgelegd in het Bevi. Uiterlijk 5 jaar na inwerkingtreding van het Bevb moeten buisleidingen conform de regels van het Bevb zijn opgenomen in bestemmingsplannen. Ook bij een consoliderend plan dienen buisleidingen op de juiste wijze in het bestemmingsplan geregeld te zijn. In 2013 is dit in de gemeente Gilze en Rijen gebeurd.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

47

Bevt Het Bevt richt zich uitsluitend tot bestuursorganen. De risicoplafonds, die in de Regeling basisnet zijn aangewezen, worden ruimtelijk vertaald in basisnetafstanden. De basisnetafstand is een contour rondom de basisnetroute waarop het plaatsgebonden risico ten hoogste 10-6 per jaar mag zijn. De ruimte tussen de basisnetafstanden wordt ook wel “veiligheidszone” genoemd. Binnen een veiligheidszone gelden beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen langs een basisnetroute moeten daarom vooraf worden getoetst aan de voor de desbetreffende basisnetroute vastgestelde basisnetafstand. Toets Om de risico’s ter plaatse van het projectgebied te achterhalen is er gekeken naar de externe veiligheidssituatie rondom het projectgebied, met behulp van de provinciale risicokaart. Bijgaand is een uitsnede van de risicokaart (figuur 26) opgenomen, met dien verstande dat het gronddepot reeds geen gevoelig object is.

Figuur 26: Uitsnede risicokaart met legenda

Risicovolle inrichtingen Het plangebied ligt nabij een risicovolle inrichting. Op de vliegbasis wordt immers munitie opgeslagen. Zoals uit bovenstaande tekening blijkt, zijn in verband daarmee veiligheidszones bepaald, vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied in de artikel 42.8 en 42.9. Zone B , ongeveer 175 meter breed, komt overeen met zone 2 uit het vigerende bestemmingsplan; Zone C, circa 550 meter breed, staat gelijk aan zone 3. In deze zones mogen geen gebouwen worden gerealiseerd waarin zich vaak personen bevinden respectievelijk geen gebouwen met een bepaalde

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

48

constructie en/of veel glas. Het realiseren van de nieuwe bebouwing en activiteiten levert derhalve geen strijdigheid op met deze veiligheidszone. Zone A ligt weliswaar minimaal ook in het plangebied van de ontsluitingsweg, echter in het bestemmingsplan is verzuimd deze zone ter plaatse tot uitdrukking te brengen als ‘veiligheidszone – munitie -1’. In een dergelijke zone mogen geen gebouwen worden opgericht. Er is sprake van het oprichten en uitbreiden van gebouwen. Dit betreft gebouwen waarin normalerwijs geen of nagenoeg geen personen zullen verblijven. Zoals opslagloodsen voor zand en rubber korrels, (zee)containers voor procesbesturingssystemen en dergelijke. Op drukke dagen zullen zich op het gronddepot circa 5 medewerkers bevinden. Met uiteenlopende bezigheden, verspreid over het terrein. Zoals een laadschopmachinist, kraanmachinist, tractorchauffeur en operator voor de natzeefinstallatie en een algemeen terreinmedewerker. Het kantoor bij de toegang van de inrichting dient voor enkele basale administratieve werkzaamheden. Tevens worden hier emmertjes met monsters van de diverse grond- en bouwstoffen opgeslagen. De weegbrug werkt met automatische voertuigdetectie en wordt op afstand uitgelezen. De feitelijke kantoorwerkzaamheden van firma Hendrickx (moedermaatschappij), vinden plaats op de thuislocatie in Molenschot. Niet op het gronddepot.

Wanneer de natzeefinstallatie niet in werking is, zullen verspreid op het gehele terrein 1 of 2 personen werkzaam zijn. Het gehele terrein is circa 2,4 ha groot. De personele bezetting in gebouwen, wanneer de natzeef in werking is, kan bestaan uit (dagperiode): - Besturingsruimte natzeefinstallatie 25% bezetting, 1 persoon - Opslagloods zand en rubberkorrels 40% (laadschop met 1 machinist) - Kantoor bij weegbrug 25% bezetting, 1 persoon Het overige deel van de tijd zullen medewerkers zich verspreid over het terrein buiten met diverse werkzaamheden bezig houden. Een werkdag duurt normalerwijs van 07.30 – 17.00 uur. Afhankelijk van de aard van de werkzaamheden kan er incidenteel ½ - 1 uur eerder gestart of langer doorgewerkt worden. Transport van gevaarlijke stoffen via buisleiding In de directe nabijheid van het projectgebied ligt een aardgasleiding (Transportroutedeel Z-528-01-KR-003) die een veiligheidszone heeft. Deze gasleiding van de Nederlandse Gasunie is evenwijdig aan de parallelweg (Klein Zwitserland) van de rijksweg A58 gelegen. De al gerealiseerde ontsluitingsweg kruist deze leiding. Toetsing heeft al in 2016 plaatsgevonden.

Op grond van artikel 27 ‘Leiding-Gas-1’ uit het bestemmingsplan is deze zone (4 meter aan weerszijde van de hartlijn leiding, aldus de regels en de verbeelding) beschermd voor onder andere het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 4 meter. Eveneens ligt nabij het plangebied een DPO-brandstofleiding van defensie (Defensie Pijpleiding Organisatie). Voor deze leiding P12B, verwoord in artikel 26 ‘Leiding-Brandstof’ uit het bestemmingsplan geldt een veiligheidsafstand van 17 meter en, aldus de verbeelding en toelichting, een zone van 5 meter aan weerszijden van de leiding. De zone is beschermd voor onder andere het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 4 meter. Voor het uitvoeren van werken is een vergunning nodig in bepaalde situaties.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

49

Transport van gevaarlijke stoffen via snelweg Tevens ligt de autosnelweg A58 juist langs het plangebied. Deze snelweg heeft een zogenoemde vrijwaringszone. Volgens artikel 42.10 uit het bestemmingsplan houdt dit in dat ter plaatse niet mag worden gebouwd, tenzij voor een infrastructurele voorziening. Immers in de toekomst bestaan er plannen voor verbreding van de oude rijksweg en de rijksweg A58. De termijn waarop de A58 wordt verbreed is nog niet duidelijk en is daarom niet in het vigerende bestemmingsplan positief opgenomen. Wel heeft Rijkswaterstaat erop aangedrongen in dat plan een zone van 75 meter op te nemen aan weerszijden van de weg, waar niet gebouwd mag worden. Dit om de toekomstige verbreding niet onnodig te bemoeilijken. Over de A58 vindt ook transport van gevaarlijke stoffen plaats. Volgens de gegevens in de Risicoatlas wegtransport gevaarlijke stoffen (2003) is er ter hoogte van het plangebied voor de A58 geen sprake van een PR 10-6-contour. Ook de oriënterende waarde voor het GR wordt niet overschreden. Het vervoer van gevaarlijke stoffen leidt in principe niet tot beperkingen voor nieuwe ontwikkelingen. Op korte afstand van de A58 worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een toename van de personendichtheid. De ruimtelijke onderbouwing heeft dan ook geen gevolgen voor de hoogte van het GR.

In geval van een onverhoopt ongeval met gevaarlijke stoffen op de A58, zijn er op het terrein van gronddepot voldoende schuilmogelijkheden voor de medewerkers. Medewerkers zijn fit en gezond, volledig mobiel en zelfredzaam. De besturingsruimte voor de natzeefinstallatie en het weegkantoor zijn beiden volledig afsluitbare ruimten. Daarnaast bevinden zich op het terrein altijd een kraan en loader, en veelal zijn tevens machines of tractoren aanwezig. De cabine van een machine of tractor is feitelijk de beste schuilmogelijkheid. Deze is geheel afsluitbaar. De activiteiten op Gronddepot, en de aanwezigheid van medewerkers in (op te richten) gebouwen leidt niet tot het ontstaan van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. De afstand van de Rijksweg A58 tot aan het meest nabij gelegen gebouw op het gronddepot, het weegkantoor, is 325 m. Gezien de lage bezetting van de gebouwen, de grote afstanden tot de Rijksweg A58, en de meer dan ruime vluchtmogelijkheden voor het beperkt aantal aanwezige medewerkers, wordt transport van gevaarlijke stoffen over de weg niet gezien als risicovolle activiteit voor de medewerkers op Gronddepot. Het gronddepot heeft een oppervlak van ruim 2,4 ha, waar zich op drukke dagen verspreid 5 mensen bevinden, op relatief grote afstand van de Rijksweg. Doorgaans zullen zich op het gronddepot 1 – 2 mensen bevinden.

Er is geen sprake van een locatie op het terrein van gronddepot “waar zich vaak mensen bevinden”. Samenvattend vormt het aspect externe veiligheid derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

50

5.8 Luchtkwaliteit De kern van de Wet luchtkwaliteit (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer) is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling van maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van het NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen, waarvan stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) de belangrijkste zijn. De grenswaarden zijn in 2020 voor stikstofdioxide 40 μg/m3 en voor fijn stof 40 μg/m3. Op 16 januari 2009 is ook het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze AMvB wordt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’ - zoals een school - in de nabijheid van provinciale en rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof en stikstofdioxide), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg.

Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Er is steeds een koppeling met de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Is (dreigende) normoverschrijding niet aan de orde, dan is er geen bouwverbod voor gevoelige bestemmingen binnen de onderzoekszone. Van het realiseren van een gevoelige bestemming is met de ontwikkeling van het gronddepot geen sprake. Naast de introductie van het NSL is de invoering van het begrip “niet in betekenende mate bijdragen” (NIBM) een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit (Wlk). Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als zowel de jaargemiddelde grenswaarde NO2 als PM10 niet meer toeneemt dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde van die stof. Dit betekent, kortweg, dat als de toename van de beide jaargemiddelde concentraties kleiner is of gelijk is aan 1,2 μg/m3 (3% van 40 μg/m3) een ontwikkeling kan worden beschouwd als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat betekent dat het project niet significant bijdraagt aan een wezenlijke verslechtering van de luchtkwaliteit.

Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-project; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering kan worden toegepast. Door Rijkswaterstaat worden jaarlijks de concentraties luchtverontreinigende stoffen langs het rijkswegennet berekend. Uit de rapportage over 2007 blijkt dat direct langs de A58 aan de grenswaarden uit het Wlk wordt voldaan, aldus het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Eventueel relevante gevolgen voor de luchtkwaliteit worden bepaald door de feitelijke activiteiten van het bedrijfsperceel Klein Zwitserland 22. Over het algemeen zal het bedrijf, gezien de omvang en activiteiten, als NIBM (Besluit niet in betekende mate) aan te merken zijn. In 2020 was de NO2 waarde ter plaatse 16 a 21 μg/m3 en de PM10 circa 17 μg/m3. Aanvullend wordt opgemerkt dat vrachtwagens en tractoren van firma Hendrickx zijn uitgerust met ten minste een Euro 5 of Euro 6 motor. Bij de aanvraag Omgevingsvergunning milieu wordt de Toets Wet luchtkwaliteit gevoegd, waaruit blijkt dat er sprake is van Niet In Betekende Mate bijdrage aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

51

Niet in betekenende mate In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM), zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Vanaf 1 augustus 2009 is het begrip 'niet in betekenende mate' gedefinieerd als 3 % van de jaargemiddelde grenswaarde voor N02 en PM10. Dit komt neer op een bijdrage van 1,2 ug/m3 voor beide componenten. Dit betekent dat als aangetoond kan worden dat een voorgenomen ontwikkeling niet meer dan 1,2 ug/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie van zowel PM10 als N02, het project niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden en inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Toets Wet luchtkwaliteit, waarnaar in de ruimtelijke onderbouwing verwezen wordt, zijn als resultaten en conclusie ten aanzien van luchtkwaliteit opgenomen: PM10 Het effect op de luchtkwaliteit van de emissies van fijn stof afkomstig van Gronddepot Klein Zwitserland BV naar de omgeving bedragen op alle gridpunten buiten de inrichting< 1,2 ug/m3. De berekende bijdragen fijn stof op alle gridpunten is gelegen tussen 0,1 en 1,0 ug/m3. Op enkele gridpunten is er een sterke overstijging. Deze blijken te zijn gelegen op het gronddepot zelf, of op de nabij gelegen Rijksweg A58. De 24-uurs grenswaarde wordt 2 dagen per jaar overschreden.

Op “Te Beschermen Objecten” bedraagt de maximale bijdrage fijn stof 0,40 ug/m 3. NO2 Het effect op de luchtkwaliteit van de emissies van NO2 afkomstig van Gronddepot Klein Zwitserland BV naar de omgeving bedragen op alle gridpunten buiten de inrichting< 1,2 ug/m3. De 24-uurs grenswaarde wordt geen enkele keer overschreden. Op “Te Beschermen Objecten” bedraagt de maximale bijdrage NO2 0,3 ug/m3. Activiteiten op de inrichting De emissies fijn stof PM10 en NO2 dragen blijkens de berekeningen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijf. Verdere toetsing aan de normeringen is derhalve niet noodzakelijk. Verkeer van en naar de inrichting Uit toetsing blijkt dat de verkeersaantrekkende beweging van de inrichting voor wat betreft fijn stof PM10 en NOx naar verwachting niet van invloed is op de achtergrondconcentraties voor deze stoffen. De weg Klein Zwitserland, waarlangs alle aan- en afvoerbewegingen plaatsvinden, is gelegen direct tegen de Rijksweg A58. Hier passeren dagelijks 110.000 voertuigen, waarvan 1/3 deel zwaar verkeer. Het relatief lage aantal voertuigen (14 tractoren, 7 vrachtwagens) wat gronddepot hier aan toevoegt heeft logischerwijze geen significante invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Bovenstaande uitkomsten liggen in lijn der verwachting.

De activiteiten waarvoor Omgevingsvergunning wordt aangevraagd zijn relatief beperkt. De afstand tot gevoelige objecten is daarentegen ruim. Aangezien de activiteiten op het terrein en de verkeersbewegingen van en naar het terrein niet in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit, is verdere toetsing niet benodigd.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

52

Heersende luchtkwaliteit omgeving Aan de hand van nsl-monitoring.nl is de heersende luchtkwaliteit in de omgeving beoordeeld. Onderstaand een uitsnede uit het databestand. receptorid mronde 11366 MR2021 11367 MR2021 11422 MR2021 11456 MR2021 11457 MR2021 11458 MR2021 11459 MR2021 11460 MR2021 11461 MR2021 11462 MR2021 11463 MR2021 11464 MR2021 11465 MR2021 11466 MR2021 11467 MR2021 11468 MR2021 11469 MR2021 11470 MR2021 11471 MR2021 11501 MR2021 11502 MR2021 11503 MR2021 11504 MR2021 11505 MR2021 11506 MR2021 11507 MR2021 11508 MR2021 11509 MR2021 11510 MR2021 11511 MR2021 11512 MR2021 11513 MR2021 11514 MR2021 11515 MR2021 11516 MR2021 11517 MR2021 11518 MR2021 11519 MR2021

rekenjaar overheidid overheid nummer naam nsl grond 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 20007 Noord-Brabant 0 Oosterhoutseweg t 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Nassaulaan,t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t

Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Hoofdstraat, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Dongenseweg, t Gilze en Rijen 2020 784 Gilze en Rijen Dongenseweg, t Gilze en Rijen

0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

opmerking x y conc_no2 conc_pm10conc_pm25 121.482.101.752 400.045.546.613 16.727 16.110 8.829 121.491.898.248 400.014.453.387 16.917 16.138 8.839 121.846.790.309 399.227.395.155 14.744 15.380 8.414 121.533.035.224 400.061.894.328 16.544 16.101 8.825 121.542.964.776 400.032.105.672 16.693 16.125 8.834 121.973.940.875 400.182.275.915 15.882 16.011 8.793 121.979.095.291 400.158.221.976 16.809 16.170 8.848 121.932.649.593 400.173.518.429 15.793 16.094 8.810 121.939.350.407 400.144.481.571 15.801 16.094 8.811 121.892.866.444 400.164.362.132 15.904 16.014 8.794 12.189.800.377 400.140.816.052 16.940 16.191 8.855 121.851.746.043 400.155.642.806 15.863 16.006 8.791 121.858.253.957 400.126.357.194 15.834 16.000 8.790 121.810.845.127 400.146.459.833 15.912 16.013 8.794 121.816.110.354 400.122.327.544 16.855 16.175 8.850 1.217.709.602 400.139.199 15.722 15.980 8.783 1.217.770.398 400.108.801 15.865 16.003 8.791 121.727.831.803 400.129.866.154 15.793 15.990 8.786 12.173.369.922 400.102.334.428 16.356 16.086 8.819 122.492.413.939 400.292.769.637 18.428 16.971 9.360 122.445.333.543 400.581.461.587 20.211 17.300 9.472 122.426.040.597 400.577.009.369 18.318 16.956 9.354 122.431.561.447 400.649.035.098 19.413 17.154 9.422 12.241.589.789 400.645.311.794 20.307 17.319 9.479 122.401.808.572 401.019.244.474 15.252 16.357 8.847 122.431.227.946 401.016.469.062 14.916 16.289 8.826 122.393.032.048

400.961.120.994 15.374 16.540 9.203 122.422.056.176 400.957.492.978 15.998 16.665 9.243 122.386.814.069 400.765.232.968 20.431 17.336 9.487 122.402.739.645 400.769.149.093 19.477 17.160 9.427 122.393.647.559 40.088.783.762 20.155 17.287 9.470 122.409.942.158 400.885.981.273 19.686 17.200 9.440 122.453.453.508 400.557.056.259 19.424 17.154 9.422 122.433.553.756 400.552.215.778 18.800 17.041 9.384 12.246.626.835 400.491.693.517 19.791 17.221 9.445 122.451.828.128 400.488.735.882 20.755 17.401 9.507 122.420.400.646 401.111.295.498 16.130 16.552 8.911 122.437.488.857 401.107.209.186 16.707 16.674 8.950

Op basis van de kaartgegevens kan worden bepaald dat de heersende achtergrond concentratie NO2 en PM10 nabij Gronddepot overal < 35 ug/m3 bedraagt.

NO2 op rekenpunten

PM10 op rekenpunten

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

53

PM2.5 op rekenpunten

Activiteiten op de inrichting De emissies fijn stof PM10 en NO2 dragen blijkens de berekeningen niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving van het bedrijf. Verdere toetsing aan de normeringen is derhalve niet noodzakelijk. Verkeer van en naar de inrichting Uit toetsing blijkt dat de verkeersaantrekkende beweging van de inrichting voor wat betreft fijn stof PM10 en NOx naar verwachting niet van invloed is op de achtergrondconcentraties voor deze stoffen. De weg Klein Zwitserland, waarlangs alle aan- en afvoerbewegingen plaatsvinden, is gelegen direct tegen de Rijksweg A58. Hier passeren dagelijks 110.000 voertuigen, waarvan 1/3 deel zwaar verkeer. Het relatief lage aantal voertuigen wat Gronddepot hier aan toevoegt heeft logischerwijze geen significante invloed op de luchtkwaliteit ter plaatse. Een en ander is nader onderbouwd in de Toets Wet luchtkwaliteit, zoals opgenomen in bijlage 6.

5.9 Verkeer In de aanvraag wijziging Omgevingsvergunning milieu wordt vergunning gevraagd voor 21 zware voertuigen per dag (tractoren en vrachtwagens). De inzet van machines zoals lepelkraan en laadschop op de inrichting bedraagt gemiddeld 5 tot 6 uur per voertuig per dag. Het laden en lossen gebeurt op eigen terrein.

5.10

Ecologie

Op basis van de Wet natuurbescherming van 1 januari 2017, voorheen de Flora- en faunawet, Boswet en de Natuurbeschermingswet, is het van belang bij de ruimtelijke planvorming vooraf te onderzoeken of en welke dieren plantensoorten er voorkomen, wat hun beschermingsstatus is en wat de effecten zijn van de ingreep op het voorbestaan van de gevonden soorten. Uit een flora en faunatoets, geactualiseerd juni 2020, blijkt dat er geen significante gevolgen zijn voor flora en fauna.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

54

Natura 2000 (Vogel- en Habitatrichtlijn)/gebiedsbescherming Door de Europese Unie zijn richtlijnen uitgevaardigd ter bescherming van bedreigde plant- en diersoorten en leefgebieden in Europa, de zogenaamde Natuur 2000- gebieden. Concrete richtlijnen zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Europese Habitatrichtlijn, uitgewerkt in Nederland in de Natuurbeschermingswet. De aanwijzing van gebieden tot beschermd natuurgebied in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn vindt plaats aan de hand van soortenlijsten van zeldzame of bedreigde plant- en diersoorten. Het plangebied is niet gelegen in of nabij een Natura 2000 gebied; de dichtstbijzijnde gebieden zijn het Ulvenhoutse Bos en de Regte Heide & Riels Laag en liggen op circa 6 km. Gezien deze grote afstand van de inrichting tot de beschermde natuurgebieden is er door de voorgenomen bedrijfsactiviteiten uitsluitend sprake van externe werking. Externe werking kan ontstaan door verstoring (licht en/of geluid) of door een toename van de stikstofdepositie. De afstand van het plangebied tot de natuurgebieden is meer dan 2,5 kilometer, waardoor effecten van een toename van bijvoorbeeld licht en geluid te verwaarlozen zijn. Vermestende en/of verzurende effecten van een toename van stikstofdepositie zijn tot op grotere afstanden nog juridisch relevant.

Het plangebied is evenmin gelegen in of nabij een Vogel- en Habitatrichtlijngebied, derhalve zijn er geen consequenties te verwachten.

Figuur 27: Uitsnede Natura 2000 kaart

Het effect van de activiteiten van Gronddepot Klein Zwitserland op Natura2000 gebieden qua stikstof is wel nader in beeld gebracht in de vorm van een Aerius toetsing (bijlage 3), een en ander ingevolge jurisprudentie van 29 mei 2019. Het effect van Stikstofemissie op depositie in Natura2000 gebieden is hiermee in beeld gebracht. Het blijkt dat de activiteiten van het gronddepot geen effect hebben op de N-depositie in Natura2000 gebieden. Natuurnetwerk Nederland In de twintigste eeuw is veel Nederlandse natuur verdwenen. De overgebleven gebieden zijn vaak klein en liggen veelal ver uit elkaar. Hierdoor hebben bepaalde organismen moeite om gebieden te bereiken en zich er te handhaven, waardoor de diversiteit van planten, dieren en micro-organismen (de biodiversiteit) ook sterk achteruit gaat. Om de biodiversiteit te behouden en te versterken is het NNN opgericht.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

55

Het NNN is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Het NNN is in de eerste plaats belangrijk als netwerk van leefgebieden voor veel planten en dieren. In het NNN (figuur 28) liggen: • Bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; • Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; • Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van Noordzee en de Waddenzee; • Alle Natura 2000-gebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vastgelegd. Op grond van artikel 2.10.2 van het Barro moeten provincies bij provinciale verordening de NNN-gebieden aanwijzen en nauwkeurig begrenzen. Op grond van artikel 2.10.3 Barro moeten zij ook de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden vastleggen. Daarnaast wijzen de provincies de natuurdoelen in de NNN aan. Elk NNN-gebied heeft een zogenaamd natuurdoel. Een natuurdoel beschrijft een bepaalde natuurkwaliteit en wordt gebruikt als een toetsbare doelstelling voor een natuurgebied. Natuur Netwerk Brabant Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijke voor de begrenzing en de ontwikkeling van het NNN. De provincie Noord-Brabant heeft in zijn IOV de gebieden opgenomen als NNB. Men wil in 2027 alle gaten in het netwerk hebben gedicht met nieuwe natuur.

Ongeveer 90% van het NNB wordt gevormd door bestaande natuurgebieden. Tussen deze gebieden is men voornemens om verbindingen te leggen in de vorm van Ecologische verbindingszones. Door deze verbindingen tussen natuurgebieden kunnen dieren van het ene gebied naar het andere foerageren. De concrete ambities van de provincie Noord-Brabant staan in het Natuurbeheerplan NoordBrabant 2016. De begrenzing van het netwerk is daarnaast ook opgenomen in de IOV. Het NNB kent geen specifiek beschermingsregime, anders dan via het ruimtelijke spoor. Conform de themakaart ‘natuur’ van de IOV is binnen het plangebied geen NNB aanwezig. Wel grenst het plangebied aan de NNB; dit is een droog bos met productie. Het bos is aangewezen als speelbos voor kinderen, en wordt als zodanig intensief gebruikt. Effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van dit bosperceel zijn redelijkerwijs uit te sluiten.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

56

Figuur 28: Uitsnede NNN

Flora en fauna/soortenbescherming De soortenbeschermende werking is rechtstreeks opgenomen in de Wnb. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Hieronder zijn de drie beschermingsregimes weergegeven: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn; Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn; Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage onderdeel A en B van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren.

In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet gedood, gevangen of verontrust mogen worden en plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. Bij het beoordelen van de in het plangebied

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

57

voorkomende beschermde soorten gaat het primair om soorten die door de ingreep direct beïnvloed worden, doordat: • zij fysiek aangetast worden (doden/verwonden van dieren, verwijderen van planten); • zij verstoord worden (toename van geluid of licht); • hun vaste verblijfplaatsen c.q. groeiplaatsen aangetast of verstoord worden. Alle vogelsoorten hebben een bepaalde mate van bescherming. Er geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Daarbij kan het naast broedende vogels, ook gaan om vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken en ook jaarrond beschermd zijn. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Ten aanzien van vogelsoorten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden, geen overtreding plaats zal vinden van de wetgeving ten opzichte van volgens. Het aanvragen van een ontheffing is dan niet aan de orde. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval is. De periode april tot half juli kan globaal worden aangehouden voor het niet uitvoeren van werkzaamheden. Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt een zogenaamde algemene zorgplicht.

Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen. Toets Ten behoeve van deze ecologische toets is door Brouwers Groenaannemers al een quickscan verricht, vastgelegd in een rapport van 4 april 2013. Voor deze ontwikkeling, verruiming van bouwmogelijkheden op een bestaand perceel, is een hernieuwd onderzoek niet noodzakelijk. Voor een uitgebreide beschrijving wordt kortheidshalve naar dat stuk verwezen, opgenomen in bijlage 2 2. Tabel 2- en 3-soorten en vogels zijn niet aangetroffen. Tabel 1-soorten komen wel voor. Samengevat is in hoofdstuk 5.2 van het onderzoek een aanbeveling gedaan omtrent de beste periode om de werkzaamheden ter plaatse te verrichten, in relatie tot kleine zoogdieren en het broedseizoen voor vogels. Een ontheffingsaanvraag is niet nodig. De zorgplicht moet in acht worden genomen: • vooraf een werkinstructie aan het uitvoerend personeel, door een ecologisch deskundige; • werkzaamheden combineren, om fysieke verstoring en geluidsoverlast te minimaliseren; • vluchtmogelijkheden voor aanwezige fauna waarborgen en • uitvoeren van werkzaamheden onder toezicht van een ecologisch deskundige.

Aanvullend is, onder meer vanwege gewijzigde wet- en regelgeving en de beperkte geldigheidsduur van onderzoeken, op 5 oktober 2020 nogmaals een quickscan gedaan, in bijlage 2 bijgevoegd. Geconcludeerd is dat geen verbodsartikelen van de Wnb worden overtreden; een ontheffingsaanvraag is niet nodig. In dit onderzoek is ook een relatie gelegd met de naastgelegen NNB.

5.11

Munitie

Gemeente Gilze en Rijen voert in de omgeving een onderzoek uit naar de aanwezigheid van restanten munitie, welke aan het einde van WOII mogelijk in de omgeving zijn achtergebleven. Onderzoek is reeds uitgevoerd in het oostelijk gelegen bos/recreatiegebied. Hier bleken inderdaad munitieresten aanwezig te zijn. Aan de exploitant van het Gronddepot Klein Zwitserland is kenbaar gemaakt dat er een munitieonderzoek verlangd kan worden indien de grond wordt geroerd op een diepte > 0,7 m-mv. Eventueel aangetroffen munitie zal door gemeente Gilze Rijen verwijderd worden.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

58

5.12

Overige belemmeringen

Kabels en leidingen Op basis van het provinciaal en gemeentelijk beleid zijn er geen overige, anders dan beschreven in par. 5.7 (de gasleiding), planologisch relevante buisleidingen in of nabij het plangebied aanwezig. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden zal een Klic-melding worden uitgevoerd, waardoor eventueel overige aanwezige kabels en leidingen aangetoond kunnen worden waarmee rekening gehouden dient te worden bij werkzaamheden.

5.13

Conclusie / MER

Op grond van de ruimtelijke- en milieuhygiënische aspecten zijn er geen onevenredige belemmeringen voor het voortzetten en uitvoeren van dit plan. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor ruimtelijke plannen onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: - Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; - Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C of D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. De activiteiten van het gronddepot vallen onder categorie 18.1 van bijlage D, de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor de verwijdering van afval. Ten behoeve van de ontwikkeling is op 22 maart 2020 een aanmeldingsnotitie M.e.r. bij de gemeente Gilze en Rijen ingediend.

Kortheidshalve wordt voor deze notitie verwezen naar bijlage 7. Per brief van 30 juni 2021 heeft OMWB namens gemeente Gilze en Rijen kenbaar gemaakt dat voor deze plannen geen Mer opgesteld behoeft te worden. De aanmeldingsnotitie M.e.r. is medio 2023 herzien, aan de hand van beoordeling van de verschillende milieu- en R.O. thema’s door het bevoegd gezag. In plaats van te werken met oplegnotities op de bestaande aanmeldingsnotitie M.e.r., werd het zinvol geacht één nieuw, geheel herzien document in te dienen. Gelijktijdig met deze ruimtelijke onderbouwing. De herziene aanmeldingsnotitie M.e.r. (augustus 2023) moet nog door bevoegd gezag beoordeeld worden. Aangezien deze niet wezenlijk verschilt van de reeds beoordeelde aanmeldnotitie M.e.r. (maart 2020), wordt er vooralsnog vanuit gegaan dat ook nu de conclusie van bevoegd gezag zal zijn dat geen M.e.r. benodigd is.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

59

6. Economische en financiële uitvoerbaarheid De ontwikkeling van het voorliggende plan is een initiatief van Hendrickx Grondwerken BV. In de Wro is in afdeling 6.4 de regelgeving rondom grondexploitatie opgenomen. Centrale doelstelling van deze afdeling is om in de situatie van particuliere grondexploitatie te komen tot een verbetering van het gemeentelijk kostenverhaal en de versterking van de gemeentelijke regie bij locatieontwikkeling. In artikel 6.12 van de Wro is bepaald dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 Bro is vastgelegd wat onder een bouwplan wordt verstaan. Een exploitatieplan zou achterwege kunnen blijven als kostenverhaal anderszins, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst, is geregeld. Omdat deze aanvraag omgevingsvergunning als bouwplan kan worden beschouwd (de droogloodsen zijn groter dan 1.000 m2 en worden als gebouw beschouwd) wordt er inderdaad vooraf een overeenkomst gesloten. De beoogde ontwikkeling is een initiatief van een private partij. De gronden ter plaatse van de ontwikkelingslocatie zijn in het bezit van de initiatiefnemer. Ontwikkelings- en plankosten, inclusief mogelijke planschade, komen voor rekening van initiatiefnemers en worden uit de eigen bedrijfsmiddelen bekostigd.

Dit wordt gelijktijdig in de kostenverhaalovereenkomst privaatrechtelijk vastgelegd tussen de gemeente en initiatiefnemer. Conform artikel 3.1.6 f van het Besluit ruimtelijke ordening heeft een onderzoek plaatsgevonden naar de economische en financiële uitvoerbaarheid van het plan en is dit plan haalbaar gebleken.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

60

7. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke toetsing In het kader van de gemeentelijke inspraakverordening betrekt de gemeente de bevolking in principe bij de voorbereiding van plannen op ruimtelijk gebied. In casu wordt, omdat vooraf een omgevingsdialoog heeft plaatsgevonden (zie bijlage 1) van een formele inspraak afgezien. In deze omgevingsdialoog is gesproken met alle buren, zijnde defensie, Van de Valk hotel en de bewoner van Klein Zwitserland 20. Defensie en de buren zijn akkoord met het plan. Van belemmeringen voor de ontwikkeling is geen sprake. Bij deze omgevingsdialoog zijn de algemene kader in acht genomen die de gemeenteraad op 30 september 2019 heeft vastgesteld. Deze kaders lopen vooruit op de Omgevingswet die in 2024 in werking zal treden. Een omgevingsdialoog is een gesprek tussen een initiatiefnemer van een ruimtelijk ontwikkelingsproject en personen die in de directe omgeving wonen of werken. Het gesprek is er specifiek op gericht om in een vroeg stadium (nog voordat het concrete plan voor het project vastligt) kennis te nemen van eventuele bezwaren, wensen en belangen van omwonenden en naastgelegen ondernemers, zodat die bij de uitwerking van het plan kunnen worden betrokken. Doel van het gesprek is niet om overeenstemming over het plan te verkrijgen.

De dialoog moet vroegtijdig plaatsvinden op basis van concrete plannen en schriftelijk worden vastgelegd. Het is niet zo dat de omgevingsdialoog in de plaats kan komen van een zienswijzenprocedure.

7.2 Overleg Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.1.1 Bro dient bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan, waar nodig, overleg gepleegd te worden met besturen van gemeenten, het waterschap, met Rijks- en provinciale diensten et cetera. Voor dit plan is onder meer overleg -op digitale wijzegepleegd met: • Provincie Noord-Brabant; • Waterschap Brabantse Delta; • Regionale Brandweer • Defensie. De voorgenomen ruimtelijke onderbouwing is ambtelijk al besproken in 2019 met de provincie. Met een positieve grondhouding wordt een nadere uitwerking en onderbouwing tegemoet gezien.

7.3 Zienswijzenprocedure Het ontwerpbesluit tot omgevingsvergunning met afwijking wordt zes weken terinzage gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden zienswijzen in te dienen, alvorens het college van burgemeester en wethouders , op basis van de raadsverklaring van geen bedenking, een besluit omtrent vaststelling zal nemen. Het plan is digitaal ontsloten via de gemeentelijke website en de landelijke website ruimtelijkeplannen.nl. In het Gemeenteblad en het gemeentelijk weekblad is van de procedure kennisgegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze 30-12-2023

61

Bijlage 1

Omgevingsdialoog

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze - 18 augustus 2023

Bijlage 2

Flora en Fauna onderzoek

<< Samenvatting, gehele rapport is onderdeel van de aanvraag Omgevingsvergunning >>

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze - 18 augustus 2023

Ecologische quickscan Klein Zwitserland, Gilze

5 oktober 2020

Colofon

Projectnummer

20/0872k

In opdracht van

Stamlijn advies R. Lips ramon.lips@stamlijn.nl

Opgesteld door

D. van Iersel Ecoloog, boomtechnisch adviseur 06-12576177 david@brouwersgroenaannemers.nl

Collegiale toets

B. Dielen

Status

Concept, 5 oktober 2020

Aantal pagina’s

15, exclusief bijlagen

© copyright Brouwers Groenaannemers B.V. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt, anders dan bedoeld voor de doelstelling van dit rapport, zonder schriftelijke toestemming van Brouwers Groenaannemers B.V.

2

Ecologische quickscan – Klein Zwitserland Gilze – Stamlijn Milieu Advies

Samenvatting Aanleiding Hendrickx grondwerken is voornemens om een overkapping te realiseren en verharding aan te brengen op een gronddepot aan Klein Zwitserland te Gilze. Daarnaast is het terrein in gebruik genomen ten behoeve van opslag en overslag van zand, grond en bouwstoffen. Tevens is een natzeefinstallatie gebouwd waarmee specifieke zandstromen worden gereinigd. Samenvattend is ten aanzien van de eerdere situatie is het gebruik van de locatie geïntensiveerd. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde flora en fauna. Door middel van een ecologische quickscan zijn de actuele natuurwaarden in beeld gebracht en beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot het wettelijk kader vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb).

Conclusie Met de ruimtelijke ingreep worden geen verbodsartikelen van de Wnb overtreden. Het doen van ontheffingsaanvraag is zodoende niet nodig. Onderstaand een overzicht van de invloed van de ingreep per soort(groep) en vervolgens een toelichting per soort of soortgroep:

3

Ecologische quickscan – Klein Zwitserland Gilze – Stamlijn Milieu Advies

Aanvulling Omgevingsdienst Midden en West (zaaknummer 20031395) Op basis van de beoordeling van de Omgevingsdienst Midden en West Brabant dienen onderstaande vragen en opmerkingen te worden aangevuld en / of nader toegelicht.

Vanwege het ontbreken van een AERIUS-berekening kan, door de huidige veranderingen rondom het stikstofbeleid, niet worden ingestemd met de conclusie uit het onderdeel “Natura 2000”. Middels een AERIUS-berekening dient te worden aangetoond dat er geen significante effecten zijn op Natura2000-gebieden.  De AERIUS-berekening is reeds door derden uitgevoerd en is separaat van de ecologische quickscan bij de aanvraag ingediend.

Daarnaast dient ten aanzien van het naastgelegen droog bos met productie (NNN) nader toegelicht te worden dat ten gevolge van intensivering van het gronddepot geen nettoverlies aan waarden voor wat betreft areaal, kwaliteit en samenhang plaatsvindt. Effectbeoordeling van stikstofdepositie, geluidverstoring en optische verstoring (verstoring door aanwezigheid van onnatuurlijke elementen) in de aanlegfase en de gebruiksfase dienen hierin meegenomen te worden.  De effectbeoordeling ten aanzien van stikstofdepositie is meegewogen in de AERIUS-berekening;  Het plangebied ligt direct tegen vliegbasis Gilze-Rijen aan. In vergelijking met de reeds sterk verhoogde geluidsbelasting afkomstig van het vliegveld leidt een lichte toename in bedrijfsactiviteit niet tot een significante stijging van geluidsverstoring;  Ten aanzien van optische verstoring zal er op het terrein een gelijkmatige toename van menselijke activiteit zijn. Hierdoor zal gewenning optreden door eventueel aanwezige dieren. Dit in tegenstelling tot de onvoorspelbare aanwezigheid van start- en landingsbewegingen van het vliegveld.

 In algemene zin kan worden geconcludeerd dat de licht toenemende verstoring van (beschermde) fauna als gevolg van de toenemende activiteit in het niet valt bij de ernstige verstoring afkomstig van vliegbasis Gilze-Rijen ten noorden van het projectgebied en de verstoring afkomstig van natuurspeeltuin Gilze ten oosten van het projectgebied.

4

Ecologische quickscan – Klein Zwitserland Gilze – Stamlijn Milieu Advies

Met betrekking tot vleermuizen is gesteld dat het aannemelijk is dat vleermuizen de bosrand gebruiken als vliegroute om van verblijfsplaats naar foerageergebied te vliegen. Daarnaast is aangegeven dat het plangebied door gebrek aan begroeiing ongeschikt is als foerageergebied. Onduidelijk is of hierin de directe omgeving ook meegenomen is, wat noodzakelijk is om verstoring uit te sluiten. Op basis van de onderbouwing van de quickscan wordt niet duidelijk of er mogelijk (verstorende) effecten te verwachten zijn door geplande activiteiten. De functionele leefomgeving van deze dieren is beschermd, hieronder vallen essentiële vliegroutes of foerageergebieden die nodig zijn om een verblijfsplek te laten functioneren. In potentie betreft het hier een essentiele vliegroute en/of foerageergebied in de directe omgeving van het plangebied. Verduidelijking van de quickscan onderdeel vleermuizen inclusief uitgebreidere onderbouwing is in deze noodzakelijk. Indien hieruit blijkt dat bovengenoemde onderdeel is van de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming nodig.  In de beoordeling van vliegroutes en essentieel foerageergebied is tevens de omgeving meegewogen. Bosrijk foerageergebied is vanuit de diverse woonkernen bereikbaar middels bomenlanen en overige bosranden.

In de directe omgeving is de poel ten oosten van het projectgebied het meest interessant als foerageergebied. De verbinding van en naar dit gebied blijft volledig in tact.

Ten aanzien van broedvogels:  Broedende vogels mogen indien deze aanwezig zijn in of rondom het plangebied niet worden verstoord. Wanneer tijdens de werkzaamheden blijkt dat in of in de directe omgeving van het plangebied broedende vogels aanwezig zijn, kan er niet worden uitgesloten dat deze werkzaamheden geen verstoring te weeg brengen van de soort. Indien werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn, kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Bij laatstgenoemde werkwijze treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels.

Ten aanzien van de algemene zorgplicht, zorgvuldig handelen en beschermende maatregelen wordt verwezen naar bijlage 1, 4 en 5.

5

Ecologische quickscan – Klein Zwitserland Gilze – Stamlijn Milieu Advies

Bijlage 3

Stikstofdepositie

<< Samenvatting, gehele rapport is onderdeel van de aanvraag Omgevingsvergunning >>

Ruimtelijke onderbouwing Planafwijking Klein Zwitserland 22, Gilze - 18 augustus 2023

Toets Wet natuurbescherming (Aerius-Calculator) Gronddepot Klein Zwitserland BV Klein Zwitserland 22 te Gilze

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV Maart 2020 V2

24 augustus 2023

Colofon

titel

Toets Wet natuurbescherming Gronddepot Klein Zwitserland BV

rapportnummer

23.1059.11-Wnb

onderzoeksadres

Klein Zwitserland 22 5126 TA Gilze

opdrachtgever

Hendrickx Grondwerken BV Korte Hoogstraat 1 5124 RE Molenschot administratie@hendrickxgrondwerken.nl

opgesteld door

Stamlijn milieuadvies R. Lips Nachtegaalstraat 16 4815 EB Breda 076-5813974 ramon.lips@stamlijn.nl

plaats en datum

Breda, 24 augustus 2023

Toets Wet natuurbescherming (Aerius-Calculator) Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11

Inhoud 1

Inleiding ........................................................................................................................ 1

1.1 Beschrijving en situering inrichting...................................................................... 1 1.2 Natuurgebieden in de omgeving.......................................................................... 2 2 Toetsinskader stikstofdepositie ................................................................................... 4 2.1 Wet natuurbescherming ....................................................................................... 4 2.2 Toetsingskader ...................................................................................................... 4 2.3 Voorliggend onderzoek ......................................................................................... 4 3 NOx emissies Klein Zwitserland .................................................................................. 5 3.1 N-depositie............................................................................................................. 5 1.920 (80*24) en 20% in file ............................................................................................. 5 3.2 N-depositie aanlegfase.......................................................................................... 7 3.3 Rekenmethode.......................................................................................................

8 3.4 Rekenresultaten ..................................................................................................... 8 4 Beoordeling en conclusie ............................................................................................. 9

Bijlage 1

Ligging Gronddepot Klein Zwitserland in de omgeving

Bijlage 2

Aerius calculatie GEBRUIKSFASE (25 km zone)

Bijlage 3

Aerius calculatie AANLEGFASE

Bijlage 4

Brandstofverbruiken mobiele werktuigen (uitlezen boordcomputer)

Toets Wet natuurbescherming (Aerius-Calculator) Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11

1 Inleiding In opdracht van de firma Hendrickx Loon- en Grondwerken BV uit Molenschot is een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie ter plaatse van de Natura 2000gebieden vanwege de emissies van stikstofoxiden (NOx) bij Gronddepot Klein Zwitserland te Gilze (verder genoemd: Klein Zwitserland). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning voor de wijziging van de inrichting. 1.1 Beschrijving en situering inrichting Gronddepot Klein Zwitserland BV is een inrichting voor de opslag en overslag van grond, zand en bouwstoffen. Alsmede het nat zeven van infill materiaal. Daarnaast vinden nevenwerkzaamheden als het trommelzeven van grond, drogen van zeeffracties in droogtunnels. Vaste installaties zijn elektrisch aangedreven. Energieopwekking vindt zoveel als mogelijk plaats met eigen zonnepanelen. De inrichting is gelegen aan Klein Zwitserland 22 te Gilze (zie figuur 1).

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11 1

9

1.2 Natuurgebieden in de omgeving De inrichting van Klein Zwitserland is gelegen op ca. 7,5 kilometer ten noordwesten van het Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels Laag en op ca. 8 kilometer ten oosten van Ulvenhoutse Bos en ten noord-oosten van Regte Heide. Andere Natura 2000gebieden liggen op meer dan 10 kilometer afstand van Klein Zwitserland.

Situering Klein Zwitserland en nabijgelegen beschermde natuurgebieden

Gezien de afstand van de inrichting tot de Natura 2000-gebieden is er door de voorgenomen bedrijfsactiviteiten uitsluitend sprake van externe werking. Externe werking kan ontstaan door verstoring (licht en/of geluid) of door een toename van de stikstofdepositie. De afstand van het plangebied tot de natuurgebieden is meer dan 2,5 kilometer, waardoor effecten van een toename van bijvoorbeeld licht en geluid te verwaarlozen zijn. Vermestende en / of verzurende effecten van een toename van stikstofdepositie zijn tot op grotere afstanden nog juridisch relevant. De beoogde bedrijfsactiviteiten bij Klein Zwitserland leiden tot een toename van de emissies van stikstofoxiden (NOx) en een toename van de stikstofdepositie in de omgeving. Ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten moet deze stikstofdepositie getoetst worden aan de Wet natuurbescherming (verder genoemd Wnb).

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11 2

9

In voorliggend onderzoek wordt ter plaatse van de Natura 2000-gebieden de stikstofdepositie vanwege de toekomstige, beoogde activiteiten bij Klein Zwitserland bepaald. Doel van het onderzoek is vaststellen of de beoogde activiteiten bij Klein Zwitserland inzake stikstofdepositie ter plaatse van deze natuurgebieden vergunningplichtig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Beoordeling heeft plaatsgevonden op Natura2000 gebieden in een straal van 25 km rond Gronddepot Klein Zwitserland. Wanneer binnen deze straal geen significante stikstofdepositie optreedt als gevolg van de activiteiten van Gronddepot Klein Zwitserland, zal dit verder weg gelegen ook niet plaats vinden.

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11 3

9

2 Toetsinskader stikstofdepositie 2.1 Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze vervangt 3 wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet natuurbescherming geeft uitvoering aan de Europese richtlijnen en regelt daarmee de bescherming van onder andere Natura 2000-gebieden; een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden binnen de Europese Unie. In deze richtlijnen wordt aangegeven welke natuur, soorten dieren en planten beschermd dienen te worden. Naast de Natura 2000-gebieden worden vanuit de Natuurbeschermingswet ook de volgende gebieden beschermd: - Bepaalde beschermde natuurmonumenten; - Door het ministerie van LNV aangewezen gebieden; - Staatsnatuurmonumenten. Voor te beschermen waarden (habitattypen en soorten) binnen de Natura 2000gebieden zijn voor de verschillende gebieden instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd. Indien significante effecten die de habitats kunnen verslechteren niet kunnen worden uitgesloten is (zijn) vergunning(en) in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Voor veel Natura 2000-gebieden vormt vermesting en verzuring door stikstofdepositie (door ammoniak en stikstofoxiden) een probleem voor aanwezige habitattypen.

2.2 Toetsingskader Met instelling van de PAS-wetgeving, 27 juni 2019, is gesteld dat projecten welke leiden tot uitbreiding of wijziging van stikstofdepositie, enkel doorgang kunnen vinden zonder Natuurbeschermingswet vergunning, indien ter plaatse van Natura2000 gebieden geen sprake is van berekende toename van stikstof depositie. De berekende waarde mag afgerond maximaal 0,0 mol N/ha/jaar zijn. Indien deze drempel wordt overschreden, is voor het project een Wnb-vergunning benodigd. Voor reguliere bedrijfsvoering wordt een dergelijke vergunning doorgaans niet verleend. 2.3 Voorliggend onderzoek In voorliggend onderzoek wordt in eerste aanleg beoordeeld of het totale bedrijf (of gehele activiteit) in de beoogde situatie een stikstofdepositie heeft van ≤ 0,00 mol N/ha/jr op de meest nabijgelegen voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000gebied of beschermd natuurmonument. Dan geldt er geen vergunningplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11 4

9

3 NOx emissies Klein Zwitserland 3.1 N-depositie De hoofdactiviteit van Klein Zwitserland betreft de op- en overslag van grond, zand en bouwstoffen en het nat zeven van infill materiaal. Daarnaast vinden nevenwerkzaamheden als het zeven van grond, opslag in droogtunnels, energie-opwekking met zonnepanelen plaats. Relevante NOx-emissies bij Klein Zwitserland vinden plaats door het brandstofverbruik van mobiele werktuigen (bandenkraan, loader, rupskraan en een trommelzeef) op het terrein van de inrichting, en transportbewegingen (vrachtauto's, personenauto's en tractoren) op het terrein van de inrichting en van en naar de inrichting op de openbare weg. Voor de werkzaamheden binnen het gronddepot worden mobiele werktuigen gebruikt. Van de opdrachtgever zijn de hoeveelheid draaiuren per dag en per jaar overgelegd. Daarnaast zijn de fabrieksgegevens bekend van de werktuigen. Dit is verder doorgerekend naar het totaal voor het gehele project1. De mobiele werktuigen zijn in Aerius-Calculator ingevoerd als een vlakbron (aangezien deze over het gehele project rijden). In de onderstaande tabel zijn de gegevens van de mobiele werktuigen opgenomen. Soort

Stageklasse

Bouw jaar

kW

Dsl l/uur gemiddeld

Draaiuren gemiddeld

Bandenkraan

V

2019

129

6,75

5,9 uur/dag

IV

2018

203

8,21

5,0 uur/dag

IV

2017

150

11,73

5,9 uur/dag

IIIB

2012

60

5

8 uur/dag

Loader Rupskraan Trommelzeef

Draaiuren/ project

Brandstofverbruik/ project

1185 (200 dgn/jr) 1000 (200 dgn/jr) 221 (37,5 dgn/jr) 300 (37,5dgn/jr)

8000 liter diesel 400 liter AdBlue 8.250 liter diesel 425 liter AdBlue 2600 liter diesel 130 liter AdBlue 1500 liter diesel

Naast de mobiele werktuigen in het gronddepot vinden er ook transportbewegingen (verkeersbewegingen) van en naar het gronddepot plaats. Er zijn dagelijks 21 voertuigen (tractoren en vrachtwagens) welke naar de locatie toerijden en weer van de locatie afrijden. En 1 personenwagen. In onderstaande tabel is een overzicht van de vervoersbewegingen opgenomen. Soort

Per dag

Per maand*

Licht verkeer (auto) Middel zwaar verkeer (tractoren) Zwaar verkeer (vrachtwagens)

2 (= 1/dag * 2) 28 (= 14/dag * 2)

48 (=2*24) 672 (=28*24) en 20% in file

14 (= 7/dag * 2)

336 (14*24) en 20% in file

* Er wordt uitgegaan van 24 werkdagen/maand

1

De brandstof-verbruiken zijn gerelateerd aan het rapport: https://publications.tno.nl/publication/34638924/7T4USy/TNO-2021R12305.pdf

Toets Wet luchtkwaliteit Gronddepot Klein Zwitserland BV augustus 2023 – V11 5

9

De voertuigbewegingen zijn in Aerius-Calculator gemodelleerd in aantallen per maand. Waarbij per maand met gemiddeld 24 werkdagen wordt gerekend (de weekdagen met daarbij enkele zaterdagochtenden per maand). Hiervoor is gekozen, aangezien bij het invoeren in Aerius-Calculator van verkeersbewegingen per dag, deze worden doorgerekend naar 365 dagen per jaar, wat niet de realiteit is. De vrachtwagens (7x) zijn gemodelleerd vanaf de openbare weg naar het midden van het Gronddepot en verlaten het terrein weer via de noordzijde. Hierbij is een file percentage van 20% gehanteerd, waarbij de tijd voor het manoeuvreren ten behoeve van het lossen en laden wordt verdisconteerd. De vrachtwagen zijn ingevoerd als ‘zwaar verkeer’. Het verkeer zal de projectlocatie aanrijden via de Klein Zwitserland. Dit is de enige aanrijdroute beschikbaar naar het gronddepot. Het verkeer is meegenomen tot aan het de kruising van Klein Zwitserland en de oprijlaan naar het gronddepot. Vanaf hier is het verkeer voor het gehele project namelijk al opgenomen in het heersend verkeersbeeld, omdat het zich dan niet meer onderscheidt van het overige verkeer2. De tractoren (14x) zijn gemodelleerd als wegverkeer en ingeschaald als ‘middel zwaar verkeer’. Het gebruik van de tractoren is vergelijkbaar met het gebruik van de vrachtwagens. Ook de tractoren rijden af en aan naar de locatie toe.

Tractoren zijn direct op de openbare weg Klein Zwitserland opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor vrachtwagens ligt dit iets anders. Zij worden op de N260 (Burg. Letschertweg) opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het personeel rijdt ook van en naar de locatie. Hiervoor is 1 auto per dag benodigd. Deze is ingevoerd als ‘licht verkeer’. Binnen het project vindt er tevens het stationair draaien van de voertuigen plaats. Conform de Aerius-instructie3 is hiervoor een aparte bron ingevoerd in de berekening (puntbron). Onderstaand zijn hiervoor de kentallen opgenomen. Hierbij is uitgegaan dat 50% van de vrachtenwagens en tractoren in- en uit wegen. Het wegen op de weegbrug duur in totaal 1 minuut waarbij de motor stationair draait. Niet alle vrachtwagens en tractoren wegen in en uit. Vaak komen voertuigen enkel een vracht lossen, welke op het adres van herkomst is ingewogen. Deze wordt dan niet op het eigen terrein nogmaals gewogen. Het gros van de voertuigen welke het terrein aandoet, zijn eigen voertuigen. Van de eigen voertuigen is de tarra standaard opgenomen in het weegprogramma. Zodat deze voertuigen leeg niet hoeven te in- of uitwegen. Tevens worden vrachten aan- of afgevoerd waarvan het gewicht niet relevant is; doorgaans vrachten “eigen werk”. Uitgangspunt is dat 50% van de vrachtwagens en tractoren in- en uit weegt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13965690/1