Bijlage 1- Concept Programma Groen Gilze en Rijen versie 25 juni 2025
Tekst van het document
Programma beleidsontwikkeling Groen Concept (inspraakversie) Gemeente Gilze en Rijen 25 juni 2025
1
Inleiding Trots op vandaag, ambitie voor morgen Gilze en Rijen heeft al veel bereikt op het gebied van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. We leven in een prachtige omgeving waarin rust, ruimte en natuur volop aanwezig zijn. Toch blijven we niet stilzitten. De veranderingen in ons klimaat, de behoefte aan een gezonde leefomgeving en de waarde van biodiversiteit maken dat we ons groene beleid blijven ontwikkelen. Niet vanuit tekort, maar vanuit kracht. We willen behouden wat goed is, versterken wat beter kan en vernieuwen waar kansen liggen. Samen met inwoners, ondernemers en organisaties bouwen we verder aan een duurzame toekomst. Dit Programma beleidsontwikkeling Groen is onze routekaart voor een leefomgeving waarin mens en natuur floreren. Scope van het stuk Dit Programma beleidsuitwerking Groen gaat over het openbare groen in de kernen (de bebouwde kommen) van gemeente Gilze en Rijen. Het richt zich op de ontwikkeling van het groen en bepaalt hier de ambities voor. En beschrijft de benodigde stappen om de ambities waar te maken. De ambities hebben betrekking op het groen. Om de ambities te bereiken kunnen oplossingen ook buiten de scope liggen van dit programma. Dus bijvoorbeeld op particuliere eigendommen/tuinen of in het buitengebied. Hier wordt in de uitvoering ook naar gekeken.
Dit betekent ook dat dit programma wellicht of waarschijnlijk in de toekomst verbreedt kan worden naar bijvoorbeeld het buitengebied en/of particuliere gronden, simpelweg omdat de wereld niet stopt bij een grens van de bebouwde kom of bij het eigendom van de gemeente Gilze en Rijen.
2
Inhoudsopgave Hoofstuk 0 Waarom een programma Groen? ........................................................5 0.1 Aanleiding .................................................................................................... 5 0.2 Wat is een Omgevingsprogramma Groen? ...................................................5 Hoofdstuk 1 Kansen benutten in een veranderende wereld...................................6 1.1 Trends die onze toekomst kleuren................................................................6 1.2 Beleidskaders als fundament........................................................................6 1.2.1 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) en Water en Rioleringsprogramma (WRP)............................................................................6 1.2.2 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en het klimaatakkoord.........................6 1.2.3 GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord).................................................7 1.2.4 Strategie Duurzaamheid Gilze en Rijen (2024).......................................7 1.3 Samen maken we het verschil......................................................................7 Hoofdstuk 2 Groen doet ertoe................................................................................ 8 2.1 Groen en klimaat...........................................................................................
8 2.2 Groen en gezondheid.................................................................................... 8 2.3 Groen en identiteit........................................................................................ 9 2.4 Groen en Biodiversiteit.................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Onze ambities: meer, beter en samen.............................................10 3.1 Ambities...................................................................................................... 10 3.2 Focuspunt: Herkenbare kernen...................................................................10 3.3 Focuspunt: Gezonde leefomgeving.............................................................10 3.4 Focuspunt: Klimaatbestendige buitenruimte...............................................10 3.5 Focuspunt: In evenwicht met de natuur......................................................11 3.6 Focuspunt: Samen met elkaar.....................................................................11 Hoofdstuk 4 Waar geven we vergroening vorm?..................................................12 4.1 Beleidsontwikkeling..................................................................................... 12 4.1.1 Groennorm............................................................................................
12 4.1.2 Groenstructuren.................................................................................... 13 4.2 Beleidsdoorwerking en uitvoering...............................................................13 4.3 Terugkoppeling........................................................................................... 13 Hoofdstuk 5 Hoe maken we het waar?.................................................................14 5.1 Ambities...................................................................................................... 14 5.2 Focuspunt: Herkenbare kernen...................................................................14 5.3 Focuspunt: Gezonde Leefomgeving............................................................15 5.4 Focuspunt: Klimaatbestendige buitenruimte...............................................15 5.5 Focuspunt: In evenwicht met de natuur......................................................16 5.6 Focuspunt: Samen met elkaar.....................................................................17 5.7 Herinrichting en omvorming........................................................................18
3
5.8 Beheer en onderhoud.................................................................................. 18 Bijlagen................................................................................................................ 20 Bijlage 1 Resultaten participatie........................................................................21 Bijlage 2 Stand van zaken 3-30-300 regel.........................................................22 Bijlage 3 Karakterisering Groen.........................................................................26 Bijlage 4 Groenstructuren................................................................................. 27 Bijlage 5 Gidssoorten........................................................................................ 31
4
Hoofstuk 0 Waarom een programma Groen? 0.1 Aanleiding Met dit Programma beleidsontwikkeling Groen actualiseert de gemeente Gilze en Rijen haar groenbeleid en legt zij de basis voor een samenhangende, toekomstbestendige inrichting van het groen. Het programma vervangt het verouderde Groenstructuurplan Gilze en Rijen uit 2011. Actualisatie is nodig omdat sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet van kracht is, waarin meer samenhang wordt gevraagd tussen ruimtelijk beleid, beheer en uitvoering. Daarnaast spelen actuele maatschappelijke thema’s zoals de achteruitgang van biodiversiteit, de gevolgen van klimaatverandering en het belang van een gezonde leefomgeving een steeds grotere rol. Het Programma beleidsontwikkeling Groen sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om het groene karakter van Gilze en Rijen te behouden en verder te versterken. Daarmee geeft de gemeente richting aan concrete keuzes, maatregelen en projecten die bijdragen aan een leefbare, groene en klimaatbestendige gemeente voor huidige en toekomstige generaties. 0.2 Wat is een Omgevingsprogramma Groen? Het programma is een instrument uit de Omgevingswet, die per 1 januari 2024 in werking is getreden. In deze wet zijn alle regels rondom de fysieke leefomgeving samengevoegd.
In de omgevingsvisie, die door de gemeenteraad wordt vastgesteld, legt de gemeente de hoofdlijnen van het te voeren (integrale) beleid voor de fysieke leefomgeving vast. Een omgevingsprogramma concretiseert dit beleid voor een specifiek gebied, sector of thema. Het vormt zo de schakel tussen visie en uitvoering. Dit Programma beleidsontwikkeling Groen werkt de ambities uit de omgevingsvisie verder uit en vertaalt deze naar concrete doelen, maatregelen en kaders voor de uitvoering. Het programma wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld (artikel 3.4 Omgevingswet) en fungeert als richtinggevend instrument voor planvorming, uitvoering en beheer.
5
Hoofdstuk 1 Kansen benutten in een veranderende wereld 1.1 Trends die onze toekomst kleuren De wereld om ons heen verandert. Klimaatverandering leidt tot meer extremen zoals hevige neerslag, droogte en hitte. Tegelijkertijd groeit het besef dat groen hiertegen bescherming biedt. Hittestress en wateroverlast vragen om een omgeving die natuurlijk kan meebewegen. Biodiversiteit is de sleutel tot een robuust ecosysteem. En onze gezondheid vaart wel bij een groene omgeving. We grijpen deze trends aan als kansen om onze leefomgeving nog aantrekkelijker en veerkrachtiger te maken. 1.2 Beleidskaders als fundament Onze groene ambities sluiten naadloos aan op provinciale en landelijke doelstellingen. In de Strategie Duurzaamheid zijn thema’s als klimaatadaptatie, biodiversiteit en gezondheid stevig verankerd. Daarnaast nemen we deel aan inspirerende netwerken zoals het Van Gogh Nationaal Park. Deze kaders bieden richting én ruimte om lokaal maatwerk te leveren, samen met onze inwoners en partners. Ook wordt nadrukkelijk de samenwerking gezocht met woningcorporatie Leystromen in het kader van de Prestatieafspraken 2025-2027.
1.2.1 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) en Water en Rioleringsprogramma (WRP) Het verbrede gemeentelijke rioleringsplan (vGRP) van Gilze en Rijen leggen een duidelijke basis voor integraal beleid op het gebied van water, riolering en de inrichting van de leefomgeving. Belangrijke uitgangspunten daarin zijn het voorkomen van wateroverlast, het vasthouden van water in de omgeving, het beperken van verdroging en het benutten van regenwater waar mogelijk. Daarnaast besteedt het plan expliciet aandacht aan de rol van groen bij klimaatadaptatie en biodiversiteit. Denk aan het vergroten van infiltratie- en bergingscapaciteit, het creëren van verkoeling en het versterken van natuurlijke structuren in dorpen en wijken. Deze uitgangspunten sluiten goed aan bij de ambities op het gebied van ecologisch beheer en natuurinclusieve inrichting van de openbare ruimte. Het Water- en Rioleringsprogramma (WRP) wordt opgesteld als opvolger van het voormalige verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP). Dit programma sluit aan bij de Omgevingswet en legt vast hoe de gemeente werkt aan een robuust en toekomstbestendig watersysteem. Het Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW), dat het basisrioleringsplan vervangt, is eveneens in ontwikkeling en vormt de technische basis om de keuzes in het WRP goed te onderbouwen.
1.2.2 Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en het klimaatakkoord In 2018 is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) vastgesteld. Het DPRA is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten. Via de regionale uitvoeringsagenda klimaatadaptatie Hart van Brabant wordt hier uitvoering aan gegeven. In Nederland sloten bedrijven en (overheids-) organisaties voor de invulling van klimaatbeleid in 2019 het Klimaatakkoord. Bij het maken van het Klimaatakkoord is Nederland opgedeeld in dertig energieregio’s, waarin maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners samenwerken. Gilze en Rijen valt onder de energieregio Hart van Brabant. De uitwerking van dit akkoord vindt plaats middels een Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS). Met de REKS brengt Gilze en Rijen in kaart hoe en waar we energie kunnen besparen en
6
duurzaam kunnen opwekken. Binnen de REKS is ook het onderdeel klimaat nadrukkelijk verbonden met de energieopgave en de manier waarop we onze omgeving kunnen aanpassen aan het veranderende klimaat.
1.2.3 GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) In het GALA, dat begin 2023 is vastgesteld, krijgen gemeenten samen met het Rijk en zorgverzekeraars opdracht voor onder andere het bevorderen van een gezonde leefomgeving. De stip op de horizon van het GALA is een gezonde generatie in 2040. Een gezonde generatie houdt in dat mensen kunnen opgroeien, leven, wonen en werken in een gezonde leefomgeving waarin sprake is van een sterke sociale basis. Ten aanzien van klimaatverandering moeten we ons inzetten voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving die mensen beschermt tegen onder andere hitte, infectieziekten en uv-straling. Bij besluiten over de inrichting van de fysieke leefomgeving wordt klimaatadaptatie daarom meegenomen. De meeste doelen in het programma groen dragen bij aan de doelstellingen van het GALA. 1.2.4 Strategie Duurzaamheid Gilze en Rijen (2024) Voor het thema duurzaamheid in het omgevingsprogramma groen geldt dat in de basis wordt verwezen naar de Strategie duurzaamheid van de gemeente. In deze strategie zijn doelstellingen opgenomen voor de thema’s energietransitie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, circulariteit en duurzame mobiliteit. In het kader van dit programma Groen is het Thema Klimaatadaptatie en biodiversiteit het meeste van belang.
Hiervoor zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: We zijn beter voorbereid op periode van extreme weersomstandigheden; We nemen samen met bewoners en ondernemers maatregelen; We zijn een biodiverse gemeente; We zorgen voor klimaatrobuuste natuur en landschap in het buitengebied; We vertalen landelijke richtlijnen naar lokaal beleid. 1.3 Samen maken we het verschil Bij de totstandkoming van dit Programma beleidsontwikkeling Groen hebben we veel geluisterd. Raadsavonden, gesprekken met natuurorganisaties, een enquête, en de ideeënboom op straat hebben waardevolle input opgeleverd. De participatie toont aan dat onze inwoners betrokken zijn én actief willen bijdragen. Daar bouwen we graag op verder.
7
Hoofdstuk 2 Groen doet ertoe Groen in en om steden en dorpen draagt in brede zin bij aan een gezonde, klimaatbestendige en prettige leefomgeving voor mens en dier. De verschillende voordelen van groen laten zich meestal goed combineren. Door een slimme inrichting kunnen groenblauwe plekken in de bebouwde omgeving multifunctioneel worden ingezet. Zo kunnen verschillende voordelen worden behaald middels een enkelvoudige ingreep (MOOI NL, 2024). 2.1 Groen en klimaat Door klimaatverandering, verandert het Nederlandse weerpatroon. Er zullen meer lange perioden van droogte zijn, die vervolgens weer worden afgewisseld met grote hoeveelheden regen in vaak korte tijd. De KNMI’23-klimaatscenario’s bevestigen dat deze ontwikkelingen zich sneller en ingrijpender voltrekken dan eerder gedacht. Groen speelt hierin een sleutelrol als natuurlijke aanpassing op deze klimaatveranderingen. In bebouwd gebied is soms tot wel 70 procent van het oppervlak bebouwd en bestraat, en dit kan in de binnenstad en op bedrijventerreinen oplopen tot wel 90 procent. Door alle verharding krijgt het water nauwelijks kans om de bodem in te zakken (WUR, 2018). Groen zorgt voor verbeterde infiltratie- en bergingscapaciteit van de bodem. Naast verminderde wateroverlast, draagt dit ook bij aan de oplossing van de droogteproblematiek.
In groene gebieden kan water vrij in de bodem infiltreren, opgenomen worden door vegetatie, verdampen én het grondwater aanvullen. Door het groen slim (en verlaagd) in te richten biedt het duidelijke koppelkansen met het bergen en infiltreren van water. Groen draagt ook bij aan het verkoelen van de gebouwde omgeving en dus het beperken van hittestress. Dit effect wordt veroorzaakt door het bevorderen van schaduw (bomen) en verkoeling door het verdampen van water vanuit het aanwezige groen. Dit is noodzaak, want door de steeds vaker voorkomende hittegolven en verstening van de stad neemt hittestress nog steeds toe. Hittestress bedreigt kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen en langdurig zieken, maar ook de weerbaarheid van ecosystemen in de stad neemt af. 2.2 Groen en gezondheid Groen biedt veel gezondheidsvoordelen. Steeds meer onderzoeken tonen de positieve effecten aan van leven en werken in een groene omgeving en de interactie met natuur, zowel fysiek als mentaal. Mensen ervaren minder stress, kunnen zich beter concentreren en zijn gelukkiger. Een groene, natuurlijke omgeving stimuleert bewegen en versterkt de sociale cohesie in buurten. Bovendien verbetert groen de luchtkwaliteit en zorgt het voor een prettiger klimaat.
Naast natuur in het buitengebied is juist ook natuur in de woon- en werkomgeving belangrijk; daar komen we immers dagelijks mee in aanraking en nodigt uit om elkaar te ontmoeten. Voor kinderen is het belangrijk dat ze in hun directe omgeving in aanraking komen met planten en dieren. Hierdoor leren ze over de natuur en raken meer betrokken bij de natuur. Uit onderzoek blijkt dat de taalontwikkeling van kleuters rijker is in een groene dan een grijze omgeving. Zo hebben kinderen in groene wijken bijvoorbeeld minder vaak last van overgewicht en zijn er positieve effecten op hun mentale gezondheid. Wonen en werken in een groene omgeving stimuleert het gebruik van de openbare ruimte en zorgt ervoor dat mensen elkaar vaker ontmoeten. Dit draagt actief bij aan de sociale cohesie in een buurt of wijk. Buurten waar de bewoners meer contact hebben, hebben doorgaans minder last van verloedering, overlast
8
en criminaliteit. (WUR, 2018) Groen draagt ook bij aan het werkgeluk van werknemers die in hun pauze een ommetje kunnen maken, maar zorgt ook voor meer financiële waarde van woningen en bedrijven. 2.3 Groen en identiteit Een duidelijke en herkenbare groene structuur geeft identiteit aan een gebied. Groene structuren vertellen een verhaal door aan te sluiten bij de historie van een gebied of locatie. Denk bijvoorbeeld aan het herstellen van een oude waterloop, het opnieuw ruimte maken voor een vroeger bestaand park, of het laten staan van oudere houtsingels in nieuw te ontwikkelen woonwijken. Door gebruik te maken van de positieve aspecten van de identiteit van een plek, ontstaat meer herkenning en eigenaarschap. 2.4 Groen en Biodiversiteit Natuur in de bebouwde omgeving is van groot belang voor het behoud van vele soorten planten en dieren en uiteindelijk het gehele ecosysteem waarin wij als mensen leven. Een goede biodiversiteit is een voorwaarde om het voortbestaan van vele soorten te kunnen garanderen en biedt vele kwaliteiten. Door de bebouwde omgeving te benaderen als ecosysteem en in te zetten op grotere groen(blauwe) structuren en verbindingen, kan de bebouwde omgeving een belangrijk leefgebied worden voor veel soorten.
Door ecologisch te beheren in publiek en privaat groen dragen burgers, bedrijven en de lokale overheid bij aan het behoud van bijzondere en bedreigde soorten zoals bijvoorbeeld wilde bijen, vleermuizen en gierzwaluwen.
9
Hoofdstuk 3 Onze ambities: meer, beter en samen Uit de voorgaande hoofdstukken blijkt dat groen een bijdrage levert in het dempen van de gevolgen van klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit, maar ook op positieve wijze kan bijdragen aan het verhogen van onze (mentale) gezondheid. Dit gebeurt niet van zelf en hangt sterk samen met de hoeveelheid groen die aanwezig is. In dit hoofdstuk gaan we dieper in op onze ambities en focuspunten qua groen. 3.1 Ambities In gemeente Gilze en Rijen hebben we de ambitie om er in 2050 naar te streven dat elke kern voldoet aan de 3-30-300 regel (zicht op 3 bomen, 30% kroonbedekking in de wijk, 300 meter tot openbaar groen). Om een beeld te hebben hoever de gemeente staat in deze ambities is een analyse uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat het waarmaken van de ambitie vraagt om extra inspanningen om groen en bomen toe te voegen in de openbare ruimte. Om ook in de tussentijd hierop te sturen spreken we uit dat we in 2035 al 10% meer openbaar groen in onze kernen willen hebben. In het volgende hoofdstuk wordt omschreven op welke wijze we werken aan deze ambitie en hoe we deze verwezenlijkt zien. Naast deze ambities op het vlak van kwantiteit richten we ons op de focuspunten uit de volgende paragrafen. 3.2 Focuspunt: Herkenbare kernen Groen bepaalt de sfeer en het karakter in de kernen.
De historische lijnen waarlangs de kernen zijn ontstaan en de pleinen zijn herkenbaar door het aanwezige groen dat de eenheid van de lijnen versterkt en past in de historische omgeving. De latere uitbreidingswijken hebben een groene invulling passend bij de bouwstijl van de wijk. Het is daarom belangrijk dat de inrichting van ons groen past binnen de stedenbouwkundige opzet van de wijk/buurt en dat er aandacht is voor de historische structuren en pleinen. Hierbij gaat het niet alleen om de lijnen, maar ook de vlakken in de vorm van parken en groene gebieden en ook om stippen zoals (waardevolle/kenmerkende) bomen. 3.3 Focuspunt: Gezonde leefomgeving De kernen vormen de leef- en/of werkomgeving voor veel mensen. Het aanwezige groen draagt bij aan de gezondheid van onze leef- en werkomgeving. Groen nodigt uit om te bewegen, te ontspannen en elkaar te ontmoeten. In dit kader is het belangrijk dat er voldoende beweeg- en sportvriendelijke inrichting aanwezig is en ook recreatieve verbindingen/routes. De gebruiksfuncties van parken en groene plekken sluiten aan op de behoeften vanuit het gebied. Steeds meer (internationaal) onderzoek toont de verbinding tussen groen en (mentale) gezondheid aan, zie bijvoorbeeld ‘Kennisbundeling groen en gezondheid’ van het RIVM.
3.4 Focuspunt: Klimaatbestendige buitenruimte Het groen in de kernen draagt bij aan een toekomstbestendige leefomgeving die bestand is tegen de gevolgen van het veranderende klimaat. Hittestress, wateroverlast en droogtestress worden beperkt doordat groen schaduw en koele plekken biedt en het groen de sponswerking van de bodem verbetert. Daarnaast is het groen in de kernen zelf bestand tegen het veranderende klimaat. Dit
10
vraagt dat we bij het maken van soortkeuzes kijken naar diversiteit in soorten en naar soorten die beter bestand zijn tegen de veranderingen van ons klimaat. Dit kan ook vragen om een ander beheer om deze soorten tot wasdom te laten komen. Voor dit focuspunt is niet alleen groen op maaiveldniveau belangrijk, maar ook de aanwezigheid van (oudere) bomen. 3.5 Focuspunt: In evenwicht met de natuur Ook in de kernen is biodiversiteit een belangrijk onderwerp. We streven naar een (redelijke) stabiele stand van populaties van de verschillende soorten flora en fauna. Onder andere daarvoor is het belangrijk dat de haarvaten vanuit het omliggende landschap tot in de kernen reiken. Het gemeentelijk groen biedt leefgebied, voedsel en schuilmogelijkheden voor diverse diersoorten, het is daarom belangrijk dat er inheemse soorten toegepast worden. Dit vraagt ook in toenemende mate toepassen van ecologisch groenbeheer en natuurinclusief ontwerpen voor de groene ruimte. Hierbij hoort nadrukkelijk ook voldoende groeiruimte voor bomen en het zo oud mogelijk laten worden van bomen. Groen dient door inwoners en bedrijven niet enkel als siergroen te worden gezien, maar als essentieel onderdeel van een gezonde, klimaatbestendige en ecologisch waardevolle leefomgeving.
Ontwikkelingen zoals urban green development en natuurinclusieve inrichting bieden kansen om de biodiversiteit te vergroten, natuurlijke processen meer ruimte te geven en de onderhoudslasten te verlagen. Door anders te ontwerpen en te beheren (met bijvoorbeeld bloemrijke gazons in plaats van strak gemaaide grasvelden) ontstaat een rijker en levendiger straatbeeld dat bijdraagt aan zowel natuur als leefkwaliteit. Daarnaast draagt het bij aan de instandhouding en versterking van gebouwbewonende beschermde diersoorten, waaronder vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Deze soorten maken gebruik van gebouwen als verblijfplaats en komen onder druk te staan bij verduurzaming, renovatie of sloop van deze gebouwen. Het creëren van alternatieve verblijfplaatsen voor deze diersoorten is medeafhankelijk van de aanwezige groen- en waterstructuren. We verbinden daarom proactief de stadsnatuur met de ruimtelijke opgaven. 3.6 Focuspunt: Samen met elkaar Een groene leefomgeving creëren we met elkaar. Zowel de gemeente Gilze en Rijen, als haar inwoners als bedrijven, verenigingen en groeperingen zijn zich hiervan bewust en dragen er op een positieve wijze aan bij. Bewoners met initiatieven voor vergroening kunnen binnen gestelde kaders rekenen op ondersteuning van de gemeente. De gemeente Gilze en Rijen heeft hierbij voorbeeldfunctie, inspireert, geeft voorlichting en faciliteert participatie.
11
Hoofdstuk 4 Waar geven we vergroening vorm? De Omgevingswet kent een beleidscyclus. In dit hoofdstuk duiden we op welke wijze de verschillende onderdelen binnen de beleidscyclus passen.
Afbeelding 3: Beleidscyclus uit Omgevingswet
4.1 Beleidsontwikkeling De eerste stap in de beleidscyclus is beleidsontwikkeling, of te wel het vaststellen van een Omgevingsvisie en/of omgevingswaarden. In het kader van dit Programma beleidsontwikkeling Groen sturen we op dit niveau op 2 onderdelen, te weten een groennorm (zie 5.1.1) en de groenstructuren (zie 5.1.2). 4.1.1 Groennorm Bij elke (her)ontwikkeling streven we naar behoud of uitbreiding van groen, passend binnen de 3-30-300 regel. Dit is een stevige ambitie om te bereiken. We realiseren ons dat het niet mogelijk is in elke buurt aan alle drie de niveaus te voldoen en zal wellicht tot knelpunten leiden die een creatieve oplossing vragen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen brengen we (vooralsnog) de volgende nuancering aan: Type ontwikkeling/werkzaamheid Van toepassing zijnde groennorm Herinrichting openbare ruimte/civiele Toename van het huidig groen projecten. oppervlak met minimaal 10% en dat de kwaliteit verbetert.
Inbreidingslocaties (kleinschalige ontwikkelingen)
In elk project dient afgewogen te worden of meer vergroening mogelijk is, ook al vraagt dit een andere inrichting (bijvoorbeeld naar eenrichtingsweg of trottoir aan 1 zijde) of wijziging van functie (groen in plaats van verharding en/of parkeerplaats). In de afweging of een dergelijke ontwikkeling voorstelbaar is, dient de bijdrage van de locatie aan de 3-30300 regel meegewogen te worden. Per woning wordt gestreefd naar
12
Gebiedsontwikkelingen (grootschalige ontwikkelingen)
minimaal 75m2 groen ingericht (norm), de ambitie ligt hoger, namelijk voldoen aan de 3-30-300 regel. Randvoorwaarde voor een dergelijke ontwikkeling is voldoen aan de 3-30300 regel.
Tabel 1: Groennormen per type ontwikkeling
Met name bij inbreidingslocaties zal het behalen van deze groennorm soms tot knelpunten leiden met andere gemeentelijke belangen zoals wonen of mobiliteit. Alleen wanneer de haalbaarheid van de ontwikkeling in het geding is door de groennorm en concessies op de andere belangen niet mogelijk zijn kan worden afgeweken van de groennorm op basis van een collegebesluit. 4.1.2 Groenstructuren Naast sturen op hoeveelheid groen is het ook belangrijk om te werken aan een goede groenstructuur. Zowel voor de identiteit van de kernen, als vanuit klimaatadaptatie, gezondheid en ecologie nodig. Per kern zijn kaarten opgesteld (zie bijlage 4) om hier richting aan te geven. Dit wil niet zeggen dat er geen andere aanvullende structuren aangelegd kunnen worden, maar deze worden nu als het belangrijkste gezien. 4.2 Beleidsdoorwerking en uitvoering In dit hoofdstuk is omschreven welke normen en structuren we gaan inzetten de komende jaren. Maar het komen tot een kwalitatieve slag vraagt meer dan dit. In het volgende hoofdstuk wordt omschreven welke acties nodig zijn om ook op dat vlak stappen te kunnen maken. 4.3 Terugkoppeling Laatste stap in de beleidscyclus is de terugkoppeling, of te wel monitoring en evaluatie. Deze vindt jaarlijks plaats in de begrotingscyclus.
Daarbij wordt de stand van zaken in beeld gebracht ten aanzien van het verwezenlijken van de ambities zoals verwoord in hoofdstuk 3. Indien van toepassing kan dit leiden tot aanpassing van het Programma beleidsontwikkeling Groen.
13
Hoofdstuk 5 Hoe maken we het waar? In de voorgaande hoofdstukken is bepaald wat de ambities op het gebied van groen zijn en welke doelstellingen hier bij horen. In dit hoofdstuk wordt een verdere vertaalslag gemaakt naar welke acties tot uitvoering gebracht worden om de ambities te verwezenlijken. De indeling van het hoofdstuk is gebaseerd op de focuspunten zoals benoemd in hoofdstuk 3. Niet elke actie kan direct opgepakt worden in verband met beschikbaarheid van capaciteit en/of middelen. Voor de acties onder het kopje: ‘Wat gaan we zeker doen’ staan de acties waarvoor capaciteit en/of middelen beschikbaar zijn. De acties onder het kopje: ‘Wat willen we graag doen’, deze worden opgenomen in een Uitvoeringsprogramma op basis waarvan capaciteit en middelen geraamd/vastgelegd/aangevraagd gaan worden. 5.1 Ambities In hoofdstuk 3 zijn de volgende ambities tot doel gesteld: A. In 2035 willen we 10% meer openbaar groen in onze kernen. B. In 2050 streven we er naar dat elke kern aan de 3-30-300 regel voldoet (zicht op 3 bomen, 30% kroonbedekking in de wijk, 300 meter tot openbaar groen). 5.2 Focuspunt: Herkenbare kernen Groen bepaalt mede hoe men zich identificeert met een omgeving, hoe herkenbaar een omgeving is.
Om deze waarden te behouden en/of te versterken worden de volgende acties opgepakt: Wat gaan we zeker doen: De Groenstructuren (zie 5.1.2) worden meegenomen in de visiekaarten van de Omgevingsvisie. Hierdoor worden de groenstructuren geborgd in het ruimtelijk beleid. We gaan een ‘Afwegingskader boombehoud en –verwijdering’ opstellen en bekijken daarbij ook of en hoe we waardevolle bomen extra kunnen beschermen. We streven bij kappen van bomen naar compensatie in de omgeving. Wat zouden we graag doen: We bepalen wanneer we een boom waardevol vinden en gaan waardevolle bomen dan ook inventariseren op basis van deze criteria. Hierbij maken we graag gebruik van de kennis en kunde van de aan ons verbonden partijen. We gaan onderzoeken hoe en op welke wijze groeiplaatsen van waardevolle bomen vastgelegd kunnen worden in het Omgevingsplan, zodat de bestemming de ondergrondse groeiplaats van de boom beschermd. We onderzoeken de ontwikkelmogelijkheden voor het plaatsen van voorzieningen zoals trafostations, buurtbatterijen, warmte-koude-opslagsystemen enzovoorts in relatie tot het groen (inpassing/compensatie enzovoorts). We stellen een nieuwe beleidsnota snippergroen op. Voor het inrichten van de openbare ruimte zijn kaders nodig zodat het groen wat aangelegd ook toekomstbestendig is.
Deze worden uitgewerkt in een Handboek Inrichting Openbare Ruimte (voor alle beheerassets).
14
5.3 Focuspunt: Gezonde Leefomgeving Steeds meer onderzoek in binnen- en buitenland bevestigt het causale verband tussen de hoeveelheid groen en de (mentale) gezondheid van de omwonenden. Voor dit focuspunt pakken we de volgende actiepunten op: Wat gaan we zeker doen: We volgen de ontwikkelingen van werkgroepen en andere gemeenten omtrent de 3-30-300 regel en hoe dit geïmplementeerd kan worden als norm. Wat zouden we graag doen: We ondersteunen het vergroenen van schoolpleinen. We maken een Groenplan waarin we de kansen voor meer en beter groen verkennen, bovenop de reguliere vervangingen van groen. Daarbij maken we meer geld vrij voor (groen)onderhoud, -vernieuwing en -uitbreiding zodat inwoners weer trots kunnen zijn op hun buurt. Investeren in het verbeteren van de parken. 5.4 Focuspunt: Klimaatbestendige buitenruimte Klimaatadaptatie is een onderwerp dat nog volop in ontwikkeling is. Om het groen in de gemeente Gilze en Rijen weerbaarder te maken tegen het veranderende klimaat én om te zorgen dat het groen een bijdrage geeft aan het tegengaan van hittestress, droogtestress en wateroverlast nemen we de volgende acties: Wat gaan we zeker doen: We werken aan een gezonde en weerbare bodem voor gemeentelijk groen 1 Het beheer wordt aangepast aan klimaatveranderingen (bijvoorbeeld gazons worden minder vaak en minder kort gemaaid).
We registreren de oorzaak van de uitval van bomen zodat we kunnen leren van effecten verdroging. Wat zouden we graag doen: We stellen een uitvoeringsprogramma op om te gaan vergroenen (speelplaatsen, pleinen, groenarme gebieden). Voor de openbare ruimte sluiten we zoveel mogelijk aan op het meerjaren investeringsprogramma zodat vergroening mee kan lopen met dit Programma beleidsontwikkeling Groen. We brengen knelpuntlocaties voor hittestress, wateroverlast en droogtestress in beeld (in afstemming met de strategie duurzaamheid) en brengen hier prioritering in aan. Vervolgens kunnen kansen voor het aanpakken van deze knelpunten door middel van vergroening benut worden. Bij het thema hittestress maken we de koppeling met het Hitteplan. We onderzoeken op welke plekken trottoirbanden weggehaald kunnen worden, zodat meer water kan infiltreren. We voeren een onderzoek uit naar kwetsbare groenstructuren. Waar hebben de huidige bomen en bosplantsoenen een risico op droogteschade bij het klimaat van 2050? Hierbij wordt een model gebouwd van de grondwaterstanden in 2050 en wordt gekeken waar de kwetsbare 1
Dit betekent investeren in bodemleven door gerichte grondverbetering met organische stof, maar ook zoeken naar mogelijkheden om bijvoorbeeld blad te (her)gebruiken voor groeiplaatsverbetering van groen.
15
boomsoorten staan. Met de uitkomsten kan bij investeringen in nieuwe bomen risico’s worden vermeden. Bij herinrichtngsprojecten streven we naar extra ruimte voor groen en water, bijvoorbeeld in het centrumgebied van Rijen.
5.5 Focuspunt: In evenwicht met de natuur Groen en natuur zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om een goede bijdrage te kunnen leveren aan ecologie en biodiversiteit pakken we de volgende acties op: Wat gaan we zeker doen: Om te voldoen aan de wettelijke kaders rondom beschermde soorten flora en fauna gaan werken we met de Gedragscode soortbescherming gemeenten 2025. Hiermee zijn we vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet op het gebied van flora en fauna voor standaard en cyclische werkzaamheden, wanneer tenminste de stappen uit de gedragscode gevolgd worden. Dit vraagt ook opleiding voor een aantal medewerkers van de gemeente. Koppeling met het Soortenmanagementplan (SMP): Het Soortenmanagementplan (SMP) en het Programma Groen versterken elkaar. Het SMP biedt een planmatige aanpak voor het beschermen van beschermde plant- en diersoorten binnen de gemeentegrenzen. Het programma geeft kaders en maatregelen voor inrichting, beheer en ontwikkeling van het gemeentelijk groen. Door de ambities en maatregelen uit het SMP te verbinden met het Programma Groen werkt de gemeente integraal aan het verbeteren van de biodiversiteit, het versterken van ecologische verbindingen en het creëren van een natuurvriendelijke leefomgeving. Bij vervangingen of nieuwe inrichting is verbetering van de biodiversiteit een randvoorwaarde.
Hierbij is aandacht voor kwaliteit van de beplanting (bijvoorbeeld inheems, diversiteit in soorten, eigen onderstam enzovoorts), maar ook gelaagdheid (zoals zoomvegetaties bij bosplantsoen) en ook andere diversiteit zoals takkenrillen, bosjes, hagen, poelen enzovoorts te realiseren. We kopen beplanting, bloembollen en bomen duurzaam (biologisch of gifvrij) in. Al weten we dat dit nog niet altijd mogelijk is, hiermee hopen we de markt te stimuleren. Bij het ontwerp wordt meteen gekeken naar het beheer, wat is het einddoel en hoe bereiken we dat. Wat is het beeld dat we willen bereiken en wat vraagt dit qua beheer? Beheer en onderhoud is er op gericht om (bij voldoende groeiruimte) bomen en beplantingen in hun natuurlijke vorm te laten groeien (snoeien gebeurt alleen vanuit veiligheid en/of doorrijhoogtes). Wat zouden we graag doen: We maken beleid op invasieve exoten en hoe we hier mee om willen gaan. We brengen de huidige situatie (nulmeting) van de biodiversiteit in kaart en blijven dit de komende planperiode in de gaten houden. Deze meting wordt periodiek herhaald om effecten van het beleid en klimaatverandering te kunnen monitoren. De meting bestaat uit het tellen van de gidssoorten (zie bijlage 5). Per kern stellen we een natuurplan op voor gevarieerder en meer biodivers groen met meer bloemen. Dit voeren we afgewogen uit zodat bewoners
16
hierbij worden betrokken, kunnen meedoen, draagvlak, beheerbaarheid en kosten geborgd zijn en verwachtingen kunnen worden afgestemd betreffende resultaat en planning. Op bestaande bedrijventerreinen willen wij meer in vergroening investeren, bijvoorbeeld door bermen in te zaaien met bloemrijk mengsel en groen toe te voegen, dit doen we samen met ondernemers waarmee we ook naar koppelkansen zoeken.. Wij willen meer aandacht voor ecologisch beheer van sloten en bermen. Ruimte voor pilots zoals bijvoorbeeld Urban Rewilding.
5.6 Focuspunt: Samen met elkaar Zoals beschreven vinden we het belangrijk samen met anderen te werken aan een groene, klimaatbestendige, gezond en ecologisch waardevolle leefomgeving. Voor het versterken van onze participatie en communicatie hebben we de volgende acties geformuleerd: Wat gaan we zeker doen: Eerder zijn de ‘Algemene regels en toelichting gevel- of boomspiegeltuinen Gilze en Rijen’ al vastgesteld. We gaan deze nog actiever promoten. Participatie mogelijkheden zoals inspraak en bewonersparticipatie die ook andere aspecten in de openbare ruimte kunnen bevatten, pakken we breder op dan alleen in het Programma beleidsontwikkeling Groen. Intern zorgen voor betere registratie van bijvoorbeeld het adopteren van boomspiegels, bermen, plantvakken en schoffelcontracten, zodat hier in het beheer rekening mee wordt gehouden. Het faciliteren van struikroven: groen dat verloren gaat door bijvoorbeeld nieuwbouw, herinrichtingen of onderhoudswerkzaamheden laten ‘roven’ door bewoners of andere organisaties zodat het groen een nieuwe bestemming krijgt. Wat zouden we graag doen: We gaan een onlineomgeving inrichten waarop ideeën van bewoners gedeeld kunnen worden en waar bewoners elkaar kunnen vinden om samen ideeën kunnen uitwerken.
Een overzicht van het beleid en de participatiemogelijkheden die raakvlakken met onze groen- en/of strategie duurzaamheid hebben op één centrale plek op onze website plaatsen. Hier worden de spelregels voor participatie gedeeld. We dragen meer uit wat we doen op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit via de gemeentelijke kanalen en de lokale media. We stemmen het Programma beleidsontwikkeling Groen met strategie duurzaamheid af en stellen klimaatcoaches aan, die kennis delen over het belang van een klimaatadaptieve omgeving en bewoners helpen bij het klimaatadaptief inrichten van hun tuin of de omgeving. We werken mee en sluiten aan bij diverse acties zoals: boomfeestdag, NK tegelwippen en Plantgoedactie. Dit kan per jaar qua prioriteit veranderen. We zetten in op groeneducatie, kinderen hebben de toekomst en het is belangrijk hen van de juiste kennis te voorzien. Bij initiatieven van bewoners investeren we in het verbeteren van parken, vergroenen van pleinen en straten en het biodiverser maken speelvelden, plantvakken nabij bomen, extra perkjes, enz.
17
5.7 Herinrichting en omvorming In dit Programma beleidsontwikkeling Groen wordt voor het openbaar groen een nieuwe weg gekozen. Dit betekent dat op bepaalde onderdelen de openbare ruimte een andere inrichting krijgt. Het wijzigen van de openbare ruimte vraagt een investering die voor vele jaren wordt gedaan. We vervangen de openbare ruimte in principe als deze oud en versleten is. Hiervoor stellen we investeringsprogramma's op. Op het moment dat een deel van de buitenruimte aan vervanging toe is, wordt deze getoetst aan dit Programma beleidsontwikkeling Groen. Dan kunnen de ambities uit dit Programma beleidsontwikkeling Groen worden gerealiseerd. We moeten er echter wel rekening mee houden dat de benodigde investeringen groter zijn door de gevolgen van klimaatverandering en de aanpassingen die wij hiervoor moeten doen. Voor investeringen stemmen we de verschillende disciplines in de buitenruimte zoals verkeer, riolering en water onderling met elkaar af. Gezamenlijk zoeken we naar oplossingen om meer groen te realiseren en problemen met water, droogte en hitte te voorkomen. 5.8 Beheer en onderhoud Het groenbeheer verandert met oog op het versterken van de biodiversiteit. We maken hiervoor gebruik van ecologisch groenbeheer.
Hierbij wordt specifiek rekening gehouden met het beschermen van plant- en diersoorten door geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en minder frequent en gefaseerd te maaien en af te voeren. Het faseren in zowel tijd als ruimte is in alle seizoenen van belang om voldoende leefgebied, voedsel en schuilmogelijkheden voor diverse soorten te bieden én te zorgen dat planten zich uitzaaien. Ecologisch groenbeheer geeft een ander beeld (bloemrijker en ruiger) en ander gebruik van de buitenruimte. Hier willen we zorgvuldig mee omgaan en bewoners bij de plannen betrekken. Dit Programma beleidsontwikkeling Groen gaat vooralsnog alleen over de kernen, in de toekomst wordt dit uitgebreid naar de buitengebieden. Vooruitlopend hierop worden wordt bij beheer/onderhoud in het buitengebied wel al in de geest van dit Programma beleidsontwikkeling Groen gewerkt. Participatie gaat een groter onderdeel uitmaken van de beheerpraktijk. Hierbij is het belangrijk dat we afspraken met inwoners vastleggen en nakomen. Dit betekent dat we alleen toezeggingen doen die we kunnen waarmaken, wat betekent dat alle partijen kunnen instemmen met de afspraak (van beheerder tot aannemer). Ook moeten we duidelijk uitleggen dat het aanzicht/beeld van het groen de komende jaren anders gaat worden. Voor het beheer en onderhoud werken we met bestekken. Veranderingen in beheer worden vastgelegd in de beheerkaarten.
Voldoende budget is noodzakelijk voor langdurig en zorgvuldig beheer. We zullen dan ook de gewenste veranderingen in kaart brengen, toetsen op haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Als de veranderingen passen, worden deze opgenomen in de plannen en volgt er eventueel communicatie over de veranderingen.
18
19
Bijlagen
20
Bijlage 1 Resultaten participatie Raadsinformatieavonden Tijdens de raadsinformatieavonden is onder andere ingegaan op de thema’s klimaat, biodiversiteit en participatie. Hierbij kwam de wens voor meer variatie in het groen naar voren. Natuur in de kern wordt prima gevonden op voorwaarde dat het geen overlast oplevert. Het betrekken van burgers bij veranderingen in de buitenruimte wordt zeer belangrijk geacht. Verder wordt het belangrijk gevonden om de biodiversiteit in de kernen te vergroten. De resultaten moeten kunnen worden gemeten, een nulmeting natuurwaarden is daarom wenselijk. Bewoners De reacties vanuit de bewoners volgt uit de enquête 2. In Gilze en Rijen zijn een aantal parken favoriet voor de bewoners: De Warande, Park Wolfsweide, Mollenbos, de Statenlaan en Mathilde Wibautplein. De meeste bewoners vinden dat het groen meer gevarieerd mag zijn. Groen met veel verschillende bloeiende planten en wilde bloemen in plaats van het gangbare plantsoen. Daarnaast willen bewoners dat de woonomgeving groener wordt. Locaties die regelmatig worden genoemd om te vergroenen zijn het centrum en de Stationsstraat in Rijen. Een deel van de bewoners heeft aangegeven te willen meehelpen met het groener maken van de woonomgeving. Dit kan bijvoorbeeld zijn met meerdere buurtbewoners een plantsoen, moes-, vlinder- of geveltuin aanleggen en onderhouden.
Van de bewoners die hebben gereageerd heeft 38% aan gegeven te willen meehelpen, 16% regelmatig en 22% een enkele keer. Van de bewoners heeft 26% aan gegeven niet mee te willen helpen. Bewoners geven een aantal terugkerende aandachtspunten. Ten eerste zien bewoners graag meer groen en bomen al mogen de bomen geen overlast geven. Daarnaast geven veel bewoners aan dat het onderhoud op orde moet zijn: eerst goed doen wat we al hebben en dan nieuwe acties. Tot slot wordt aangegeven dat het betrekken van bewoners bij het groen gewenst is.
2
De enquête is op 24 mei 2023 gepubliceerd, de deelnemers hebben 5 weken de gelegenheid gehad om de enquête in te vullen. De vragenlijst is ingevuld door 1653 inwoners.
21
Bijlage 2 Stand van zaken 3-30-300 regel Benchmark In hoofdstuk 2 is omschreven waarom groen er toe doet en wat het bijdraagt aan de bredere opgaven van de gemeente Gilze en Rijen. Om te weten waar we als gemeente staan is een benchmark uitgevoerd. Hierbij is bekeken wat de huidige stand van zaken is (juni 2025) ten opzichte van de zogenaamde 3-30-300 regel 3. Deze Benchmark4 geeft de volgende resultaten: % voldoet 3-regel 30-regel 0-5% 5-10% 10-15% 15-20% 20-25% 25-30% 300-regel
Ambitie (in Opgave (in %) %) 69 100 31 14 100 86 0 1 20 36 17 12 55 100 45
Tabel 1 Analyse op stand van zaken 3-30-300 regel.
Analyse 3-regel Voor 69% van de panden geldt al dat er zicht is op minimaal 3 grotere bomen. Om dit percentage verder te laten stijgen is het nodig om meer bomen te planten en deze (en bestaande) bomen ook uit te laten groeien tot grotere boom. Analyse 30-regel Wanneer naar de feitelijke hoeveelheid panden wordt gekeken waarbij er sprake is van minimaal 30% boomkroonbedekking, dan voldoet maar 14% van alle panden in de gemeente. Het is daarom belangrijk om wat gedetailleerder naar de getallen te kijken. Hieruit blijkt dat 43% al op >20% boomkroonbedekking zit en 99% op >10% boomkroonbedekking. Natuurlijk te weinig, maar wanneer er in totaal 15% boomkroonbedekking bij komt, dan voldoet bijna alles aan dit onderdeel van de 3-30-300 regel. Belangrijkste maatregelen om hier aan bij te dragen is het planten van extra bomen/aanleggen van meer groen en het ouder/groter laten worden van de bestaande bomen. Analyse 300-regel Uit de analyse blijkt dat al 55% van de panden voldoet aan de 300-regel. Deze betekent dat er binnen 300 meter afstand van het pand een grotere openbare groene plek beschikbaar welke gebruikt en beleefd kan worden, zoals een park. Voor elke kern geldt dat als het lukt om 1 of 2 locaties in te richten als grotere groene plek, dat dit er voor zorgt dat nagenoeg de hele kern voldoet.
3
3-30-300 regel betekent, 3 bomen zichtbaar vanuit een woning/bedrijf, 30% boomkroonbedekking en een grotere groene plek binnen 300 meter te bereiken. Deze regel is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en geeft een minimale (kwantitatieve) norm waarbij optimaal bijdraagt aan (mentale) gezondheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit in de bebouwde omgeving. Zie deze link voor meer informatie. 4 De genoemde percentages zijn gebaseerd op een GIS-analyse waarbij alle panden binnen de kernen (bebouwde kommen) zijn meegenomen.
22
3-regel: Vanuit elk gebouw zicht op minimaal 3 grotere bomen
23
30-regel: Minimaal 30% boomkroonbedekking (schaduw)
24
300-regel: Vanuit elk gebouw grotere groene plek binnen 300 meter
25
Bijlage 3 Karakterisering Groen Gilze en Rijen Het groen in de kernen wordt gekarakteriseerd door het type groen wat is aangebracht. De typering is op hoofdlijnen beschouwd, is het gras of is het beplanting en als het dan gras is wordt het vaak gemaaid zoals gazon of minder vaak als een berm of ruw gras. In het geval het beplanting is wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds sierplantsoen wat meestal laag is en gesnoeid wordt en anderzijds bosplantsoen wat uitgroeit tot forse struiken. Bosplantsoen, bermen en ruw gras vergen relatief weinig onderhoud en worden extensief beheerd, sierplantsoen en gazon vergen meer onderhoud en worden intensief beheerd. In de kernen van de gemeente Gilze en Rijen is meer dan de helft van de beplanting extensief beheerd, bosplantsoen en berm/ruw gras. Meer dan de helft bestaat uit gras, gazon en berm/ruw gras. Het kleinste deel bestaat uit sierplantsoen. De relatief grote hoeveelheid bosplantsoen is hoofdzakelijk gelegen in de randen van de gemeente Gilze en Rijen (Wolfsweide, Statenlaan, Warande, Sportpark Vijf Eiken). Dit geldt ook voor bermen en ruw gras. In de woonwijken kent het groen een beperkte variatie en bestaat het hoofdzakelijk uit gazon en bomen. De beplanting is vaak aanwezig in de vorm van een hagen.
26
Bijlage 4 Groenstructuren
Gilze en Rijen Herkenbare kernen In Gilze liggen kansen voor het versterken van de herkenbaarheid van het groen aan de zuidzijde. Hier kan mogelijk bij herinrichtingen boomstructuren worden versterkt. In Hulten is het toevoegen boomstructuur aan de Oude Baan een wens. Ook dit is pas mogelijk bij herinrichting van de weg. De dorpspleinen in Rijen, te weten plein hoek Hoofdstraat-Tuinstraat, Raadhuisplein, Parkeerplaats Mangrovelaan, Wilhelminaplein, hebben allemaal een vergroeningsopgave. Hier wordt voornamelijk geparkeerd. Een aantal pleinen zijn omzoomd met grote bomen. Deze moeten blijven behouden. Gezonde leefomgeving In Gilze kan het bedrijventerrein verder worden vergroend. Ook enkele groenarme wijken moeten worden vergroend, te weten Centrumgebied en Strijpakkers. In de omgeving van Basisschool de Wildschut ontbreekt een park of groene ruimte. Hier ligt ook een kans om meer groen toe te voegen. In Rijen zijn relatief veel wijken met een vergroeningsopgave als Centrumgebied, Rijen zuid, Schildersbuurt en het westelijk deel van Vliegende vennen evenals het bedrijventerrein. In de omgeving van het station met Anne-Frank plein ontbreekt een park of groene ruimte. Hier ligt een kans om deze toe te voegen en verblijfskwaliteit toe te voegen.
Ook op het pleintje aan de Pastoor Gillislaan in Rijen ter hoogte van de Mimosastraat ligt een serieuze kans om groen toe te voegen in het versteende centrum. In evenwicht met de natuur In Gilze ligt een kans om de natuur van De Warande en d’n Steenakker door te trekken naar de wijk via bestaande groenstructuren en plantsoenen. Het gaat hierbij om droog bos en drooggrasland. Een natuurverbinding voor droog bos in noord-zuid richting kan worden gerealiseerd via Hippelpad naar Mollenbos, Bisschop de Vetplein, naar de tuin van de Huyskamer. Voor de natte natuur (Wouwervallei) van de beek liggen aan de westzijde van Gilze kansen. In Molenschot ligt een kans om de natte natuur van Goorloop het dorp in te trekken. Rijen grenst aan droge bossen aan de westzijde. Dit biedt kansen om natuur van droge bossen het dorp in te trekken. Aan de oostkant gaat het met name om droge graslanden en droge bossen. Dit geldt ook voor de ecologische verbindingen tussen Park Wolfsweide en de woonwijken daarnaast. In Rijen is ruimte voor agrarische natuur, dat wil zeggen dat akkeronkruiden worden gezaaid met name als voedsel voor insecten en vogels.
27
Afbeelding 4: Groenstructuren Gilze
28
Afbeelding 5: Groenstructuren Hulten
29
Afbeelding 6: Groenstructuren Molenschot
30
Bijlage 5 Gidssoorten
31