Bijlage 1.1 Rapport Gemeente Gilze en Rijen, Cultuurhistorische Waardenkaart
Tekst van het document
Gemeente Gilze en Rijen Cultuurhistorische Waardenkaart
Auteur: E.A.M. de Boer D.E.C.P.M. Beckers
Toelichting Status: definitief BAAC Rapport V-20.0260
1
september 2022
Gemeente Gilze en Rijen
Toelichting Cultuurhistorische Waardenkaart
Colofon ISSN: Auteur(s): Cartografie: Redactie: Copyright:
1873-9350 mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA dhr. drs. D.E.C.P.M. Beckers mw. E.A.M. de Boer, MSc, MA dhr. drs. D.E.C.P.M. Beckers dhr. drs. J.M.J. Willems BAAC te ‘s-Hertogenbosch
© BAAC, ’s-Hertogenbosch (2021) BAAC aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
BAAC Onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuur- en Cultuurhistorie Graaf van Solmsweg 103 5222 BS ‘s-Hertogenbosch Tel.: (073) 61 36 219 E-mail: denbosch@baac.nl
1
Postbus 2015 7420 AA Deventer
Gemeente Gilze en Rijen
Cultuurhistorische Waardenkaart
2
Inhoud
1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Wettelijk kader 1.2.1 Algemeen 1.2.2 Monumentenwet 1988 1.2.3 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening 1.2.4 Erfgoedwet 1.2.5 Omgevingswet 1.3 Cultuurhistorie en ruimtelijke ordening 1.4 Gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart 1.5 Ligging van het gebied 1.6 Leeswijzer 1.7 Administratieve gegevens
5 5 6 6 6 6 7 7 8 8 10 10 11
2
Onderzoeksopzet 2.1 Inleiding 2.2 Cultuurhistorische inventarisatie 2.3 Cultuurhistorische waardenkaart 2.4 Beperkingen
13 13 13 14 15
3
Cultuurhistorische Inventarisatie 3.1 Inleiding 3.2 Waardevaste objecten en gebieden 3.2.1 Rijks- en gemeentelijke monumenten 3.2.2 Overige waardevolle bebouwing 3.2.3 Monumentale bomen 3.2.4 Aardkundig Waardevolle Gebieden 3.3 Waardevolle elementen en gebieden 3.3.1 Landinfrastructuur 3.3.2 Grondgebruik 3.3.3 Water 3.3.4 Nederzettingsontwikkeling 3.3.5 Militair erfgoed
17 17 17 17 17 18 18 19 19 21 28 31 32
4
Cultuurlandschappen 4.1 Inleiding 4.2 Cultuurlandschap ‘De Leijen’ 4.3 Cultuurlandschap ‘De Akkers’ 4.4 Cultuurlandschap ‘Jonge ontginningen’ 4.5 Cultuurlandschap ‘Militair terrein’ 4.6 Cultuurlandschap ‘Ontginningsbossen’ 4.7 Cultuurlandschap ‘Buitenplaatsen’ 4.8 Bebouwde kom
43 43 43 45 49 51 54 56 57
5
Cultuurhistorisch beleid 5.1 Inleiding 5.2 Beleidsadviezen 5.4 Aanbevelingen
59 59 59 61
3
Gemeente Gilze en Rijen
6
Geraadpleegde bronnen
63
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2
Bijlage 3
67
Kaart Cultuurhistorische Inventarisatie Waardevaste objecten en gebieden 2a Catalogus rijksmonumenten 2b Catalogus gemeentelijke monumenten 2c Catalogus overige waardevolle bebouwing 2d Catalogus monumentale bomen 2e Catalogus Aardkundig waardevolle gebieden Cultuurhistorische Waardenkaart
Cultuurhistorische Waardenkaart
4
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Eeuwenlang veranderde het landschap geleidelijk en op kleine schaal. In de tweede helft van de 20e eeuw veranderde dit door veelal grootschalige, planmatige ingrepen. Grote delen van het historisch ontwikkelde landschap zijn daarbij ten prooi gevallen aan grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen. Gaandeweg is men zich echter steeds meer het belang van cultuurhistorie en erfgoed gaan realiseren. Mensen voelen zich verbonden met een plek en ontlenen er een groot deel van hun identiteit aan. Desondanks bleef cultuurhistorie lange tijd van ondergeschikt belang bij ruimtelijke ontwikkelingen. Zonder een actief beleid en samenwerking van alle betrokkenen, is het duurzaam behoud van cultuurhistorische waarden niet gegarandeerd. Met ingang van 1 januari 2012 zijn gemeenten op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht cultuurhistorische waarden mee te laten wegen in de totstandkoming van een bestemmingplan. Naar verwachting zal in juli 2022 de nieuwe Omgevingswet worden ingevoerd. Bij het opstellen van omgevingsplannen, die op lokaal niveau het centrale instrument van de omgevingswet vormen, zal dan eveneens rekening moeten worden gehouden met cultureel erfgoed.
Om rekening te kunnen houden met de cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is het noodzakelijk inzicht te hebben in de aanwezige cultuurhistorische waarden en de manier waarop hiermee kan worden omgegaan. Derhalve heeft de gemeente Gilze en Rijen het onderzoeks- en adviesbureau BAAC opdracht gegeven een cultuurhistorische waardenkaart op te stellen. Het onderhavige document vormt de toelichting op deze kaart. Tevens worden richtlijnen gegeven voor de omgang met cultuurhistorische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Cultuurhistorie omvat archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Bij het onderhavige onderzoek zijn de archeologische waarden buiten beschouwing gelaten. Gelijktijdig met dit onderzoek is de archeologische verwachtings- en beleidskaart uit 20101 door BAAC geactualiseerd.2 De archeologische verwachtingskaart geeft een overzicht van de bekende (al dan niet gewaardeerde) archeologische vindplaatsen en terreinen en de archeologische verwachting binnen de gemeente. Op de kaart zijn niet alleen ondergrondse archeologische resten gekarteerd, maar ook historisch-geografische elementen en gebieden (zoals historische erven, kernen en buitenplaatsen) en historische objecten (zoals kerken, molens en steenfabrieken) weergegeven. Voor de kartering van deze elementen is gebruik gemaakt van de onderhavige cultuurhistorische inventarisatie.
1 2
5
Berkvens & Bosman 2010. Van Putten 2022.
Gemeente Gilze en Rijen
Wat is cultuurhistorie? Wanneer men over cultuurhistorie spreekt, blijkt vaak dat veel onduidelijkheden bestaan over wat hieronder valt. Cultuurhistorie omvat drie vakgebieden; archeologie, bouwhistorie en historische geografie. Archeologie houdt zich voornamelijk bezig met het bodemarchief, waartoe zowel losse vondsten als grondsporen behoren. Tevens bestudeert de archeologie enkele bovengrondse verschijnselen uit de prehistorie en de middeleeuwen, zoals grafheuvels, hunebedden, schansen, dijken, landweren en dergelijke. Bouwhistorie betreft de studie van de bebouwde omgeving, zoals kerken, kastelen, bruggen, sluizen, maar ook tuinen en landgoederen. Historische geografie “bestudeert de ruimtelijke aspecten van menselijke activiteiten in het verleden… [en] de sporen die vroegere menselijke activiteiten in het landschap hebben achtergelaten”. Hieronder vallen niet alleen elementen en patronen zoals (water)wegen, dijken, verkavelingspatronen, nederzettingsstructuren, heggen, houtwallen en poelen, maar ook het (historisch) bodemgebruik (akkers, heidevelden en dergelijke).3
1.2 Wettelijk kader 1.2.1 Algemeen In de nationale wetgeving is de zorg voor archeologie, cultuurhistorie en monumenten op dit moment geregeld in de Erfgoedwet 2016, de Monumentenwet 1988 (Mw 1988), de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), het Besluit omgevingsrecht (Bor), de Regeling omgevingsrecht (Ro), de Woningwet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het is de bedoeling dat in 2022 wetten worden samengevoegd en dat de Omgevingswet van kracht wordt.
1.2.2 Monumentenwet 1988 Gemeenten hebben te maken met de Monumentenwet 1988 en de Modernisering Monumentenzorg (MoMo). De oude Monumentenwet regelde hoe gebouwen aangewezen kunnen worden als beschermd monument. De wet heeft betrekking op gebouwen en objecten, stads- en dorpsgezichten, (potentieel aanwezige) archeologische waarden en op het uitvoeren van archeologisch onderzoek. Met uitzondering van de stads- en dorpsgezichten en archeologische vindplaatsen, heeft de wet vooral betrekking op objecten. De MoMo heeft hier verandering in gebracht. Belangrijke doelen van de Modernisering van de Monumentenzorg zijn het stimuleren en ondersteunen van gebiedsgericht werken, het belang van cultuurhistorie binnen de ruimtelijke ordening, het formuleren van een visie op erfgoed en het verminderen van de administratieve lastendruk. Grote delen van de Monumentenwet 1988 zijn inmiddels overgeheveld naar de Erfgoedwet uit 2016.
1.2.3 Wet ruimtelijke ordening en Besluit ruimtelijke ordening De Wro biedt mogelijkheden om de herontwikkeling en exploitatie van cultureel erfgoed juridisch-planologisch te verankeren door een integrale ruimtelijke gebiedsvisie het uitgangspunt te laten zijn, mits de procedures snel doorlopen kunnen worden en geen jarenlange vertraging optreedt. Daarin ligt bij uitstek één van de mogelijkheden om cultureel erfgoed in overleg met belanghebbenden duurzaam te behouden voor de generaties na ons. Daarom is met ingang van 1 januari 2012 in artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geregeld dat de gemeenten bij het vaststellen van een 3
Renes 1999.
Cultuurhistorische Waardenkaart
6
bestemmingsplan met cultuurhistorische waarden (boven de grond) én archeologische waarden (onder de grond) rekening moeten houden. Naast de Wro en het Bro spelen de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), het Bor (Besluit omgevingsrecht) en de Wamz (Wet archeologische monumentenzorg) daarbij een belangrijke rol. In de gemeente Gilze en Rijen wordt bij de vaststelling van de bestemmingsplannen al aandacht gegeven aan archeologie. Dat gebeurt vooral via een doorvertaling van de archeologische verwachtingskaart en beleidsadvieskaart naar archeologische dubbelbestemmingen. In beperkte mate is dat momenteel aan de orde voor karakteristieke, bovengrondse waarden, via de bouwaanduiding ‘karakteristiek’ of ‘cultuurhistorisch waardevol’ bij gebouwen en de gebiedsaanduiding ‘monumentale bomen’ op de bestemmingsplankaarten.
1.2.4 Erfgoedwet De bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland is per 1 juli 2016 gebundeld in de Erfgoedwet. Daarnaast is een aantal nieuwe bepalingen aan de Erfgoedwet toegevoegd. Het beschermingsniveau van de oude wetten en regelingen is gehandhaafd. De paragrafen voor de beschermde stads- en dorpsgezichten uit de Monumentenwet bleven van kracht. In de Erfgoedwet is de zorg voor archeologische monumenten geregeld en is een onderhoudsplicht voor eigenaren van rijksmonumenten vastgelegd. De Erfgoedwet zal straks opgaan in de Omgevingswet (invoering juli 2022?).
1.2.5 Omgevingswet Het omgevingsrecht bestaat nu nog uit tientallen wetten en honderden regelingen voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Al deze wetten en regelingen hebben hun eigen uitgangspunten, procedures en eisen. De rijksoverheid is van mening dat de wetgeving daardoor te ingewikkeld geworden is. Dat kan gevolgen hebben, bijvoorbeeld dat het langer duurt dan nodig is om een project op te starten. De rijksoverheid heeft daarom besloten om het omgevingsrecht makkelijker te maken en samen te voegen in één wet, de Omgevingswet. De nieuwe, nog vast te stellen, Omgevingswet (met bijbehorende vergunningenstelsel) moet gaan zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Daarnaast zal participatie worden bevorderd. Bijvoorbeeld door burgers en ondernemers zo goed mogelijk te betrekken bij de ontwikkeling van de leefomgeving. De implementatie van de Omgevingswet heeft de nodige vertraging opgelopen. De verwachting is dat de nieuwe wet in 2022 zal ingaan. Een aantal bestaande wetten zullen in hun geheel opgaan in de Omgevingswet. Dit betreft bijvoorbeeld de Wet Ruimtelijke Ordening. Van de (herziene) Monumentenwet 1988 en Erfgoedwet zullen alle onderdelen over omgevingsrecht overgeheveld worden naar de Omgevingswet. Dit betreft een belangrijk deel van de monumentenzorg.
Zo zullen vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten onder de Omgevingswet komen te vallen. Maar ook verordeningen, bestemmingsplannen, (toekomstige omgevingsplannen) vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie komen onder de nieuwe wet te vallen. Dat zelfde geldt voor de bescherming van stads- en dorpsgezichten. Eén van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Met de Omgevingswet zal een integrale gebiedsgerichte benadering gestimuleerd en gevolgd gaan worden. De centraal staande instrumenten zijn de omgevingsvisie
7
Gemeente Gilze en Rijen
en omgevingsplannen. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie over de noodzakelijke en de gewenste ontwikkelingen van de fysieke leefomgeving in de gemeente. Het is een politiek-bestuurlijk document dat de gemeente en haar inwoners bindt. Het richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, zoals bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, cultuurhistorie, archeologie, landschappen, monumenten en natuur. Deze worden alle in samenhang beschouwd in de complexe dynamiek in onze samenleving. Het is geen gedetailleerd plan, maar beschrijft hoofdlijnen. Uitermate belangrijk is de participatie van direct betrokkenen. De omgevingsvisie zal worden uitgewerkt door het opstellen van omgevingsplannen, waarin de aandachtsvelden en raakvlakken voor specifieke deelgebieden zullen worden ondergebracht. Het omgevingsplan biedt daarmee één integrale, inhoudelijk op elkaar afgestemde set van regels die van toepassing zijn op een locatie. Ook de regelgeving die van toepassing is op cultureel erfgoed hoort daar bij. Een duidelijke cultuurhistorische waardenkaart, aangevuld met een archeologische verwachtingskaart, vormt de basis van het beleid. 4
1.3 Cultuurhistorie en ruimtelijke ordening Een vroegtijdige inventarisatie van de cultuurhistorische waarden is in het belang van zowel de initiatiefnemers als de planontwikkeling. Bij archeologische waarden ligt dit wellicht meer voor de hand. Bij een vroegtijdige opsporing kunnen de waarden nog ingepast worden in het plan, zodat kosten voor bijvoorbeeld een opgraving (behoud ex situ), alsmede vertraging in de ontwikkeling vermeden kunnen worden. Historisch-geografische en bouwhistorische waarden zijn dragers van het verleden, die over het algemeen gewaardeerd worden om hun eigen betekenis en schoonheid. Deze waarden dienen behouden te blijven voor toekomstige generaties. Kennis over deze waarden brengen bewoners en gebruikers meer historisch besef over hun omgeving bij, terwijl bij grote veranderingen in onze leefomgeving het cultureel erfgoed herkenning, houvast en identiteit biedt. Inpassing van de aanwezige cultuurhistorische waarden in een plan kan een gebied cultuurhistorische identiteit verlenen en daarmee kwaliteit toevoegen aan de openbare ruimte. Een vroegtijdige inventarisatie is derhalve ook in het geval van historischgeografische en bouwhistorische waarden van een gebied in het belang van zowel de initiatiefnemers als de planontwikkeling.
Bij inpassing van de cultuurhistorische waarden kan gedacht worden aan herbestemming van cultuurhistorisch waardevolle panden, of door bij de herinrichting van een gebied de historisch ontwikkelde structuur van het als uitgangspunt te nemen. Ook bij natuurontwikkeling kan de samenhang tussen natuur, landschap en cultureel erfgoed de waarde van een gebied versterken.5
1.4 Gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart De Erfgoedwet, samen met de nog te implementeren Omgevingswet, verplicht gemeenten om rekening te houden met cultureel erfgoed. De eerste stap om het cultureel erfgoed te verankeren in het gemeentelijk beleid is om te inventariseren welk cultureel erfgoed zich op het gemeentelijk grondgebied bevindt. Deze gegevens kunnen gevisualiseerd worden in de kaart ‘Cultuurhistorische 4 5
Rijksoverheid 2021. Ministerie OCW 2018.
Cultuurhistorische Waardenkaart
8
inventarisatie’ (zie bijlage 1).6 Deze kaart geeft op overzichtelijke wijze inzicht in de historisch gevormde ruimtelijke structuur van het landschap en de waardevaste elementen of gebieden, die door wet of verordening worden beschermd. In één oogopslag is daarmee zichtbaar wat de historische structuur van een gebied is en met welke waarden rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. De tweede stap is om te analyseren welk cultureel erfgoed in aanmerking komt voor bescherming. Als aanvulling op de cultuurhistorische inventarisatie geeft de cultuurhistorische waardenkaart met de bijbehorende toelichting een overzicht van de verschillende cultuurlandschappen en hun landschappelijke karakteristiek. Deze laatste kaart dient met de toevoeging van de zogenaamde attentiegebieden tevens als signalering van gebieden, die bij ruimtelijke ingrepen ontzien moeten worden, of waar ruimtelijke ontwikkelingen gepaard moeten gaan met extra zorgvuldigheid. Dit betekent overigens niet dat de zones buiten de attentiegebieden geen behoudenswaardige cultuurhistorische waarden hebben. Attentiegebieden Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Gilze en Rijen zijn zogenaamde attentiegebieden opgenomen.
Deze gebieden worden gekenmerkt door een grotendeels intacte historische structuur en grote landschappelijke gaafheid in vergelijking met de omringende gebieden en geven daarmee inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis van het (cultuur)landschap. De cultuurhistorische karakteristiek van de attentiegebieden wordt beschreven in hoofdstuk 4. Vanwege de waardevolle cultuurhistorische structuur en karakteristieke ruimtelijke samenhang dient men terughoudend te zijn met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en als deze toch vereist zijn deze zorgvuldig in te passen in de bestaande structuren. De kaarten vormen de cartografische onderbouwing van de cultuurhistorische waarden binnen de gemeente en het beleid dat hierop is gebaseerd. De kaarten dienen in het bestemmingsplan/omgevingsplan geïntegreerd te worden én actueel gehouden te worden. De rapportage behorende bij de cultuurhistorische waardenkaart dient als inhoudelijke onderbouwing van het beleid. Aangezien in de wet is opgenomen dat informatie over het erfgoed toegankelijk dient te zijn, kunnen het rapport en de kaarten bijvoorbeeld via het internet openbaar worden gemaakt.
Bij onderhavig onderzoek is getracht om met de beschikbare middelen en tijd een zo uitgebreid mogelijke inventarisatie van de bekende historisch-geografische en bouwhistorische waarden uit te voeren om te komen tot een overzichtelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het centrale doel van de kaarten is vergroting van de kennis over de cultuurhistorische waarden, zodat hiermee bij ruimtelijke ontwikkelingen op een verantwoorde manier rekening kan worden gehouden en waarmee de gemeente kan voldoen aan de Erfgoed- en Omgevingswet. Het uitgangspunt hierbij is dat zodra bekend is wat er binnen de gemeentelijke grenzen aanwezig is, het mogelijk wordt een voor burgers en private partijen transparant beleid te formuleren met betrekking tot de inventarisatie, het behoud en het beheer van de cultuurhistorische waarden. Dit beleid is het uitgangspunt bij het nemen van weloverwogen beslissingen bij de vergunningsprocedures. 6
9
RCE 2020.
Gemeente Gilze en Rijen
1.5 Ligging van het gebied Het onderzoeksgebied betreft het gehele grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen en beslaat een oppervlak van ruim 65 km2. Afbeelding 1.1 geeft het gemeentelijk grondgebied weer, inclusief de ligging van enkele kernen. De gemeente telt twee grote (historische) kernen, te weten de naamgevers van de gemeente; Gilze en Rijen. Daarnaast is sprake van een aantal kleinere (historische) kernen en buurtschappen, waaronder Molenschot, Hulten, Nerhoven, De Hooge Vossen Berg, De Lage Vossen Berg, De Biestraat, De Horst, Verhoven, De Hoek, Het Laareind, De Vijf Eiken, De Haansberg, Het Weilenseind en Het Raakeind.
Afb. 1.1 Het grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen.
1.6 Leeswijzer In het onderliggende rapport worden de resultaten van het onderzoek naar de cultuurhistorische waarden van de gemeente Gilze en Rijen beschreven. In
Cultuurhistorische Waardenkaart
10
hoofdstuk 2 wordt aangegeven welke bronnen zijn gebruikt bij het tot stand komen van de kaarten. In hoofdstuk 3 wordt een toelichting gegeven op de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’, die is opgenomen in bijlage 1. In het daaropvolgende hoofdstuk wordt beschreven hoe de Cultuurhistorische waardenkaart (bijlage 3) tot stand is gekomen en wordt een beschrijving gegeven van de verschillende cultuurlandschappen en hun waarden. In hoofdstuk 5 zal nader worden ingegaan op de beleidsrichtlijn die is verbonden aan de cultuurhistorische waardenkaart. Tenslotte is er een lijst opgenomen met de geraadpleegde bronnen zoals literatuur, kaartmateriaal en websites.
1.7 Administratieve gegevens Provincie: Gemeente: Plaatsen: Datum opdracht: Datum definitieve rapportage: BAAC-projectnummer: Type onderzoek: Opdrachtgever: Uitvoerder:
Projectleider:
11
Noord-Brabant Glize en Rijen Glize 28 juli 2020 19 september 2022 V-20.0260 Cultuurhistorische Waardenkaart Gemeente Gilze en Rijen Contactpersoon: mw. I. de Roij-van Gool BAAC, vestiging 's-Hertogenbosch Graaf van Solmsweg 103 5222 BS 's-Hertogenbosch tel. 073-6136219 Mw. drs. K. Leijnse
Gemeente Gilze en Rijen
Cultuurhistorische Waardenkaart
12
2
Onderzoeksopzet
2.1 Inleiding Om tot een cultuurhistorische waardenkaart te komen, die bruikbaar is bij ruimtelijke ontwikkelingen, is het onderzoek opgesplitst in een aantal fasen. Ten eerste is een inventarisatie gemaakt van de binnen de gemeente bekende historisch-geografische en bouwhistorische elementen aangevuld met een kartering van historische structuren gebaseerd op oude kaarten en overige bronnen. Dit heeft geresulteerd in de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’ (zie bijlage 1). Op basis van deze kaart is vervolgens de Cultuurhistorische Waardenkaart (zie bijlage 3) opgesteld, waarop cultuurlandschappen en attentiegebieden zijn weergegeven. Tot slot is voor de cultuurlandschappen en de attentiegebieden een beleidsrichtlijn opgesteld. In de navolgende paragrafen wordt een uitgebreide beschrijving van de werkwijze weergegeven.
2.2 Cultuurhistorische inventarisatie Voor het inventariseren van de bekende cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van het rijksmonumentenregister van de RCE en de door de gemeente aangeleverde lijsten met gemeentelijke monumenten, karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle panden alsmede de lijst met monumentale bomen. De aardkundig waardevolle gebieden zijn overgenomen van de kaart van de provincie Noord-Brabant.7 Tevens is de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. De basis van het inventariseren van de overige cultuurhistorisch waardevolle elementen vormde de kadastrale kaart uit omstreeks 18308 en de Bonnekaart uit circa 1900.9 Door middel van deze kaarten, aangevuld met het Actueel Hoogtebestand Nederland10, konden diverse historische lijnelementen (dijken, wegen, (al dan niet vergraven) waterlopen), alsmede vlakelementen (bos, heide, vennen en vijvers) worden gekarteerd. De nederzettingsontwikkeling is in kaart gebracht door op basis van topografische kaarten uit omstreeks 1830, 1900 en een hedendaagse kaart, de erven en de omtrek van de bebouwde kom vast te leggen. Ten behoeve van de inventarisatie van cultuurhistorische elementen uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog zijn diverse websites geraadpleegd.
Om een algemeen beeld te krijgen van eventuele verdedigingslinies, kampementen of andere algemene structuren binnen de gemeente zijn de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME)11 en de Militaire Landschapskaart van de Rijksdienst voor 7
Aardkundig waardevolle gebiedenkaart 2021. Kadasterkaart 1811-1832. 9 . Topotijdreis 2021. 10 AHN3 2021. 11 IKME 2021. 8
13
Gemeente Gilze en Rijen
het Cultureel Erfgoed (RCE)12 geraadpleegd. Voorts zijn er bekende (nog zichtbare/aanwezige) ‘bezienswaardigheden’ gekarteerd met behulp van de open-source website Traces of War13. Andere bekende landschappelijke en gebouwde elementen zijn gekarteerd door gebruik te maken van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)14 en diverse websites, waaronder bijvoorbeeld de website van de Heemkring Molenheide.15 Voorts heeft er een gemeentebrede inventarisatie plaatsgevonden van relevante structuren zoals deze waar te nemen zijn op het Algemeen Hoogtebestand Nederland16. Als aanvulling hierop is een beperkte inventarisatie uitgevoerd op basis van het luchtfotomateriaal dat beschikbaar is via diverse kanalen, waaronder de collecties van de Universiteit van Wageningen (WUR)17 en de National Collection of Aerial Photography (NCAP)18. Deze luchtfotoinventarisatie is met name gericht op Vliegbasis Gilze-Rijen om zodoende de datering van diverse structuren en infrastructuur te bepalen. Tenslotte is ook een inventarisatie uitgevoerd van conflictgerelateerde gemeentelijke en rijksmonumenten en is er een breed scala aan internetbronnen en secundaire literatuur geraadpleegd. Bij de kartering zijn alleen die elementen op de kaart opgenomen, die momenteel nog herkenbaar in het landschap aanwezig zijn.
Om dit te controleren is gebruik gemaakt van de GBKN (Grootschalige BasisKaart Nederland) van de gemeente alsmede recente luchtfoto’s en het Actueel Hoogte Bestand Nederland.19 De elementenkaart is voltooid met de projectie van historische toponiemen, die zijn afgeleid uit de kadastrale kaart uit 1830 en de Bonnekaart van circa 1900. Vervolgens is de conceptkaart op basis van een reactie van de Heemring Molenheide aangevuld.20 In hoofdstuk 6 is een compleet overzicht van de gebruikte bronnen opgenomen.
2.3 Cultuurhistorische waardenkaart De kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’ (zie bijlage 1) geeft op overzichtelijke wijze inzicht in de historisch gevormde ruimtelijke structuur van het landschap en de waardevolle elementen of gebieden. In één oogopslag is daarmee zichtbaar wat de historische structuur van een gebied is en met welke waarden rekening moet worden gehouden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Als aanvulling hierop is de Cultuurhistorische Waardenkaart (zie bijlage 3) opgesteld. Deze kaart is een afgeleide van de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’. Op basis van de ruimtelijke en historische samenhang is de gemeente opgedeeld in zes landschapstypen, die cultuurhistorische De Leijen (1), De Akkers (2), Jonge ontginningen (3), Militair terrein (4), Ontginningsbossen (5) en Buitenplaatsen (6).
12
Militaire landschapskaart 2021. Traces of War 2021. 14 BAG 2021. 15 Heemkring Molenheide 2021. 16 AHN3 2021. 17 WUR 2021. 18 National Collection of Aerial Photography (NCAP) 2021. 19 Google Maps 2021; AHN3 2021. 20 Informatie dhr. B. Wagemakers (Heemkring Molenheide). 13
Cultuurhistorische Waardenkaart
14
Van deze landschapstypen zijn de historische structuur21 en de huidige situatie22 beschreven. De cultuurlandschappen zijn vervolgens op basis van karakteristiek en intactheid van de historische structuur opgedeeld in 22 deelgebieden (subcodes a-i). De cultuurhistorische karakteristiek is beschreven (zie hoofdstuk 4) zoals die op de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’ al in beeld is gebracht. Diverse deelgebieden zijn vervolgens op basis van de ruimtelijke en historische samenhang en de afleesbaarheid van de ontstaansgeschiedenis (oftewel gaafheid in topografie) van het gebied aangewezen als cultuurhistorische attentiegebieden. Zij geven daarmee goed inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis van het (cultuur)landschap. Vanwege de waardevolle cultuurhistorische structuur en karakteristieke ruimtelijke samenhang dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden gepaard te gaan met extra zorgvuldigheid. Dit betekent overigens niet dat de zones buiten de attentiegebieden geen behoudenswaardige cultuurhistorische waarden bevatten. De grote bebouwde kommen zijn slechts globaal beschreven. Hoewel in de bebouwde gebieden uiteraard ook cultuurhistorische waarden aanwezig zijn, is de historische structuur hier ondergeschikt aan de stedenbouwkundige inrichting en het bebouwingsbeeld. Het onderzoek naar deze waarden valt buiten de scope van dit onderzoek.
Bij het opstellen van de cultuurhistorische waardenkaart is er bewust voor een gebiedsgerichte benadering gekozen en niet om afzonderlijke elementen te waarderen. Een landschap bestaat niet alleen uit afzonderlijke elementen die al dan niet behouden moeten blijven. Het samenspel van verschillende elementen maakt een landschap waardevol, interessant of gewoon visueel aantrekkelijk. Deze manier van omgang met behoud en ontwikkeling van landschappelijke kwaliteit past in een ontwikkelingsgerichte omgang met het landschap; het landschap moet niet worden vastgelegd, maar moet haar historische dynamiek ook in de toekomst behouden.
2.4 Beperkingen De cultuurhistorische elementen- en waardenkaarten zijn met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand gekomen. Desondanks zijn bij beide kaarten een aantal kanttekeningen te plaatsen. Zo kan een cultuurhistorische inventarisatie nooit compleet zijn. Er moeten voortdurend keuze gemaakt worden over wat er wordt afgebeeld en op welke manier om de kaart leesbaar te maken en te houden. Bij het opstellen van de kaart is het grootste belang gehecht aan de historische structuur van het landschap, aangezien deze niet alleen in grote mate de karakteristiek bepaalt, maar ook richting kan geven aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hiermee komen we op een tweede probleem; de gebruikte bronnen. Het onderhavige onderzoek omvat uitsluitend een bureauonderzoek, dat gericht is op het verzamelen van bekende, deels al eerder vastgestelde, cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat de gekarteerde elementen afhankelijk zijn van de beschikbare bronnen. Alleen als er van bepaalde cultuurhistorische elementen
21
Deze beschrijving is gebaseerd op de Kadastrale kaart 1811-1832 en de Topografische kaart (Bonneblad) ca. 1900 (Topotijdreis 2021). 22 Deze beschrijving is gebaseerd op de meest recente topografische kaart (geraadpleegd via Topotijdreis) en recente luchtfoto’s (geraadpleegd via Google Maps).
15
Gemeente Gilze en Rijen
informatie beschikbaar is over het gehele onderzoeksgebied, zijn ze op de kaart opgenomen. Van veel cultuurhistorische elementen is deze informatie niet aanwezig (bv. historische groenstructuren). Een archief- of veldonderzoek is zeer tijdrovend en derhalve kostbaar en behoorde niet tot het onderzoek. Als gevolg hiervan zijn bijvoorbeeld historische groenelementen, zoals lanen en singels, niet opgenomen op de kaart. Dit betekent echter niet dat het geen waardevolle cultuurhistorische elementen zouden zijn. De kaarten geven inzicht in de cultuurhistorische waarden, zoals deze momenteel (2021) aanwezig zijn en als waardevol worden beschouwd. Als gevolg van de voortgaande ontwikkeling van het landschap en het voortschrijdend inzicht over cultuurhistorische waarden, zal de kaart na verloop van tijd (5 à 10 jaar) verouderd raken en moeten worden geactualiseerd en aangevuld.
Cultuurhistorische Waardenkaart
16
3
Cultuurhistorische Inventarisatie
3.1 Inleiding Het samenstellen van de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’ vormt de eerste en wellicht ook de belangrijkste stap in het proces om de cultuurhistorische waarden van een gebied in kaart te brengen.23 De kaart brengt de kenmerken en structuur van het historisch gevormde landschap op een overzichtelijke manier in beeld, waardoor deze gebruikt kan worden als kennis- en inspiratiebron bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De gekarteerde cultuurhistorische elementen zijn ondergebracht in zes thema’s, te weten landinfrastructuur, grondgebruik, waterstaat, nederzettingsontwikkeling, militair erfgoed en waardevaste objecten en gebieden. Op de kaart zijn verder de historische toponiemen vermeld. In de paragrafen 3.2 en 3.3 zullen de cultuurhistorische elementen, onderverdeeld in waardevaste elementen (wettelijk beschermd) en waardevolle elementen of gebieden (niet bij wet of verordening beschermd), aan de orde komen.
3.2 Waardevaste objecten en gebieden 3.2.1 Rijks- en gemeentelijke monumenten De gemeente Gilze en Rijen telt 95 rijksmonumenten en 41 gemeentelijke monumenten. Bij de rijksmonumenten gaat het om 19 individuele objecten. De overige rijksmonumenten behoren tot vier complexen; historische buitenplaats Valkenberg, complex H. Annakerk, complex St. Annakapel en complex Prinsenbosch. De begrenzing van de buitenplaats Valkenberg (historische tuin- en parkaanleg, monumentnr. 490840), die de status ‘juridisch’ heeft, is op de kaart weergeven. De overige monumenten zijn als punt opgenomen. In bijlage 2a en b en op de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’ (bijlage 1) zijn de rijksmonumenten24 en gemeentelijke monumenten25 weergegeven, zoals deze ten tijde van het onderzoek waren aangewezen. Deze onroerende zaken genieten bescherming middels de Monumentenwet (rijksmonumenten) of de gemeentelijke monumentenverordening (gemeentelijke monumenten).
3.2.2 Overige waardevolle bebouwing In de periode tot 2012 zijn in de bebouwde kom van Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten de cultuurhistorisch waardevolle panden geïnventariseerd. In het 23
De kaart is opgesteld voor (digitaal) gebruik bij een schaal van 1:10.000. Voor de locatie van rijksmonumenten is gebruik gemaakt van het bestand uit het monumentenregister (dataset 1-2-2019). Een deel van de objecten binnen de complexen zijn in dit bestand op een willekeurige plek gekarteerd. Waar de werkelijke locatie bekend is, zijn de punten verplaatst. 25 Er is gebruik gemaakt van de gemeentelijke monumentlijst van 10-10-2018 (aangeleverd door de gemeente), waarbij de individuele adressen op de kaart zijn gemarkeerd als gemeentelijk monument. 24
17
Gemeente Gilze en Rijen
buitengebied van de gemeente zijn de waardevolle panden als karakteristiek gekarteerd (zie bijlage 2c). Zowel de cultuurhistorisch waardevolle panden als de karakteristieke panden hebben op de bestemmingsplannen een speciale bouwaanduiding karakteristiek en zijn middels een omgevingsvergunningenstelsel beschermd.26
3.2.3 Monumentale bomen Bomen spelen van oudsher een belangrijke rol in het leven van mensen, zowel voor de houtproductie als voor de zonwering en windbreking bij boerderijen en langs wegen. Daarnaast werd aan bomen een symbolische rol toebedeeld in de rechtspraak (gerechtsbomen), gebiedsafbakening (grensbomen), (volks)geloof (kruisbomen, lapjesbomen, koortsbomen, spijkerbomen, breukebomen) of als herkenningspunt (bakenbomen).27 De gemeente Gilze en Rijen heeft een lijst van monumentale bomen en houtopstanden opgesteld (zie bijlage 2d), die is opgenomen in de bestemmingsplannen.28 In principe mogen de bomen op deze lijst niet worden gekapt, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid, een noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties. De lijst is vastgesteld en bij voorgenomen kap van de bomen of andere handelingen die de bomen kunnen beschadigen is een vergunning verplicht (omgevingsgunning).
3.2.4 Aardkundig Waardevolle Gebieden De provincie Noord-Brabant bevat zeer verschillende aardkundige landschappen. Deze landschappen waren lange tijd bepalend voor de gebruiksmogelijkheden door de mens. Later paste de mens het landschap aan zijn wensen aan, waardoor de aardkundige structuur werd aangetast en het huidige ontstond. Dit proces heeft na 1850, maar met name vanaf het midden van de vorige eeuw op steeds grotere schaal plaatsgevonden. Veel van ons aardkundig erfgoed dreigt hierdoor te verdwijnen of is al (grotendeels) verdwenen. In sommige gebieden is de aardkundige basis echter nog herkenbaar. De provincie wil deze gebieden behouden vanwege hun ecologische en cultuurhistorische betekenis. Derhalve heeft de provincie 42 gebieden van provinciale of nationale betekenis op de Structuurvisie ruimtelijke ordening opgenomen en beschermd met regels in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.29 Het uiterste zuidwestelijke deel van de gemeente Gilze en Rijen maakt deel uit van het aardkundig waardevol gebied Strijbeeksche Heide-Chaamsche Beek (deelgebied 12), dat zich verder uitstrekt tot in de gemeenten Alphen-Chaam en Breda. In bijlage 2e wordt een overzicht gegeven van de waarden van dit gebied en aanwijzingen voor het opstellen van beschermregels in de bestemmingsplannen.
26
Dolné 2011a; Dolné 2011b; Dolné 2012a; Dolné 2012b; Gemeente Gilze en Rijen 2013, bijlage 5. Op basis van deze bronnen zijn de individuele adressen gemarkeerd op de kaart. 27 Baas, Mobach & Renes 2005, 25-26. 28 Monumentale bomen, gedownload 2020. 29 Koomen, Kiden & Verbauwen (red.) 2007; Aardkundige waardevolle gebiedenkaart 2021.
Cultuurhistorische Waardenkaart
18
3.3 Waardevolle elementen en gebieden 3.3.1 Landinfrastructuur Het thema ´landinfrastructuur´ vormt een belangrijk deel van de hoofdstructuur van het gebied. Onder dit thema vallen de volgende cultuurhistorische elementen: •
weg - “smalle strook grond, gebruikt en geschikt gemaakt voor het verkeer.”30
Afb. 3.1 De wegen over de heide hadden lange tijd een grillig verloop (links, Kadasterkaart 1811-1832). In de loop van de 19e eeuw zijn de wegen rechtgetrokken en vastgelegd (rechts, Topotijdreis 2021, kaart 1921).
Het netwerk van wegen vormt de basis van waaruit het land werd gebruikt en geeft in belangrijke mate de natuurlijke gesteldheid en het gebruik van het land weer. In het cultuurland, dat lange tijd slechts een klein deel van het grondgebied van de huidige gemeente Gilze en Rijen uitmaakte, lagen de wegen min of meer vast en was sprake van een grote continuïteit. In de omringende ‘woeste’ gronden maakte men gebruik van zogenaamde natuurlijke wegen (zie afb. 3.1, links). Dit zijn wegen die door het verkeer zelf werden gevormd en die in de breedte niet duidelijk waren afgebakend en ook niet waren verhard. Als een (karre)spoor onbegaanbaar werd, ging men naast het oude spoor rijden, waardoor uiteindelijk brede sporenbundels konden ontstaan, die zich door het landschap heen verplaatsten.31 De heidevelden werden doorsneden door een netwerk van dit soort sporen. Zowel de wegen in het als in de heidevelden weerspiegelden lokale natuurlijke omstandigheden, waardoor ze een kronkelend verloop hadden. Dit veranderde in het begin van de 19 e eeuw toen keizer Napoleon Bonaparte het bij Frankrijk ingelijfde Nederland bezocht en opdracht gaf tot de aanleg van een verhard wegenstelsel naar Frans voorbeeld. De
30 31
Baas, Mobach & Renes 2005, 157. Horsten 2005.
19
Gemeente Gilze en Rijen
bestaande verbindingen vormden het uitgangspunt, maar werden rechtgetrokken waar mogelijk. In de praktijk zijn er toen weinig wegen daadwerkelijk aangelegd.32 Na de onafhankelijkheid van Nederland in 1813 werd onder koning Willem I een nieuwe rechte en verharde weg aangelegd tussen Breda en Tilburg (de huidige Bredaseweg) als vervanging van de Oude Baan van Breda naar Tilburg.33 Ook het tracé van de natuurlijke wegen dat bij de ontginning van de heidevelden voor de bosbouw of landbouw werd vastgelegd, werd rechtgetrokken (bijvoorbeeld de Nieuwe Maastrichtsebaan in afb. 3.1). Tegelijkertijd werd in de productiebossen een compleet nieuw netwerk van overwegend rechte zandwegen aangelegd. In de loop van de tijd zijn steeds meer wegen vanuit een praktisch oogpunt, als toegangsweg, maar de laatste tijd ook als fietssnelweg, verhard. De oude zandwegen of halfverharde wegen worden hierdoor steeds zeldzamer. Dit geldt met name voor de wegen in het agrarisch gebied, terwijl in de bossen de wegen vaak onverhard blijven. Zandwegen hebben echter bijzondere landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. De onverharde wegen zijn derhalve afzonderlijk gekarteerd.34 Niet alle wegen hebben een puur utilitaire functie. In het zuidwestelijke deel van de gemeente liggen een aantal rechte dreven, die vanuit het oogpunt van esthetiek zijn aangelegd.
De Chaamse- of Bavelsedreef vormt een zichtlijn op de kerktoren van Bavel. De Valkenburgse Dreef of het Valkenburgs baantje vormt een zichtlijn vanaf landhuis Valkenberg. De Royale Dreef vormt de centrale as van het Sint Annabosch, een mastbos uit het midden van de 16e eeuw35 ten westen van de gemeente. De dreef eindigt in een patte d’oie of ganzenvoet36, die in de tweede helft van de 19e eeuw is aangelegd. Tot slot bevindt zich ook op het landgoed Valkenberg aan het einde van de steenweg een patte d’oie. Het centrale punt van deze inmiddels vervallen ganzenvoet wordt gevormd door de grafkelder uit 1812 van de familie Van der Borch.37
Afb. 3.2 Duiker de Stenen Beer in (De Steenen Beer 2021).
32
Leestekens van het landschap 2021, Napoleonsweg. Geheugen van Tilburg 2021. 34 Informatie dhr. B. Wagemakers (Heemkring Molenheide). 35 CHW 2016. 36 De term ganzenvoet verwijst hier naar een ganzenvoet-vormige structuur van 3 tot 5 lanen in een bos, die elkaar in een centraal punt ontmoeten. 37 CHW 2016. 33
Cultuurhistorische Waardenkaart
20
•
duiker - “een kokervormige constructie in een weg, dam of waterloop, die
bedoeld is om wateren met elkaar te verbinden”. In de gemeente Gilze en Rijen is nog in ieder geval één oude duiker bekend. Het gaat om de zogenaamde Stenen Beer waarmee Het Klein Leike (de huidige Kleine Lei) onder de vroegere Hooiweg doorliep (zie afb. 3.2). De Hooiweg is inmiddels verdwenen, waardoor de duiker niet meer van de openbare weg zichtbaar is.38 • spoorbaan - “(voormalig) tracé van een tram- of spoorlijn”.39 In 1863 is de spoorlijn Breda-Tilburg in gebruik genomen. De spoorlijn doorsnijdt het oude landschap in een rechte lijn en is min of meer evenwijdig aan de Bredaseweg aangelegd (zie afb. 3.3). Ten zuiden van Rijen is het station GilzeRijen gebouwd. Naast dit spoor zijn lokaal, onder andere bij de steenfabrieken, smalsporen aangelegd voor lokaal vervoer (zie ‘kleiwinning’). Deze sporen zijn in de gemeente echter niet meer herkenbaar in het landschap. Tot slot zijn er in de gemeente voor militair gebruik sporen aangelegd. Zo was er een smalspoorverbinding tussen Kamp Prinsenbosch en de Fliegerhorst aanwezig, die inmiddels niet meer (herkenbaar) aanwezig is. Van het spoor dat vanaf de spoorbaan Breda-Tilburg in de Koude Oorlog naar het opslagterrein ten noordwesten van vliegbasis Gilze-Rijen liep is wel nog een gedeelte herkenbaar . Via dit spoor werden goederen, en mogelijk ook munitie, aangevoerd naar dit militaire opslagterrein.
Afb. 3.3 Spoorbaan Breda-Tilburg met, net buiten de gemeentegrenzen, het smalspoor naar de steenoven Vijf Eiken (Topotijdreis 2021, kaart 1939 en 2021).
3.3.2 Grondgebruik Onder het thema ‘grondgebruik’ vallen de volgende elementen:
38
Tijdmachine Gilze en Rijen 2021; De Steenen Beer 2021; Informatie dhr. B. Wagemakers (Heemkring Molenheide). 39 Baas, Mobach & Renes 2005, 127.
21
Gemeente Gilze en Rijen
•
buitenplaats - “een buitenplaats is een landhuis of kasteel met bijgebouwen
en een park of tuin”. In de gemeente Gilze en Rijen bevindt zich één buitenplaats; Valkenberg, die zich uitstrekt tot in de aangrenzende gemeente Alphen-Chaam. De buitenplaats is ontstaan vanuit een middeleeuwse hoeve, waarvan de eerste vermelding dateert uit 1456. Het huidige landhuis (zie afb. 3.4) is in 1792 gebouwd, maar is aan het einde van de 19e eeuw sterk verbouwd.40 Het landhuis wordt omgeven door een landschapspark, dat eveneens haar oorsprong kent in de 18e eeuw, met daarin diverse (dienst)gebouwen, een tuinkoepel, een grafkelder, slingerbossen, vijvers, beken en waterlopen, lanen, een patte d’oie41 en kleine tuinelementen. De begrenzing van de buitenplaats is gebaseerd op de omtrek van het cultuurhistorisch complex, zoals aangewezen door de provincie Noord-Brabant.42 Een deel van de buitenplaats is aangewezen als rijksbeschermde historische buitenplaats.
Afb. 3.4 Huis Valkenberg in het begin van de 19e eeuw (Van Mosselveld 1960).
•
grafheuvel - “heuvel die is opgeworpen boven een graf of een aantal
graven.”43 In de gemeente Gilze en Rijen zijn geen prehistorische grafheuvels (meer) herkenbaar in het landschap. Op de buitenplaats Valkenberg bevindt zich in het centrale punt van een inmiddels vervallen patte d’oie of ganzenvoet een kunstmatige heuvel met daarin een grafkelder. De grafkelder is gebouwd voor Josina Amalia van der Borch, die in 1812 overleed. In 1847 is ook Anna Carolina Lucile douairiere Jantzon – van der Borch bijgezet in het graf. De grafheuvel is aangewezen als rijksmonument.44 •
bos
40
Van Mosselveld 1960. Een ganzenvoet-vormige structuur van 5 lanen in een bos, die elkaar in een centraal punt ontmoeten. 42 De Boer, Gruben & Oldenmenger 2021; CHW 2016. 43 Baas, Mobach & Renes 2005, 54 44 Monumentenregister 2021, monumentnr. 490848. 41
Cultuurhistorische Waardenkaart
22
Lange tijd waren in de gemeente Gilze en Rijen slechts op beperkte schaal bos aanwezig, dat voornamelijk bestond uit mastbos (dennen). De rechte stammen van de dennen werden onder andere gebruikt in de scheepsvaart. Bekend is dat de Heren van Breda al in het begin van de 16e eeuw een mastbos bezaten van ruim 9 hectare groot bij Hulten (ter hoogte van Het Blok). In 1662 was het bos omgeven door een 3 m brede wal.45 In het gebied is nog steeds een restant van een wal herkenbaar.46 Ook ten noordoosten van landgoed Valkenberg was in het begin van de 18e eeuw een mastbos aanwezig (Nieuwe Bos). In 1772 heeft de nieuwe eigenaar van het goed het areaal bos op het landgoed sterk uitgebreid.47 Ook in een deel van de Rijense Bossen in het noorden van de gemeente was geruime tijd vóór 1669 een mastbos aanwezig. In het begin van de 20e eeuw is dit bosgebied ontgonnen voor de landbouw, waardoor hier tegenwoordig geen bos meer aanwezig is.48
Afb. 3.5 De heide in het zuidelijke deel van de gemeente Gilze en Rijen is in de loop van de 19e en het begin van de 20e eeuw geleidelijk ontgonnen voor de bosbouw en de landbouw (Topotijdreis 2021, kaart 1921 en 2021).
Pas toen het steken van plaggen door de opkomst van kunstmest in de tweede helft van de 19e eeuw overbodig werd, konden de gemeenschappelijke gronden door grootgrondbezitters worden opgekocht en worden beplant met naaldbos voor de mijnbouw. Deze gebieden, zoals het Prinsebosch en de Chaamsche Bossen in het zuiden van de gemeente, kregen een rationele verkaveling met rechte wegen (zie afb. 3.5). Bij de bebossingen werden de heidevelden geploegd of omgespit, waarna er zaad van grove dennen werd uitgestrooid. Om het zaad te bedekken met zand, werden greppels gegraven, waardoor een regelmatig patroon ontstond.49 Deze bezandinggreppels zijn nog steeds in het
45
Buiks 2002, 466-467. AHN3 2021. 47 Buiks 2002, 274. 48 Buiks 2002, 329. 49 Leestekens van het landschap 2020, bezandingsgreppel. 46
23
Gemeente Gilze en Rijen
hoogteverloop herkenbaar (zie afb. 3.6, links). De overgebleven heidegebieden, zoals rond vliegbasis Gilze-Rijen, raakten vaak geleidelijk op natuurlijke wijze begroeid met bomen en struiken, waardoor hier de rationele verkaveling én de bezandingsgreppels ontbreken (zie afb. 3.6, rechts).
Afb. 3.6 Links het productiebos ten noorden van golfbaan Toxandria, waar de rechte ontginningswegen en de bezandingsgreppels duidelijk herkenbaar zijn. Rechts het natuurlijk begroeide bos ten oosten van de golfbaan (AHN3 2021).
•
heide - “terrein met grotendeels uit heidesoorten bestaande vegetatie,
gelegen op voedselarme grond.”50 Als gevolg van beweiding, branden en strooiselroof verdwenen al in de prehistorie de meeste bossen en kwam er een relatief open landschap met heide, gras en struikgewas voor in de plaats. De heidegebieden werden vooral gebruikt om runderen en schapen te weiden en om plaggen voor de bemesting van de akkers te steken. In de loop van de tijd is het gebruik van de heide door de toename van het aantal schapen voor de wol en de mest steeds intensiever geworden en is het aanzien uniformer geworden met voornamelijk begroeiing van struikheide. In het begin van de 19e eeuw bestond ongeveer de helft van het grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen51 uit woeste gronden, zoals de Molenschotsche Heide, de Molen Heide, de Valkenbergsche Heide, de lange Reitsche heide en de Groote Heide.52 Zoals gezegd verloor de heide in de loop van de 19e eeuw haar functie door de opkomst van kunstmest (zie afb. 3.7) en werden grote gebieden omgezet in cultuurland of beplant met naaldhout (mijnhout). In het resterende deel van de heidegebieden werd de heide geleidelijk verdrongen werd door grassen en bos.53 Alleen op de militaire (oefen)terreinen bij vliegbasis Gilze-Rijen zijn nog enkele, relatief kleine, heidegebieden overgebleven. 50
Baas, Mobach & Renes 2005, 65. Buiks 2002, 35. 52 Baas, Mobach & Renes 2005; Kadasterkaart 1811-1832. 53 Baas, Mobach & Renes 2005. 51
Cultuurhistorische Waardenkaart
24
Afb. 3.7 De heide ten zuidwesten van de Vijf Eiken omstreeks 1900 en tegenwoordig (Topotijdreis 2021, kaart 1920 en 2021).
•
(hout)wal - “Een door de mens opgeworpen, langgerekte aarden wal met
een aaneengesloten beplanting van verschillende houtsoorten. Veelal ligt aan beide zijden een greppel, waardoor het wallichaam steile kanten krijgt.”54 Eén van de meest voorkomende toponiemen in de gemeente Gilze en Rijen is heiningen. Toen in de 14e/ 15e eeuw veel heidegronden werden ontgonnen, werden deze nieuwe ontginningen tegen het loslopende vee beschermd door de aanleg van een wal en hakhout oftewel een heining. Hierdoor was de ontginning tevens beschermd tegen harde winden en verstuiving van zand. Het hakhout werd gebruikt als geriefhout. De heiningen zijn vanaf het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw overbodig geworden. Het geriefhout bracht minder op en er was prikkeldraad beschikbaar voor de afrastering.55 De (inmiddels vervallen) wallen zijn alleen nog herkenbaar in de gebieden waar geen grootschalige landbouw heeft plaatsgevonden, zoals op buitenplaats Valkenberg en in de bossen, zoals in Het Blok (zie afb. 3.8).56
54
Baas, Mobach & Renes 2005, p. 72. Buiks 2002, 513. 56 AHN3 2021. 55
25
Gemeente Gilze en Rijen
Afb. 3.8 Het oude mastbos Het Blok was omgeven door een wal (links net na het kappen van het bos omstreeks 1900). Hiervan zijn alleen nog resten aan de west-, noord- en oostzijde herkenbaar. Tevens zijn in het hoogteverloop de bezandingsgreppels en bomkraters te zien (Topotijdreis 2021 en AHN3 2021).
• steenfabriek en kleiwinning Klei werd al in de Romeinse tijd gebruikt voor baksteenfabricage. Aangezien de huizen na de Romeinse tijd voornamelijk uit hout bestonden, verdween de baksteenproductie tijdelijk vrijwel geheel uit Nederland. In de 12e eeuw vond door de verstedelijking en de vervanging van houten huizen door bakstenen exemplaren vanwege brandgevaar weer op lokale schaal productie van bakstenen plaats.57 In de omgeving van Gilze en Rijen wordt vanaf de 15e eeuw in de archieven melding gemaakt van leemkuilen of leemputten. Zo waren er niet alleen in de omgeving van de Vijf Eiken leemskuilen en leemputten aanwezig, maar ook ten zuiden van Schaapswijk en Weilenseind.58 Hoewel deze toponiemen voorkomen bij laagtes in het landschap, zijn de ontgravingskuilen niet (meer) duidelijk zichtbaar in het landschap.59 De leem werd in eerste instantie gebruikt om de gevlochten wanden van de boerderijen te bestrijken en voor de productie van stenen voor de bouw van kerken en kastelen.60 Door de aanleg van spoorwegbruggen en verharde wegen nam de vraag naar bakstenen en klinkers in de 19e eeuw sterk toe. Lange tijd werden de stenen in simpele veldovens gebakken. Omstreeks 1870 werden er fabriekjes gebouwd met een zogenaamde ringoven, die continue konden werken. De bijbehorende hoge schoorstenen vormden markante elementen in het landschap.
In de gemeente Gilze en Rijen hebben drie steenfabrieken gestaan. In Rijen is in 1871 de fabriek Van den Heuvel gebouwd, die later bekend werd onder de naam
57
Baas, Mobach & Renes 2005. Buiks 2002. 59 AHN3 2021. 60 Fabriekofiel 2021; Buiks 2002. 58
Cultuurhistorische Waardenkaart
26
‘De Vijf Eiken’ (zie afb. 3.9). De leemputten van deze fabriek lagen voornamelijk ten westen van de gemeente Gilze en Rijen in de gemeente Oosterhout, hoewel op basis van het voorkomen van leemkuilen op oude kaarten kan worden afgeleid dat ook binnen Gilze en Rijen leemwinning heeft plaatsgevonden. De leem werd via een smalspoor naar de fabriek vervoerd.61 Zowel de putten als het smalspoor zijn binnen de gemeente Gilze en Rijen niet meer herkenbaar in het landschap.62 De fabriek werd in 1991 gesloten en geheel gesloopt.
Afb. 3.9 Steenfabriek De Vijf Eiken langs het spoor. De fabriek is geheel gesloopt, waarbij ook de karakteristieke schoorsteen is afgebroken (Frabriekofiel 2021).
In 1890 verving Johannes Botermans zijn veldoven op het Weilenseind door een ringoven. In 1918 verkocht hij zijn fabriek aan Adrianus Hendrikx. De fabriek bleef tot 1991 in bedrijf. Door herbestemming van het terrein is de ringoven met de karakteristieke schoorsteen behouden gebleven. Ook de oude kleiputten zijn nog in het landschap herkenbaar als een duidelijke laagte.63 De steenfabriek is door de provincie aangewezen als complex van cultuurhistorisch belang (provinciaal cultuurhistorisch belang).64 In 1918 is door Johannes Vissenberg ten zuiden van Molenschot op de hoek van de Lijndonk en de Raakeindse Kerkweg een ringoven gebouwd. De fabriek ging echter al in 1936 failliet. De leemputten waren op een kaart uit 1939 nog duidelijk herkenbaar, maar zijn later gedempt. Eén van de leemputten is nog lange tijd als een watervoerende laagte herkenbaar gebleven. Pas enkele jaren geleden is ook deze leemput bij de herinrichting van het terrein als bungalowpark gedempt, waardoor er niets meer herinnert aan de steenoven.65 In de Chaamsche Bossen was in ieder geval na de Tweede Wereldoorlog langs de Oude Maastrichtse Baan een kleigroeve aanwezig waarvandaan een smalspoor leidde naar een steenfabriek in Heikant in de gemeente Alphen-Chaam. De laagte die als gevolg van de kleiwinning is ontstaan, is in de jaren zeventig bebost, maar
61
Topotijdreis 2021, kaart 1899. AHN3 2021. 63 AHN3 2021. 64 CHW 2016. 65 Topotijdreis 2021, kaart 1939, 1948-2005. 62
27
Gemeente Gilze en Rijen
het gebied is nog tot de jaren negentig aangeduid als ‘kleigroeve’.66 De laagte is nog steeds duidelijk herkenbaar in het landschap.67 • golfbaan Al op 5 juli 1928 is in Gilze en Rijen de Noord-Brabantsche Golfclub Toxandria opgericht, waarna in 1929 de golfbaan is geopend. Hiermee is het complex de oudste golfbaan van Noord-Brabant en één van de oudste van Nederland. De baan is aan de zuidzijde van de Bredaseweg aangelegd op de aan het einde van de 19e eeuw beboste stuifduinen van De Goorbergsche Heide.68 Bij de aanleg is gebruik gemaakt van het aanwezige reliëf en de bebossing. De negen holes zijn vermoedelijk ontworpen door Harry Colt, een Brits advocaat en architect van golfbanen. In 1937 is de baan uitgebreid naar 18 holes. In 1984 is de baan uitgebreid met twee nieuwe holes en zijn andere holes aangepast.69 Ondanks deze uitbreidingen en de uitbreiding van de bebouwing rond het oude clubhuis heeft de baan haar karakter behouden (zie afb. 3.10).
Afb. 3.10 Golfbaan Toxandria in de jaren dertig (links) en heden (rechts; Topotijdreis 2021, kaart 1939 en 2021).
• Bijzondere bebouwing Op de kaart zijn de kerken, kapellen, windmolens en een stoommaalderij aangeduid. Deze gebouwen (evenals de steenfabrieken, zie hierboven) waren door hun bijzondere functie en verschijningsvorm (vaak al van ver) herkenbaar in het landschap.
3.3.3 Water Het thema ‘water’ omvat de volgende cultuurhistorische elementen:
66
Topotijdreis 2021, kaart 1967, 1980, 1988 en 1995. Fabriekofiel 2021. 68 Topotijdreis 2021, kaart 1870 en 1899. 69 Wikipedia 2021; Top50golf.nl 2021. 67
Cultuurhistorische Waardenkaart
28
•
waterloop of (al dan niet vergraven) beek - “kleine tot middelgrote, min of
meer natuurlijke stroom, die de afwatering in een gebied verzorgt.” 70 In de gemeente Gilze en Rijen zijn verschillende beken en leien (gegraven of vergraven waterlopen) aanwezig. De noordoostgrens van de gemeente Gilze en Rijen werd lange tijd gevormd door de rivier de Donge, die hier sterk meanderend door een brede drassige laagte stroomde. Om het laaggelegen gebied ten westen van de rivier te ontwateren zijn een aantal rechte, min of meer noord-zuid georiënteerde waterlopen of leien gegraven of vergraven, die in de Donge uitwateren. Van oost naar west zijn dit: Het Kleine Leike (ook wel Derde Lei of Kleine Lei genoemd), De Groote Lei (ook wel de Tweede Leij genoemd), De Tweede Leij (ook wel de Eerste Leij genoemd), De Schoorstraatsche Lei en De Akker Lei. In het westen van de gemeente stroomde vanaf Het Raakeind de Molenlei of Gilze Wouwer in noordwestelijke richting tot deze ten noorden van Ginneken in de Mark uitmondde. Vanaf de vijver bij landhuis Valkenberg stroomde de Bavelsche Lei of Cauwelaarsche Beek in noordwestelijke richting totdat de waterloop ten zuiden van Ginneken in de Mark uitmondde. Langs de zuidwestgrens van de gemeente stroomde de sterk meanderende De Beek, die diverse, al dan niet gegraven, zijtakken had die het zuidelijke deel van de gemeente ontwaterde.
Ook het netwerk van waterlopen dat in de 19 e eeuw is gegraven om de vennen in het zuidelijke deel van de gemeente te ontwateren, mondt uit op deze beek. De Beek mondde via de Chaamsche Beek uit in de Mark nabij Ulvenhout.
Afb. 3.11 Niet alleen de loop van de Donge is sterk genormaliseerd, ook de gemeentegrens is verlegd (Topotijdreis 2021).
Een deel van deze waterlopen heeft, gezien het sterk meanderende karakter, een natuurlijke oorsprong. Een deel is gegraven, maar heeft in de loop der tijd plaatselijk een meanderend karakter gekregen. De Donge is in de eerste helft van de 20e eeuw71 genormaliseerd, waardoor het karakter van de rivier sterk gewijzigd is (zie afb. 3.11). In de tweede helft van de 20e eeuw zijn veel van de 70 71
Baas, Mobach & Renes 2005. Topotijdreis 2021, kaart 1936.
29
Gemeente Gilze en Rijen
waterlopen in het gebied ten westen van de Donge verlegd en/of rechtgetrokken. De Beek en veel van haar zijtakken hebben echter hun oorspronkelijke karakter behouden (zie afb. 3.12).72 Mede hierdoor behoort dit deel van de gemeente tot een aardkundig waardevol gebied (zie paragraaf 3.2.4).
Afb. 3.12 Het sterk meanderende verloop van De Beek en haar zijtakken in het uiterste zuidwestelijke deel van de gemeente is niet of nauwelijks gewijzigd (Topotijdreis 2021).
•
ven – “laagte op de pleistocene zandgronden (vroeger vooral in
heidevelden), rond of langgerekt, gevuld met voedselarm water. De meeste vennen hebben een water ondoorlatende bodem.” 73 Verspreid over de gemeente hebben, gezien de toponiemen die hiernaar verwijzen, een groot aantal vennen gelegen.74 De meeste zijn ontgonnen en opgenomen in de landbouwgronden, waardoor ze niet meer herkenbaar zijn. In het zuidwestelijke deel van de gemeente bevonden zich in de bossen een aantal vennen, die nog duidelijk in het landschap herkenbaar zijn als een scherpbegrensde laagte. Een aantal daarvan, zoals het Osse Goor, zijn (weer) waterhoudend. De meeste, zoals het Zwartgoor en het Wolfsgat, zijn in de 19e en begin van de 20e eeuw gedraineerd en zijn alleen als laagte en/of als open plek in het bos nog herkenbaar (kaarteenheid ‘ontwaterd ven’, zie afb. 3.13).
72
Topotijdreis 2021. Baas, Mobach & Renes 2005. 74 Buiks 2002. 73
Cultuurhistorische Waardenkaart
30
Afb. 3.13 Het Wit Goor is in de 19e eeuw ontwaterd, maar nog steeds als een scherp begrensde laagte herkenbaar in het landschap (Kadasterkaart 1811-1832, AHN 3 2021).
• vijver – een door de mens aangelegd waterlichaam. Als onderdeel van de tuin van buitenplaats Valkenberg (zie paragraaf 3.3.2) zijn aan het einde van de 18e eeuw twee vijvers aangelegd. De vijvers zijn in de tweede helft van de 19e eeuw ingrijpend gewijzigd, waarbij de huidige slingervijver is ontstaan. De vijver vormt een karakteristiek onderdeel van de buitenplaatsaanleg.
3.3.4 Nederzettingsontwikkeling Het onderzoeksgebied was lange tijd relatief schaars bebouwd met enkele dorpen en diverse (kleine) gehuchten, zoals Gilze, Rijen, Wellenseind, Bolberg, Aalstraat, Brakken, Horst, Verhoven, Biestraat, Raakeind Aard, Molenschot, Heikant, Vijf Eiken, de Hoek, Laareind, Haansberg, Nerhoven, Vossenberg, de Logt, de Lange Reit en Schaapswijk. Veel van de gehuchten bestonden slechts uit enkele boerderijen, die ruimtelijk gezien een vrij los verband vormden. Daarnaast was sprake van verspreide boerderijen. Met de ontginningen van de heidegebieden in de 19e eeuw nam de bebouwing geleidelijk toe. Het duurde echter tot na de Tweede Wereldoorlog voordat de bebouwing in Gilze en Rijen (en in mindere mate Molenschot) verdichtte en grote nieuwbouwwijken werden aangelegd, waardoor het oude hier grotendeels is verdwenen (zie afb. 3.14). De rest van de gemeente heeft een agrarisch karakter behouden met vrij losse bebouwingslinten. Om deze ontwikkeling in beeld te brengen zijn de volgende gebieden aangeduid: