CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 Rapport Gemeente Gilze en Rijen, Cultuurhistorische Waardenkaart

Gemeenteraad 19 december 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart26.692 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

31

Gemeente Gilze en Rijen

Afb. 3.14 Grote delen van het agrarisch landschap rond Rijen zijn in de loop van de 20e eeuw verdwenen onder uitbreidingswijken.

• historische kern ouder dan 1830, 1830-1900 en heden Dit zijn de gebieden waar de bebouwing omstreeks 1830, 1900 en heden dusdanig dicht bij elkaar aanwezig was, dat gesproken kan worden van een bebouwingsconcentratie of kern.

•

(boeren)erf ouder dan 1830 en 1830-1900: “een boerenerf is een meestal

omheinde ruimte waarbinnen agrarische bedrijfsgebouwen, de boerderij en onbebouwde ruimten samen een eenheid vormen.” Op de kaart zijn zowel de erven aangegeven, die op de kadastrale kaart van omstreeks 1830 al aanwezig waren én momenteel nog als bebouwd gebied herkenbaar zijn, als de erven die zijn verlaten. De kartering van de erven en kernen geeft inzicht in de structuur en ontwikkeling van de bebouwde omgeving en de verandering (met name de huidige bebouwde kom) die dit voor het agrarisch landschap heeft betekent.

3.3.5 Militair erfgoed Het onderzoeksgebied kent een lange militaire aanwezigheid. De oudste resten van conflict-gerelateerd erfgoed die nog aanwezig zijn, dateren uit de Belgische Revolutie (1830-1831). Daarnaast zijn resten aanwezig uit de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), Tweede Wereldoorlog (1939-1945) en de Koude Oorlog (1949-1991). •

militaire terrein <1900

Kamp Rijen Toen de Belgen zich in 1830 onafhankelijk hadden verklaard, bracht Willem I het Nederlandse leger in staat van paraatheid. Dit staande leger werd ter voorbereiding van de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831) deels gehuisvest in Rijen, in het zogenaamde Kamp Rijen. Dit kamp besloeg een grote oppervlakte (circa 1,68 km bij 150 m) waarop zo’n veertienhonderd tenten in slagorde waren geplaatst en een groot scala aan voorzieningen waren aangebracht. Tussen 1830 en 1839 werden er zo’n 13.000 soldaten gekwartierd, waarbij het kamp na de

Cultuurhistorische Waardenkaart

32

Tiendaagse Veldtocht systematisch gebruikt werd voor het trainen van twee divisies. Aan de zuidkant, op het terrein van de huidige vliegbasis, werden oefeningen en wapenschouwen gehouden. Het kamp werd aan de zuidkant (richting België) beveiligd door het aanbrengen van een zestal lunetten. Na het vertrek van het staande leger van Willem I werd het gebied nog veelvuldig gebruikt als oefenterrein, waarbij met regelmaat kampachtige structuren werden ingericht.75 Tegenwoordig zijn nog de stelplaatsen van een groot aantal tenten, evenals randstructuren zichtbaar aan het maaiveld ten noorden van de N282. Ten zuiden van de weg zijn nog een viertal lunetten als duidelijke anomalie in het landschap aanwezig. Ook bevinden zich op het terrein van de vliegbasis resten van een schietbaan met kogelvanger die zeer waarschijnlijk tot Kamp Rijen behoorde. • militaire terrein 1900-1945 Uit deze periode zijn in de gemeente Gilze en Rijen drie terreinen aanwezig; Vliegbasis Gilze-Rijen en het daarbij behorende Kamp Prinsenbosch en een munitieopslagterrein.

Vliegbasis Gilze-Rijen De geschiedenis van het vliegveld Gilze-Rijen gaat terug naar het begin van de luchtvaart in Nederland. Op 28 augustus 1910 nam de pas opgerichte N.V. De Eerste Nederlandsche Vliegvereeniging de Molenheide nabij Gilze in gebruik als vliegveldje. Hiervoor werd het heideveld geëgaliseerd en werd er een landings/startbaan ingericht. Bij de Nederlandse landmacht was er ondertussen een tekort aan geschikte vliegvelden ontstaan. Tussen 1910 en 1913 was namelijk alleen het vliegveld Soesterberg geschikt voor militair luchtverkeer. In afwachting van nieuwe militaire vliegvelden werden bestaande civiele vliegveldjes overgenomen. Reeds enkele jaren na de aanleg van het vliegveldje bij Gilze werd het terrein in het kader hiervan overgenomen door de Luchtvaartafdeeling (LVA) van het Nederlandse leger. De eerste militaire vlucht vanaf de Molenheide vond plaats in augustus 1913. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vertrokken er geregeld verkenningsvluchten die de situatie langs de Belgische grens in de gaten moesten houden. Tijdens de werkverschaffing werd begonnen met de aanleg van een nieuw civiel vliegveld direct ten oosten van het bestaande militaire vliegveld, Vliegveld Nerhoven. De bouw hiervan begon in 1937 en was ten tijde van de Duitse inval bijna voltooid.

Vlak daarvoor kreeg ook dit civiele vliegveld als gevolg van de acute oorlogsdreiging een militaire bezetting.76 Dit vooroorlogse vliegveld kenmerkte zich door de aanwezigheid van één grote startbaan, in combinatie met kleinschalige randstructuren, zoals barakken. Van deze eerste fase resteren tegenwoordig nauwelijks cultuurhistorische elementen, waaronder bijvoorbeeld delen van de infrastructuur en de algemene opzet van de kern van de vliegbasis.

75 76

Roymans, Beex & Roymans 2018; Heemkring Molenheide 2021. Van den Hout 2017b, 252-263.

33

Gemeente Gilze en Rijen

Afb. 3.15 Luchtfoto richting het noorden van het militaire vliegkamp Gilze-Rijen/Vliegveld Molenheide (blauwe pijl) en het in aanbouw zijnde Vliegveld Nerhoven (rode pijl) ergens in de jaren dertig (bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, objectnummer 502-47-002).

Op 10 mei 1940 was Gilze-Rijen één van de weinige Nederlandse vliegvelden met een permanente operationele militaire bezetting. Op het vliegveld vonden in de vroege ochtend van 10 mei korte maar hevige gevechtsacties plaats.77 Snel na de Duitse bezetting van Tilburg op 12 mei 1940 werden beide vliegvelden (GilzeRijen en Nerhoven) net als de meeste andere Nederlandse vliegvelden als Feldflugplatz door de Duitse Luftwaffe in gebruik genomen. De terreinen werden gebruikt door Duitse verkenningseenheden die tijdens de Blitzkrieg van 1940 verkenningsvluchten uitvoerden boven het front in Nederland en België. In juni van dat jaar werd het terrein nog kortstondig gebruikt voor het uitvoeren van medische vluchten, met name voor het evacueren van zwaargewonde Duitse soldaten.78 In juni 1940 werd door de Luftwaffe begonnen met de verdere inrichting van de beide vliegvelden als één Fliegerhorst. Hiervoor werden de vliegveldjes met elkaar verbonden, werd er additionele infrastructuur aangelegd (zoals wegen en leidingen) en werd er begonnen met de aanleg van randstructuren, zoals onderkomens voor het grondpersoneel. Ten behoeve van deze grootschalige uitbreiding werden er in de directe omgeving van de bestaande veldjes op grote schaal boerderijen, woningen en andere panden gevorderd en gesloopt. In totaal werden op het terrein drie start- en landingsbanen aangelegd.

Er werden enkele grote hangars gebouwd, waaronder Rundbogenhallen, die in 1941 aangevuld werden met een grote bakstenen onderhoudshangar aan de westzijde van het terrein. Tevens worden er circa honderd tijdelijke hangars voor het onderbrengen van tweemotorige toestellen geplaatst. Deze bestonden uit muren van strobalen zonder fundering met een ‘dak’ van camouflagenet. Geleidelijk werden deze tijdelijke hangars vervangen door exemplaren met een meer permanent karakter. Deze latere hallen hadden splintervrije wanden van baksteen, een metalen schuifdeurconstructie en een houten dak. In 1941 werden er verspreid over het terrein ongeveer tien Wärmehallen geplaatst, die gecamoufleerd werden als 77 78

Van den Hout 2017b, 252-263. Van den Hout 2017b, 252-263.

Cultuurhistorische Waardenkaart

34

boerderij. Deze uit baksteen opgetrokken verwarmde hangars boden plaats aan twee- of driemotorige toestellen.

Afb. 3.16 Afbeelding van een houten toren voor licht luchtdoelgeschut op het terrein van Fliegerhorst Gilze-Rijen tijdens de Tweede Wereldoorlog (bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, objectnummer 2189-018-024-007).

Buiten deze primaire structuren werden er nog tal van secundaire structuren aangelegd, waaronder een Kompensierscheibe voor het afstellen van vliegtuigkompassen, een inschietbaan met bijbehorende infrastructuur, een spoorlijn met gebunkerde laad- en losplaats aan de oostzijde van het terrein79, een Lorenz-systeem voor de verlichting van aanvliegroutes, een brandweerkazerne, een militaire villawijk, de Fliegerhorstkommandatur, een ziekenboeg en diverse andere ondersteunende faciliteiten. De meeste van deze structuren bevonden zich in de beboste gebieden ten noord- en zuidwesten van het eigenlijke terrein. Ook werd er, binnen de grenzen van de huidige vliegbasis, een groot munitieopslagterrein aangebracht voorzien van uit baksteen opgetrokken gebouwen en bunkers en onderhield het vliegveld een eigen Landwirtschaft (agrarische tak). Na de ingebruikname in september 1940 functioneerde de Fliegerhorst als Leithorst van alle vliegvelden van Zuid-Nederland. Daarom werd het vliegveld voorzien van een uitgebreid netwerk van burelen en communicatievoorzieningen 79

Van deze spoorbaan zijn tegenwoordig geen elementen meer zichtbaar aanwezig in het landschap.

35

Gemeente Gilze en Rijen

en zou het opereren onder de naam Flughafenbereich 6/III Gilze-Rijen. Voorts kreeg het geheel de codenaam Heerstrasse toegewezen.80 Vanaf 1943 werd er onder druk van geallieerde luchtaanvallen gewerkt aan het verder verspreiden van gereedstaande toestellen. Dit had als doel om schade van bombardementen zoveel mogelijk te beperken en het vliegveld en haar structuren minder te laten opvallen. Hiervoor werden kilometers extra rolbaan aangelegd, waarnaast opstelplaatsen gerealiseerd werden die omgeven werden door Splitterwanden (scherfvrije aarden wallen). Ook werd er in april 1944 een zogenaamde Schattenplatz (schaduwvliegveld) aangelegd. Veel van deze werkzaamheden zijn als gevolg van de toenemende geallieerde druk nooit voltooid.81 Tot augustus 1944 bleef de Amerikaanse luchtmacht met enige regelmaat aanvallen op Gilze-Rijen uitvoeren, met wisselend resultaat. Hierna werden er nog diverse Britse bombardementsvluchten uitgevoerd, waarbij op 3 september het gebied in en rond Hulten zwaar werd getroffen. Na deze laatste aanval werd op 4 september het gehele vliegveld ontruimd en verlaten, waarbij munitievoorraden, defecte vliegtuigen, brandstoftanks en wapens werden opgeblazen. Nadat zo’n tien dagen later de rust was teruggekeerd arriveerde een Sprengkommando op de basis, die systematisch alle resterende munitie en structuren opblies.

Veel panden bleven echter gespaard van deze vernielingsdrang. Uiteindelijk werd de omgeving van Gilze-Rijen op 27 en 28 oktober zonder grootschalige gevechtsacties door de 1st Polish Armoured Division bevrijd.82

Afb. 3.17 De aankomst van koningin Wilhelmina op vliegbasis Gilze-Rijen, 2 mei 1945 (bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, objectnummer 2157_008228)

80

Ries & Dierich 1993, 33. Van den Hout 2017b, 252-263. 82 Van den Hout 2017b, 252-263. 81

Cultuurhistorische Waardenkaart

36

Meteen na de bevrijding werd het vliegveld door de Britten in gebruik genomen, waarbij het de naam B.77 Gilze-Rijen kreeg. Op 21 november 1944 werd de basis in gebruik genomen door 84 Group RAF, waarbij in eerste instantie fotoverkenners en jachtbommenwerpers operationeel werden ingezet. Tot het einde van de oorlog in Europa werden er diverse squadrons van divers pluimage, zoals jachtvliegtuigen, bommenwerpers en nachtjagers, vanaf Gilze-Rijen ingezet boven vijandelijk gebied.

Kamp Prinsenbosch Omdat er na de Duitse ingebruikname van het vliegveld Gilze-Rijen onder toenemende geallieerde druk behoefte was aan de verspreide legering van aan op het vliegveld actieve manschappen, werd er in 1941 besloten tot het bouwen van een legeringslocatie in het Prinsenbosch, tussen Gilze en Chaam. Het complex, dat de naam Lager Chaam kreeg, bestond uit zestig in boerderijstijl gebouwde legeringsgebouwen, twee keukencomplexen (met eetzaal), douchegebouwen, een kegelbaan, een wachtgebouw en een telefooncentrale. Er was tevens een smalspoorverbinding met het Fliegerhorst aanwezig. Direct na de bevrijding kreeg dit Lager een nieuwe naam, Kamp Prinsenbosch, en werd het in gebruik genomen door de Britse Royal Air Force (RAF) en vanaf 1946 door het Nederlandse leger. Tegenwoordig is het complex in nagenoeg originele staat en wordt gebruikt voor de huisvesting van asielzoekers.83 •

militaire terrein >1945

Vliegbasis Gilze-Rijen Na mei 1945 bleef het terrein van vliegbasis Gilze-Rijen nog geruime tijd als Brits vliegveld in gebruik, waarbij onder andere buitgemaakte Duitse vliegtuigen tussenlandingen maakten op weg naar Engeland.84 Op 10 januari 1946 werd het vliegveld officieel overgedragen aan de Nederlandse autoriteiten, waarna het tot heden een belangrijk onderdeel van het Nederlandse luchtwapen zou blijven. 85 Tot 1972 is de basis een Nederlands opleidingscentrum voor vliegeniers en grondpersoneel. In 1972 werd het vliegveld met de komst van Northrop F-5 (Freedom Fighter)86 gevechtsvliegtuigen een operationele basis. Om deze toestellen te kunnen huisvesten worden er grote aantallen nieuwe opstelplaatsen (dispersals) en hangars (shelters) gebouwd, evenals commandobunkers, een nieuwe verkeerstoren, brandstof- en munitieopslagvoorzieningen. Ook werd voor dit doel de interne infrastructuur (rol- en startbanen en dergelijke) gewijzigd. In 1983 fuseerde de basis met die in Eindhoven waarna in 1991 de NF-5 toestellen langzaam vervangen werden voor modernere General Dynamics F-16’s (Fighting Falcons). Bij het wegvallen van de dreiging uit het oosten verlieten de F-16’s de basis in 1995. Vanaf dat moment maakte de basis deel uit van de zogenaamde Tactische Helikopter Groep van de Nederlandse luchtmacht.

Vanaf de basis worden vanaf dat moment Cougar-, Apache-, Chinook- en Allouette-helikopters operationeel ingezet. Om de komst van de helikopters te faciliteren werden er wederom de nodige ingrepen in de infrastructuur gedaan, en werden er diverse nieuwe loodsen en randstructuren – waaronder munitieopslagplaatsen – aangelegd.87

83

Heemkring Molenheide 2021; Forten Info 2021. Van der Hout 2017a, 360-366. 85 Van der Hout 2017a, 360-366. 86 Omdat de toestellen voor Nederlandse levering in hoge mate gemodificeerd waren, kregen deze een eigen naam, de Netherlands NF-5. 87 Defensie 2021; Van der Hout 2017a, 360-366. 84

37

Gemeente Gilze en Rijen

In en rond deze militaire terreinen zijn diverse elementen te onderscheiden die gerelateerd zijn aan het militair gebruik van de gemeente. Deze worden hieronder nader toegelicht. • lunet: Een lunet is een klein verdedigingswerk met twee facen en doorgaans korte flanken. Een lunet wordt ook wel ravelijn of halve maan genoemd. Binnen de gemeentegrenzen van Gilze en Rijen bevinden zich nog vier zichtbare lunetten ten zuiden van (en behorende bij) Kamp Rijen. Deze stammen uit de periode van de Belgische Revolutie. Voorts bevinden zich nog enkele mogelijke (oefen)lunetten ten zuidoosten hiervan. • rolbaan: Rolbanen zijn brede verharde stroken die tot doel hebben om vliegtuigen en helikopters over het vliegveld te bewegen, bijvoorbeeld van en naar de startbaan. Dergelijke rolbanen vormen een integraal onderdeel van de infrastructuur van vliegvelden. Binnen het terrein van vliegbasis Gilze-Rijen bevinden zich diverse Duitse rolbanen uit de bezettingsperiode, evenals rolbanen uit de Koude Oorlog. • startbaan: Een startbaan (ook wel landingsbaan genoemd) is een brede, meestal geasfalteerde of beklinkerde strook waar vliegtuigen vanaf kunnen opstijgen en op kunnen landen. De strook is lang genoeg om vliegtuigen voldoende snelheid te geven om op te stijgen, en heeft voldoende lengte om een toestel geheel tot stilstand te laten komen na het landen.

Op de vliegbasis bevinden zich momenteel nog twee elkaar kruisende startbanen uit de Koud Oorlog. • approach apparatuur: Ten oosten van de vliegbasis bevindt zich een strook met landingsapparatuur, bestaande uit lampen en radarinstallaties. Deze apparatuur stelt een piloot in staat in het donker of met slecht zicht te landen. Deze apparatuur stamt deels uit de Koude Oorlog. • dispersal88: Binnen de grenzen van de vliegbasis Gilze-Rijen bevinden zich grote aantallen dispersals. Dit zijn opstelplaatsen voor vliegtuigen en/of helikopters die meestal ter bescherming verspreid over het terrein van een vliegveld zijn aangelegd. Een dispersal bestaat meestal uit een ‘parkeerplaats’ van asfalt, beton(platen) of klinkers (zie afb. 3.18) en is in veel gevallen voorzien van scherfwerende wanden aan de randen ter bescherming van het op de dispersal geparkeerde voertuig. De dispersals binnen de vliegbasis Gilze-Rijen dateren voornamelijk uit de Koude Oorlog, terwijl er ook enkele Duitse exemplaren uit de Tweede Wereldoorlog aanwezig zijn.

88

Er is hier gekozen voor een Engelse term, daar een correcte Nederlandse term die de volledige lading dekt niet beschikbaar is.

Cultuurhistorische Waardenkaart

38

Afb. 3.18 Foto van twee dispersals op vliegbasis Gilze-Rijen in de jaren zestig (bron: Collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie, objectnummer 2157_029512)

• hangar: Binnen de grenzen van de vliegbasis Gilze-Rijen bevinden zich grote aantallen vliegtuighangars. Dit zijn, anders dan dispersals, overdekte en/of ommuurde opstelplaatsen (stallingen) voor vliegtuigen. Hangars kunnen zowel verwarmd als onverwarmd zijn. Het merendeel van de hangars binnen de vliegbasis Gilze-Rijen dateert uit de Koude Oorlog, terwijl enkele tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn aangelegd. • verkeerstoren: Toren die meestal centraal op het vliegveld staat, van waaruit het vliegverkeer gedirigeerd wordt. Op het terrein van vliegbasis Gilze-Rijen bevindt zich een verkeerstoren uit de Koude Oorlog. • pand: Een pand is in de regel een gemetselde of betonnen gebouw ter onderbrenging van personeel, faciliteiten of burelen. Binnen de gemeentegrenzen van de huidige gemeente Gilze en Rijen zijn met name panden met een militair karakter gebouwd binnen en in relatie met de vliegbasis Gilze-Rijen. Ten westen van Gilze ligt bijvoorbeeld het Kamp Prinsenbosch. Dit is een zogenaamde Siedlung die bedoeld was voor het huisvesten van personeel van Fliegerhorst Gilze-Rijen. De panden die op de kaart zijn opgenomen zijn alle karakteriserend voor de periode waarin ze zijn aangelegd in relatie met het militaire doel van de panden. • randstructuur: Onder de legendacategorie randstructuur vallen (enkele) elementen die niet in één van de andere categorieën vallen.

Een voorbeeld hiervan is de Kompensierscheibe die zich op het terrein van vliegbasis Gilze-Rijen bevindt. Deze ronde structuur was bedoeld voor het afstellen van kompassen van Duitse vliegtuigen.

39

Gemeente Gilze en Rijen

•

bunker – “algemene, uit het Duits ontleende benaming voor een

gevechtsopstelling, opslag of onderkomen van doorgaans gewapend beton.”89 Binnen de gemeentegrenzen van de huidige gemeente Gilze en Rijen bevinden zich enkele schuil- en munitiebunkers. Deze bunkers horen voornamelijk bij het vliegveld en dienen ter bescherming van personeel of munitie voor afweergeschut. Bij de schuilbunkers gaat het om betonnen of gemetselde bunkers ter bescherming bij luchtaanvallen of beschietingen. Ten noordoosten van de dorpskern van Molenschot bevinden zich voorts enkele munitiebunkers behorende bij een stelling voor zwaar luchtdoelgeschut die zich in de directe omgeving hiervan bevond (zie afb. 3.19). Deze bunkers bestaan uit muren en daken van gewapend beton.

Afb. 3.19 Een Duitse munitiebunker voor opslag van munitie voor luchtdoelgeschut te Molenschot (bron: Traces of War, mei 2021).

• opslag: In relatie met de vliegbasis Gilze-Rijen zijn in het verleden grote aantallen opslagstructuren aangebracht op en rond het vliegveld. Een opslagstructuur is bedoeld ter opslag van bijvoorbeeld munitie of brandstof voor korte of lange perioden. Deze opslaglocaties kunnen zowel aarden structuren betreffen, als structuren met een (niet tegen uitwerking van munitie beschermende) ommuring of overkapping. • veldstelling: Gegraven structuren (niet behorende bij de andere categorieën) met een tijdelijk karakter, zoals onderkomens. Verspreid binnen de gemeentegrenzen van Gilze en Rijen bevinden zich diverse veldstellingen. Een onderkomen betreft een ondergronds of semiondergrondse structuur ten behoeve van de huisvesting van militairen, waaronder zogenoemde Halbgruppenunterstände. • loopgraaf Een loopgraaf is een verdiepte greppel. Een schuilloopgraaf is een loopgraaf met als doel het beschermen van personeel of burgers tegen luchtaanvallen of 89

Baas, Mobach & Renes 2005, 32.

Cultuurhistorische Waardenkaart

40

beschietingen. Schuilloopgraven kennen in de regel geen gevechtsfunctie. Binnen de gemeente Gilze en Rijen bevinden zich enkele (resten van) schuilloopgraven (zie afb. 3.20, links), die voornamelijk behoorden bij Fliegerhorst Gilze-Rijen. Tussen de huidige helikopterloodsen op het vliegveld en de huidige Rijksweg N282 bevindt zich voorts een gebied waar mogelijk resten zichtbaar zijn van oefenloopgraven die behoorden bij Kamp Rijen (1830-1839). Hier kon echter geen zekerheid over gegeven worden, daar deze structuren niet alle klassieke kenmerken vertonen van loopgraven. Het gaat hier met name om wallen in plaats van greppelstructuren (zie afb. 3.20 rechts).

Afb. 3.20 Links zijn nog duidelijk de schuilloopgraven uit de Tweede Wereldoorlog in de Nerhovensche Bosschen te herkennen. Rechts vermoedelijke oefenloopgraven uit 1830-1831 direct ten zuiden van de Rijksweg N282. Op beide afbeeldingen zijn ook bomkraters te herkennen (AHN3 2021).

• wal: Binnen het terrein van de vliegbasis zijn diverse wallen met een militaire functie aanwezig. Het gaat hierbij in de meeste gevallen om scherfwanden, aarden wallen die bescherming bieden tegen granaat- of bomscherven en andere uitwerkingen van munitie. Dergelijke scherfwanden werden bijvoorbeeld aangebracht rond dispersals of opslagplekken. • schietbaan: Schietbanen zijn locaties waar met vuurwapens geoefend kon worden, meestal voorzien van een verdiepte baan en een (aarden) kogelvanger. Binnen het terrein van vliegbasis Gilze-Rijen bevinden zich twee (resten van) schietbanen, één uit de Koude Oorlog en één die vermoedelijk behoorde bij Kamp Rijen (Belgische Revolutie). • spoorlijn: Spoorlijnen in militaire context zijn infrastructurele werken ter aan- en afvoer van goederen, voertuigen, materieel en manschappen. Binnen de grenzen van de gemeente Gilze en Rijen is nog één militaire spoorlijn herkenbaar aanwezig in het

41

Gemeente Gilze en Rijen

landschap, namelijk aan de noordwestzijde van vliegbasis Gilze-Rijen, tussen de spoorlijn Breda-Tilburg en het opslagterrein aldaar.

Cultuurhistorische Waardenkaart

42

4

Cultuurlandschappen

4.1 Inleiding De Cultuurhistorische Waardenkaart (zie bijlage 3) is een afgeleide van de kaart ‘Cultuurhistorische Inventarisatie’. Op basis van de ruimtelijke en historische samenhang is de gemeente opgedeeld in zes cultuurlandschappen; De Leijen (1), De Akkers (2), Jonge ontginningen (3), Militair terrein (4), Ontginningsbossen (5) en Buitenplaatsen (6). Van deze landschapstypen zijn de historische structuur 90 en de huidige situatie91 beschreven. De cultuurlandschappen zijn vervolgens op basis van karakteristiek en intactheid van de historische structuur opgedeeld in 22 deelgebieden (subcodes a-i). In de onderstaande paragrafen wordt per cultuurlandschap de cultuurhistorische karakteristiek beschreven en aangegeven of het gebied tot een attentiegebied behoort.

4.2 Cultuurlandschap ‘De Leijen’ Historisch beeld Het gebied ‘De Leijen’ was lange tijd een relatief nat gebied, dat in gebruik was als hooiland, weiland en hakhout, afgewisseld met drogere percelen naaldhout en heide. Door de aanwezige beplanting (zowel als perceelsbegroeiing als op de percelen), had een groot deel van het gebied een kleinschalig en besloten karakter. In het oosten en noorden werd het gebied begrensd door het brede dal van de Donge, die een sterk meanderend karakter had. Het gebied werd ontwaterd door een serie noordnoordoost-zuidzuidwest georiënteerde waterlopen; van west naar oost zijn dit de Schoorstraatsche Lei, De Eerste of Tweede Leij, De Tweede of Groote Leij en De Derde Leij of Het Klein Leike. Ondanks de ontwatering was het gebied onbewoond en waren er slechts een beperkt aantal wegen om het gebied vanaf het hoger gelegen westelijk gebied te ontsluiten, zoals de oost-west georiënteerde Breede Straat, Mos Straat, Zwarte Dijk-Wei Straatje en Wierk Straat. Daarnaast ontsloten nog enkele min of meer noord-zuid georiënteerde wegen het gebied vanaf de zuidelijk gelegen Groote Weg van Breda naar S Bosch, zoals de Schors Straat, De Nieuwe Dreef en de inmiddels verdwenen Broek Dijk en Hooi Weg. Deze laatste weg maakte onderdeel uit van de route die de boeren in Gilze en Rijen namen om het hooi van het gepachte land in de polders van de Biesbosch op te halen.

Via de duiker de Stenen Beer, die nog steeds aanwezig is, stak de weg het Klein Leike over. Tot

90

Deze beschrijving is gebaseerd op de Kadastrale kaart 1811-1832 en de Topografische kaart (Bonneblad) ca. 1900 (Topotijdreis 2021). 91 Deze beschrijving is gebaseerd op de meest recente topografische kaart (geraadpleegd via Topotijdreis) en recente luchtfoto’s (geraadpleegd via Google Maps).

43

Gemeente Gilze en Rijen

slot vormde de weg De Langeberg de overgang naar de hogere gelegen gronden in het westen. In de loop van de 19e eeuw werd het zuidoostelijke deel van het gebied beter ontsloten door de aanleg van enkele nieuwe wegen. Hierlangs zijn tevens de eerste boerderijen gebouwd. Bovendien is langs de zuidgrens van het gebied in 1863 de spoorlijn Breda-Tilburg aangelegd.92

Afb. 4.1 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘De Leijen’ rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Huidige situatie Vanwege het versnipperde grondgebruik, de slechte waterbeheersing en de gebrekkige ontsluiting van het gebied wilde men al in de jaren vijftig een ruilverkaveling doorvoeren. Uiteindelijk duurde het tot 1972 voordat met de ruilverkaveling Gilze-Bavel-Rijens Broek werd gestart. De wegen werden verhard en rechtgetrokken, er werden waterlopen gegraven of rechtgetrokken en de landbouwpercelen werden vergroot, waarbij de oude singels en hakhoutstroken op de perceelsgrenzen werden verwijderd en compleet nieuwe perceelsgrenzen werden gecreëerd. Verspreid langs de wegen werden nieuwe boerderijen gebouwd. Het oude, kleinschalige, onbebouwde en slecht toegankelijke landschap veranderde hierdoor in een vrij open, rationeel verkaveld gebied met verspreid liggende boerderijen. Het contrast dat van oudsher bestond met bijvoorbeeld de hogere gronden in het westen is hiermee verdwenen en ook de interne verschillen zijn verdwenen, zodat een groot, vrij homogeen gebied is ontstaan. Aan het einde van de vorige eeuw is de oude gemeentegrens, die de Landscheiding of Donge volgde, verlegd ten behoeve van grootschalige woningbouw (de Reeshof) in Tilburg, waardoor de huidige oostgrens van het gebied is ontstaan.93 De grote wijzigingen die hebben plaatsgevonden in de inrichting van het hebben de cultuurhistorische waarden van het gebied gewijzigd en/of aangetast.

Het betekent echter niet dat er helemaal geen cultuurhistorische waarden meer aanwezig zijn.

92 93

Minuutplan 1811-1832; Topotijdreis 2021. Minuutplan 1811-1832; Topotijdreis 2021; Tijdmachine Gilze en Rijen 2021.

Cultuurhistorische Waardenkaart

44

Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 1a De Leijen Toponiemen Rijensche Bosschen, De Korte Rekken, Het Rek, De Koe Weiden,

-

-

De Blokskens, De Breede Straat, De Verre Weiden, Het Moer, De Moer Weiden, De Beslote Beemden, De Rijensche Velden, De Berken Schoot, Achter de Rijensche Langenberg, het Haansbergsche Broek, De Hooge en Lage Maden, De Elzen Beemden, De Lange Hoeven, De Hakkelaars, De Haasen en De Tinnegieters; restant oude wegen, waaronder De Breede Straat, De Mos Straat, De Zwarte Dijk-Het Wei Straatje, De Wierk Straat en De Langenberg; restant (deels verlegde) oude waterlopen, waaronder Schoorstraatsche Lei, De Eerste of Tweede Leij, De Tweede of Groote Leij94 en De Derde Leij of Het Klein Leike; oude duiker Hooiweg (Stenen Beer); 19e-eeuwse spoorbaan Tilburg-Breda; enkele 19e-eeuwse erven; karakteristieke, 20e-eeuwse bebouwing; historische structuur en karakter is door de ruilverkaveling in de periode 1972-1984 sterk gewijzigd.

4.3 Cultuurlandschap ‘De Akkers’ Historisch beeld Lange tijd lagen de akkercomplexen of essen in de gemeente Gilze en Rijen als duidelijk begrensde eilanden in uitgestrekte, onontgonnen ‘woeste gronden’ oftewel heidegronden en bossen. De kavelscheidingen op een es bestonden uit nauwelijks zichtbare greppels, grasstroken of stenen waardoor de essen, ondanks het versnipperde bezit, een grootschalige indruk boden. Om het vee en het wild van de akkers te weren, waren de essen vaak omgeven door houtwallen. In de akkers lagen de dorpen en gehuchten. Het grote akkercomplex in het zuidelijke deel van de gemeente omvatte de gehuchten Kerkstraat, Nerhoven, Aalstraat, Weilenseind, Bolberg, Horst, Brakken, Biestraat, Verhoven, Driehoek en Den Aart. Haansberg, Laagstraat, Rijen, De Hoek en Laareind lagen in een langgerekt, noordnoordwest-zuidzuidoost georiënteerd akkergebied in het noordwesten van de gemeente. De overige gehuchten, zoals Lange Reit, Molenschot, Berkeind en Lage Vossenberg, Hooge Vossenberg en tot slot Hulten lagen in kleinere akkercomplexen.95

94

De waterlopen zijn in de 19e eeuw van naam gewijzigd, waardoor de naam Tweede Leij voor 95 Minuutplan 1811-1832; Topotijdreis 2021.

45

Gemeente Gilze en Rijen

Afb. 4.2 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘De Akkers’ ten westen van Gilze rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Afb. 4.3 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘De Akkers’ ten westen van Molenschot rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Huidige situatie In met name het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw konden de ‘woeste gronden’ rond de bouwlanden dankzij de beschikbaarheid van kunstmest worden ontgonnen. Het onderscheid tussen de oude bouwlanden en de voormalige ‘woeste gronden’, maar ook de beekdalen is, zeker na de ruilverkavelingen in de periode 1972-1984, verdwenen. Grote delen van de essen zijn in de tweede helft van de 20e eeuw verdwenen onder de uitbreidingswijken van Gilze en Rijen. Hoewel dit betekent dat de landschappelijke karakteristieken en contrasten sterk zijn verminderd, is er ook in het huidige gewijzigde sprake van cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 2a De Schorsstraat Toponiemen Rijensche Schorsstraat, Dongensche Schorsstraat, De Hooge Akker, De Tiggel Reek, De Vrouwkens Bleek en de Tichel Rijt; oud wegenpatroon (o.a. De Laareindsche Straat, De Breede Straat, De Schors Straat); restanten oude waterlopen (de Akker Lei, De Schorsstraatsche Lei en Heiloop Leij Vaartje); oud bebouwingslint Laareind met karakteristieke bebouwing;

Cultuurhistorische Waardenkaart

46

-

de historische structuur en het karakter is door met name de ruilverkaveling, maar ook door de aanleg van een golfbaan, recreatieterrein, zuiveringsinstallatie en moderne infrastructuur, sterk gewijzigd/aangetast.

Gebied 2b Het Hultens Eind Toponiemen Het Hultens Eind, De Zwaantjes en De Haansberg; restant oud wegenpatroon, waaronder Oude Baan van Breda naar Tilburg, Groote Weg van Breda naar S Bosch en De Broek Dijk); 19e-eeuwse spoorlijn Breda-Tilburg; restant oude waterloop (De Groote Lei); historisch bosgebied (Het Blok); historische erven Hulten; 20e-eeuwse waardevolle bebouwing (gemeentelijk monument en karakteristieke-cultuurhistorisch waardevolle bebouwing); historische structuur en karakter is door ruilverkaveling en uitbreidingswijk Hulten aangetast. Gebied 2c Molenschot Toponiemen Molenschotsche Gooren, Molenschots Broek, Noord Westelijk

-

-

Molenschot, Noord Oostelijk Molenschot, Zuid Oostelijk Molenschot, Zuid Westelijk Molenschot en De Heiningen; oud wegenpatroon, waarvan een klein deel nog onverhard (De Broek Dijk, Veen Straat, Hoog Straat, Broek Straat, De Laag Straat, Het Vragt Straatje, Molen Schots Dijkje en De Rijensche Kerk Weg; (deels verlegde) oude waterlopen (o.a. Molenlei en Hei Lijke Uitwatering); historische kern Molenschot en verspreid liggende (deels verdwenen) historische erven; cultuurhistorisch waardevolle kerk en kapel; monumentale boom in centrum Molenschot; waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle panden); historische bosgebieden; grotendeels intacte historische structuur, hoewel de karakteristiek door de ruilverkaveling, uitbreidingswijken en recreatieterreinen is aangetast.

Gebied 2d De Aard Toponiemen De Lage Aard en De Hooge Aard; restant historisch wegenpatroon (De Lijndonksche Straat, De Lijndonksche Weg, Weg van Lijndonk naar het Raakeind, Dijk van Breda naar Gilze; oude waterloop (Molenlei); drooggelegde vennen (Lage Wouwer en Hoge Wouwer); restant historische bebossing; verspreide oude erven (o.a. De Grote Hoeve, De Kleine Hoeve, Sancta Maria) als kern van de oude bouwlandcomplexen; waardevolle bebouwing (karakteristieke panden); gewijzigde historische structuur (verkaveling en wegenpatroon) door ruilverkaveling. Gebied 2e Nerhoven Toponiem De Lage Nerhoven; oude (deels verdwenen) erven gerelateerd aan de historische kern Nerhoven; waardevolle bebouwing (gemeentelijk monument en karakteristieke panden); klein restant historische infrastructuur (De Wijkevoort);

47

Gemeente Gilze en Rijen

-

sterk gewijzigde historische structuur (verkaveling en wegenpatroon) door ruilverkaveling en aanleg moderne infrastructuur.

Gebied 2f Vossenberg Toponiem Het Vossenbergsch Heitje en De Lage Vossenberg; restant historisch wegenpatroon (De Lage Vossenbergsche Straat, De Rielsche Weg en De Baan van Gilze naar Tilburg); restant oude waterloop (Het Klein Leike); historische kern De Lage Vossenberg met waardevolle bebouwing (karakteristieke panden); monumentale boom in historische kern Lage Vossenberg; gewijzigde historische structuur (verkaveling en wegenpatroon) door ruilverkaveling en aanleg moderne infrastructuur. Gebied 2g De Reit Toponiem De Logt, De Reit, De Heining, Het Wellens Eind, De Rendout en De Schaaps Dijk; restant historisch wegenpatroon (o.a. De Kleine Aal Straat, Het Spoel Straatje,

De Baan van Gilze naar Tilburg, Het Reit Straatje, De Schaaps Dijk, De Wellens Eindsche Straat, Het Koe Straatje, Het Kalver Straatje, Het Hengst Straatje en De Alphensche Dijk; -

verspreide historische erven; waardevolle bebouwing (karakteristieke panden); kleiwinningsput; gewijzigde historische structuur door ruilverkaveling, aanleg moderne infrastructuur en recreatieterrein.

Gebied 2h De Biestraat Toponiem De Alphensche Baan, De Bolberg, De Horst, De Bolbergsche Hoek,

-

-

-

De Leems Kuilen, De Besterd, De Brakken, het Bessemeind, De Beistraatse Hoek, het Biestraats Eind en De Bie Straat; historisch (deels onverhard) wegenpatroon (Oude Baan van Breda naar Gilze, De Bie Straat, De Geuze Pad, De Schaapwijksche Dreef, De Bestertsche Weg, Het Klaver Straatje, De Bestertsche Weg en De Alpensche Dijk); verspreide bebouwing en kleine historische kernen langs het oude wegenpatroon (o.a. De Brakken, De Horst, De Bolberg, De Biestraat, Bessemeind en Schaapswijk); waardevolle bebouwing (gemeentelijk monument en karakteristieke panden); ondanks latere inpassingen (bebouwing) en aanpassingen aan de verkaveling (ruilverkaveling) is zowel de historische structuur als het karakter redelijk goed bewaard gebleven: attentiegebied.

Gebied 2i Het Raakeind Toponiem Het Molen Eind, De Lijndonksche Weiden, De Molen Akker, het

-

-

laag, De Groote Driehoek, Het Kraaijen Bosch, De Wareande, Verhoven, De Biestraatsche Weiden, De Biestraatsche Hoven, het Klein Heitje, Het Voorste Raakeind, het Hoog Raakeind en Het Achtersche Raakeind; restant historisch wegenpatroon (deels onverhard), zoals Oude Dijk, Weg van het Raakeind naar Molenschot, Raakeindsche Laag Straat, Molenschots Dijkje, Den Oosterhoutsche Dijk, De Rijensche Dijk, De Hoog Straat, De Bie Straat en Nieuwe Dijk van Breda naar Gilze; verspreide bebouwing en kleine historische kernen langs het oude wegenpatroon (o.a. Het Raakeind, Verhoven en De Biestraat);

Cultuurhistorische Waardenkaart

48

-

waardevolle bebouwing (gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden; restant oude waterloop (Molenlei); restanten historische (19e en 20e-eeuwse) bossen; sterk gewijzigde historische structuur (verkaveling, wegenpatroon) en karakter (grondgebruik e.d.).

-

4.4 Cultuurlandschap ‘Jonge ontginningen’ Historisch beeld Een groot deel van de gemeente bestond lange tijd uit uitgestrekte, onontgonnen ‘woeste gronden’ oftewel heidegronden en bossen. Deze hoorden meestal bij de gemene gronden of gemeijnten. De inwoners van de dorpen mochten onder bepaalde voorwaarden gebruik maken van deze gemeenschappelijke gronden, voor bijvoorbeeld het weiden van schapen en het winnen van plaggen voor de bemesting van de akkers. Daarnaast werden deze gronden ook gebruikt voor de winning van leem. In eerste instantie werd het leem vooral gebruikt voor de wanden van boerderijen en voor de productie van stenen voor de bouw van kerken en kastelen. In de 19e eeuw nam de vraag naar bakstenen en klinkers sterk toe en werden op de rand van de ontgonnen gebieden en de heide, zoals ten zuiden van Molenschot en ten zuiden van Wellenseind, grote steenfabrieken gebouwd. De bijbehorende hoge schoorstenen vormden markante elementen in het landschap, terwijl ook de grote leemkuilen nabij de fabrieken kenmerkende elementen zijn. Al aan het einde van de 18e eeuw stimuleerde de Raad van State boeren om woeste gronden te ontginnen. In eerste instantie bleef de omvang van deze ontginningen beperkt; alleen als er mest over was konden kleine perceeltjes nabij de boerderij worden ontgonnen.

Pas met de uitvinding van de kunstmest in de 19e eeuw waren de heidevelden niet meer nodig voor de bemesting van de akkers en konden ze worden ontgonnen voor de landbouw (zowel bouwland als weiland). Verspreid over het gebied werden boerderijen gebouwd. Een ander deel van de voormalige heidegronden werd door grootgrondbezitters opgekocht en beplant met naaldbos (zie ontginningsbossen). In 1873 bestond nog bijna 50% van de gemeente uit heide. In 1923 was dit minder dan een kwart.96 Huidige situatie Hoewel de jonge ontginningen in vergelijking met de oude bouwlanden, een meer open en iets grootschalig karakter hadden, zijn ook deze gebieden bij de ruilverkavelingen in de jaren zeventig en tachtig sterk gewijzigd. Het gaat dan men name om de herverkaveling. Over het algemeen is het wegenpatroon, dat overwegend bestond uit rechte, doorgaande wegen uit de 19e eeuw, nog wel bewaard. Plaatselijk heeft de aanleg van golfterreinen en moderne infrastructuur (A58) gezorgd voor een compleet nieuwe, sterk gewijzigde inrichting van het .

96

Minuutplan 1811-1832; Topotijdreis 2021; Tijdmachine Gilze en Rijen 2021.

49

Gemeente Gilze en Rijen

Afb. 4.4 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘Jonge Ontginningen’ ten zuiden van Wellenseind rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 3a Vijfhuisheide Toponiem Het Vijfhuis Heitje; oud wegenpatroon (o.a. Rielsche Baan en Schaaps Dijk); restant oude waterloop (Het Klein Leike); enkele karakteristieke panden; historische structuur (wegenpatroon en verkaveling) en karakter van deze 20e-eeuwse ontginning is redelijk intact. Gebied 3b Alphensche Baan Toponiemen De Alphensche Baan, De Schaaps Dijk; historisch (deels onverhard) wegenpatroon (o.a. Alphense Baan, Alphensche Dijk, Oude Alphensche Baan en De Schaaps Dijk); voormalige steenfabriek uit 1890 (rijksmonument en complex van provinciaal cultuurhistorisch belang) met in het landschap herkenbare leemkuilen; verspreide historische erven, waaronder Huis Altena; enkele karakteristieke panden; restant 19e- en begin 20e-eeuwse ontginningsbossen; de historische karakteristiek en structuur is grotendeels intact: attentiegebied. Gebied 3c Nieuwe Maastrichtsche Baan Toponiemen De Alphensche Baan, De Schaaps Dijk; restant historisch (deels onverhard) wegenpatroon (Nieuwe Maastrichtsche Baan, Ulicootsche baan, De Chaamsche Dijk en Geuzenpad); restant historische waterloop; ondanks geringe ouderdom van de ontginning is de historische structuur deels gewijzigd. Gebied 3d Lange Reit Toponiemen De Lange Reit; historisch (deels onverhard) wegenpatroon (o.a. Dijk van Breda naar Gilze,

Nieuwe Dijk van Breda naar Gilze, Chaamsche Dijk, Noorder grensweg van Breda, Molenschotsche Dreef en Oude Maastrichtse Baan); -

de Valkenburgse Dreef of het Valkenburgs baantje als zichtlijn vanaf het zuidwestelijk gelegen landhuis Valkenberg;

Cultuurhistorische Waardenkaart

50

-

(deels verdwenen) verspreide erven (o.a. Erica en Callum) en historische kern (Lange Reit) als centra van ontginningen; restant oude waterlopen (o.a. Molenlei); waardevolle bebouwing (karakteristieke panden); historische structuur is door de ruilverkaveling en de aanleg van de golfbanen sterk gewijzigd.

Gebied 3e De Gagel Toponiemen De Lijndonksche Hoeven, Het Groot Heiveld, De Lange

-

-

-

Heivelden, De Gagel, Het Molenshots Dijkje, Het Lijndonksch heiveld, het Laag Raakeind, De Scheel, De Hooge Heide van den Aard en De Lage heide van den Aard; restant historisch wegenpatroon, o.a. Weg van Lijndonk naar Verhoven, De Lijndonksche Weg, Weg van Lijndonk naar het Raakeind, Molenschots Dijkje en Oude Dijk; oude waterloop (Molenlei); verspreide historische erven; waardevolle 20e-eeuwse bebouwing (karakteristieke panden); restanten historisch bos; gewijzigde historische structuur (verkaveling en wegenpatroon) door ruilverkaveling en aanleg A58.

4.5 Cultuurlandschap ‘Militair terrein’ Historisch beeld Een groot deel van dit gebied bestond lange tijd uit een droge heide met stuifzanden (De Molenschotse Heide, De MolenHeide en De Nerhovensche Heide) en werd doorsneden door een netwerk van paden en wegen. In het westelijke deel van het gebied bevond zich het buurtschap Vijf Eiken met daaromheen enkele, kleine akkers. Het oostelijke deel van het gebied werd doorsneden door het beekdal van de Groote Lei. Langs de westzijde van het dal bevonden zich de ontginningen van Hooge Haansberg en een andere buurtschap. Ten oosten van het dal bevond zich al sinds het begin van de 16e eeuw een door een wal omgeven mastbos van de Heren van Breda. Na de onafhankelijkheid van Nederland in 1813 werd onder koning Willem I een nieuwe rechte en verharde weg aangelegd tussen Breda en Tilburg (de huidige Bredaseweg) als vervanging van de Oude Baan van Breda naar Tilburg. Restanten van de Oude Baan bleven wel in gebruik. In de 19e eeuw kreeg het gebied langs deze belangrijke doorgaande weg steeds meer een militair karakter. Toen de Belgen zich in 1830 onafhankelijk hadden verklaard, bracht Willem I het Nederlandse leger in staat van paraatheid, waarbij direct ten noorden van de Bredaseweg Kamp Rijen werd opgericht.

Na het vertrek van het staande leger van Willem I werd het gebied nog veelvuldig gebruikt als oefenterrein, waarbij met regelmaat kampachtige structuren verrezen. In en rond het kamp zijn in het landschap nog diverse structuren herkenbaar die aan deze tijd herinneren. In de loop van de 19e eeuw zijn delen van het heideterrein ontgonnen als productiebos (naaldhout). De beboste stuifduinen ten zuiden van de Bredaseweg zijn vervolgens in 1928 gebruikt voor de aanleg van de golfbaan van de NoordBrabantsche Golfclub Toxandria. In 1863 is dwars door de heide de spoorlijn Breda-Tilburg aangelegd. Langs het spoor is in 1871 de steenfabriek Van den Heuvel gebouwd, die later bekend werd

51

Gemeente Gilze en Rijen

onder de naam ‘De Vijf Eiken’. Het leem werd ten westen van het gebied in de gemeente Oosterhout gewonnen en via smalsporen naar de fabriek vervoerd. In 1910 is op de heide een start- en landingsbaan aangelegd voor De Eerste Nederlandsche Vliegvereeniging. Na enkele jaren is het vliegveldje overgenomen door het Nederlandse leger. Tijdens de werkverschaffing werd begonnen met de aanleg van een nieuw civiel vliegveld direct ten oosten van het bestaande militaire vliegveld, Vliegveld Nerhoven. In de Tweede Wereldoorlog zijn de twee vliegvelden ingericht en sterk uitgebreid tot één Fliegerhorst. Ten behoeve van deze grootschalige uitbreiding werden er in de directe omgeving van de bestaande veldjes op grote schaal boerderijen, woningen en andere panden gevorderd en gesloopt, en is de oude structuur van het gebied sterk gewijzigd. Na de oorlog bleef het terrein tot heden in gebruik als militair vliegveld.

Afb. 4.5 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘Militaire terrein’ rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Huidige situatie Het gebied kent nog steeds voor een groot deel een militair gebruik. Niet het hele cultuurlandschap ‘Militair terrein’ is (tegenwoordig) militair van aard. Het westelijke deel van het gebied heeft grotendeels een recreatieve functie (natuurgebied, recreatiepark en golfbaan), maar ook hier zijn de militaire relicten voor de oplettende bezoeker nog steeds zichtbaar. Er hebben, op het militair gebruik na, overwegend geen grote ingrepen plaatsgevonden in het gebied, waardoor ook oudere cultuurhistorische waarden nog steeds aanwezig zijn. Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 4a Vliegbasis Gilze-Rijen Toponiemen Molenschotse Heide, Molen Heide, Hooge Haansberg, Vossen

Heiningen, Nerhovensche Heide, Hooge Nerhoven, de Langen Berg en de Langenbergschen Gooren; -

-

grotendeels verdwenen oude structuur (bebouwing en wegen) van vóór de aanleg van het vliegveld. Slechts enkele restanten zijn nog aanwezig, zoals de Groote Weg van Breda naar S Bosch, de Oosterhoutsche Dijk, de Rijensche Dijk en de Akkermans Straat; infrastructuur, zoals rol- en startbanen, uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog; panden en gebouwen uit de Tweede Wereldoorlog en Koude Oorlog, zoals verspreid liggende dispersals en verwarmde en onverwarmde hangars, loodsen, opslagplaatsen en een controletoren. Enkele panden zijn

Cultuurhistorische Waardenkaart

52

-

aangewezen als rijksmonument, gemeentelijk monument of als karakteristieke bebouwing; diverse verspreid liggende monumenten en zogenaamde poortwachters, waaronder drie voertuigen die dienen als zodanig; diverse structuren met oefen- en trainingsdoeleinden, zoals een schietbaan; passief-defensieve structuren, zoals schuil- en commandobunkers en schuilloopgraven verspreid over het terrein; bosgebieden uit het begin van de 20e eeuw; monumentale boom; een afgesloten karakter, hekken en wachthuisjes- en bunkers zijn (nog steeds) aangebracht rond het terrein; grotendeels intacte historisch ontwikkelde structuur en de ruimtelijke eenheid: attentiegebied.

Gebied 4b Het Blok Toponiemen De Oude Molen, Hulten en De Aalsten; randzone vliegbasis Gilze-Rijen met hangars en munitieopslag uit de Tweede Wereldoorlog; historisch bosgebied met wallen (Het Blok); (deels genormaliseerde) Groote Leij; 19e-eeuwse doorgaande weg (Groote Weg van Breda naar S Bosch) en restanten voorganger (Oude Baan); zeer ijl bebouwingslint langs doorgaande weg; enkele cultuurhistorische waardevolle panden; deels intacte historische structuur (bos) en deels sterk gewijzigde structuur door moderne infrastructuur (burgemeester Ballingsweg en Burgemeester Letschertweg) en ruilverkaveling). Gebied 4c Kamp Rijen; Toponiem De Vijf Eiken en De Goorbergsche Heide; 19e-eeuwse doorgaande wegen (Oosterhoutsche Dijk en Groote Weg van Breda naar S Bosch), restanten voorganger (Baan van Tilburg naar Breda) en diverse andere oude wegen (waaronder Het Molenschots Baantje en Vugts Baantje); restant Kamp Rijen; diverse structuren nog aan het maaiveld zichtbaar, zoals : tentplateau’s, kookkuilen, oefenterrein etc.

restanten munitieopslag en splitterboxen, veldstellingen en bunkers uit de Tweede Wereldoorlog (waaronder gemeentelijk monument); opslagterrein met voormalige spoorbaan uit de Koude Oorlog; 19e-eeuwse spoorbaan; 19e-eeuws productiebos met rechte zandwegen; 20e-eeuws bosgebied met restant heide; restant omwalling kampontginning; enkele verspreid liggende oude erven en buurtschap De Vijf Eiken met gemeentelijk monument en monumentale boom; terrein voormalige steenbakkerij (thans bedrijventerrein) met voormalige directiewoning en kantoor (karakteristieke bebouwing); begin 20e-eeuwse golfbaan; grotendeels intact historische structuur en karakter, slechts onderbroken door recreatieterrein: attentiegebied.

53

Gemeente Gilze en Rijen

4.6 Cultuurlandschap ‘Ontginningsbossen’ Historisch beeld Het cultuurlandschap ‘Ontginningsbossen’ bevindt zich in het zuidelijke deel van de gemeente Gilze en Rijen. Dit gebied maakte lange tijd deel uit van de onontgonnen ‘woeste gronden’ van De Valkenburgsche Heide, De Lange Reitsche Heide en De Groote Heide. Deze gemeenschappelijke gronden werden gebruikt voor het weiden van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de akkers. Het gebied werd doorsneden door een netwerk van kronkelde paden en wegen, zoals De Chaamsche Dijk, De Oude Maastrichtse Baan en de Weg van Breda naar Alphen. Al in het begin van de 18e eeuw is in een deel van het gebied, ten noordoosten van het landgoed Valkenberg, een mastbos aangelegd (Nieuwe Bos). Pas met de opkomst van de kunstmest in de tweede helft van de 19e eeuw kon de rest van de gemeenschappelijke gronden door grootgrondbezitters worden opgekocht en worden beplant met naaldbos voor de mijnbouw. Zo ontstond ten zuiden van het Nieuwe Bosch het Prinsebosch. In de loop van de 19e en begin 20e eeuw werden ook de heidegebieden ten zuidoosten hiervan ontgonnen voor de bosbouw, waardoor de Chaamsche Bossen en het Bredasche Bosch ontstonden. Deze bosgebieden kregen een karakteristieke rationele verkaveling met (overwegend) rechte wegen.

Ook de doorgaande wegen, zoals de Maastrichtsche Baan en de Oude Maastrichtse Baan, kregen een recht verloop. In het Prinsenbosch zijn naast deze rechte wegen ook enkele slingerende wegen aanwezig, zoals de Groote Slingerdreef en de Kleien Slingerdreef, die karakteristiek zijn voor het gebied. Bij de bebossingen werden de heidevelden geploegd of omgespit, waarna er zaad van grove dennen werd uitgestrooid. Om het zaad te bedekken met zand, werden greppels gegraven, waardoor een regelmatig patroon ontstond.97 Deze bezandingsgreppels zijn nog steeds in het hoogteverloop herkenbaar. Het zuidoostelijke deel van de heide (de latere Chaamsche Bossen) was plaatselijk een moerassig gebied, waar diverse vennen, zoals ’t Witgoor, het Ossegoor en het Wolfsgat lagen. Om deze vennen te ontwateren werd in de bossen een min of meer oost-west tot zuidoost-noordwest georiënteerd netwerk van waterlopen aangelegd, die in westelijke richting afwateren in de Broeksche Beek. In tegenstelling tot de (meeste) wegen, die dwars door het landschap sneden, hebben de waterlopen door het aanwezige geaccidenteerde reliëf een slingerend verloop, waarbij de hoekige bochten wel de kunstmatige oorsprong van de waterloop verraden. De drooggelegde vennen bleven vaak in het landschap herkenbaar als een duidelijke laagte, die werd gebruikt als grasland.

In 1941 is aan de noordoostzijde van het Prinsenbosch Kamp Prinsenbosch aangelegd voor het huisvesten van personeel van Fliegerhorst Gilze-Rijen.

97

Leestekens van het landschap 2020, bezandingsgreppel.

Cultuurhistorische Waardenkaart

54

Afb. 4.7 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘Ontginningsbossen’ rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Huidige situatie Het gebied heeft haar historische karakter, dat grotendeels in de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw is ontstaan, grotendeels behouden. In het kader van natuurontwikkeling is het Ossengoor weer watervoerend geworden en het voormalige productiebos (naaldhout) is deels omgezet in een gemengd bos met open plekken. Plaatselijk lijken de oude ontginningswegen te zijn verdwenen. Hoewel natuurontwikkeling de ecologische waarde van het gebied verhoogt, kunnen deze ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden wel schaden. Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 5a Nieuwe Bosch Tponiemen Het Nieuwe Bosch en Schoute Veld; 18e-eeuws mastbos met aangrenzend latere productiebossen; patte d’oie of ganzenvoet met de Royale Dreef als centrale as vanaf het westelijk gelegen St. Annabosch; De Valkenburgse Dreef of het Valkenburgs baantje als zichtlijn vanaf landhuis Valkenberg; gegraven waterlopen; restant (hout)wallen; monumentale boom bij kruising Valkenbergs Baantje en Royale Dreef; 19e-eeuws erf; grotendeels intacte historische structuur.

Gebied 5b Prinsenbosch toponiemen Prinsebosch, De Valkenbergsche Heide en De Lange Reitsche Heide; overwegend rechte zandwegen (waaronder Buntdreef, Molenschotsche Dreef, Lange dreef, Asdreef, Ossendreef, Veerdreef en Vijverdreef) met enkele slingerdreven (Groote en Kleine Slingerdreef); (oude) doorgaande weg (Chaamsche Dijk, Nieuwe Maastrichtse Baan en Noorder Grensweg); (ontwaterd) ven en slingerende waterlopen; oud productiebos (naaldbos); Kamp Prinsenbosch met een intacte interne infrastructuur met klinkerwegen, een vrijwel volledig intacte bebouwing (rijksmonumenten en karakteristieke bebouwing) uit de Tweede Wereldoorlog; grotendeels intacte historisch ontwikkelde structuur: attentiegebied.

55

Gemeente Gilze en Rijen

Gebied 5c Chaamsche Bossen toponiemen Chaamsche Bossen, De Groote Heide; voormalig 19e-eeuws en vroeg 20e-eeuws productiebos (gemengd bos); rechte zandwegen (waaronder Witgoordreef, Ossengoordreef, Geuzenpad, Ulicootsche Baan en Wolfgatsche Baan); (oude) doorgaande weg (Chaamsche Dijk, Nieuwe Maastrichtse Baan en Oude Maastrichtsche Baan en Oude Alphensche Baan); (ontwaterde) vennen, zoals Rond Ven, Osse Goor, Wit Goor, Peymans Ven, Wolfsgat, Bruin Goor, Zwart Goor en Pompputten; slingerende waterlopen; restant steenindustrie (kleiwinningsput); restant veldstelling uit de Tweede Wereldoorlog; 19e-eeuws erf; grotendeels intacte historische structuur: attentiegebied.

4.7 Cultuurlandschap ‘Buitenplaatsen’ Historisch beeld Het cultuurlandschap ‘Buitenplaatsen’ bevindt zich in het uiterste zuidwestelijke deel van de gemeente Gilze en Rijen en sluit aan op de aangrenzende zone met buitenplaatsen in de gemeente Alphen-Chaam. In de gemeente Gilze en Rijen omvat het gebied slechts één buitenplaats: Valkenberg. De buitenplaats is ontstaan uit een middeleeuwse hoeve, waarvan de eerste vermelding dateert uit 1456. Het gebied bestond van nature uit een afwisseling van hoger gelegen gebieden, moerassige laagtes en beekdalen. Het huidige karakter van het landhuis en het landschapspark is in de 18e en het begin van de 19e eeuw ontstaan. De aanleg van de buitenplaats bestaat uit een afwisseling van bossen, bouw- en weilanden, waterpartijen en formele lanen (o.a. een patte d’oie).

Afb. 4.6 Uitsnede van Cultuurlandschap ‘Buitenplaatsen’ rond 1900 in vergelijking met de huidige situatie (Topotijdreis 2021).

Huidige situatie Hoewel in de Tweede Wereldoorlog veel bomen in opdracht van de Duitsers zijn gekapt, is de historische structuur van de buitenplaats over het algemeen goed bewaard gebleven. Een groot deel van de historische tuin- en parkaanleg is derhalve aangewezen als rijksmonument.

Cultuurhistorische Waardenkaart

56

Cultuurhistorische karakteristiek Gebied 6a Valkenburg toponiemen Valkenburg; historische buitenplaatsaanleg met een afwisseling van bos, bouwland en weiland; lanen en andere wegen (Veldersdreef, Steenweg, Bredase Torendreef, Berke Dreef, Chaamsche Dreef en Weg van Ginneken naar Chaam), waaronder een patte d’oie; (ontwaterde) vennen en vijvers (Schapenvijver, Ronde Vijver en Bleikvijver); beken en waterlopen (De Nieuwe Waterloop en De Beek of (hout)wallen; oude erven; onderdeel aardkundig waardevol gebied Strijbeeksche Heide-Chaamsche Beek; waardevolle bebouwing (rijksmonumenten en karakteristieke bebouwing); complex van provinciaal cultuurhistorisch belang; bijzonder gebied (buitenplaats) met een grotendeels intacte historisch ontwikkelde structuur: attentiegebied.

4.8 Bebouwde kom Bebouwde kom Gilze De oudste vermelding van Gilze dateert uit 992, toen villa Gillesela cum appenditis, het Hof van Gilze, geschonken zou zijn aan de abdij van Thorn. Het Hof lag waarschijnlijk tussen de huidige kerk, de Raadhuisstraat en de Heuvel. In de loop van de tijd heeft Gilze zich, bij een kruispunt van wegen, ontwikkeld tot het belangrijkste dorp in de regio. In 1235 werd in Gilze het eerste stenen kerkje gebouwd, die in de 15e eeuw vervangen is door een nieuwe kerk. In het begin van de 19e eeuw beperkte de kern van Gilze zich nog grotendeels tot De Groote Kerkstraat (de huidige Raadhuisstraat), De Kleine Kerkstraat (de huidige Kerkstraat) en het begin van De Rielsche Baan (de huidige Molenstraat). In de loop van de 19e eeuw heeft de bebouwing zich langs de bestaande wegen, met name in noordelijke richting, uitgebreid. Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw zijn er ook nieuwe wegen aangelegd waarlangs de bebouwing van Gilze zich uitbreidde. Pas na de Tweede Wereldoorlog, en dan met name vanaf de jaren zeventig, zijn tussen de bestaande wegen uitbreidingswijken ingepast, waarbij de aangrenzende buurtschappen, zoals Aalstraat, Nerhoven, De Logt en De Hoge Vossenberg, in de bebouwde kom van Gilze zijn opgenomen.

De aanleg van de A58 in de jaren zestig heeft mede geleid tot de ontwikkeling van twee bedrijventerreinen aan de noordoostzijde van de bebouwde kom.98 Cultuurhistorische karakteristiek toponiemen De Hofstad, De laars, De Gilzesche Strijp Akkers, Achter de

Hoven, De Aalstraatsche Weiden, De Broek Akkers, De Gilzesche Steen Akkers en De Lage Nerhoven; -

historische wegenpatroon, waaronder in het bijzonder de onverharde wegen (Nerhovensche Molenweg, De Aal Straat, De Kleine Aal Straat en Het Goof van Loonpad) en diverse, inmiddels verharde straten, zoals de Nieuwe Dijk

van Breda naar Gilze, De Groote Kerkstraat, de Kleine Kerkstraat, De Alphensche Baan, De Laag Straat, de Rijensche Baan etc.; historische kernen van Gilze, De Logt, De Aalstraat en Nerhoven en oude

-

erven; 98

Minuutplan 1811-1832; Topotijdreis 2021; Tijdmachine Gilze en Rijen 2021.

57

Gemeente Gilze en Rijen

-

-

waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijk monumenten, cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke panden); cultuurhistorisch waardevolle elementen, zoals kerk, molen en stoommaalderij; monumentale bomen; de grootschalige historische structuur (wegen) is nog grotendeels aanwezig. Hierbinnen is een nieuwe stedenbouwkundige structuur van de uitbreidingswijken aanwezig.

Bebouwde kom Rijen De eerste vermelding van Rijen dateert uit 1404. Het dorp heeft zich langs de weg van Gilze richting Dongen op een hoge rug, de Hoogstraet, als een lintdorp ontwikkeld. In 1464 werd in Rijen een kapel gebouwd, die in 1483 is vervangen door een kruiskerk. In 1524 werd Rijen een zelfstandige parochie. In het begin van de 19e eeuw bevond zich lang De Kerkstraat de kern van Rijen. Langs De Hoekstraat bevond zich het buurtschap De Hoek. Langs zowel De Laag Straat als De Heikantsche Straat bevond zich een vrij ijl bebouwingslint. Mede door de aanleg van de spoorlijn Breda-Tilburg in het midden van de 19e eeuw is het bebouwingslint van Rijen verdicht en met name in zuidelijke richting uitgebreid tot aan de spoorlijn. In het begin van de 20e eeuw heeft de bebouwing zich verder langs het bestaande wegenpatroon uitgebreid. Na de Tweede Wereldoorlog zijn tussen de bestaande wegen uitbreidingswijken ingepast. Dit vond in eerste instantie tussen De Kerkstraat en De Laag Straat plaats. Vanaf de jaren zestig werden ook op andere locaties uitbreidingswijken gerealiseerd. In eerste instantie werd met name het gebied ten westen van De Kerkstraat bebouwd. Vanaf de jaren tachtig is ook ten oosten van De Laag Straat een uitbreidingswijk aangelegd. Het gebied tussen de spoorlijn en de Bredaseweg, d.w.z.

Haansberg, ontwikkelde zich als bedrijventerrein.99 Cultuurhistorische karakteristiek toponiemen Het Moer, De Moer Weiden, De Laagstraatsche Hoek, De

Vennen, De Lage Haansberg, Achter de Lage Haansberg, De Oude Steeden, De Rijensche Haansberg, De Rijensche Groote Spie, De Rijensche Kleine Spie, De Rijen Westelijk Gedeelte, De Heikant en De Rijen Oostelijk gedeelte; -

-

-

99

historisch wegenpatroon, waaronder in het bijzonder de onverharde wegen (De Langenberg en een deel van De Heikantsche Straat) en diverse, inmiddels verharde straten, zoals De Heikantsche Straat, De Zand Straat, De Laag Straat, De Zwarte Dijk en De Rijensche Dijk. historische kernen van Rijen, De Hoek, De Heikant, De Haansberg en De Lage Haansberg en oude erven; waardevolle bebouwing (rijksmonumenten, gemeentelijk monumenten en cultuurhistorisch waardevolle en karakteristieke panden); cultuurhistorisch waardevol element (kerk); 19e-eeuwse spoorlijn Breda-Tilburg; monumentale bomen; de grootschalige historische structuur (wegen) is ten noorden van de spoorlijn nog grotendeels aanwezig. Hierbinnen is een nieuwe stedenbouwkundige structuur van de uitbreidingswijken aanwezig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12168300/1