CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijjlage 5 TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22c Hoogstraat 8 Bijlagen bij de toelichting (1139902)

Gemeenteraad 15 juni 2026, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM Omgevingsplan Hoogstraat 816.122 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-OMGEVINGSPLAN HOOFDSTUK 22C HOOGSTRAAT 8 bestemmingsplan

T AM -Omgevingsplan hoofdstuk 22c Hoogstraat 8 TAM-Omgevingsplan

Datum: 15-06-2026

Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Situatietekening op schaal Landschappelijk inrichtingsplan Omgevingsdialoog Bodemonderzoek Resultaten berekening Aerius Calculator Toelichting Aerius Quickscan flora en fauna Archeologisch onderzoek Selectiebesluit archeologie

3 4 6 20 29 159 172 203 263 341

2

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Situatietekening op schaal

4

5

2 4

1

3

bestaande situatie

gewenste situatie

Situatie

www.dlvadvies.nl

Legenda

DLV

Benaming: Gemeente Sectie Nummer Schaal

1

Situatietekening

Schaal:

Bestaande en gewenste situatie

1 : 1000

Formaat:

A2

2 3 4 5

ADVIES &RESULTAAT

Opdrachtgever:

Datum:

Landbouwbedrijf Michielsen B.V. Hoogstraat 8 5126 NR Gilze Telefoon: Mobiel: 06-13270817 E-mail: cammichielsen@outlook.com

DLV Advies Postbus 511 5400 AM Uden

Bouwlocatie:

Projectleider:

Hoogstraat 8 5126 NR Gilze

Telefoon:

Telefoon: E-mail:

E-mail:

25-07-2024

FvdA

Wijzigingen:

B

10-01-2025 12-05-2025 C 20-10-2025

FvdA E RD F RD G

D

H

A

0413-336800 info.bmt@dlvadvies.nl

mevr. E. Dortmans 06-82441873 e.dortmans@dlvadvies.nl

Klantnummer:

311441

Werknummer:

B240898-91

Blad:

S13

Bijlage 2

Landschappelijk inrichtingsplan

6

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN Hoogstraat 8 Gilze

1 Pagina 2

COLOFON

Opdrachtgever DLV Advies Vluchtoord, Oostwijk 5 5406 XT Uden

Opdrachtnemer: h8 ontwerpbureau t.n.v. H van Acht Boskantseweg 74 5492 VB St-Oedenrode T 0652008951 E info@h8ontwerp.nl Datum 24– 02 – ‘26

2 Pagina 2

INHOUDSOPGAVE 1.0. Locatie 2.0. Analyse

p. 4 2.1. Landschapstype 2.2. Cultuurhistorie

p. 5 p. 6

3.0. Huidige situatie 3.1. Tekening bestaande situatie

p. 7

4.0. Beoogde situatie

p. 8

5.0. Landschappelijk inpassingsplan 5.1. Inrichtingsplan 5.2. Beplantingssoorten 5.3. Beschrijving landschapselementen

p. 9 -10 p.11 p.12

3

1.0. Locatie

Locatie aangegeven op luchtfoto (bron kadastralekaart.nl)

4

Oude zandontginning

√ √ √ √ L11: Struweelrand

L10: Hoogstamboomgaard

L9: Knotboom

L8: Bomenrij en solitaire boom

L7: Knip- of scheerheg

L6: Struweelhaag

√ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √

W1: Wandelpad over boerenland

B3: Patrijzenrand op bouwland B4: Bloemenblok voor akkervogels op bouwland

B2: Wilde bijenrand op bouwland

B1: Wintervoedselrand op bouwland

G3: Wilde bijenrand op grasland

G2: Botanische hooilandrand

L15: waterbergingsvoorziening

L14: Infiltratiegreppel

L13: Natuurvriendelijke oever

L12: Poel en klein historisch water

Landschapstype

L5: Griendje

L4: Hakhoutbosje

L3: Bossingel en bosje

L2: Elzensingel

L1: Houtwal en houtsingel

2.0. Analyse

2.1. Landschapstype

Deze afbeelding is een uitsnede van de provinciale kaart.

Het plangebied valt binnen het landschapstype ‘Oude zandontginning’ Onderstaande tabel geeft de landschapselementen weer welke passen binnen dit landschapstype.

Toe te passen streekeigen landschapselementen, randenpakketten en recreatiepakket

√ 5

2.0. Analyse

2.2. Cultuurhistorie Deze afbeeldingen geven een beeld van het perceel vanaf 1900 tot 1990. In de periode rond 1900 tot 1950 was een hele duidelijke omzoming van het perceel zichtbaar. Met name in de zuidoosthoek van het perceel was een duidelijke landschappelijke structuur zichtbaar. Later is deze structuur nog steeds zichtbaar echter in de vorm van een waterstructuur ( sloot ). Deze is in de periode na 1900 verlegd naar het zuiden.

1900

1970

1950

1990

Bron topotijdreis

6

3.0. Huidige situatie

3.1. Tekening huidige situatie

Naastgelegen tekening geeft de tekening van de huidige situatie weer. Het perceel bestaat naast de woning voor een groot deel uit bedrijfsbebouwing ( stallen ). Aan de noordoostzijde is een stevige houtsingel aanwezig. Deze bestaat met name uit boomvormers zoals eik en linde. Ook aan westzijde is een kleine houtsingel aanwezig.

bestaande houtsingel bestaande houtsingel

bestaande houtsingel

weiland

7

4.0. Beoogde situatie

4.1. Tekening beoogde situatie

Naastgelegen tekening geeft de tekening van de beoogde situatie weer. Het initiatief betreft omschakeling van pluimvee naar statische opslag + akkerbouw. Hiervoor wordt een groot deel van de bedrijfsbebouwing verwijderd.

8

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

Naastgelegen tekening is het voorstel voor het landschappelijk inpassingssplan van het perceel.

bestaande houtsingel

bestaande houtsingel

De inpassing bestaat uit het aanvullen van de bestaande houtsingel met dezelfde soort beplanting en bomen als reeds aanwezig is. Op deze manier wordt het perceel aan de zuidzijde volledig ingepast en blijft het open landschap ten zuiden hiervan behouden. Aan de westzijde van het perceel, naast de bestaande sloot, wordt een extra verlaging aangelegd van 40m2 t.b.v. waterberging. Deze heeft een aanvoer via de sloot op het perceel en een buis ( stippellijn ) met kolk op het terrein.

De hakhoutsingel heeft een oppervlak van 1312m2 en is ongeveer 7m breed. De beplanting bestaat uit 2 tot 3 jarig bosplantsoen. Bij een plantafstand van 1.25 x 1.25 betreft het 845 stuks.

waterberging

De beplanting van de houtsingel bestaat uit een mix van de volgende soorten;.

nieuwe houtsingel

Viburnum opulus Crataegus monogyna Euonymus alatus Amelanchier lamarckii Liguster vulgare Sambucus nigra Corylus avellana De bomen welke worden voorgesteld zijn de volgende soorten ( maat 12-14); Quercus robur Tilia vulgaris

9

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.1. Inrichtingsplan

De hakhoutsingel heeft een oppervlak van 1312m2 en is ongeveer 7m breed. De beplanting bestaat uit 2 jarig bosplantsoen. Bij een plantafstand van 1.25 x 1.25 betreft het 845 stuks.

nieuwe houtsingel 1312m2

10

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.2. Beplantingssoorten De beplanting van de houtsingel bestaat uit een mix van de volgende soorten;. Viburnum opulus Crataegus monogyna Euonymus alatus Amelanchier lamarckii Liguster vulgare Sambucus nigra Corylus avellana De bomen welke worden voorgesteld zijn de volgende soorten ( maat 12-14); Quercus robur Tilia vulgaris Het beheer bestaat uit het uit laten groeien van de boomvormers zodat eenzelfde groenstructuur ontstaat als aan de noordoostzijde van het perceel.

11

5.0. Landschappelijk inpassingsplan

5.3. Beschrijving landschapselementen

L1: Hakhoutsingel Afbakening ✓

Een houtwal of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement, al dan niet groeiend op een aarden wal, met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en/of struiken.

✓

Het doel van het beheer van het element is het behoud van de karakteristieke uitstraling en natuurlijke waarde door het element als hakhout te beheren en het periodiek afzetten van het element (cyclisch beheer). De cyclus varieert tussen de 10 en 25 jaar.

✓

Een houtwal of houtsingel is minimaal 2,5 meter en maximaal 20 meter breed en minimaal 25 meter lang.

Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element ✓

Op locatie van aanplant is de afgelopen 5 jaar geen bos of struweel aanwezig geweest.

✓

Aanplant met 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen.

✓

Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter of 1,50 m x 1,00 meter en maximaal 2,00 m x 2,00 meter.

✓

Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij indien perceel beweid wordt.

Beheervoorschriften ✓

Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden).

✓

Er mag maximaal één overstaander per 100m2 worden behouden.

✓

Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 14 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid.

✓

Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.

✓

Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop.

✓

Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden.

✓

Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element.

✓

Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element.

Bron: Bijlage 3 Stila Provincie N.B.

12

Landschappelijk inpassingsplan

Febr. 2026

Bijlage 3

Omgevingsdialoog

20

Beste buren, Ik, Corné Michielsen, wonend aan de Hoogstraat 8 te Gilze, ga mijn pluimveebedrijf op de locatie beëindigen. In plaats daarvan zal er een loods worden gebouwd ten behoeve van statische opslag. Daarnaast worden er ook akkerbouwactiviteiten uitgevoerd. Verder zullen alle stallen en bijbehorende voorzieningen worden gesaneerd.

Figuur: beoogde situatie Bron: DLV Advies

Om deze ontwikkeling mogelijk te maken dient een procedure doorlopen te worden om het omgevingsplan te wijzigen. De gemeente heeft ons gevraagd om in het kader van deze procedure u te informeren over dit initiatief en na te gaan hoe u hier tegenaan kijkt. Wij hopen uiteraard van harte dat u hier geen problemen mee heeft, maar snappen het als u hier nog vragen over heeft. Mocht dat zo zijn, kom aan of bel. Nu willen wij u vragen om een handtekening voor ontvangst van deze brief en als u nu al iets aan ons kwijt wil, dan mag dat uiteraard ook. Ook treft u een reactieformulier aan.

Mocht de gemeente het omgevingsplan daadwerkelijk gaan wijzigen, na deze omgevingsdialoog, dan krijgt u ook op dat moment nog de kans om uw zienswijzen en vervolgens bezwaren aan te geven, ook als u die nu nog niet ziet. Corné Michielsen

2

Reactieformulier

Ondertekening voor kennisname Middels deze ondertekening bevestigt u dat u kennis heeft genomen van de voorgenomen plannen aan de Hoogstraat 8 te Gilze. We willen u er met nadruk op wijzen dat ondertekening geen akkoord betekent of dat u beperkt wordt in juridische zin. Deze stukken gaan wel onderdeel uitmaken van de aanvraag voor de omgevingsvergunning activiteit bouwen, uiteraard met inachtneming van de regels van de AVG.

Opmerking buurtbewoner Hieronder de ruimte om uw opmerkingen/vragen/aanbevelingen te noteren.

Naam:

______________________________________________________________

Adres:

______________________________________________________________

Postcode:

______________________________________________________________

Woonplaats:

______________________________________________________________

Handtekening (voor kennisname):

3

4

5

6

7

8

Bijlage 4

Bodemonderzoek

29

Rapport

verkennend bodemonderzoek Hoogstraat 8 te Gilze

Projectnaam Projectnummer

Hoogstraat 8 te Gilze B3637

Opdrachtgever Postadres

Landbouwbedrijf Michielsen BV Hoogstraat 8 5126 NR Gilze heer C. Michielsen

Contactpersoon Status Versie

Definitief 1

Aantal pagina’s Datum

20 (exclusief bijlagen) 1 mei 2025

Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole

dhr. M. Gloudemans

Paraaf

xml-bestand

Klik hier

Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet

Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl

Inhoudsopgave 1 INLEIDING..................................................................................................................................................................................... 4 1.1

Algemeen ..................................................................................................................................................................................... 4

1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek ......................................................................................................................................... 4

1.3

Partijdigheid ................................................................................................................................................................................. 4

1.4 2

Opbouw van het rapport .............................................................................................................................................................. 4 VOORONDERZOEK NEN5725 ......................................................................................................................................................... 5

2.1

Aanleiding .................................................................................................................................................................................... 5

2.2

Beschrijving onderzoekslocatie .................................................................................................................................................... 5

2.3

Voormalig en huidig gebruik van de locatie ................................................................................................................................. 6

2.4

Toekomstig gebruik ...................................................................................................................................................................... 6

2.5

Beschikbare onderzoeksgegevens ................................................................................................................................................ 7

2.6

Bodem- en geohydrologische gegevens ....................................................................................................................................... 7

2.7

Omgevingsplan............................................................................................................................................................................. 7

2.8

Terreinverkenning ........................................................................................................................................................................ 8

2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese ...................................................................................................................................... 8

2.10

Onderzoeksstrategie deellocaties NEN5740 ................................................................................................................................ 8

2.11

Onderzoeksstrategie NEN5740 .................................................................................................................................................... 8

2.12

Onderzoeksstrategie druppelzones NEN5740/5707 .................................................................................................................... 9

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK DEELLOCATIES NEN5740 ........................................................................................................10 3.1

Veldwerkzaamheden.................................................................................................................................................................. 10

3.2

Monsternemingspatroon ........................................................................................................................................................... 10

3.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ............................................................................................................................. 10

3.4

Meetgegevens grondwater ........................................................................................................................................................ 10

3.5

Analyse en monsterselectie ....................................................................................................................................................... 10

3.6

Geselecteerde grondmonsters en analysepakket ...................................................................................................................... 10

3.7

Overzicht grondwatermonsters en analysepakket ..................................................................................................................... 11

3.8

Toetsingskader ........................................................................................................................................................................... 11

3.9

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie ................................................................................................................... 11

3.10

Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie .......................................................................................................... 11

3.11

Conclusie .................................................................................................................................................................................... 11

4

VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERIGE TERREIN NEN5740...................................................................................................12 4.1

Veldwerkzaamheden.................................................................................................................................................................. 12

4.2

Monsternemingspatroon ........................................................................................................................................................... 12

4.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ............................................................................................................................. 12

4.4

Meetgegevens grondwater ........................................................................................................................................................ 13

4.5

Analyse en monsterselectie ....................................................................................................................................................... 13

4.6

Geselecteerde grondmonsters en analysepakket ...................................................................................................................... 13

4.7

Overzicht grondwatermonsters en analysepakket ..................................................................................................................... 13

4.8

Toetsingskader ........................................................................................................................................................................... 13

4.9

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie ................................................................................................................... 14

4.10

Analyseresultaten deelmonsters BG6 en interpretatie .............................................................................................................. 14

4.11

Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie .......................................................................................................... 14

4.12

Conclusie .................................................................................................................................................................................... 14

5

BODEMONDERZOEK DRUPPELZONES NEN5740/5707 ...................................................................................................................15 5.1

Veldwerkzaamheden.................................................................................................................................................................. 15

5.2

Maaiveldinspectie ...................................................................................................................................................................... 15

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

2

5.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen ............................................................................................................................. 15

5.4

Geselecteerde grondmonsters ................................................................................................................................................... 15

5.5

Toetsingskader ........................................................................................................................................................................... 15

5.6

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie ................................................................................................................... 15

5.7

6

Monstersamenstelling en analyses asbest ................................................................................................................................. 15 5.7.1 Toetsingskader ................................................................................................................................................................ 15 5.7.2 Analyseresultaten asbestanalyses NEN5898 ................................................................................................................... 17 CONCLUSIES EN ADVIES ...............................................................................................................................................................18

BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 1a: foto’s onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage Bijlage 6a: foto’s veldwerk

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

3

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van Landbouwbedrijf Michielsen BV te Gilze heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Hoogstraat 8 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen). 1.2

Aanleiding en doel van het onderzoek

Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door een functiewijziging binnen de agrarische bestemming en bouw van een opslagloods. Het doel van het onderzoek is tweeledig: • Het doel van het vooronderzoek is om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocatie, het onderzoeksgebied, de locatie waar een bodembedreigende milieubelastende activiteit plaatsvindt of in de kwaliteit van een partij grond. • Het doel van het verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. 1.3

Partijdigheid

Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek NEN5725 (hoofdstuk 2) Verkennend bodemonderzoek deellocaties NEN5740 (hoofdstuk 3) Verkennend bodemonderzoek overig terrein NEN5740 (hoofdstuk 4) Bodemonderzoek druppelzones/lozingspunten NEN5740/5707 (hoofdstuk 5) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6)

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

4

2

VOORONDERZOEK NEN5725

De NEN 5725 (versie 2023) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Gilze en Rijen C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. DINO-loket F. Bodemkwaliteitskaarten G. Omgevingsrapportage H. Bodemloket I. Locatiebezoek/terreininspectie J. Eigenaar/gebruiker onderzoekslocatie 2.1

Aanleiding

Aanleiding voor het bodemonderzoek wordt gevormd door een functiewijziging binnen de agrarische bestemming en bouw van een opslagloods. Conform NEN5725 betreft het Aanleiding A: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie 2.2

Beschrijving onderzoekslocatie

adres onderzoekslocatie kadastrale gegevens oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing/inrichting

beschrijving maaiveld, (half)verhardingslagen, funderingslagen omgeving

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

Hoogstraat 8 te Gilze Gemeente Gilze sectie O nummer 489 Het kadastrale perceel heeft een oppervlakte van 22.350 m². Het huidige agrarisch bouwvlak heeft een oppervlakte van 17.732 m². De locatie bevindt zich buiten bebouwde kom en in het agrarisch buitengebied ten westen van de kern Gilze. Agrarisch erf ten behoeve van pluimveehouderij. Voor nummering van bebouwing zie de tekening in de bijlage. 1 woning. De oorspronkelijke boerderij is opgericht rond 1920. De woning is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van dakpannen en door de jaren heen verbouwd en gerenoveerd. 2 schuur/ponystal. Opgericht rond 1900. De schuur is opgetrokken uit bakstenen en sinds de jaren ‘90 voorzien van damwandplaten, daarvoor was het dak voorzien van dakpannen en riet. 3 werktuigenberging. Bouwjaar 1960. Het pand is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten. In 2015 zijn de asbesthoudende golfplaten vervangen. 4 (voormalige) jongveestal. Bouwjaar 1973. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van golfplaten. In 2015 zijn de asbesthoudende golfplaten vervangen. De stal is in gebruik als opslagruimte. 5 vleeskuikenstal. Bouwjaar 1982. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten. In 2015 zijn de asbesthoudende golfplaten vervangen. 6 vleeskuikenstal. Bouwjaar 2012. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten.

7 vleeskuikenstal. Bouwjaar 1998. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten. 8 vleeskuikenstal. Bouwjaar 1998. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten. 9 vleeskuikenstal. Bouwjaar 2002. De stal is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van asbestvrije golfplaten. Het maaiveld is deels verhard met klinkers. Overig terrein is onverhard in gebruik als tuin of landbouwgrond. Inpandig is sprake van betonvloeren. In de jongveestal noord Openbare weg Hoogstraat, Agrarisch erf, landbouwgrond oost Landbouwgrond 5

zuid west 2.3

Voormalig en huidig gebruik van de locatie

voormalig gebruik locatie algemeen

voormalige bebouwing (sloot-)dempingen (historische) ophogingen/aangevoerde grond/depots ongewone voorvallen bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen

2.4

Landbouwgrond Agrarisch erf

De locatie is van oudsher in gebruik als agrarisch erf ten behoeve van rundvee- en pluimveehouderij. Tot de jaren ’70 is sprake van een woning (1) met schuur (2), daarna worden door de jaren heen stallen gebouwd. In 1997 wordt de rundveehouderij beëindigd en is enkel nog sprake van pluimveehouderij. De jongveestal (4) wordt omgevormd tot pluimveestal en later tot opslagruimte. Mestputten worden dichtgestort. Ten oosten en ten westen van de bebouwing is tot in de jaren ’70 sprake geweest van een onverhard landbouwontsluitingspad naar zuidelijk gelegen landbouwgrond.

1944 nee nee onbekend

1973

1993

2012

nee Tegen de gevel van de werktuigenberging (3) was tot circa 2014 sprake van twee bovengrondse dieseltanks met een inhoud van 600 liter. Inpandig bevindt zich volgens de milieutekening een werkplaats en opslag van smeerolie in een vat met een inhoud van 60 liter. In de praktijk is echter slechts sprake van een flacon, onderhoud aan machines wordt uitbesteed. In de aanbouw van stal 6 bevindt zich een noodstroomaggregaat met een 200 liter dieseltank. In de jongveestal (4) bevindt zich een noodstroomaggregaat met een 200 liter dieseltank.

Toekomstig gebruik

bestemming

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

Beoogd wordt de pluimveehouderij om te zetten naar een bedrijfsfunctie met statische opslag en akkerbouw. Enkele stallen worden afgebroken. Opslagruimten worden gerealiseerd in bestaande bebouwing en een nieuwe loods wordt gebouwd. Het bouwvlak wordt verkleind naar een oppervlakte van 7.815 m².

6

bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.5

Beschikbare onderzoeksgegevens

onderzoek op locatie Kwaliteit op basis van Bodemkwaliteitskaart Midden en West Brabant, Antea, digitaal grondwaterbeschermingsgebied onderzoek in directe omgeving Beïnvloeding grond en/of grondwater vanuit de omgeving 2.6

De locatie is niet eerder onderzocht. De ontgravingskwaliteit van de boven- en ondergrond (incl PFAS) voldoet naar verwachting aan de klasse Landbouw/Natuur (Achtergrondwaarde). De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Er zijn geen onderzoeken bekend in de directe omgeving. In de regio worden verhoogde gehalten aan zware metalen in de het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd.

Bodem- en geohydrologische gegevens

deklaag

eerste watervoerend pakket scheidende laag

diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.7

nee nee nee

Bodemopbouw Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zand, uiterst fijn tot zeer grof, lokaal humeus; klei, lokaal siltig tot zandig, lokaal humeus Zand, uiterst fijn tot uiterst grof; klei, siltig tot zandig; veen, lokaal kleiig hydrologie 1,0-1,5 m-mv

Formatie van Boxtel

0-2 m-mv

Formatie van Stramproy

2-9 m-mv

Formatie van Waalre

9-26 m-mv

noordwestelijk

Omgevingsplan

Het omgevingsplan van de gemeente Gilze en Rijen bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het plan omvat geen specifieke regels voor het graven in grond met een kwaliteit onder de interventiewaarde. Als een gemeente geen lokale waarden heeft vastgesteld gelden de normen uit de zogenoemde ‘bruidsschat’. In de bruidsschat is opgenomen dat de toelaatbare kwaliteit voor de bouw van een bodemgevoelig gebouw wordt overschreden als in meer 25 m³ bodemvolume de interventiewaarde bodemkwaliteit voor één of meer stoffen wordt overschreden. Voor asbest geldt geen omvangscriterium. De interventiewaarden bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Bij een overschrijding van de normen voor de toelaatbare kwaliteit moet mogelijk een bodemsanering worden uitgevoerd.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

7

Daarnaast zijn de volgende maatwerkregels van toepassing 1. Kleinschalig graven ( < 25 m³) kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit De gemeente heeft de regels uit de bruidsschat in het omgevingsplan opgenomen en geen (aanvullende) regels in het omgevingsplan opgenomen. 2.8

Terreinverkenning

Voorafgaand aan het eerste veldwerk is de onderzoekslocatie geïnspecteerd. Bij de rondgang zijn geen bijzonderheden geconstateerd. 2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese

Uit het verrichte vooronderzoek blijkt sprake van twee bovengrondse dieseltanks en opslag van diesel bij twee noodstroomaggregaten. In het kader van beëindiging van bedrijfsactiviteiten worden deze beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Met het oog op de gewenste ontwikkeling en bouwplannen komt het nieuwe bouwvlak met een oppervlakte van 7.815 m² in aanmerking voor verkennend bodemonderzoek. De locatie wordt beschouwd als verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd (ONV-NL). De bodem ter plaatse van druppelzones van asbesthoudende daken zonder goot worden als verdacht beschouwd op aanwezigheid van asbest en PCB. De overige bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning niet als asbestverdacht beschouwd. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. In de regio worden gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd. 2.10

Onderzoeksstrategie deellocaties NEN5740

De NEN5740 (versie 2023 nl) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijk) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieu hygienische kwaliteit van de landbodem en eventueel daaruit vrijkomende grond. deellocatie opperstrateboringen tot kritische parameters vlakte gie 0,5 m-bo- 2,0 m-mv peilbuis (m²) dembelasting dieselopslag 4 VEP 1 1 minerale olie en BTEXN bobij noodvengrond stroomaggre1 minerale olie en BTEXN gaat grondwater dieselopslag 4 VEP 1* 1 minerale olie en BTEXN bobij noodvengrond stroomaggre1 minerale olie en BTEXN gaat grondwater vml bg diesel- 10 VEP 2 1* 1 minerale olie en BTEXN botanks met opvengrond slag smeer1 minerale olie en BTEXN olie grondwater 2.11

Onderzoeksstrategie NEN5740

(deel)-locatie

Toekomstige bouwvlak

oppervlakte (m²) 7.815

strategie

boringen tot 0,5 m-mv

2,0 m-mv

peilbuis

analyses

VED-HE

17

4

2*

3 1 2

standaardpakket bovengrond standaardpakket ondergrond standaardpakket grondwater

*grondwateronderzoek wordt gecombineerd

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

8

2.12

Onderzoeksstrategie druppelzones NEN5740/5707

Verkennend asbest- en bodemonderzoek van druppelzones van asbesthoudende daken zonder goot of hemelwaterafvoer: Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een asbest- en PCB-verdachte toplaag (0 tot 10 cm -maaiveld) in de druppelzones van asbesthoudende daken zonder goot en ter plaatse van onverhard maaiveld. Verkennend asbestonderzoek NEN5707; een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. Verkennend bodemonderzoek NEN5740; een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. (deel)-locatie opperinspectiegaten/sleuven analyses vlakte 30x30cm 200x30cm diepe boring (m²) Druppelzone 45 2 1 asbestanalyse en PCB stal 5

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

9

3

VERKENNEND BODEMONDERZOEK DEELLOCATIES NEN5740

3.1

Veldwerkzaamheden

verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 21 maart 2025 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 K. Gloudemans, veldwerker in opleiding afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 ja datum 28 maart 2025 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen 3.2

Monsternemingspatroon

De boringen en peilbuizen zijn geplaatst in de verontreinigingskern(en). Indien plaatsing in de verontreinigingskern niet mogelijk is, worden de boringen en peilbuizen zo dicht mogelijk bij de verontreinigingskern geplaats (conform NEN5740 bij voorkeur stroomafwaarts). De resultaten van het onderzoek kunnen als voldoende representatief worden beschouwd. 3.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

Tijdens het verrichten van veldwerk zijn geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op bodemverontreiniging als gevolg van de opslag van diesel. De beoordeling van de opgeboorde grond vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie. 3.4

Meetgegevens grondwater

peilbuisnummer 1 2 3

filterdiepte (m-mv) 2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

grondwaterstand (m-mv) 1,17 0,96 0,99

zuurgraad (pH) 6,4 6,7 6,5

EC (µS/cm) 875 506 551

troebelheid (NTU) 1000 32,5 12,1

belucht monster

nee nee nee De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. 3.5

Analyse en monsterselectie

De analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium AL-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI). 3.6

Geselecteerde grondmonsters en analysepakket

analysemonster BG1 NSA BG2 vml dieseltanks BG3 NSA

traject (m -mv) 0,20 - 0,40 0,08 - 0,25 0,20 - 0,40

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

deelmonsters

analysepakket

1 (0,20 - 0,40) 2 (0,08 - 0,25) 3 (0,20 - 0,40)

BTEXN+OLIE+Ds (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) BTEXN+OLIE+Ds (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000) BTEXN+OLIE+Ds (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000)

10

3.7

Overzicht grondwatermonsters en analysepakket analysemonster filterdiepte (m-mv) Analysepakket2 1-1-1 2,50 - 3,50 STAP gw 2-1-1 2,00 - 3,00 Tankstation-pakket (BTEXN + Olie) (AS3000) 3-1-1 1,50 - 2,50 STAP gw STAP gw: Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

deellocatie NSA1 b.g. dieseltank NSA2 1.

3.8

Toetsingskader

In bijlage 4 staat een overzicht van de gehanteerde richtlijnen. De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen. 3.9

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie analysemonster

traject

Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101)

Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130)

BG1 NSA1 BG2 vml dieseltanks BG3 NSA2

0,20 - 0,40 0,08 - 0,25 0,20 - 0,40

Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur

Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

Monster BG1, visueel schone bovengrond ter plaatse van de noodstroomaggregaat, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Monster BG2, visueel schone bovengrond ter plaatse van de bovengrondse dieseltank, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Monster BG3, visueel schone bovengrond ter plaatse van de noodstroomaggregaat, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 3.10

Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie

deellocatie

analysemonster

traject

NSA1 b.g. dieseltank NSA2

1-1-1 2-1-1 3-1-1

2,50 - 3,50 2,00 - 3,00 1,50 - 2,50

Overschrijding voorkeurswaarde (µg/l) barium

Overschrijding signaleringsparameter (µg/l) -

In het grondwater ter plaatse van peilbuizen 1 en 2 zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen aangetoond boven de voorkeurswaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 is een gehalte aan barium aangetoond boven de voorkeurswaarde. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 3.11

Conclusie

De waarden van de onderzochte stoffen van de geanalyseerde mengmonsters en het grondwater voldoen aan de gestelde criteria uit Omgevingswet en Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het beoogde gebruik.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

11

4

VERKENNEND BODEMONDERZOEK OVERIGE TERREIN NEN5740

4.1

Veldwerkzaamheden

verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 21 en 28 maart 2025 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 K. Gloudemans, veldwerker in opleiding afwijkingen bijzonderheden Boringen 7,15 en 18 gestaakt en 7 en 18 herplaatst naar 7a en 18a conform protocol 2002 datum veldmedewerker(s) afwijkingen bijzonderheden

• • • 4.2

ja 28 maart 2025 M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 -

In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen Monsternemingspatroon

De situering van meetpunten is aselect gekozen met voldoende spreiding. De spreiding van meetpunten is niet ernstig belemmerd door aanwezigheid van obstakels. Het terrein was volledig toegankelijk. De peilbuis is centraal op het perceel geplaatst. Inpandig zijn geen boringen verricht, maar in plaats daarvan is gekozen voor situering net buiten de bebouwing. De resultaten van het onderzoek kunnen als voldoende representatief worden beschouwd. 4.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

In de bodem is een bijmenging van baksteen waargenomen in de bovengrond van een groot aantal meetpunten. De bijmenging is in het veld beoordeeld en wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Bij meetpunt 19 zijn glasresten waargenomen in de ondergrond. Bij meetpunt 22 is een zwakke koolbijmenging waargenomen in de bovengrond. Boringen 7, 15 en 18 zijn gestaakt op een halfverharding onder de erfverharding. De halfverharding bestaat uit menggranulaat. Handmatig verder boren was niet mogelijk. De meetpunten 7 en 18 zijn verplaatst, net naast de erfverharding. boring

diepte boring (m -mv)

traject (m -mv)

6 7 7a 9 10 11

1,20 0,38 1,20 0,50 0,50 1,20

13 15 18 18a

0,50 0,12 0,12 0,50

19

1,20

20 21 22

0,50 0,50 1,10

23 24 25

0,50 0,50 0,50

0,25 - 0,70 0,16 - 0,38 0,70 - 1,20 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,20 - 0,70 0,70 - 1,20 0,00 - 0,50 0,08 - 0,12 0,08 - 0,12 0,00 - 0,02 0,02 - 0,50 0,40 - 0,50 0,50 - 1,10 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,25 0,25 - 0,70 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

soort

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

waargenomen bijzonderheden volledig metselpuin volledig menggranulaat, Mbv breekhamer, gestaakt zwak roesthoudend sporen baksteen zwak wortelhoudend sporen baksteen zwak roesthoudend zwak wortelhoudend gestaakt Gestaakt volledig grind resten grind, sporen baksteen resten baksteen resten baksteen, resten glas resten baksteen resten baksteen zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend resten baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen

12

4.4

Meetgegevens grondwater

peilbuisnummer 1 3

filterdiepte (m-mv) 2,50 - 3,50 1,50 - 2,50

grondwaterstand (m-mv) 1,17 0,99

zuurgraad (pH) 6,4 6,5

EC (µS/cm) 875 551

troebelheid (NTU) 1000 12,1

belucht monster

nee nee

De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. 4.5

Analyse en monsterselectie

De analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium AL-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI). 4.6

Geselecteerde grondmonsters en analysepakket

analysemonster BG5

traject (m -mv) 0,00 - 0,50

BG6

0,00 - 0,50

BG7

0,00 - 0,25

BG8

0,00 - 0,70

deelmonsters

bijzonderheden

analysepakket1

11 (0,20 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50) 18a (0,02 - 0,50) 19 (0,40 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,25)

sporen baksteen

STAP

Sporen/resten baksteen

STAP

zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend sporen baksteen

STAP

22 (0,25 - 0,70) STAP 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) BG9 0,00 - 0,50 13 (0,00 - 0,50) STAP 16 (0,00 - 0,50) 7a (0,00 - 0,25) 8 (0,00 - 0,25) OG1 0,50 - 1,00 19 (0,50 - 1,00) resten baksteen, resten glas STAP OG2 0,50 - 1,00 16 (0,50 - 1,00) STAP 6 (0,70 - 0,90) 1. STAP: Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.

4.7

Overzicht grondwatermonsters en analysepakket analysemonster

2.

4.8

filterdiepte (m-mv)

analysepakket2

1-1-1 2,50 - 3,50 STAP gw 3-1-1 1,50 - 2,50 STAP gw STAP gw: Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.

Toetsingskader

In bijlage 4 staat een overzicht van de gehanteerde richtlijnen. De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

13

4.9

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie

analysemonster

traject

zintuiglijk

Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101)

Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130)

BG5 BG6 BG7

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,25

Klasse landbouw/natuur Klasse sterk verontreinigd Klasse wonen

Voldoet aan Interventiewaarde Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

BG8 BG9 OG1 OG2

0,00 - 0,70 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00

sporen baksteen Sporen/resten baksteen zwak baksteenhoudend, zwak koolhoudend sporen baksteen resten baksteen, resten glas -

Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur

Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

Mengmonsters BG5, BG8 en BG9, samengesteld uit sporen baksteenhoudende en visueel schone bovengrond, worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Mengmonster BG6, samengesteld uit sporen/resten baksteenhoudende bovengrond, wordt op basis van het gehalte aan PAK ingedeeld in de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd. Monsters BG7, zwak baksteen- en koolhoudende bovengrond, wordt op basis van het gehalte aan PAK ingedeeld in de kwaliteitsklasse wonen. Mengmonsters OG1 en OG2, samengesteld uit resten baksteen- en glashoudende en visueel schone ondergrond, worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De gemeten gehalten van alle stoffen, behoudens het gehalte aan PAK in BG6, liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 4.10

Analyseresultaten deelmonsters BG6 en interpretatie

Als gevolg van het gehalte aan PAK is een aanvullend onderzoek verricht naar de gehaltes aan PAK van de separate deelmonsters uit BG6. analysemonster

traject

zintuiglijk

Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101)

Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130)

18a-1 19-1 20-1 21-1

18a (0,02 - 0,50) 19 (0,40 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50)

-

Klasse sterk verontreinigd Klasse landbouw/natuur Klasse landbouw/natuur Klasse wonen

Overschrijding Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde Voldoet aan Interventiewaarde

Het gehalte aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunt 18a overschrijdt de interventiewaarde bodemkwaliteit. De gemeten gehalten aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunten 19, 20 en 21 liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 4.11

Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie

analysemonster

traject

1-1-1 3-1-1

2,50 - 3,50 1,50 - 2,50

Overschrijding voorkeurswaarde (µg/l) barium

Overschrijding signaleringsparameter (µg/l) -

In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen aangetoond boven de voorkeurswaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 is een gehalte aan barium aangetoond boven de voorkeurswaarde. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 4.12

Conclusie

Het gehalte aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunt 18a overschrijdt de interventiewaarde en vormt daarmee aanleiding voor nader onderzoek. De waarden van de onderzochte stoffen van de overige geanalyseerde mengmonsters en het grondwater voldoen aan de gestelde criteria uit Omgevingswet en Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het beoogde gebruik.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

14

5

BODEMONDERZOEK DRUPPELZONES NEN5740/5707

5.1

Veldwerkzaamheden

verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2018 ja datum 21 maart 2025 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de inspectiemeetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde profielbeschrijvingen per meetpunt wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages • In bijlage 6a zijn foto’s opgenomen 5.2

Maaiveldinspectie

Tijdens de inspectie van het maaiveld wordt visueel beoordeeld of mogelijk sprake is van asbesthoudend (plaat-)materiaal. De weersomstandigheden worden omschreven als droog met voldoende zicht. Het maaiveld was begroeid met laag gras en voldoende inspecteerbaar. De inspectiegraad wordt beoordeeld op 80%. Tijdens de inspectie is geen asbestverdacht (plaat-)materiaal aangetroffen op maaiveld. 5.3

Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen

De uitgegraven grond is gezeefd. Tijdens het zeven zijn geen asbestverdachte fragmenten aangetroffen in de fractie groter dan 20 mm. 5.4

Geselecteerde grondmonsters analysemonster BG4 drup stal 5 oost

5.5

traject (m -mv) 0,00 - 0,10

deelmonsters

analysepakket1

4 (0,00 - 0,10) 5 (0,00 - 0,10)

PCB (7) (AS3000), Structuurpakket (lutum/humus) (AS3000)

Toetsingskader

In bijlage 4 staat een overzicht van de gehanteerde richtlijnen. De gemeten waarden van de onderzochte (meng-)monsters met overschrijdingstabellen zijn in bijlage 4 weergegeven. In bijlage 5 zijn de analysecertificaten opgenomen. 5.6

Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie

analysemonster

traject

zintuiglijk

Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de bodem (T.101)

Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) (T.130)

BG4 drup stal 5 oost

0,00 - 0,10

-

Klasse landbouw/natuur

Voldoet aan Interventiewaarde

Mengmonster BG4, samengesteld uit visueel schone toplaag van de oostelijke zijde van stal 5, wordt op basis van het gehalte aan PCB ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. 5.7

Monstersamenstelling en analyses asbest

Ten behoeve van het asbestonderzoek zijn van de gezeefde fractie van de grond uit de proefgaten mengmonsters samengesteld. omschrijving monster soort monster traject in m-mv analysepakket mm 4+5 Grond < 20mm 0,00 - 0,10 Asbest grond NEN 5898 (<20mm) 10-15 kg (AS3000) 5.7.1

Toetsingskader

De beoordeling en interpretatie van de analyseresultaten van de grondmonsters geschiedt op basis van het Besluit Bodemkwaliteit. De hoogte van zowel de interventiewaarde, de hergebruikwaarde, als de rest-concentratienorm voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. De berekening voor de toetsing aan deze norm wordt op de volgende wijze uitgevoerd: (10x gehalte ambifool asbest)+(gehalte serpentijn asbest)=<100 mg/kg d.s.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

15

Per (deel)locatie en per (verdachte) bodemlaag moeten alle indicatieve resultaten worden getoetst aan de interventiewaarde, volgens onderstaande criteria. • Gaten 30 cm x 30 cm: indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is verder onderzoek niet noodzakelijk en is het statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook niet in een nader onderzoekstraject zal worden overschreden; • Gaten 30 cm x 30 cm; indien voor een (deel)locatie en bodemlaag het gewogen gehalte aan asbest (hoogste gehalte) groter is dan de helft van de interventiewaarde is nader onderzoek noodzakelijk; • Boringen (< 35 cm): indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend onderzoek verplicht. Er kan worden gekozen voor een volledig verkennend onderzoek met behulp van gaten of er kan direct worden overgegaan tot nader onderzoek. • Boringen(< 35 cm): indien in geen van de boringen binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is nader onderzoek niet verplicht. Bij toetsing is de hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie en bodemlaag bepalend.

SEM-analyse Analyse op de respirabele asbestvezels is aan te raden als er een specifieke verdenking voor respirabele vezels is vanuit het vooronderzoek of Als de reguliere asbestanalyse (fracties 0,5-20 mm) aanwijzingen geeft op asbest in de fractie <0,5 mm. • • •

locaties waar asbesthoudend isolatiemateriaal is gebruikt zoals bovengrondse leidingstraten of procesinstallaties die geërodeerd kunnen zijn locaties bij geërodeerde asbestdaken locaties waar met asbest verontreinigd havenslib is toegepast

Afhankelijk van de situatie is het daarbij aan te raden om bij het onderzoek uit te gaan van een dunnere laag dan 0,5 meter, als deze specifiek verdacht op het voorkomen van respirabele vezels. Een voorbeeld hiervan is de toplaag van de bodem onder een geërodeerd asbesthoudend dak waarbij geen dakgoot aanwezig is. Dit gehalte moet opgeteld worden bij het gehalte zoals is bepaald uit de fractie 0,5-20 mm (grondmengmonster) en >20 mm (verzamelmonster grovere delen) om te bepalen of de interventiewaarde wordt overschreden. Daarnaast moet bij bodemonderzoek gericht op het bepalen van de ernst en de spoedeisendheid van een verontreiniging dit gehalte separaat getoetst worden aan de risiconorm van 10 mg/kg zoals genoemd in het protocol asbest in bijlage 3 van de Circulaire bodemsanering om te bepalen of sprake is van spoedeisendheid. Insteek Bodeminzicht: Een SEM-analyse is duur en wordt alleen ingezet wanneer het noodzakelijk is. Dit houdt in dat eerst een asbest in grond analyse (NEN5898) wordt verricht waarbij middels optische lichtmicroscopie de fragmenten (asbestbundels) kleiner dan 0,5 mm worden geteld. Wanneer meer dan 10 fragmenten kleiner dan 0,5 mm worden geteld, is het zinvol om een SEM-analyse te verrichten. De ervaring leert echter dat respirabele vezels, zelfs ter plaatse van druppelzones, zelden worden aangetoond boven de detectiegrens.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

16

5.7.2

Analyseresultaten asbestanalyses NEN5898 monster

mm 4+5

traject in mmv

verhoogde parameter

0,00 - 0,10

Chrysotiel

analyseresultaten hecht-gebongewogen concentratie den (mg/kg d.s.) nee

9

SEM (mg/kg d.s.) 14

In het geanalyseerde grondmengmonster mm 4+5 van stal 5 is een concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 9 mg/kgds. De aanwezigheid van respirabele vezels in de toplaag wordt reëel geacht op basis van de getelde vezels kleiner dan 0,5 mm. Een SEM-analyse is verricht om het risico op respirabele vezels te kunnen vaststellen. . Uit de SEM-analyse blijkt dat sprake is van 14 mg/kg d.s. aan respirabele vezels. Conclusie • Het aangetoonde gehalte aan PCB in het onderzochte monster voldoet aan de interventiewaarde bodemkwaliteit. • HET aangetoonde gehalte aan asbest in het onderzochte monster voldoet eveneens aan de rest-concentratienorm voor asbest in bodem. • Uit de SEM-analyse van mm 4+5 blijkt sprake is van een concentraties aan respirabele vezels die humane risico’s vormen. De aanwezigheid van vegetatie kan conform de circulaire Bodemsanering (1 juli 2013) als beheermaatregel worden beschouwd. Zolang de inrichting tot maaiveld in takt blijft, bestaan geen humane risico’s voor inademing van respirabele asbestvezels. Voorkomen moet worden dat er ter plaatse graafwerkzaamheden worden verricht voordat de sanering van de asbestverontreiniging heeft plaatsgevonden. Er kan echter geen sprake zijn van onaanvaardbare risico’s en bestaat geen spoedeisendheid voor sanering zolang aan bovenstaande wordt voldaan.

• Bij aanvang van de sloopwerkzaamheden en herinrichting van het terrein wordt geadviseerd om de toplaag ter plaatse van de druppelzone te saneren zodat de humane risico’s worden weggenomen.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

17

6

CONCLUSIES EN ADVIES

In opdracht van Landbouwbedrijf Michielsen BV te Gilze heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Hoogstraat 8 te Gilze (gemeente Gilze en Rijen). Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door een functiewijziging binnen de agrarische bestemming en bouw van een opslagloods. Vooronderzoek NEN5725 Uit het verrichte vooronderzoek blijkt sprake van twee bovengrondse dieseltanks en opslag van diesel bij twee noodstroomaggregaten. In het kader van beëindiging van bedrijfsactiviteiten worden deze beschouwd als verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Met het oog op de gewenste ontwikkeling en bouwplannen komt het nieuwe bouwvlak met een oppervlakte van 7.815 m² in aanmerking voor verkennend bodemonderzoek. De locatie wordt beschouwd als verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). De ondergrond wordt als onverdacht beschouwd (ONV-NL). De bodem ter plaatse van druppelzones van asbesthoudende daken zonder goot worden als verdacht beschouwd op aanwezigheid van asbest en PCB. De overige bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning niet als asbestverdacht beschouwd. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit.

In de regio worden gehalten aan zware metalen in het grondwater aangetoond. Deze kunnen als regionaal verhoogd worden beschouwd. Verkennend bodemonderzoek deellocaties NEN5740 Zintuiglijke waarnemingen verkennend bodemonderzoek Tijdens het verrichten van veldwerk zijn geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op bodemverontreiniging als gevolg van de opslag van diesel. De beoordeling van de opgeboorde grond vormt geen aanleiding voor aanpassingen van de onderzoeksstrategie. Analyseresultaten (meng-)monsters Monster BG1, visueel schone bovengrond ter plaatse van de noodstroomaggregaat, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Monster BG2, visueel schone bovengrond ter plaatse van de bovengrondse dieseltank, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Monster BG3, visueel schone bovengrond ter plaatse van de noodstroomaggregaat, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuizen 1 en 2 zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen aangetoond boven de voorkeurswaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 is een gehalte aan barium aangetoond boven de voorkeurswaarde. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit.

Conclusie • De waarden van de onderzochte stoffen van de geanalyseerde mengmonsters en het grondwater ter plaatse van de verdachte deellocaties voldoen aan de gestelde criteria uit Omgevingswet en Omgevingsverordening NoordBrabant voor het beoogde gebruik.

rapport B3637 Hoogstraat 8 te Gilze

18

Verkennend bodemonderzoek overig terrein NEN5740 Zintuiglijke waarnemingen verkennend bodemonderzoek In de bodem is een bijmenging van baksteen waargenomen in de bovengrond van een groot aantal meetpunten. De bijmenging is in het veld beoordeeld en wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Bij meetpunt 19 zijn glasresten waargenomen in de ondergrond. Bij meetpunt 22 is een zwakke koolbijmenging waargenomen in de bovengrond. Boringen 7, 15 en 18 zijn gestaakt op een halfverharding onder de erfverharding. De halfverharding bestaat uit menggranulaat. Handmatig verder boren was niet mogelijk. De meetpunten 7 en 18 zijn verplaatst, net naast de erfverharding. Analyseresultaten (meng-)monsters Mengmonsters BG5, BG8 en BG9, samengesteld uit sporen baksteenhoudende en visueel schone bovengrond, worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Mengmonster BG6, samengesteld uit sporen/resten baksteenhoudende bovengrond, wordt op basis van het gehalte aan PAK ingedeeld in de kwaliteitsklasse sterk verontreinigd. Monsters BG7, zwak baksteen- en koolhoudende bovengrond, wordt op basis van het gehalte aan PAK ingedeeld in de kwaliteitsklasse wonen. Mengmonsters OG1 en OG2, samengesteld uit resten baksteen- en glashoudende en visueel schone ondergrond, worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur.

De gemeten gehalten van alle stoffen, behoudens het gehalte aan PAK in BG6, liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. Als gevolg van het gehalte aan PAK is een aanvullend onderzoek verricht naar de gehaltes aan PAK van de separate deelmonsters uit BG6. Het gehalte aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunt 18a overschrijdt de interventiewaarde bodemkwaliteit. De gemeten gehalten aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunten 19, 20 en 21 liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen aangetoond boven de voorkeurswaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 3 is een gehalte aan barium aangetoond boven de voorkeurswaarde. De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit. Conclusie • Het gehalte aan PAK in de bovengrond ter plaatse van meetpunt 18a overschrijdt de interventiewaarde en vormt daarmee aanleiding voor nader onderzoek. • De waarden van de onderzochte stoffen van de overige geanalyseerde mengmonsters en het grondwater voldoen aan de gestelde criteria uit Omgevingswet en Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het beoogde gebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16924790/1