Bestemmingsplan Pastorietuin Bisschop de Vetplein 10 Gilze
Tekst van het document
Voor de bescherming van de monumentale boom in de tuin van de naastgelegen woning Kerkstraat 105 is de aanduiding “monumentale boom” opgenomen in dit bestemmingsplan.
5.4
Bedrijven en milieuzonering
De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende aspecten en wordt daarom als raamwet beschouwd. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wabo en de Wet milieubeheer of ze moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit. In de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfsactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De lijst geeft richtlijnen voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De benodigde afstand tussen bedrijven en gevoelige functies is afhankelijk van de aard en omvang van het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebied. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|34
Milieucategorie
t.o.v. rustige woonwijk
t.o.v. gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Onderzoek Door de herontwikkeling wordt de bestaande bedrijfsbestemming opgeheven, waardoor het woonen leefklimaat in de omgeving van het plangebied verbeterd. Bij de ontwikkeling van de woningen in het plangebied moet voldaan worden aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. In de omgeving van het plangebied zijn reeds verschillende bedrijven aanwezig. Het plangebied ligt in het centrumgebied van Gilze en door de aanwezigheid van verschillende functies naast elkaar geldt voor het plangebied het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In onderstaande tabel zijn de bestaande bedrijven rond het plangebied weergegeven met bijbehorende richtafstand. Locatie
Soort bedrijf
Milieucategorie
Richtafstand
Werkelijke afstand
Bisschop de Vetplein 1
Kantoor
1
0m
80 m
Bisschop de Vetplein 4
Horeca
1
0m
60 m
Bisschop de Vetplein 9
Horeca
1
0m
0m
Bisschop de Vetplein 10
Accountant
1
0m
45 m
Bisschop de Vetplein 11
Detailhandel
1
0m
75 m
Bisschop de Vetplein 14
Drogisterij
1
0m
70 m
Raadhuisstraat 22c
Detailhandel
1
0m
115 m
Raadhuisstraat 30
Brood- en banketbakkerij
2
10 m
90 m
Kerkstraat 93
Brood- en banketbakkerij
2
10 m
30 m
Kerkstraat 97
Nutsvoorziening
2
10 m
10 m
Kerkstraat 104
Bibliotheek
1
0m
95 m
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|35
Kerkstraat 112
Basis- en algemeen onderwijs
2
10 m
65 m
Kerkstraat 116
Kerkgebouw
2
10 m
35 m
Bij de ontwikkeling van de woningen in het plangebied wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. En andersom worden de omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Bisschop de Vetplein 9 Het plangebied van de 4 patiowoningen grenst aan het perceel Bisschop de Vetplein 9. In het pand is een horecabedrijf in horecacategorie 3 gevestigd. Dergelijke horecabedrijven vallen onder milieucategorie 1. De richtafstand tussen een horecabedrijf en (bedrijfs)woningen in een gemengd gebied bedraagt 0 meter. Ten opzichte van de geprojecteerde naastgelegen vier patiowoningen wordt aan de richtafstand van 0 meter voldaan. Voor gebieden met functiemenging wordt vaak niet gewerkt met richtafstanden, maar wordt de toelaatbaarheid van milieubelastende functies beoordeeld aan de hand van de volgende drie ruimtelijk relevante milieucategorieën: •
Categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen;
•
Categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen;
•
Categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd langs een hoofdweg.
In de VNG-brochure “bedrijven en milieuzonering” is de categorie-indeling “functiemenging” opgenomen in bijlage 4. Een restaurant valt volgens de categorie-indeling “functiemenging” in categorie A. Dit betekent dat sprake is van activiteiten die zo weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het Bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Ook dit aspect wordt bij de ontwikkeling van de 4 patiowoningen voldaan. Terrassen Bij de horecagelegenheid Bisschop de Vetplein 9 is zowel aan de voor- als de achterzijde de mogelijkheid voor een terras. Aan de achterzijde, grenzend aan het plangebied van de 4 nieuwe patiowoningen ligt een niet overdekt en niet verwarmd terras. De sluitingstijd van dit terras is 23:00 uur. Het terras aan de voorzijde op het Bisschop de Vetplein ligt op ca. 40 meter vanaf het plangebied van de 4 patiowoningen. In het kader van het Activiteitenbesluit worden bij onoverdekte niet verwarmde terrassen geen eisen gesteld aan het stemgeluid, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als binnenterrein. Het terras aan de achterzijde wordt aangemerkt als binnenterrein.
In het kader van het Activiteitenbesluit en een goede ruimtelijke afweging is voor de realisatie van het terras een onderzoek verricht naar stemgeluid van het terras gelegen aan de voor- en achterzijde van het pand Bisschop de Vetplein 9 (externe bijlage, K+ adviesgroep, M18 844.403.1, 1 maart 2019). In dat onderzoek waren ook al de 4 nieuwe geprojecteerde patiowoningen meegenomen. Uit dit onderzoek komen de volgende conclusies naar voren. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|36 Langtijdgemiddelde geluidbelastingen De langtijdgemiddelde optredende gevelbelastingen ten gevolge van het stemgeluid van de terrassen aan de voor- en achterzijde van het pand Bisschop de Vetplein 9 bedraagt ten hoogste 44 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en ten hoogste 50 dB(A) etmaalwaarde. Deze waarden voldoen aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG. Maximale geluidbelastingen De maximale piekniveaus ten gevolge van het stemgeluid van de terrassen aan de voor- en achterzijde van het pand Bisschop de Vetplein 9 bedraagt ten hoogste 50 dB(A) in de dag- en avondperiode. Deze waarden voldoen aan de geluideisen van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG. Er kan uit het akoestisch onderzoek, dat verricht is voor de realisatie van het terras, geconcludeerd worden dat de terrassen aan zowel de voor- en achterzijde van het pand Bisschop de Vetplein geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van de 4 patiowoningen. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.5
Bodemkwaliteit
Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkeling zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is, moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Onderzoek Bij nieuwe ontwikkelingen is het, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, noodzakelijk aan te tonen dat de bodem waarop de ontwikkeling plaatsvindt niet verontreinigd is. Verkennend asbestonderzoek en een verkennend en nader bodemonderzoek Voor het plangebied is een verkennend asbestonderzoek en een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage, Lankelma, 67660A, 13 mei 2016). Grond Op basis van de analyseresultaten wordt geconcludeerd dat in de bovengrond licht tot sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond aan koper, lood en PAK en licht verhoogde gehalten aan zink, kobalt, nikkel kwik en PCB.
De sterk verhoogde aangetoonde concentraties worden, ons inziens, veroorzaakt door de bodemvreemde bijmengingen in de vorm puin- en baksteen-, slak-, glas-, bitumen-, zinkas- en
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|37 kolengruisresten. Deze bodemlagen worden ter hoogte van de inrit aangetroffen. Analytisch is deze verontreinigde bodemlaag uitpandig zowel horizontaal als verticaal afdoende afgeperkt. In onderstaande afbeelding is een globale contour aangegeven alwaar deze sterk verhoogde gehalten (lees overschrijding interventiewaarde) zijn aangetoond. De omvang van deze verontreiniging wordt geraamd op circa 120 m2. Uitgaande van een gemiddeld bodemlaag dikte bedraagt circa 60 cm wordt de omvang van het bodemvolume dat sterk verontreinigd is geschat op circa 70 m3. Ter plaatse van de locatie is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Daar de verontreiniging waarschijnlijk voor 1987 is ontstaan, is de zogenaamde zorgplicht zoals bedoeld in de Wet bodembescherming hier niet van toepassing. (het plangebied voor de 4 patiowoningen ligt buiten deze contour, met uitzondering van een klein gedeelte van de inrit).
Verder kan algemeen worden geconcludeerd dat in de veelal met baksteen- en puinresten vermengde bovengrond licht verhoogde gehalten met zink, kwik, kobalt, lood, koper, PAK en PCB worden aangetoond. In de ondergrond wordt, behoudens een licht verhoogd PAK gehalte, geen van de onderzochte stoffen verhoogd aangetoond. Genoemde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, doch niet de interventiewaarden. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in de bovengrond ter plaatse van de loods enkel licht verhoogde gehalten aan kwik en lood gemeten. Daar het betreffende mengmonster in mindere bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|38 mate is verontreinigd dan de bodem ter plaatse van het overige terrein, kan worden gesteld dat de voormalige bedrijvigheid in deze loods de milieuhygiënische gesteldheid van de bodem niet negatief heeft beïnvloed. Asbest in grond In grondmengmonster ASBMM1, afkomstig van de geroerde bovengrond ter plaatse van het achtergelegen terreindeel, is geen verhoogd gehalte aangetoond. In grondmengmonster ASBMM2, betreffende de meest sterk geroerde bovengrond ter plaatse van de inrit, is een licht verhoogde gehalte aan asbest aangetoond. Deze overschrijdt de detectiegrens evenals de helft van de interventiewaarde. Op basis hiervan dient een nader bodemonderzoek naar asbest in de bodem (NEN 5707) te worden uitgevoerd. Grondwater Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat er, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan barium, geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate wordt aangetoond. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de troebelheid van het grondwater uit de peilbuis hoog kan worden genoemd. Aangezien de peilbuis recentelijk is geplaatst en het feit dat de bodemopbouw o.a. uit leemlagen bestaat (deze bestaan veelal uit zeer fijne fracties) is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.
Er is geen normatief geldende grens vastgelegd, waaraan de eindtroebelheid moet voldoen. Zolang er geen verontrustende overschrijdingen zijn van de analyseresultaten ten opzichte van de streef- en interventiewaardentabel is een troebelheid hoger dan 0 NTU – 10 NTU geen probleem. Voorgaande is, ons inziens, van toepassing op onderhavige locatie. Voor wat betreft de licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater is, ons inziens, sprake van natuurlijk verhoogde achtergrondgehalte op basis van de volgende argumenten: •
Er zijn geen activiteiten welke een bariumverontreiniging in het grondwater doen verwachten;
•
Het filter van de peilbuizen zijn direct geplaatst onder de bodemlaag, waarin van nature metalen in verhoogde mate worden aangetroffen, als gevolg van natuurlijke uitloging.
Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien aan de orde. Dit met betrekking tot de sterk geroerde bovengrond ter plaatse van de inrit. Hierin is een dusdanig verhoogd gehalte aan asbest aangetoond, dat nader onderzoek aan de orde. Toetsing hypothese grond De hypothese ‘verdacht’ kan op basis van de resultaten te worden aanvaard. Toetsing hypothese grondwater De hypothese ‘verdacht’ kan op basis van de resultaten worden verworpen.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|39 Toetsing hypothese asbest Tijdens de uitvoering van onderhavig onderzoek is de hypothese ‘onverdacht’ bijgesteld naar ‘diffuse bodembelasting met een heterogeen verdeeld’. Deze laatstgenoemde hypothese wordt op basis van de resultaten bevestigd. Resumé en aanbevelingen Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er belemmeringen c.q. beperkingen voor de voorgenomen ontwikkeling. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: •
nader bodemonderzoek is aan de orde vanuit milieuhygiënisch oogpunt. Dit met betrekking tot de sterk geroerde bovengrond versus de parameter asbest;
•
Ter plaatse is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wanneer men werkzaamheden in de sterk verontreinigde bodem wil uitvoeren, dient men vooraf een BUS melding op te stellen en ter akkoord voor te leggen aan het bevoegd gezag (Omgevingdienst Midden- en West-Brabant);
•
Voorgenoemde werkzaamheden dienen vervolgens uitgevoerd te worden conform de protocollen 6001 en 7001;
•
Na afronding van de graafwerkzaamheden dient men een evaluatierapport te kunnen overleggen. Het is dus van belang dat verrichte werkzaamheden tijdens uitvoering op juiste wijze worden vastgelegd;
•
Zorg dat de verschillende bodemlagen zich zo min mogelijk met elkaar kunnen vermengen;
•
Borg de veiligheid van medewerkers. Conform de CROW 132 (werken met verontreinigde grond) dienen de werkzaamheden onder 3T condities te worden uitgevoerd (op basis van PAK).
•
het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.
Nader onderzoek asbest in bodem In januari 2022 is een nader onderzoek asbest in bodem uitgevoerd op de locatie (bijlage, Aeres Milieu, AM21516, 24 januari 2022). Uit dit onderzoek komen de volgende conclusies en aanbevelingen: De asbestverdachte deellocatie bestaat volledig uit een betonklinkerverhard terrein rondom een woning. Tijdens de veldinspectie zijn op het maaiveld visueel geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Conform de onderzoeksstrategie zijn verdeeld over de kleine onderzoekslocatie met een ingekaderd geval van ernstige bodemverontreiniging in totaal zes asbestinspectiegaten gegraven in de verdachte bovengrond. Gezien de ligging en eerdere resultaten zijn de drie eerder geplaatste asbestinspectiegaten, waaruit ASBMM2 samengeteld is, herplaatst voor een individuele monstername met rondom aanvullende asbestinspectiegaten ter inkadering van een eventuele verhoging met asbest in de bodem. In de verdachte zandige bovengrond zijn zintuiglijk voornamelijk sporen tot baksteenresten aangetroffen met plaatselijk tevens sporen puin, slakken of keramiek. Ter plaatse van inspectiegat 03 blijkt tevens een zwakke baksteenbijmenging aanwezig tot 1,6 m-mv. Deze baksteenbijmenging is niet als asbestverdacht beschouwd. In het uitkomende bodemmateriaal is zintuiglijk geen grof (>20 mm) asbestverdacht materiaal waargenomen. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|40 Van de verdachte bovengrond zijn individuele grondmonsters onderzocht. Uit de analyseresultaten blijkt dat in alle onderzochte grondmonsters van de verdachte bovengrond geen verhoogd gehalte aan asbest aangetroffen is. Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De bodem binnen de onderzoekslocatie kan als onverdacht op het voorkomen van asbest in de bodem beschouwd worden. Het in 2016 door Lankelma Geotechniek Zuid aangetroffen verhoogd gehalte aan asbest in een grondmengmonster kan als een lokale puntverontreiniging beschouwd worden. Opgemerkt wordt dat ter plaatse wel nog een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt momenteel derhalve mogelijk nog een belemmering voor een toekomstige planontwikkeling. Wanneer men werkzaamheden in de sterk verontreinigde bodem wil uitvoeren, dient men vooraf een BUS-melding op te stellen en ter akkoord voor te leggen aan het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant). Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek is een geval van ernstige bodemverontreiniging aangetroffen.
Opgemerkt dient te worden dat de aangetroffen ernstige bodemverontreinigingen gesitueerd zijn in de huidige achtertuin van Kerkstraat 105 en ter plaatse van de inrit tussen Kerkstraat 105 en 109. Ter plaatse van de locatie van de vier nieuwe patiowoningen zijn geen belemmeringen aangetroffen. In het kader van de werkzaamheden zullen in overleg met de eigenaar van Kerkstraat 105 de benodigde maatregelen en onderzoeken worden getroffen. Wanneer men werkzaamheden in de sterk verontreinigde bodem wil uitvoeren, dient men vooraf een BUS-melding op te stellen en ter akkoord voor te leggen aan het bevoegd gezag (Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant).
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|41
5.6
Duurzaamheid
Het klimaat verandert: de gemiddelde wereldtempratuur stijgt en daarmee worden de gevolgen merkbaar: het regent meer en harder, er komen meer dagen waarop het warmer is dan 30 graden. De bodem wordt op de ene plaats natter en op een andere droogt ie uit. Het Rijk heeft samen met waterschappen, provincies en gemeenten een plan opgesteld om de gevolgen aan te pakken. Een integrale aanpak is nodig om de gevolgen in beeld te krijgen en de goede maatregelen te nemen om Nederland in 2050 “klimaatbestendig en waterrobuust” te krijgen. Veel maatregelen hebben te maken met water, waterberging, gedoseerd afvoeren, hemelwater afkoppelen, aanpassingen in de riolering. Groenvoorziening is ook een belangrijk thema voor het tegengaan van hittestress en het opvangen van water. Klimaatkaart Gilze en Rijen Vanuit het Deltaplan zijn gemeenten verplicht om een stresstest light te maken. Dat is voor Gilze en Rijen de klimaatonderlegger in de vorm van een kaart. Een kaart is een middel om de effecten die we kunnen verwachten overzichtelijk te maken. Voor de Klimaatkaart Gilze en Rijen is gebruik gemaakt van een aantal gegevens, zoals de bodemkaart, hoogte, zonneatlas en de klimaateffectatlas. Deze gegevens zijn gecombineerd en grafisch weergegeven. Daarop staan de gevolgen die we kunnen verwachten en de kansen om hiermee om te gaan.
Het zijn globale gegevens dus we kunnen niet op perceelsniveau bepalen welke effecten daar optreden. Aan de hand van de Klimaatkaart heeft de gemeente Gilze en Rijen de Klimaatgids opgesteld. In deze gids wordt informatiegegeven over de klimaatgevolgen en de klimaatkaart en worden tips gegeven aan wat inwoners en planmakers kunnen doen. Duurzaam Beeldkwaliteitsgids De gemeente Gilze en Rijen heeft tevens specifieke ambities voor duurzaam bouwen. Hiervoor heeft de gemeente de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids. Deze biedt de architecten en ontwerpers een duidelijk handvat om hun product te toetsen aan de optimale verhouding tussen de schoonheids-, sociale-, milieukundige- en economische dimensies. De Duurzaam Beeldkwaliteitsgids draagt uit een goede balans te vinden, waarbij de beschikbare ruimtelijke en vormgevende middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. De doelstelling van de Duurzaam Beeldkwaliteitsgids is: duurzame functionaliteit als uitgangspunt voor de vorm, constructie, gebruik, beheer en schoonheid van het bouwwerk en zijn omgeving. Uitgangspunten om de doelstelling te bewerkstelligen zijn: •
Duurzame en functionele cohesie tussen bouwwerk, private ruimte, openbare ruimte en omgeving;
•
Het bevorderen van sociale en culturele cohesie in de wijk;
•
Het duurzaam en functioneel ordenen van ruimten in en rondom bouwwerken in relatie tot de openbare ruimte en omgevingsfactoren;
•
Duurzaam en functioneel bouwen in vorm, gebruik, constructie, beheer en schoonheid;
•
Helderheid in complexiteit door duurzame en functionele balans tussen maat, schaal, materiaal, kleur en duurzame omgevingsfactoren. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|42 Duurzaam bouwen Bij de bovengenoemde ambitie wordt tevens gebruik gemaakt van de GPR methodiek (Gemeentelijke Praktijk Richtlijn) voor projectmatige nieuwbouw van woningen. Voor het thema 'Energie' wordt een rapportcijfer van minimaal 7,5 aangehouden. Voor de overige thema's (Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde) wordt een gemiddeld cijfer van 7,5 verwacht. Voor projectmatige renovatie van bestaande bouw geldt dat het een klasse C score moet behalen van het energielabel Onderzoek Klimaatkaart Gilze en Rijen
Figuur 13 Uitsnede Klimaatkaart (Gemeente Gilze en Rijen, 20 december 2017)
Het plangebied ligt op de overgang tussen de ‘hitte’ linten en één van de groen klimaatenclaves. De volgende eigenschappen voor dit gebied worden op de klimaatkaart genoemd: •
Hoge droge arme zandgrond.
•
Dicht bebouwde stenige linten met klimaatregulerend dorpsgroeneilanden.
•
Groene kamers bestaande uit jongwassen (ca. 20 jaar)boomstructuren en relatief veel onverhard openbaar groen.
•
Matig klimaat
Aandachtspunten: •
Hitte- koude en droogtestress.
•
Windtunnel effect tussen bebouwde linten. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|43 •
Bodemverarming met gevolgen voor vitaliteit van groen.
• Geluid en luchtkwaliteit tussen de linten (onvoldoende luchtverversing) Kansen: •
Vasthouden van hemelwater.
In de klimaatgids zijn op het gebied van water de volgende maatregelen opgenomen: Wat doet het waterschap Brabantse Delta?: Samenwerken met gemeenten en grondeigenaren op wateroverlast en droogte; Grote inrichtingsprojecten van ecologische verbindingszones en beekherstel; Mede stimuleren van klimaatbewustzijn bij mensen; De komende jaren willen wij samen met gemeenten en andere nadrukkelijker gaan kijken naar wat er nodig is om klimaatrobuust, energieneutraal en qua grondstoffengebruik volledig duurzaam te worden. Wat kunt u zelf doen?: Zet een regenton neer; Laat het water in uw tuin weglopen: bijvoorbeeld door een vijver die overloopt in een grindbed; Plaats onder de stenen voortuin infiltratiekratten die tijdelijk het water vasthouden. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling wordt qua positionering, de vorm en de grootte van het bouwvlak beter aangesloten bij de omliggende percelen. De hoeveelheid bebouwing neemt af van ca. 630 m2 naar ca. 560 m2. Daarnaast komt de ontwikkeling de leefkwaliteit in de omgeving ten goede door het vervangen van leegstaande en verouderde bebouwing door moderne en duurzaam gebouwde woningen. De woningen worden gasloos gebouwd. Daarnaast wordt voorzien in waterberging op eigen terrein. Conclusie In het bouwplan is voldoende rekening gehouden met het aspect duurzaamheid.
5.7
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoeren van gevaarlijke stoffen. Om de risico’s in te perken zijn er aantal normstellingen die gehanteerd dienen te worden. •
Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers;
•
Het groepsrisico stelt beperkingen op aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid inrichtingen is vastgelegd dat voor iedere toename van het groepsrisico een verantwoordingsplicht geldt, ongeacht of er door de wijziging een norm wordt overschreden.
Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) in werking getreden. In het Bevi zijn grenswaarden en oriënterende of richtwaarden opgenomen voor het plaatsgebonden risico (PR). Voor het groepsrisico (GR) is een verantwoordingsplicht opgenomen. Hiermee worden de aan te houden afstanden tussen inrichtingen (bedrijven) waar grote hoeveelheden gevaarlijk bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|44 stoffen aanwezig zijn en kwetsbare en beperkte objecten gewaarborgd, gegeven. Naast het Bevis is de bijbehorende ministeriële Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) van belang. Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is vanaf 1 april 2015 vastgelegd in de Wet Basisnet en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wgvs). Voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is er het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is gebaseerd op de Wro en de Wm. Volgens het Bevt mag op grond van een ruimtelijk besluit geen kwetsbaar object in de veiligheidszone worden gebouwd. Nieuwe beperk kwetsbare objecten mogen alleen in uitzonderlijke gevallen in de veiligheidszone worden toegestaan. Het Bevt gaat ook in op de hoogte van het groepsrisico. Wanneer het aannemelijk is dat het groepsrisico ver benende de oriëntatiewaarde blijf of nauwelijks toeneemt, is een verantwoording van het groepsrisico niet verplicht. Bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6 contour van het PR: rond inrichtingen waarin opslag/verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt; langs transportroutes (weg, spoor. Water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Onderzoek Inrichtingen Binnen of direct aangrenzend aan het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De afstand tot het LPG-vulpunt van het tankstation aan de Tilburgsebaan bedraagt ruim 700 m. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3, hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde routes voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevinden zich op meer dan 200 meter van het plangebied. Het gaat hierbij om de rijksweg A58 (ca. 1.100 m), de spoorlijn (ca. 4 kilometer) en een gasleiding (ca. 700 m). Militair vliegveld Gilze-Rijen Op de risicokaart worden alleen de defensie-inrichtingen getoond waar buiten het hek beperkingen gelden aan het ruimtegebruik. Deze beperkingen gelden binnen bepaalde veiligheidszones: er mogen daarbinnen bijvoorbeeld geen woningen worden gebouwd of wegen aangelegd. Om elk terrein zijn drie zones (A, B en C) vastgesteld; hoe dichterbij het militaire terrein, hoe strenger de regels. Het plangebied is niet gelegen in één van deze zones. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.8
Ecologie
Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in deze wet.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|45 Deze nieuwe wet bestaat uit minder regels en is overzichtelijker dan de drie voorgaande wetten. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Natura 2000-gebieden Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingsdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. In de nieuwe Wet natuurbescherming vervalt de bescherming van Beschermde Natuurmonumenten uit de Natuurbeschermingswet. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000-gebieden of het Natuurnetwerk Nederland en worden dus indirect beschermd. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en het omringende agrarische gebied verbinden. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving die met ingang van de Wn niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: •
Bestaande natuurgebieden, waaronder 20 nationale parken;
•
Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;
•
Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;
•
Ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;
• Alle Natura 2000-gebieden. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het Rijk afgesproken om tot 2027, 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen een aaneengesloten Pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. Beschermde planten en dieren Met de nieuwe wet wijzigt de lijst van beschermde soorten. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wn niet meer, en andersom. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes: 1. Soorten Vogelrichtlijn: Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn) 2. Soorten Habitatrichtlijn: Dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de Bijlage van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|46 3.
Andere soorten: Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Onderzoek Quick scan natuurwetgeving Voor het plangebied is een quickscan natuurwetgeving (bijlage, Aeres Milieu, AM18373, 21 januari 2019, aangepast 17 oktober 2022) uitgevoerd. Uit de quickscan kunnen de volgende conclusies getrokken worden: Natura 2000 Omdat de plannen door de afstand waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000gebieden zullen hebben, is er geen vergunning nodig op grond van de Wnb. Natuurnetwerk Brabant Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciaal beleid. Beschermde soorten en planten Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd.
Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen De holle bomen in de pastorietuin fungeren mogelijk als vleermuisverblijf. Daarnaast dienen alle bomen in de pastorietuin mogelijk als foerageergebied en vaste vliegroute van vleermuizen. Vleermuizen, hun verblijven, vaste vliegroutes en foerageergebieden zijn onder de Wet natuurbescherming beschermd (internationaal beschermde soorten). In 2022 is er een Boom Effect Analyse uitgevoerd (Buiks, 2022), waarbij de holle bomen in kaart zijn gebracht. Eén van de bomen
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|47 met holtes zal worden gekapt (boom 17 in figuur bij paragraaf 5.9). Voordat er mag worden gekapt dient te worden onderzocht of deze boom een functie heeft als vleermuizenverblijf. Doordat de bomen grotendeels blijven gehandhaafd, blijven eventueel aanwezige vliegroutes en foerageergebieden behouden. Om verstoring te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van de bomen in de pastorietuin alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af en omlaag gerichte verlichting of amberkleurige UV-vrije led armaturen. Algemeen voorkomende vogels: verwijderen van vegetatie en slopen bebouwing buiten het broedseizoen In de opgaande vegetaties en in de bebouwing komen in het broedseizoen mogelijk beschermde vogelnesten voor. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd en waarvoor geen omgevingscheck nodig is. Doden en vernielen van broedvogels/eieren/jongen moet worden voorkomen door het verwijderen van de vegetatie en het slopen van de bebouwing buiten het broedseizoen uit te voeren (buiten de periode 15 maart – 15 juli). Door naleving van deze mitigerende maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen van de Wnb begaan. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor het planvoornemen, mits voldaan wordt aan de randvoorwaarden uit de quick scan.
Deze randvoorwaarden zijn als voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
5.9.
Bomen effect analyse
In het plangebied staan een aantal monumentale bomen, die via het huidige bestemmingsplan beschermd zijn. Daarnaast staan er meerdere bomen in het plangebied waarvan het de vraag is of deze duurzaam behouden kunnen blijven als gevolg van de planontwikkeling. Voor de planontwikkeling is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd (bijlage, Van Helvoirt groenprojecten, 20212774, 19 januari 2022). De BEA richt zich op een deel van het bomenbestand in de Pastorietuin en Kloosterlaan 105 te Gilze. Aanleiding voor het onderzoek is het voornemen om vier patiowoningen te realiseren. Aan Van Helvoirt Groenprojecten is gevraagd om te onderzoeken wat de effecten van de werkzaamheden zijn op de duurzame instandhouding van de betreffende bomen. De volgende vragen staan in de BEA centraal: •
Wat is de huidige kwaliteit van de bomen?
•
Welke effecten hebben de werkzaamheden op de bomen?
•
Welke maatregelen en eventuele projectaanpassingen zijn nodig om de bomen duurzaam te kunnen behouden?
Uit de bomen effect analyse komt naar voren dat de beschermde, monumentale bomen in en rond het plangebied duurzaam behouden kunnen blijven. Echter niet alle overige bomen in het plangebied kunnen duurzaam behouden blijven als gevolg van de planontwikkeling. Op onderstaande afbeelding is aangegeven welke bomen wel en niet duurzaam behouden kunnen worden. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|48
overzichtstekening te behouden bomen Van de 15 bomen die niet duurzaam behouden kunnen blijven is voor 9 bomen een kapvergunning noodzakelijk. Compensatieplan In het kader van de kapvergunning is een compensatieplan (bijlage, B-vier boomspecialist, 4 juli 2023) opgesteld. B-vier verzorgt al enkele jaren het beheer van het terrein. De richtlijn van de gemeente stelt dat bij compensatie geldt; ’een boom voor een boom’. Hierin is bij het ontwerp rekening gehouden. Er worden 15 nieuwe bomen geplant. De meeste bomen zullen van de derde orde zijn en geschikt voor een schaduwrijke omgeving. Er zullen bomen gekozen worden met een hoge waarde voor insecten door nectar, pollen en kleur. Ook zullen bomen gekozen worden die bijdragen aan diversiteit van het bomenbestand op het terrein. Daarnaast komt er nog onderbeplanting met een mix van siergrassen, vaste planten, heesters en varens. Daarnaast zullen we de afstervende bomen (2 stuks in de bostuin) behouden als woonruimte voor insecten en vleermuizen. Dit geheel zorgt voor compensatie voor de te verwijderen bomen. Daarnaast kan een hogere compensatie van ecosysteemdienste gerealiseerd worden op het perceel.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|49
Compensatieplan Pastorietuin Gilze
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|50
5.10
Stikstof
Met de uitspraak van de Raad van State is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Voor het project is met Aerius Calculator een berekening (externe bijlage, Ordito BV, Stikstofberekening Pastorietuin Bisschop de Vetplein 10, 10 februari 2022) uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn gedurende de gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend. Conclusie Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor het planvoornemen. .
5.11
Geluid wegverkeerslawaai
Het aspect geluid speelt een belangrijke rol in de omgevingskwaliteit. Er bestaan verschillende geluidsbronnen die van invloed kunnen zijn op deze omgevingskwaliteit. Overlast van geluid op geluidsgevoelige functies dient te worden voorkomen. In de Wet geluidhinder wordt onderscheid gemaakt tussen verkeers-, industrie- en spoorweglawaai. Ter bepaling van de geluidsbelasting dient op grond van de wet iedere weg in beschouwing te worden genomen, met uitzondering van woonerven en 30 km/uur wegen. De te beschouwen wegen hebben een onderzoekszone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient plaats vinden. De grootte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de definitie van het gebied (binnenstedelijk of buitenstedelijk). Op grond van de Wet geluidhinder bedraagt de voorkeursgrenswaarde 48 dB op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. In artikel 1 van de Wet geluidhinder wordt een beperkt aantal type objecten aangemerkt als geluidsgevoelig object. Dit zijn: woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Onderzoek Voor het plangebied is een akoestisch onderzoek (bijlage, K+ Adviesgroep, M18 844.401, 23 januari 2019) uitgevoerd naar de te verwachten optredende geluidsbelasting vanwege verkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd om de geluidsbelasting op de gevels te bepalen ten gevolge van de Raadhuisstraat.
De overige wegen nabij het pand kennen een snelheidsregime van 30 km/uur. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de Kerkstraat en Nieuwstraat wel beschouwd. Wet geluidhinder Raadhuisstraat De geluidbelasting ten gevolge van deze weg is maximaal 45 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|51 te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Goede ruimtelijke ordening Kerkstraat •
Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder.
•
De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting is ten hoogste 42 dB (excl. art. 110g Wgh).
•
Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Nieuwstraat •
Het bouwplan ligt niet in de zone van de Nieuwstraat, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder.
•
De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden. De geluidbelasting is ten hoogste 46 dB (excl. art. 110g Wgh).
•
Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Verkeersbesluit Bisschop de Vetplein Op 12 april 2021 heeft de gemeente Gilze en Rijen een verkeersbesluit genomen in het kader van de herinrichting van het Bisschop de Vetplein. In dit verkeersbesluit is opgenomen dat de maximum snelheid op het Bisschop de Vetplein omlaag gaat van 50 km/uur naar 30 km/uur. Dit heeft een positief effect op de geluidbelasting. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.12
Luchtkwaliteit
De Wet Luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wet Luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen. Voor de verschillende stoffen zijn normen (grenswaarden) opgenomen voor de jaargemiddelde concentraties en voor dagelijkse concentraties (vierentwintig uur gemiddelde) De Wet Luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het ‘Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)’. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate (NIBM)’ bijdrage aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate (Besluit NIBM)’ en de ministeriële regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. De definitie NIBM is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. In de regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|52 betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Op grond van de regeling NIBM zijn onder andere woningenbouwprojecten met minder dan 1.500 woning vrijgesteld van toetsing. Onderzoek NIBM Onderhavig planvoornemen betreft een herontwikkeling waarbij de bestaande bedrijfsgebouwen worden vervangen door 4 patiowoningen. De realisatie van vier woningen ligt ver onder de grenswaarde van 1.500 die in de lijst van categorieën is opgenomen. De realisatie van de woningen draagt dan ook ‘niet in betekenende mate’ bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. NSL-monitoringstool In de NSL-monitoringstool is de huidige luchtkwaliteit weer gegeven. Op de kaarten van de NSLmonitoringstool zijn rekenpunten langs de Oranjestraat aanwezig. Uit de resultaten blijkt dat zowel in 2017, 2020 en 2030 voor alle stoffen geen sprake is van overschrijdingen van concentraties en aantal overschrijdingsdagen. Er kan geconcludeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.
5.13
Vliegbasis Gilze en Rijen
IHCS Gilze ligt geheel binnen het horizontale obstakelvrije vlak van vliegbasis Gilze-Rijen (onderdeel van de Inner Horizontal en Conical Surface (IHCS). Voor dit vlak geldt een bouwhoogtebeperking van 56 meter boven NAP. Er vanuit gaande dat het maaiveld ter hoogte van het plangebied maximaal 18 meter boven NAP ligt, betekent dit dat nergens in het plangebied hoger dan 38 meter mag worden gebouwd. Daarnaast ligt Gilze deels in de funnel van de vliegbasis. De funnel is een obstakelvrij start- en landingsvlak waarvan de bouwhoogtebeperking binnen het vlak oploopt van circa 30 meter boven NAP tot 56 meter boven NAP. Dit kan worden vertaald in maximale bouwhoogtes van 25 tot 115 meter ten opzichte van het maaiveld. Munitiezone Luchtvaart is te beschouwen als een risicovolle activiteit. Het huidige externe veiligheidsbeleid is met name gericht op ‘stationaire bronnen’ (fabrieken, opslagplaatsen, e.d.) en op het vervoer van gevaarlijke stoffen. In de luchtvaart gaat het om ‘bewegende bronnen’, die een ander risicobeeld met zich mee brengen. Daarom wordt voor de luchtvaart specifiek externe veiligheidsbeleid ontwikkeld, dat zal worden geïmplementeerd in de Wet Luchtvaart. Het beleid beperkt zich op dit moment nog tot Schiphol. Voor militaire vliegvelden blijft het Ministerie van Defensie verantwoordelijk.
Het huidige toetsingskader legt geen beperkingen op aan de ontwikkeling in het plangebied. Verder is op de vliegbasis Gilze-Rijen een munitiecomplex aanwezig. Het plangebied ligt buiten de beschermingszone rond dit complex.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|53 Geluid Over Gilze vallen twee zoneringen die verband houden met het aspect geluid. Enerzijds gelden voor een gedeelte van Gilze beperkingen vanwege luchtverkeerslawaai. Anderzijds ligt Gilze deels binnen de zone industrielawaai van de proefdraai installaties op de vliegbasis. 50 dB(A)-zone Op de vliegbasis Gilze-Rijen is een proefdraai installatie toegestaan. Een dergelijke installatie moet worden aangemerkt als een geluidzoneringsplichtige inrichting (een zogenaamde ‘grote lawaaimaker’) en is zodanig voorzien van een 50 dB(A)-contour. Buiten deze contour mag de geluidsbelasting vanwege de proefdraai installatie niet meer bedragen dan 50 dB(A). Binnen de 50 dB(A)-contour mogen niet zonder meer nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden geprojecteerd. Voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen geldt dat door het College van Burgemeester en Wethouders een ontheffing voor een hogere waarde tot maximaal 55 dB(A) kan worden verleend. Het plangebied ligt buiten de 50 dB(A)-contour rond de proefdraai installatie. De ligging van de 50 dB(A)-contour levert derhalve geen belemmering op. Ke zonering De maximaal toelaatbare geluidsbelasting in het kader van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart wordt gemeten in Kosteneenheden (Ke). Gilze ligt gedeeltelijk binnen de Ke-contour van vliegbasis Gilze-Rijen.
Deze contour is in het bestemmingsplan vertaald in de gebiedsaanduiding ‘milieuzone - geluidsgevoelige functie -2’. Op de gronden die binnen deze aanduiding vallen, mag in principe geen geluidsgevoelige bebouwing worden opgericht, op enkele uitzonderingen na. De uitzonderingen die in de regels zijn opgenomen, komen overeen met de wetgeving zoals vastgelegd in het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaart. Het plangebied ligt buiten de 35 Ke-contour van de vliegbasis Gilze-Rijen. De ligging van de Kecontouren levert derhalve geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. Conclusie De vliegbasis vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|54
Figuur 2 Ke-contour
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|55
5.14
Water
Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving. De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP2) is opgesteld op basis van de Waterwet en is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009 – 2015. Het NWP2 geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Met dit NWP2 zet het Rijk een volgende ambitieuze stap in het robuust en toekomstgericht inrichten van ons watersysteem, gericht op een goede bescherming tegen overstromingen, het voorkomen van wateroverlast en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit, een duurzaam beheer en goede milieutoestand van de Noordzee en een gezond ecosysteem als basis voor welzijn en welvaart.
Hierbij streeft het Rijk naar een integrale benadering, door economie (inclusief verdienvermogen), natuur, scheepvaart, landbouw, energie, wonen, recreatie en cultureel erfgoed zo veel mogelijk in samenhang met de wateropgaven te ontwikkelen. Het beleid en de maatregelen in dit Nationaal Waterplan dragen bij aan het vergroten van het waterbewustzijn in Nederland. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Rijk is in Ne- 42 bestemmingsplan Herziening Landgoederen en Groene Gebieden derland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Rijkswaterstaat (RWS) neemt in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (Bprw) de condities en maatregelen op voor het operationeel beheer om deze strategische doelen te bereiken. Het NWP is kaderstellend voor het Bprw. Het kabinet vraagt andere overheden het NWP te vertalen in hun beleidsplannen. Bestuurakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.
De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; • beheersbaar programma voor de waterkeringen; • doelmatig beheer van de waterketen, • Werkzaamheden slim combineren; • het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht.
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|56 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Doelen van het PMWP: • voldoende water voor mens, plant en dier; • schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht) • bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; • verduurzaming van onze grondstoffen, energie- en voedselvoorzieningen. Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 (WBP) (waterschap Brabantse Delta) In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 staan de doelstellingen en ambities van het waterschap. Het bestuur geeft hiermee de koers aan voor de komende zes jaar. In het WBP staan de kerntaken van het waterschap centraal. Dat zijn zorgen voor voldoende en schoon water voor natuur en landbouw, bescherming tegen overstromingen en het zuiveren van afvalwater. In dit plan is verwoord dat het waterschap aan een beter watersysteem werkt, voor mensen en voor flora en fauna. Het watersysteem moet robuuster worden: veiliger, minder kwetsbaar voor regenval en droogte, schoner, natuurlijker en beter toegankelijk voor recreanten. Deze thema’s pakt het waterschap in samenhang aan, omdat een integrale aanpak meerwaarde oplevert voor het resultaat.
Brabant Keur Voor de beheergebieden van de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en de Dommel geldt dezelfde keur: Brabant Keur. De keur bevat regels ter bescherming van de waterwerken die nodig zijn voor een goed waterbeheer (kwantiteit) en voor de bescherming van het gebied tegen hoog water. Bij veel projecten is sprake van een toename van het verharde oppervlakte. Hieromtrent is bij de Algemene regels van de keur het volgende opgenomen: • Bij een toename van het verharde oppervlak van minder dan 500 m² stelt het waterschap geen andere eisen aan de verwerking van het hemelwater. Hiervoor geldt het gemeentelijke beleid; • Bij een toename van het verharde oppervlakte van meer dan 500 m² maar minder dan 10.000 m² moeten compenserende maatregelen ten aanzien van de verwerking van het hemelwater worden getroffen conform de rekenregel: benodigde compensatie (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m²); Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m² is een watervergunning nodig. Uitgangspunten gemeente Gilze en Rijen Volgens het Gemeentelijk Rioleringsplan, verbreed GRP Gilze en Rijen 2021-2025, moet bij nieuwbouw en herstructureringsprojecten voorkomen worden dat er negatieve effecten op de waterhuishouding optreden. Voor herbebouw zonder toename van het verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 7 mm.
Bij nieuwbouw of toenemend verhard oppervlak geldt een retentie-eis van 60 mm. Watertoets Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijk ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|57 Huidige situatie Hemelwater In de huidige situatie wordt de neerslag die in het plangebied valt via inzijging, afroming naar lagere terreindelen en verdamping afgevoerd. De afvoer van neerslag, afkomstig van de huidige daken verloopt op traditionele wijze door lozing op het rioolstelsel. Oppervlaktewater In het plangebied en de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig. Afvalwater Het afvalwater van de bestaande bebouwing is aangesloten op het gemengd rioolstelsel. Dit stelsel is via rioolgemalen aangesloten op de RZWI (Rioolwaterzuiveringsinstallatie) in Rijen. Toekomstige situatie Afkoppelen hemelwater In onderstaande tabel is voor de huidige en toekomstige situatie de oppervlakteverharding inzichtelijk gemaakt bij het maximaal planologisch gebruik. Bruto (verhard) oppervlakte
Huidige situatie (m2)
Toekomstige situatie (m2)
Totaal oppervlak plangebied woonbestemming
1.680 m2
1.680 m2
Verharding kavels + bestrating
Bebouwing bedrijf: 630 m2 Bebouwing bestaande woningen: 180 m2 Verharding bedrijfsperceel: 870 m2 Totaal: 1.680 m2
Bebouwing nieuwe woningen: 560 m2 Bebouwing bestaande woningen: 180 m2 Tuinen nieuwe woningen: 300 m2 Verharding parkeren/ontsluiting zijde Kerkstraat: 640 m2 Totaal: 1.680 m2
Bij het planvoornemen blijft het aandeel verhard oppervlakte gelijk. Op basis van het beleid van het waterschap dient voor de toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 compenserende maatregelen te worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. De toename in het verhard oppervlak bedraagt minder dan 500 m2, zodat geen compenserende maatregelen op basis van het beleid van het waterschap noodzakelijk zijn. De gemeente eist echter bij nieuwbouw een infiltratievoorziening van 60 mm. Voor dit project zullen de volgende maatregelen worden genomen om te voorzien in voldoende waterberging: •
Nieuwe patiowoningen De vier nieuwe patiowoningen hebben een gezamenlijk verhard oppervlak van 560 m 2. Voor deze verharding is een totale bergingsvoorziening van ca. 33,6 m3 noodzakelijk. De patiowoningen zullen uitgevoerd worden een groen sedumdak. Het hemelwater zal direct op de groene sedumdaken opgevangen worden, waarbij er geen afvoer naar de omgeving plaats zal vinden. bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|58 •
Bestaande woningen Kerkstraat Aan de bestaande woningen Kerkstraat 105 en 107 wordt niets gewijzigd en er vinden geen bouwactiviteiten plaats. Deze bebouwing behoudt de huidige aansluiting op het gemeentelijk riool.
•
Parkeerterrein Kerkstraat Aan de zijde van de Kerkstraat wordt een parkeerterrein van ca. 640 m2 gerealiseerd. Voor deze verharding is een bergingsvoorziening van ca. 38,4 m3 noodzakelijk. Hiervoor zal een bergingsvoorziening onder (een deel van) de verharding worden aangebracht. Bijvoorbeeld in de vorm van infiltratiekratten. In het verkennend bodemonderzoek is een grondwaterstand van 1,8 m-mv aangetroffen, zodat er goede mogelijkheden zijn om voldoende berging boven de GHG te realiseren.
•
Parkeerplaatsen Pastorietuin De hoeveelheid verharding van de parkeerplaatsen en ontsluitingsstraat in de Pastorietuin blijft ongeveer gelijk aan de bestaande situatie. In het kader van deze planontwikkeling worden een aantal parkeervakken verlegd. In de nieuwe situatie zal het hemelwater van deze parkeerplaatsen en de ontsluitingsstraat (oppervlakte ca. 600 m2) afstromen naar het groen van de Pastorietuin aan de westzijde. Indien noodzakelijk zullen er aanvullende verlagingen in de Pastorietuin worden aangebracht om het hemelwater op te vangen.
Het afvalwater worden afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Milieuvriendelijke bouwmaterialen Bij de bouw zullen milieuvriendelijke bouwmaterialen gebruikt worden. Uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC worden achterwege gelaten. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Wateradvies De uitwerking van het voorliggende plan in deze waterparagraaf is in het kader van het wettelijk vooroverleg aan het waterschap Brabantse Delta toegezonden. Op 25 oktober 2022 is van het waterschap een positief wateradvies ontvangen. Conclusie Door het nemen van de juiste maatregelen levert het planvoornemen geen knelpunten op voor de waterhuishouding.
5.15
Ontplofbare Oorlogsresten
Onderzoek Voor het plangebied is een “Projectgebonden Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten Gilze, Bisschop de Vetplein 10-Kerkstraat 105” uitgevoerd (bijlage, REASeuro, 74346/ RO-210329 versie 0.1, 20 januari 2022).
bestemmingsplan Pastorietuin / Bisschop de Vetplein 10
|59 Hieronder zijn de resultaten van dit Maatwerkadvies-Ontplofbare Oorlogsresten (MW-OO) samengevat. In de periode 1940-1944 was het vliegveld Gilze-Rijen herhaaldelijk doelwit van geallieerde luchtaanvallen. Daarnaast is het centrum van Gilze beperkt beschoten geweest met artillerie tijdens de bevrijdingsgevechten eind oktober 1944. Uit de rapportage is gebleken dat door reeds bestaande bebouwing en verharding een lage kans is dat ontplofbare oorlogsresten zijn achtergebleven op de projectlocatie. Inslagopeningen van vliegtuigbommen op verharding, bebouwing en in achtertuinen zouden naar verwachting zijn opgevallen en worden daardoor niet meer verwacht op de projectlocatie. Geschutgranaten van het kaliber 75 mm t/m 155 mm kunnen nog onopgemerkt zijn ingedrongen op de projectlocatie in delen die niet verhard waren. De beschietingen op het centrum van Gilze waren echter sporadisch en de projectlocatie is dermate klein dat de kans zeer laag is dat een granaat hier terecht is gekomen. Daarnaast is het terrein in de periode na de oorlog diverse malen geroerd en is er tevens naoorlogse bebouwing geplaatst waarbij een groot deel van de verdachte laag inmiddels niet meer aanwezig is.
Door locatiespecifieke omstandigheden zoals verstoringen, aanwezige bebouwing en verharding en kabels en leidingen wordt een detectieonderzoek niet proportioneel geacht aan de geplande grondroerende werkzaamheden. Een toevalsvondst van een munitieartikel kan nooit geheel worden uitgesloten en wordt beschouwd als een restrisico. Om dit restrisico te ondervangen wordt geadviseerd het personeel op de projectlocatie te instrueren met een protocol waarin wordt uitgelegd hoe om te gaan met een dergelijke toevalsvondst. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.