Begrotingscirculaire 2024
Tekst van het document
Provincie Noord-Brabant
10.2.e
Postbus 90151
5200 MC 's-Hertogenbosch Telefoon 10.2.e 10.2.e
Gemeenteraden in Noord-Brabant
10.2.e
www.brabant.nl
IBAN 10.2.e
Bereikbaarheid
openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Begrotingscirculaire 2024 Datum
5 april 2024 Ons kenmerk
C2334037/5896349
Geachte raadsleden,
Uw kenmerk
leder jaar krijgt u van ons uitgangspunten voor de komende begroting
Contactpersoon
(begrotingscirculaire). De begroting en meerjarenraming geven een raming (inschatting) van de kosten en opbrengsten voor de komende vier jaar. De
informatie in deze circulaire is belangrijk voor het opstellen en het vaststellen van uw begroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028. De begrotingscirculaire
Telefoon 10.2.e
heeft als doel om u vooraf duidelijkheid te geven. Met deze begrotingscirculaire
10.2.e
informeren wij u over onderwerpen die nu spelen en die belangrijk zijn voor uw
Bijlagen)
begroting 2025-2028. Daarnaast informeren wij u over de manier waarop wij uw komende begroting en meerjarenraming beoordelen.
Het doel van financieel toezicht is het bevorderen van een gezonde financiële
positie bij gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. De regels over financieel toezicht staan in de Gemeentewet, het Besluit begroting en
verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het Gemeenschappelijk
Financieel Toezichtkader (GTK 2020). U heeft als gemeenteraad het budgetrecht. In die rol bent u er verantwoordelijk voor dat uw gemeente financieel gezond is. Een begroting die structureel en reëel sluit is daarvoor
noodzakelijk:
•
De structurele taken dient u te bekostigen met structurele opbrengsten.
Dat betekent dat tegenover jaarlijkse terugkerende kosten, voldoende
jaarlijkse terugkerende opbrengsten staan. 'Reëel ramen' wil zeggen dat u de kosten goed inschat en dat ze
passend zijn voor de taken. Zorg ervoor dat u uw kosten en
opbrengsten realistisch raamt en dat de taken die daarbij horen haalbaar zijn.
Provincie Noord-Brabant
Is uw begroting in 2025 niet structureel en reëel in evenwicht? Dan dient u
Datum
ervoor te zorgen dat dit evenwicht tijdig wordt hersteld in de meerjarenraming,
5 april 2024
uiterlijk in 2028.
Ons kenmerk
C2334037/589Ó349
Veel onderwerpen in deze begrotingscirculaire gaan over het gemeentefonds.
Maak helder of u bij het maken van de begroting de mei- óf septembercirculaire als uitgangspunt neemt. Wissel dus niet elk jaar tussen deze twee, en verwerk de circulaire volledig in de begroting. U kunt uit voorzichtigheid ervoor kiezen om
lagere opbrengsten te ramen dan in de door u meegenomen circulaire.
Door de daling van de algemene uitkering vanaf 2026 presenteren veel gemeenten een niet (structureel) sluitende meerjarenraming bij de begroting
2024. De tekorten zijn te zien in de jaarschijven 2026 en 2027. Misschien geldt dit ook voor uw gemeente. Wij hebben als toezichthouder een onafhankelijke rol. Wij beoordelen uw begroting op basis van het wettelijke criterium van
structureel en reëel evenwicht. Uw begroting 2025 moet dus structureel en reëel
in evenwicht zijn als het laatste jaar van de meerjarenraming 2026-2028 dat niet is.
Voor 1 januari 2025 krijgt u van ons een brief over de toezichtvorm voor 2025.
Repressief (regulier] toezicht is de standaard vorm van toezicht. Dit geldt als uw begroting voldoet aan de eisen. Preventief (verscherpt) toezicht is uitzondering.
Dat geldt als uw begroting niet voldoet aan de wettelijke criteria. Heeft u vragen over deze circulaire? Of over de vertaling hiervan in uw
begroting? Neem dan gerust contact op met de ambtelijke contactpersoon voor uw gemeente.
Financiële ontwikkelingen Gemeentefonds
Nieuwe financieringssystematiek
Het kabinet Rutte 4 heeft besloten om na 2025 een nieuwe financierings methodiek in te voeren voor gemeenten en provincies. Het doel van het Rijk is
om een "stabiele(re) financiering en daarmee meer autonomie voor deze medeoverheden" te bereiken. De nieuwe systematiek koppelt de ontwikkeling
van het gemeentefonds (dat heet 'accres') los van de ontwikkeling van de
rijksuitgaven. In plaats daarvan koppelt het Rijk de ontwikkeling van het gemeentefonds aan de ontwikkelingen van het bruto binnenlands product. Het
huidige systeem eindigt in 2025 en het nieuwe systeem gaat in met ingang van 2027. Het accres bestaat uit een volumedeel en een nominaal deel. Met het
volumedeel bedoelen we dat deel dat gaat over de compensatie van bevolkingsgroei en reëel accres. Met het nominale deel bedoelen we de
compensatie voor loon- en prijsontwikkeling.
2/7
Provincie Noord-Brabant
De accresstanden voor 2022 tot en met 2025 voor gemeenten veranderen
Datum
alleen door loon- en prijsontwikkelingen. Het Rijk heeft het volumedeel van het
5 april 2024
accres voor gemeenten voor 2022-2025 vastgezet. Dit doet het Rijk omdat de
Ons kenmerk
nieuwe financieringssystematiek eraan komt. De VNG heeft hiermee ingestemd.
C2334037/589Ó349
Het Rijk heeft bij de voorjaarsnota 2023 besloten om vanaf 2027 jaarlijks
miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten. Eerder had het Rijk al
1 1
miljard beschikbaar gesteld voor 2026. Het volumedeel van het accres staat daarmee vast tot en met 2026.
De indexatie van het volumedeel wordt vanaf 2027 gebaseerd op de
(gemiddelde) ontwikkeling van het bruto binnenlands product van de afgelopen
8 jaar. De indexatie voor het loon- en prijsdeel verandert vanaf 2027 mee met de
prijsontwikkeling bruto binnenlands product van het lopende jaar. Dit besloot het
Rijk in de voorjaarsnota 2023 zodat het gemeentefonds op reëel niveau blijft.
Wiltu meer lezen over het verschil tussen de oude en nieuwe financieringssystematiek? Meer informatie hierover kunt u lezen op de site van de VNG.
Herverdeling Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds volledig
herzien. Het doel van het Rijk is een stabiel verdeelmodel dat zoveel mogelijk
aansluit bij de kosten van de gemeenten. Een 'ingroeipad' zorgt ervoor dat de gevolgen van de herziening beperkt blijven. Tot en met 2027 blijven de financiële gevolgen beperkt tot maximaal € 37,50 per inwoner. Dat geldt voor alle gemeenten. Daarbij maakt het niet uit of uw gemeente voordeel of nadeel
heeft van het nieuwe verdeelmodel. Voor sommige gemeenten is het voor- of nadeel van de herverdeling groter dan 37,50 per inwoner. Verwacht u een groter voordeel door de herverdeling dan 37,50? Dan kunt u hier nog geen rekening mee houden. Het voordeel kan
kleiner zijn dan waar u nu vanuit gaat. Verwacht u een groter nadeel dan 37,50? Dan kunt u hier uit voorzichtigheidsoverwegingen rekening mee houden
in uw raming na 2027. Het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Het Rijk evalueert en beoordeelt het verdeelmodel of het nog beter kan. Het Rijk is van plan om de evaluatie voor de zomer van 2024 af te ronden. In de meicirculaire van 2025 leest u hier dan meer over.
Klimaat- en energiebeleid Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de klimaat en
energieplannen. Het kabinet ondersteunt gemeenten hierbij met geld voor de
3/7
Provincie Noord-Brabant
jaren 2023 tot en met 2025. In de brief ministerie van Economische Zaken en
Datum
Klimaat leest u hier meer over.
5 april 2024 Ons kenmerk
Met dit geld kunnen gemeenten extra personeel aantrekken. Gemeenten kunnen
C2334037/589Ó349
meer kennis opdoen en experts inhuren. Gemeenten moeten ervanuit kunnen
gaan dat ze dit geld elk jaar krijgen. Anders kunnen ze geen langdurige verplichtingen aangaan. Rijk, provincies en gemeenten overleggen nog om ook
te zorgen voor zekerheid na 2025.
Voor de jaren 2023 tot en met 2030 is er in totaal € 5,38 miljard beschikbaar voor de uitvoeringskosten voor gemeenten en provincies. In 2023 kregen gemeenten € 341 miljoen. Het bedrag dat u kreeg voor uw gemeente voor
2023, mag u vanaf 2025 jaarlijks in uw begroting opnemen. Hierover hebben wij u in het voorjaar van 2023 geïnformeerd. We gaan er dan wel vanuit dat u dit bedrag zowel aan de opbrengsten- als de kostenkant opneemt. Want het
extra geld dat u krijgt, is bestemd voor extra klimaat- en energietaken.
Voor de jaren 2024 en 2025 is meer geld beschikbaar dan wat gemeenten in totaal in 2023 zullen ontvangen. Of uw gemeente recht heeft op dit extra geld,
hangt af van uw plannen. Dit heet daarom planfinanciering. Elk plan krijgt een vast bedrag, afhankelijk van het type plan (zero-emissiezone, windpark, zonneweide of gebouw). De precieze bedragen per plan zijn nog niet
vastgesteld. Er is geen maximaal bedrag per aanvraag. In totaal is hier voor
2024
90 miljoen en in 2025
300 miljoen beschikbaar.
Het advies van de Raad van het Openbaar Bestuur zal eind maart 2024
verschijnen. Dit advies gaat over de bekostiging en governance van de
decentrale uitvoering van het klimaat- en energiebeleid. Daarin staat waarschijnlijk dat het bedrag vanaf 2027 minimaal net zo hoog zal zijn als in
2023. Jeugdzorg In het voorjaar 2023 stuurden wij u informatie over onze landelijke richtlijn voor
het opnemen van de jeugdgelden in de begroting 2024. Deze richtlijn zullen wij actualiseren in het geval het Rijk bij de meicirculaire 2024 niet met een nieuwe
oplossing komt. Op die manier weet u waar u aan toe bent bij het opstellen van de meerjarenraming 2026-2028. Wij zullen u hierover dan tijdig informeren.
Notitie incidenteel-structureel In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 21 november
2023 is de notitie incidenteel/structureel vastgesteld. In deze notitie staan afspraken en verduidelijking over het onderwerp incidenteel/structureel. Eén van de afspraken gaat over de inzet van incidenteel geld voor structurele uitgaven. Gemeenten mogen een deel van de algemene reserve gebruiken voor
structurele kosten. De voorwaarden hiervoor staan in deze notitie. Ook de
bestaande afspraken over de inzet van reserves zijn opgenomen in de notitie.
4/7
Provincie Noord-Brabant
Datum
We adviseren gemeenten om hierover vooraf af te stemmen met de
5 april 2024
toezichthouder. Geef helder aan in uw begroting, wanneer u gebruik maakt van
Ons kenmerk
deze mogelijkheid. Neem deze onttrekking op in het verplichte overzicht van
C2334037/589Ó349
structurele reservemutaties en zorg voor een duidelijke toelichting.
Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen Het kabinet is van plan om voor één onderdeel van de Wmo 2015, namelijk de huishoudelijke hulp, een passende eigen bijdrage in te voeren. In het
coalitieakkoord van het demissionair kabinet staat dat dit geldt vanaf 1 januari
2025. De ingangsdatum is verschoven naar 1 januari 2026. Inwoners betalen dan voor alle Wmo-voorzieningen een eigen bijdrage, waarvoor nu het
abonnementstarief geldt. De hoogte van die bijdrage is afhankelijk van hun inkomen.
Het Rijk verwacht dat de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage de druk bij gemeenten verlaagt op het gebruik van Wmo-voorzieningen. En dat de Wmo 2015 daardoor langer betaalbaar blijft. Wij vragen van u om de
geraamde opbrengsten voldoende te onderbouwen. Inflatie Inflatie betekent dat alles duurder wordt. Dit heeft invloed op de begroting en
meerjarenraming van gemeenten. Dit geldt voor het reëel ramen van zowel de kosten als de opbrengsten. Door de hoge inflatie hebben wij hier extra aandacht
voor.
Geef de financieel-technische uitgangspunten duidelijk aan in uw begroting. Raamt u uw opbrengsten op basis van lopende prijzen? Dan gaan we ervan uit dat u uw kosten ook op deze basis raamt. Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
Er zijn nieuwe notities van de commissie BBV gepubliceerd:
Notitie grondbeleid in de begroting en jaarstukken 2023 Notitie rente 2023 Notitie overhead 2023 In 2024 werkt de commissie BBV waarschijnlijk aan een nieuwe notitie over de
Balans. Ook komt er een nieuwe versie van de Notitie Verbonden partijen.
5/7
Provincie Noord-Brabant
Specifieke onderwerpen
Datum
5 april 2024
Bevindingen begroting 2024 en jaarrekening 2022
Ons kenmerk
Tekorten meerjarenraming en scenario's
C2334037/589Ó349
Veel gemeenten presenteren in de meerjarenraming 2025-2027 een tekort, vooral vanaf 2026. Dit komt door de nieuwe financieringssystematiek en door
de opschalingskorting. Rijk en gemeenten zijn nog in gesprek over de financiële verhoudingen. Dat betekent dat nog niet zeker is of u na 2025 extra geld krijgt. Denk alvast na over verschillende scenario's. En over maatregelen die daarbij
passen. Daardoor heeft u de financiële en beleidsmatige gevolgen beter in
beeld. U heeft dan beter inzicht in wat de verschillende scenario's voor uw gemeente kunnen betekenen. De VNG heeft u een brief gestuurd met een begrotingsadvies. Ook de VNG adviseert u om alvast ombuigingen zo goed
mogelijk in kaart te brengen.
Onderuitputting
Tijdens ons onderzoek merkten wij dat niet altijd duidelijk is hoe wij omgaan met onderuitputting.
Onderuitputting geeft aan welk deel van het budget aan het eind van het jaar niet is uitgegeven. Het geeft daarmee het verschil aan van de uitgaven in de
begroting en de jaarrekening.
Een voorbeeld van onderuitputting is lagere uitgaven voor onderhouds
werkzaamheden ten laste van de exploitatie, doordat werk niet (volledig) is uitgevoerd door bijvoorbeeld slechte weersomstandigheden. Een ander voorbeeld is dat het salarisbudget niet volledig is uitgegeven door ontstane
vacatures of doordat vacatures pas later ingevuld werden. Ook een investering die later is opgeleverd, kan leiden tot lagere kapitaallasten dan die in een bepaald jaar waren geraamd.
Jaarrekeningen van gemeenten hebben de laatste jaren steeds vaker een positief
saldo. Meestal komt dit door eenmalige voordelen. Onderuitputting geldt alleen voor de jaarrekening. Het kan een eenmalig
voordeel opleveren. Als deze voordelen een structureel karakter hebben, dan
kunt u ervoor kiezen om het budget aan te passen. De gemeente moet kosten en
opbrengsten realistisch ramen. Een post onderuitputting mag niet in de begroting worden opgenomen.
Thema-onderzoek Onderhoud kapitaalgoederen Het onderhoud van kapitaalgoederen is een belangrijk onderdeel van een gemeentelijke begroting. Denk aan het onderhoud van wegen, civieltechnische
kunstwerken, riolering, water, groen en gebouwen. Dit jaar doen we als
toezichthouder hier onderzoek naar. Wij kijken kritisch naar de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de aan ons ingezonden begrotingen 2024
6/7
Provincie Noord-Brabant
van gemeenten. Daarmee wordt duidelijk wat de informatiewaarde is van deze
Datum
paragraaf.
5 april 2024 Ons kenmerk
Wet gemeenschappelijke regelingen
C2334037/589Ó349
Op 1 juli 2022 is deze wet gewijzigd. Door deze wijziging krijgen volksvertegenwoordigers, zoals gemeenteraadsleden en statenleden meer invloed op de besluitvorming van dit soort samenwerkingen en kunnen ze die beter controleren.
Daarnaast wordt met deze wijziging geregeld dat in het geval van een uittreding
er in ieder geval vooraf afspraken moeten worden gemaakt over de gevolgen
voor het vermogen van de rechtspersoon. Daarbij moet worden gedacht aan
afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Voor deze
wijziging geldt een implementatieperiode van twee jaar. Gemeenten zorgen ervoor dat zij tijdig de nieuwe regeling van hun gemeenschappelijke regelingen
ontvangen.
Tot slot Heeft u vragen over deze circulaire? Neem dan contact op met de contactpersoon voor uw gemeente.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze, 10.2.e
10.2.e 10.2.e
In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
7/7