CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording vragen fracties ap 10d RIB Voortgangsrapportage Q3 Spoorzone

Raadscommissie Ruimte 18 januari 2022, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Ter kennisname stukken:2.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BEANTWOORDING TECHNISCHE VRAGEN -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan De gemeenteraad van de Gemeente Gilze en Rijen Van Het college van burgemeester en wethouders Portefeuillehouder Wethouder Stinenbosch Vragensteller PvdA, GB, GGR, VVD Onderwerp RIB Voortgangsrapportage Q3 Spoorzone Datum vergadering 18-01-2022 Agendapunt vergadering 10d Datum ingekomen 10-01-2022 Datum beantwoording 14-01-2022 Behandelend medewerker Zaaknummer Nummer -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------PvdA Vragen betreffende de P85-inschatting Herhaaldelijk is P85 gerapporteerd als zijnde de risicowaarde. Meer expliciet is dat gedaan op 17 juni 2021. Het feit dat u nu bijvoorbeeld het ‘bouwen in een krappe omgeving’ als mogelijk extra kostenpost noemt, roept bij ons vragen op betreffende de P85-waarde? 1. Kunt u aangeven waarom u rapporteerde dat het budget conform de P85-waarde was, ondanks dat een aantal altijd bekende elementen ontbreken in het budget? Antwoord: In de loop van tijd – vanaf het maken van de afspraken in de Bestuursovereenkomst met Provincie en Rijk – is duidelijk geworden dat een aantal posten in de kostenraming dienden te worden aangescherpt.

Er is sprake van aanvullingen, mutaties in de scope en ook effecten van loonen prijsontwikkelingen. Eind 2021 is duidelijk dat met een P85 kostenraming en alle kostenposten in beeld een verschil is ontstaan van ca. € 15 mln. met het geïndexeerde budget. 2. Kunt u een verklaring geven waarom er posten zijn die zo laat in beeld komen terwijl de situatie onveranderd is? Bedoelde posten zijn die bij de 4e bullet op pagina 9. Antwoord: Onderzoeken zijn gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven, grondverontreinigingen, de geotechnische gesteldheid en kabels & leidingen. Het ontwerpproces kent een convergerend karakter. Elke stap leidt tot meer inzicht en daarmee gepaard gaande aanscherping van het risicoprofiel van het project. Het is niet persé laat inzichtelijk geworden, kijkend naar de voortgang van het voorbereidingstraject. Wat echter wel aan de hand is, is dat de kostenimplicaties van al deze zaken nu goed in beeld gaan komen. In een latere fase van het project – bij de vaststelling van de ontwerpvariant – is het noodzakelijk om alle majeure onzekerheden goed te hebben geanalyseerd en te hebben voorzien van het daarbij behorende risicoprofiel. Dan zal de besluitvorming leiden tot de beslissing om met de dan voorliggende variant de volgende ontwerpfase in te gaan. 3.

Hoe verhoudt zich dit tot het feit dat eerder is aangeven dat het om een P85-raming gaat? Antwoord: Het gaat altijd om een P85 raming. Wij zullen blijven rapporteren op een P85 raming. Deze raming kent echter bij de overgang naar iedere volgende fase een steeds meer inhoudelijk en nauwkeurig beeld van de te verwachten projectkosten. We dienen rekening te houden met een ontwikkelende waarde voor de P85 raming, afhankelijk van het ontwikkelende risicoprofiel van het project.

4. Zijn de risico’s (Gilze Rijenbreuk, NGE, vervuilde grond, archeologische vondsten, etc.) gekwantificeerd in het budget? Antwoord: Wij kwantificeren niet in het budget, maar zorgen dat het budget in overeenstemming wordt gebracht met de gekwantificeerde kostenraming. In deze fase zijn de genoemde risico’s meegenomen in het risicoprofiel van de kostenraming van het project. Vraag betreffende de aangeleverde informatie In de RIB van 14 december 2021 stelt u dat er in de voortgangsrapportage vermeld wordt waar de ontbrekende 15 miljoen op gebaseerd is. In de voortgangsrapportage worden echter verschillende posten genoemd die opgeteld geen 15 miljoen bedragen. Er worden wel enkele posten genoemd zonder bedrag, maar desondanks lijkt de voortgangsrapportage op dit punt onvolledig. 5. Kunt u een opsomming geven die leidt tot het bedrag van 15 miljoen euro? Antwoord: In het kader van vertrouwelijkheid bent u op 10 januari j.l. geïnformeerd over de opbouw van het verschil van € 15 mln. tussen kosten en beschikbaar budget 6. Volgens de BOK moet het project zijn afgrond op 31 december 2026. In het tijdschema op blad 7 staat afronding in Q2 2027. Hoe is dit met elkaar te rijmen? Antwoord: U constateert hier terecht een verschil tussen BOK en de actualiteit van de projectplanning.

De projectplanning houdt rekening met de ontwikkeling van het planvormingsproces, de aanbesteding- en realisatiefase. Daartussen worden veelal tijdconsumerende besluitvorming momenten ingelast bij fase-overgangen. Het geheel wordt voorzien van een risico-analyse. Het huidige beeld is dat wij het in de BOK gestelde net niet gaan halen. Dit is onderwerp van gesprek met de partners in de BOK. GB 7. De kosten van 42 miljoen voor het project spoorzone was op basis van prijspeil 2019, wat zou het benodigde budget zijn op basis van het prijspeil 2022? Antwoord: U bent op 10 januari j.l. op de hoogte gesteld van de inhoudelijk ontwikkeling van kosten en budget. Op basis van het huidige inzicht - met een kostenraming op P85 niveau – is het benodigd budget ca. € 60 mln. 8. Is de overschrijding die staat beschreven in de voortgangsrapportage op basis van prijspeil 2019, of al aangepast aan het prijspeil 2022 Antwoord: de getallen die zijn genoemd in de Q3-2021 rapportage geven nog geen actueel beeld van de huidige stand van zaken. Over de huidige stand van zaken bent u op 10 januari j.l. inhoudelijk geïnformeerd. Als het prijspeil nog aangepast moet worden Antwoord: Wij snappen uw vraag niet GGR 9. blz.4en 5 Bodem en funderingsonderzoek, het plaatsen van peilbuizen om grondwaterhuishouding van de onderdoorgang in beeld te krijgen.

Dit gaat langjarig gemonitord worden wat houdt deze meting precies in? Wat betekent dit voor de voortgang van aansluitende werkzaamheden? Antwoord: Met de grondmechanische onderzoeken en bodemmonsters die zijn uitgevoerd in de zomer van 2021 is een goede indicatie gekregen van de grondgesteldheid. Op basis daarvan is een haalbaar ontwerp bepaald. Door het ingenieursbureau is in het najaar van 2021 een nadere analyse gedaan van de beschikbare bodeminformatie.

De conclusie is dat we nog meer willen weten over de grondwaterstroming in het projectgebied. Daarbij is het goed om ook seizoensinvloeden hierin waar te nemen. Vandaar langjarig monitoren met peilbuizen. Met deze aanvullende informatie kunnen wij in het vervolgtraject beter en nauwkeuriger bepalen hoe we de funderingsanalyse kunnen verfijnen om zo een robuuste bouwmethode te ontwikkelen. Alles is er op gebaseerd dat wij tegen het einde van de ontwerpfase met de meest optimale bouwmethode aan het werk kunnen gaan. 10. blz. 8 Beschikbaar voor project 42.950.000. Bijdragen gemeente Gilze Rijen 10.000.000. De BOK 2020 kent een onderliggende kostenraming van 47.082.000. gemeente Gilze Rijen 5.000.000 verwerven vastgoed. Deze 5.000.000 heeft altijd onderdeel uitgemaakt van de beschikbare 10.000.000. Wanneer is het besloten deze 5.000.000 niet meer onder de geraamde 10.000.000 te laten vallen? Antwoord: Dat is niet besloten. De kern van de problematiek ligt in het feit dat bij het overeenkomen van de bijdragen in de BOK geen rekening is gehouden met de P85 waarde van de kosten van spoor en onderdoorgang. Het raadsvoorstel van 30 september 2019 geeft hierover meer duiding. U bent tevens op 10 januari j.l. geïnformeerd over de inhoudelijke analyse rondom kosten en budget. 11. blz.

9 De initiële spanning op het budget neemt toe nu meer inzicht wordt verkregen in de kosten behorende bij de planuitwerkingsfase. Antwoord: Dat klopt. 12. Niet eerder geraamde post begeleiding uitvoeringsfase. Koste 2.000.000 Wanneer was dit bekend? Antwoord: De kostenraming voor begeleiding uitvoeringsfase is in de tweede helft van 2021 opgesteld. 13. Waarom is dit nog niet accuraat te berekenen? Antwoord: Accuraat betekent dat wij met precisie in de toekomst kunnen kijken. Dat zou een overschatting van onze competenties zijn. Wij hebben met de ervaring vanuit soortgelijke projecten een initiële inschatting gemaakt van de kosten die met de begeleiding van uitvoering en opdrachtgeverschap gepaard gaan. 14. Wat voor afspraken zijn er met de partners ten aanzien van het overtreffen indexering volgens IBOI.? Antwoord: Die afspraken zijn nu nog niet gemaakt. We willen die wel onderdeel maken van het overleg tussen Rijk, Provincie en Gemeente. 15. Was dit bij de ondertekening van de overeenkomst niet bekend? Antwoord: Mogelijk was het wel bekend, maar in elk geval nog niet als belangrijk apart artikel in de BOK opgenomen. 16. Inmiddels hebben er in de afgelopen periode enkele kosten overschrijdingen plaatsgevonden. Nu al 1.250.000 en er komen nog onbekende kosten bij.

Wanneer was dit bekend? Antwoord: De verschillende aanpassingen van kosten zijn in de periode na vaststelling voorkeursontwerp (september 2019) en ondertekening BOK bekend geworden en al door middel van verschillende tussenrapportages aan de raad gemeld. U bent op 10 januari j.l. op de hoogte gesteld van de inhoudelijke ontwikkeling van kosten en budget. Op basis van het huidige inzicht - met een kostenraming op P85 niveau – is het benodigd budget ca. € 60 mln.

17. Wat zijn de geschatte kosten die hier nog bij komen? Antwoord: U bent op 10 januari j.l. op de hoogte gesteld van de inhoudelijke ontwikkeling van kosten en budget. Op basis van het huidige inzicht - met een kostenraming op P85 niveau – is het benodigd budget ca. € 60 mln. 18. Waarom nu pas deze informatie? Antwoord: De informatie komt nu als onderdeel van voortschrijdend inzicht in de inhoud van het project en bijbehorende kosten, alsmede het nog invullen van niet geraamde kosten zoals managementkosten. Door de insteek om vanaf nu integraal te kijken naar de “prognose einde werk (PEW)” zijn alle elementen in de kostenraming goed onder de loep genomen. 19. Blz. 13 en 14 Bij alle overzichten wordt herhaaldelijk, aanvullend, voldoende telkens tussen haakjes genoemd. Wat wilt u hier mee vertellen? Antwoord: Wat wij hiermee willen vertellen, is dat het niet allemaal zwart-wit is in de formulering van de risico’s Wanneer de woorden tussen haakjes worden weg gehaald dan zou het lijken of het “zwart” is. Bij nader inzien zou het beter zijn geweest om de haakjes helemaal weg te laten.

Openstaande vragen en toezeggingen naar aanleiding van de Raadsinformatie avond op 10 januari 2022: Vraag: In de voortgangsrapportage staat: Planning nu ongewijzigd. Echter ten opzichte van een jaar geleden lijkt dit een jaar later, hoe kan dat? Antwoord: De laatste voortgangsrapportage is van oktober 2020. Daarin staat: • tot 30 september 2019: alternatievenstudie • 2020-2023: planuitwerking • 2023: start aanbesteding • 2024: start realisatie Vanuit de gemeente is de afgelopen tijd gewerkt aan het voorontwerp bestemmingsplan. We verwachten dit ter inzage te kunnen leggen in het najaar van 2020. Het ontwerp bestemmingsplan volgt dan tweede kwartaal 2021. Tevens werken we met ProRail aan de technische planuitwerking. Hiervoor zal een ingenieursbureau worden geselecteerd. Begin 2021 kunnen we die selectie afronden en kan dit bureau aan de slag. Naar verwachting kunnen we eind november de bestuursovereenkomst met de andere partners ondertekenen. In de voortgangsrapportage Q3-2021 staat het volgende: De voortgang van werkzaamheden is redelijk tot goed. Het behalen van mijlpaal 2 en 4 is erg belangrijk voor de programmavoortgang. Het onderstaande schema geeft de projectmijlpalen weer en de actuele status bij de stand-lijn van deze kwartaalrapportage.

De planning, zoals opgenomen in onderstaand schema, is op basis van de huidige kennis en inzichten opgesteld (deterministisch, dus zonder risicobuffers). Er is inderdaad op basis van het huidige inzicht meer tijd nodig voor de voorbereiding van het project. In de afgelopen periode heeft een nadere planningsanalyse plaatsgevonden die leidt tot het huidige beeld. Alle tussenstappen in de planning, zoals besluitvorming, toetsing & verificatie, onteigeningstraject e.d. zijn nu in meer detail opgenomen. Daarnaast zijn ook externe factoren van belang, zoals het aandienen van een 80-weeks buitendienststelling op de Betuweroute, die randvoorwaardelijk is voor de voortgang van het project Spoorzone Rijen. Vraag: kunnen we het hellingspercentage naar beneden brengen in plaats van het verkorten van de toeritten? Antwoord: het verkorten van de toeritten heeft nadrukkelijk de voorkeur. Bij de keuze omtrent het hellingspercentage hebben we een afweging te maken tussen inpassing, fietscomfort en realisatiekosten. We hebben nu met gemiddeld 4% en een gereduceerd hoogteverschil van 55 cm een fietscomfort dat op een aanvaardbare grens ligt qua comfort. Inpassing is met name aan noordzijde en zuidzijde belangrijk in verband met aanpalende infrastructuur. Met 4% helling is dat goed te doen, Als de helling flauwer wordt, dan zal dit ten koste gaan van overige verkeersafwikkeling.

Dat een langere helling meer kosten tot gevolg heeft, is in de huidige situatie niet aanvaardbaar. Geuite zorg over de geluidschermen achter de beuk in het beeldkwaliteitsplan: Schermen ingepakt in haagbeuk met een hoogte van 1,5 m. Gaat dit het zicht belemmeren met negatieve consequenties voor de sociale veiligheid?

Toezegging: we nemen deze zorg mee naar de ontwerpers ter beoordeling.

Vraag: Oproep om integraliteit schermen langs spoor onder aandacht van ProRail te brengen en mogelijkheid te onderzoeken om geluidscherm tussen de twee sporen door te trekken naar het Oosten en Westen. Antwoord: het saneringsplan dat ProRail opstelt in het kader van het MJPG wordt afgestemd met de gemeente. Er is sprake van een integrale benadering, waarbij de omgeving wordt betrokken. Het doortrekken van een laag geluidscherm tussen de twee sporen is echter niet mogelijk, omdat dit zou leiden tot een toename van de spoorwijdte (van 4,5 m naar 5,5 m) en daarmee wordt het geluidsaneringsprogramma meteen een spoorverbouwingsproject met kostenescalatie en inpassingsvraagstukken tot gevolg. Dit scherm is alleen mogelijk in de stationsomgeving omdat hiervoor ruimte tussen de beide sporen gecreëerd kan worden.

Toezegging: De vraag van de gemeenteraad zal worden besproken met ProRail. Achtergrondinformatie Het project geluidsanering in het kader van MJPG is tijdelijk ‘on hold’ gezet om een integrale afweging met het project Spoorzone Rijen te kunnen maken en te voorkomen dat we de geluidschermen zouden plaatsen, die we bij de aanleg van de onderdoorgangen weer moeten verplaatsen of verwijderen of waarvan we de hoogte moeten aanpassen. Alle geluidmaatregelen langs het spoor, zoals de lengte en de hoogte van de schermen, in Rijen en Hulten worden opgenomen in een plan. Dit saneringsplan is naar verwachting medio 2022 klaar. Iedereen heeft dan de gelegenheid om het plan te bekijken en er een reactie op te geven. De minister van Infrastructuur en Waterstaat neemt daarna, ook op basis van alle reacties, een definitief besluit over het saneringsplan. Als het saneringsplan onherroepelijk is, is het aan ProRail om het plan uit te voeren. De ontwerpen krijgen in de komende periode vorm. Ook de omwonenden worden daar door de gemeente en ProRail bij betrokken.

Toezegging: Naar aanleiding van vraag over vergelijkingsmateriaal, bijv. van viaducten en hellingen in de regio - hellingen van tunnels en bruggen in de regio in kaart gaan brengen.

Toezegging; auto’s toevoegen aan de tekeningen beeldkwaliteitsplan in overleg met architectenbureau ZJA

Toezegging: minimale breedte van de voetgangersgedeelte in de onderdoorgang uitzoeken. Breedte rijweg bedraagt 6,60 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11024117/2