CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording Technische vragen ABG-radenavond benchmark 17 sep

Raadscommissie Middelen 14 oktober 2024, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: ABG Radenavond Benchmark4.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Pagina 1 van 9

ABG-radenavond Toelichting benchmark Berenschot (17 sep 2024) Technische vragen Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag

Antwoord

1

Rapport Berenschot

CDA

Het concept rapport was in oktober 2023 gereed. De publicatiedatum Wij begrijpen uw vraag. Dit is echter geen technische vraag, maar was 17 januari 2024 en dit is d.m.v. een RIB op 28 mei 2024 naar de een politieke/bestuurlijke vraag. Raad gestuurd. Bespreking met de raden vindt plaats op 17 (*) september 2024. Waarom heeft het zo lang geduurd? (Op deze manier missen we mogelijke inspirerende bezuinigingsvoorstellen t.g.v. de begroting 2025 – dus weer een verloren jaar)

2

Rapport Berenschot

CDA

De benchmark is in 2023 uitgevoerd op basis van de Geen technische vraag (*) programmabegroting van 2023. Zoals bekend wijkt de realisatie sterk af van de begroting (Uit jaarstukken 2023: begroting 2023 € 38 miljoen, rekening 2023 € 47 miljoen, een verschil van +24%). Aangezien de benchmark een vergelijk geeft t.o.v. de realisatiecijfers 2022 van de andere gemeenten is de weergegeven tabel op pagina 5 niet reëel. Deelt u onze mening? Zo nee, waarom niet?

3

Rapport Berenschot

CDA

Apparaatskosten van zowel het primaire proces als die van de overhead/bedrijfsvoering bedragen € 53 miljoen. Hoe moeten we deze plaatsen in de begroting 2023? We kunnen deze bedragen niet herleiden.

4

Rapport Berenschot

CDA

In de benchmark wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per De conclusies in de benchmark zijn gebaseerd op de (primitieve) 01-01-2023. Aan inhuur en uitbesteding in 2023 is € 9,6 miljoen vastgestelde begroting. Inhuur en uitbesteding zijn, voor zover uitgegeven, terwijl de begrote vaste salariskosten € 28 miljoen opgenomen in de primitieve begroting, hierin meegenomen. bedroegen. Zijn de in de benchmark getrokken conclusies gebaseerd op de vaste salariskosten of op de vaste salariskosten + inhuur/uitbesteding?

5

Rapport Berenschot

CDA

Tabel pagina 5: De formatie voor de bedrijfsvoering/overhead is 6,8 Het getal is juist. De totale formatie van de ABG-organisatie is 6,8 /1000 inw. De formatie voor het primaire proces is ook 6,8 / 1000 fte per 1.000 inwoners. Dit betreft de formatie van de primaire inw. Kloppen deze getallen? processen en de bedrijfsvoeringsprocessen.

6

Rapport Berenschot

CDA

Afhankelijk van het onderwerp zijn de kosten van de GR wel of niet De uitvraag bij alle gemeenten en/of samenwerkingsorganisaties meegenomen. Hoe kunnen we er dan zeker van zijn dat het vergelijk vindt op dezelfde manier plaats. Kosten van een GR worden alleen met de referentiegroepen correct is? meegenomen indien deze de formatieve inzet kan vertroebelen. Bijv. GGD: geen enkele gemeente voert deze taak zelf uit, dus worden deze kosten niet meegenomen in de benchmark.

7

Rapport Berenschot

CDA

Er is een totale bandbreedte van 30% (+ en – 15%). Dit is nogal fors Geen technische vraag (*) en kan de conclusies fors beïnvloeden. Onderschrijft u deze conclusie?

8

Rapport Berenschot

CDA

Eén van de aanbevelingen is om de uitkomsten vooral als focus te Geen technische vraag (*) gebruiken om vervolgonderzoek te doen. Wanneer staat dit vervolgonderzoek op de planning wat zijn de speerpunten?

Wij begrijpen dat u het bedrag van € 53 miljoen niet kunt herleiden in de begroting 2023. Het bedrag is namelijk een optelling van bedragen uit de ABG-begroting én bedragen uit de drie gemeentelijke begrotingen voor kosten die meegenomen worden in de benchmark van Berenschot.

Pagina 2 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag

Antwoord

9

Rapport Berenschot

CDA

Er worden twee verschillende referentiegroepen gebruikt, één voor Er worden verschillende referentiegroepen gemaakt omdat het primaire proces en één voor het vergelijk van de overhead. overheadkosten van ambtelijke fusies anders zijn dan Waarom is hiervoor gekozen? overheadkosten van reguliere gemeenten (bijv. op het gebied van bestuursondersteuning).

10

Rapport Berenschot

CDA

Berenschot geeft aan geen verklaring te kunnen vinden voor de lage Geen technische vraag (*) kosten voor het onderhoud en beheer van de riolering. Wij weten het ondertussen wel (zie PPN 2025). Bent u het met ons eens dat het management tekort geschoten is in het signaleren van het achterblijven van de uitvoering van het beheer van het rioolstelsel?

CDA

De kosten van beleid/inkoop/contractmanagement/regie fysieke Geen technische vraag (*) thema’s zijn fors overschreden (+62%) terwijl de uitvoering beheer openbare ruimte / uitvoering afval een fors overschot laat zien (-25 resp. -22 %). Veel mensen op kantoor en weinig in de uitvoering. Is het bestuur bereid om bij de vervulling van vacatures de “uitvoerings” functies voorrang te verlenen?

CDA

Het is onduidelijk hoe groot de dekking is uit projectgelden. Klopt het Geen technische vraag (*) dat onze administratie hier niet op is ingericht en dat het “tijdschrijven” niet op orde is?

CDA

Onze organisatie heeft meer medewerkers dan gemiddeld (+21%) Uw conclusie is juist. Het hogere aantal medewerkers wordt deels waar HR-ondersteuning aan wordt gegeven. Een iets hogere veroorzaakt door de hogere parttimefactor en deels door de hoge parttimefactor (+5%) kan hier niet de oorzaak van zijn dus kunnen inhuur. we dit toeschrijven aan de hoge inhuur (+21%). Deelt u onze conclusie?

CDA

Kunt u de personeelsontwikkeling vanaf 2016 tot heden weergeven, Deze informatie is opgenomen in de jaarstukken van de ABGper jaar in fte vast en inhuur? organisatie.

CDA

In het rapport wordt aangegeven dat de totale formatie van de ABGorganisatie voor 27% uit bedrijfsvoering/overhead bestaat (jaarrekening 2022: 27,8%). De realisatie 2023 is al gestegen naar 28,5%. Daarnaast wordt een vergelijk gemaakt met 2018 (29,4%). In de jaarrekening 2023 wordt voor 2019 een percentage overhead aangegeven van 23,6%. Dit zet vraagtekens bij de overhead 2018. Er is dus sprake van een stijging van de overhead. Onderschrijft u deze conclusie?

Fysieke thema’s

11

Rapport Berenschot Fysieke thema’s

12

Rapport Berenschot Fysieke thema’s

13

Rapport Berenschot Bedrijfsvoering

14

Rapport Berenschot Bedrijfsvoering

15

16

Rapport Berenschot

RIB

CDA

Nee, wij onderschrijven uw conclusie niet. De percentages zoals deze in de jaarstukken opgenomen zijn, worden berekend volgens de definitie BBV en zijn niet één op één vergelijkbaar met de percentages zoals Berenschot deze berekent. Volgens de berekening van Berenschot bedroeg het overheadpercentage in 2018 29,4% en in 2023 27%. Een verlaging dus van 2,4%.

Het onderzoek moet de gemeenten in juni/juli 2024 helpen bij het In het proces rondom het opstellen van de PPN 2025 zijn voorstellen opstellen van de PPN 2025. Hoe/waar is dit terug te vinden in de aangedragen die verband houden met de benchmark Berenschot. PPN 2025? Echter doordat we ook te maken hebben met de financiële gevolgen van het ravijnjaar, hebben deze voorstellen vooralsnog niet altijd geleid tot concrete acties. In de komende periode vindt een nadere uitwerking plaats van het effect van de benchmark in relatie tot de gemeentelijke financiën. Via de reguliere P&C-producten wordt u hiervan op de hoogte gehouden.

Pagina 3 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag

Antwoord

17

RIB

CDA

De benchmark helpt bij het richting geven aan het verbeteren van de De organisatie is bezig met het uitwerken van de sturingsfilosofie, sturing van de ABG-organisatie. Welke verbeterpunten zijn er aan waarin de uitkomsten van de benchmark van Berenschot betrokken het licht gekomen betreffende de sturing van de organisatie? worden.

18

RIB

CDA

De indruk is dat een deel van de meerkosten wordt veroorzaakt door Geen technische vraag (*) het voor drie organisaties werken. Wordt deze indruk door de directie van de ABG-organisatie gedeeld?

19

RIB

CDA

Op het vlak van plan- en projectmatig werken is nog een Geen technische vraag (*) ontwikkelingsslag te slaan. Wordt deze conclusie door het bestuur van de ABG-organisatie gedeeld? Welke stappen zijn/worden gezet/genomen?

20

RIB

CDA

De doelstelling van de benchmark is in eerste instantie om de sturingsmogelijkheden van de ABG-organisatie te optimaliseren. Kan het bestuur aangeven welke sturingsmogelijkheden nu geoptimaliseerd kunnen worden n.a.v. de bevindingen van Berenschot?

Zie antwoord op vraag 17 De organisatie is bezig met het uitwerken van de sturingsfilosofie, waarin de uitkomsten van de benchmark van Berenschot betrokken worden.

21

RIB

CDA

In de RIB wordt gesteld dat de ABG-organisatie zuinig en efficiënt Geen technische vraag (*) werkt. Gezien de hierboven gestelde vragen kunnen wij deze conclusie nog niet trekken. Tevens wordt in de RIB aangegeven dat waar in het primaire proces relatief hogere kosten worden gemaakt, die verklaarbaar zijn door lokale beleidskeuzes. Hoe is deze conclusie te trekken als de cijfers gebaseerd zijn op de totale cijfers van de ABG-organisatie en niet van de drie gemeenten apart?

22

RIB

CDA

Het als één organisatie werken voor drie gemeenten brengt extra Deze indicatie kunnen wij u niet geven. werk met zich mee. Kunt u een indicatie geven van hoeveel kosten hiermee gemoeid zijn?

23

RIB

CDA

Het bestuur schrijft dat er een strategisch plan nodig is om op de Geen technische vraag (*) lange termijn die toekomstbestendige en weerbare organisatie te worden die voor onze gemeenten het gewenste niveau van dienstverlening kan bieden. We zijn het hiermee eens en zien dit als een normale (dagelijkse) taak van de directie. Waarom is dit plan er nog niet?

24

RIB

CDA

Op de korte termijn zijn er investeringen nodig om de druk op de meest essentiële onderdelen aanvaardbaar te maken. Waarom staan deze investeringen niet in de Kadernota en/of concept begroting 2025?

25

RIB

CDA

Het bestuur concludeert op grond van de uitkomsten van de Geen technische vraag (*) benchmark en andere indicatoren dat: a) Toekomstbestendigheid en weerbaarheid van de organisatie onder druk staat en b) Er beperkte ruimte wordt verondersteld voor een efficiencytaakstelling bijvoorbeeld in het ravijnjaar.

Voor de korte termijn heeft het ABG-bestuur via de 1e tussentijdse rapportage 2024 van de ABG-organisatie een bedrag van € 500K beschikbaar gesteld. Zoals aangegeven in het antwoord bij vraag 16 moeten de lange termijn investeringen nog nader uitgewerkt worden.

Pagina 4 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag Antwoord Welke andere indicatoren worden hier bedoeld? Punt 1 is nogal een stevige bewering. Kunt u deze toelichten? Heeft u ook oplossingsrichtingen waarin wij als raad kunnen meedenken om de toekomstbestendigheid en de weerbaarheid van de organisatie te vergroten? Bij punt 2 wordt beperkte ruimte verondersteld. Wat bedoelt u hier precies mee? En is dat de veronderstelling van het bestuur of van derden

26

RIB

CDA

In de raadsvergadering van 20 juni 2024 heeft de raad een Geen technische vraag (*) zienswijze ingediend: a) De ABG-organisatie dient in 2025 d.m.v. een efficiëntie verbetering een verlaging van de kosten t.o.v. de ontwerpbegroting te realiseren; b) Deze efficiëntie verbetering dient in de begroting 2025 al zichtbaar te zijn; c) De raad in oktober, na het gesprek met Berenschot, met een taakstelling komt. Het bestuur wijst de zienswijze af, met als argument dat uit de benchmark blijkt dat de toekomstbestendigheid en weerbaarheid van de organisatie onder druk staan. Wij kunnen dit niet plaatsen. Het is alom bekend dat een efficiënte organisatie toekomstbestendiger en weerbaarder is dan een organisatie die dit niet is. De overlevingskans van een efficiënte organisatie is altijd groter en deze krijgt meer respect van haar omgeving. Wat is de visie van het bestuur hierop? Tevens is het pijnlijk te lezen in het antwoord van het bestuur dat aan a) en b) geen invulling gegeven kan worden, omdat de begroting 2025 van de ABG-organisatie vóór 15 september bij de Provincie aangeboden moet worden… . Tijdens de discussie in de raad heeft geen van de deskundigen (college en directie ABG) de raad hier op gewezen. Als dit bekend was geweest in de raad was er een anders geformuleerde zienswijze ingediend.

Wij staan nog steeds op het standpunt dat Raad en ABG-organisatie dezelfde doelstellingen hebben, nl. een optimale en betaalbare dienstverlening aan de inwoners van de drie gemeenten. Door het antwoord van het bestuur op de ingediende zienswijze ontstaat een wij-zij gevoel, hetgeen het laatste is wat wij nastreven.

27

RIB

GBA

Pagina 4: Tegelijkertijd zetten we op korte termijn in op het verder Geen technische vraag (*) door ontwikkelen van onze organisatie. Druist de keuze nu, voor het niet gaan actualiseren van het sterk gedateerde (2010) Kwaliteitshandboek openbare ruimte (PPN 2025 pag 16) niet in tegen de bovengenoemde inzet?

Pagina 5 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag

Antwoord

28

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Pagina 6: Uitvoering beheer openbare ruimte (-€ 3,3 miljoen, -25%). Zoals in de RIB aangegeven verzet de organisatie, mede dankzij de Op basis van de benchmark kunnen wij uw lagere kosten niet betrokkenheid en loyaliteit van de medewerkers, veel werk maar het verklaren. werkaanbod overstijgt de beschikbare capaciteit. Lang niet al het werk is weg te zetten en er blijkt niet zelden ad hoc te worden Heeft het college een verklaring hiervoor? gewerkt. Daarnaast loopt de organisatie vaak achter de feiten aan. Dat is met name het geval bij het beheer en onderhoud van wegen en riolering.

29

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Pagina 6: Voor het beheer en onderhoud van uw riolering zijn uw Zie antwoord op vraag 28. kosten € 1,2 miljoen lager dan gemiddeld. Op basis van de Zoals in de RIB aangegeven verzet de organisatie, mede dankzij de benchmark kunnen wij uw lagere kosten niet verklaren. betrokkenheid en loyaliteit van de medewerkers, veel werk maar het Heeft het college een verklaring hiervoor? werkaanbod overstijgt de beschikbare capaciteit. Lang niet al het werk is weg te zetten en er blijkt niet zelden ad hoc te worden gewerkt. Daarnaast loopt de organisatie vaak achter de feiten aan. Dat is met name het geval bij het beheer en onderhoud van wegen en riolering.

30

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Pagina 7: De hogere kosten komen vooral door een hogere formatieve inzet op beleid/inkoop/contractmanagement/regie verkeer, groen, water en riolering en beleid/inkoop/contractmanagement/regie milieu, duurzaamheid en Wabo. Hierbij is het de vraag in hoeverre er een mogelijke wisselwerking is met de lagere inzet op de uitvoering bij verkeer, groen, water en riolering. Op basis van de benchmark kunnen we uw hogere inzet niet geheel verklaren.

Zoals in de RIB aangegeven is de indruk dat een deel van de meerkosten veroorzaakt wordt door het werken voor drie organisaties. Hoewel zoveel mogelijk wordt geharmoniseerd, zullen bijvoorbeeld beleid en contracten voor iedere gemeente apart moeten worden opgesteld. Dit is in vergelijking minder efficiënt dan het werken voor één organisatie..

Heeft het college een verklaring hiervoor? 31

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Pagina 7: Beleid en uitvoering ruimtelijke ordening en grondzaken De dekking uit projectgelden varieert van jaar tot jaar, afhankelijk van (+€ 0,6 miljoen, +26%). Uw organisatie heeft aangegeven dat men het aantal uren dat medewerkers besteden aan verwacht dat een groter deel van huidige formatie gedekt wordt uit investeringsprojecten. projectgelden, maar dat het op dit moment onduidelijk is hoe groot deze dekking is. Is het voor het college duidelijk hoe groot de dekking uit projectgelden is? Zo nee, waarom niet?

32

33

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

GBA

Pagina 7: Het aantal jeugdcliënten is hoger dan gemiddeld (+29%). De verdeling van het aantal jeugdcliënten per gemeente is: Geldt de uitschieter van jeugdclienten specifiek voor 1 gemeente? Zo ja, welke gemeente?

-

Alphen-Chaam Baarle-Nassau Gilze en Rijen

Pagina 9: Uw organisatie heeft meer medewerkers dan gemiddeld Uw conclusie is juist. (+21%) waar HR-ondersteuning aan wordt gegeven. 21% Gemiddeld meer medewerkers, het aantal fte is echter gemiddeld lager, zie tabel ‘Referentiegroepen’ op pagina 5. Bedrijfsvoering 7,4>6,8 fte. Primair 10,8>6,8 fte.

20% 17% 63%

Pagina 6 van 9

Nr. Document/Onderwerp

34

Bijlage: Uitkomsten Benchmark formatie en kosten ABGorganisatie

AC

BN

GR

Fractie

Vraag Antwoord Kunnen we hieruit concluderen dat er sprake is van gemiddeld meer deeltijdmedewerkers?

GBA

Pagina 9: Uw organisatie heeft een opvallend lager ziekteverzuim Het percentage ziekteverzuim wordt berekend volgens methode 1 (4,0% t.o.v. 6,1%) en een gemiddelde meldingsfrequentie (0,67% (ziekteverzuim aantal medewerkers in dienst en inhuur ten opzichte t.o.v. 0,7%). van het totaal aantal medewerkers in dienst en inhuur). Betreft dit het percentage ziekteverzuim aantal medewerkers zowel in dienst en inhuur ten opzichte van het totaal aantal medewerkers De verhouding van het aantal medewerkers in dienst ten opzichte in dienst en inhuur? van het totaal aantal medewerkers in dienst en inhuur is op dit Of moment (stand van zaken 10-9-2024) 81%. Dit is inclusief de inhuur Betreft dit het percentage ziekteverzuim aantal medewerkers in die op extra (project)opdrachten vanuit de gemeenten wordt ingezet. dienst ten opzichte van het totaal aantal medewerkers in dienst? Hoe luidt de verhouding van het aantal medewerkers in dienst ten opzichte van het totaal aantal medewerkers in dienst en inhuur?

35

D66

We hebben nog geen centrale huisvesting. Volgens het rapport van Geen technische vraag (*) 2018 zou dit helpen bij kennisopbouw en het versterken van ABGcultuur. Indirect zou dit bijdragen aan een van de doelstellingen: realiseren van meer harmonisatie, standaardisatie en synchronisatie. In hoeverre heeft de realisatie van deze doelstelling plaatsgevonden volgens het college? Of hoe denken we hier alsnog gevolg aan te geven?

36

D66

Kosten riolering en wegenonderhoud zijn lager ten op zichte van de referentiegroep , terwijl we meer kilometers weg, riool en pompgemalen hebben. Tegelijkertijd zien we dat beleid/inkoop en contractmanagement hoger uitvallen voor deze categorieën dan gemiddeld. Wat is hier de verklaring voor?

Zie antwoord op vraag 28, 29 en 30

Zoals in de RIB aangegeven verzet de organisatie, mede dankzij de betrokkenheid en loyaliteit van de medewerkers, veel werk maar het werkaanbod overstijgt de beschikbare capaciteit. Lang niet al het werk is weg te zetten en er blijkt niet zelden ad hoc te worden (Is er genoeg aandacht en capaciteit voor onderhoud wegen en gewerkt. Daarnaast loopt de organisatie vaak achter de feiten aan. riool?) Dat is met name het geval bij het beheer en onderhoud van wegen en riolering. De lagere apparaatskosten worden deels gecompenseerd door beleid/inkoop en contractmanagement. De indruk is dat een deel van de meerkosten veroorzaakt wordt door het werken voor drie organisaties. Hoewel zoveel mogelijk wordt geharmoniseerd, zullen bijvoorbeeld beleid en contracten voor iedere gemeente apart moeten worden opgesteld. Dit is in vergelijking minder efficiënt. 37

D66

Bij de afvalverwerking zien we dat het werkaanbod de beschikbare Geen technische vraag (*) capaciteit overstijgt. Welke mogelijkheden ziet het college om werkaanbod en capaciteit meer in lijn te krijgen.

38

D66

Inclusief inhuur heeft de gemeente 21% meer medewerkers dan Nee, zoals aangegeven in de RIB staat de toekomstbestendigheid gemiddeld t.o.v. de referentiegroep en weerbaarheid van de organisatie onder druk.

Pagina 7 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag Antwoord Heeft dit er voor gezorgd dat we als organisatie minder kwetsbaar zijn geworden en dat de werkdruk verminderd is t.o.v. 2018?

39

D66

Waarom zien we bij onze gemeente een daling in het De uitgangspunten van de referentiegroepen zijn in 2023 anders dan overheadpercentage terwijl we bij de referentiegroep een stijging in 2018. Het is voor ons niet te achterhalen waarom het zien? overheadpercentage bij de referentiegroep is gestegen.

40

D66

De ABG-organisatie voert meer taken zelf uit dan de referentiegroep. Geen technische vraag (*) Verwachten wij dat we dit op termijn vol kunnen houden met de huidige bezetting en financiële middelen?

41

D66

Wat is de verhouding tussen regulier en meerwerk nu?

42

D66

Bij jeugdwerk hebben we meer cliënten dan de referentiegroep, In dit cluster valt onder andere de administratie. We nemen deel in maar ook lagere kosten. Wat is hier de verklaring voor? een gemeenschappelijke regeling waar de administratie wordt gevoerd voor 11 gemeenten. Hierdoor hebben we naar verwachting lagere kosten.

43

D66

In het rapport wordt aangegeven dat investeringen noodzakelijk zijn In de komende periode vindt een nadere uitwerking plaats van het om de druk op de meest essentiële zaken aanvaardbaar te maken. effect van de benchmark in relatie tot de gemeentelijke financiën. Via de reguliere P&C-producten komen we hierop terug. Aan welke investeringen wordt dan gedacht?

44

D66

In het rapport van 2018 wordt aangegeven dat er te strak op Geen technische vraag (*) financiën wordt gestuurd, dat er onvoldoende geprioriteerd en nee gezegd wordt tegen nieuwe politiek bestuurlijke ambities. Hoe kijkt het college hier nu tegen aan?

45

D66

Waarom is het aantal bestemmingsplannen bij ons fors hoger dan In aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 1 het gemiddelde? juli 2018 de actualiseringsplicht voor bestemmingsplannen (iedere 10 jaar) komen te vervallen. In afwachting van het inwerking treden van de Omgevingswet zijn bestemmingsplannen niet geactualiseerd. Hierdoor zijn er bovengemiddeld meer verouderde bestemmingsplannen. Voor ontwikkelingen is dan een bestemmingsplanaanpassing gewenst. Niet in alle gevallen is een bestemmingsplanaanpassing nodig echter in een gesprek met initiatiefnemers wegen we de voor- en nadelen van de verschillende procedures af. Met de initiatiefnemer is er vervolgens voor gekozen om de procedure van het bestemmingsplan te volgen. Daarnaast zijn er veel ontwikkelingen in het buitengebied (het buitengebied van de ABG-gemeenten is groot), met name stoppende agrariërs. Voor deze ontwikkelingen is een bestemmingsplanaanpassing noodzakelijk omdat de agrarische bouwvlakken moeten worden verwijderd en dat kan alleen met een bestemmingsplan.

Het is voor ons niet duidelijk wat u met deze vraag bedoelt en daarom kunnen wij uw vraag niet beantwoorden.

46

Afvalverwerking

VVD

Wij komen goedkoper uit met afvalverwerking door vooral veel zelf Geen technische vraag (*) te doen. Waarom begrijpen we dit niet?

47

Rol opdrachtgever

VVD

De ABG org lijkt midden in bed te liggen wat kosten betreft in Geen technische vraag (*) vergelijking met gelijksoortige organisaties. Toch constateert

Pagina 8 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag Antwoord Berenschot een hoge werkdruk. Moeten we niet wat nadrukkelijker naar de opdrachtgeversrol kijken?

48

Sport

VVD

Wij geven relatief meer uit aan sport, mogelijk omdat we meer Berenschot geeft aan dat het een politieke keuze is om veel/weinig accommodaties hebben. Hoe legt Berenschot haar advies uit om te ambities op het gebied van sport te hebben. Er is relatief veel bekijken of dit nog passend is voor de gemeente? beleidsvrijheid. Het is aan de gemeenten of je aan dit onderwerp juist meer/minder geld wilt uitgeven.

49

Totale kosten en begroting

VVD

In de RIB worden een aantal kostenvergelijkingen gemaakt met vergelijkbare organisaties. Plussen en minnen bij elkaar opgeteld geeft een voordeel voor onze gemeente aan van € 2,6 miljoen. Zien we dit voordeel terug in de het totaal van de begroting of elders? Kan ter vergelijking ook worden aangegeven wat de begrotingskosten per inwoner zijn?

50

D66

Het voordeel dat wordt benoemd, is het effect in vergelijking met andere organisaties. Dat is dus één op één niet terug te vinden in onze begroting(en). Nee, vanwege de verschillende referentiegroepen, is het niet mogelijk aan te geven wat de begrotingskosten per inwoner zijn. In de benchmark worden apparaatskosten namelijk omgeslagen per fte en kosten uit het primair proces per inwoner.

Kan ons het onderzoeksplan 213a toegestuurd worden dat ten Er ligt geen onderzoeksplan 213a ten grondslag aan dit onderzoek, grondslag ligt aan dit onderzoek. Plus de specifieke opdrachtsbrief omdat dit onderzoek niet bekostigd is uit het budget voor 213a aan Berenschot. onderzoeken. Bijgaand vindt u de offerte waarop via de mail opdracht is gegeven aan Berenschot. Zie bijlage.

51

D66

Waarom gaat bijna het onderzoek over de apparaatkosten (waarin Het rapport (onderzoek) gaat over de ABG-organisatie, die zowel bv ook de materiele kosten zitten) en niet specifiek over de ABG- taken in het primaire proces als bedrijfsvoeringstaken uitvoert. organisatie, zoals de titel van het rapport belooft? Om een eerlijke, goede vergelijking te kunnen maken met andere gemeenten/bedrijfsvoeringsorganisaties moeten ook externe en/of materiële kosten meegenomen worden.

52

D66

Is het rapport eigenlijk niet de samenvatting van een bevindingenrapport, dat niet is meegestuurd. M.a.w. liggen er nog notities, bevindingen, tabellen ten grondslag aan het rapport? Zo ja, kunnen die dan z.s.m. opgestuurd worden.

Er ligt geen bevindingenrapport ten grondslag aan het rapport Berenschot. Uiteraard liggen er onderliggende gegevens ten grondslag aan het rapport. Vanwege de privacy gevoeligheid kunnen wij deze informatie niet delen. Deze informatie kunt u op vertrouwelijke basis inzien.

53

D66

In het Berenschotrapport van 2019 zijn zowel vergelijkbare gemeenten als vergelijkbare samenwerkingsorganisaties vergeleken met de ABG, zowel mbt primaire proces als mbt de overhead. Waarom is dat nu niet weer gebeurd?

Door de primaire processen en bedrijfsvoeringsprocessen uit elkaar te trekken kan er een betere vergelijking gemaakt worden. In 2018 waren er bij Berenschot veel minder samenwerkingsorganisatie beschikbaar om te vergelijken. Inmiddels zijn er meer samenwerkingsverbanden opgericht, die vergelijkbaar zijn met de ABG-organisatie. Daarom is de ABG in 2023 met deze nieuwe referentiegroep vergeleken.

54

D66

Wij missen de onderbouwing en de informatie van alle clusters in De opzet van de benchmark in 2023 is anders van opzet dan in 2019. deze benchmark. Dat is in het Berenschotrapport van 2019 wel Er kan geen vergelijkbaar overzicht gegeven worden op basis van gebeurd: zie bv tabel primaire proces (vergelijking gemeenten) op p. clusters en categorieën zoals dat in 2019 gepresenteerd is. 133 (par. 7.3.1.1) ; en bv tabel overhead (vergeljking samenwerkingsorg.’s) op p. 139 (paragraaf 7.3.2.2). Wij ontvangen

Pagina 9 van 9

Nr. Document/Onderwerp

AC

BN

GR

Fractie

Vraag Antwoord graag een vergelijkbaar overzicht van alle clusters (primaire prces) c.q. categorieen (overhead)

55

D66

Waarom is er bij de kosten ‘uitvoering jeugdzorg’ voor gekozen om In de benchmark ligt de focus op apparaatskosten (personele inzet). de kosten van de toegang wel mee te rekenen en de zorgkosten zelf Indien ook zorgkosten meegenomen worden, beïnvloedt dit de niet uitkomst. De vergelijking is op deze manier zo smal en eerlijk mogelijk.

56

D66

In de ‘Overige bevindingen’ staat dat “onze gemeente” gemiddeld a) Zoals u aangeeft, wordt met gemeente inderdaad de ABGorganisatie bedoeld. 21% meer medewerkers heeft dan gemiddeld (incl inhuur). b) Het betreft het aantal medewerkers. a) Waarom wordt hier nu ineens gesproken over c) Zoals bij vraag 54 aangegeven, is de opzet van de benchmark in ‘gemeente’(gedoeld zal zijn GR), terwijl de rest van het 2023 anders dan die in 2019. Er kan geen vergelijkbaar overzicht rapport over de hele ABG-organisatie gaat (dus ook kosten gegeven worden op basis van clusters en categorieën zoals dat tbv AC en BN) in 2019 gepresenteerd is. Een overzicht van het aantal/fte’s b) Gaat het over aantal medewerkers of fte’s? medewerkers kunt u vertrouwelijk inzien. c) Wij willen graag een overzicht van dit aantal/fte’s medewerkers per cluster, vergeleken met formatie elders. Uitsplitsing in overheid en primaire proces, en van primaire proces naar cluster, en van overhead naar categorie (dezelfde indeling graag als in Berenschotrapport van 2019).

57

D66

Uit de benchmark blijkt dat toekomstbestendigheid en weerbaarheid Zie antwoord op vraag 17 van de ABG-organisatie onder druk staan en wordt er beperkte De organisatie is bezig met het uitwerken van de sturingsfilosofie, ruimte verondersteld voor een efficiencytaakstelling. waarin de uitkomsten van de benchmark van Berenschot betrokken Welke investeringen gaat men op korte termijn in de organisatie worden. doen om de druk op de meest essentiële onderdelen aanvaardbaar te maken en welke onderdelen betreft dit dan?

(*) Deze vraag komt mogelijk tijdens de radenavond aan bod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14613528/1