Art.40-vragen D66 inzake grondprijzen
Tekst van het document
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN ART.40 RVO -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Aan De gemeenteraad van de Gemeente Gilze en Rijen Van Het college van burgemeester en wethouders Portefeuillehouder Wethouder Machielsen Vragensteller Antonet Krol namens D66 Onderwerp Grondprijzen Datum ingekomen 22 april 2024 Datum beantwoording 14 mei 2024 Behandelend medewerker Lars Meurs Zaaknummer 1078552 Nummer -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Op 30 januari 2023 had D66 de ‘Notitie grondprijzen 2023 Gemeente Gilze en Rijen’ geagendeerd voor de commissie middelen. Over deze notitie waren in een oplegnotitie enkele vragen gesteld. In overleg met D66 is dit agendapunt destijds niet behandeld omdat de organisatie had aangegeven dat beantwoording om verschillende redenen niet mogelijk was. Destijds is ingestemd met het beantwoorden van de vragen tijdens een masterclass GREX. Op 8 april 2024 heeft deze Masterclass plaatsgevonden. De openstaande vragen zijn hierin niet beantwoord. Omdat het hier gaat om deels technische en deels politieke vragen worden ze nu in totaal ingediend als Art. 40 vragen (Griffier).
Vraag 1 Wat is de gevolgde methodiek waarop de huidige voorgestelde grondprijzen tot stand zijn gekomen? Antwoord De gehanteerde methoden staan vermeld in de notitie grondprijzen 2024 Gilze en Rijen, BBV collegebesluit en Raadsinformatiebrief. De gehanteerde methodieken zijn de residuele grondwaarde methode en comparatieve methode. Vraag 2 Wat waren de grondprijzen de afgelopen drie jaar? Antwoord Onderstaand de overzichten van de grondprijzen in de afgelopen 3 jaar.
Vraag 3 Wat zijn de grondprijzen van omliggende gemeentes? Antwoord Zie onderstaande tabellen
Vraag 4 Wat is het doel, nut en noodzaak van het traject met de woningbouwstichting over de actualisatie van deze grondprijzen waarbij de uitkomsten worden meegenomen in de notitie grondprijzen 2025 Antwoord De gemeente en de woningbouwcorporatie dragen gezamenlijk de maatschappelijke taak om sociale woningbouw te realiseren. Het is belangrijk het gesprek met de woningbouwcorporatie aan te (blijven) gaan rondom de haalbaarheid van de bouw van sociale woningen. In het kader van de reeds gesloten woondeal is het aandeel betaalbare en sociale woningen alsmaar significanter binnen gebiedsontwikkelingen.
De grondwaarde van sociale woningbouw wordt niet zoals bij andere segmenten residueel bepaald. Hier wordt een gereduceerde prijs voor gehanteerd om deze vorm van woningbouw met groot maatschappelijk belang mogelijk te maken. De nut en noodzaak van dit traject is om te kunnen waarborgen dat de grondprijs onder sociale woningen realistisch is. Enerzijds betekent dat dat de grondwaarde onder sociale woningbouw niet zomaar jaarlijks geïndexeerd dient te worden zonder in de gaten te houden of het voor de corporaties nog financieel haalbaar is om dergelijke woningen te realiseren. Anderzijds is het ook belangrijk om ervoor te waken dat de gereduceerde prijs niet te laag wordt. Om hier een goed beeld van te krijgen is het gesprek tussen corporatie en gemeente van belang. Vraag 5 Hoe is de aanpak van het traject met de woningbouwstichting over de actualisatie van deze grondprijzen waarbij de uitkomsten worden meegenomen in de notitie grondprijzen 2025 Antwoord De specifieke aanpak wordt nader bepaald. Vraag 6 Voor hoeveel kavels is er in 2023 gebruik gemaakt van de genoemde stimuleringsregeling? Antwoord Geen, derhalve is deze ook niet opnieuw opgenomen in de grondprijzenbrief. Vraag 7 Welke strategie hanteert het college m.b.t. de grondprijzen? Antwoord Gemeenten in Nederland zijn wettelijk verplicht tegen marktconforme prijs grond te verkopen.
Er is derhalve geen strategie die het college kan hanteren m.b.t. het bepalen van de grondwaarde. Het college kan wel een strategie hanteren t.o.v. het grondbeleid, waarbij zij de voorkeur kan hebben voor faciliterend of actief grondbeleid. Bij actief grondbeleid is de gemeente zelf verantwoordelijk voor de ontwikkeling en verkoopt de gemeente bouwrijpe grond tegen minimaal de waarde zoals opgenomen in de grondprijzenbrief. Bij faciliterend grondbeleid faciliteert de gemeente de initiatiefnemer uit de markt die iets wil ontwikkelen. De gemeente verkoopt dan geen grond en heeft ook geen invloed op de verkoopprijs. In de praktijk wordt vaak per situatie gekeken welk grondbeleid de voorkeur geniet.
Vraag 8 Is er een mogelijkheid om ‘eigen inwoners’ meer financiële mogelijkheden te bieden om goedkope en gemiddelde prijs woningen te kunnen laten bouwen? Antwoord Dit is via de notitie grondprijzen niet mogelijk. De gemeente is wettelijk verplicht (o.b.v. Europese wetgeving) tegen marktconforme prijs te verkopen. Zij kunnen niet voor eigen
inwoners de prijs verlagen t.o.v. mensen buiten de gemeente. Daar komt bij dat de inwoner eindgebruiker is, deze neemt vaak geen grond af maar een woning. Door het verlagen van de grondprijzen gaat dit voordeel niet naar de eindgebruiker maar naar de ontwikkelende marktpartij die de woning verkoopt. Deze betaalt dan minder voor de grond maar heeft wel de mogelijkheid een hoge prijs voor de woning te vragen. De gemeente Gilze en Rijen heeft een starterslening als instrument om aan te bieden aan startende woningzoekende binnen de gemeente. Dit middel staat echter volledig los van de grondverkoop en grondwaardebepaling.