archeologie concept begeleidend en onderbouwdend rapport
Tekst van het document
Regime Voor deze gebieden gelden geen restricties met betrekking tot de archeologie. Een algehele vrijstelling geldt ook voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden voor nutsvoorzieningen tot een sleufbreedte van 1,50 meter aan het maaiveld en een diepte van 40 cm. Op de beleidskaart is ook een signalerende laag met mogelijke bodemverstoringen weergegeven.113 Het betreft hier gebieden waar de bodem mogelijk tot in het archeologisch relevante niveau is verstoord. Deze terreinen worden niet vrijgesteld van toekomstig onderzoek; archeologische waarden kunnen nog in de bodem worden aangetroffen in relatief onverstoorde delen. Archeologisch vooronderzoek kan daarom, ook binnen deze verstoringen, noodzakelijk worden geacht in relatie met toekomstige voorgenomen ingrepen. Het onderliggende regime is hier van toepassing.
112
De betreffende dieptes zijn gerekend vanaf maaiveld, niet vanaf keldervloeren of souterrains. 113 Deze laag is ook op de verwachtingskaarten weergegeven.
89
Een actualisatie, 2021
6.4.11 Categorie 10a De gebieden binnen categorie 10a betreffen gebieden waar in het (recente) verleden al onderzoek heeft plaatsgevonden en die basis van dat de resultaten van het betreffende onderzoek zijn vrijgegeven. Dit laatste kan bijvoorbeeld zijn omdat het terrein geheel verstoord bleek te zijn, maar ook omdat het een opgraving betrof. De reeds onderzochte terreinen die op de eerdere beleidskaarten zijn vrijgegeven, behoren ook tot deze categorie.
Regime Voor deze gebieden gelden geen restricties met betrekking tot de archeologie. 6.4.12 Categorie 10b De gebieden binnen categorie 10b betreffen gebieden waar in het (recente) verleden al onderzoek heeft plaatsgevonden, maar die op basis van dat onderzoek niet of slechts ten dele zijn vrijgegeven, of waarvan het selectiebesluit onbekend is.
Regime Voor deze gebieden geldt dat het betreffende selectiebesluit dient te worden ingezien om te achterhalen wat destijds is besloten. Al naar gelang het selectiebesluit kan het terrein worden vrijgegeven of dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd.
6.5 Toevalsvondsten Ook als geen (nader) archeologisch onderzoek noodzakelijk is, hetzij bij vrijstelling, hetzij bij vergunningverlening, geldt dat de Erfgoedwet van kracht blijft. Volgens de Erfgoedwet bestaat een meldingsplicht indien waardevolle archeologische resten worden aangetroffen. Artikel 5.10: “Degene die anders dan bij het doen van
opgravingen een vondst doet waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, meldt dit zo spoedig mogelijk bij Onze Minister.” In de praktijk betekent dit dat eventuele vondsten gemeld dienen te worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De RCE heeft echter met de provincie afgesproken dat de melding bij de provinciaal archeoloog dient plaats te vinden. Bij gemeenten met een eigen archeologisch depot vindt de melding plaats bij de gemeentelijke archeoloog. In tegenstelling tot vondsten die worden aangetroffen bij archeologisch onderzoek, hoeven toevalsvondsten niet te worden gedeponeerd bij het provinciaal depot. De waarde van een toevalsvondst komt in gelijke delen toe aan de vinder én de 114 eigenaar van de roerende of onroerende zaak waarin deze is aangetroffen.
6.6 Vergunningen en vrijstellingen Indien bij de gemeente een vergunningaanvraag binnenkomt of indien de gemeente zelf plannen wil initiëren, dient het betreffende bestemmingsplan/omgevingsplan te worden geraadpleegd om na te gaan of de aanvrager verplicht is om archeologisch onderzoek te laten verrichten of dat het
114
artikel 13 van boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. In het Burgerlijk Wetboek wordt overigens niet van een monument, maar van een schat gesproken. Het overigens nog de vraag in hoeverre metaaldetectorvondsten “toevalsvondsten” zijn, omdat deze met dat oogmerk worden opgespoord. Het verdient daarom aanbeveling in de APV een metaaldetectieverbod op te nemen voor archeologische monumenten, teneinde aantasting van deze terreinen te voorkomen.
Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen
90
betreffende terrein vrijgesteld is van archeologisch onderzoek. Om dit goed te kunnen beoordelen, zijn in deze paragraaf enkele nadere bepalingen uiteen gezet.
Bij het toetsen van omgevingsvergunningen op onderzoeksplicht is naast de verstoringsdiepte de oppervlakte waarbinnen bodemingrepen gaan plaatsvinden van belang. Met de oppervlakte wordt de som van de oppervlakten bedoeld waarbinnen bodemingrepen gaan plaatsvinden dieper dan de vrijstellingsgrenzen van 30 of 50 cm beneden maaiveld. In het geval een ingreep niet onderzoeksplichtig is, geldt deze vrijstelling alleen voor de oppervlakte van de ingreep en de bijbehorende verstoringsdiepte van de betreffende ingreep. In het geval dat na inventariserend onderzoek is gebleken dat binnen de contouren van het onderzoek geen vervolgonderzoek noodzakelijk is, geldt de vrijgave alleen voor de exacte oppervlakte en diepte van het uitgevoerde onderzoek. Voor het deel van het perceel dat niet tot het onderzoek behoort (niet alleen qua oppervlak maar ook qua diepte) blijven de categorie en het bijbehorend regime gelden. Indien binnen een gebied waarvoor een vergunning is aangevraagd meerdere archeologische waarden aanwezig zijn, geldt die vrijstellingsgrens behorend tot de hoogste waarde.
In de vergunning wordt naast de verplichting tot onderzoek tevens de voorwaarde gesteld dat de vergunde werkzaamheden pas mogen worden gestart nadat het betreffende terrein door het bevoegd gezag is vrijgegeven.115 In het geval van een (definitieve) opgraving of archeologische begeleiding mogen de vergunde werkzaamheden van start gaan op het moment dat aan de voorwaarde voldaan is dat het veldwerk conform het PvE is afgesloten en een bewijs van opdracht voor het vervaardigen van een rapport aan een erkend opgravingsbedrijf bij de gemeente is ingediend. Wanneer in de vergunning de voorwaarde is opgenomen dat technische maatregelen getroffen moeten worden om archeologische waarde ‘in situ’ te kunnen behouden, dient door specificatie van deze technische maatregelen te worden aangetoond dat sprake is van duurzaam behoud. Deze specificatie dient bij de gemeente ingediend te worden en door de gemeente goedgekeurd te worden.
6.7 Conclusie De gemeente Gilze-Rijen heeft de bestaande archeologische verwachtings- en beleidskaart laten actualiseren. Middels deze geactualiseerde kaart heeft de gemeente een goed overzicht verkregen van alle bekende archeologische waarden en de aantoonbaar te verwachten archeologische resten binnen haar grondgebied. Bovendien heeft de gemeente middels deze kaarten een goed instrument in handen om passend beleid te kunnen voeren, waarbij in een vroeg stadium de archeologische waarden in acht worden genomen. De (archeologische) kaarten die deel uitmaken van onderhavige rapportage, zijn een momentopname. Om te voorkomen dat het beleid achterblijft op de actuele situatie, is het verstandig om het kaartmateriaal en mogelijk ook bijbehorend rapport, regelmatig te actualiseren door nieuw beschikbaar gekomen informatie op de kaarten te verwerken. Een goede manier om dit te bereiken is om het project eens in de zoveel jaar aan te passen aan de hand van nieuw beschikbaar gekomen gegevens bij de RCE en de gemeente. 115
91
De vrijgave geldt voor de voorgenomen bodemverstoringen.
Een actualisatie, 2021
Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen
92
Tabel 6.1
Samenvatting van de beleidsadviezen per categorie
Categorie
Soort terrein
Diepte voorgenomen verstoring
Vrijstellingsgrens oppervlakte
Regime
Categorie 1
Archeologische rijks- en gemeentelijke monumenten
Geen vrijstelling
Geen vrijstelling
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Bij ontwikkelingsplannen ter plaatse van een rijksmonument dient het RCE te worden benaderd. De RCE is in deze het bevoegd gezag.
Categorie 2
Terreinen met een bufferzone rond historische elementen en AMK-terreinen.
Vrijstelling voor oppervlakte < 50 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 3
Historische dorpskernen
Vrijstelling voor diepte < 50 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 100 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 4
Zones met een archeologische verwachting
Vrijstelling voor diepte < 30 cm
Vrijstelling voor oppervlakte < 500 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 5
Zones met een archeologische verwachting, afgedekt met een stuifzandpakket
Vrijstelling voor oppervlakte < 500 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Archeologische Beleidsadvieskaart Gilze-Rijen
Vrijstelling voor diepte < 30 cm
Vrijstelling voor diepte < 50 cm
93
Vrijstellingsgrens oppervlakte
Regime
Zones met een archeologische verwachting op Vrijstelling voor een bijzondere dataset (beekdalen en diepte < 30 cm vennen)
Vrijstelling voor oppervlakte < 1000 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 7
Vrijstelling voor Zones zonder een archeologische verwachting diepte < 50 cm (gebaseerd op de modellen)
Vrijstelling voor oppervlakte < 10.000 m2
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 8
Zones met onbekende verwachting
Aangrenzende categorie is leidend
Aangrenzende categorie is leidend
Uitgangspunt is behoud ‘in situ’ door planinpassing. Indien dit niet mogelijk is voor gebieden waarvoor geen vrijstelling geldt, dient een waardestellend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Categorie 9
Zones zonder een archeologische verwachting Algehele vrijstelling (verstoord)
Algehele vrijstelling
Bij ingrepen binnen deze zones is geen archeologisch onderzoek nodig.
Categorie 10a
Reeds onderzochte en geheel vrijgegeven gebieden
Algehele vrijstelling
Bij ingrepen binnen deze zones is geen archeologisch onderzoek nodig.
Categorie 10b
Reeds onderzochte gebieden die niet of slechts gedeeltelijk zijn vrijgegeven
Categorie
Soort terrein
Categorie 6
Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen
Diepte voorgenomen verstoring
Algehele vrijstelling
Voor deze gebieden geldt dat het betreffende selectiebesluit dient te worden ingezien. Al naar gelang het selectiebesluit kan het terrein worden vrijgegeven of dient vervolgonderzoek te worden uitgevoerd.
94
87
Geraadpleegde bronnen
Berkvens, R., 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Berkvens, R. & J. Bosman, 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Toelichting op de archeologiekaart, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Boer, E.A.M. de, in prep. Gemeente Gilze-Rijen. Cultuurhistorische Waardenkaart. Toelichting. BAAC rapport V-20.0260. BAAC, ‘s-Hertogenbosch. Boschloe, B. Sc. H. J., 2014. Rapport Archeologisch Bureauonderzoek. Flaassendijk te Rijen, gemeente Gilze en Rijen. Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., ’sHeerenhoek. Breimer, J., 2018. Handleiding opstellen gemeentelijke archeologische inventarisatiekaarten. Een normstellend kader. Ministerie van OCW, Den Haag. CCvD, 2016. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Ellenkamp, G.R., 2020. Begraven op een eiland. Archeologische waarden- en
verwachtingskaart en archeologische beleidskaart; gemeente Alphen-Chaam. RAAP-rapport 4651, Weesp. Gemeente Gilze en Rijen, 2010. Archeologieverordening Gemeente Gilze en Rijen 2010. Gemeente Gilze-Rijen. Rijen. Kamermans, H, M. van Leusen & Ph. Verhagen, 2009. Archaeological Prediction and Risk Management. Alternatives to Current Practice. Archaeological Studies Leiden University 17, Leiden. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2009: De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie, Amersfoort (RAM rapportage 155). Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016. Q&A’s over de Erfgoedwet voor gemeente en provincie. RCE, Amersfoort. Roymans, J., 2020. Militair kamp Willem I en oefenbaan. Waardestellend onderzoek. RAAP Adviesdocument 1120. RAAP. Weesp. Spek, T., 2004. Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch geografische studie. Utrecht. Waldus, W.B. en H. M. van der Velde, 2006. Archeologie in vogelvlucht. Toepassingsmogelijkheden van het AHN in de archeologie. Amsterdam.
Archeologische Beleidsadvieskaart Gilze-Rijen
95
Wheatley, D. & M. Gillings, 2002. Spatial Technology and Archeaeology. The Archaeological Applications of GIS. Taylor & francis, New York. Geraadpleegde kaarten Deeben, J.H.C., 2008. De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, derde generatie. Rapportage Archeologische Monumentenzorg 155. Amersfoort. Berkvens, R. & J. Bosman, 2010. Gilze-Rijen, van onderaf bekeken. Toelichting op de archeologiekaart, Gemeente Gilze-Rijen. SRE Milieudienst, Eindhoven. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1964. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; 50 West Breda. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1966. Bodemkundige overzichtskaart Ruilverkaveling Bavel-Rijensbroek schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1968. Bodemkaart Boswachterij Ulvenhouts Bos schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1969. Bodemkaart Boswachterij Chaam schaal 1:25.000. Wageningen. Stichting voor Bodemkartering (Stiboka), 1984. Bodemkaart van Nederland schaal 1:50.000; 50 Oost Tilburg. Wageningen. Stiboka / Rijks Geologische Dienst (RGD), 1981. Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. Blad 50 Tilburg. Wageningen/Haarlem. e
Vos, P. en S. de Vries, 2013. 2 generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht.
Geraadpleegde websites AHN, Actueel Hoogtebestand Nederland, online geraadpleegd via http://www.ahn.geodan.nl. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), 2021. Kadastrale kaarten 1811-1832. Online geraadpleegd via http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ Rijksoverheid, 2021. Omgevingswet. Online geraadpleegd via http://www.rijksoverheid.nl/ e
Topotijdreis, Site met topografische kaarten vanaf de 18 eeuw tot heden. Geraadpleegd via www.topotijdreis.nl.
Archeologische Beleidkaart Gemeente Gilze-Rijen
96
Bijlage 1 Overzicht van geologische en archeologische tijdvlakken
Bijlage 1: Geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie
MIS
Holoceen (warme periode)
1
11.650
14.030
Laat
Laat
30.000
60.000
Weichselien (ijstijd)
14.640
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
75.000
Formatie van Kreftenheye (Rijn) 2
MiddenPleniglaciaal (koud)
3
VroegPleniglaciaal (zeer koud)
4
VroegWeichselien (gematigd koud)
Pleistoceen
117.000
Kwartair
5a 5b 5c 5d
Eemien (warme periode)
5e
Saalien (ijstijd)
6-10
Holsteinien (warme periode)
11
Elsterien (ijstijd)
12
Cromerien (warme periode)
1322
Pre-Cromerien
23104
Eem Formatie (marien, lagunair en lacustrien) Formatie van Drente (Glaciaal)
130.000
Midden
410.000
Midden
370.000
475.000
2.600.000
Vroeg
Vroeg
850.000
Formatie van Urk (Rijn) Formatie van Peelo (Glaciaal) Formatie van Sterksel (Rijn)
Chrono-, zuurstofisotopen- en lithostratigrafie voor Noordwest-Europa naar De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Berendsen (2008) en Cohen et al. (2009). Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor Cultuurhistorisch Erfgoed (RCE). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2008). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).
Formatie van Beegden (Maas)
LaatWeichselien (LaatGlaciaal)
13.900
Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm) LaatPleniglaciaal (zeer koud)
Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Formatie van Boxtel (eolisch en lokaal terrestrisch)
12.850
Lithostratigrafie
Formatie van Stamproy (eolisch en lokaal terrestrisch)
Ouderdom (jr) 0 = 1950 n. Chr.
Ouderdom (kal. jaren BP1)
14
C jaren
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Archeologische perioden (kal. jaren v/n. Chr.) nieuwe tijd (1500-heden)
450 Vb2 1150
1250
1962
Laat
1500
Subatlanticum (koeler Vochtiger)
1950
Holoceen
2900
5700
Subboreaal (koeler Droger)
5000
7250
10.250
9000
10.750 10.150
13.900
11.900
14.030
12.100
14.640
12.450
130.000
300.000 (v. Chr.)
1
14
117.000
C-methode loopt tot 43.000 jaar BP
35.000 (v. Chr.)
75.000
III
Loofbos eik en els overheersen, relatief veel iep en linde. Het percentage den neemt af
Boreaal (warmer)
II
Den overheerst, daarnaast hazelaar, eik, iep, linde, es
Preboreaal (warmer)
I
Eerst berk en later overheerst de den
Late Dryas
LW III
Parklandschap (subarctisch)
Allerød
LW II
LaatWeichselien (Laat-Glaciaal) Weichselien (ijstijd)
10.950
Laat-Pleistoceen
12.850
MiddenPleistoceen
11.650
Loofbos. Eik, els en hazelaar overheersen; beuk vanaf IVb >1% en grotere invloed landbouw (granen)
Atlanticum (warm Vochtig) 8000
Vroeg
8700
IVa
Midden
3950
IVb
Vroege Dryas Bølling
Dennen- en berkenbossen Open parklandschap
LW I
Romeinse tijd (12 v.Chr. – 450 n. Chr.)
bronstijd (2000 – 800 v. Chr.)
neolithicum (5300 – 2000 v. Chr.)
mesolithicum (8800 – 5300 v. Chr.)
laat-paleolithicum (35.000 – 8800 v. Chr.)
Open vegetatie met kruiden (bijvoet) en berkenbomen
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
Perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (Vroeg-Glaciaal)
Perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
Eemien (warme periode)
Loofbos
Saalien (ijstijd)
Maximale ijsuitbreiding Scandinavische ijskap tussen 200.000 en 130.000 jaar BP
BP = aantal werkelijke jaren voor 1950 AD.
middeleeuwen (450-1500 n. Chr.)
ijzertijd (800 – 12 v. Chr.)
Va
2750 3050
Vb1
Loofbos, waarbij eik en els overheersen; haagbeuk vanaf Vb1 (>1%); vanaf Vb2 veel cultuurplanten (rogge, boekweit, korenbloem)
midden-paleolithicum (300.000 – 35.000 v. Chr.)
vroeg-paleolithicum (tot 300.000 v. Chr.)