ap 9 bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen
Tekst van het document
Hemelwater wordt eventueel vertraagd afgevoerd naar oppervlaktewater. In inbreidingsgebieden is een infiltratievoorziening van 20 – 40 mm vereist door de gemeente. Ter bescherming van bodem en grondwater dient infiltratie van water vanaf wegen een zuiverende stap te ondergaan (b.v. zandfilter of lavakoffer). Bij lozing op oppervlaktewater gelden de lozingseisen van Waterschap Brabantse Delta. Situatie Bestaande situaties Verbouwing zonder vergroting van verhard oppervlak Verbouwing met vergroting van verhard oppervlak Nieuwbouw
Retentie/infiltratie geen aanvullende retentie van hemelwater retentie van 7mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel retentie van 60 mm hemelwater, enkel van toepassing op het extra verhard oppervlak retentie van 60 mm hemelwater, van toepassing op het gehele perceel
Watertoetsproces Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. In de huidige situatie bestaat de locatie uit een bedrijfsterrein met enkele bedrijfshallen en een verhard (parkeer)terrein. Het plangebied is in de bestaande situatie geheel verhard. De ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van de locatie naar een woongebied. Daarbij wordt alle bestaande bebouwing en verharding gesaneerd. Conform het stedenbouwkundig plan (zie hoofdstuk 5) ligt de verhouding openbaar- en private grond in het plangebied op 20/80. Het openbaar gebied wordt primair ingericht voor ontsluiting en parkeren en wordt zodoende vrijwel volledig bestraat.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 25
Op basis van het huidige stedenbouwkundig plan is van het woongebied 70% bestemd voor grondgebonden woningen in de vorm van aaneengeschakelde of patiowoningen. Uitgaande van een woonperceel bestaande uit gemiddeld 40% hoofdbebouwing en 40% overige bebouwing en/of terreinverharding is hier sprake van een nieuw verhardingspercentage van circa 80%. Het gebied rondom het appartementengebouw (overige 30% woongebied) kent een hogere verhardingsdichtheid vanwege de parkeergelegenheid die hier deels op eigen terrein wordt voorzien. De verhardingsdichtheid bedraagt hier circa 85%. In totaliteit neemt de verharding ter plaatse van het woongebied met circa 15 tot 20% af ten opzichte van de huidige situatie. Advies behandeling regenwater (RWA) Op basis van de Algemene Regel is er geen verplichting tot aanleg van een retentievoorziening vanuit het waterschap Brabantse Delta. Het regenwater kan direct worden geïnfiltreerd of worden afgevoerd op het oppervlaktewater. Binnen de planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig waarop het afgekoppelde hemelwater afgevoerd kan worden. Wel biedt het plangebied mogelijkheden tot het aanleggen van een infiltratiesysteem voor het afstromende hemelwater. Een mogelijkheid is om een ondergrondse infiltratievoorziening te realiseren onder het parkeerterrein.
Ook kan door bijvoorbeeld gebruik te maken van zoveel mogelijk halfopen verharding op het parkeerterrein worden bijdragen aan een goede waterhuishoudkundige situatie. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen zal aangegeven worden op welke manier al het binnen het plangebied vrijkomende hemelwater wordt geïnfiltreerd c.q. afgevoerd. Ten aanzien van het materiaalgebruik dienen geen uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink, zachte pvc en geïmpregneerde materialen te worden toegepast. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Advies behandeling huishoudelijk afvalwater In de toekomstige situatie is er sprake van 35 wooneenheden. Uitgaande van het huidige stedenbouwkundige plan kan worden uitgegaan van 10 grondgebonden levensloopbestendige woningen, 7 eengezinswoningen en 18 appartementen. Uitgaande van een gemiddelde woningbezetting van 1,5 personen voor de appartementen en 2,5 voor de grondgebonden woningen (Leidraad Riolering), en een vuilwaterproductie van 120 l/persoon/dag (Leidraad Riolering), bedraagt de nieuwe geproduceerde hoeveelheid afvalwater per dag circa 8,34 m³, met een piekbelasting van 0,84 m³/uur.
Het vuilwater van het plangebied dient doormiddel van een gescheiden rioolstelsel aangesloten te worden op het omliggende stelsel van de gemeente Gilze-Rijen. De verdere uitwerking hiervan dient in samenspraak met de gemeente Gilze-Rijen te worden uitgevoerd.
Conclusie
In de waterparagraaf zijn de effecten van de planontwikkeling op de waterhuishouding ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt. Het aspect water vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 5.5
Flora en fauna
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 26
Toetsingskader
De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving.
Beoordeling
Door Florauna is een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. In deze quickscan is inzichtelijk gemaakt of, ter plaatse van de beoogde ontwikkeling, beschermde natuurwaarden in het plangebied aanwezig zijn en welke betekenis die hebben voor de verdere uitvoering. Tevens is bekeken of er door de ontwikkeling van de woningen negatieve effecten te verwachten zijn op beschermde gebieden. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Hierna worden de belangrijkste conclusies beschreven. Gebiedsbescherming Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutsebos’ is gelegen op circa 7.700 meter ten zuidwesten van het plangebied. De afstand tot het Natuurnetwerk is ongeveer 500 meter en ligt het dichtstbijzijnd ten noorden. Deze beschermde gebieden zijn op dusdanige afstand gelegen dat negatieve effecten van het plan kunnen worden uitgesloten voor wat betreft verstoring door licht, geluid en trillingen. Daarnaast zijn geen effecten te verwachten voor wat betreft vernatting en verdroging. Binnen het plangebied, gelegen binnen de bebouwde kom, worden geen bomen geveld. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is dan ook niet aan de orde is voor de voorgenomen plannen. In paragraaf 6.6 heeft een nadere beoordeling plaatsgevonden van de mogelijke bedrage van de ontwikkeling ten aanzien van stikstofdepositie op omliggende Natura-2000 gebieden.
Soortenbescherming Binnen de Soortenbescherming zijn alle bewoonde vogelnesten beschermd. In het plangebied bevinden zich mogelijke nestplaatsen. Het is aan te raden om te werken buiten het broedseizoen van de meeste vogels (grofweg 15 maart -15 juli), of te werken op een manier waarbij vogels in de directe omgeving niet aan broeden beginnen. Op deze manier kan zonder nader onderzoek, mitigatie of compensatie worden voorkomen dat verbodsbepalingen van de Soortenbescherming worden overtreden voor wat betreft algemene vogelsoorten. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er, met het werken volgens een werkprotocol, geen nesten van broedvogels worden verstoord. Zo’n werkprotocol dient te worden opgesteld door een ter zake deskundige, en te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. Ook zijn werkzaamheden binnen het broedseizoen mogelijk zonder werkprotocol, indien ter plaatse door een deskundige wordt vastgesteld dat er geen bewoonde vogelnesten aanwezig zijn. Een ontheffing is dan niet noodzakelijk. Nader onderzoek of een ontheffing Soortenbescherming is niet noodzakelijk gebleken voor de overige zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen, vissen, ongewervelden en de flora.
De in het plangebied te verwachten soorten genieten lichte bescherming onder de Soortenbescherming; een algehele vrijstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht is onverminderd van toepassing. In de nabijheid waargenomen beschermde soorten, zijn bij het terreinbezoek niet waargenomen binnen het plangebied. Het plangebied is wel geschikt voor vleermuizen. Daarom moet
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 27
onderzocht worden of ze er daadwerkelijk voorkomen. Vervolgens kunnen op basis van zulk nader onderzoek de eventueel benodigde mitigerende maatregelen worden bepaald, en kan zo nodig een ontheffing in het kader van de Soortenbescherming worden aangevraagd.
Nader onderzoek vleermuizen
Door Florauna Natuuradvies is een nader onderzoek vleermuizen uitgevoerd. Het onderzoek heeft aangetoond dat er een zomerverblijfplaats en een paarterritorium van de gewone dwergvleermuis aanwezig is binnen het plangebied. Met de aanwezigheid van dit paarterritorium kan een paarverblijfplaats niet worden uitgesloten. Het paarterritorium bevindt zich bij de hoofdingang van het bedrijfspand. Bij de sloop van de bebouwing kunnen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren gaan. Maatregelen zullen dan ook genomen moeten worden om de effecten te minimaliseren. Daarnaast is een ontheffing van de Wnb noodzakelijk. Aanbevolen wordt om de werkzaamheden niet in de paar- en winterperiode uit te voeren (augustus – maart). Paarverblijfplaatsen kunnen namelijk ook als winterverblijfplaats dienen voor individuele vleermuizen. Indien de verblijfplaatsen echter voor de kwetsbare paar- en winterperiode, dus in de actieve periode van de vleermuizen, ongeschikt gemaakt kunnen worden is het wel mogelijk in de periode augustus-maart werkzaamheden te verrichten. De bestemmingsplanwijziging zelf heeft geen negatieve invloed op de mogelijk aanwezige soorten. Pas bij de uitvoer van de voorgenomen werkzaamheden is het noodzakelijk dat bekend is wat de exacte functie van beschermde soorten is en dient indien noodzakelijk een ontheffing te zijn verleend. 5.6
Stikstofdepositie
Toetsingskader
Stikstof vormt een van de grootste belemmeringen voor het behalen van de Natura 2000instandhoudingsdoelstellingen. Op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming is vastgelegd dat het verboden is zonder vergunning van gedeputeerde staten van de provincie een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Samengevat betekent dat wanneer een plan gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied niet in gevaar brengt, significante gevolgen zijn uitgesloten.
Beoordeling
Door AGEL adviseurs is een onderzoek (zie bijlage 4) uitgevoerd naar de stikstofdepositie vanwege het plan aan de Rector Buijselstraat. Er is bepaald wat de bijdrage van het plan is aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden is. Vervolgens is bepaald of deze resultaten leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden en of een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Uit de berekeningen blijkt dat het plan geen rekenresultaten genereerd die hoger zijn dan 0,00 mol/ha/jr. Er is vanwege dit plan geen sprake van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
Conclusie
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 28
Het voorgenomen plan leidt niet tot significant negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 5.7
Archeologie
Toetsingskader
Archeologische (verwachtings)waarden dienen conform de Erfgoedwet (1 juli 2016) te worden meegewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Met de Erfgoedwet wordt regelgeving met betrekking tot cultureel erfgoed vanuit zes wetten gebundeld in één integrale wet. De kern van deze wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, de archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Bij het opstellen en het uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende als de te verwachten archeologische waarden. Voordat de Erfgoedwet inwerking trad, was de zorg voor het archeologisch erfgoed via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) verankerd in de Monumentenwet. Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Delen van de zorgplicht die niet in de Erfgoedwet zijn verwoord, worden verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. In 2010 heeft SRE Milieudienst een Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg opgesteld en een beleidskaart voor het gehele grondgebied van de gemeente Gilze en Rijen.
Het beleidsplan archeologische monumentenzorg en de beleidskaart met bijbehorende toelichting zijn op 26 april 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. In het beleidsplan is onderscheid gemaakt tussen een 7-tal gebieden, variërend van een zeer hoge tot een verwaarloosbare archeologische verwachting. De begrenzing van deze gebieden is terug te vinden in de beleidskaart. Per gebied zijn kaders vastgesteld wanneer een archeologisch onderzoek achterwege kan blijven of juist verplicht wordt gesteld.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 29
Uitsnede archeologische Beleidskaart (15 oktober 2010) Beoordeling en conclusie
De archeologische beleidskaart vertaalt de archeologische waarden- en verwachting naar concrete maatregelen. Deze maatregelen zijn in het geldende bestemmingsplan vertaald in een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’. Ter plaatse van het plangebied geldt een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 6’. Op basis van deze dubbelbestemmingen geldt een archeologische onderzoeksplicht voor grondverstoringen met een oppervlak groter dan 25.000 m² en dieper dan 40 cm (ter plaatse van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 6’) en 250 m² en dieper dan 40 cm (ter plaatse van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’). Door Antea Group is een archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. De rapportage is als bijlage toegevoegd. Tijdens het booronderzoek is een zodanig intacte bodemopbouw aangetroffen dat niet met zekerheid uitgesloten kan worden dat de oorspronkelijke top van de C-Horizont nog (deels) intact is. Ook ter plaatse van de bestaande bebouwing lijkt de kans op een min of meer onverstoorde top van de C-horizont reëel op basis van de diepte van de fundering zoals die uit bouwtekeningen blijkt. Na de bovengrondse sloop van de huidige bebouwing vindt een proefsleuvenonderzoek plaats, waarbij de proefsleuven zo veel mogelijk verspreid over het terrein worden aangelegd.
Hiervoor wordt een dekkingspercentage van 9% tot 10% geadviseerd. Op basis van de resultaten van de proefsleuven kan blijken dat er geen sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Dan volgt een advies tot vrijgave zonder vervolgonderzoek. Wanneer er wel één of diverse archeologische vindplaatsen aanwezig zijn is een vervolgonderzoek door middel van een opgraving noodzakelijk. Het uiteindelijk besluit tot vrijgave of vervolgonderzoek is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Gilze en Rijen. De gemeente Gilze en Rijen ging op 24-11-2020 akkoord met het gegeven door middel van een selectiebesluit.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
5.8
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 30
Cultuurhistorie
Wettelijk toetsingskader
Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend.
Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk.
Beleid provincie Noord-Brabant
In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven, zie onderstaande afbeelding. Hierop is te zien dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen aanwezig zijn.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 31
Beoordeling en conclusie
Het plangebied ligt circa 200 meter ten westen van de Hoofdstraat van Rijen. De kern Rijen is ontstaan als langgerekt lintdorp (Stationstraat/hoofdstraat). Vanwege de ligging aan de spoorlijn maakt het dorp beging 20e eeuw een industriële ontwikkeling door, met specifiek de ontwikkeling van de leerindustrie met woonhuizen en villa’s. Er ontstond een gevarieerd industrielandschap met leerfabrieken, leerlooierijen en woonhuizen. Aan de Hoofdstraat ter hoogte van het plangebied zijn enkele voormalige leerfabrieken gelegen die zijn aangemerkt als rijksmonument. Ook aan de Looiersveld (Looiersveld 15 en 25) zijn enkele waardevolle bouwobjecten uit het leerlooierijverleden behouden gebleven. Daarnaast is het woonhuis aan de Heistraat 17 met zijn karakteristieke jaren ’30 stijl aangemerkt als waardevolle bouwkunst. Binnen het plangebied komen geen specifieke cultuurhistorische waarden voor. Door in de stedenbouwkundige opzet van het plan te kiezen voor een dwarsstraat te midden van het plangebied wordt een relatie gelegd met het lint van de Hoofdstraat en het daar rond omheen gelegen monumentaal vastgoed. De ontwikkeling houdt zodoende rekening met de cultuurhistorische waarden en het behouden c.q. ontwikkelen van de cultuurhistorisch waardevolle identiteit. 5.9
Milieuhinder bedrijvigheid
Toetsingskader
Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de aanwezige functies noodzakelijk. Wanneer milieubelastende functies worden gerealiseerd, dient te worden bekeken in hoeverre deze negatieve invloeden heeft op omliggende milieugevoelige functies (zoals woningen). Indien een milieugevoelige functie wordt toegevoegd, dient te worden bekeken in hoeverre deze belemmeringen oplevert voor omliggende bedrijven en de ontwikkelmogelijkheden hiervan. Ook moet worden bekeken of ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 32
functies. In de brochure ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. De afstand tussen de milieubelastende activiteit en een milieugevoelige functie wordt bepaald vanaf de gevel van de woning tot de grens van de inrichting.
Beoordeling
Voorliggende locatie is gelegen aan de Rector Buijselstraat, ter hoogte van de Heistraat en Looiersveld. In het gebied tussen de voorgenoemde straten en de Hoofdstraat zijn diverse bedrijfsbestemming gesitueerd. Ook ten noorden van de Heistraat zijn bedrijfsbestemmingen gelegen. Het gebied ten westen en zuiden van het plangebied wordt gekenmerkt door overwegend woonfuncties. Nabij de planolocatie bevinden zich diverse milieubelastende activiteiten die mogelijk beperkend zijn voor de planontwikkeling. Uit de beoordeling blijk dat uitsluitend voor het garagebedrijf aan de Heistraat 13A en de garageboxen aan de Heistraat 11A-Y, 13B-Y en 15A-N een akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Door AGEL adviseurs is in het kader van milieuhinder bedrijvigheid een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek is om te beoordelen of ter plaatse van de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast wordt beoordeeld of de omliggende milieubelastende activiteiten als gevolg van de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen niet aanvullend worden beperkt in hun mogelijkheden. Het onderzoeksrapport is als bijlage toegevoegd.
Uit het onderzoek blijkt dat als gevolg van deze milieubelastende activiteiten ter plaatse van de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen sprake zal zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat deze milieubelastende activiteiten niet (aanvullend) worden beperkt in hun mogelijkheden.
Conclusie
Het milieuaspect geluid vormt geen beperking voor de realisatie van de nieuwe geluidgevoelige bestemming. 5.10 Externe veiligheid
Toetsingskader
Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen de activiteiten met gevaarlijke stoffen en (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.
Beoordeling en conclusie
In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen gesitueerd. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Breda en de rijksweg A58. De beide transportroutes gevaarlijke stoffen zijn ten zuiden van de locatie gelegen. Het initiatief voorziet in de herontwikkeling van een bedrijfsterrein tot woongebied. Er worden zodoende nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. In de bijlage is een motivering van het aspect externe veiligheid en de standaard verantwoording van het groepsrisico van de
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 33
Veiligheidsregio Midden- en West Brabant opgenomen. Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering oplevert voor de herontwikkeling van de locatie aan de Rector Buijselstraat 20-24 naar woningbouw. 5.11 Kabels en leidingen
Toetsingskader
Planologisch relevante kabels, leidingen (zoals waterleidingen of rioleringsleidingen), dienen te worden beschermd tegen ingrepen die de werking ervan kunnen bedreigen. Aan de andere kant dient de omgeving te worden beschermd tegen het gevaar dat van bestaande en toekomstige leidingen, kabels en hoogspanningslijnen kan uitgaan.
Beoordeling en conclusie
In en nabij het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgestelde ontwikkeling.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 34
5.12 Vliegbasis Gilze-Rijen
Toetsingskader
Het plangebied ligt in de nabijheid van vliegbasis Gilze-Rijen. In het Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) is vliegbasis Gilze-Rijen aangewezen als militair terrein. In het Rarro zijn voor militaire terreinen onder andere geluidzones en obstakelbeheergebieden aangewezen.
kaart militair luchtvaartterrein - Vliegbasis Gilze-Rijen (Rarro)
Beoordeling en conclusie
Het plangebied ligt binnen het obstakelbeheersgebied van vliegbasis Gilze-Rijen. Voor het plangebied geldt ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde met een hogere bouwhoogte dan 56 meter boven NAP. Dat betekent dat de maximale bouwhoogte circa 45 meter is. Van bouwen tot een dergelijke hoogte is binnen de ontwikkeling geen sprake. De bouwhoogtebeperking is middels een gebiedsaanduiding ‘overig – IHCS -1’ opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. 5.13 M.e.r.-beoordelingsplicht
Toetsingskader
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De vormvrije mer-beoordeling voor activiteiten beneden de grenswaarde is vervangen door de mer-beoordelingsplicht. De merbeoordelingsplicht is van toepassing indien: de activiteit onder één van de categorieën van activiteiten in kolom 1 van bijlage D valt (ongeacht de omvang van die activiteit) én sprake is van een aangewezen besluit in kolom 4 van bijlage D, waaronder het bestemmingsplan.
Beoordeling
De realisatie van woningen valt onder een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd in categorie D 11.2 van het Besluit m.e.r. en er is sprake van een besluit zoals genoemd in kolom
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 35
4. De drempelwaarde uit onderdeel D 11.2 voor woningen ligt op 2.000 woningen of meer. Voorliggende herziening voorziet in de toevoeging van 35 woningen. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project (midden in het stedelijk gebied van Rijen) en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de beoordeling van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de voorgaande paragrafen zijn opgenomen.
Conclusie
Aangezien de ontwikkeling valt onder de activiteit D 11.2 van het Besluit m.e.r. is sprake van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Het plan heeft geen belangrijke negatieve gevolgen het woon- en leefmilieu in de omgeving. Er worden geen negatieve effecten verwacht vanwege de ligging van het plangebied ten opzichte van gevoelige gebieden. Het bevoegd gezag neemt op basis van een aanmeldnotitie een m.e.r.-beoordelingsbesluit. Het besluit wordt te zijner tijd als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
6
DE BESTEMMINGEN
6.1
Het juridische plan
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 36
Dit bestemmingsplan bestaat uit planregels en een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1 (algemene regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijking-, wijzigings-, en gebruiksregels, een procedureregel en een aantal min of meer standaardregels; Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel. Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven.
De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee kan ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld worden met andere overheden en samenwerkingspartners. Tevens maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. 6.2
Beschrijving van de bestemmingen
In dit bestemmingsplan komen de volgende regels voor:
6.2.1
Hoofdstuk 1 – Inleidende regels
6.2.2
Hoofdstuk 2 – Bestemmingsplanregels
Dit onderdeel bestaat uit de begrippen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hierin wordt aangegeven wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe dient te worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan.
Artikel 3: Verkeer Gronden met de bestemming ‘Verkeer’ zijn bestemd voor wegen, bermen en fiets- en voetpaden. De gronden zijn verder ook bestemd voor nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen en (hoofd)riolering en groenvoorzieningen inclusief waterpartijen en –gangen, kunstwerken, kunstobjecten, speeltoestellen en straatmeubilair. Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 37
Artikel 4: Woongebied Deze bestemming is opgenomen voor de nog te realiseren woningen. De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de afzonderlijke huisvesting van huishoudens of daarmee vergelijkbare economische eenheden van een of meer personen in grondgebonden, of ter plaatse van de aanduiding ‘gestapelde woningen’, gestapelde woningen, al dan niet in samenhang daarmee aan huis gebonden beroepen. Daarnaast zijn tuinen en erven, voorzieningen van verkeer en verblijf, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen inclusief waterpartijen en -gangen, kunstwerken, kunstobjecten, speeltoestellen en straatmeubilair, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals uitritten, toegestaan. Gebouwen kunnen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Verder is een aanduiding opgenomen voor de maximum goot- en bouwhoogte. Daar waar een gevellijn is opgenomen dient de voorgevel van de bebouwing op of in het verlengde van deze lijn te worden gebouwd. In de regels zijn nadere bebouwingsregels opgenomen voor de hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Ook zijn in de regels bebouwingsregels opgenomen voor de situering, de bebouwingsdiepte en de dakvorm van hoofd- en bijgebouwen en van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Ten behoeve van ruimere bouwmogelijkheden zijn verschillende afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Artikel 5 + 6: Waarde - Archeologie In het bestemmingsplan is, ter bescherming van de archeologische waarden, een dubbelbestemming opgenomen. De met 'Waarde - Archeologie' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met te verwachten archeologische waarden.
Waarde – Archeologie 3
Binnen deze dubbelbestemming geldt dat er bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m onder maaiveld archeologisch (voor)onderzoek nodig is.
Waarde – Archeologie 6
Binnen deze dubbelbestemming geldt dat er bij bodemingrepen groter dan 25.000 m² en dieper dan 0,4 m onder maaiveld archeologisch (voor)onderzoek nodig is.
6.2.3
Hoofdstuk 3 - Algemene regels
Hieronder zijn begrepen de anti-dubbeltelregel, de algemene gebruiksregels, de algemene aanduidingsregels, de algemene afwijkingsregels, de algemene wijzigingsregels en de overige regels. Onder de algemene aanduidingsregels is een aanduiding ‘IHCS -1’ opgenomen in verband met het beschermingsgebied van in- en uitvliegfunnel van vliegtuigen. Hierdoor geldt ter plaatse van het plangebied een bouwhoogtebeperking van bouwwerken hoger dan 56 boven NAP.
6.2.4
Hoofdstuk 4 – Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk zijn het overgangsrecht en de slotregel opgenomen
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
7
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 38
FINANCIËLE HAALBAARHEID
De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Alle voorbereidings- en uitvoeringskosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tussen de gemeente Gilze-Rijen en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het plan is voor de gemeente GilzeRijen derhalve een kostenneutrale ontwikkeling. De economische uitvoerbaarheid is hiermee gewaarborgd.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
8
8.1
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 39
PROCEDURES
Omgevingsdialoog
Naast de wettelijke procedures, besteedt de initiatiefnemer nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de belanghebbenden. In september en oktober 2020 heeft de ontwikkelaar De Bunte Vastgoed Zuid een omgevingsdialoog gehouden. Gezien de situatie rondom het Coronavirus heeft de omgevingsdialoog als volgt plaatsgevonden. Eind september 2020 zijn directe omwonenden en ondernemers middels een brief op de hoogte gesteld van de beoogde plannen. In totaal zijn 59 betrokkenen per brief geïnformeerd en 2 betrokkenen per e-mail aangezien zij niet in de omgeving van het plangebied wonen, maar daar wel eigendommen bezitten. In de brief wordt onder andere verwezen naar de projectwebsite, waar diverse aanvullende informatie over het plan zoals het stedenbouwkundig plan, straatprofielen, ontsluiting en parkeren en sfeerimpressies te vinden zijn. Ook is op de projectwebsite een mogelijkheid geboden om direct te reageren op het plan. De projectwebsite is in de periode 23 september tot en met 9 oktober bezocht door 83 unieke bezoekers. Voor belanghebbenden die aanvullend behoefte hadden aan een persoonlijk gesprek is op woensdag 7 oktober 2020 conform Corona-richtlijnen een informatiebijeenkomst gehouden. De informatiebijeenkomst is bijgewoond door 11 personen. Deze mensen zijn eveneens in de gelegenheid geweest te reageren op de plannen.
De correspondentie met de omgeving, evenals de reactie van de belanghebbenden op het plan zijn vervat in het verslag van de omgevingsdialoog zoals bijgevoegd aan de toelichting van het bestemmingsplan. De plannen zijn door de omgeving goed ontvangen. De ingekomen reacties houden voornamelijk verband met de persoonlijke behoefte van mensen naar een nieuwe woning. 8.2
Vooroverleg
Het concept ontwerpbestemmingsplan ‘Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen’ is conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg verzonden naar de betrokken instanties. Het (voor)overleg heeft geresulteerd in schriftelijke reacties van de Brandweer Midden- en WestBrabant, Waterschap de Brabantse Delta en de Provincie Noord-Brabant. Alle instanties hebben aangegeven geen aanleiding te zien tot het maken van opmerkingen over het aan hen toegezonden voorontwerp bestemmingsplan. Volledigheidshalve zijn de reacties bijgevoegd bij het bestemmingsplan. 8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen’ is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende 6 ter weken, van 2 maart 2021 tot en met 12 april 2021 ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kon een ieder zowel schriftelijk als mondeling een zienswijzen kenbaar maken. De Nota Zienswijzen is als bijlage aan voorliggend bestemmingplan toegevoegd.
A G E L
adviseurs Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen Gemeente Gilze-Rijen
ruimte infra bouw milieu
20110705-02 mei 2021 blad 2
Naar aanleiding van de reactie van het waterschap Brabantse Delta en ambtshalve is paragraaf 5.4 van de toelichting aangevuld met het actuele beleid van zowel het waterschap als de gemeente. De zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van de regels of verbeelding. Het plan wordt ongewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad.
A G E L
adviseurs Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
ruimte infra bouw milieu
0162 - 456481 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
24
26
22
20
18
16
28 30 32 34
Plangebied
38
9
44 24A 24B 24C 24D 24E 24F
raat Heist
4,5 19
21
23
25
27
29
9
23E 23D 23C 23B 23A
12
10
8
Kardi
11
13
15
9
11F 11E 11D 11C 11B 11A
24M
WG
24N
7
5
7
11 20
Verkeer
WG
Woongebied
WG
WR-A3
Waarde - Archeologie 3
WR-A4
Waarde - Archeologie 4
9A
11T 11S 11R 11Q 11P 11N
Gebiedsaanduidingen overige zone - IHCS - 1
13G 13H 13J 13K 13L 13M 13N 13P 13R 13S 13T 13V 13W 13X 13Y
V WR-A4
1
11L11M 11J11K 11H 11G
13B 13C 13D 13E 13F
24L
traat
3
V
Dubbelbestemmingen
11
WR-A3 gs e Jon naal d
13A
2
4
6
17
24G 24H 24J 24K
7
21E 21D 21C 21B 21A
17
Enkelbestemmingen
48
50
31
Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen
11
11Z 11Y 11X 11W 11V 11U
Bouwvlakken bouwvlak
15A
Bouwaanduidingen
15B 15H 15F15G 15E 15D 15C
gestapeld
[gs]
Maatvoeringen
15P 15N 15L15M 15J15K
7
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
11
Figuren gevellijn
7 15
11
19
r Recto
[gs]
11
N
9-9B
elstra
Buijs
sveld Looier
18
16
14
36
8
10 12
oy
38
plannaam
15
NL.IMRO.0784.BPRectBuijsel2024-VG01
32
2
bronbeheerder
12 10
8
sveld
19
17
7
15
Bestemmingsplan Rector Buijselstraat 20-24 te Rijen
idn
14 11
13
4
6
Looier
o va n H r u e n eig Mons
14A
traat donks
10
40
34
20
5
Schaal 1:500
at
9-17
meters 0
30
42
werknr.
20110705-02
Gemeente Gilze-Rijen
get.
par.
ing. A. Vissers
28 akk.
datum formaat
par.
ing. M. Staps
schaal
06-2021 A2 1:500
postbus 4156 4900 cd oosterhout hoevestein 20b 4903 sc oosterhout 0162 - 45 64 81 www.ageladviseurs.nl
20
25
Bestandsnaam: O:\20110705-02 Rector Buijselstraat 20 te Rijen\3 tekeningen\3 terrein\Verbeelding\20110705 2021-05-18 Rector Buijselstraat 20 te Rijen.dwg
36
Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen
Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen
Opdrachtgever
: De Bunte Vastgoed Zuid Postbus 5684 4801 EB Breda
Projectnummer
: 20110705-01
Status rapport / versie nr.
: Definitief 02
Datum
: 14 november 2018
Opgesteld door
: ing. C.H.J. van den Broek
Gecontroleerd door
: mw. M. Martens-Beljaars
Voor akkoord
: ing. C.H.J. van den Broek
Paraaf :
Versie nr.
Datum
Omschrijving
Opgesteld door
Gecontroleerd door
D01
25/9/2018
CB
MBel
D02
14/11/2018
Actualiserend bodemonderzoek (incl. asbest in bodem) Rector Buijselstraat 20 te Rijen Aanvullende gegevens vooronderzoek verwerkt
CB
MBel
Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout
t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
INHOUD
20110705-01 november 2018 Inhoudsopgave
blz.
1
INLEIDING
3
2
VOORONDERZOEK
4
2.1
Algemeen en bronvermelding
4
2.2
Locatiegegevens en huidige situatie
4
2.2.1
5
2.3
3
Historische gegevens
5
2.3.1
Activiteiten
5
2.3.2
Beschikbaar bodemonderzoek
6
2.3.3
Niet gesprongen explosieven
6
2.3.4
Archeologische waarden
6
2.4
Toekomstig gebruik
6
2.5
Bodemopbouw en geohydrologie
7
2.6
Financieel juridische informatie
7
2.7
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
7
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK
8
3.1
Kwalibo vereisten
8
3.2
Opzet en uitvoering
8
3.3
Resultaten veldonderzoek
9
3.3.1
Maaiveldinspectie en waarnemingen asbest
9
3.3.2
Grond en grondwater
9
3.4 4
Actuele vergunning
Laboratoriumonderzoek
10
RESULTATEN EN INTERPRETATIE
13
4.1
Toetsingskader en analyseresultaten
13
4.1.1
Toetsingskader
13
4.1.2
Resultaten grondonderzoek
13
4.1.3
Resultaten asbest
14
4.1.4
Resultaten grondwateronderzoek
15
4.2
4.3
Bespreking van de resultaten
16
4.2.1
A) Buitenterrein (incl. asbest) en opslag KCA
16
4.2.2
Actualisatie grondwater en verificatie zinkverontreiniging
16
4.2.3
Overig a.g.v. onvoorzien
17
4.2.4
Beantwoording onderzoeksvragen
17
Herziening verontreinigingssituatie inclusief ernst en spoed
18
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
20
6
NORMERING EN BETROUWBAARHEID
23
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
20110705-01 november 2018 blad 2
BIJLAGEN 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Locatiekaart Kadastrale gegevens Situatietekeningen met boorpunten (incl. verontreinigingssituatie grond, 3.1 en grondwater, 3.2) Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Toelichting en achtergrond toetsingskader Relevante informatie vooronderzoek Fotoreportage Onafhankelijkheidsverklaring
© AGEL adviseurs 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
1
20110705-01 november 2018 blad 3
INLEIDING
In opdracht van De Bunte Vastgoed Zuid BV heeft AGEL adviseurs een actualiserend bodemonderzoek inclusief verkennend onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd ter plaatse van een locatie aan de Rector Buijselstraat 20 te Rijen. De locatie betreft het bedrijfsterrein van KIN Installatietechniek BV. In verband met de (voorgenomen) verwerving van het bedrijfsterrein is inzicht gewenst in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De locatie is circa 5.500 m2 groot waarvan de helft bebouwd is met kantoor, magazijn en werkplaats. Van de locatie zijn eerdere bodemonderzoeken bekend. Het meest recente onderzoek betreft het rapport ‘Actualiserend en nader bodemonderzoek Rector Buijselstraat 20 en Heistraat 17 te Rijen, Oranjewoud, kenmerk 182976 d.d. 30 mei 2008’. Tevens is, omdat het bedrijf deelnemer is van de BSB, een advies van de saneringskosten opgesteld door BSB Zuid (kenmerk P11009 d.d. 20 februari 2011). Bekend is dat er op de locatie sprake is van een verontreiniging met zink in grond en grondwater en een verontreiniging met tetrachlooretheen (Per) in grondwater. Uit de genoemde eerdere bodemonderzoeken is een aantal onzekerheden aanwezig met betrekking tot een eventuele verspreiding van de bekende verontreinigingen en eventuele aanwezigheid van nadien opgetreden verontreiniging.
De opzet en uitvoering van de werkzaamheden zijn gebaseerd op de volgende normen: Vooronderzoek conform de NEN 5725 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie oktober 2017); Verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie april 2016); Verkennend onderzoek naar asbest in de bodem conform de NEN 5707+C1 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, versie augustus 2016); Nader onderzoek bekende gevallen op basis van de NTA 5755 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juli 2010). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (protocollen 2001, 2002 en 2018), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door Rijkswaterstaat Leefomgeving. Voorliggend rapport is als volgt opgebouwd: Vooronderzoek en onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); Veld- en laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 3); Resultaten en interpretatie (hoofdstuk 4); Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
2 2.1
20110705-01 november 2018 blad 4
VOORONDERZOEK Algemeen en bronvermelding
Onderdeel van het bodemonderzoek is het verrichten van een vooronderzoek conform de NEN 5725. Dit is uitgevoerd op standaardniveau. Voor de afbakening van de onderzoekslocatie is gekozen voor een afbakening voor de locatie waarop de voorgenomen transactie betrekking heeft. In het kader van het vooronderzoek zijn de onderstaande bronnen geraadpleegd: Beschikbare informatie eerder bodemonderzoek eigenaar, opdrachtgever en BSB Zuid; Vermeldingen Bodemloket; Voormalige Hinderwetvergunningen vanuit eerder bodemonderzoek; Interview, locatie-inspectie en dossierinformatie actuele milieuvergunning KAMcoördinator KIN; Bodemopbouw en geohydrologie Dinoloket en eerder onderzoek; Algemene bronnen KLIC, kadaster, topografie, website KIN, googlemaps. De verkregen informatie is beoordeeld als voldoende compleet en gaf geen aanleiding tot nader archiefonderzoek. 2.2
Locatiegegevens en huidige situatie
Tabel 2.1: Locatiegegevens Aspect Adres Kadastraal (bijlage 2) Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Gebruiker Huidig gebruik Omgeving Verhardingen/bebouwing Kadastrale registratie(s) Wbb bodemloket Oppervlakte kadastraal perceel(-en)
Gegevens Rector Buijselstraat 20-24, postcode 5121 JP, te Rijen Gemeente: Rijen Sectie: A Nummer(s): 6591, 6592, 6593 x: 122.226 y: 400.460 Dhr. Kin Kin installaties Bedrijfsterrein Woonwijk Ca. 3.100 m2 bebouwd (geheel voorzien van betonvloer), overig buitenterrein volledig verhard (klinkers) geen NB078400899 Circa 5.580 m² Onderzoekslocatie: circa 5.580 m²
Figuur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aangegeven)
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
20110705-01 november 2018 blad 5
Op 28 juni 2018 heeft een locatiebezoek plaatsgevonden met rondleiding en interview met de KAM-verantwoordelijke van KIN. Een fotobijlage is opgenomen in bijlage 9. Tijdens de terreininspectie zijn aan het oppervlak van de locatie geen indicaties verkregen die in verband kunnen worden gebracht met een mogelijke verontreiniging van de bodem. Inpandig vinden geen noemenswaardige activiteiten plaats die tot een verontreiniging van de bodem kunnen leiden. Wel wordt inpandig in het magazijn een kleine hoeveelheid vloeibare producten opgeslagen (kannen < 5 liter in bakken). Door de aanwezige gecoate vloer en wijze van opslag is er een verwaarloosbaar bodemrisico. Uitpandig is een kleine opstelplaats voor KCA aanwezig. Dit staat onder aan afdak in hiervoor bestemde afsluitbare vaten. Voor zover zintuiglijk waarneembaar zijn er bij de indicatieve inspectie geen asbestverdachte materialen in de bebouwing of op de bodem aangetroffen.
2.2.1
Actuele vergunning
De actuele milieuvergunning van het Installatiebedrijf Kin betreft een melding Activiteitenbesluit van oktober 2015. De activiteiten omvatten: Spaanloze, verspanende of thermische bewerking of mechanische eindafwerking van metalen Lassen van metalen Solderen van metalen Als installaties zijn aanwezig: een stookinstallatie (geen olie), koel- of vriesinstallatie en acculader voor accu's (natte accu's). Er worden (in beperkte mate) vloeibare bodembedreigende stoffen gebruikt bij spaanloze, verspanende of thermische bewerkingen van metalen. Bewerking en opslag is volledig inpandig. Er zijn geen ondergrondse tanks in gebruik. Er vindt geen lozing van afvalwater uit een metaalproces plaats. 2.3
2.3.1
Historische gegevens
Activiteiten
Deze informatie is ontleend aan het bodemonderzoek van Oranjewoud uit mei 2008. Dit is als volgt samen te vatten: 1963 oprichtingsvergunning Kin vervaardigen metaalconstructies, ondergrondse benzinetank, ondergrondse olietank, constructiewerkplaats en verwarmingsbedrijf; 1968 Hinderwetvergunning KIN voor constructiewerkplaats met staalstraal- en schopeerinrichting, drie ondergrondse tank (1x 5.000 l benzine en 1x resp. 4000 en 3000 l HBO), een bovengrondse dieseltank (1200 l); 1989 Hinderwetvergunning aluminium- en staalconstructiebedrijf en prefabriceren metaalonderdelen; 1992 Autostalling en wasplaats voorzien van vloeistofdichte vloer; 1993 tanksanering middels reinigen en afvullen van een ondergrondse benzinetank (4000 l) en HBO tank 5000 l). Van de tanksaneringen zijn Kiwa certificaten aanwezig1; 1994 uitbreidingsvergunning voor nummer 17 t.b.v. kantoor; 1997 wijziging met betrekking tot voorschriften geluid; 2004 Vergunning Kin voor metaalverwerkend bedrijf zijnde installatiebedrijf met opslag bedrijfsafval, gasflessen en gevaarlijke vloeistoffen (in lekbak); 2008 Melding artikel 8.19 Kin verplaatsen gasflessen. 1
Uit verdere navraag bij de heer Kin (sinds 1970 op de locatie in Rijen gewerkt) blijkt dat er twee ondergrondse tanks aanwezig waren. Dit betrof een hbo tank onder de bedrijfsvloer van de hal (tank C) en 1 benzinetank op het buitenterrein (tank D). Als er een derde tank aanwezig is geweest dan betrof dit een hbo tank die achterop het terrein was gesitueerd (bij kantine, genaamd H). Deze zou voor zijn tijd en dus voor zogenaamde actie tankslagen verwijderd zijn. Van de tanks C en D zijn saneringsbewijzen verstrekt.
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
2.3.2
20110705-01 november 2018 blad 6
Beschikbaar bodemonderzoek
Van de onderzoekslocatie zijn de volgende bodemonderzoeken beschikbaar: Verkennend bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 78-40331 dd juni 1989; Aanvullend bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 3509-13086 dd september 2000; Actualiserend Verkennend en nader bodemonderzoek Oranjewoud kenmerk 182967 dd mei 2008. Uit bovenstaande onderzoeken is bekend dat er op de locatie sprake is van een verontreiniging met zink in grond en grondwater en een verontreiniging met tetrachlooretheen (Per) in grondwater. Deze hebben op hoofdlijn de volgende kentallen: Kentallen VOCl (2008) Grond Oppervlak traject (m2)
Omvang (m3)
-
-
Sw Iw
-
Grondwater Oppervlak (m2) 2.250 > Sw waarvan > Iw 350
Traject m-mv
Omvang (m3)
max. Gehalte in ug.l
1,8-10,0
1.8450
1,8-6,0
1.470
190 (PER)
Traject m-mv
Omvang (m3)
max. Gehalte in ug.l
1,8-10,0
9.840
1,8-6,0
2.310
streefwaarde voor grond thans achtergrondwaarde interventiewaarde
Kentallen zink (2008) Grond Oppervlak traject (m2) 1.650 > Sw waarvan > Iw 220 Sw Tw
max. Gehalte in mg.kg d.s. -
0,0-0,9 0,1-0,4
Omvang (m3) 1.485 55
max. Gehalte in mg.kg d.s. 2.100
Grondwater Oppervlak (m2) 1.200 > Tw waarvan > Iw 550
1.300
streefwaarde voor grond thans achtergrondwaarde tussenwaarde Iw interventiewaarde
Naast zink is in het grondwater nikkel tot boven de interventiewaarde verhoogd aanwezig (in 2008 gehalten variërend van niet verhoogd tot matig en sterk verhoogd tussen 170 tot 240 ug/l). De aanwezigheid van nikkel wordt toegeschreven aan een verhoogde achtergrondwaarde die in Rijen vaker wordt aangetroffen zonder aanwijsbare bron. Hetzelfde geldt voor licht verhoogde gehalten aan zink in het grondwater. Door BSB is in februari 2001 een kostenraming voor een bodemsanering op de locatie opgesteld. Hierin staat de verontreinigingssituatie kort beschreven. Voor nadere informatie over de bekende bodemsituatie wordt verwezen naar het rapport van 2008. Het bedrijf is sinds december 2007 deelnemer van de BSB en zodanig aangemeld voor de bedrijvenregeling (NB/0784/00899).
2.3.3
Niet gesprongen explosieven
2.3.4
Archeologische waarden
Ten aanzien van de verwachting van niet gesprongen explosieven is bij de opdrachtgever geen informatie bekend. Geen informatie voorhanden. 2.4
Toekomstig gebruik
Momenteel zijn er geen wijzigingen in het (bodem-)gebruik van de locatie bekend.
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
2.5
20110705-01 november 2018 blad 7
Bodemopbouw en geohydrologie
Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 9 m+NAP. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw achterhaald. Tabel 2.2: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv 0-3 3-20 20-70
Formatie Nuenengroep Sterksel Kedichem en Tegelen
Geohydrologische eenheid deklaag Eerste watervoerend pakket Eerste scheidende laag
Samenstelling Middelfijn zand Matig grof zand Klei en middelfijn zand
Uit voorgaand bodemonderzoek in bekend dat de bodem tot circa 4 m-mv bestaat uit matig tot zeer fijn, zwak tot matig siltig zand. De ondergrond is plaatselijk zwak tot matig grindig. Het freatisch grondwater bevond zich destijds op 1,7 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket bevindt zich op ongeveer 5,5-6 m+NAP. De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is overwegend noordwestelijk. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie is geen oppervlaktewater aanwezig. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. 2.6
Financieel juridische informatie
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de in bijlage 2 opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. 2.7
Conclusie vooronderzoek en onderzoeksvragen
Op de locatie is sprake van een tweetal bekende gevallen van (ernstige) verontreiniging, zijnde zink en VOCl’s. Dit betreffen historische verontreinigingen. De verontreinigingen zijn niet spoedeisend. In de huidige activiteiten is er geen sprake van noemenswaardig bodembedreigende activiteiten. Daarmee wordt aangenomen dat er geen nieuwe verontreiniging is ontstaan ten opzichte van de bodemsituatie in 2008. Omdat in 2008 is vastgesteld dat de voormalige tanks niet tot verontreiniging hebben geleid is geen verder onderzoek hiernaar verricht. Op de locatie komt ter plaatse van het buitenterrein in beperkte mate een lichte bijmenging met puin in de grond voor. Niet bekend is of er sprake is van asbest in bodem.
Voor het onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen gesteld: In hoeverre is de VOCl verontreiniging verspreid, met name uitzakking naar de diepte kan hier hebben plaatsgevonden? In hoeverre is de bekende verontreiniging van invloed op het perceel Heistraat 17? Hebben de activiteiten van het bedrijf sinds het onderzoek uit 2008 nog verontreiniging veroorzaakt? Is de contour van de zinkverontreiniging in de grond (bepaald op basis van een enkele boring) nog verifieerbaar of is deze groter? Is de locatie, zijnde het buitenterrein, verdacht op asbest in bodem? Voor de onderzoeksopzet worden twee deelaspecten/gebieden benoemd: A) Actualisatie algemene kwaliteit van de grond inclusief verdenking asbest op het buitenterrein met inbegrepen van de opslag KCA; B) Actualisatie van het grondwater met name de bekende kern van VOCl in grondwater (inclusief verificatie VOCl’s in grond ter plaatse van de vermoedelijke kern) en afperking/verificatie van de oppervlakkige grondverontreiniging met zink.
AGEL adviseurs D02 Actualiserend Bodemonderzoek (incl. asbest) incl. verkennend onderzoek asbest in grond Rector Buijselstraat 20 te Rijen
3 3.1
20110705-01 november 2018 blad 8
VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK Kwalibo vereisten
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen: Protocol 2001 (plaatsen boringen en peilbuizen): op 28 juni en 24 augustus 2018 door M. van Ast, A. Jongbloed en P. van Beveren; Protocol 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem): op 28 juni 2018 door M. van Ast en A. Jongbloed; Protocol 2002 (grondwaterbemonstering): op 29 juni 2018 en op 24 en 31 augustus 2018 door M. van Ast. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door Rijkswaterstaat Leefomgeving. De heren M. Van Ast en P. van Beveren zijn ervaren en geregistreerde veldwerkers. De heer A. Jongbloed is een veldmedewerker in opleiding. Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door het milieulaboratorium van Eurofins OMEGAM Laboratoria te Amsterdam en is uitgevoerd conform de accreditatie AS3000. 3.2
Opzet en uitvoering
In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de gevolgde onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en verrichte analyses. De locatietekening met situering van de boringen, proefgaten en peilbuizen is opgenomen in bijlage 3. Aanvullend op de werkzaamheden onder A en B zijn als gevolg van het constateren van niet voorziene verontreiniging aanvullende werkzaamheden (deel C) verricht. Tabel 3.1: Opzet veld- en laboratoriumonderzoek Locatie
Veldonderzoek
Boring incl. proefgat tot 0,5 m-mv A) Buiten Terrein incl. opslag KCA
(en boornummers) Boring tot Boring tot Boring max. 1,0 max met m-mv 3 m-mv peilbuis
9
1
G1 t/m 9
414
Laboratoriumonderzoek
Bemonsteren bestaande peilbuis
B) Actualisatie grondwater en verificatie zink en VOCl
4
1
1
9
402, 403, 405, 406 (404 niet uitgevoerd)
401
407
105, 106, 200, 203, 304, 305, 306, 307, 309, 334
C) Overig agv onvoorzien
6
1
408 t/m 413
328
A B + VOCl #