CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 9 bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen

Gemeenteraad 19 juli 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake het vaststellen van het bestemmingsplan “N631 spoor Rijen”35.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

blad 31 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

ruimtelijke procedures. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven. Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plan tensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Bij een evenwichtige toedeling van functies dient invulling gegeven te worden aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving.

De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit is in deze verordening opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. b.

zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6 interim omgevingsverordening); de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7 interim omgevingsverordening); c. meerwaardecreatie (artikel 3.8 interim omgevingsverordening). Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Vanwege zorgvuldig ruimtegebruik is nieuwvestiging in het buitengebied niet toegestaan. In het plan worden geen nieuwe bedrijven toegestaan. Wel wordt de huidige bestemmingsvlak voor de manege en het eetcafé aangepast. Door het verleggen van de weg Vijf Eiken is een deel van het bestemmingsvlak 'Horeca' los komen te liggen van de rest van de bestemming 'Horeca'. Deze gronden worden bij de bestaande manage getrokken. Op deze gronden zijn slechts beperkte bebouwingsmogelijkheden opgenomen. Ook heeft door de aanleg van de weg een deel van de huidige manege de bestemming verkeer gekregen. Per saldo neemt daardoor de bestemming 'Sport' waar de manege onder valt niet toe en is geen sprake van uitbreiding. Ook de vorm van de bestemming 'Horeca' verandert door het verleggen van de weg. Zoals al in paragraaf 2.2.1 is opgenomen vindt er een vormverandering van de bestemming plaats. De bebouwingsmogelijkheden worden echter niet vergroot.

Ook in het nieuwe bestemmingsplan is een maximale bebouwing van 870 m² opgenomen en is het bouwvlak wat in het nu voorliggende bestemmingsplan vanwege de opgenomen stedenbouwkundige randvoorwaarden beperkt, zodat er per saldo een kleiner bouwvlak is waar deze bebouwing mag worden opgericht ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Daarnaast dient bij stedelijke ontwikkeling toepassing gegeven te worden aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.3 van de toelichting is reeds onderbouwd dat met het voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe stedelijk ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet noodzakelijk. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering blad 32 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De gewenste uitbreidingsrichting moet aanvaardbaar zijn. De intensiteit van de afweging hangt af van het gebied en de ontwikkeling. Naarmate een ontwikkeling minder inbreuk maakt op de leefomgeving of de omgevingskwaliteit, is ook de afweging minder indringend. Ondergrond: Ongeveer 10.000 jaar geleden is op het gebied rondom de kern Dorst door water en wind dekzand afgezet. Hierop zijn de eerste nederzettingen ontstaan, vanwege hun hogere en drogere ligging. Rijen ligt in het gebied De Baronie van Breda. De Baronie van Breda is onderdeel van een dekzandplateau dat doorsneden wordt door beken. Ten westen van de kern Rijen bevindt zich een gebied met landduinen (door de wind gevormde zandheuvels) en welvingen. De bodem bestaat ten westen van Rijen voornamelijk uit zandgronden en een diepe grondwaterstand. De bodem wordt gezien als droog (grondwatertrap VII). Netwerk: Rondom Rijen bevinden zich een aantal belangrijke infrastructuren. Met de A27 (Breda Utrecht) en de N631 aan de westzijde, de A58 (Breda - Tilburg), de N282 aan de zuidzijde en de N260 aan de oostzijde van Rijen zijn dit met name belangrijke infrastructuren voor gemotoriseerd verkeer. De N631 vormt een directe ontsluiting tussen Rijen en Oosterhout.

De spoorlijn Breda - Tilburg loop door de kern Rijen heen. In het plangebied kruist de N631 de spoorlijn. Het station Gilze-Rijen bevindt zich ten zuidoosten, op loopafstand, van het centrum. Met de vliegbasis Gilze-Rijen heeft Rijen ook een militair vliegveld. Ten westen en ten zuiden van de kern Rijen liggen gebieden behorend bij het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het NNB bestaat hier uit het bosgebied Boswachterij Dorst (beheertype 'Droog bos met productie N16.03') . Het betreft een uitgestrekt heidegebied, voornamelijk bestaande uit dennen. Ook het gebied rondom vliegbasis Gilze-Rijen maakt onderdeel uit van het NNB. In dit gebied zijn door de ingebruikname als militair oefenterrein veel bomen gekapt. Hierdoor zijn er zandverstuivingen ontstaan. Daarnaast zijn tussen de kernen Rijen en Dorst een aantal leemputten ontstaan door de activiteiten van een voormalig steenfabriek. Binnen dit NNB-gebied geldt tevens een attentiezone voor de bescherming van de waterhuishouding. Functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen worden hier uitgesloten. Als gevolg van het voornemen gaat 0,61 ha NNB, deels tijdelijk, verloren. Naast een herplantplicht geldt een compensatie opgave vanuit het NNB. Hiervoor is een compensatieplan opgesteld.

In de watertoets, Bijlage 10 bij de toelichting, wordt geconcludeerd dat de herinrichting van de weg geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding in het plangebied. Occupatie: Op de historische kaart van Rijen in 1900 (topotijdreis.nl) is te zien dat de historische kern van Rijen gevormd is door een bebouwingslint, welke nu gevormd wordt door de Stationsstraat. De eerste kleinschalige uitbreidingen van het bebouwingslint Rijen vinden plaats in de jaren ’30 van de 20e eeuw. Dit vond met name plaats door het verdichten/opvullen van de open plekken van de omliggende bebouwingslinten (Laagstraat, Tuinstraat en de Pastoor Gillisstraat) Tussen 1900 en 1950 vond verdichting rondom het station plaats. Ook kwam er bebouwing in de vorm van lintbebouwing aan de zuidzijde van de spoorlijn. Na de Tweede Wereldoorlog vond er rondom Rijen, net als de rest van Nederland, een intensieve verdichting plaats. In eerste instantie rondom het historische bebouwingslint. Rond 1975 vond uitbreiding aan de westzijde van het historische bebouwingslint plaats. Deze uitbreiding met de planmatig opgezette woonwijk vond plaats tot aan de rand van de N631. Hiermee is de N631 de westelijke begrenzing van de kern Rijen geworden en vormt het een belangrijke ontsluitingsweg van Rijen. Na 1975 heeft de uitbreiding van het stedelijk blad 33 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

gebied zich meer richting het oosten van Rijen gevormd. Conclusie: De bestaande functie van het plangebied wijzigt niet. Ter hoogte van het plangebied kruisen de N631 en de spoorlijn elkaar. In de bestaande situatie is dit gelijkvloers. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het voornemen om een spoorwegonderdoorgang te realiseren mogelijk gemaakt. Door de spoorwegonderdoorgang kruisen beide belangrijke infrastructuren elkaar niet gelijkvloers. Dit komt ten goede van de doorstroming en de verkeersveiligheid op de N631. Hiermee wordt de functie van de N631 als een belangrijke ontsluitingsweg ten westen van Rijen verbeterd. De nadelige gevolgen voor het NNB worden gecompenseerd. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onder het kopje 'Kwaliteitsverbetering van het landschap' in deze paragraaf wordt ingegaan op de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, zoals bedoeld in artikel 3.9 van de interim omgevingsverordening.

De kwaliteitsverbetering van het landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Het plangebied ligt op basis van de interim omgevingsverordening deels in het Landelijk gebied, deels in het stedelijk gebied en deels in het Natuur Netwerk Brabant. In figuur 3.3, 3.4 en 3.5 zijn deze gebieden in relatie tot het plangebied weergegeven. Hierna wordt ingegaan op de regels in de interim omgevingsverordening.

de realisatie van spooronderdoorgang vindt plaats binnen het stedelijk- en landelijk gebied; de reconstructie van het kruispunt met de Nassaulaan tot rotonde vindt plaats binnen het stedelijk- en landelijk gebied; de realisatie van de tijdelijke omleiding vindt plaats binnen het landelijk gebied en het Natuur Netwerk Brabant; de realisatie van het tijdelijke werkterrein ProRail vindt plaats binnen het Natuur Netwerk Brabant; de realisatie van de snelfietsroute vindt plaats binnen het stedelijk en landelijk gebied.

blad 34 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Figuur 3.3 Werkingsgebied Stedelijk gebied (Interim omgevingsverordening)

Figuur 3.4 Werkingsgebied Natuur (Interim omgevingsverordening)

blad 35 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Figuur 3.5 Werkingsgebied Landbouw (Interim omgevingsverordening) Realisatie van de spoorwegonderdoorgang en snelfietsroute De realisatie van de spoorwegonderdoorgang vindt deels plaats in het landelijk gebied. In artikel 3.46 van de interim omgevingsverordening (verkeersdoeleinden) wordt gesteld dat een bestemmingsplan van toepassing op 'Landelijk gebied' kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of Provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Het bestemmingsplan dient in dat geval een onderbouwing te bevatten: a.

waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; b. van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; c. van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; d. van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening. Dit artikel bevat randvoorwaarden voor de aanleg of wijziging van een gemeentelijke of provinciale weg. Deze regels zijn met name gericht op een goede onderbouwing van de ontwikkeling. De weg omvat ook de aan de weg gerelateerde voorzieningen en de bij de weg behorende kunstwerken. Vanuit zorgvuldig ruimtegebruik wordt een onderbouwing van de noodzaak van een dergelijke voorziening gevraagd. Ad. a Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het voornemen om de gelijkvloerse spoorkruising van de N631 ter hoogte van Rijen te reconstrueren tot ongelijkvloerse kruising (ook voor langzaam verkeer) en de geregelde kruising met de Nassaulaan te reconstrueren tot rotonde. Beide punten vormen een barrière in de doorstroming van het verkeer. Daarnaast is er sprake van verkeersonveiligheid op beide punten. In paragraaf 2.1.3 is reeds ingegaan op de bestaande situatie.

De spoorwegonderdoorgang en de reconstructie van het kruispunt met de Nassaulaan tot rotonde is noodzakelijk, zowel om de verkeersveiligheid als de doorstroming te verbeteren. Ad. b De nieuwe spoorwegonderdoorgang en de nieuwe rotonde sluiten aan op het bestaande tracé van de N631. Van een nieuw tracé is geen sprake. Voor de toetsing van de tijdelijke blad 36 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

situatie (de tijdelijke weg) wordt verwezen naar de toetsing van de bescherming van het Natuur Netwerk Brabant (artikel 3.15 van de interim omgevingsverordening). Ad. c Aan de noordzijde van de nieuwe rotonde blijven de meeste bosranden, bomen, bosbermen en hagen behouden. Wel wordt aan de oostzijde van de weg een deel van de bosberm en de bermsloot ingekort. Aan de westzijde van de weg wordt daarentegen de bosberm verlengd. Aan beide zijden van de weg worden nieuwe bomen aangeplant. In figuur 3.6 is het groenplan voor het gebied ten noorden van de nieuwe rotonde opgenomen.

Figuur 3.6 Groenplan ten noorden van de nieuwe rotonde Een deel van de gronden die gebruikt moeten worden om de tijdelijke weg aan te kunnen leggen, liggen in de NNB. Door het tijdelijk gebruik van deze gronden vervalt de aanduiding NNB. Deze gronden worden slechts tijdelijk gebruikt, maar worden volledig gecompenseerd in nog niet gerealiseerde NNB. De gronden die tijdelijk in gebruik zijn, worden echter ook weer terug omgevormd naar natuur. Door de compensatie uit te voeren en de gronden die tijdelijk worden gebruikt terug om te vormen naar natuur wordt aanzienlijk meer natuur aangelegd dan noodzakelijk is voor de tijdelijke en permanente aantasting. Hiermee wordt een aanzienlijke aanvullende kwaliteitswinst gerealiseerd. Ad. d De nieuwe spoorwegonderdoorgang en de nieuwe rotonde sluiten aan op het bestaande blad 37 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

tracé van de N631. Er is geen noodzaak voor aan de weg gerelateerde voorzieningen. Realisatie tijdelijke omleiding en tijdelijk werkterrein Ten tijden van de realisatie van de spoorwegonderdoorgang wordt een tijdelijke weg over de spoorweg, aan de westzijde van het bestaande tracé, gerealiseerd. De aanleg van deze tijdelijke weg vindt plaats binnen het landelijk gebied en het Natuur Netwerk Brabant. Ook de aanleg van het tijdelijk werkterrein vindt plaats binnen het Natuur Netwerk Brabant. Voor het realiseren van de tijdelijk weg binnen het landelijke gebied zijn eveneens de regels uit artikel 3.46 (verkeersdoeleinden) van de interim omgevingsverordening van toepassing. Op de werkzaamheden binnen het Natuur Netwerk Brabant wordt hieronder ingegaan. Natuur Netwerk Brabant De aanleg van de tijdelijke weg en de aanleg van het tijdelijk werkterrein en de daarmee gepaard gaande bomenkap binnen het Natuur Netwerk Brabant is in principe in strijd met artikel 3.15 (bescherming Natuur Netwerk Brabant). Hierin staat beschreven dat de ecologische waarden en kenmerken behouden en beschermd moeten worden. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant kan een ontwikkeling toelaten als is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor: a. nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant, overeenkomstig artikel 3.18; b. het nee, tenzij-principe, overeenkomstig artikel 3.19; c.

de saldo-benadering, overeenkomstig artikel 3.20; d. een kleinschalige uitbreiding, overeenkomstig artikel 3.21. kleinschalige uitbreiding Voor de genoemde ontwikkelingen is een kleinschalige uitbreiding van toepassing. Artikel 3.21 (kleinschalige herbegrenzing) bepaalt dat een bestemmingsplan een ontwikkeling binnen het NNB mogelijk kan maken, in het geval dat: a. b. c. d. e. f. g.

de aantasting van areaal Natuur Netwerk Brabant kleinschalig is; de ontwikkeling slechts leidt tot een beperkte aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; de ontwikkeling leidt tot een kwalitatieve of kwantitatieve versterking van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant als geheel; er een afweging van alternatieven heeft plaatsgevonden; er sprake is van een goede landschappelijke en natuurlijke inpassing; er bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan artikel 3.22 Compensatie; op welke wijze de uitvoering en monitoring zijn verzekerd.

Ad. a en b. Het tijdelijk werkterrein wordt ten oosten van de N631 ingeircht. Ter plaatse van het tijdelijk werkterrein is een gemengd loof- en dennenbos aanwezig en maakt deel uit van het Natuur Netwerk Brabant. Het NNB betreft voornamelijk beheertype N16.03 'Droog bos met productie'. De nieuwe tijdelijke spoorwegovergang komt zo dicht mogelijk bij de bestaande overgang te liggen. Hiermee wordt zo weinig mogelijk ruimte van het Natuur Netwerk Brabant gebruikt. Ad. c De gronden van het NNB waarbinnen de ontwikkeling plaats vindt, worden slechts tijdelijk in gebruik genomen en worden volledig gecompenseerd in nog niet gerealiseerde NNB (zie onder Ad. f). Nadat de werkzaamheden zijn afgerond, wordt het tijdelijk werkterrein omgevormd naar natuur. Door de compensatie uit te voeren en het bosherstel, nadat de gronden tijdelijk in gebruik zijn genomen, wordt aanzienlijk meer natuur aangelegd dan blad 38 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

noodzakelijk is voor de tijdelijke en permanente aantasting. Hiermee worden de ecologische waarden aanzienlijk versterkt. Ad. d Tijdelijke weg: vanwege veiligheidsbeperkingen vanuit het spoor dient de nieuwe tijdelijke spoorwegovergang zo dicht mogelijk bij de bestaande overgang te liggen. De N631 vormt een belangrijke ontsluitingweg in het westen van Rijen, is één van de weinige mogelijkheden voor gemotoriseerd verkeer de spoorweg over te steken en vormt een directe verbinding tussen de N282 en Oosterhout. Door het aanleggen van de tijdelijke weg over de spoorweg, blijft de belangrijke doorstroomfunctie van de N631 intact. Hiermee is de aanleg van de tijdelijke weg van groot openbaar belang. Op deze manier kan de huidige capaciteit van de N631, gedurende de tijdelijke situatie, zo veel mogelijk gebruikt worden. In het westen van Rijen bevinden zich geen andere locaties waarbij het doorkruisen van de spoorlijn, zonder werkzaamheden in het Natuur Netwerk Brabant mogelijk is. Hierbij kan worden verondersteld dat er geen alternatieve locaties aanwezig zijn, waarmee aantasting op het Natuur Netwerk Brabant voorkomen kan worden. Tijdelijk werkterrein: ten behoeve van de werkzaamheden voor het realiseren van de tunnel, is een tijdelijk werkterrein noodzakelijk. Het terrein wordt gebruikt voor onder andere de opslag van bouwmaterialen en een aantal bouwwerkzaamheden.

Dit terrein dient een minimale afmeting te hebben om al deze activiteiten op het terrein te kunnen faciliteren. Om het doorgaand verkeer op de tijdelijke weg zo min mogelijk te hinderen en zo veilig en snel mogelijk te werken, is gezocht naar een locatie die zo dicht mogelijk bij de nieuw te bouwen tunnel ligt. Vanwege veiligheidssystemen op het spoor dient de nieuwe tijdelijke spoorwegovergang zo dicht mogelijk bij de bestaande overgang te liggen. Dit is tevens wenselijk omdat hierdoor zo weinig mogelijk ruimte van het Natuur Netwerk Brabant wordt gebruikt. Het werkverkeer dient het omgeleide verkeer niet te kruisen, zodat het omgeleide verkeer goed kan blijven doorstromen. Het monumentale deel van eetcafé De Vijf Eiken dient intact te blijven. Hierdoor is in deze hoek geen werkterrein te realiseren. Aan de andere zijde van de weg liggen de woningen van Pastoor Gillisstraat in Rijen tegen de N631 aan. Aan de noordzijde van het spoor is dus geen geschikte locatie te vinden om een groot aaneengesloten werkterrein te maken. Aangezien het verkeer aan de westzijde om de tunnelbak wordt omgeleid is de enige overgebleven mogelijkheid om het tijdelijke werkterrein aan de oostzijde van de N631 ten zuiden van het spoor te realiseren. Er zijn geen alternatieve locaties aanwezig. Ad.

e Het tijdelijk werkterrein wordt, nadat de werkzaamheden gereed zijn, hersteld als bosperceel (zie Bijlage 14). Tevens wordt de nieuwe weg landschappelijk ingepast (zie figuur 3.6). Ad. f Compensatie Voor zowel de aanleg van de tijdelijke weg en het tijdelijke werkterrein is sprake van het verlies van ecologische waarden en kenmerken. Deze waarden dienen te worden gecompenseerd, waarbij voldaan moet worden aan de compensatieplicht, zoals bedoeld in artikel 3.22 (compensatie). De verplichte compensatie kan zowel een fysieke- als financiële compensatie zijn. In voorliggend geval is de keuze gemaakt voor de fysieke compensatie. Fysieke compensatie Artikel 3.23 (fysieke compensatie) bepaalt dat aanvullende fysieke compensatie plaats vindt blad 39 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

in de niet gerealiseerde delen van het Natuur Netwerk Brabant of de niet gerealiseerde ecologische verbindingszones. Een compensatieplan is opgesteld en is opgenomen als Bijlage 12 bij de toelichting. Het compensatie plan voorziet in het herstel van ecologische waarden ter plaatse van het tijdelijke werkterrein en de tijdelijke weg. De compensatieplicht is opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. De omvang van de compensatie wordt berekend als de omvang van het vernietigde en/of verstoorde areaal plus de toeslag die geldt als afgeleide van de ontwikkeltijd van de aangetaste natuur. In voorliggend geval is sprake van aantasting in de vorm van ruimtebeslag van het natuurbeheertype 'N16.03 Droog bos met productie'. Er is geen sprake van een toename van de verstoring door geluid licht, zodat er geen sprake is van aanvullende compensatieverplichtingen vanuit toename van verstoring. De reconstructie N631 leidt tot aantasting van het NNB, waarbij sprake is van deels permanent en deels tijdelijk ruimtebeslag. Voor de berekening van de compensatieopgave van het permanent ruimtebeslag wordt een oppervlaktetoeslag van 2/3 gehanteerd als compensatie van het kwaliteitsverlies van bos met een ontwikkeltijd van 25-100 jaar. De compensatieoppervlakte voor de permanente aantasting bedraagt dus een factor 1,67 maal de aangetaste oppervlakte.

De oppervlakte van het permanente ruimtebeslag bedraagt 922 m2 . Voor de compensatieopgave van het ruimtebeslag van het werkterrein en de tijdelijke omleidingsroute wordt eveneens het volledige ruimtebeslag als compensatieplichtig beschouwd, inclusief de toeslag van 2/3. De oppervlakte van het tijdelijke ruimtebeslag bedraagt 5.178 m2 . In figuur 3.7 is de weergave van het ruimtebeslag opgenomen.

blad 40 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Figuur 3.7 Weergave van het tijdelijk en permanent ruimtebeslag binnen het NNB. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van het ruimtebeslag en daaruit voorkomende compensatie. Tabel 3.1 Overzicht aantasting NNB en benodigde compensatie.

Ad. f Uitwerking compensatie De totale compensatieopgave bedraagt 1,02 hectare. Uitgangspunt hierbij is dat – onderbouwd – geen aanvullende mitigerende maatregelen worden genomen om effecten te blad 41 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

voorkomen. Deze opgave kan worden ingevuld als fysieke compensatie of als financiële compensatie. De voorkeur gaat uit naar fysieke compensatie. De borging van de compensatie vindt plaats in het bestemmingsplan. Fysieke compensatie is mogelijk als deze met zekerheid tijdig kan worden gerealiseerd. Als voorwaarde geldt dat de compensatie moet zijn gerealiseerd binnen drie jaar na het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan (art. 3.23 IOV Noord-Brabant). Compensatieopgave in relatie tot beoogde compensatie locatie Gezien de aard en locatie van de beoogde compensatie locatie kunnen geen bomen worden geplant op de percelen die dicht bij de vliegbasis Gilze-Rijen liggen. Vandaar dat binnen de compensatieopgave voor het oppervlakte verlies van bos in twee onderdelen wordt gesplitst, namelijk: de NNB-compensatie; de compensatie van de houtopstanden conform de Wet natuurbescherming (Wnb). Potentieel compensatiegebied De compensatie van het NNB en de bos compensatie vindt plaats op percelen die de bestemming 'natuur' hebben gekregen in het kader van het project N282 Dorst, zoals weergegeven in Figuur 3.8 (blauw en groen omcirkeld).

Figuur 3.8. Locatie compensatieperceel NNB (blauwe cirkel) voor compensatieopgave NNB N631, en zoekgebied (groene cirkel) locatie compensatie van restant van compensatie / herplant van beschermde houtopstanden Wnb. In overleg met de provincie Noord-Brabant heeft een verkenning plaatsgevonden van potentieel geschikte compensatielocaties. De verkenning heeft opgeleverd dat de compensatie van de aantasting van het NNB en van houtopstanden op twee locaties zal plaatsvinden: compensatie van de NNB-verplichting langs de Broekstraat in een perceel 'nog niet gerealiseerde NNB' (blauwe cirkel figuur 3.8); compensatie van verplichting uit Wet natuurbescherming – beschermde houtopstanden in een perceel langs de Raakeindsekerkweg (groene cirkel figuur 3.8). De herplant van blad 42 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

houtopstanden betreft het restant van de herplantplicht die niet binnen het projectgebied kan worden gerealiseerd als onderdeel van de herinrichting van tijdelijke werkterreinen en de landschappelijke inrichting. Wijze van compensatie De aantasting van het NNB in het onderhavige project wordt volledig fysiek gecompenseerd in de vorm van de inrichting van nieuw leefgebied voor de boomkikker op een oppervlakte van 1,02 hectare langs de Broekstraat (zie figuur 3.8 (blauw omcirkeld) en figuur 3.9). Vanwege de ligging van de beoogde compensatie locatie dichtbij de vliegbasis Gilze-Rijen kan daar geen bos gecompenseerd worden. Vandaar dat is gekeken naar een alternatieve oplossing. Voor de nadere invulling van de compensatie van de NNB-verplichting en de compensatie en herplant van houtopstanden (Wnb) wordt verwezen naar de memo Natuurcompensatie, welke bijgevoegd is als Bijlage 12 bij de toelichting. Herbegrenzing Natuur Netwerk Brabant Na afloop van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan moet een herbegrenzingsverzoek, voor de herbegrenzing van het werkingsgebied van het NNB, zoals bedoeld in artikel 6.2 (procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek) bij de provincie Noord-Brabant gedaan.

Kwaliteitsverbetering van het landschap Artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) stelt kwaliteitsverbetering van het landschap verplicht voor ruimtelijke ontwikkelingen in het 'Landelijk gebied'. Een groot deel van het plangebied van het bestemmingsplan valt niet in het 'Landelijk gebied', maar in het 'Stedelijk gebied' of 'Natuur Netwerk Brabant'. In zoverre is de regionale regeling 'kwaliteitsverbetering van het landschap' (Hart van Brabant) maar voor een beperkt aantal planonderdelen aan de orde. Het gaat hierbij om de aanleg van de weg en de tunnel en de bouwblokwijziging voor de horeca voorziening de Vijf Eiken. In de regionale afspraken is aangegeven welke ruimtelijke ontwikkelingen in 'categorie 2' vallen. Bij deze ruimtelijke ontwikkeling, waarbij het gaat om ontwikkelingen die een (zeer) beperkte invloed op het landschap hebben, is alleen een landschappelijke inpassing vereist. Hiervan komen twee ontwikkelingen in aanmerking voor het voorliggende bestemmingsplan: vormverandering van een bouwvlak of bestemmingsvlak (zonder afwijking geldende bouwregels) – én gebruiksregels; ontwikkelingen behorende tot categorie 3 met een berekende basisinspanning minder dan € 1000,-. De functie van horecagelegenheid Vijf Eiken verandert niet. Hierdoor is sprake van een vormverandering van het bouwblok en bestemmingsvlak.

De bestaande bouwregels en gebruiksregels blijven in de definitieve situatie van toepassing op de gronden. Op basis van de grondwaarde benadering geldt dat de bestemming 'Verkeer' binnen het 'landelijk gebied' ten aanzien van de huidige bestemmingen van deze gronden per saldo minder waard zijn. De basisinspanning is onder de € 1000,- en op basis van deze regeling is hierdoor geen andere kwaliteitsverbetering noodzakelijk. De landschappelijke inpassing wordt verkregen door: het slopen van het zalencomplex van de horecagelegenheid de Vijf Eiken; door het treffen van maatregelen om de weg goed in te passen (o.a. door het groenplan (zie hoofdstuk 4.6). blad 43 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Bij de berekening van de basisinspanning gaat het om de waardevermeerdering van de ruimtelijke ontwikkeling binnen het 'Landelijk gebied'. Deze waardevermeerdering wordt bepaald op basis van grondprijzen. In het onderstaande overzicht zijn de indicatieve grondwaardes opgenomen van de bestemmingen in voorliggend bestemmingsplan: Groen: € 3,50 per m2 ; Horeca met bouwvlak: € 100,- per m2 ; Horeca zonder bouwvlak: € 50,- per m2 ; Maatschappelijk: € 25,- per m2 ; Natuur: € 2,50 per m2 ; Sport: € 40,- per m2 ; Verkeer: € 25,- per m2 . Binnen het 'Landelijk gebied' vinden er op twee locaties bestemmingswijzigingen plaats. Deze locaties zijn aangegeven in figuur 3.9: 1.

2.

rondom de horecagelegenheid vinden de volgende bestemmingswijzigingen plaats: delen van de bestemming 'Horeca' wijzigt in de bestemmingen 'Verkeer'; delen van de bestemmingen 'Sport' en 'Natuur' wijzigen in de bestemming 'Verkeer'; een deel van de bestemming 'Verkeer' wijzigt in de bestemming 'Horeca'. rondom de nieuwe aansluiting op de Broodbaan wijzigt de bestemming 'Maatschappelijk' in de bestemming 'Verkeer'.

Figuur 3.9 locaties binnen het 'Landelijk gebied' waar bestemmingswijzigingen plaatsvinden, met links de toekomstige bestemmingen en rechts de uitsneden ter plaatse van het vigerend bestemmingsplan. Op basis van de eerder genoemde grondwaardes is er een berekening uitgevoerd naar de grondwaardes van de bestaande situatie. Hierbij is de berekening van de oppervlakten bij benadering uitgevoerd. De berekening is opgenomen in de onderstaande tabel.

blad 44 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Tabel 3.2. Berekening grondwaardes huidige- en toekomstige situatie. Bestemming

Huidig oppervlak Huidige Toekomstig (m2 ) grondwaardes (€) oppervlak (m2 )

Toekomstige grondwaardes (€)

Groen

320

1.120

0

0

Horeca met bouwvlak

1.670

167.000

1.225

122.500

Horeca zonder bouwvlak

0

0

429

21.450

Maatschappelijk 1.700

42.500

440

11.000

Natuur

530

1.325

820

2.050

Sport

565

22.600

120

4.800

Verkeer

14.420

360.500

16.171

404.275

Totaal

19.205

595.045

19.205

566.075

Op basis van de grondwaarde benadering kan geconcludeerd worden dat binnen het 'Landelijk gebied' sprake is van een waardevermindering € 28.970,-. Op basis van de regeling is de ruimtelijke ontwikkeling aan te merken als zijnde categorie 2. Hierdoor zijn geen andere kwaliteitsverbetering dan de landschappelijke inpassing noodzakelijk. De landschappelijke inpassing wordt verkregen door: het slopen van het zalencomplex van de horecagelegenheid de Vijf Eiken; door het treffen van maatregelen om de weg goed in te passen (o.a. door het groenplan (zie hoofdstuk 4.6 en afbeelding 3.6). Attentiezone waterhuishouding De aanduiding 'Attentiezone waterhuishouding' is opgenomen over een deel van het plangebied. De Interim omgevingsverordening van de provincie Noord- Brabant neemt deze aanduiding op voor de bescherming van het grondwatersysteem. Voor activiteiten die een negatief effect op de (grond)waterstand (zoals het verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld), is een vergunning nodig. Het waterschap dient betrokken te worden in de beoordeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Ook bij het verzoek tot grenswijziging van een aanduiding 'Attentiezone waterhuishouding' moet het betreffende waterschapsbestuur worden gehoord.

In artikel 3.26 van de Interim omgevingsverordening zijn regels opgenomen die een bestemming dient te stellen ten aanzien van de aanduiding 'Attentiezone waterhuishouding'. Deze regels zijn opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit bestemmingsplan, artikel 16.3 overige zone - attentiezone waterhuishouding. Hiermee is de bescherming van de 'Attentiezone waterhuishouding' geborgd in het bestemmingsplan. Boringsvrije zone Artikel 3.12 (boringsvrije zone) bepaalt dat een bestemmingsplan van toepassing op een boringsvrije zone mede strekt tot het behoud van de weerstandbiedende bodemlagen. Artikel 2.18 (regels voor activiteiten in de bodem boringsvrije zone) bepaalt dat een bestemmingsplan regels dient te stellen aan de maximale diepte voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of funderingswerken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en -onttrekking). Deze regels zijn erop gericht dat de beschermende kleilaag niet wordt doorboord. Een deel van het plangebied is gelegen binnen een boringsvrije zone. Voor deze zone geldt een maximale boordiepte van 80 meter. De nieuwe spoorwegonderdoorgang is niet gepland blad 45 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

ter plaatse van de boringsvrije zone. Tevens maakt het bestemmingsplan geen werkzaamheden tot de maximale boordiepte mogelijk en is de maximale diepte van de onderdoorgang in de planregels beperkt.

Figuur 3.10 Boringsvrije zone (Interim omgevingsverordening) Horeca Op basis van artikel 3.71 onder c wordt gesteld dat een bestemmingsplan dat voorziet in een redelijke uitbreiding van een bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied moet passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. Voor de horecagelegenheid is sprake van een vormverandering van het bouwvlak. Van een vergroting van een bouwvlak is geen sprake. Het bouwvlak wordt kleiner ten opzichte van de huidige situatie. Tevens zijn de bestaande planologische mogelijkheden van de horecagelegenheid overgenomen. Definitieve bestemmingen Na de looptijd van de voorlopige bestemmingen (7 jaar) veranderen de voorlopige bestemmingen in een definitieve bestemming. Het gaat hierbij om de volgende voorlopige en definitieve bestemmingen. de bestemming 'Verkeer – Voorlopig 1' verandert terug naar de vigerende bestemming 'Verkeer - Railverkeer'; de bestemming 'Verkeer – Voorlopig 2' verandert terug naar de vigerende bestemming 'Maatschappelijk – Militair terrein' de bestemming 'Verkeer – Voorlopig 3' verandert naar de bestemming 'Horeca'; de bestemming 'Verkeer – Voorlopig 4' verandert naar de bestemming 'Natuur'; de bestemming 'Verkeer - Voorlopig 5' verandert (na 5 jaar) naar de bestemming 'Sport'.

Voor bijna alle definitieve bestemmingen geldt dat deze hetzelfde zijn als de huidige bestemming in het huidige bestemmingsplan op die locatie. Enige uitzondering hierop is een deel van de definitieve bestemming 'Horeca'. Door de aanpassing van de weg Vijf Eiken wordt een deel van de huidige bestemming 'Horeca' omgezet in de bestemming 'Verkeer'. Om dit te compenseren en een exploitabele horeca bestemming te behouden is ervoor gekozen om de gronden die door de verplaatsing van de weg Vijf Eiken niet meer als weg gebruikt blad 46 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

worden bij de bestemming 'Horeca' te voegen. Op die manier ontstaat een logisch geheel met de bestemming 'Horeca'. De bouwmogelijkheden worden geconcentreerd binnen het nieuwe bouwperceel. Hiermee zijn ook de definitieve bestemmingen passend binnen de regels van de verordening en is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik zoals opgenomen in artikel 3.6 van de verordening. Aangezien sprake is van een gemeentelijk monument is het wenselijk de huidige functie in stand te houden en voldoende ruimte te bieden om een exploitabel bedrijf te kunnen realiseren. Conclusie De ruimtelijke ontwikkelingen zijn passende binnen de kaders van de interim omgevingsverordening.

3.2.4

Provinciaal Waterplan Het provinciale beleid (provinciaal Waterplan) richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Vijf hoofdthema's vormen de kern van het beleid: Het realiseren van een duurzame watervoorziening; Het verbeteren van de waterhuishoudkundige situatie; Het verbeteren van de waterkwaliteit; Het inrichten van waterlopen met het oog op de versterking van natuurwaarden; Het anders omgaan met water in bebouwd gebied; Conclusie Voor de consequenties van dit beleid voor onderhavig bestemmingsplan wordt verwezen naar paragraaf 4.6 van deze toelichting.

3.2.5

Beleid Waterschap Brabantse Delta Het waterschap Brabantse Delta is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente. Het gaat dan om het waterkwantiteits- en kwaliteitsbeheer, de waterkeringzorg, waterzuivering, het grondwaterbeheer, het waterbodembeheer en vaak ook het scheepvaartbeheer. Het waterschap heeft beleid en beleidsregels welke zijn vastgelegd in de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap nodig. De Keur is onder andere te raadplegen via de site van het waterschap Brabantse Delta. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen en afvoeren. De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel “hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen”.

Conclusie De eisen vanuit het waterschap hebben geen beperkingen voor onderhavig plan tot gevolg. In paragraaf 4.6 wordt hier nader op ingegaan.

blad 47 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 ‘Wij zijn Gilze en Rijen!’ De toekomstvisie Gilze en Rijen geeft een beeld van de gewenste ontwikkeling van de gemeente tussen nu en 2025. De gemeente heeft haar inwoners veel te bieden. Het is goed wonen, werken en leven in Gilze en Rijen. Er is volop bedrijvigheid, er is ruimte om te wonen en te leven en er zijn veel voorzieningen voor sport en cultuur. De voordelen van het wonen in dorpen in het groen zijn goed te combineren met de bereikbaarheid van stedelijke voorzieningen in Tilburg en Breda. Het is belangrijk om die kwaliteit te behouden en ze verder te versterken. Ook wil de gemeente nieuwe kwaliteiten ontwikkelen. Dat kan alleen maar als er met z’n allen aan wordt gewerkt. Het is nodig dat de gemeente verbindingen legt met inwoners bedrijven en maatschappelijke organisaties en met de omringende gemeenten.

Voor 2025 heeft de gemeente de volgende ambities: versterken van onze positie als woongemeente in het groen tussen twee steden; benutten van de strategische ligging aan belangrijke vervoersassen in Midden-Brabant en versterken van de positie als werkgelegenheidsgemeente met economisch duurzame en beeldbepalende bedrijven; versterken van de vitaliteit van kernen met goede voorzieningen op het vlak van sport en cultuur die optimaal worden gebruikt; versterken van de economische draagkracht van het buitengebied en van de belevingswaarde van dat buitengebied. Bereikbaarheid Het verbeteren van de bereikbaarheid van de kernen is één van de speerpunten die binnen dit beleidsstuk wordt besproken. Naast het verbeteren van de stationsomgeving is de ondertunneling van het spoor ter plaatse van de N631 één van de ambities. Daarnaast is het waarborgen van de verkeersveiligheid van de vele fietsers (veelal scholieren) in de richting van Dongen, Oosterhout, Breda en Tilburg een speerpunt. Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet in de geämbieerde ondertunneling van het spoor en een verbetering in de verkeersveiligheid van fietsers. De ontwikkeling is in lijn met de Toekomstvisie Gilze en Rijen 2025.

3.3.2

Ambities Gilze en Rijen 'Nieuwe kansen!' Het ambitiedocument 'Ambities Gilze en Rijen- Nieuwe kansen!' is de uitwerking van de toekomstvisie Gilze en Rijen 2025 (zie paragraaf 3.3.1). In de structuurvisie Stedelijk Gebied (zie paragraaf 3.3.3) worden de ruimtelijke ambities uit het ambitiedocument verder uitgewerkt. Er ontstaat een trilogie: van visie, via ambities, naar beleid. In dit beleidsstuk zijn de ambities beschreven. In het document is een koers uitgestippeld op basis van vier denkrichtingen: Nieuwe noodzakelijkheid "Een nieuwe manier van denken over wonen" Sterke schakels "Bereikbaarheid voor iedereen" Levendige centra "Sterke en vitale dorpsharten" Karakteristieke bedrijvigheid "Bedrijventerreinen met een duidelijk profiel" Sterke schakels Er wordt binnen het ambitiedocument ingezet op een gerichte bereikbaarheid van de dorpen en hun centrumvoorzieningen. Zowel automobilisten als fietsers (en ander langzaam

blad 48 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

verkeer) moeten zich makkelijk en veilig kunnen verplaatsen. Daarnaast bestaat de ambitie de regionale infrastructuur te verbeteren, zodat ingehaakt kan worden op de stedelijke gebieden om Gilze en Rijen heen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de verkeersveiligheid voor zowel automobilisten als het langzaam verkeer. De ontwikkeling is in lijn met het ambitiedocument.

3.3.3

Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen Op 21 december 2015 is de structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen vastgesteld door de gemeenteraad van Gilze en Rijen. De structuurvisie schetst de ambitie, visie en strategie voor de lange termijn ontwikkeling van de kernen Gilze, Rijen, Molenschot en Hulten. Ruimtelijke hoofdkeuzes in deze Structuurvisie zijn: Wonen. Het verbinden van architectuur, duurzaamheid en landschap. Het verbinden van duurzame woonkwaliteit en sociale betrokkenheid. Bereikbaarheid. Goede bereikbaarheid voor alle doelgroepen (snel- en langzaam verkeer) van de kernen en hun specifieke functies. Onderdeel zijn van een stedelijk netwerk. Centra. Herkenbare en levendige dorpsharten. Goed functionerende winkelconcentratiegebieden. Bedrijventerreinen. Een meer herkenbaar profiel voor (nieuwe) bedrijvigheid. Duurzame investeringen voor (bestaande) karakteristieke bedrijvigheid. Verkeer en infrastructuur In de structuurvisie wordt aangegeven dat er enkel op de Hannie Schaftlaan sprake is van een tunnel onder het spoor. Er wordt ingezet op de ondertunneling van het spoor ter plaatse van de N631. Daarnaast ambieert de gemeente het gebruik van de fiets te stimuleren en daartoe het fietsnetwerk te verbeteren. Eén van de verbeteringen die is voorgesteld is het verzachten van de barrièrewerking van het spoor in Rijen voor met name fietsers.

Door een ondertunneling van het spoor van de N631 ontstaat er een ongelijkvloerse kruising, waardoor ook de langzaamverkeersroute ongelijkvloers kan kruisen met het spoor. Op deze manier is het aangrenzende bos- en recreatiegebied veilig te bereiken zonder barrières. In figuur 3.11 is een uitsnede opgenomen van de visiekaart, deelgebied Rijen-West. De snelfietsroute tussen Breda en Tilburg, die in het plangebied het spoor moet kruisen geeft invulling aan de ambitie het gebruik van de fiets te stimuleren.

blad 49 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Figuur 3.11 Uitsnede van de visiekaart, deelgebied Rijen-West Conclusie De realisatie van de spoorwegonderdoorgang is voorzien in de Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen. Ook wil de gemeente de fietsbereikbaarheid van de kernen bevorderen. De reconstructie van de N631 en de daarbij horende herinrichting van het fietsnetwerk geeft hiermee invulling aan de Structuurvisie Stedelijk Gebied.

3.3.4

Verkeersvisie 2025 Gilze en Rijen; actualisatie 2019 In de Verkeersvisie 2025 Gilze en Rijen worden de lijnen uitgezet voor het verkeer en vervoer tot 2025. Op 30 september 2019 is een geactualiseerde versie van de Verkeersvisie 2025 vastgesteld. De visie is de verkeerskundige uitwerking van de toekomstvisie 'Wij zijn Gilze en Rijen' (zie paragraaf 3.3.1) , het ambitiedocument ‘Ambities Gilze en Rijen - Nieuwe kansen!’ (zie paragraaf 3.3.2) en de ‘Structuurvisie Stedelijk Gebied Gilze en Rijen’ (zie paragraaf 3.3.3). In het document is een mindset beschreven, de blik op verkeer en vervoer, vanuit drie thema's: 1. Leefbaar, bereikbaar en verkeersveilig 2. Duurzaam en innovatief 3. Samenwerking en burgerparticipatie Er wordt ingezet op een goede structuur van hoofdwegen aan de randen van de kernen (waaronder de N631). Het verkeer rijdt zogezegd 'van buiten naar binnen' en blijft zo lang mogelijk op de hoofdroutes. De gemeente Gilze en Rijen wilt stimuleren dan gemotoriseerd verkeer niet meer door de kern, maar juist om de kern Rijen heen rijdt. Door van de spoorwegovergang van de N631 een onderdoorgang te realiseren en hiermee de doorstroming te verbeteren, wordt het gestimuleerd om zo lang mogelijk op de hoofdroutes te blijven. Naast de doorstroming verbetert de nieuwe spoorwegonderdoorgang ook de verkeersveiligheid.

Daarnaast wil de gemeente mensen verleiden om voor korte ritten minder gebruik te maken van de auto en meer te fietsen. Hier wordt onder andere op ingezet door middel van de snelfietsroute tussen Breda en Tilburg. In de paragrafen 4.5 en 5.3 van de Verkeersvisie 2025 is beschreven dat het realiseren van een snelfietsroute parallel aan het spoor zorgt

blad 50 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

voor een verbetering van de fietsbereikbaarheid van de kern Rijen, het stationsgebied en de steden Breda en Tilburg. Dit wordt gedaan door de routes aantrekkelijk te maken. De route langs het spoor wordt sociaal veiliger bevonden dan de bestaande fietsroute langs de N282. Ten slotte streeft de gemeente ernaar een verkeersveilige gemeente te zijn, zowel objectief (geregistreerde ongevallen) als subjectief (beleving van verkeer). De gemeente streeft naar nul verkeersdoden. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de visie die is opgesteld voor de thema's 'leefbaarheid, bereikbaar en verkeersveilig' en 'duurzaam en innovatief'. De ontwikkeling is daarmee in lijn met de Verkeersvisie 2025.

blad 51 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

blad 52 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Hoofdstuk 4

Planologisch relevante aspecten In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de milieu- en ruimtelijke aspecten die van belang zijn voor de ontwikkeling. De resultaten van de onderzoeken naar de milieukundige haalbaarheid worden beschreven. Daarnaast wordt er aan de andere – ruimtelijk relevante – waarden en omgevingsaspecten, zoals verkeer en mobiliteit, getoetst.

4.1

Besluit milieueffectrapportage Algemeen De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt dit voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten, met bijbehorende drempelwaarden, aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen (m.e.r.-beoordeling). Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r.

te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald wordt (deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor dergelijke activiteiten dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Het verschil met de 'gewone' m.e.r.-beoordeling is dat bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling niet alle procedurele vereisten van toepassing zijn (vandaar de term vormvrij). De initiatiefnemer dient bijvoorbeeld wel een melding te doen van zijn voornemen en het bevoegd gezag dient hierover binnen zes weken een besluit te nemen en de initiatiefnemer hiervan op de hoogte te stellen. Qua inhoud gelden wel strikte vereisten vanuit de Europese richtlijn m.e.r.. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r..

De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. De criteria vallen uiteen in criteria betreffende de: kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen;

blad 53 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect. Toetsing De toetsing van de voorgenomen ontwikkeling op de hierboven benoemde criteria is opgenomen in de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling. De notitie d.d. 16 februari 2021 is opgenomen als Bijlage 3 bij deze toelichting. In de notitie is gemotiveerd een beslissing genomen om het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage. Hieronder is de conclusie van de notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het bestemmingsplan 'N631 onderdoorgang spoor Rijen' die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige milieueffecten. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot belangrijk nadelige milieueffecten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk en er is ook geen reden tot het uitvoeren van een m.e.r.-procedure. Conclusie Geconcludeerd kan worden de ontwikkeling niet op belemmeringen voor de milieueffecten stuit en dat een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk is.

Met deze conclusie wordt in voorliggend bestemmingsplan door de gemeente Gilze en Rijen een besluit genomen om geen m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

4.2

Verkeer Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van het onderhavige bestemmingsplan voor de verkeersafwikkeling in de directe omgeving van het plangebied. Verkeersmodel Door de aanpassingen van de spoorwegovergang naar een spoorwegonderdoorgang zal de N631 een aantrekkelijkere route worden. Om de wijziging in de verkeersstromen inzichtelijk te maken is een modelberekening uitgevoerd waarbij gebruik is gemaakt van het verkeersmodel BBMA Midden-Brabant. Antea Group heeft in een memo d.d 17 januari 2021 de uitgangspunten beschreven die in de modelberekeningen zijn gehanteerd en aangegeven wat de resultaten hiervan zijn. Deze memo is opgenomen als Bijlage 4 bij de toelichting. Hieronder zijn de uitgangspunten beschreven die in de modelberekeningen zijn gehanteerd. uitgangspunten prognosejaren: het model kent het basisjaar 2015 en de prognosejaren 2030 en 2040. Ten behoeve van diverse milieukundige onderzoeken (lucht, geluid, etc.) zijn tussenliggende prognosejaren noodzakelijk, namelijk 2022, 2023, 2024 en 2034. Om ook voor deze jaren over verkeercijfers te beschikken is het groeicijfer van het verkeer voor de tussenliggende jaren bepaald. De gemiddelde groeicijfer is afkomstig vanuit een interpolatie tussen het basisjaar en prognosejaar 2030 evenals tussen 2030 en 2040. Op basis van de gemiddelde groeicijfer is vervolgens de autonome tussenjaren berekend.

uitgangspunten netwerkwijzigingen: naast de autonome groei van het verkeer staan er in de omgeving van de N631 ook een aantal wegenprojecten op stapel. Voor de tussenjaren zijn de volgende wegenprojecten meegenomen in de tussenjaren. Het komt er op neer dat de opgenoemde projecten voor dat jaar gerealiseerd zijn. Dus projecten die in de 2034 verkeerscijfers zijn meegenomen zijn opgeleverd tussen 2025 en 2033 1. 2022, 2023 en 2024:

blad 54 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

a. b. 2.

Omlegging en verbreding N282 bij Hulten; 1ste fase N629 Oosterhout – Dongen (aanpassingen rond de aansluiting met de A27). 2034: a. Bovenstaande projecten; b. 2de fase N629 Oosterhout – Dongen; c. Verbreding A58 Galder – Sint Annabosch; d. Spooronderdoorgang Julianastraat Rijen.

Daarnaast vinden in de regio mogelijk nog andere projecten plaats. Echter zijn deze projecten nog in studiefase en nog niet vastgesteld. Hierdoor is de onzekerheid of deze projecten worden gerealiseerd te groot, waardoor deze in dit onderzoek niet zijn meegenomen. Ook het project zelf kent een aantal aanpassingen in het verkeersnetwerk, namelijk de volgende: vervangen spoorwegovergang door een spoorwegonderdoorgang; aanpassing van de verkeersregelinstallatie N631 – Nassaulaan door een enkelstrooks rotonde; verlaging maximumsnelheid N631 van 80 km/h naar 50 km/h op het traject net ten noorden van de Nassaulaan tot voorbij de onderdoorgang. De autonome groei van het verkeer en de netwerkaanpassingen leiden tot andere verkeerscijfers dan in het oorspronkelijke model zijn opgenomen. In onderstaande tabel zijn voor de prognosejaren de volgende verkeersintensiteiten berekend (weekdaggemiddelde in motorvoertuigen): Tabel 4.1 Verkeersintensiteiten

blad 55 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

Figuur 4.1 Rekenpunten Onderzoek De verkeerscijfers uit de verkeersberekening uit 2020 hebben ertoe geleid dat de kruising Nassaulaan opnieuw is doorgerekend door Antea Group. De notitie van 8 juli 2020 die hiervoor is opgesteld is opgenomen in Bijlage 5. Uit de doorrekening blijkt dat de rotonde de afwikkeling goed aan kan, maar de verzadigingsgraad in de avondspits op de grenswaarde zit. In de notitie wordt geadviseerd om diepere analyses van de doorstroming uit te voeren en een microsimulatie van het kruispunt uit te voeren. Microsimulatie Om het functioneren van de toekomstige rotonde nader te onderzoeken is door Antea Group een microsimulatie gemaakt, alsmede van de huidige situatie ter vergelijking. Uitgangspunt voor deze beoordeling is dat de rotonde het geprognosticeerde verkeer tot einde ontwerplevensduur (2052) moet kunnen verwerken zonder ernstige hinder. Hierbij is gekeken naar wachtrijlengte, reistijden en reistijdvertraging. De resultaten van de microsimulatie zijn opgenomen in de memo 'Microsimulatie eindsituatie N631 Nassaulaan' d.d. 11 december 2020. Deze memo is opgenomen als Bijlage 6 bij de toelichting. Hierna komen de conclusies van de microsimulatie aan bod. De huidige situatie (VRI) functioneert redelijk tot goed bij de verwachte verkeersvraag in 2024 voor wat betreft reistijdvertraging met gemiddelde vertragingen onder de minuut.

De wachtrijlengtes aan zowel de noord- als zuidzijde zullen echter met enige regelmaat ruim langer dan 100 meter zijn. Dit is ongewenst, maar heeft geen verdere secundaire effecten op het netwerk. De toekomstige situatie (rotonde) zonder vrije rechtsaffer functioneert slecht, gegeven de verwachte verkeersvraag in zowel 2034 (inclusief Spoorzone) als 2040. De wachtrij aan de zuidtak bereikt een lengte van bijna 600 meter in elke avondspits, en blokkeert daarmee de daar gelegen kruising. Deze wachtrij is dusdanig lang dat een correcte meting van de blad 56 van 104

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan N631 onderdoorgang spoor Rijen Gemeente Gilze en Rijen Projectnummer 420651

reistijdvertraging niet mogelijk was, maar naar schatting zal deze oplopen tot boven de 6 minuten. Gegeven het uitgangspunt van verkeerskundig voldoende functioneren tot einde ontwerplevensduur, kan gesteld worden dat dit ontwerp niet voldoet. Het toevoegen van een vrije rechtsaffer van de zuid- naar de oosttak van de rotonde verhoogt de afrijcapaciteit aanzienlijk, gegeven dat ongeveer 1/3e tot de helft van het verkeer op de zuidtak rechtsaf slaat. Dit reduceert voor zichtjaar 2040 de wachtrijlengte en vertraging voldoende om secundaire netwerkeffecten (fileterugslag) te voorkomen. In de avondspits vormen zich nog steeds aanzienlijke wachtrijen op de noord- en zuidtak, maar de maximale en zeker gemiddelde vertraging zijn acceptabel met anderhalve, respectievelijk minder dan een halve minuut. In de ochtendspits is er nauwelijks sprake van wachtrijvorming en vertraging. Uit de microsimulatie blijkt dat de rotonde de geprognotiseerde verkeersvraag in de verdere toekomst niet kan verwerken zonder secundaire netwerkeffecten (mogelijk na 25 jaar). Op de noordtak ontstaat een lange wachtrij. In de uitgevoerde onderzoeken is geconstateerd dat hiervoor in de verdere toekomst een andere oplossing kan worden gevonden, maar deze nu nog niet hoeft te worden aangelegd. Met de verbreding van de tunnel is ingespeeld op een mogelijke oplossing hiervoor in de verdere toekomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10392133/1