ap 9 beleidskader statushouders en inburgeraars
Tekst van het document
PVT
BELEIDSKADER STATUSHOUDERS EN INBURGERAARS Versnelling statushouders in de ABG gemeenten
Maart 2021
Inhoud Inleiding................................................................................................................................................................... 2 1.
Ketenaanpak en Wet Inburgering ................................................................................................................... 2 1.1 Ketenaanpak en versnelling statushouders .................................................................................................. 2 1.2 Wet inburgering 2022 ................................................................................................................................... 3 1.3 Definiëring Statushouders en Inburgeraars .................................................................................................. 3
2.
Uitgangspunten en doelstellingen .................................................................................................................. 4 2.1
Uitgangspunten voor onze dienstverlening........................................................................................... 4
2.2
Resultaatgebieden inburgeraars en statushouders............................................................................... 5
2.3
De doelen en de positionering in het Sociaal Domein........................................................................... 6
3
Statushouders in versnelling ........................................................................................................................... 7 3.1
De lokale aanpak voor statushouders en inburgeraars: de Ketenaanpak ............................................. 7
Bouwsteen 1: Klantregie/begeleiding van statushouders .............................................................................. 7 Bouwsteen 2: Duale trajecten ......................................................................................................................... 9 Bouwsteen 3: Overige ondersteuning aan statushouders .............................................................................. 9 Bouwsteen 4: Nazorg .................................................................................................................................... 10 3.2
De regionale aanpak voor inburgeraars: Inburgering+ ........................................................................ 10
Bouwsteen 1: Aankomst in de gemeente ..................................................................................................... 10 Bouwsteen 2: Brede intake en PIP ................................................................................................................ 11 Bouwsteen 3: Leerroute ................................................................................................................................ 12 4
Evaluatie en monitoring ........................................................................................................................... 16
5
Financiën .................................................................................................................................................. 17
Bijlagen .................................................................................................................................................................. 18 Bijlage 1: Doelgroepen Wet inburgering 2022 .................................................................................................. 18 Bijlage 2: Klantaantallen .................................................................................................................................... 19 Bijlage 3: Samenwerkingspartners 2021 ........................................................................................................... 20 Bijlage 4: Wettelijke eisen leerroutes Wet inburgering 2022 ........................................................................... 21 Bijlage 5: Wet Inburgering 2013 en 2022 .......................................................................................................... 22
1
Inleiding Ieder jaar huisvesten we statushouders in onze gemeente. We vinden het belangrijk dat zij zich welkom voelen en zo snel en goed mogelijk integreren. De snelste weg voor statushouders om mee te doen in de maatschappij is, zo blijkt uit onderzoek, het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan en of het volgen van een opleiding. Statushouders hebben een inburgeringsplicht1. Zij zijn tot 2022 zelf verantwoordelijk om in te burgeren. De gemeente heeft tot 2022 weinig wettelijke taken om te zorgen voor een goede integratie. Het lukt de statushouder vaak niet om zelf een leven op te bouwen, waardoor hij (of zij met zijn of haar gezin) aan de zijlijn staat. Dat heeft ertoe geleid dat een groot aandeel van onze uitkeringsgerechtigden statushouder is.2 In 2020 is de gemeente daarom gestart met de Ketenaanpak. Met de Ketenaanpak willen we statushouders met een Participatiewet-uitkering intensief ondersteunen om te integreren, zelfredzaam te worden en duurzaam aan het werk te gaan. Op 1 januari 2022 treedt de Wet inburgering in werking3. De gemeente krijgt dan de regierol op de inburgering van statushouders. Daar komen ook een aantal wettelijke taken voor de gemeente bij kijken. In dit beleidskader leggen we onze aanpak op statushouders en inburgeraars vast.
We beschrijven de uitgangspunten voor onze aanpak, de doelstellingen en resultaten die we ermee willen bereiken en lichten de diverse onderdelen van de Ketenaanpak en de Wet inburgering 2022 toe. Dit biedt het kader voor de uitvoering van onze dienstverlening aan statushouders en inburgeraars4.
1. Ketenaanpak en Wet Inburgering 1.1 Ketenaanpak en versnelling statushouders In onze gemeente zien we dat het veel statushouders niet lukt om zelf een leven op te bouwen. Voor de gemeente is de consequentie dat er een groep kwetsbare mensen aan de zijlijn staat, die ook nog een Participatiewet-uitkering hebben. Wat we in de praktijk geleerd hebben: Samenwerking in de hele keten is essentieel voor slagen van een participatietraject; Door te kijken naar de leefwereld en behoeften van (het gezin van) de statushouder levert een participatietraject veel meer resultaat op; Een goede oriëntatiefase in de eerste maanden is belangrijk om statushouders te laten onderzoeken welke richting (sector) ze op willen en om te bepalen wat voor participatietraject passend is. Werkzame elementen in het bieden van ondersteuning zijn: o Persoonlijke aandacht en vertrouwen geven o Oplossen van praktische problemen o Investeren (coachen) in zelfredzaamheid Een snelle start in de kennismaking en begeleiding werkt. Het leidt tot een beter klantbeeld bij de klantregisseur, het geeft statushouders rust en duidelijkheid en ze kunnen al vroeg hun netwerk opbouwen. Aanbod dat gericht is op statushouders levert veel betere resultaten op dan generiek aanbod.
In de communicatie is het effectiever om voorlichting te spreiden over meerdere momenten, en het over en weer begrijpen van elkaar wordt geholpen wanneer de klantregisseur de taal spreken (bijvoorbeeld Arabisch).
1 Bijlage 5: verschil wet inburgering 2013 en wet inburgering 2022 2 Bijlage 2: klantaantallen 3 Op moment van schrijven spreekt het ministerie van SZW van een ‘streefdatum’ van 1 januari 2022
4
Bijlage 1: toelichting Doelgroepen Wet Inburgering 2022
2
In 2020 zijn we actief in gaan zetten op deze groep door middel van de Ketenaanpak. De sleutelelementen in deze aanpak zijn: Het bieden van intensieve cultuursensitieve begeleiding vanuit de gemeente; Het bieden van passende duale trajecten (leertraject waarin participatie/werk, taal en zelfredzaamheid gecombineerd worden) De zelfredzaamheid en een stabiel leven creëren bij de statushouders, zodat zij ook de rust en ruimte hebben om zich in te zetten voor hun integratie (op de arbeidsmarkt). Uit onderzoek van het Kennisplatform Integratie en samenleving (2019), blijkt dat het leren omgaan met het complexe financiële stelsel in Nederland, hulp bij psychische problemen, een (klein) sociaal netwerk, goede samenwerking tussen organisaties en begrip voor culturele verschillen allen van invloed zijn op het zelfredzaam worden van statushouders.5 Op die manier zorgen we voor een versnelling van hun integratie, wat positieve gevolgen heeft voor hun kans op duurzame uitstroom uit de Participatiewet-uitkering
1.2 Wet inburgering 2022 Met de Ketenaanpak loopt de gemeente qua visie en praktische uitvoering vooruit op de Wet inburgering 2022. Met de Wet inburgering 2022 krijgt de gemeente nieuwe taken en verantwoordelijkheden. We krijgen de regie op de inburgering van niet-Nederlandse inwoners, wat na jaren van geen regie hebben een welkome rol is om te zorgen dat deze mensen integreren. Daar horen ook een aantal wettelijke taken bij die we als gemeente uit moeten voeren6. Het doel van de Wet inburgering 2022 is dat inburgeraars snel en volwaardig meedoen aan de Nederlandse maatschappij. Deze doelen komen overeen met de doelen van onze lokale Ketenaanpak. De vijf kernpunten die hieraan bijdragen zijn volgens het Rijk: Tijdige start van het inburgeren; Aandacht voor de snelheid van het doorlopen van het inburgeringstraject; Het combineren van het leren van de taal en participatie - dualiteit; Een passend inburgeringstraject, voor alle inburgeringsplichtigen - maatwerk en Focus op kwaliteit en bewaken hiervan. We hanteren deze kernpunten bij de uitvoering van onze aanpak (hoofdstuk 3).
1.3 Definiëring Statushouders en Inburgeraars Met de Ketenaanpak richten we ons op statushouders met een Participatiewet-uitkering. De Wet Inburgering richt zich op een specifiekere doelgroep, waarin wel een overlap zit met de doelgroep van de Ketenaanpak. De Wet inburgering 2022 is bedoeld voor statushouders en gezinsmigranten7 die nieuw in de gemeente komen wonen en een inburgeringsplicht hebben onder regie van de gemeente. In deze nota noemen we deze mensen de inburgeraars. Wanneer we het in deze nota over statushouders hebben, dan bedoelen we de statushouders die voor 2022 in de gemeente zijn gehuisvest. Voor hen zetten we op grond van de Participatiewet onze Ketenaanpak in. Deze laatste groep is in aantallen veel groter dan de groep inburgeraars. De kern van onze aanpak is daarom de Ketenaanpak. De uitvoering van de Wet inburgering 2022 laten we hierop aansluiten.
5 De financiële zelfredzaamheid van statushouders. Belemmeringen en bouwstenen (Kennisplatform Integratie en
Samenleving, feb 2019) & Nederland papierenland; Syrische statushouders en hun ervaringen met participatiebeleid in Nederland (SCP, maart 2020) 6 Bijlage 5: verschil wet inburgering 2013 en wet inburgering 2022 7 Bijlage 1: Doelgroepen Wet Inburgering, voor het onderscheid tussen statushouders en gezinsmigranten.
3
2. Uitgangspunten en doelstellingen 2.1 Uitgangspunten voor onze dienstverlening In deze paragraaf beschrijven we de uitgangspunten voor onze dienstverlening aan statushouders en inburgeraars. Dit zijn de handvatten voor het ontwikkelen van onze aanpak en voor hoe we uitvoering geven aan de aanpak in de praktijk. De uitgangspunten zijn opgesteld op basis van de inzichten die zijn opgedaan in de uitvoering van de Ketenaanpak, de ervaringen uit regionale pilots en gesprekken met statushouders. 1. We organiseren de onderdelen van de inburgering in een integraal traject Een inburgeringstraject is integraal, dus de losse onderdelen vormen samen één traject. Onze aanpak op inburgering combineert het actief participeren in de samenleving met het leren van de taal en zelfredzaam worden. Door al vroeg de participatie centraal te stellen in het inburgeringstraject, waardoor de taal aan gaat sluiten op de participatie, is de verwachting dat mensen korter afhankelijk blijven van de uitkering. 2. We starten zo vroeg mogelijk We leren statushouders en inburgeraars zo vroeg mogelijk kennen, zodat we snel met ze aan de slag kunnen. In een brede intake brengen we samen met partners de talenten, mogelijkheden en behoeften op alle leefgebieden in beeld brengen. 3.
We zorgen voor doorlopende trajecten en begeleiding We willen dat statushouders en inburgeraars hun inburgeringstraject beleven als een doorlopend traject, waarin zij geen schakelmomenten hoeven te ervaren of van verschillende partijen een andere boodschap horen. We organiseren het systeem hier omheen. Daarbij wordt door klantregie gezorgd voor doorlopende ondersteuning, gedurende de inburgeringsperiode, waarbij de klantregisseur statushouders nauw samenwerkt met de ketenpartners en organisaties betrokken in alle leefgebieden. 4. We zien empowerment als een belangrijke bouwsteen voor de inburgering Empowerment, ofwel het bekrachtigen en zelfredzaam maken van een statushouder, loopt als rode draad door alle onderdelen van het inburgeringstraject. We richten ons op zelfverzekerdheid, eigenwaarde en assertiviteit. Het empoweren van statushouders en inburgeraars maakt dat zij de vaardigheden ontwikkelen om zo effectief mogelijk te werken aan hun inburgering. Dit doordat zij leren om zelfstandig keuzes te maken weten wat hen intrinsiek motiveert. 5. We creëren een stabiele leefomgeving voor statushouders en inburgeraars We zorgen voor een stabiele leefomgeving op alle leefgebieden, zoals (psychische of fysieke) gezondheid, thuissituatie, wonen, sociale netwerk en financiële gezondheid.
Dit is een voorwaarde om optimaal deel te kunnen nemen aan het inburgeringstraject en uiteindelijk duurzaam aan het werk te gaan of op een andere manier te participeren. 6. Alle uitvoerders voelen een gezamenlijke verantwoordelijkheid We werken samen met partijen om onderdelen van de inburgering voor ons uit te voeren. De gemeente behoudt altijd de regie op het inburgeringstraject, maar in de manier van werken voelt iedere medewerker, professional of vrijwilliger een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het resultaat voor de statushouder. De gemeente heeft in haar regierol de overkoepelende blik en zet de visie neer. De partijen waar we mee samenwerken kennen deze visie en dragen deze uit naar de statushouder of inburgeraar. 7. We verwachten culturele sensitiviteit van alle uitvoerders Of het nu onze eigen medewerkers zijn, vrijwilligers of professionals die werkzaam zijn bij ketenpartners waar we mee samenwerken: bij alle personen die een rol spelen rond de statushouder of inburgeraar gaan we ervan uit dat er cultuur- en taalsensitief wordt gewerkt. 8. We werken met ervaren professionals en goed begeleide vrijwilligers We zoeken de balans tussen de inzet van vrijwilligers en professionals. De combinatie komt de kwaliteit ten goede.
Het bieden van training, integrale begeleiding, taalles of ondersteuning bij de re-integratie is een vak en vragen het specialisme van een professional. Voor sommige taken in de inburgering is de betrokkenheid en motivatie van vrijwilligers juist een pluspunt. Daarnaast benutten we de expertise en (beroeps)ervaring die vrijwilligers hebben. Voor de inzet van vrijwilligers geldt dat we goede begeleiding aan hen wel van belang vinden.
4
De regionale Adviesraad Statushouders, bestaande uit statushouders wonend in de arbeidsmarktregio MiddenBrabant, geeft doorlopend advies op de uitwerking van de aanpak. Zo wordt deze gezamenlijk vormgegeven met ervaringsdeskundigen en bieden zij reflectie op zaken die niet werken. De instroom en achtergrond van statushouders verandert continu, daarom moet de basisstructuur flexibel zijn om te kunnen blijven aansluiten. Doorontwikkeling en flexibiliteit zijn inherent aan onze aanpak op statushouders, we leren terwijl we doen en wat niet werkt wordt aangepast en bijgesteld. We noemen dit learning-by-doing. Om learning-by-doing optimaal toe te passen, monitoren we voortdurend op efficiëntie en resultaat en ondernemen snel actie om te verbeteren. Lokaal wordt regionaal versterkt. In de gemeente zijn er al veel lokale samenwerkingspartners en trajecten voor statushouders en inburgeraars, die we benutten. Waar het voordeel heeft om de in de inburgering regionaal te organiseren (dit geldt m.n. voor de Wet inburgering 2022), doen we dit. Het aantal inburgeraars per jaar is laag, waardoor het voordeliger, efficiënter en kwaliteitsbewust is om bepaalde voorzieningen gezamenlijk aan te bieden. Daarbij wordt in die voorzieningen altijd aansluiting gezocht met het lokale veld in iedere gemeente.
Het heeft regionaal de voorkeur dat inburgeraars en statushouders, waar ze ook worden gehuisvest in de regio, een kwalitatief vergelijkbare start hebben. Het is in hen belang dat gemeenten in dezelfde regio samenwerken en een vergelijkbare aanpak kennen. Onze ambities en regionale samenwerking Door regionaal samen te werken kunnen we het aanbod dat past bij onze uitgangspunten en onze wettelijke taken realiseren binnen de financiële kaders. Daarbij werken we samen in de arbeidsmarkt Midden-Brabant, omdat de inburgeringswet qua uitvoering het meest raakt aan de Participatiewet. Het aantal inburgeraars van iedere gemeente is klein, maar de diversiteit in de groep is groot. Door regionaal samen te werken zorgen we voor schaalvoordelen. Daardoor kunnen we diverse groepen vormen, kunnen we meerdere instroommomenten per jaar en meer trajecten van verschillende niveaus realiseren. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op wat we lokaal organiseren en waarvoor we regionaal samenwerken.
2.2 Resultaatgebieden inburgeraars en statushouders Het Rijk wil naar een adaptief en flexibel inburgeringsstelsel, waarbij een centrale plaats is ingeruimd voor monitoring en evaluatie. Op dit moment is de manier waarop de landelijke monitoring en evaluatie plaats gaat vinden nog niet duidelijk. In gemeenten Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze en Rijen willen we inburgeraars en statushouders zo snel en goed mogelijk mee laten doen. Daarbij is het meten van de voortgang belangrijk. Om te monitoren of de statushouders en inburgeraars stappen zetten, hanteren we de onderstaande doelstellingen. Ons maatschappelijke doel Inburgeraars en statushouders in ABG doen mee in onze gemeenschap. Zij leren de taal en participeren maatschappelijk en op de arbeidsmarkt. De mogelijkheid en ruimte hiertoe ontstaat doordat ieder huishouden of gezin dat zich met een asielachtergrond vestigt in onze gemeente, een stabiel leven heeft en zelfredzaam is gemaakt.
5
Onze doelstellingen per resultaatgebied Inburgeraars en statushouders zijn gehuisvest en praktische zaken zijn geregeld met ze.
Inburgeraars en statushouders hebben een stabiel leven, met behulp van de benodigde begeleiding en ondersteuning
Inburgeraars en statushouders zijn zoveel als mogelijk zelfredzaam gemaakt en wegwijs in de gemeenschap
Voor iedere statushouder die aan onze gemeente gekoppeld is vinden we een passende woning en bieden we hulp bij de praktische zaken die als eerste geregeld moeten worden.
In iedere gezin of huishouden met een asielachtergrond ervaart stabiliteit op de leefgebieden financiën, regie op eigen leven, gezin en huiselijke relaties, en sociaal netwerk
Iedere Inburgeraar en statushouder krijgt ondersteuning en begeleiding aangereikt om te leren zelfredzaam te zijn. Ze weten waar ze met vragen terecht kunnen en durven die te stellen.
Inburgeraars en statushouders kennen de Nederlandse waarden en sociale normen
Het resultaat per resultaatgebied
Iedere inburgeraar leert over de Nederlandse maatschappij, kent de Nederlandse waarden en sociale normen en past die toe in zijn of haar gedrag
Inburgeraars en statushouders participeren zo snel mogelijk, het liefst door betaald werk
Inburgeraars en statushouders leren de Nederlandse taal, het liefst op B1 niveau
Iedere inburgeraar heeft betaald werk, volgt een opleiding, doet vrijwilligerswerk of heeft op een andere manier een zinvolle besteding van de dag
Iedere inburgeraar bereikt het voor hem of haar hoogst haalbare taalniveau binnen de vastgestelde maximale termijn van de geldende inburgeringsplicht.
Iedere doelstelling heeft een functie in de inburgering, en daarom is er niet een meer belangrijk dat de ander. De doelstellingen hangen samen met elkaar. De resultaatgebieden worden daarom continu integraal met elkaar bekeken. Dit is niet een volgtijdelijk proces, maar een proces waarin de hele tijd aandacht is voor alle 6 de resultaatgebieden. Ze bieden een kapstok om de stappen die een inburgeraar op verschillende resultaatgebieden zet tegen af te zetten. Klantregisseur; ‘Aandacht is voor iedereen prettig en het moment dat jij gehoord wordt ga je ook anders in het leven staan. Als het je niet lukt om je problemen op te lossen, dan neem je ook een houding aan waarmee hij niet vooruit komt. Het wordt dus krachtiger als we mensen zo helpen dat zij straks zelf hun problemen kunnen oplossen. Ons motto; ‘Iedereen doet er toe en iedereen doet mee.’ Daar gaat het om.
2.3 De doelen en de positionering in het Sociaal Domein Om bovenstaande ambities en doelen te bereiken, kijken we breder dan enkel de inburgeringswet van 2022. Ook vanuit de Participatiewet kijken we met deze bril naar onze klant. We positioneren de uitvoering van de wet inburgering daarom bij de uitvoering van de Participatiewet. Daarnaast benutten de algemene en maatwerkvoorzieningen die beschikbaar zijn in het sociaal domein van de gemeente Alphen-Chaam, Baarle-Nassau en Gilze Rijen. Door regie te voeren op de inwoner zorgen we voor een compleet beeld op alle leefgebieden en zetten we in wat er op dat moment nodig is. Dat vraagt naast taal en arbeidsparticipatie een integrale benadering van de inwoner vanuit bijvoorbeeld het welzijnswerk, zorg en ondersteuning, het onderwijs, de jeugdhulp, gezondheidszorg of schuldhulpverlening.
6
3 Statushouders in versnelling 3.1 De lokale aanpak voor statushouders en inburgeraars: de Ketenaanpak De Ketenaanpak staat voor intensieve begeleiding aan statushouders op alle leefgebieden om hen beter en sneller toe te leiden naar werk. De intensieve begeleiding wordt geboden door klantregisseurs. Zij kijken vanuit een brede blik naar alle levensgebieden en organiseren dat wat er nodig is voor de betreffende statushouder. Ook van belang is dat er gewerkt wordt vanuit een plan met doelen en resultaten, zodat duidelijk is en er een gedeeld beeld is van wat de statushouder en de klantregisseur willen gaan bereiken met en voor de statushouder. Met de Ketenaanpak zorgen we dus voor samenhang in de ondersteuningsaanpak, en voor regie en coördinatie.
Bouwsteen 1: Klantregie/begeleiding van statushouders Voor wie? De Ketenaanpak wordt vooral ingezet bij statushouders, omdat deze groep een grote druk legt op de Participatiewet-uitkeringen. Gezinsmigranten zijn niet uitkeringsgerechtigd en zij krijgen daarom niet standaard deze begeleiding aangeboden. Dit leidt tot de onderstaande keuze in volgorde van groepen voor de Ketenaanpak: 1. Statushouders die vanaf 2022 in de gemeente komen wonen en die we begeleiden bij de inburgering in combinatie met het versnellen naar arbeidsparticipatie. Voor deze groep heeft de gemeente een wettelijke verplichting tot begeleiding, die we goed laten aansluiten op de Ketenaanpak; 2. Statushouders die voor 2022 in de gemeente kwamen wonen en die middels de inzet van de Ketenaanpak aan het werk gaan, of in ieder geval maximaal participeren. Onze ambitie is om deze groep zo snel mogelijk vanuit het uitkeringsbestand toe te leiden naar betaald werk dat aansluit bij hun mogelijkheden, competenties en vaardigheden. 3. Gezinsmigranten die na 2022 in de gemeente komen wonen. We begeleiden gezinsmigranten bij hun inburgering conform de minimale eisen van de inburgeringswet van 2022. Nodige extra begeleiding wordt geboden vanuit maatschappelijke partners. Deze eisen verschillen wat betreft intensiteit substantieel met de begeleiding aan statushouders.
Uitvoering geven aan de Ketenaanpak De Ketenaanpak is voor alle statushouders in de gemeente. Begeleiding staat los van wanneer de statushouder is gestart met het inburgeringstraject of dat een statushouder in het uitkeringsbestand zit. De regierol ligt bij de ‘klantregisseur statushouders’. De klantregisseur biedt begeleiding op cultuursensitieve wijze en vanuit een coachende houding gedurende het hele inburgeringstraject. Zij brengt de situatie van de inburgeraar in kaart gerelateerd aan de doelen uit de doelenboom, en organiseert hier de ondersteuning op. Klantregisseur: ‘Het belangrijkste van wat wij nu doen is de statushouders vanaf het begin van hun inburgeringstraject in beeld krijgen. Daarmee kunnen we echt voorkomen dat ze langdurig in de uitkering blijven zitten, want we nemen ze vanaf het begin mee.’ De klantregisseur biedt maatwerk en fungeert als spin in het web. Dit betekent dat de klantregisseur naast zelf begeleiding bieden, ook de expertise van andere partijen inschakelt op levensgebieden waarop een statushouder problemen ervaart. Goede samenwerking tussen alle betrokken partijen is hierbij essentieel, evenals het dragen van een gezamenlijke verantwoordelijkheid rondom de inburgering van de statushouder. De klantregisseur overziet het geheel, heeft de regie en brengt de verschillende partijen bij elkaar.
De focus ligt in de begeleiding op empowerment en talentontwikkeling van de statushouder. Door op maat in te zetten op empowerment en het behalen van de bovenstaande doelen, kan de statushouder bouwen aan een leven waarin hij zich zo snel mogelijk thuis voelt, participeert in de samenleving en zich gezond en gelukkig voelt. Als onderdeel van de regierol van de gemeente, volgt de klantregisseur de voortgang van de statushouder op alle onderdelen van het traject. De klantregisseur informeert de statushouder aan het begin van het inburgeringstraject goed over diens rechten en plichten. Vervolgens voert de klantregisseur periodiek 7
voortgangsgesprekken om het inburgeringsproces te volgen en zo nodig bij te sturen. Zo streeft zij ernaar dat het traject zonder onderbrekingen en belemmeringen wordt afgerond en (wettelijke verplichte) boetes worden voorkomen. Inzake handhaving en het opleggen van boetes worden richtlijnen beschikbaar gesteld vanuit de Rijksoverheid. In beleidsregels wordt vastgelegd hoe de gemeenten gaan handhaven op het volbrengen van de gestelde doelen door de inburgeraar. Samenhang met Participatiewet Voor statushouders is er een grote overlap tussen de Participatiewet en de Wet inburgering. Deze wetten zijn niet voorliggend op elkaar. Voor statushouders met een bijstandsuitkering geldt dat de klantregisseur naast de Wet inburgering 2022 ook de Participatiewet uitvoert. De klantregisseur heeft de regie op het inburgeringstraject, én op de diensten die worden verleend vanuit de Participatiewet. Dit vraagt om specifieke deskundigheid van de klantregisseur. In de ABG-gemeenten kiezen we ervoor om per individueel en specifiek geval te kijken of ondersteuning vanuit de Inburgeringswet of vanuit de Participatiewet voorliggend is. De samenhang met de Participatiewet vraagt tevens van de klantregisseur dat zij korte lijnen onderhoudt met de inkomensconsulent inzake bijstandsvoorzieningen.
Afbeelding: Doelen van de Ketenaanpak
8
Bouwsteen 2: Duale trajecten Onder ‘duale trajecten’ verstaan we alle trajecten die (in opdracht van de gemeente) uitgevoerd worden voor statushouders, waarin tegelijkertijd aandacht is voor het leren van de taal en de toeleiding naar werk. Zo kan de statushouder het geleerde uit de taalles direct inzetten in een werksetting. Duale trajecten zijn essentieel voor de Ketenaanpak, omdat met deze trajecten gewerkt wordt aan het behalen van de doelen en resultaten van de inburgeraar (waarop de gemeente dient te handhaven). Naast aandacht voor werk en taal in de duale trajecten, is er aandacht voor het verkrijgen van (financiële) zelfredzaamheid en empowerment. Duale trajecten worden ontwikkeld in afstemming en samenwerking tussen de klantregisseur en diverse partners. We benutten hierin zowel lokale als regionale partners en bieden (bestaande) trajecten op het vlak van re-integratie en inburgering (zie volgende paragrafen). Statushouders die onder de nieuwe wet vallen, krijgen op maat (andere) trajecten aangeboden. Om te werken aan een constructieve samenwerking met partners die steunt op gezamenlijke verantwoordelijkheid voor participatie van statushouders, zetten we in op een gerichte werkgeversbenadering i.s.m. andere re-integratieconsulenten. Klantregisseur: ‘Mijn advies is om nog meer werkervaringsplaatsen te creëren in de gemeente.
Laagdrempelige banen, zoals een baan als koffiejuffrouw is ook heel belangrijk. Wij als klantregisseurs zien daar echt wel meer mogelijkheden op.’
Bouwsteen 3: Overige ondersteuning aan statushouders Sleutelpersonen: laagdrempelige ondersteuning op maat Statushouders hebben een kwetsbare positie wanneer ze net in Nederland zijn. Ze zijn vaak onvoldoende bekend met de Nederlandse taal, gebruiken en systemen. Het kost tijd en ervaring om te kunnen integreren in een nieuwe leefomgeving. We hebben ervaren dat er na afronding van de inburgering, soms nog tot een aantal jaar later, problemen ontstaan bij statushouders op het gebied van gezondheid en financiën. Dit kan ermee te maken hebben dat in het inburgeringsstelsel van voor 2022 de nadruk lag op het leren van de taal, en niet op het aanleren van vaardigheden of het participeren in je eigen omgeving. De gemeente streeft naar een integrale werkwijze, waarin aandacht is voor alle leefdomeinen. De inzet van sleutelpersonen, die als vanzelfsprekend naar ´de hele mens´ kijken, sluit aan bij deze visie en is domeinoverstijgend. Deze sleutelpersonen zijn ervaringsdeskundigen en hebben zelf eerder een inburgeringstraject doorlopen. Zij geven uitleg over en ondersteunen statushouders bij de integratie in zijn eigen (nieuwe) omgeving, om ze zo zelfredzaam te maken en daarmee de kans op bijvoorbeeld eenzaamheid, schulden en gezondheidsproblemen op lange termijn te verkleinen.
Overige dienstverlening We werken samen met lokale samenwerkingspartners en vrijwilligers die actief zijn voor statushouders. In sommige gevallen betreft het een specifieke expertise die we willen organiseren. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over asielprocedure, naturalisatie en gezinshereniging is het van belang dat statushouders correct worden geïnformeerd over regelgeving. Dienstverlening die dergelijke expertise vraagt beleggen wij bij een partij die deze specifieke kennis in huis heeft. In het kader van de ketenaanpak houdt de klantregisseur regie op wat zich rondom een statushouder afspeelt. De klantregisseur zorgt voor een warme overdracht en blijven eerste contactpersoon van de statushouder, zodat hij niet ‘verdwaald’ in het brede beschikbare aanbod. Klantregisseur: ‘De kracht van de ketenaanpak zit hem erin dat je tijd hebt om echt naar de mensen te luisteren. De eilandjes tussen samenwerkingspartners moeten weg, we moeten meer verbinding zoeken met elkaar en er moeten meer contactmomenten komen met de statushouders.’ Daarnaast zijn er ook lokale partners die ondersteuning bieden aan kwetsbare of minder zelfredzame mensen in bredere zin. We willen dat statushouders als (kwetsbare of minder zelfredzame) inwoner van onze gemeente ook deze dienstverlening kunnen benutten.
In sommige gevallen gaat dat al goed, in andere gevallen ervaren we dat het zoeken is naar hoe een partij aansluiting weet te vinden bij de statushouders. We streven ernaar dat al onze partners er de komende jaren voor zorgen dat hun reguliere dienstverlening ook passend is voor statushouders. Verschillende taakveldteams van de gemeente werken hierin samen om dit te realiseren.
9
Bouwsteen 4: Nazorg We zijn pas klaar wanneer de statushouder (en zijn gezin) een duurzaam stabiel leven heeft. Daarbij is participeren (het liefst via betaald werk), zoveel mogelijk zelfredzaam zijn, de taal op een zo hoog mogelijk niveau spreken en een stabiele woonomgeving van belang. Afhankelijk van de statushouder is de nazorg 3 tot 6 maanden. De nazorg richt zich op het leren omgaan met de nieuwe financiële situatie, het wegvallen van bepaalde toeslagen en werkvloervaardigheden. Uit ervaring blijkt namelijk dat pas duidelijk wordt of er sprake is van duurzame plaatsing wanneer iemand een aantal maanden aan de slag is. We laten daarom iemand die uitstroomt niet meteen los, maar volgen op de 6 doelstellingen of er sprake is van een duurzame, stabiele situatie, en acteren direct wanneer hier iets op nodig is. Wanneer een statushouder na 6 maanden nazorg nog niet volledig zelfredzaam is, dan houdt de klantregisseur een vinger aan de pols of verwijzen zij gericht door naar externe partners voor begeleiding bij specifieke hulpvragen.
3.2 De regionale aanpak voor inburgeraars: Inburgering+ Hieronder beschrijven we stap voor stap de regionale aanpak voor inburgeraars. Met deze aanpak geeft de gemeente uitvoering aan haar wettelijke taken op grond van de Participatiewet en de inburgeringswet van 2022. Inburgering+ richt zich op de inburgeraars die onder het inburgeringsstelsel 2022 vallen, en waarvoor de gemeente een aantal plichten en verantwoordelijkheden heeft. Met de regionale aanpak op inburgering willen we de zelfredzaamheid en veerkracht van inburgeraars vergroten en zetten we in op hun talentontwikkeling. Hierbij staan participatie, empowerment en taal centraal. Door in te zetten op empowerment, via voorlichting en vaardigheden, ontwikkelen inburgeraars de juiste handvatten voor een zelfstandig leven. Er is hierin aandacht voor de leefgebieden die we in ABG in het sociaal domein hanteren; wonen, financiën, regie op eigen leven, gezin en huiselijke relaties, maatschappelijke participatie en sociaal netwerk. Hiermee bereiken we dat deze mensen sneller en beter integreren in de samenleving, en snel onafhankelijk zijn van een Participatiewet-uitkering. Binnen Inburgering+ hanteert de gemeente haar ambitie om lokaal te doen wat kan en regionaal te doen wat nodig is. Inburgering+ bestaat daarom deels uit kennis en ervaring delen met regiogemeenten die ons verder helpen bij de lokale organisatie.
Bouwsteen 1: Aankomst in de gemeente De taken die we uitvoeren onder het onderdeel Aankomst in de gemeente organiseren we zelf en voeren we lokaal uit. Huisvesting en praktische hulp Om uitvoering te geven aan een goede start zetten we in op een goede aankomst en warm welkom in onze gemeente. Wanneer een statushouder gehuisvest wordt, bieden we de nodige en gewenste praktisch hulp. Dit houdt in dat praktische zaken voor hen geregeld worden, en dat de statushouder geleerd wordt wat deze zaken voor hem betekenen en wat daarin van hem wordt verwacht. Ervaring leert ons dat deze praktische hulp essentieel is voor een goede start. Wanneer praktische zaken niet op orde zijn, heeft de statushouder weinig ruimte in zijn hoofd voor andere zaken, zoals taalles of participatie. Deze ondersteuning wordt vanuit de klantregisseur in nauwe samenwerking met de inburgeraar onmiddellijk na aankomst in de gemeente ingezet. Dit betekent dat we vroegtijdig praktische hulp kunnen inzetten, zodat de overgang naar wonen in de gemeente vlot verloopt. Financieel ontzorgen Voor statushouders die na 2022 inburgeren heeft de gemeente de taak om te zorgen voor financieel ontzorgen. Ten eerste betekent dit dat gemeente tijdelijk het beheer van inkomsten en uitgaven uit handen neemt. Het ontzorgen bestaat uit het betalen van de vaste lasten huur, gas, water en stroom en de zorgverzekering.
Deze kosten betalen we vanuit de bijstandsuitkering. De periode van ontzorgen gaat volgens de wettelijke verplichting in op het moment dat het recht op bijstand ontstaat en duurt 6 maanden. Wanneer blijkt dat het ontzorgen langer nodig is, dan kunnen we dit in samenspraak met de inburgeraar voortzetten.
10
Ten tweede hebben gemeenten de taak om statushouders financieel zelfredzaam te maken, zodat de statushouder na deze 6 maanden zelfstandig zorg kan dragen voor het betalen van vaste lasten.
Bouwsteen 2: Brede intake en PIP Brede intake Voor het uitvoeren van de brede intake werken we samen met de regiogemeenten. We starten zo vroeg mogelijk met de brede intake. Zodra bekend is dat een inburgeraar in onze gemeente komt wonen, krijgen we de regie en starten we de brede intake. Deze bouwsteen zal in de meeste gevallen dan ook gelijktijdig aan bouwsteen 1 (zie hierboven) lopen. In de brede intake komen onderdelen aan bod als leerbaarheid, de eerdere werkervaring en werknemersvaardigheden en het opleidingsniveau. Daarnaast letten we op de fysieke en mentale gezondheid, de gezinssituatie en het sociale netwerk en hebben we veel aandacht voor motivatie en interesses, en de mate van zelfredzaamheid. We brengen zo volledig mogelijk in beeld welke talenten, mogelijkheden en achtergrond iemand heeft.
Afbeelding: Brede intake en PIP In arbeidsmarktregio Midden-Brabant vullen we de brede intake in als een programma dat een inburgeraar volgt waarin: De inburgeraar onderzoekt wat hij wil en kan. Hiermee stimuleren we regie op het eigen PIP en het inburgeringstraject; De inburgeraar kennis maakt met de Nederlandse cultuur, samenleving en regionale arbeidsmarkt; De leerbaarheidstoets afgenomen wordt; De klantregisseur de inburgeraar zo goed mogelijk leert kennen en de talenten en behoeften in kaart brengt om een inburgeringstraject op maat te kunnen bieden;
11
Conform onze lokale Ketenaanpak voorzieningen in het sociaal domein ingezet worden, wanneer blijkt dat de inburgeraar extra ondersteuning of zorg nodig heeft.
Plan Integratie en Participatie (PIP) De uitkomsten van de brede intake worden vertaald naar individuele inburgeringsdoelen van de inburgeraar. Deze worden vastgelegd in het PIP. Het PIP stelt de klantregisseur sámen met de inburgeraar in begrijpelijke taal op, zodat deze eigenaarschap voelt over zijn eigen plan. Het PIP dient daarom ook begrijpelijk te zijn voor de inburgeraar. In het PIP staan de te behalen doelen en resultaten in het kader van zelfredzaamheid, participatie, het taalniveau (de leerroute) waarop examinering plaats gaat vinden en slagingstermijnen. Ook eventuele aandachtspunten rond andere manieren van meedoen, financiën, gezondheid, sociale contacten en gezin en de invloed die levensgebeurtenissen kunnen hebben op het inburgeringstraject worden opgenomen. Tijdens periodieke gesprekken tussen klantregisseur en inburgeraar wordt het PIP besproken en waar nodig bijgesteld. Het PIP is een dynamisch document/plan wat meegroeit met de ambities en doelen van de inburgeraar op het gebied van inburgering en participatie. Met het PIP in handen start de inburgeraar met het eigenlijke inburgeringstraject. Voor asielstatushouders organiseert de gemeente de inburgeringstrajecten. De enkele gezinsmigranten die in onze gemeenten komen wonen zijn daar zelf verantwoordelijk voor.
Bouwsteen 3: Leerroute Oriëntatiefase In arbeidsmarktregio Midden-Brabant bieden we statushouders een oriëntatiefase gekoppeld aan de leerroute aan. De gemeente heeft een aanbodplicht op diverse modules die gedurende de inburgering doorlopen worden. Op basis van praktijkervaring en beleidsonderzoek8 weten we dat het los aanbieden van modules minder goed werkt. Daarom worden de volgende wettelijk verplichte onderdelen opgenomen in de oriëntatiefase: Participatieverklaringstraject (PVT) Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Module Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM) Begeleiding naar financiële zelfredzaamheid voor statushouders Voorlichting over verschillende leefgebieden De oriëntatiefase is een module voor alle statushouders en draait om voorlichting en de ontwikkeling van de juiste vaardigheden voor een zelfstandig leven in Nederland. Het is de bedoeling dat ze die vaardigheden inzetten in hun leerroute, waarin leren van de taal en participeren centraal staan. In het programma van de oriëntatiefase ligt de nadruk op empowerment. De oriëntatiefase is bedoeld voor statushouders die na 2022 in de gemeente komen wonen. Wanneer de oriëntatiefase kan dienen als passend traject voor de versnelling van een statushouder die voor 2022 in de gemeente kwam wonen, willen we de mogelijkheid bieden om aan dit traject mee te doen.
In de praktijk verwachten we dat dit weinig voorkomt, omdat de oriëntatiefase met name op de onderdelen van de inburgeringsplicht is gericht en niet op arbeidsparticipatie.
8 Toezicht Sociaal Domein, Een samenhangende aanpak voor de integratie van statushouders, november 2019.
https://www.toezichtsociaaldomein.nl/onderzoeken-en-instrumenten/uitvoering-integratie-statushouders.
12
Afbeelding: Leerroutes Leerroutes Tegelijkertijd met de oriëntatiefase kan de statushouder starten met zijn leerroute, waarin hij de Nederlandse taal leert en actief aan het werk gaat of andere praktijkervaring rond participeren opdoet. De inburgeringswet 2022 kent drie verschillende leerroutes: De onderwijsroute, voor inburgeraars die een Nederlandse vervolgopleiding willen volgen De B1 route; gericht op gelijktijdig werken en de taal leren De zelfredzaamheidsroute (Z-route); voor inburgeraars die extra ondersteuning nodig hebben om zelfredzaam te worden in Nederland, naast het gelijktijdig leren van de taal en participeren. De keuze voor een leerroute bepaalt welke verplichtingen de inburgeraar heeft om aan zijn inburgeringsplicht te voldoen9. De specifieke invulling van de leerroute wordt op maat voor de inburgeraar samengesteld, op basis van de bevindingen uit de brede intake en al opgedane informatie in de oriëntatiefase.
9
In bijlage 3 wordt toegelicht per route, wanneer iemand aan de inburgeringsplicht vanuit de inburgeringswet 2022 heeft voldaan.
13
Een belangrijke keuze die we hierin maken is dat de taalles en -activiteiten afgestemd moeten zijn op de participatieactiviteiten. Vanuit ervaring vinden we het belangrijk dat een integrale combinatie gemaakt wordt tussen participatie en taal, gericht op empowerment van de inburgeraar. Taal en participatie lopen integraal in elkaar over, in plaats van dat zij parallel naast elkaar ingezet worden.
De Onderwijsroute richt zich vooral op versneld leren van de Nederlandse taal. Inzet op empowerment en participatie verwachten we voor deze doelgroep in mindere mate actief te moeten bevorderen. Door na de Onderwijsroute in te stromen in een vervolgopleiding, leert de inburgeraar via die weg participeren op een wijze die past bij zijn leven.
De B1-route wordt gezien als de ‘standaardroute’. Taal en participatie zijn evenredig belangrijk in deze leerroute.
In deze route zetten we de combinatie van empowerment, participatie en taal centraal. Het leren van de taal is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid. De lessen moeten aansluiten bij de leefwereld van de inburgeraar, zodat zij van hieruit een zo hoog mogelijk taalniveau proberen te verkrijgen en zij zo ver als mogelijk toewerken naar de hoogst haalbare participatie.
Kader voor de Onderwijsroute De onderwijsroute is voor inburgeraars die in relatief korte tijd Nederlands op niveau B1 (of hoger) leren en vervolgens instromen in een vervolgopleiding. Deze leerroute is in principe bedoeld voor jongere inburgeraars met hoge leerbaarheid en die gemotiveerd zijn een opleiding in het reguliere Nederlandse onderwijs te voltooien, minimaal op MBO2 niveau. De inburgeraar streeft minimaal MBO2 niveau na, omdat dit geldt als een startkwalificatie waarmee de kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk hoger worden. Kader voor de B1-route Ons streven is dat inburgeraars taal zoveel mogelijk oefenen in de praktijk en hier tijdens hun inburgeringstraject ruime ervaring in opdoen. Om dit te realiseren zorgen we ervoor dat het praktijkdeel aansluit op meerdere sectoren en op de behoefte van werkgevers. Kader voor de Z-route De Z-route is een intensief traject voor laagleerbare inburgeraars waarvoor het taalniveau A2 te hoog gegrepen is. Er wordt ingezet op zelfredzaamheid in de samenleving, waar mogelijk ook via betaald werk. De doelgroep van de Z-route bestaat uit: Inburgeraars voor wie betaald werk nooit haalbaar zal zijn; Inburgeraars die wel betaald werk kunnen gaan doen, maar niet het taalniveau A2 kunnen halen. Met deze diversiteit houden we rekening met het organiseren van Z-route(s).
Ook kijken we bij het organiseren van de Z-route(s) goed naar wat we lokaal al doen en kunnen, en zorgen we ervoor dat we geen dingen lokaal en regionaal dubbel doen. Nazorg onder de Ketenaanpak Na het afronden van de leerroute wordt nazorg ingezet zoals we die beschreven bij bouwsteen 4 van de Ketenaanpak.
14
15
4 Evaluatie en monitoring Monitoren van resultaten Het is van belang om inzichtelijk te maken wat deze aanpak oplevert, wat er goed gaat en waarop we kunnen verbeteren of sturen om meer resultaat te behalen. Daartoe ontwikkelen we een monitor. Voor het ontwikkelen van deze monitor hanteren we de volgende uitgangspunten: De monitor is simpel en praktisch, we zoeken naar balans tussen een minimaal aantal indicatoren waarmee we zo maximaal als mogelijk is het effect van de aanpak weergeven. We monitoren op kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. We maken in cijfers inzichtelijk welke resultaten behaald zijn, maar vinden het ook essentieel om van individuen weer te geven wat het effect op de inwoner is en wat het maatschappelijk effect is. Daarmee geven we duiding aan wat er achter de cijfers schuilgaat. We monitoren op verschillende niveaus: op klantniveau en op managementniveau. Op klantniveau toetsen we of de beoogde doelen die in het PIP zijn opgenomen zijn behaald (zie paragraaf 2.4). Op managementniveau stellen we een aantal indicatoren vast waarop resultaten worden weergegeven in managementrapportages. Uiteindelijk resulteert dit ook in een weergave in de raadsrapportages, welke aansluit bij bestaande rapportages (Raadsrapportage Sociaal Domein, Burgerpeiling) Voor de inburgeraars onder de Wet Inburgering 2022 gelden wettelijke eisen voor de monitoring.
Deze eisen nemen we mee in de ontwikkeling van de monitor. Monitoring kwaliteit taalaanbieders Om goed aan te sluiten op de statushouders en ertoe bij te dragen dat zij snel mee kunnen komen in de samenleving, vragen we van en evalueren we taalaanbieders op de volgende inzet; Taalaanbieders hebben het Blik op Werk-keurmerk. Taalaanbieders bieden vernieuwende manieren om de taal te leren; niet alleen in een klaslokaal, maar ook daarbuiten door combinaties van werk, opleiding of activiteiten gericht op zelfredzaamheid en meedoen. Taalaanbieders bieden maatwerk. De inburgeraar moet de gelegenheid krijgen taalonderwijs te combineren met andere activiteiten. Dat betekent onder meer het afstemmen van lesroosters op iemands mogelijkheden, het aanbieden van online onderwijs indien nodig en de mogelijkheid flexibel te switchen van leerroute. Taalaanbieders werken integraal samen met lokale partners die (informeel) taal- en participatieaanbod aanbieden. Denk aan aanbieders van taalcoaches of vrijwilligerswerk, het werkbedrijf en werkgevers. Informatievoorziening en -uitwisseling t.b.v evaluatie en monitoring We onderscheiden drie processen in de informatievoorziening: het clientvolgsysteem, de uitwisseling van gegevens met ketenpartners (dit zijn COA en DUO) en de uitwisseling van gegevens met aanbieders van begeleiding en training.
Bij deze processen streven we naar: Zo warm mogelijke overdracht tussen klantregisseur statushouders en uitvoerders bij ketenpartners of aanbieders Zo simpel mogelijke inrichting in onze bestaande systemen Zo veel mogelijk integreren in bestaande werkprocessen en samenwerkingen in het sociaal domein Randvoorwaarde: Conform AVG
16
5 Financiën Uitgangspunt 1: te ontvangen inkomsten van het Rijk voor de nieuwe taken zijn het financiële kader Het vertrekpunt voor de uitvoering van de taken vormen de middelen die we ontvangen van het Rijk. Uitgangspunt is dat we binnen deze financiële kaders blijven. Organisatiekosten De structurele middelen voor de uitvoering (formatie, uitvoering brede intake, ondersteunende werkzaamheden) zijn verdeeld op basis van het aantal inwoners en het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond. Aan deze middelen zitten geen bestedingsvoorwaarden vast. Alphen-Chaam Baarle-Nassau Gilze en Rijen
2021 € 12.914 € 8.734 € 38.179
2022 € 28.701 € 19.412 € 84.854
2023 en verder € 31.575 € 21.355 € 93.349
Voor zover we nu kunnen zien volstaan deze middelen om de uitbreiding van de formatie en andere organisatiekosten te dekken. Inburgeringsvoorzieningen De structurele middelen voor de inburgeringsvoorzieningen (de taalles, de MAP, maatschappelijke begeleiding en het PVT) bedragen € 12.713 per inburgeraar. Deze middelen zijn bestemd voor het behalen van de inburgeringsplicht. Op dit moment is de begroting van de uitgaven voor de inburgeringsvoorzieningen nog omgeven door onzekerheid. De reden daarvan is dat de inburgeringstrajecten voor het grootste deel uit nieuwe producten bestaan, denk aan de brede intake en de drie leerroutes. Het is de vraag in hoeverre de markt in staat is hierin te voorzien en welke reacties wij krijgen op een aanbesteding. Om te voorkomen dat we de verschillende onderdelen van het inburgeringsprogramma niet goed kunnen inkopen, werken we regionaal samen om schaalvoordelen te behalen. Daarnaast hebben we door middel van pilots in 2020 ervaring opgedaan met de markt. In gesprekken met diverse potentiele aanbieders van de pilots is betaalbaarheid altijd een uitgangspunt geweest. Voor het organiseren van de inburgeringsvoorzieningen houden we regionaal vast aan het uitgangspunt dat de middelen die we ontvangen van het Rijk het financiële kader zijn.
Uitgangspunt 2: taken die we al hadden blijven we financieren uit daarvoor bestemde budgetten Vanaf 2022 ontvangen we middelen voor de nieuwe producten van de Inburgering+, zoals de brede intake, de leerroutes en de MAP. Het Rijk verwacht dat we voor de taken die we al hadden een beroep doen op de budgetten die daarvoor reeds beschikbaar zijn. Voor het participatie/werkdeel van de Inburgering+, zoals jobcoaching, leer-werkplekken of stages, ligt het re-integratiebudget hiervoor voor de hand. Er is geen indicatie dat dit budget niet toereikend is, in de begroting lijkt hier voldoende voor beschikbaar. De hierboven beschreven onzekerheid ten aanzien van de betaalbaarheid van de nieuwe producten is echter hier ook van toepassing. De meeste statushouders die we begeleiden volgens de Ketenaanpak zijn geen inburgeraar. Voor deze statushouders financieren we de ondersteuning uit de budgetten die we voor de uitvoering van de bestaande taken in het sociaal domein ontvangen en daarvoor al in onze begroting staan. Voor de uitvoering van de Ketenaanpak is met name de borging van de formatie van belang. Zoals hierboven benoemd volstaan de middelen die we van het Rijk ontvangen voor de organisatiekosten om deze formatiekosten te dekken.
17
Bijlagen Bijlage 1: Doelgroepen Wet inburgering 2022 Met de term ‘inburgeraars’ in dit beleidskader wordt verwezen naar de inburgeringsplichtigen onder de Wet inburgering 2022. De doelgroep van de Wet inburgering 2022 bestaat uit vreemdelingen van 16 jaar tot de AOWleeftijd die zich duurzaam in Nederland vestigen en die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. EU-onderdanen zijn vrijgesteld van de inburgeringsplicht. Er wordt in de wet een onderscheid gemaakt in de volgende doelgroepen: 1.
Asielstatushouders Deze groep bestaat uit 3 categorieën: Asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben. Zij komen uit het azc. Nareizigers: Echtgenoot, partner of kinderen van een asielzoeker met verblijfsvergunning Hervestigers: Vluchtelingen (in buitenlandse vluchtelingenkampen) die door het UNHCR worden uitgekozen om zich te hervestigen.
2.
Gezinsmigranten Dit zijn migranten die bij hun Nederlandse echtgeno(o)t(e) of partner zijn gekomen. Deze gezinsmigranten komen niet in een azc. Zij hebben zich in het land van herkomst al voorbereid om hun komst naar Nederland en hebben veelal al enige kennis van de Nederlandse taal. De partner met wie zij zich verenigen moet voldoende inkomen hebben om de gezinsmigrant te onderhouden. Daarom is er geen recht op een bijstandsuitkering. Ook Turkse gezinsmigranten moeten onder de Wet inburgering 2022 verplicht inburgeren.
3.
Overige migranten Dit zijn de migranten die op vrijwillige basis naar Nederland zijn gekomen en moeten inburgeren. Over het algemeen heeft deze groep geen bijstandsuitkering. Bij overige migranten kan gedacht worden aan geestelijk bedienaren, zoals imams, rabbijnen en kloosterlingen, en vreemdelingen met een niet-tijdelijk humanitaire verblijfsstatus. Maar ook Britten kunnen als gevolg van de Brexit inburgeringsplichtig worden.
18
Bijlage 2: Klantaantallen Historie taakstelling t.b.v. klantaantallen Inburgering+ Twee keer per jaar krijgt de gemeenten van uit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatie (BZK) een taakstelling opgelegd. Deze taakstelling geeft aan hoeveel statushouders er in een half jaar gehuisvest moeten worden in de gemeente. Nadat een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft ontvangen, krijgt hij te horen in welke gemeente hij op termijn wordt gehuisvest. Dit wordt het “koppelen” aan een gemeente genoemd. Nadat de statushouder is gekoppeld aan een gemeente, krijgt de desbetreffende gemeente de regie over het inburgeringstraject.
De instroom van de statushouders is erg aan fluctuatie onderhevig als gevolg van de situatie in de wereld en het overheidsbeleid. Deze cijfers geven ons informatie om een schatting te maken van het aantal inburgeraars dat wij als gemeente per jaar gaan ondersteunen. Landelijk wordt ervan uitgegaan van het gemiddelde ongeveer 70% van de taakstelling een inburgeringsplichtige statushouder is. In de ABG-gemeenten is dit percentage echter lager:
2018 2019 2020
Alphen-Chaam 33% 13% 25%
Baarle-Nassau 50% 50% 33%
5 1 2
5 3 2
Gilze en Rijen 68% 50% 58%
25 9 11
Een verklaring hiervoor is dat in Alphen-Chaam en Baarle-Nassau vooral gezinnen gehuisvest worden, waardoor er in verhouding veel kinderen bij zitten, die geen inburgeringsplicht hebben. In Gilze en Rijen werde de afgelopen jaren in verhouding wat meer alleenstaanden gehuisvest, waardoor het aantal inburgeringsplichtigen wat hoger ligt.
Verhouding Uitkeringsgerechtigden statushouder en ‘niet-statushouder’
Totaal Waarvan statushouders Waarvan niet-statushouder
Alphen-Chaam 100% 30% 70%
Baarle-Nassau 100% 46% 54%
88 26 62
65* 30* 35*
Gilze en Rijen 100% 26% 74%
427 111 316
* Bewoners woonvoorziening De Gaarshof laten we buiten beschouwing Peildatum 7 december 2020
19
Bijlage 3: Samenwerkingspartners 2021 Er zijn diverse maatschappelijke partners en partijen die zich actief inzetten voor de brede doelgroep statushouders, vluchtelingen, gezinsmigranten en overige migranten. In dit overzicht benoemen we de belangrijkste regionale en lokale partners: Voorwaartz inburgeringsschool
Refugee Team
Vluchtelingenwerk
Vrijwilligers Informatie Punt (VIP)
Werkvloer taal
Sociaal dorpsteam
Sociaal raadsliedenwerk
Maatschappelijk werk
Budgetcafé
Talitha Arise
Het Trefpunt (AC)
Contour De Twern (BN)
WorkIn
De bibliotheek
Effe buurten
Veilig Thuis
MEE
Nocadix Kentron
20
Bijlage 4: Wettelijke eisen leerroutes Wet inburgering 2022 Onderwijsroute: Het taalschakeltraject is een voltijds traject dat bestaat uit: - Taal op minimaal B1 niveau (1000 uur); - Schakelvakken, zoals rekenen, Engels, studie- en digitale vaardigheden (500 uur); - Kennis van de Nederlandse Maatschappij; - Loopbaanoriëntatie; - Het Participatieverklaringstraject B1 route: De B1 route is een voltijds traject dat bestaat uit: - Taal op minimaal B1 niveau - Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) - Participatieverklaringstraject (PVT) - Module Arbeidsparticipatie (MAP) - Wanneer B1 niet haalbaar blijkt, mag worden afgeschaald naar A2 Zelfredzaamheidsroute: De Z-route bestaat uit ten minste de volgende onderdelen: Een taalmodule van 800 uur (hoogst haalbare niveau) 800 uur participatie (hoogst haalbare niveau) Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) Participatieverklaringstraject (PVT) Module Arbeidsparticipatie (MAP) Een eindgesprek met de klantregisseur In het PIP worden de persoonlijke doelstellingen voor de z-route vastgesteld en op basis hiervan wordt tijdens het eindgesprek bepaald door de klantregisseur of de inburgeraar aan zijn inburgeringsplicht heeft voldaan. Flexibiliteit vanuit de wet: Binnen 1,5 jaar mag gewisseld worden van leerroute
21
Bijlage 5: Wet Inburgering 2013 en 2022 Wet inburgering 2013 Rijk is verantwoordelijk en heeft regie
Inburgeraar is volledig verantwoordelijk voor inburgeringstraject en krijgt DUO-lening van € 10.000 om zijn inburgeringstraject te financieren.
Vrije marktwerking A2-taalniveau Focus op taal Handhaving door DUO Maatschappelijk begeleiding aan statushouders: praktische hulp, hulp bij het starten van het inburgeren, begeleiding gericht op integratie, stimuleren van participatie en integratie Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
Wet inburgering 2022 Rijk is verantwoordelijk, gemeenten hebben aanbodplicht en regie op de voortgang van inburgeringstrajecten voor statushouders. Voor gezins- en overige migranten hebben gemeenten een beperkte regierol en aanbodplicht. Inburgeraar en gemeente zijn samen verantwoordelijk voor het inburgeringstraject. Gemeente krijgt middelen van het Rijk om inburgeringstrajecten op maat aan te bieden aan statushouders. Gezins- en overige migranten krijgen een beperkte ondersteuning van de gemeente en blijven zelf verantwoordelijk voor hun taaltrajecten. Gemeente koopt diensten in voor statushouders en enkele deelproducten voor gezinsmigranten. B1-taalniveau Focus op participatie én taal Handhaving op PIP door gemeente. Handhaving op inburgeringsplicht door gemeente Maatschappelijk Begeleiding aan statushouders: praktische hulp en voorlichting leefgebieden
Huisvesting statushouders via halfjaarlijkse taakstelling vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken
22