CConstaterende datGilze en Rijen
Koppel je AI →
Document · PDF

ap 9 beantwoording vragen fracties mbt kaders voor begroting 2022 ABG-organisatie

Gemeenteraad 29 maart 2021, gemeente Gilze en RijenBij agendapunt: Raadsvoorstel inzake de kaders voor de begroting 2022 van de ABG-organisatie1.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Agendapunt 9: raadsvoorstel inzake de kaders voor de begroting 2022 van de ABG-organisatie D66: Tijdens de commissievergadering Middelen van 25 januari jl. heeft D66 haar zorgen uitgesproken over het feit dat er nogal eens plannen blijven liggen of zaken pas later aangeleverd worden, en dat zou komen door ontoereikende ambtelijke capaciteit. Ook krijgen we signalen dat nogal veel ambtenaren de organisatie verlaten. Maken we ons hier terecht zorgen over? Wat is de stand van zaken? De volgende vragen zijn toen gesteld. D66 heeft gevraagd om tijdens de eerst volgende commissie vergadering terug te komen op deze vragen tegen de achtergrond van de situatie in de ABG organisatie (bij mail van 19 febr. zijn voor alle zekerheid nogmaals deze vragen bij weth. Vermorken onder de aandacht gebracht, die ze heeft uitgezet bij de ambt. organisatie – antwoord hebben wij echter nog niet ontvangen). Antwoord: Als onderdeel van uw vragen voor de commissie Middelen (ontvangen 1 maart jl.) ontvingen wij uw vragen over de personele capaciteit binnen de ABG-organisatie. Deze vragen heeft u in de commissie Middelen van 25 januari jl. ook gesteld. De commissievoorzitter heeft u in deze vergadering verzocht om deze vragen per mail te stellen. Deze mail ontvingen wij op 19 februari. Onze beantwoording vindt u onderstaand.

Wij hebben hierbij de vragen zoals geformuleerd in de technische vragen van 1 maart jl. aangehouden voor de beantwoording. In uw inleiding en vragen proeven wij een stellingname die wij kwalificeren als politiek. Wij zullen daarop in deze schriftelijke, technische beantwoording niet ingaan. Tijdens de behandeling van dit agendapunt in de commissievergadering op 8 maart a.s. zullen wij hierop een inhoudelijke reactie geven. Vraag: Uitstroomcijfers en redenen van uitstroom Antwoord: In 2020 hebben 24 personen de ABG-organisatie verlaten, dit is inclusief directie- en MT- leden. Er is sprake van 6,88% uitstroom. Er zijn nog geen benchmarkcijfers beschikbaar over 2020, maar voor 2019 was het benchmarkcijfer 8,7%. Van de 24 vertrokken medewerkers zijn er 8 met pensioen gegaan, dat is 33%. De andere meest voorkomende redenen van ontslag die bij de exitgesprekken zijn genoemd, zijn: persoonlijke ontplooiing en de ABG-organisatie als werkgever. Daarnaast heeft er ook ontslag plaatsgevonden door arbeidsongeschiktheid/gezondheidsklachten. Ook wordt aangegeven dat er sprake is van gecombineerde redenen. Een gedetailleerder overzicht kunnen we u vanwege de privacy van de betrokkenen niet bieden, omdat de gegevens dan mogelijk naar een individuele oud-medewerker te herleiden zijn.

Vraag: Aantal uitstaande vacatures (gemiddeld over het laatste jaar) Antwoord: In 2020 zijn er 41 vacatures uitgezet en ingevuld. Dit heeft in 12 gevallen geleid tot aanname van een medewerker die voorheen op inhuurbasis voor de ABG-organisatie werkte. In 4 gevallen was er sprake van een interne kandidaat en daarmee interne doorstroom. Er zijn 25 vacatures extern uitgezet en geplaatst. In 2020 zijn er in totaal 37 nieuwe medewerkers gestart bij de ABG-organisatie. Vraag: Aantal externe, ingehuurde medewerkers Antwoord: Het aantal ingehuurde medewerkers wisselt voortdurend. Ook is het een dunne lijn tussen inhuur van personeelscapaciteit en opdrachtverstrekking aan een externe partij. Het zwaartepunt van de inhuur ligt in het fysieke domein. De reden daarvan is dat hier veel projecten worden gedraaid, waarvoor (deels of geheel) externe capaciteit wordt ingezet. Op deze manier kan de ABG-organisatie beschikken over een flexibele schil. Inhuur vindt verder plaats om te kunnen beschikken over een bepaalde kennis/kunde of specialisme. Ten slotte vindt inhuur plaats om in perioden van vacatures, zwangerschap of ziekte de dienstverlening te kunnen voortzetten.

Vraag: Ziekteverzuim cijfers over 2020 Antwoord: Voor de berekening van het verzuimpercentage hanteren wij de definitie van het A+O fonds Gemeenten. In 2020 was het verzuimpercentage 5,42%. Er zijn nog geen benchmarkcijfers over 2020 bekend. In 2019 was het ziekteverzuim 6,13% (bron: jaarrekening ABG 2019). In 2018 was dat 5,4%. In zowel 2018 als 2019 was de benchmark van het A+O fonds gemeenten op ziekteverzuim 5,8%. We zien dus in 2020 ondanks de coronapandemie een positieve ontwikkeling naar een lager verzuimpercentage. Het verzuim kan worden onderverdeeld in de categorieën kort (1-7 dagen), middellang (8-42 dagen), lang (43-365) en langer dan 1 jaar. Het verzuim in 2020 is als volgt verdeeld over deze vier categorieën: o Kort: 0,53% o Middellang: 1,01% o Lang: 2,47% o Langer dan 1 jaar: 1,42% In 2020 was het percentage per maand als volgt:

Verzuimpercentage ABG-organisatie 2020

Vraag: En het MTO: in 2018 was het de laatste keer dat dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Heeft dat in 2020 weer plaatsgevonden, zo ja wanneer en wat is de uitkomst? Zo nee, wanneer kunnen we dat verwachten? Graag toezending van het laatste (integrale) MTO-rapport. Antwoord: het MTO is een interne ABG-rapportage die bestemd is voor het management en de teams. Om die reden wordt deze niet extern gedeeld. Een volgend onderzoek staat gepland voor het eerste kwartaal van 2022. Aanvankelijk wilde de ABG-organisatie dit eerder doen, maar vanwege de geheel andere werkomstandigheden als gevolg van corona en de prioriteiten in andere P&O-gerelateerde projecten is hiertoe besloten.

Kern ’75: ad B: Huisvesting, is hier meegenomen dat we willen gaan werken vanuit 1 (of 2) locaties? Zo niet, is dan meegenomen dat gebouwen aangepast moeten gaan worden aan duurzaamheidsnormen omdat dit ook extra kosten voor de ABG-organisatie met zich mee gaat brengen? Antwoord: Nee, dat is nog niet meegenomen. In februari is het procesvoorstel huisvesting vastgesteld door de 3 gemeenteraden. In dit procesvoorstel wordt eerst in processtap 2 een (gezamenlijk) programma van eisen gemaakt. De financiële consequenties worden vervolgens verwerkt in stap 3 en 4 conform het aangenomen procesvoorstel. Gelet op de tolpoortbenadering uit het procesvoorstel kunnen we daar niet op vooruitlopen. De kaders voor de ABG-begroting zijn dus gebaseerd op de huidige situatie. Indien besluitvorming over huisvesting daar aanleiding toe geeft, zal dit mogelijk leiden tot een begrotingswijziging

ad D: Is bij de facilitaire kosten meegenomen dat er in de toekomst gewerkt gaat worden vanuit 1 (of 2) locaties? Antwoord: Zie antwoord op vraag 1. Hoe en hoe vaak worden we in de toekomst geïnformeerd over het meerwerk (in plaats van maatwerk) per gemeente? Antwoord: Via de reguliere P&C-producten (tussentijdse rapportages) van de 3 gemeenten wordt u geïnformeerd. Gaan de A en B gemeenten ook structureel meer budget vrijmaken voor water en riolering? Zo nee, hoe wordt dit dan in de toekomst verdeeld over de 3 gemeenten? Antwoord: De extra kosten, als gevolg van uitbreiding van de capaciteit op het gebied van riolering, worden conform de afgesproken verdeelsleutel toegerekend aan de drie gemeenten. Dit staat los van het antwoord op de vraag in hoeverre de gemeenten hiervoor dekking hebben in hun eigen begroting. In hoeverre een gemeente hiervoor extra middelen op moet nemen binnen de exploitatie riolering is afhankelijk van de financiële ruimte die aanwezig is binnen deze exploitatie. In Gilze en Rijen zijn deze extra kosten gedekt in het onlangs vastgestelde vGRP.

PvdA In de radenbijeenkomst van 23 februari is naar aanleiding van een vraag van de PvdA toegezegd dat nadere uitleg wordt gegeven over de verdeling van de extra kosten ad 210.000 euro voor inzameling huishoudelijk afval en met name de argumentatie voor toerekening van het bedrag aan Gilze en Rijen. Antwoord: De kosten voor inzameling van huishoudelijk afval maken voor alle 3 gemeenten deel uit van de begroting van de ABG-organisatie. Bij de oprichting van de ABG-organisatie is hiervoor gekozen, omdat Gilze en Rijen de inzameling voor het grootste deel zelf uitvoerde met eigen personeel en eigen materieel. De gemeenten Alphen-Chaam en Baarle-Nassau besteedden de inzameling uit. De personele kosten en kosten voor materieel zijn vanaf 2016 opgenomen in de ABG-begroting. Om de verdeelsleutel van de ABG over de 3 gemeenten eerlijk te kunnen bepalen, zijn ook de uitbestedingskosten voor inzameling van huishoudelijk afval van Alphen-Chaam en Baarle-Nassau opgenomen in de ABG-begroting. In zijn algemeenheid geldt dat indien de kosten voor personeel of materieel stijgen, deze via de afgesproken verdeelsleutel worden verrekend met de 3 gemeenten. Dat geldt dus ook voor de personele en materiële kosten die met de inzameling van huishoudelijk afval te maken hebben. Tijdens de presentatie is toegelicht dat bijv.

CAO-verhogingen van het eigen personeel, dus ook voor het personeel dat alleen de afvalinzameling in Gilze en Rijen verzorgt, volgens de verdeelsleutel verrekend worden met de 3 gemeenten. Hetzelfde geldt voor de aanschaf van een huisvuilwagen. Ook hieraan betalen Alphen-Chaam en BaarleNassau mee volgens de afgesproken verdeelsleutel. Conform de gekozen systematiek worden ook de hogere kosten voor de inzameling in Alphen-Chaam en Baarle-Nassau (als gevolg van de aanbesteding van de inzameling) doorberekend aan de 3 gemeenten volgens de afgesproken verdeelsleutel. ABG-radenbijeenkomst Tijdens de gezamenlijke ABG-radenbijeenkomst is er in de chat een vraag gesteld over de kadernota. Onderstaand de beantwoording die is ontvangen. Op pagina 30 van de ABG-begroting staat een verdeling van het maatwerk over de 3 gemeenten. Deze verdeling is gebaseerd op de historie en is niet gelinkt aan projecten in de 3 gemeenten. Hoe gemeenten de (oude) maatwerkuren toerekenen aan projecten of opvangen binnen de reguliere exploitatie van de gemeentebegroting is een (beleids)keuze van de gemeenten zelf. Dat maakt geen onderdeel uit van de ABGbegroting.

Vanaf 2021 wordt er vanuit de ABG geen verschil meer gemaakt tussen reguliere uren en maatwerkuren. Iedere gemeente betaalt voor de uren die afgenomen worden. Het is aan de gemeenten zelf om deze uren toe te rekenen aan projectbudgetten of aan exploitatiebudgetten van de gemeentebegrotingen. In de gemeentebegrotingen is geen urenraming per project beschikbaar. Dus kunnen we ook geen uitsplitsing van het maatwerk over de projecten geven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9912743/1