ap 8 toelichting, bijlage, bp Alphenseweg ong. te Gilze
Tekst van het document
Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren welke consequenties kunnen hebben voor de geplande bestemmingsplanwijziging en herinrichting van de locatie. Hiervoor is de milieuhygienische kwaliteit van de grond en het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters.
Het onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN 5740).
De onderzochte locatie betrof in eerste instantie een deel van het kadastrale perceel Gilze en Rijen, sectie O, nummer 1383. De oppervlakte van dit deel bedroeg circa 990 m2. Na uitvoering van de veldwerkzaamheden is op verzoek van de opdrachtgever ook het overig deel van het perceel onderzocht. De oppervlakte van het gehele kadastrale perceel bedraagt 1789 m2. Om te voldoen aan de eisen NEN 5740 voor deze oppervlakte heeft aanvullend veldwerk plaatsgevonden en zijn aanvullende grondmonsters ingezet.
In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven. De opzet van het onderzoek wordt in hoofdstuk 3 en de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden worden in hoofdstuk 4 beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 5 de resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek weergegeven en worden aanbevelingen geformuleerd.
Pagina
3 van 13
Datum
20-12-2018
2.
Vooronderzoek Werkwijze
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725:2017. Conform deze norm bepaald de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In onderhavige situatie is sprake van aanleiding A (bodemonderzoek). Tabel 2.1: Onderzoeksaspecten in relatie tot aanleiding van het onderzoek
Locatiegegevens
2
Bodemopbouw en geohydrologie
3
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
4
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Terreinverkenning
5
G: Tijdelijke uitplaatsing
F: Ontgraven of toepassen van grond
E: Opstellen bodemkwaliteitskaart
D: Partijkeuring
B: Nul-/eindsituatie onderzoek
A: Bodemonderzoek
1
C: Toepassen grond of baggerspecie
Aanleiding tot vooronderzoek
Onderzoeksaspecten
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. Bodemkwaliteitskaart O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht?
Optioneel
Verplicht
Het doel van het vooronderzoek is om op basis van minimaal de verplichte aspecten in tabel 2.1 inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, het (historische) gebruik van de locatie, de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende activiteiten cq. situaties en de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
Locatiegegevens De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied ten zuiden van de kern van Gilze. De onderzoekslocatie betreft een braakliggend terrein c.q. weiland tussen de woningen van nummer 10 en nummer 12. De Alphenseweg bevindt zich ten westen van de onderzoeklocatie. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk agrarische percelen en woningen. In tabel 2.2 op de volgende pagina zijn de algemene locatiegegevens weergegeven. Op basis van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde gegevens verklaart Lycens B.V. dat de onderzoekslocatie geen eigendom is van Lycens B.V. of een aan Lycens B.V. gerelateerd bedrijf.
Pagina
4 van 13
Datum
20-12-2018
Tabel 2.2: Locatiegegevens Locatie
Alphenseweg, nabij nummer 10 te Gilze
Ligging locatie
In het buitengebied van Gilze
Kadastrale gegevens
Gemeente Gilze en Rijen, sectie O, nummer 1383
Oppervlakte
Circa 1.789 m2
Topografische aanduiding
Coördinaten: X: 124.295, Y: 393.843
Gebruik locatie - voormalig
Agrarisch
- huidig
Agrarisch
- toekomstig
Agrarisch
Opdrachtgever
Van Dun Advies B.V.
Overige belanghebbenden
Initiatiefnemers
Historische informatie Onderstaand is een overzicht gegeven van de geraadpleegde bronnen. Er is van uitgegaan dat de geleverde informatie juist en volledig is. Lycens B.V. is niet aansprakelijk voor onjuiste of onvolledige informatie die door derden is verstrekt. Bron: •
Gemeente Gilze en Rijen, mevrouw P. Roos
•
Opdrachtgever: Van Dun Advies, de heer M. van Ooijen
•
www.bodemloket.nl
•
https://bagviewer.kadaster.nl
•
www.topotijdreis.nl
Historisch gebruik Voor het historisch onderzoek zijn de topografische kaarten uit 1900, 1950, 1990 en 2010 bestudeerd. Hieruit blijkt dat de onderzoekslocatie en directe omgeving daarvan vanaf voor 1900 in agrarisch gebruik zijn geweest. Op de onderzoekslocatie is nooit bebouwing aanwezig geweest.
Informatie Gemeente Gilze en Rijen Uit het historisch onderzoek blijkt dat er voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen onder- of bovengrondse tanks aanwezig zijn, of zijn geweest. Ook is er voor zover bekend ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Op het naastgelegen perceel Alphenseweg 10 te Gilze is in 2014 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn onderstaand kort beschreven. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden.
Pagina
5 van 13
Datum
20-12-2018
Rapport: Verkennend bodemonderzoek Alphenseweg 10 te Gilze door PJ Milieu B.V. kenmerk: 1449901A, 16 oktober 2014 De onderzochte locatie bevindt zich direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie. Tijdens het onderzoek is in de bovengrond puin aangetroffen. Er heeft geen onderzoek naar asbest in de bodem plaatsgevonden. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie, lood, PCB en PAK aangetoond. Deze gehalten zijn mogelijk te relateren aan het voorkomen van puin en het gebruik (erf) van de locatie door de jaren heen. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht omdat dit niet binnen 5,0 m-mv. is aangetroffen.
Conclusie Ondanks dat op de naastgelegen locatie licht verhoogde gehalten aan minerale olie, lood, PCB en PAK zijn aangetoond en op de naastgelegen locatie puin in de bovengrond is aangetroffen wordt gezien het gebruik van deze locatie (boerderij en erf) en het gebruik van de huidige onderzoekslocatie (weiland, agrarisch) niet verwacht dat deze resultaten representatief zijn voor de bodemkwaliteit op de huidige onderzoekslocatie. Daarom wordt op basis van de resultaten van het vooronderzoek de onderzoekslocatie ten aanzien van chemische parameters als onverdacht beschouwd. Ten aanzien van asbest is de onderzoekslocatie tevens als onverdacht te beschouwen.
Geohydrologische gegevens Uit de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst Grondwaterverkenning TNO) zijn de volgende (hydro)geologische gegevens afkomstig:
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bodem tot circa 3 m –mv uit het eerste watervoerende pakket. Dit pakket bestaat voornamelijk uit matig fijn tot fijn zand. Tot circa 9 m –mv is vervolgens een scheidende laag, bestaande uit voornamelijk zandhoudende klei aanwezig. Tot dieper dan 320 m –mv zijn vervolgens afwisselend watervoerende pakketten en scheidende lagen aanwezig.
De stroming van het freatische grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal in noordelijk richting. Lokaal kan de grondwaterstroming van deze richting afwijken. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waterwingebied en/of boringsvrije zone.
Pagina
6 van 13
Datum
20-12-2018
3.
Uitvoering onderzoek
3.1
Hypothese
Chemische parameters In het kader van de NEN 5740 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2) wordt de locatie beschouwd als "onverdacht". De hypothese vormt het uitgangspunt van de gevolgde onderzoeksstrategie tijdens dit onderzoek.
Asbest In het kader van de NEN 5707 is een hypothese gesteld over het karakter van de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt de locatie beschouwd als onverdacht. Een verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707 wordt niet noodzakelijk geacht.
3.2
Onderzoeksstrategie
Op basis van de gestelde hypothese wordt de locatie onderzocht conform de strategie voor een ‘onverdachte nietlijnvormige locatie’ (ONV-NL). De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1789 m2. Conform de gehanteerde onderzoeksstrategie kan afgeleid worden dat in totaal 8 boringen tot 0.5 meter diepte, 2 boringen tot circa 2,0 m-mv of de heersende grondwaterstand en 1 boring tot circa 1.5 meter onder de heersende grondwaterstand uitgevoerd moeten worden. De boring tot onder de grondwaterspiegel zal met een peilbuis worden afgewerkt voor het grondwateronderzoek.
3.3
Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is uitgevoerd op 26 november en 11 december 2018 door de heer E. Karperien van Lycens B.V.. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (K46918/09) uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000: ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ en de daarbij behorende protocollen. Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is een maaiveldinspectie uitgevoerd. De inspectie-efficiency wordt geschat op 70% - 90%.
Vervolgens zijn in totaal 11 boringen verricht. Hiervan zijn 8 boringen verricht tot circa 0,5 m-mv, 2 boringen tot circa 2,0 m-mv en 1 boring tot circa 5,0 m-mv. Omdat tot 5,0 m-mv. geen grondwater is aangetroffen is het plaatsen van een peilbuis conform NEN 5740 vervallen. De posities van de onderzoekspunten zijn op de tekening in bijlage 2 weergegeven.
Het vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld op samenstelling, geur, kleur en overige bijzonderheden die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. De resultaten zijn samengevat beschreven in paragraaf 3.4. De uitgetekende bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
Pagina
7 van 13
Datum
20-12-2018
3.4
Zintuigelijke waarnemingen
Tijdens de maaiveldinspectie zijn op het maaiveld van de locatie geen asbestverdachte materialen of overige bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging.
Uit de bodemprofielen blijkt dat de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat uit zeer fijn zand. Vanaf circa 3,2 m-mv is klei aanwezig. Aan het vrijkomende materiaal zijn tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Er zijn tevens geen waarnemingen gedaan welke duiden op een mogelijk verontreiniging met asbest in de bodem.
Tot de maximaal verkende diepte van 5,0 m-mv is geen grondwater waargenomen. De grondwaterstand kan afhankelijk van seizoen en positie op de locatie variëren.
3.5
Uitvoering laboratorium onderzoek
Bij de uitvoering van het laboratoriumonderzoek is de gehanteerde onderzoeksstrategie in de NEN 5740 als leidraad gebruikt (bijlage 7). Het onderzoek is uitgevoerd door het laboratorium "Eurofins Analytico B.V." te Barneveld dat geaccrediteerd is volgens de AS3000. Voor het inschatten van de risico's van eventueel aanwezige verontreinigingen zijn de analyseresultaten (meetwaarden) van het laboratorium gestandaardiseerd (GSSD) en vervolgens getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden bodemsanering (bijlage 6). Het toets resultaat wordt weergegeven als index en geeft de verhouding weer tussen het gemeten gehalte en de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
Voor de beoordeling van de kwaliteit van de grond zijn conform de NEN 5740 twee mengmonsters van de bovengrond en één mengmonsters van de ondergrond chemisch-analytisch onderzocht op het standaardpakket (bijlage 7). Omdat het onderzoek in twee fasen is uitgevoerd is een extra monster van de ondergrond ingezet om ook de kwaliteit van de ondergrond op het noordelijk deel analytisch vast te stellen. Binnen de onderzochte diepte van 5,0 m-mv. is geen grondwater aangetroffen. Daarom is analytisch onderzoek naar het grondwater vervallen.
In tabel 3.1 op de volgende pagina is de monstercodering, de samenstelling en het doel van het (samengestelde meng-) monster weergegeven.
Pagina
8 van 13
Datum
20-12-2018
Tabel 3.1: Samenstelling van de (meng)monsters Monstercode
Monsters
Diepte (m-mv)
Doel
01-1 02-1 03-1 04-1 05-1 06-1 07-1 08-1 09-1 10-1 11-1 02-2 02-3 02-4 02-5 01-3 01-4 01-5 07-3 07-4 07-5
0 – 0,3 0 – 0,5 0 – 0,4 0 – 0,4 0 – 0,4 0 – 0,5 0 – 0,4 0 – 0,4 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,5 0,5 – 0,75 0,75 – 1,25 1,25 – 1,75 1,75 – 2,0 0,5 – 1,0 1,0 – 1,25 1,25 – 1,6 0,7 – 1,2 1,2 – 1,7 1,7 – 2,0
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit bovengrond
Grond MM BG 1
MM BG 2
MM OG 1
MM OG 2
Pagina
9 van 13
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit bovengrond
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit ondergrond
Vaststellen milieuhygienische kwaliteit ondergrond
Datum
20-12-2018
4.
Resultaten
De laboratoriumrapporten zijn opgenomen in bijlage 5. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten getoetst aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden.
4.1
Analyse resultaten grond
Tabel 4.1 geeft een volledig overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)-monsters. Indien er gestandaardiseerde gehalten zijn aangetoond groter dan de achtergrondwaarde, zijn tevens de meetwaarden vermeld in milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds). Naast de meetwaarde is tevens het gestandaardiseerde gehalte (GSSD) en de index weergegeven. De niet weergegeven parameters overschrijden de achtergrondwaarde niet.
Tabel 4.1: Interpretatie van de analyseresultaten van de grond(meng)monsters (Meng)monster
Parameter
Meetwaarde
GSSD
Index
Monsterconclusie
MM BG 1
Barium
*
-
-
Overschrijdt de achtergrondwaarde
Lood
38
56
0,01
MM BG 2
Barium
*
-
-
Voldoet aan de achtergrondwaarde
MM OG 1
Barium
*
-
-
Voldoet aan de achtergrondwaarde
Barium
*
-
-
Voldoet aan de achtergrondwaarde
MM OG 2 ≤0 ≥0<0.5 ≥0.5<1 ≥1 *
: : : : : :
niet bepaald kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde groter dan de achtergrondwaarde, kleiner dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan ½(achtergrondwaarde+interventiewaarde) gelijk aan of groter dan de interventiewaarde de normwaarden voor barium zijn tijdelijk buiten werking gesteld, met uitzondering van duidelijk antropogene verontreinigingen
Bespreking resultaten Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op het zuidelijk deel van de locatie een zeer licht verhoogd gehalte aan lood bevat. In de het mengmonster van de bovengrond op het noordelijk deel en de mengmonsters van de ondergrond zijn geen stoffen boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Op basis van de historische gegevens en de visuele waarnemingen is niet direct een verklaring te geven voor het licht verhoogde gehalte aan lood in de bovengrond. Het gemeten gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling van de locatie. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk.
Pagina
10 van 13
Datum
20-12-2018
5.
Conclusies
In opdracht van Van Dun Advies B.V. heeft Lycens B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Alphenseweg, nabij nummer 10 te Gilze.
De aanleiding voor het onderzoek is de geplande bestemmingsplanwijziging en de geplande herinrichting van de locatie.
Op grond van de beschikbare gegevens (resultaten vooronderzoek, zintuiglijke waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk en de analyseresultaten) kan het volgende worden geconcludeerd:
5.1
Resultaten grond
Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond op het zuidelijk deel van de locatie een zeer licht verhoogd gehalte aan lood bevat. In de het mengmonster van de bovengrond op het noordelijk deel en de mengmonsters van de ondergrond zijn geen stoffen boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Op basis van de historische gegevens en de visuele waarnemingen is niet direct een verklaring te geven voor het licht verhoogde gehalte aan lood in de bovengrond. Het gemeten gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde in geringe mate en vormt geen belemmering voor de geplande bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling van de locatie. Het uitvoeren van een nader onderzoek is niet noodzakelijk.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
De opzet van het uitgevoerde onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er, ons inziens, milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen zijn voor geplande bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling van de locatie.
Mocht bij herinrichting van de locatie grond vrijkomen dan wordt aanbevolen deze grond op eigen locatie te hergebruiken. Bij toepassing van de grond in een werk elders, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Op basis van de bekende gegevens is een indicatieve toetsing uitgevoerd. Hieruit blijkt dat eventueel vrijkomende grond valt in de categorie “Altijd toepasbaar” en derhalve zonder beperkingen toegepast kan worden. De daadwerkelijke kwaliteit van eventueel af te voeren grond zal middels een partijkeuring vastgesteld moeten worden en kan afwijken van de indicatieve toetsing.
De gestelde hypothese dat de locatie als "onverdacht" beschouwd kan worden ten aanzien van chemische parameters is niet juist gebleken op basis van het aangetoonde licht verhoogde gehalte aan lood in grond De gevolgde onderzoeksstrategie geeft echter een representatief beeld van de milieuhygienische kwaliteit van de bodem ter
Pagina
11 van 13
Datum
20-12-2018
plaatse van de onderzoekslocatie. Bovendien vormt het gemeten gehalte in de grond geen belemmering voor het toekomstige gebruik van de onderzoekslocatie.
Pagina
12 van 13
Datum
20-12-2018